Hoofdstuk 5
Dani kwam moeizaam uit bed. Ze was pas in slaap gevallen toen de vogels hun vrolijke ochtendzang al waren begonnen. Op zoek naar koffie strompelde ze de trap af.
De eettafel was bezaaid met ochtendkranten, en het geluid van een radio schalde door de keuken.
Ze knipperde met haar ogen tegen het licht. Aan tafel zat Alex, in weer een fantastisch pak en met een glas vruchtensap voor zich, een omelet te verorberen.
Hij stopte even met eten en keek naar haar verschijning. Goed, haar roze pyjama met biggetjes erop was misschien wat veel van het goede, maar hij was tenminste niet sexy.
‘Heb je ook zin?’ vroeg hij. ‘Ik maak er zo een voor je klaar.’
‘Nee, dank je.’ Ze wendde zich af van zijn vrolijke frisse verschijning. Zijn vraag of ze ook zin had, deed haar gedachten direct weer afdwalen…
‘Ben je geen ochtendmens?’
Niet na zo’n slechte nacht. Haar slaap was continu onderbroken door wellustige dromen, dus deze morgen was ze geen ochtendmens, nee.
Hij zette de radio uit. ‘Wil je dan wat muesli? Er staat van alles in de kast.’
‘Heb je koffie?’
Hij stond op. ‘Hoe sterk?’
‘Zo sterk mogelijk.’
Terwijl hij koffiezette, bekeek ze de reusachtige voorraadkast. Het was niet zozeer een kast, als wel een kamertje. Hoewel ze nieuwsgierig was naar al die verschillende levensmiddelen op de planken, gaf de ruimte haar een benauwd gevoel. Ze draaide zich om en haalde diep adem.
‘Is er niets wat je lekker vindt?’ vroeg Alex, toen ze met lege handen weer de keuken in stapte.
Ze pakte de beker koffie die hij voor haar had neergezet en bedacht dat er, afgezien van Alex Carlisle, genoeg andere lekkere dingen op de wereld waren.
‘Mijn huishoudster kan alles in huis halen wat je wilt. Plak maar een briefje op de koelkast.’
‘Huishoudster?’
Hij knikte. ‘Ze kookt, wast en maakt schoon. En ze is heel discreet.’
Dani liet zich in een stoel vallen. ‘Dat laatste is natuurlijk het belangrijkste, hè?’
Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Je moet echt wat eten.’
Met gesloten ogen nam ze nog een grote slok van de hete koffie. Toen ze weer opkeek, stond Alex inmiddels roomkaas op geroosterd brood te smeren. Hij legde er wat gerookte zalm bovenop en zette het bord vervolgens voor haar neus.
Goed, dat zag er ook lekker uit.
Hij duwde het bord naar haar toe. ‘Het is om op te eten.’
‘Ja, dank je.’ Het ontbijt was al net zo lekker als hij…
Hij ging weer zitten en pakte zijn glas. ‘Wil je dat ik een stylist regel voor vanavond?’
‘Een wát?’ Ze verslikte zich bijna in haar toast.
‘Je weet wel, iemand die je haar en je make-up doet.’
Vond hij dat ze iemand nodig had om haar haren te doen? Voldeed ze soms niet aan de Carlisle-standaard? Ze kromp ineen; zijn woorden sneden dwars door haar dunne laagje zelfvertrouwen. Blijkbaar was ze niet mooi of chic genoeg voor de gelegenheid. Gekwetst legde ze haar stuk toast terug op het bord. Ze had ineens geen trek meer. ‘Weet je wel zeker dat je wilt dat ik vanavond bij je ben?’ Hopelijk klonk haar stem niet al te onzeker.
Met een frons keek hij haar aan. Ze durfde zijn blik niet te beantwoorden.
‘Dani,’ zei hij nadrukkelijk. ‘Ik wil niets liever dan dat je vanavond bij me bent, maar ik moet helaas naar dat diner, en ik wil geen lege stoel naast me.’ Hij legde zijn hand over die van haar.
Ze negeerde de tintelingen op haar huid en schonk hem een dreigende blik. ‘Dat bedoelde ik helemaal niet.’
‘Dat weet ik wel,’ zei hij, en zijn plagerige grijns maakte plaats voor ernst. ‘Luister, mijn moeder liet zich altijd bijstaan door een stylist. Dat ben ik gewoon gewend. Het is geen kritiek op je uiterlijk.’
