Hoofdstuk 3

 

 

Dani liep een meter achter Alex, toen ze zijn assistente passeerden.

‘Wil je die laatste afspraak annuleren en eventuele boodschappen aannemen, Kelly? De rest van de middag ben ik buiten de deur,’ zei hij in het voorbijgaan.

‘Natuurlijk.’ Geen verbazing en geen vragen. De vrouw schonk Dani een koele zakelijke glimlach, die Dani in haar verwarring echter niet kon beantwoorden.

Alex wierp een blik op de lift. ‘Zullen we de trap maar nemen?’

Ze was al bij de deur van het trappenhuis en hoopte van harte dat de assistente zijn vraag niet had opgevangen.

Hij had licht ironisch geklonken, en als Dani zijn glimlach zou zien, zou ze haar gedrag niet langer kunnen verantwoorden. Haar hele lichaam stuiterde van de adrenaline.

‘Waar verblijf je eigenlijk?’ vroeg hij, terwijl hij soepel naar beneden liep. Met een pasje gaf hij hen toegang tot de kelder.

Ze noemde de naam van haar hostel en zag hem fronsen.

‘Je bent niet bekend in Auckland, hè?’ zei hij met een blik in haar richting. ‘Anders zou je weten dat dat hostel in een nogal slechte buurt staat.’

Het was vooral een goedkope buurt.

Hij opende het portier van zijn auto, die al net zo gestroomlijnd en krachtig leek als zijn eigenaar, en liet Dani instappen.

Een paar tellen later reden ze door drukke straten, een groot contrast met de angstvallige stilte die in de auto heerste. Dani wilde dat hij de radio aan had laten staan; de muziek was beter te verdragen dan deze koele sfeer en de stem in haar hoofd die onophoudelijk op haar ellendige situatie hamerde. Het weer was inmiddels omgeslagen, en de miezerige regen drukte een stempel op haar humeur.

‘Hm…’ Hij trommelde met zijn vingers op het stuur. ‘Ik…’

Ze wachtte af, verbaasd door zijn nerveuze getrommel.

Ineens greep hij het stuur met beide handen beet. ‘Hoe heet je eigenlijk?’

‘Wat zeg je?’

‘Je naam.’ Hij hield zijn ogen op de weg gericht. ‘Ik weet je naam niet.’

‘Weet je niet hoe ik heet?’ Verbijsterd staarde ze hem aan. ‘Hoe kan dat nou?’

‘We hebben onszelf nooit echt aan elkaar voorgesteld.’ Op zijn wangen was een vage blos zichtbaar. ‘En ik heb veel personeel.’

‘O, en ik was maar een uitzendkracht.’ Dat was ook zo, natuurlijk. Maar ze was toch niet zomaar een uitzendkracht? Hij had haar als een bezetene gekust! Ze hadden elkaar aangeraakt, heel intiem. Of deed hij dat met alle vrouwen? Een felle woede stak ineens de kop op. ‘Je had er toch wel achter kunnen komen?’

‘Ik gebruik de personeelsdossiers niet voor persoonlijke doeleinden.’

‘Nee, maar de uitzendkrachten wel.’

Hij remde scherp voor een stoplicht. ‘Je weet heel goed dat ik je niet gebruikt heb.’

Gekwetst schudde ze haar hoofd. ‘Dat weet ik helemaal niet.’ Ze wilde weg. Weg uit deze auto en weg van hem. Het was zo vernederend: ze was hem om hulp komen vragen. Met haar woede als excuus had ze gehoopt dat hij zich enigszins verantwoordelijk zou voelen. En heel diep vanbinnen had ze zelfs gehoopt dat hij haar misschien wel leuk vond. Idioot!

Het voorval was zo onbetekenend voor hem geweest dat hij niet eens moeite had gedaan om haar naam te weten te komen. Zijn efficiënte personeelsmanager had hem die zo kunnen vertellen. Maar hij had het niet gevraagd.

