HOOFDSTUK 10
Nadat Emma haar beslissing genomen had, begon ze weer te genieten van de korte tijd die haar nog restte in het Park. Ze zou dit leven missen. Ze dacht aan Engeland en probeerde zich voor te stellen hoe het moest zijn daar. Het jachtige leven in Londen.
Stewart. Haar liefde voor hem was van korte duur geweest, probeerde ze zichzelf voor te houden. Ze zou hem moeten vergeten. Ze wilde hem vergeten.
En dan was er nog Lance. Ze had hem nog vaak gezien na de film en het feestje van Linda.
‘Zul je nog eens aan me denken als je weer in Engeland bent?’ had hij haar gevraagd.
‘Vaak,’ had ze glimlachend geantwoord. ‘Telkens wanneer ik aan mijn geweldige vakantie hier zal terugdenken.’
‘Emma, denk je dat je ooit meer voor me kunt gaan voelen dan je nu doet,’ vroeg hij na enige tijd.
‘Ik ben erg op je gesteld, Lance.’
‘Gesteld?’ Hij keek haar spottend aan.
‘Ik mag je erg graag, dat weet je.’
‘Je mag me, ja. Maar... Emma, we weten allebei wat ik bedoel. Denk je dat je met me zou willen trouwen, als ik dat aan je zou vragen?’
Ze zei niets, omdat ze hem niet wilde kwetsen.
‘Zeg het dan, Emma.’
‘Nee, Lance,’ zei ze ten slotte zo vriendelijk mogelijk. ‘Nee, ik mag je graag als vriend, maar trouwen...’
‘Het is Stewart, nietwaar?’ zei hij kalm.
‘Ik trouw niet met Stewart,’ liet ze hem weten.
‘Maar dan ...’
‘Misschien ben ik nog niet klaar voor een huwelijk op dit moment. Toe, laten we van deze laatste weken samen genieten. We hebben het toch leuk gehad.’
‘Natuurlijk, liefje.’ Hij keek haar rustig aan en glimlachte. ‘We proberen er nog een paar fijne weken van te maken.’
Die lieve Lance! Hij was altijd zo redelijk en goedgehumeurd. En dan Johnny. Ze zou de jongen met zijn sproeten missen.
Ze zaten weer samen bij de nijlpaarden. Johnny maakte zijn tekening af voor de wedstrijd.
‘Nog één keer hier, dan kan ik hem verder thuis afmaken.’
‘Oh, wat zal ik dit allemaal missen. ’ Emma zuchtte. ‘Het is zo mooi hier.’
‘Maar je hoeft toch niet weg te gaan,’ drong Johnny aan.
‘Johnny...’
‘Waarom trouw je niet met Stewart?’
‘Daar hebben we het al eerder over gehad. Je trouwt niet om ergens te blijven.’
‘Maar als je nu echt hier wilt blijven?’
‘Je zult het allemaal wel begrijpen als je wat ouder bent. Trouwens, Stewart zou niet eens met me willen trouwen.’
‘Wel waar. Hij...’
‘Laten we over iets anders praten, Johnny. Waar zijn alle parkopzichters naar toe. Ik geloof dat ik je vader al vroeg zag vertrekken. ’
‘Ja, ze zijn op zoek naar een gewonde buffel. ’
‘Zijn er veel mensen op pad gegaan?’
‘Ja, Mijn vader, Stewart en de anderen ook.’
‘Oh, is Stewart ook mee?’ Altijd was er dat angstige gevoel als ze wist dat hij in gevaar was. ‘Denk je dat het goed afloopt?’ vroeg ze.
‘Ik denk van wel,’ stelde Johnny haar gerust. ‘Je gaat toch niet terug naar Engeland voor ik mijn tekening af heb?’
‘We gaan weer heel gauw naar de nijlpaarden,’ beloofde Emma. Toen ze weer terug waren in het kamp, spraken ze af voor de volgende keer. Daarna ging Emma naar haar kamer om even uit te rusten.
Na de maaltijd wandelde ze door de winkel, waar ze Lance zag. Hij stond met iemand te praten en keek haar met een flauwe glimlach aan. Even later zag ze een aantal andere mensen van het kamp met ernstige gezichten tegen elkaar praten. Toen ze er langs liep, hoorde ze de woorden “ongeluk” en “gewonden”!
‘Is er iets gebeurd?’ vroeg ze aan iemand van het kamppersoneel. ‘Neemt u me niet kwalijk, maar ik dacht dat ik zoiets hoorde.’
‘Er is een ongeluk gebeurd,’ antwoordde de man met een somber gezicht.
‘Een ongeluk?’ De schrik sloeg haar om het hart.
‘Een aantal van de mannen is vanochtend achter een gewonde buffel aangegaan ..
‘Ja! Ja, dat weet ik!’
‘Eén van hen is gewond.’
‘Ernstig?’ vroeg ze angstig.