Een persoonlijke stylist? Wauw, rijke mensen als hij leefden toch echt in een andere wereld… Maar zij zou zich er niet door laten meeslepen. ‘Ik red me wel. Het is maar een kapsel, hoor.’ Ze schraapte haar keel en probeerde niet gekwetst te klinken. ‘En aan mijn kapsel kun je niet veel doen.’ Gewoonlijk liet ze haar dikke haar regelmatig in een eenvoudige boblijn knippen, maar haar laatste bezoek aan een kapper was inmiddels al lang geleden, en haar pony was veel te lang. Nog een reden om snel wat geld te verdienen…
Hij streek een lange lok van haar voorhoofd en glimlachte. Zijn blik gleed over de roze pyjama. Ze kromde haar tenen. Waarom zat hij er zo vroeg al zo piekfijn bij? Zo fris geschoren? Hij zou nog slaperig moeten zijn en verfomfaaid. Hij zou… nog in bed moeten liggen.
‘Ik ga me aankleden.’ Haastig stond ze op. ‘Ik wil niet te laat komen op mijn eerste dag.’
Het pakhuis was indrukwekkend. Lorenzo was blijkbaar een soort god van de wijn, want overal stonden pallets met dozen. Er was een prachtige receptie en zelfs een proeflokaal. Alex nam echter nauwelijks tijd om haar rond te leiden.
‘Het kantoor is op de eerste etage.’ Hij was al bijna boven. ‘Cara, dit is Dani.’
De vrouw achter het bureau schonk haar een brede glimlach. Ze leek wel een elfje, met haar roodbruine haar en haar stralende ogen, vond Dani.
‘Ik laat jullie alleen,’ zei Alex kort en bondig. ‘Zorg goed voor haar.’
Dani wist niet zeker wie hij daarmee bedoelde, maar voordat ze iets kon vragen, was hij al verdwenen.
‘Welkom, fijn dat je er bent,’ zei Cara vrolijk. ‘Er is altijd veel te veel te doen.’
Dat bleek inderdaad zo te zijn. Dani’s hoofd duizelde toen Cara haar alle werkzaamheden uitlegde. De vrouw bruiste van energie en had een onverwoestbaar goed humeur. Het werk was interessant en afwisselend, maar er was één vraag die Dani bezighield, en die ze niet durfde te stellen. Hoe ver was Cara’s zwangerschap eigenlijk gevorderd? Want haar buik was zo plat als een dubbeltje…
Zo persoonlijk wilde ze echter niet worden, niet op haar eerste dag. Ze was hier om te werken en om geld te verdienen.
Opnieuw keek Alex op zijn horloge. Hij zat al uren achter zijn bureau en was nog niet naar de afdeling geweest. Dat had toch geen zin, zij was er immers niet.
Hij zou blij moeten zijn. De situatie met Dani was toch goed opgelost? Nu kon hij zich richten op belangrijker zaken, zoals wat hij nu zou moeten doen, en of hij echt de rechtmatige directeur van deze bank was.
Maar zijn geest werd afgeleid. Hij werd al opgewonden als hij alleen maar aan haar dacht, aan wat hij met haar wilde doen… Hij had haar niet mee naar zijn huis genomen om haar te bespringen, maar het verlangen in zijn lichaam had zijn gedrag beïnvloed, en hij had genoten van elke aanraking.
Zij ook. Het verlangen in haar ogen was zonneklaar, net als de reactie van haar lichaam, en die had ze ook niet proberen te verbergen. Ze wilde er alleen niet naar handelen.
Ergens begreep hij haar wel. Haar leven stond al genoeg op zijn kop, en dat was voornamelijk zijn schuld. Het was dus onacceptabel om haar te verleiden, ook al zou dat hem weinig moeite kosten. Hij hield van het spel, maar hij wilde wel dat zijn speelkameraadje net zo enthousiast mee zou spelen… Totdat zij het voortouw zou nemen, zou hij zich gedeisd houden.
Nu was ze ook nog zijn huisgenoot. Hij kende de regels net zo goed als zij. Die leerde iedereen die ooit in een studentenhuis had gewoond. Alex rotzooide niet op het werk, en dus ook niet met een huisgenoot.
