11
Terug naar de USSR
Op 2 oktober 2011 banjerde Boris Berezovski opgewonden door zijn kantoor. Ik was in Londen om verslag te doen van een rechtszaak die hij had aangespannen in een poging ruim tien jaar nadat hij in ballingschap was gegaan, iets van zijn bezittingen terug te krijgen. De zondag voorafgaande aan het proces had hij me uitgenodigd op zijn kantoor om me te vertellen wat hij vond van de politieke situatie in Rusland.
‘Snap je?’ begon hij. ‘Het Russische regime heeft geen ideologie, geen partij, geen politiek – het is uitsluitend de macht van één man.’ Hij schetste het beeld van een Tovenaar van Oz-figuur en hij voelde zich duidelijk niet genoodzaakt te erkennen dat hij die man had uitgevonden. ‘Er hoeft alleen maar twijfel over hem te worden gezaaid – over hem persoonlijk.’ Berezovski had zelfs al een plan, of een aantal plannen, – maar daarover moest ik plechtig beloven te zwijgen.
Toen ik wegging, verbaasde ik me over deze man, die het niet kon laten anderen op het schild te hijsen, maar ik moest toegeven dat Berezovski’s analyse klopte. Het hele bouwwerk van het Russische regime – dat in de ogen van de buitenwereld allang was verworden van een land met ‘autoritaire neigingen’ tot een in alle opzichten autoritair systeem dat grensde aan tirannie – leunde op deze ene man, de man die Berezovski twaalf jaar eerder voor het land dacht te hebben gekozen. Dit betekende dat het huidige Russische regime in wezen kwetsbaar was. Wie het omver wilde werpen, zou niet de kracht van een ingesleten ideologie hoeven te overwinnen maar zou slechts hoeven te laten zien dat de tiran op lemen voeten stond. Het betekende eveneens dat het omslagpunt in Rusland net zo onvoorspelbaar was als in elke tirannie – het kon binnen enkele maanden, jaren of decennia plaatsvinden, mogelijk aangezwengeld door een kleine gebeurtenis, hoogstwaarschijnlijk een fout van het regime zelf waardoor de kwetsbaarheid ervan ineens duidelijk zou worden.
Ik had elf jaar eerder in Joegoslavië iets vergelijkbaars gezien. Slobodan Milošević, die de macht had behouden door enerzijds terreur te gebruiken en anderzijds de nationalistische hartstocht uit te buiten, schreef vervroegde verkiezingen uit, in de misplaatste veronderstelling dat hij zou winnen – en verloor. Te laat zag hij in dat hij aan de verliezende hand was om de aanzwellende golf van protest de kop in te drukken. En in 2011 zagen we Arabische dictators als dominostenen omvallen, omvergeworpen door menigtes die ineens geen angst kenden dankzij de macht van het woord en het voorbeeld van anderen. Het probleem van Rusland was echter dat het reusachtige land versplinterd was als nooit tevoren. Poetins beleid had de publieke ruimte doeltreffend vernietigd. Het internet had zich de voorgaande tien jaar net zo ontwikkeld als in andere landen, maar het nam de eigenaardige gedaante aan van een reeks informatiebubbels. Amerikaanse onderzoekers die de blogosferen van de wereld ‘in kaart brachten’, stelden vast dat de Russische blogosfeer in tegenstelling tot de Amerikaanse – of bijvoorbeeld de Iraanse – die een reeks overlappende cirkels vormde, uit afzonderlijke, niet met elkaar verbonden cirkels bestond.1 Het was een dystopie van het informatietijdperk: een oneindig aantal echokamers. Dit gold bovendien niet alleen voor het internet. Het Kremlin keek naar zijn eigen televisie, de grote zakenwereld las haar eigen kranten, de intelligentsia volgde haar eigen blogs. Geen van deze groepen was zich bewust van de werkelijkheid van de andere groepen, waardoor elk soort massademonstratie onwaarschijnlijk was.