‘Nogal schijnt het. Maar meer weten we nog niet.’
‘Wie ...’ dwong ze zichzelf te vragen. ‘Wie was het?’
‘Dat weten we nog niet.’
Een ongeluk. Een van de parkopzichters gewond - ernstig gewond. Dodelijk? En wie? Was het Stewart misschien? Er was geen antwoord op de verstikkende vraag.
Ontroostbaar liep ze rond. Niemand kon haar antwoord geven. De volgende morgen zou er misschien meer bekend zijn, meer feiten, meer details. Tot dan was het enige wat ze kon doen, wachten.
Emma sliep nauwelijks die nacht. Onophoudelijk zag ze Stewarts gezicht voor haar ogen - het sterke gebruinde gezicht, met die glimlach waar haar hart sneller van ging kloppen en die ogen die soms zo arrogant en spottend, maar ook zo ongelooflijk teder konden kijken.
Emma dacht dat er nooit een einde aan de nacht zou komen, maar tegen de ochtend werd ze toch door slaap overmand. Toen ze wakker werd, stond de zon al hoog aan de hemel. Snel maakte ze een ontbijt klaar, maar ze had eigenlijk nauwelijks honger en gooide wat over was op de grond voor de vogels. Meteen daarna haastte ze zich naar het centrale kantoor van het kamp.
‘Voorzichtig!’ Ze had zo’n haast dat ze niet zag waar ze liep en voor ze het doorhad, was ze tegen iemand die haar tegemoet kwam, aangelopen. ‘Voorzichtig, Emma!’ Twee handen pakten haar vast op het moment dat ze bijna was gevallen en pakten haar vervolgens stevig om haar middel.
‘Stewart!’ Geschrokken keek ze naar hem op, zich amper bewust van alle emoties die door haar heen schoten. ‘Stewart! Oh, Stewart!’ ‘Ja, ik ben het.’ Hij glimlachte. ‘Je kijkt alsof je een spook ziet.’ ‘Ik... Stewart is alles goed met je?’
‘Ik voel me prima. Wat is er aan de hand, Emma?’
‘Ik dacht... misschien... ik hoorde dat er een ongeluk was _ gebeurd.’
‘Er is een ongeluk gebeurd.’ Zijn gezicht zag er vermoeid en somber uit. ‘Een ernstig ongeluk.’
Ze keek hem zonder iets te zeggen aan. Haar opluchting was te groot om verder nog iets te vragen.
‘Ik zie dat je ervan gehoord hebt,’ zei hij.
‘Ja, gisteravond. En ik dacht... ik dacht...’
‘Wat dacht je?’ En toen ze naar hem keek, zag ze die trillende tederheid in zijn blik, die ze nog maar een paar keer eerder had gezien. ‘Dacht je... dacht je dat ik het was, Emma?’
Ze kon niets zeggen. De emoties waren nog te groot en ze voelde dat ze zou gaan huilen als ze iets zou zeggen. ‘Nee, Emma ik was het niet.’ Hij was even stil en zei vervolgens kalm: ‘Het was Mike.'
‘Mike?’ Ze keek hem een ogenblik niet-begrijpend aan en toen het tot haar doordrong, zei ze zachtjes: ‘Oh nee, niet Mike! Niet Johnny’s vader!’
‘Ja.’ Hij haalde de arm die hij om haar schouders had geslagen weer weg en stak een sigaret op. Ze zag hoe zijn hand trilde terwijl hij hem aanstak. ‘De buffel was gewond. We waren er vlakbij... en onverwacht viel hij aan. Mike struikelde ...’
‘Is Mike... Zal hij...’
‘Hij is in leven. Hij ligt nu in het ziekenhuis. Hij is er erg slecht aan toe, maar we hopen dat hij het zal overleven.’
‘Oh,’ kreunde Emma.
‘Hij wordt vandaag nog geopereerd,’ ging Stewart verder.
‘Weet zijn vrouw ervan? Weet Jane het al?’ Toen hij knikte, zei ze: ‘En Johnny?’
‘Ja.’
‘Hoe is het met Johnny?’
‘Hij was er kapot van.’
‘Oh, hij houdt zoveel van zijn vader.’ Ze werd stil bij de gedachte aan Mike. Johnny’s vader, die vriendelijke man, iets ouder dan Stewart, die altijd een glimlach klaar had voor het meisje, dat zo bevriend was geraakt met zijn zoon.
‘Ik moet Johnny zien.’ Ze draaide zich plotseling om naar Stewart met tranen in haar ogen. ‘Wat verschrikkelijk. Ik... ik hoop zo dat Mike beter wordt.’
‘Dat hopen we allemaal.’ Hij keek op zijn horloge en zei: ‘Ik moet nu gaan, Emma. Ik ben maar voor een uurtje naar het kamp terug gekomen - om iets te regelen - ik moet nu weer terug.’