Eigenlijk was het onverstandig geweest haar mee naar huis te nemen…
De telefoon rinkelde, en snel keek hij naar de nummermelder. Hij herkende Patricks mobiele nummer en nam niet op. Hij was er nog niet aan toe om met hem te praten, en misschien zou hij dat wel nooit zijn.
Wat verwachtte de man eigenlijk? Dat hij weer vrolijk zijn leven in kon stappen, en zeggen: ‘Hé, ik ben trouwens je vader. Zullen we weer vrienden zijn?’ Wat Alex betrof, mocht Patrick in zijn luxeappartement in Singapore blijven, met al zijn vrouwen en bedienden.
Als Patricks geweten hem al parten speelde, was dat jammer voor hem. Alex was niet van plan het hem makkelijk te maken.
Hij haalde diep adem. Hij zou zijn energie beter aan iets anders kunnen besteden dan aan zijn woede. Spelend met zijn pen vroeg hij zich af wat zij aan het doen was. Het beviel hem niets dat hij geen oogje op haar kon houden. Lorenzo kon dat wel, en dat beviel hem al evenmin. Lorenzo was een knappe man die van vrouwen hield. En de vrouwen hielden van hem…
Hij pakte de telefoon. Zijn vriend, en nu plotseling ook rivaal, nam bijna direct op.
‘Hoe doet ze het?’ vroeg Alex zonder inleiding.
‘Weet ik niet. Goed, denk ik.’
Alex fronste en draaide zijn stoel naar het raam. In de verte kon hij het pakhuis ontwaren. ‘Ben je niet even gaan kijken?’
‘Nee, ik heb het druk. Zal ik je met haar doorverbinden?’
‘Nee.’ Na een korte stilte ging hij verder: ‘Waarom ben je er niet even naartoe gegaan?’
‘Denk je dat ik achterlijk ben?’ informeerde Lorenzo. ‘Ik weet wel beter dan bij de nieuwe minnares van mijn beste vriend in de buurt te komen.’
‘Ze is mijn minnares niet.’
‘Dat zal niet lang meer duren. Een paar uur op zijn hoogst, schat ik.’ Lorenzo grinnikte. ‘Rustig ademhalen, vriend.’
Alex zuchtte en begon toen te lachen. ‘Sorry.’ Ze hadden nooit gevochten om een vrouw. Dat was nooit aan de orde geweest, omdat ze op totaal verschillende types vielen. En tot nu toe zou Alex elke vrouw hebben ontlopen die tussen hem en Lorenzo dreigde te komen. Maar Dani was anders. Zijn verlangen naar haar was zo hevig, dat hij bereid was met zijn beste vriend te wedijveren. Gelukkig kende Lorenzo hem zo goed dat hij nu al afstand nam.
Hij kon dus rustig blijven ademen. Alsof dat mogelijk was, nu zij in zijn huis woonde…
Voor het eerst in lange tijd besloot hij buiten het kantoor te gaan lunchen. Hij wandelde langs de chique winkels, toen hij ineens een idee kreeg.
Hij ging niet terug naar kantoor, maar pakte zijn auto en reed naar het pakhuis om haar op te halen. Toen hij daar aankwam, was Lorenzo aan de telefoon en wees naar de trap.
Hij hoorde haar stem. Cara was al weg, dus blijkbaar was ze aan de telefoon. Om haar niet te storen, bleef hij bij de deur staan.
‘Maar het gaat om mijn broer. Telt dat dan niet?’
O, het was een persoonlijk gesprek. Alex bleef stokstijf staan. Eigenlijk zou hij niet moeten luisteren. Dat had hij als kind al eens gedaan, en het had hem zijn kinderlijke onschuld gekost, toen hij besefte dat zijn moeder een verhouding had. Hij was zo kwaad op haar geweest, en zijn gedrag tegenover haar werd zo brutaal, dat Samuel hem op kostschool had gedaan. Dat de man van wie hij hield als van een vader zo blind kon zijn, had Alex alleen maar kwader gemaakt.
Hij zou Dani dus wat privacy moeten geven, maar zijn voeten kwamen niet in beweging.
‘Maar onze moeder is overleden. Hoe kan ze nu een verzoekschrift indienen als ze dood is?’