Zij was totaal van de wereld geweest van zijn kus, maar hij voelde er niets bij, behalve een lichte irritatie door dat filmpje. Of misschien amuseerde hem dat zelfs wel.

Het filmpje had natuurlijk ook geen gevolgen voor hem gehad. Het zou zijn reputatie als playboy misschien zelfs wel ten goede komen. Voor haar waren de gevolgen echter vreselijk. Ze verwoestten haar plannen, haar toekomst en haar reputatie. ‘Weet u, Mr. Carlisle? Het maakt me niets uit hoe goed die baan is. Ik hoef hem niet.’

‘Luister –’

‘Ik meen het. U kunt me op de hoek afzetten.’

Ze hoorde de sloten van de auto klikken en keek hem woedend aan.

‘Ik breng je naar je hostel.’ Hij keek kwaad, wat belachelijk was, aangezien híj beledigend was geweest, niet zij.

Ze zag dat ze al bijna bij haar hostel waren. Blijkbaar was hij al van plan geweest haar daar af te zetten. Het verhaal over een ontspannen gesprek en een nieuwe baan was dus totale onzin geweest.

Hij had de auto nauwelijks stilgezet, of ze was al uitgestapt. Gespannen zag ze dat hij eveneens haastig uitstapte. ‘Je hoeft me niet naar binnen te begeleiden.’

‘Het minste wat ik kan doen, is je veilig thuisbrengen.’ Hij wierp een blik op het uithangbord van het hostel, en zijn frons maakte duidelijk wat hij van haar onderkomen vond, en waarschijnlijk ook van haar.

Voor hem uit liep Dani de trap op. Misschien zou hij de hint begrijpen en weggaan. Maar hij liep vlak achter haar aan naar binnen.

‘Pardon,’ riep de receptioniste. ‘Bent u Danielle Russo?’

Dani liep naar de balie, met Alex op haar hielen. Nu wist hij dus eindelijk hoe ze heette. Vragend keek ze de vrouw achter de balie aan.

‘U moet uw logeerkosten voor deze week nog betalen. Het is niets persoonlijks, maar we hebben wat problemen gehad met gasten die zonder te betalen vertrokken zijn.’ De receptioniste gluurde even naar haar papieren. ‘En we hebben blijkbaar geen creditcardgegevens van u.’

Dat klopte, en daar was een reden voor. Dani wist alles van creditcardfraude. ‘Ik heb contant betaald,’ mompelde ze.

‘Prima. Zullen we het nu dan maar meteen regelen?’

Dani slikte. ‘Ik heb vorige week al betaald.’

‘Dat klopt.’ De receptioniste keek verontschuldigend. ‘Maar nu moet u voor deze week betalen.’

Als een standbeeld stond Alex naast haar, en hij hoorde elk woord van dit gênante gesprek. Kon de dag nog erger worden? Moest hij ook nog getuige zijn van deze laatste vernedering? ‘Hm,’ mompelde Dani. ‘Ik wacht tot ik uitbetaald word, dan kan ik u het geld geven.’

‘O.’ De receptioniste fronste even, maar toen glimlachte ze. ‘En als u nu tot vandaag betaalt? Dan komt de rest morgen wel.’

‘Prima.’ Dani knikte. ‘Dank u.’ Morgen zou ze evenmin geld hebben. Alles wat ze had, zat in haar tas. Haar gezicht gloeide, en het zweet liep langs haar ruggengraat, toen ze haar laatste geld aan de receptioniste overhandigde.

Wat een nachtmerrie!

Ze draaide zich om en zag dat Alex haar onderzoekend opnam. Had hij gezien hoe weinig geld ze had? Haar woede vlamde weer op. Wat zou hij doen? Zou hij zijn goedgevulde portemonnee voor de dag halen en haar een paar briefjes toestoppen? Het meest vernederende was nog wel dat ze dat niet eens zou kunnen weigeren, hoe graag ze dat ook zou willen.