‘Maar. . . Mike is toch al in het ziekenhuis?’
‘Dat is zo. Maar in de verwarring is de buffel ons ontsnapt. We weten nu nog waar hij is. In het donker hebben we geen kans meer. Hij strekte zijn armen uit en trok haar even naar zich toe. ‘Ik zie je nog, Emma.’
Ze zag hem weglopen. Impulsief riep ze opeens: ‘Stewart!’
‘Ja?’ Hij draaide zich om en keek haar vragend aan.
‘Pas goed op jezelf.’
Hij keek haar even aan en toen verscheen weer die tedere glimlach op zijn gezicht. ‘Dat zal ik doen.’ Hij stak zijn hand nog op en liep weg.
Toen hij uit het gezicht was verdwenen, werd Emma zich pas weer bewust van de omgeving. Op dat moment zag ze Lance. Hij stond niet ver van haar af, alsof hij net was komen aanlopen. Op zijn gezicht lag een vreemde uitdrukking. Emma vroeg zich af hoe lang hij er al was.
‘Lance,’ zei ze onzeker.
‘Hallo, Emma.’ Hij kwam niet dichterbij.
‘Heb je geluisterd?’
‘Ik heb ieder woord gehoord. Het was duidelijk dat hij meende wat hij zei. Erg ontroerend!’
‘Ontroerend?’
‘Vind je zelf ook niet?’
‘Ik geloof niet dat ik je kan volgen,’ zei ze, terwijl ze verwonderd naar de uitdrukking in zijn ogen keek en zich afvroeg of ze hem ooit wel echt begrepen had. ‘Iemand is ernstig gewond. Ik begrijp niet wat daar voor ontroerends aan is.’
‘Ah, maar die man is Stewart niet.’ Nog steeds lag die blik in zijn ogen. ‘En dat is het enige belangrijke, nietwaar?’
‘Ik heb nu echt geen zin in dat soort gesprekken.’ Ze liep langs hem heen. ‘Ik moet Johnny vinden.’
‘Jane!’ Emma stak haar armen uit naar de andere vrouw toen ze de kamer binnenkwam. ‘Ik heb het zojuist gehoord.’
‘Emma, dank je dal je gekomen bent. Ik had iemand nodig om even mee te praten.’ Jane’s gezicht, dat anders zo stralend en vrolijk stond, was nu lijkbleek en ze had rood doorlopen ogen.
‘Heb je al iets gehoord?’
‘Nog niets. Het is dat wachten ... dat afschuwelijke wachten. Dat is het allerergste.’
‘Kan ik iets voor je doen, Jane?’
‘Nee ... Ja... Weet je, Johnny...’
‘Waar is hij?’ vroeg Emma.
‘Ik weet het niet. Hij was erg over zijn toeren vanochtend, toen ...’ ‘Hij is vast en zeker ergens in het kamp.’
‘Ik weet het niet,’ zei Jane, onzeker om zich heen kijkend. ‘Ik dacht dat hij misschien bij jou zou zijn.’
‘Ik heb hem niet meer gezien nadat we terug kwamen van de nijlpaarden.’
‘Johnny is zo’n gevoelig kind,’ zei Jane terwijl ze door de kamer op en neer liep. ‘Hij is gek van Mike. Ik denk dat hij ergens heen is om alleen te zijn.’
‘Natuurlijk,’ zei Emma geruststellend, omdat ze zag dat Jane kalm wilde blijven. ‘Ik zal hem zoeken. Misschien heeft hij wel honger. Dan ga ik even iets met hem eten.’
‘Dank je.’ Jane probeerde te glimlachen. ‘Emma...’
‘Ik breng hem wel bij je als ik hem gevonden heb,’ beloofde Emma.
‘Dank je. Johnny praat altijd over je, Emma.’
‘Ja, ik ben ontzettend dol op hem.’ Impulsief greep Emma Jane bij haar arm. ‘Ik ga hem nu zoeken. En Jane, ik weet dat het slechts woorden zijn... maar maak je niet te veel zorgen over Mike.’ ‘Het is niet zo eenvoudig.’
Emma liep het hele kamp af. Overal vroeg ze of ze de kleine sproetekop hadden gezien. Ze liep langs de omheining bij de rivier. Maar nergens een spoor van Johnny.
De uren verstreken en Emma werd langzamerhand een beetje ongerust. De mensen zeiden dat er maar een ploeg op zoek moest gaan als hij niet snel gevonden werd.
De zon stond al hoog aan de hemel. De bezoekers van het kamp waren bezig om het middagmaal klaar te maken en nog steeds was Johnny niet gevonden. Jane, Johnny’s moeder, was dodelijk ongerust. Stafleden van het kamp waren nu overal aan het zoeken. Toch was er nog steeds geen enkele aanwijzing.