Hij hoorde haar een diepe zucht slaken.
‘Maar hoe kan ik hem ooit vinden, als u mij de papieren weigert te geven?’
Een stilte volgde, terwijl de persoon aan de andere kant van de lijn blijkbaar doorpraatte.
‘Ik ben in Auckland. Kan ik niet naar uw kantoor komen?’
Haar gesprekspartner ging blijkbaar niet akkoord. Alex kon zich niet bedwingen en gluurde door de kier van de deur. Dani’s hoofd was gebogen, en haar lange pony verborg haar ogen. Uit haar houding viel op te maken dat ze weer een negatief antwoord kreeg.
‘Is er een andere manier waarop ik hem kan vinden?’ Ze luisterde naar het antwoord. ‘Ik heb al berichtjes op internet gezet.’ Opnieuw stilte. ‘Goed, ik begrijp het. Bedankt voor uw tijd.’ Ze hing op en begroef haar gezicht in haar handen.
Alex wachtte een paar seconden voor hij de deur opende. ‘Ben je klaar om te gaan?’
Met een ruk kwam haar hoofd omhoog. ‘Alex, ik wist niet dat je hier was.’ Ze bloosde. ‘Ik heb de telefoon gebruikt, maar het was een lokaal gesprek.’
‘Dat is prima.’ Hij brandde van nieuwsgierigheid, maar voordat hij iets kon vragen, was ze al opgestaan en trok ze haar jas aan. Goed, voor nu zou hij het laten gaan, maar hij moest en zou erachter komen. Het was niets voor haar om er zo verslagen uit te zien.
Ze zweeg tot ze in de auto zaten. Toen vuurde ze haar vraag op hem af. ‘Cara was toch zwanger, zei je?’
Tja, dat had hij moeten zien aankomen… ‘Dat klopt.’
‘Ze staat niet echt op het punt te bevallen, hè?’
‘Nee.’ Dat zou nog wel een maand of zeven duren. Cara had hem het nieuws een paar weken geleden verteld, ze was te opgewonden geweest om het nog langer voor zich te houden. ‘Maar ze had vreselijk last van ochtendmisselijkheid,’ verzon hij, zelf verbaasd over zijn inventieve leugentje. Toen dacht hij ineens aan de typische vrouwengesprekken. ‘Maar daar moet je maar niet met haar over praten. Ze is erg op zichzelf, en ze wil niet dat we denken dat ze haar werk niet aankan.’
‘Natuurlijk.’ Dani knikte. ‘Werkt ze daarom maar parttime, op dit moment?’
‘Ja.’ Leugentjes om bestwil waren toch geoorloofd?
‘Ben je klaar?’ riep Alex.
Dani wierp een laatste blik in de spiegel en had direct spijt van haar weigering om een stylist te raadplegen.
Stijl volgens de Carlisle-standaard. Kon je die kopen? Haar jurk was goed, dat wist ze. Hij paste perfect. Maar het lichaam eronder was verre van dat, en ze had niet de glitter en glamour om de aandacht van haar imperfecte vormen af te leiden.
Ze keerde de spiegel de rug toe en liep de trap af naar de zitkamer. Hij was er niet. Ze liep verder naar de keuken. Daar stond hij, met zijn rug naar haar toe, gekleed in een inktzwart peperduur pak. Wat zag hij er lang en sterk uit. Die brede schouders… Toen draaide hij zich om.
Zijn mond viel open, en het duurde zeker een paar seconden voordat hij hem weer sloot. Zijn verraste gezicht was kwetsend. Had hij soms verwacht dat ze een slecht passend goedkoop gevalletje aan zou trekken?
Wat was ze blij dat ze de jurk had ingepakt! Destijds had ze haar moeder uitgelachen, toen ze hem voor haar maakte. Ze had geprotesteerd dat ze veel meer behoefte had aan wat blousejes en rokken voor tijdens het werk.
Haar moeder had echter per se een jurk voor haar willen maken. Een jurk waarin ze zich mooi zou voelen. Dani’s eeuwige spijkerbroeken hadden haar tot wanhoop gedreven.
‘Waar heb je die jurk vandaan?’ Alex slikte hoorbaar.
‘Die heeft mijn moeder gemaakt.’ Ze schraapte haar keel. ‘Ze was naaister.’