Bij de verkiezingen van 2000 haalde Poetin bijna drieënvijftig procent van de stemmen, terwijl zijn tien tegenstanders ieder tussen de een en de negenentwintig procent vergaarden. Toen hij zich in 2004 probeerde te laten herverkiezen, behaalde hij eenenzeventig procent – een uitslag die kenmerkend is voor een autoritair regime – en kwamen zijn vijf tegenstanders ieder tussen de 0,75 en veertien procent uit. Toen Poetins tweede termijn in 2007 ten einde liep, vroegen politiek analisten in Rusland zich af wat er zou gebeuren. Zou Poetin de grondwet veranderen om meer dan twee termijnen achter elkaar aan de macht te blijven? Zou hij de methode-Jeltsin kiezen en het land opdragen te stemmen op een zorgvuldig geselecteerde opvolger? Een tijdlang leek Poetin de voorkeur te geven aan de minister van Defensie, Sergej Ivanov, een voormalige KGB-collega. Maar in december van dat jaar had Poetin een op televisie uitgezonden ontmoeting met de leiders van de vier marionettenpartijen, die een gezamenlijke verklaring uitgaven waarin ze de eerste plaatsvervangend premier Dmitri Medvedev nomineerden voor het presidentschap. Medvedev was toevallig aanwezig bij deze knap in scène gezette beslissende gebeurtenis. Bij de daarop volgende verkiezingen in maart 2008 vergaarde hij ruim zeventig procent van de stemmen, terwijl zijn drie tegenstanders ieder tussen nul en zeventien procent kregen. Na zijn inauguratie benoemde Medvedev Poetin tot zijn premier.
Vergeleken bij de tweeënveertigjarige Medvedev zag Poetin er charismatisch uit. Medvedev was iets langer dan een meter vijftig (zijn precieze lengte was een goed bewaard geheim, maar er deden talloze geruchten de ronde, evenals foto’s van een op een kussen gezeten Medvedev of Medvedev die op een keukentrapje staat om bij de microfoon te kunnen), waardoor Poetin een lange man leek. Medvedev was opgeleid tot advocaat, was werkzaam geweest op het stadhuis van Sint-Petersburg en had nog nooit een leidinggevende of bestuurlijke functie gehad, laat staan dat hij kaas had gegeten van het besturen van een land. Hij bootste Poetins robotachtige manier van articuleren na, maar waar Poetin elke lettergreep een dreigende klank gaf, klonk Medvedev als een spraaksynthesizer. En in tegenstelling tot Poetin maakte Medvedev geen vulgaire grappen. Dat, en misschien een wanhopige behoefte tenminste in iemand te geloven, was al genoeg voor Medvedev om zich geliefd te maken bij de Russische intellectuelen.
Voor het eerst sinds Poetin de media de mond had gesnoerd en de Russische politiek de nek had omgedraaid, richtte de man in het Kremlin zich tot de weldenkende Rus. Medvedev had het over wat zijn speechschrijvers ‘De Vier I’s’ meenden te moeten noemen: instituties, infrastructuur, investeringen en innovatie. Medvedev, die liep te pronken met een iPhone en zodra deze op de markt kwam een iPad, leek zijn best te doen zijn eigen compacte vocabulaire een modern, westers tintje te geven. De intelligentsia slikte het gretig. Toen Medvedev mensenrechtenactivisten, liberale politiek analisten en verscheidene andere intellectuelen verzocht zitting te nemen in een nieuwe presidentiële raad, stemden ze daar allemaal mee in en offerden ze bereidwillig hun tijd op om voorstellen te schrijven die duidelijk nooit werden gelezen. Als journalisten van de tegen de regering gekante media het waagden niet alleen Poetin maar ook Medvedev te bekritiseren, trokken de hoofdredacteuren hun verhalen in.2 Toen Medvedev een groep activistische historici vertelde dat hij eindelijk goedkeuring zou verlenen aan een lang geblokkeerd plan voor een nationaal museum ter herdenking van de slachtoffers van de stalinistische terreur, lieten de historici alles waar ze mee bezig waren vallen om plannen te bedenken, documenten op te stellen en het werk te doen dat federale ambtenaren hadden moeten doen, allemaal om Medvedev in staat te stellen het decreet te ondertekenen – wat hij nooit deed. Wat hij wel deed, was eindeloos redevoeringen houden, beloven de corruptie te bestrijden en het land te moderniseren, terwijl er niets veranderde. Michail Chodorkovski werd voor de tweede keer berecht. Sergej Magnitski overleed in de gevangenis. En Vladimir Poetin bouwde niet alleen zijn paleis aan de Zwarte Zee maar bleef het land bestieren.