Opeens schoot Emma iets te binnen. Ze keek op haar horloge. Als ze snel reed, zou ze het kunnen halen. Ze moest alleen even bij de winkel stoppen om het tegen Lance te zeggen. ‘Hij is misschien bij de nijlpaarden,’ zei ze tegen hem. ‘Ik ga er nu heen om te kijken of hij daar inderdaad is.’
‘Hoe moet hij daar in vredesnaam gekomen zijn?’ vroeg Lance.
‘Hij kan aan iemand een lift gevraagd hebben.’ En toen Lance haar ongelovig en vertwijfeld aankeek, zei ze: ‘Het kan toch. Als hij er niet is, ben ik meteen weer terug. Lance, als iemand... als Stewart naar me vraagt, wil je dan zeggen dat ik naar de nijlpaarden ben en vanmiddag laat weer terugkom?’
Johnny had gezegd dat hij zijn tekening wilde afmaken. Hij moest er nog één keer naar toe. Misschien wilde hij de tekening afmaken om over de schok heen te komen. Misschien zou het hem een gevoel van zekerheid geven voor de moeilijke tijd die voor hem lag.
Maar waarom had Johnny dan niet aan haar gevraagd of hij mee mocht naar de nijlpaarden. Waarom was hij niet naar haar gekomen. Johnny was natuurlijk verlegen geweest. Hij was bang geweest dat zij het niet zou begrijpen dat hij juist nu naar de nijlpaarden wilde.
Op de plek aangekomen, stapte ze vlug uit. Ze was een beetje zenuwachtig, want de oppasser bij het parkeergebied, die altijd een geweer voor nood bij zich had, was er niet. Hij was misschien al weg, omdat er toch niemand meer zou komen.
Ze rende naar de plek waar zij en Johnny altijd zaten. Hij was er niet. Ze keek overal. Ze riep zijn naam. Maar nergens een spoor van Johnny.
Toen ze er zeker van was dat hij er niet was, stapte ze snel weer in de auto. Ze was opgelucht dat ze veilig was, ook al wist ze dat ze hier niet bang hoefde te zijn. Zij reed achteruit naar de grote weg en reed terug naar Skukuza. De zon scheen in haar ogen, ze moest opschieten, wilde ze nog voor zonsondergang binnen zijn.
Het enige wat haar verontrustte, was dat vreemde gestamp van de motor. Wat kon dat zijn? Ze moest het maar even na laten kijken wanneer ze terug was in het kamp.
Opeens, na een paar laatste pruttels, hield de motor er mee op en stond ze stil. ‘Oh, nee!’ kermde ze, terwijl ze het gaspedaal zo diep mogelijk indrukte. ‘Dit mag niet gebeuren. Dit kan niet hier gebeuren!’
Maar het kwaad was al geschied. Hulpeloos keek ze om zich heen. Bijna zonder te denken, keek ze naar het dashboard. Toen zag ze het. De benzine was op. Hoe kon ze bij alles wat er gebeurd was, zó dom geweest zijn om haar voorraad niet even te kontroleren. Nu kon ze niets anders meer doen dan in de wagen blijven zitten en wachten tot iemand haar op zou pikken.
Hoewel ze boos was op zichzelf, was ze niet echt ongerust. Het was laat en er zouden wel geen auto’s meer langs komen, maar ze had tegen Lance gezegd waar ze naar toe was gegaan. Zodra ze vermist werd, zou hij ongetwijfeld iemand sturen om haar te zoeken.
Ze wachtte en dacht weer aan Johnny en zijn vader. Wat zou er toch met de jongen gebeurd zijn.
De Afrikaanse zon gaat in een prachtige stralenpracht onder, maar als hij eenmaal achter de kim is verdwenen, is het erg snel donker. Emma was zo in gedachten verzonken geweest, dat ze in het geheel niet gemerkt had hoe donker het al was.
Zouden ze haar nu nog zien? Ze begon zich steeds bezorgder af te vragen of ze nog wel zouden komen. Ze probeerde de angst van zich af te zetten. Lance zou wel iemand sturen.
Misschien moest ze haar lichten aan doen. Ze deed ze aan, maar even later deed ze ze weer uit. Ze was onzeker over de reakties van de dieren op licht in de duisternis. Wat zou een olifant doen, wanneer hij twee van die lichtbundels in het donker zag. Stel dat hij haar zou aanvallen.
Ze wist het niet - dat was de ellende. Ze wist niet wat de dieren zouden doen. Stewart zou het weten. Zij wist zoveel niet...
Alsjeblieft, Stewart, alsjeblieft kom. Kom gauw. Natuurlijk zou hij komen. Hoe kon ze daaraan twijfelen? Als ze eenmaal terug in het kamp was, zou hij met Jane spreken en horen dat ze Johnny was gaan zoeken. Iedereen in het kamp zou weten dat ze er niet was.
Lance ook en die zou Stewart vertellen dat ze naar de nijlpaarden was.
Hij kon nu elk moment komen. Het enige wat ze moest doen, was geduldig zijn en wachten.