‘En een hele goede, zo te zien.’
‘Ja.’ De jurk was net zo goed gemaakt als zijn pak, waar ze eigenlijk geen seconde langer naar kon kijken. Een haarlok achter haar oor strijkend, vroeg ze: ‘Zullen we gaan?’
Hij liep op haar toe. ‘Ik heb iets voor je.’ Zijn hand verdween in zijn zak. ‘Om dat haar uit je ogen te houden.’ Hij opende zijn hand.
Ze wierp een snelle blik omlaag en keek hem toen weer aan. ‘Dat kan ik niet dragen.’ En ze zou er niet nog eens naar kijken, haar ogen deden nu al pijn van de schittering.
‘Het is maar een haarspeld.’
Het was veel meer dan dat. Het was een kunstwerk. Ze had dan misschien geen geld, maar ze was niet achterlijk. Dat waren geen zirkonen of zelfs maar kristallen. Alleen echte diamanten hadden zo’n schittering.
De speld had de vorm van een iris. Sommige blaadjes bestonden uit diamantjes, gevat in een fijne gouden zetting. Andere blaadjes waren van een gele steen, met een stengel van goud. Hij was prachtig. Toch wist ze dat ze hem niet kon dragen. ‘Hoe kom je daaraan? Ik heb nog nooit zo’n speld gezien.’
‘Het was een broche. Ik heb hem laten aanpassen.’
‘Door wie?’
‘Door een juwelier.’
O, nee! Zie je wel! Zoiets duurs kon ze niet accepteren. ‘Alex, ik…’
Hij was nu zo dichtbij, dat ze zijn heerlijke frisse geur van citrusvruchten kon opsnuiven.
Hij plaatste zijn handen stevig op haar hoofd en drukte de speld in haar haren.
Ze keek naar hem op en zag aan zijn glimlach dat hij wist hoe mooi ze de speld vond. Ze schudde haar hoofd, maar hij gaf haar geen kans om te protesteren.
‘Hij staat jou echt veel beter dan mij.’
Alex zette vijf passen bij haar vandaan. Hij had ruimte nodig, ruimte om te kunnen ademen. Nu. Maar hij kon zijn ogen niet van haar afhouden. In al zijn jaren had hij ontelbare zwarte jurkjes gezien: lang, kort, diep uitgesneden of juist niet, zonder bandjes, zonder mouwen, dof, glanzend… Hij had jurkjes open en dicht geritst, en hij had er vele op de grond zien glijden. Maar nooit eerder had hij een jurk als de hare gezien. Hij paste perfect en benadrukte haar smalle zandloperfiguur. Hij zat strak om haar borsten en golfde over haar heupen.
Haar haren glansden, en dan was daar die lok die steeds weer over haar wang viel, en waarvoor hij die speld had moeten kopen, omdat hij anders doorlopend de neiging zou hebben om hem met zijn mond van haar wang te strijken.
Zijn zoektocht langs de juweliers was succesvol geweest. De speld glinsterde, maar niet half zo verblindend als haar ogen…
Ze zag er schitterend uit.
‘We moeten gaan.’ Hij herkende zijn eigen stem niet.
Tien minuten later gleed zijn blik voor de zoveelste keer van de weg naar haar. Zijn hoofd was voor het eerst die week weer helder, zijn aandacht ging volledig uit naar een ding: Dani intiem leren kennen. De drang haar te veroveren was overweldigend en verdreef al het andere uit zijn hoofd. Hij wilde haar, ongeacht de gevolgen.
Onvoorstelbaar, dat die kleine vrouw zo’n enorme reactie bij hem teweegbracht. Hoewel, zo klein was ze niet; niet op de juiste plaatsen, tenminste…
‘Je ziet er prachtig uit.’ Wat een ontoereikend cliché.
‘Niet zo knap als jij,’ was haar antwoord.
Het klonk luchthartig, maar hij wist dat ze het meende. Hij had gezien hoe ze naar hem keek, hoe donker haar ogen werden als hij dichterbij kwam. En hij was vast van plan om nog dichterbij te komen. Zijn frustratie dreef hem bijna tot waanzin. Als ze niet betrapt waren door die camera had hij haar al kunnen hebben. Dan had hij haar mee uit genomen en waren ze vast in bed beland. Daar zou ze zich toch niet tegen hebben verzet?