Medvedevs rol was vrijwel uitsluitend ceremonieel, maar met hun toespraken tot de bevolking speelden de twee leiders een verdeel-en-heersspelletje over het land. Medvedev bespeelde met zijn verfijnde dictie, beloftes omtrent innovatie en bestrijding van de corruptie de ooit luidruchtige minderheid van activisten en intellectuelen en slaagde erin hen te pacificeren. Voor de meerderheid diste Poetin steeds meer van zijn gedenkwaardige vulgariteiten op. Na twee dodelijke explosies in de metro van Moskou in maart 2010 herhaalde hij zijn belofte aan het adres van de terroristen om ‘ze tot de plee te achtervolgen’. ‘We weten dat ze zich nu gedeisd houden,’ zei hij. ‘Maar het is aan de wetsuitvoerders om ze van de bodem van de goot te schrapen.’3 In juli 2009 zei Poetin in reactie op president Barack Obama’s constatering dat de premier ‘met een been in de oude en een been in de nieuwe manier van zakendoen’ stond: ‘Wij spreiden onze benen niet.’4 Toen de grootaandeelhouder van een metaal- en steenkoolfabriek in juli 2008 niet kwam opdagen op een bijeenkomst waar Poetin hem op z’n donder wilde geven, zei de laatste: ‘Ziek is ziek, dat begrijp ik, maar ik raad Igor Vladimirovitsj [Zjoezin] aan zo snel mogelijk beter te worden. Anders zal ik een dokter naar hem toe moeten sturen om er eens en voor al een eind aan te maken.’5 In augustus 2010 zei Poetin tegen een krantenverslaggever dat activisten van de oppositie die meededen aan niet-toegestane betogingen (de meeste betogingen van de oppositie waren inmiddels verboden), erop konden rekenen ‘met een stok een mep voor hun kop te krijgen’.6 Met dit soort boeventaal probeerde hij zijn populariteit nog meer op te krikken, net als met een reeks foto’s waarop hij met ontbloot bovenlijf7 vakantie houdt in de noordelijke regio Tiva, en later met reportages waarin hij ging duiken8 in de Zwarte Zee en boven water kwam met twee zesde-eeuwse vazen die daar door archeologen waren neergelegd.9 Dit was de campagne van een dictator, die oppositie noch een kritische blik toestond maar enkel ruimte liet voor zorgvuldige orkestratie.
Poetin voerde campagne om de onbetwiste leider van het land te blijven – een verrassend eenvoudig doel om te verwezenlijken in aanwezigheid van een zittende president – en om als vanzelfsprekende consequentie van zijn onmiskenbare voortdurende leiderschap opnieuw president te worden zodra Medvedevs termijn in 2012 zou zijn afgelopen. Sterker nog, Medvedev kwam minder dan een halfjaar nadat hij president was geworden met een maatregel, die werd aangenomen door het parlement, om de grondwet zodanig te wijzigen dat de presidentstermijn zou worden verlengd tot zes jaar.10 Het was kennelijk de bedoeling dat Medvedev zijn vier jaar zou volmaken met nietsdoen en mooie praatjes ophangen, en vervolgens de troon zou afstaan aan Poetin, dit keer voor twee termijnen van zes jaar. Maar hoe doorzichtig het plan ook was, de hoop bleef bestaan dat Medvedev oprechte intenties had of dat hij, nadat hij een paar jaar was aangesproken met president, echte presidentiële aspiraties zou ontwikkelen – of domweg dat het systeem dat Poetin had gecreëerd barsten zou gaan vertonen, zoals alle gesloten systemen uiteindelijk doen.