Overdag is het verschrikkelijk heet onder de Afrikaanse zon, maar ’s nachts wordt het snel koud. Emma begon te rillen van de kou. Bovendien was ze hongerig, ze had nog niets gegeten die dag, behalve een paar happen van haar ontbijt.
Opeens voelde ze dat er iets in het duister naar haar staarde. Ze draaide zich om en zag twee lichtpuntjes oplichten in het donker. Even was ze totaal verward, maar toen realiseerde ze zich dat het de ogen van een dier waren.
Stewart! Lance! Waar zijn jullie? Kom! Alsjeblieft kom. Anders word ik langzaam gek. Ik weet niet hoe lang ik dit nog volhoud.
Het dier liep nog een tijd lang snuffelend om de auto heen, voordat het verdween in de duisternis. Ze dacht dat de nacht nooit voorbij zou gaan - dat er nooit een eind zou komen aan deze nachtmerrie van zitten en wachten in de duisternis met wilde dieren rond de auto.
Ze kon niet slapen. Ook als ze niet bang zou zijn geweest. Ze was te koud, te hongerig. Soms sloot ze haar ogen en dommelde in voor een minuut, maar nooit kwam de slaap.
Ze wist niet meer hoe lang ze er al zat, toen ze de eerste sporen van licht bemerkte. Lang voor zonsopgang verdunde het duister zich tot een flauw, doorzichtig grijs, waarin ze de contouren van bomen kon waarnemen.
Ze hoorde en zag nu ook de eerste dieren. Sommigen liepen over de weg op hun tocht naar de rivier. Nu het lichter werd, wist ze dat er weldra ook weer auto’s over de weg zouden rijden en vatte ze weer moed.
Zo vroeg als nu was ze nog nooit in het Park geweest, want dan waren de poorten van het kamp nog gesloten. Stewart had haar verteld dat de dieren lang voor zonsopgang naar de drinkplaatsen gingen en nu zag ze ze allemaal langs de auto lopen. Het was een prachtig gezicht.
Ongeduldig keek Emma steeds weer naar haar horloge. De honger was onverdragelijk geworden. Opeens hoorde ze het geluid van een lopende motor. Ze keek opzij en zag hoe een jeep naast haar stopte.
‘Emma!’ Met een snelle sprong was hij er uit gesprongen, naast haar komen zitten in de auto en had haar in zijn armen genomen. ‘Oh, Emma, Emma!’
‘Stewart!’ Ze merkte dat ze huilde van opluchting en verwondering, want ze had nooit verwacht dat hij zo gespannen en emotioneel zou zijn. ‘Oh, Stewart, je hebt me gevonden.’
Hij hield haar nu een stukje van zich af en keek haar aan. Emma hield haar adem in en dacht dat hij haar wilde kussen. Zonder iets te zeggen schudde hij haar echter een ogenblik krachtig heen en weer en zei ten slotte: ‘Oh, Emma, jij kleine dwaas!’
‘Stewart?’ Zij keek hem verbijsterd aan, de plotselinge verandering in zijn stemming niet begrijpend.
‘Je was op zoek naar Johnny, nietwaar?’
‘Ja. Is alles goed met Johnny?’ vroeg ze ongeduldig.
‘Ja, alles is goed met hem.’
‘Waar hebben jullie hem gevonden?’
‘Hij was zijn vader gaan opzoeken.’
‘Nee!’ Ze staarde hem aan, verbaasd omdat ze zelf totaal niet aan die mogelijkheid gedacht had. ‘Maar hoe heeft hij...’
‘Hij heeft een lift genomen. Hij had aan een man die wegging uit het kamp gezegd dat hij naar zijn vader in het ziekenhuis wilde.’ ‘Maar waarom heeft hij dan niets tegen zijn moeder gezegd?’ ‘Er was blijkbaar geen tijd meer voor. De man stond al bij de poort om weg te rijden en Johnny dacht dat hij zijn moeder wel op kon bellen vanuit het ziekenhuis.’
‘Oh!’
‘Maar er waren problemen met de verbinding en hij kon gisteravond laat pas kontakt krijgen.’
‘Arme Jane,’ zei ze, terwijl ze zich voor probeerde te stellen onder wat voor spanning de andere vrouw de hele dag geleefd had. ‘Stewart, hoe is Mike er aan toe?’
‘Hij is gisteren geopereerd en is er goed door gekomen.’
‘Oh, gelukkig!’ Emma zuchtte.
‘Ja,’ zei Stewart ernstig. ‘Het is een wonder. Zoals de buffel hem te pakken had... het was erg, heel erg. We hebben ontzettend over hem in spanning gezeten.’
‘Zal hij weer volledig genezen?’
‘Het zou kunnen, maar het zal even duren - Mike is een fantastische man.’
‘Wat is er met de buffel gebeurd, Stewart?’