Maar diep vanbinnen wist hij dat ze dat wel zou hebben gedaan. Die blik in haar ogen, toen ze de lift was uitgestapt. Angstig. Weliswaar opgewonden, maar zeker ook angstig. Gelukkig was haar gezicht toen van de camera afgewend geweest, anders was hij niet door iedereen tot donjuan gekroond.
Ze had gezegd dat het slechts een momentopname was geweest, maar dat geloofde hij niet. Sarcasme was haar favoriete verdedigingsmiddel, dat was duidelijk. Daarom wilde hij een herhaling van de kus. Om die waanzinnige aantrekkingskracht tussen hen te bewijzen.
Hij hield één hand aan het stuur en balde de vuist van de andere. Die avond zou hij niet drinken, want dan nam de hitte in zijn lichaam alleen maar toe. Nooit eerder had hij zo op het randje gestaan de controle te verliezen, en dat was geen fijn gevoel. En Dani’s aanwezigheid versterkte het alleen maar.
‘Waar is het eigenlijk?’ Ze frunnikte aan haar jurk, en hij stelde zich voor dat het zijn vingers waren, die langs de zijden stof over haar huid gleden.
‘Sky City,’ klonk zijn stem verstikt.
Met een ruk draaide ze zich naar hem toe. ‘Dat kan ik niet, Alex!’ Haar stem klonk paniekerig. ‘Ik kan niet in die lift.’
O, hemel. Daar had hij aan moeten denken! Maar ze konden niet tientallen trappen oplopen tot ze boven in de toren waren die uitzicht bood over de stad. Hij zou haar erdoorheen moeten helpen. Er vormde zich al een plan. ‘Maak je geen zorgen. Ik help je wel.’ En dat zou hij met plezier doen.
Ze zei niets meer, maar hij voelde haar spanning toenemen toen ze de parkeergarage indraaiden.
Haar borst rees en daalde, voordat ze met opgeheven hoofd de lift instapte en met haar rug tegen de wand ging staan.
Hij volgde haar, maar draaide zich niet om naar de liftdeur. In plaats daarvan ging hij pal voor haar staan, met maar een paar centimeter ruimte tussen hen in. ‘Ik krijg een déjà vu,’ zei hij, opzettelijk rechtstreeks.
‘Haal het niet in je hoofd,’ reageerde ze met schorre stem.
Maar dat was precies wat hij van plan was: haar weer afleiden en haar kussen tot ze haar benen weer om hem heen zou slaan. Had ze het die keer ook alleen maar gedaan om aan haar angst te ontsnappen?
Haar borst rees en daalde nog altijd veel te snel, maar nu zag hij dat haar tepels zich oprichtten onder haar jurk. ‘Je kunt mijn gedachten niet tegenhouden, Dani.’ Zelf was hij daar evenmin toe in staat.
Ze wierp een blik over zijn schouder en werd bleek toen de liftdeur dicht gleed.
Zijn vinger volgde de contouren van haar mond. Ze had geen lippenstift op, maar niettemin leek haar mond te glanzen; mooi, vol en perfect om te kussen. De kleur keerde terug op haar wangen.
‘Ik zei dat je niet…’ Haar zachte stem stierf weg toen hij nog dichterbij kwam staan.
Hij streelde haar wang, haar zachte huid. Haar gezicht was hartvormig en werd gedomineerd door die prachtige donkere ogen. Maar nu zag hij twee sproeten, vlak bij het puntje van haar neus. Die zou hij moeten kussen.
Ja, ze was mooi, met haar zachte welvingen die zo’n perfect contrast vormden met zijn harde lichaam. En als ze sprak, was daar ineens dat sarcasme en die gevatheid. Die combinatie hield hem gevangen.
Met grote ogen staarde ze hem aan, haar adem kwam met horten en stoten. Hij hoopte dat het niet slechts haar angst was die dat veroorzaakte. Misschien kon ze zijn gedachten lezen. Als dat zo was, wist ze dat ze grotere problemen had dan die stomme lift.
De liftdeur gleed open. Ze waren er.
Hij nam haar hand in de zijne en gaf haar een kneepje toen ze hem dreigde terug te trekken. ‘Nu is het tijd voor een feestje, Dani.’