De grootste kwetsbaarheid van het systeem vloeide voort uit de pleonexia van Poetin en zijn nabije omgeving, het onverzadigbare verlangen te hebben wat anderen rechtmatig toekomt, dat van binnenuit steeds grotere druk uitoefende op het regime. Rusland zakte met het jaar op de Corruption Perceptions Index van waakhond Transparency International, en belandde in 2011 op de 154ste plaats van de 178 (cijfers over 2010).11 Volgens een schatting van mensenrechtenactivisten bestond in 2011 vijftien procent van de Russische gevangenispopulatie uit ondernemers die waren opgesloten door toedoen van concurrenten met goede connecties die het rechtssysteem hadden gebruikt om andermans handel over te nemen.12 Halverwege 2010 had Aleksej Navalny, een vierendertigjarige advocaat, dagelijks tienduizenden hits op zijn blog, waarop hij de talloze wandaden van een bureaucratie die niet ter verantwoording te roepen is, volgde door websites van de regering uit te kammen om bewijzen van uitwassen te vinden die daar open en bloot op stonden. De regio Voronezj organiseerde een inschrijving voor de aanschaf van vijf gouden polshorloges voor vijftienduizend dollar.13 De Zuid-Russische stad Krasnodar bood circa vierhonderd miljoen dollar voor technische documentatie over een geplande spoorwegovergang.14 Het ministerie van Binnenlandse Zaken kocht twee bedden en twee nachtkastjes geplateerd met 24-karaats goud.15 Navalny noemde de leiders van Rusland ‘De partij van oplichters en dieven’, een naam die onmiddellijk aansloeg. In het najaar van 2010 stond in het tijdschrift waarvoor ik de eindredactie doe, een groot en uitvoerig interview met Navalny, en in de aanhef schreef ik: ‘In Rusland is plotseling een echte politicus opgestaan.’16 Andere tijdschriften volgden en zetten de knappe, blonde Navalny op het omslag, een aandacht die culmineerde in een artikel in The New Yorker in april 2011.17
Navalny kondigde op 2 februari 2011 aan dat hij zijn eenmanscampagne tegen de corruptie openbaar zou maken en hij vroeg om een bijdrage voor zijn nieuwe organisatie. Binnen drie uur had hij zijn eerste vijfduizend dollar binnen, bestaande uit donaties van vijf kopeken (minder dan een cent) tot het equivalent van vijfhonderd dollar. Binnen vierentwintig uur had hij zijn eerste miljoen roebel (circa dertigduizend dollar) – een absoluut record voor onlinedonaties voor welk doel dan ook in Rusland.18 Dit was het duidelijkste bewijs dat de Russen er genoeg van hadden te worden bedrogen en bereid waren te betalen voor een verandering. Maar het was ook duidelijk dat een eenzame strijder geen verandering teweeg kon brengen. Zoals schaakkampioen Kasparov al had gemerkt, kon een outsider, hoe rijk en populair hij ook was en hoezeer hij het gelijk ook aan zijn kant had, geen afbreuk doen aan het systeem. Alleen iemand die al in het systeem zat, kon de monoliet doen breken.
Die man leek in mei 2011 op het toneel te verschijnen. Michail Prochorov, die inmiddels de op een na rijkste man van Rusland was, verraste iedereen inclusief zichzelf, toen hij aankondigde de politiek in te gaan. Het levensverhaal van de zesenveertigjarige Prochorov leek op dat van andere Russische superrijken. Als ouderejaarsstudent was hij in zaken gegaan, verdiende eind jaren tachtig voor het eerst geld met de in- en verkoop van alles wat los en vast zat, vergaarde in de jaren negentig een fortuin door verstandig te privatiseren en door slim te investeren en te hervormen wat hij had geprivatiseerd. In tegenstelling tot Goesinski, Berezovski en Chodorkovski had hij het grootste deel van zijn loopbaan afstand gehouden van het Kremlin. Hij bleef liever een manager met de handen aan de knoppen en liet de politiek over aan zijn zakenpartner.