‘We hebben hem ten slotte te pakken gekregen.’
Terwijl ze met elkaar spraken, was het lichter geworden. En nu ze hem beter zag, kon ze zich voorstellen wat hij allemaal had meegemaakt. De vermoeidheid en bezorgdheid waren duidelijk van zijn gezicht af te lezen. Ze keek naar zijn handen. Die zaten onder de schrammen en in zijn arm zat een diepe snee.
‘Je bent gewond!’ riep ze uit.
Hij keek naar beneden alsof hij de snee nu pas zag.
‘Dat is niets,’ zei hij.
‘Je hebt een zware tijd achter de rug.’
‘Het was zwaar, ja. En toen ik terugkwam in het kamp, merkte ik dat je weg was en niemand wist waar je was - hoe denk je dat ik me toen voelde?’
‘Ik begrijp niet wat je precies bedoelt, Stewart.’ Haar lippen trilden.
‘Is het dan niet bij je opgekomen wat iemand anders zou kunnen voelen?’ vroeg hij.
‘Maar...’
‘Hoe denk je dat ik me voelde toen ik terugkwam in het kamp en merkte dat je er niet was? Ik heb overal gevraagd en niemand wist waar je was. Niemand had je gezien. De poort was dicht, je kamer leeg en je auto was weg. Wat moest ik denken?’
‘Ik was op zoek naar Johnny,’ stamelde ze, nog steeds verbijsterd door de bezorgde woede die uit zijn ogen sprak. ‘Ik dacht dat hij naar de plek met de nijlpaarden was. De wedstrijd... Het was zo belangrijk voor hem dat hij zijn tekening af zou hebben. En toen met zijn vader...’
‘Ik dacht midden in de nacht aan de plek met de nijlpaarden,’ zei Stewart tegen haar. ‘Nadat ik uren had liggen piekeren waar je zou kunnen uithangen.’
‘Je maakte je zorgen over mij?’ vroeg ze verwonderd.
‘Je bent nog een grotere dwaas, als je dat niet door hebt,’ zei hij direkt. Ik herinnerde me opeens dat je met Johnny vaak daar naar toe ging en zodra het maar een beetje licht was, heb ik de poort open gemaakt en ben op weg gegaan.’
‘Oh, Stewart,’ zei ze met tranen in de ogen. ‘Dus je bent helemaal voor mij hier heen gekomen.’
‘Natuurlijk. Waarom denk je anders dat ik hier ben. Maar Emma, waarom ben je gisteren nog zo laat op pad gegaan?’
‘Daar ging het niet om,’ zei ze. ik had geen benzine meer.’
Hij keek haar een ogenblik aan. ‘Maar mijn kleine, lieve, dwaze Emma,’ zei hij wanhopig, met een tederheid waar haar hart sneller van ging kloppen. ‘Waarom heb je tegen niemand gezegd waar je naar toe ging?’
‘Dat heb ik gedaan,’ zei ze meteen, ik heb het tegen Lance gezegd.’
‘Lance?’
‘Ja, natuurlijk. Als je het maar even aan hem gevraagd had.’
Er viel een lange stilte. Boven hun hoofden cirkelden de gieren in de snel lichter wordende lucht, ik heb het hem gevraagd.’
‘Heb je het hem gevraagd?’ Ze keek hem in totale verbijstering aan.
‘Ja.’
‘Wat zei hij toen?’
‘Niets,’ zei Stewart kortaf.
‘Zei hij niet waar ik heen was?’
‘Hij vroeg me alleen waarom ik dacht dat hij zou weten waar jij rond zou hangen.’
‘Maar dat is... dat is ongelooflijk!’ Emma voelde zich als verdoofd. Ze was totaal ontzet. Dat Lance zich zo gedragen kon hebben, viel volledig buiten haar voorstellingsvermogen.
‘Wist hij dan dat je er misschien niet zou kunnen zijn?’
‘Ja, natuurlijk. Dat had ik hem verteld.’
Nu pas drong het goed tot haar door. ‘Hij moest geweten hebben dat er iets met me gebeurd kon zijn. Hij wist dat ik in het Park was ... alleen. Hij wist niet dat ik geen benzine meer had, ik kon ook een ongeluk hebben gehad ... een leeuw of een olifant...’
Stewart liet haar praten. Hij zat rustig naast haar, terwijl ze haar verwarde gedachten probeerde te uiten.
‘Ik wist niet... ik had niet gedacht dat hij zoiets zou kunnen doen. Stewart,’ - ze draaide zich naar hem toe - ‘had jij dat verwacht?’ ‘Ik had er niet aan gedacht. Maar nu het gebeurd is, ben ik totaal niet verrast.’
‘Je hebt hem nooit echt aardig gevonden, is het wel?’ zei ze langzaam.
‘Nee.’
‘En hij - hij mocht jou ook niet. Hij waarschuwde me voor je.’ ‘Echt waar?’
‘Ja - op de eerste dag al. Waarom mag je Lance niet, Stewart?’ Hij gaf niet meteen antwoord. Na een poosje zei hij: ‘Er was iets in hem dat ik niet vertrouwde, maar ik heb er eigenlijk nooit met je over willen praten. Jij mocht hem wel en dan had je misschien gedacht dat ik jou tegen hem op wilde zetten.’
‘Nu toch niet meer, Stewart? Soms dacht ik dat hij je haatte.’ ‘Ik denk het ook,’ zei Stewart.
‘Waarom?’
‘Jaloezie,’ antwoordde hij.
Het duurde even voordat het tot haar doordrong wat hij gezegd had. ‘Jaloers? Op mij?’ vroeg ze voorzichtig.
‘Ja. Maar niet in het begin.’
‘Was er iemand anders?’
‘Miranda.’
‘Wil je beweren...’ Ze kon de zin niet afmaken.
‘Lance was verliefd op Miranda. Ze is erg mooi, weet je.’
‘Ja.’ Het gezicht van de andere vrouw verscheen weer even voor haar geestesoog. ‘Ze is erg mooi.’
‘En Miranda... leek hem toen niet te willen hebben.’
‘Ze was toch verliefd op jou?’ Emma probeerde het zo ongedwongen mogelijk te zeggen, maar in haar eigen oren klonk het alsof ze haar stem kwijt was.
Ze dacht dat ze dat was.' Vrijwel meteen ging hij verder, zonder Emma een kans te geven na te denken over wat hij bedoelde. ‘Op dat ogenblik waren er al strubbelingen tussen mij en Lance. En later, toen het er op begon te lijken dat hij door Miranda werd afgewezen, begon hij me te haten.’
‘Oh!’
‘En midden in die situatie verscheen jij. Je was zo onschuldig, knap en aantrekkelijk, en...’
‘Hij heeft me dus voor zijn eigen plannen willen gebruiken?’
‘Niet helemaal. Hij wilde Miranda jaloers maken natuurlijk, maar hij begon jou echt aardig te vinden. En toen...’
‘En toen?’ herhaalde ze.
‘Toen zag hij dat - ik je graag mocht. Daarom stelde hij er extra veel belang in om jou te veroveren.’
Emma was stil. Ze herinnerde zich het merkwaardige gevoel dat ze soms had gehad wanneer ze met Lance was. Als in een flits zag ze het allemaal weer voor zich - de tocht naar Pretoriuskop, toen Johnny en Stewart er met haar op uit hadden willen gaan, de scène na de film toen Stewart hen beiden op dat kleedje had zien zitten, de wandelingen door het kamp, waarbij ze wist dat ze Stewart zou tegenkomen ... Het werd haar nu allemaal duidelijker.
‘Maar ik begrijp nog steeds niet waarom hij me de hele nacht alleen buiten liet, terwijl hij wist dat ik in moeilijkheden moest verkeren,’ vroeg Emma zich af.
‘Ik weet het niet, Emma. Maar ik denk dat het een soort wraak was. Hij voelde blijkbaar dat jij mij verkoos boven hem. Had hij gelijk, Emma?’ vroeg Stewart haar zacht.
Ze keek een andere kant op. Ze wist dat ze alleen de waarheid kon zeggen.
‘Ja,’ zei ze zonder nadruk.
Hij nam haar hand in de zijne en streek er zachtjes over. ‘Ik zal Lance hierover aan de tand voelen wanneer we terug zijn,’ zei Emma.
‘Hij zal er niet zijn,’ zei Stewart. ‘Hij heeft het Park met zonsopgang verlaten.’
‘Verlaten?’ Ze was perplex.
‘Met Miranda.’
‘Nee!’
‘Begrijp je ...’
Ze moest even een pauze hebben om het allemaal te verwerken voordat ze nog kon aanhoren. Ze merkte opeens ook weer dat ze een ontzettende honger had. ‘Je hebt zeker niets te eten bij je?’ Uit zijn zak haalde hij een reep chocolade en een appel.
‘Mijn arme kleine Emma, je moet wel flauwvallen van de honger inmiddels. Denk je dat je het hier even mee kunt redden?’
‘Oh, zeker.’ Ze voelde zich al wat beter en wilde graag horen wat hij nog meer te vertellen had.
‘Ik zei je al dat Miranda dacht dat ze verliefd op me was, maar dat was niet zo. Ik heb enige tijd geleden iets voor haar gedaan, voor haar en haar broer. Ze was er ontzettend dankbaar voor en heeft die gevoelens als liefde opgevat.’
Hij was enige tijd stil en toen hij weer verder sprak, keek hij uit het raam. ‘Eerst vond ik het goed dat ze me op kwam zoeken. Onverstandig misschien, maar ik was alleen, en ... ik zag er geen kwaad in. Maar toen - in die gewijzigde omstandigheden - begon ik de manier waarop ze aan me ging trekken vervelend te vinden. Ik probeerde haar uit te leggen waarom ik niet... Hoe dan ook, op de avond van Linda’s party heb ik het uitgemaakt.’