Het was niet echt zijn eigen plan nu de politiek in te gaan – hoewel hij zou tegenwerpen dat dit wel degelijk het geval was. Hem was namens de president en de premier verzocht de leiding over een rechts-liberale politieke partij in verval te nemen. Dat was inmiddels een bekend patroon. Elk verkiezingsjaar zalfde het Kremlin een rechtse en een linkse partij die op de stembiljetten mochten verschijnen om naast Poetins Verenigd Rusland deel te nemen aan wat neerkwam op schijnverkiezingen. Echte politieke partijen, met een echte leider en een echte agenda, werd registratie echter ontzegd op grond van de ondoorzichtige wetten en regels die aan het begin van de nieuwe eeuw waren ingevoerd. Prochorov was dus uitverkoren om te fungeren als het boegbeeld van een slapende rechtse partij die net op tijd voor de parlementsverkiezingen van december 2011 kortstondig tot leven zou worden gewekt. Van hem werd verwacht dat hij een vastomlijnde rol zou spelen, misschien een paar onvoorzichtige rijkeluisuitspraken zou doen waardoor de gewone jongen Poetin weer meer aanhang zou krijgen, en zich vervolgens weer aan de zijlijn zou terugtrekken als hem dat werd opgedragen.
Maar volgens mij waren de poppenspelers van het Kremlin dit keer mogelijk te zelfverzekerd en konden ze wel eens een beslissende fout maken. Ik kende Prochorov een beetje. De afgelopen drie jaar was ik hoofdredacteur van een tijdschrift waarin hij de belangrijkste investeerder was. Hij leek van nature niet in staat de rol van een stroman te spelen. Bovendien was hij actief op zoek naar een arena waar hij zich volledig zou kunnen ontplooien. Op zakelijk gebied had hij in Rusland alles bereikt wat hij had willen doen, hij was zeer pessimistisch over de toestand van het land en hij had de ontmoedigende mogelijkheid overwogen zijn bezittingen te verkopen en naar New York te verhuizen, waar hij het NBA-team had gekocht dat de Brooklyn Nets zou worden. Nu deed zich een alternatief voor. Hij kon het land er weer bovenop helpen in plaats van het te verlaten. Hij kon aan de slag gaan, deze nieuwe uitdaging aanpakken, net zoals hij aan het werk was getogen om zich in de metallurgie te bekwamen en de fijne kneepjes van het management te leren op het niveau van de werkvloer toen hij de metaalreus Norilsk Nikkel in handen had gekregen. Hij ging er prat op dat hij die van onderaf had hervormd en daarbij de steun van de werknemers had verworven voor de vele veranderingen die hij had doorgevoerd. Prochorov was briljant. Met zijn twee meter was hij letterlijk een reus en ik geloofde dat hij het systeem omver kon werpen.
In de paar maanden erna was ik er getuige van hoe Prochorov een opvallende transformatie onderging. Hij kreeg deskundige coaching. Hij verving zijn flodderige marineblauwe Brioni-pakken door gedistingeerde beige en grijze pakken. Hij leerde af vragen te beantwoorden als een lijder aan het syndroom van Asperger, met complete, grammaticaal juiste alinea’s, ogenschijnlijk zelfverzekerd, en leerde daarvoor in de plaats zijn uitspraken te doorspekken met bijwoorden en misplaatste bijvoeglijke naamwoorden. Het allerbelangrijkste was dat hij tientallen experts op het gebied van politiek, economie en media om zich heen verzamelde die hem hielpen genuanceerde standpunten over de Russische politiek te formuleren, en een machtsbasis begon te vormen. Hij bedekte de grootste steden van Rusland met aanplakborden met zijn beeltenis erop en slogans zoals ‘Plan je toekomst’. Hij had geld genoeg om niet alleen alle advertentieruimte van het land te kopen, maar ook om zijn reclames onmiddellijk te vervangen als in meer dan één stad de lokale autoriteiten, overdonderd door zijn brutaliteit, ze hadden weggehaald.