‘Maar ik zag dat je haar kuste.’ Ze had het impulsief, zonder na te denken, gezegd en wilde dat ze de woorden weer in had kunnen slikken.
‘Ik had het Miranda uitgelegd. Die kus was een afscheidskus.’
‘En nu is ze er met Lance vandoor?’
‘Hij zal goed voor haar zijn. Hij is een beetje zwak en een weifelaar, maar hij houdt oprecht van haar, en misschien ... misschien is dat juist wel wat iemand als hij nodig heeft.’
‘Je had het over gewijzigde omstandigheden,’ begon ze aarzelend. ‘Wat bedoelde je daarmee?’
‘Begrijp je dat niet, Emma?’ Hij keek haar ononderbroken aan en de blik in zijn ogen deed haar bloed sneller stromen. ‘Begrijp je het niet?’
‘Ik...’ Ze kon geen woord uitbrengen.
‘Moet ik het je dan zelf zeggen, mijn liefje?’ Hij trok haar naar zich toe. ‘Ik houd van je, Emma. Ik houd zo ontzettend veel van je.’ ‘Oh, Stewart!’ Haar ogen waren nat toen hij zijn lippen tegen de hare drukte, krachtig en stevig, hartstochtelijk en toch oneindig teder.
‘Heb ik me zo naar tegen je gedragen dat je me bent gaan haten?’ fluisterde hij. ‘Zeg dat je van me houdt, Emma. Alsjeblieft, zeg het.’ ‘Ik houd van je,’ zei ze met een van ontroering gebroken stem. ‘En ik van jou, vanaf het eerste moment. Toen ik je zo onschuldig tussen de bosjes zag staan om foto’s te nemen. Ik heb aldoor van je gehouden.’
‘Je hebt het me nooit gezegd,’ fluisterde ze.
‘Dat weet ik. Dat was om twee redenen ...’
‘Twee redenen?’
‘Ik wilde zeker zijn dat je niet bij me wilde zijn om getroost te worden na wat er gebeurd was met... Jimmy.’
‘Oh nee, Stewart, nee!’
‘Je ... je leek zo gelukkig met Lance ... en toch op onze tocht samen dacht ik... ik begon me af te vragen of je je niet alleen maar eenzaam voelde.’
‘Over Jimmy ben ik nu al een hele tijd heen,’ zei ze rustig.
‘En - Lance?’
‘Lance is nooit meer dan een vriend geweest.’
‘Ik moest zekerheid hebben.’ Hij hield haar heel dicht tegen zich aan. ‘Emma, Emma, mijn lieveling, ik wil dat je mijn vrouw wordt. . Maar er zijn dingen die de vrouw van een parkopzichter moet weten. Elementaire principes, regels waaraan je je moet houden...’
‘Je zei dat er twee redenen waren,’ zei Emma.
‘Dit is de reden. Ik - ik ben naar tegen je geweest, lieveling, maar ik voelde dat je moest weten wat er van je verwacht zou worden.’ ‘Die keer bij de poort...’
‘Ja. En al die andere keren. Je dacht dat ik wreed was. Ik voelde me ook vreselijk, maar er zijn regels. Mary... Mary is om het leven gekomen omdat ze iets doms deed. Ik zou niet kunnen verdragen dat het nog eens gebeurde.’ Hij hield haar een moment zonder iets te zeggen vast. Je moet nog zoveel leren en het zal niet altijd even gemakkelijk zijn. Emma, ben ik wreed? Moet ik je soms terug sturen naar Engeland waar je thuis hoort?’
‘Nee.’ Ze klemde zich aan hem vast. ‘Ik zou er niet tegen kunnen.’
‘Mijn lieveling.’ Hij streek zachtjes door haar haar. Mijn lieve schatje. Ik heb het nog niet eens fatsoenlijk aan je gevraagd. Op mijn arrogante manier ben ik er gewoon van uit gegaan, maar... Wil je met me trouwen, Emma?’
Ze schoof een stukje bij hem vandaan en keek hem diep in de ogen. Ze zag de kracht en de vastberadenheid, de tederheid en de hartstocht van de man van wie ze hield.
‘Ja,’ zei ze. ‘Ja, mijn liefste. Ja.’
En daarna kuste hij haar, teder, begerig, vol warmte alsof hij er nooit meer mee wilde stoppen. Ze voelde dat, wat er ook in de toekomst verborgen lag, of hun leven samen gemakkelijk of moeilijk zou zijn, het eigenlijk allemaal bijzaak was. Want ze zou met Stewart zijn, met de man die ze meer liefhad dan wat ook ter wereld.
Ze sloeg haar armen om zijn nek en beantwoordde zijn kus.