Wie ook met het idee kwam Prochorov te gebruiken als surrogaat voor de oppositie, had blijkbaar niet verwacht dat hij het werk zo serieus zou nemen. Vladislav Soerkov, een assistent van Poetin die in de loop der jaren naam had gemaakt als de poppenspeler van het Kremlin – waarmee hij feitelijk de positie bezette die Berezovski had achtergelaten – ontbood Prochorov bijna dagelijks voor een gesprek. Prochorov, die het niet gewoon was verantwoording af te leggen, onderwierp zich niettemin aan een ritueel dat hij vreemd en bijzonder vernederend vond. Hij legde volledig rekenschap af bij Soerkov voor zijn politieke activiteiten. Soerkov deed op zijn beurt enkele voorstellen en ten minste één keer raadde hij Prochorov aan een bepaalde persoon van de partijlijst te halen. Prochorov sloeg die voorstellen in de wind en ging door met wat hem goed leek – tot 14 september 2011, toen hij niet werd toegelaten tot het geplande congres van zijn eigen partij. Veel van de activisten die Prochorov in de voorgaande drie maanden had gerekruteerd, mochten evenmin aan het congres deelnemen, en een volkomen andere groep mensen koos een volkomen andere leiding. Degene die Prochorov de partij had geschonken, had besloten haar weer van hem af te pakken.
Het was pijnlijk om te zien hoe een van de rijkste en langste mannen van Rusland zich volkomen verloren, verward en verraden voelde. Prochorov hield een persconferentie om aan te kondigen dat de uitsluiting illegaal was. Hij organiseerde de dag erop een alternatief congres waarop hij een redevoering hield. Hij beloofde dat hij ervoor zou zorgen dat Soerkov werd ontslagen. Hij beloofde te knokken. Hij beloofde in tien dagen terug te komen met uitgewerkte plannen voor een politieke strijd.
Soerkov – als het inderdaad Soerkov was – was natuurlijk niet de enige die zich zwaar misrekend had. Prochorov, die leefde in de informatiezeepbel die was gevormd door zijn ervaring in het bedrijfsleven, op veilige afstand van het Kremlin, had zich rampzalig vergaloppeerd. De dagen na het congres ontving hij zoveel boodschappen over wat er met hem en zijn bedrijf zou gebeuren, dat hij zich gedwongen zag de gedachte om politicus te worden te laten varen. Prochorov kwam nimmer op de proppen met zijn strijdplan. De interesse voor hem daalde tot het nulpunt.
Het leek erop dat degene die Prochorov had uitgezocht als tegenstander van Poetin, had geleden aan een klassiek geval van overmoed – maar dat had hij ruim op tijd ondervangen.
Op 24 september 2011 hield Verenigd Rusland haar eigen partijcongres. Dmitri Medvedev sprak de menigte toe.
‘Het is naar mijn overtuiging juist om de kandidatuur van Vladimir Vladimirovitsj Poetin voor het presidentschap te steunen,’ zei hij. De zaal barstte los in een staande ovatie. Toen deze eindelijk tot bedaren was gekomen, vertelde Medvedev de mensenmassa ongedwongen dat hij en Poetin die afspraak hadden gemaakt toen hij, Medvedev, president werd. En nu, nu Poetin weer op de post van president kwam te zitten, zou Medvedev zijn premier worden.19
Enkele uren later wemelde het in de Russische blogosfeer van een gefotoshopte Poetin die er ouder uitzag en verdacht veel op Leonid Brezjnev leek, de Sovjetleider die overleed na achttien jaar in functie te zijn geweest, praktisch immobiel en volkomen in de war. Poetin, brachten de bloggers elkaar in herinnering, zou eenenzeventig jaar zijn als zijn tweede termijn van zes jaar voorbij was.
En daarmee was de door Poetin gewenste terugkeer van Rusland naar de USSR vrijwel voltooid.