Het was verschrikkelijk om zo klem te zitten. Ze had hulp nodig, maar ze wilde niets van hem aannemen. Ze wilde dat hij vertrok. Nu. Bittere tranen prikten achter haar ogen, en ze probeerde ze uit alle macht terug te dringen. Emoties maakten je alleen maar kwetsbaar.

‘Bedankt dat je me hebt thuisgebracht,’ zei ze kortaf. ‘Het spijt me dat ik je bij je werk gestoord heb. Laten we het allemaal maar vergeten, goed?’

 

Alex zag haar met opgeheven hoofd en kaarsrechte rug weglopen. Toch leek het meer op een vlucht. Even aarzelde hij, voordat hij haastig achter haar aan liep. Verdorie, hij kon haar toch niet zo achterlaten? Hij volgde haar de slaapzaal in en schrok: wat een puinhoop!

‘Wat doe je hier?’ Ze stond bij een van de stapelbedden. Haar handen trilden.

Toen hij haar aankeek, balde ze haar vuisten. Ze wilde niet dat hij zag hoe overstuur ze was, besefte hij. Hij wendde zijn blik af en keek om zich heen naar de vreselijke zaal. Zelf voelde hij zich ook akelig. Haar bagage lag op het onderste bed, en haastig wendde hij zijn ogen af van een beha die boven in haar rugzak lag.

Opnieuw keek hij haar aan. Nu keek ze naar hem alsof ze hem een pak slaag wilde geven.

Dit was niet best. Helemaal niet best. Ze woonde in een slechte buurt, in een slaapzaal vol vreemden in een van vlooien vergeven hostel. En ze stond op het punt om eruit gegooid te worden. Hij voelde zich vreselijk. Hij voelde zich verantwoordelijk. En dat was wel het laatste wat hij kon gebruiken, met al die andere dingen aan zijn hoofd. Hij moest iets doen om dit op te lossen. ‘Danielle?’

Ze kneep haar ogen tot spleetjes.

‘Ik hoorde de receptioniste.’ Hij haalde zijn schouders op. Ze had een mooie naam. Had hij die maar eerder geweten. ‘Pak je spullen.’

‘Wat zeg je?’

‘Je kunt hier niet blijven.’ Dat zou hij niet laten gebeuren.

‘Dat kan ik wel. Luister, het was verkeerd van me om je lastig te vallen. Ik heb die dag een fout gemaakt, en ik kan de gevolgen heus wel dragen.’

‘Nou, ik niet.’ Hij zette een stap in haar richting. ‘Pak je spullen, dan zoeken we een andere plek voor je.’

‘Waar dan?’

Nu stond hij met zijn mond vol tanden. Ja, waar? Moest hij haar in een hotel onderbrengen? Voor hoelang? Denk na, verdorie!

Maar hij kon niet nadenken, afgeleid als hij was door die witte kanten beha. Hij kon alleen maar denken aan hoe die haar zou staan. ‘Ergens anders.’

‘Dat kan ik niet betalen.’

Tja, dit hostel kon ze al evenmin betalen. Hij kon haar natuurlijk geld geven. Veel geld. Zou dat niet alles oplossen? Waarom had hij er op zijn kantoor niet aan gedacht een cheque uit te schrijven?

Omdat hij niet aan de top was gekomen door nonchalant te zijn. Met half werk nam hij nooit genoegen, dus hij wilde zeker weten dat ze er echt weer bovenop zou komen.

Hij wist dat zijn bedrijf meer dan honderd sollicitatiebrieven had ontvangen voor de enige vacature voor een vaste baan die ze hadden. Het feit dat zij als uitzendkracht was aangenomen, betekende dat haar kwaliteiten en referenties fantastisch waren. En door zijn toedoen was ze die baan nu kwijt. Hij was haar dus iets verschuldigd.

Maar de ware reden om zichzelf ervan te verzekeren dat het goed met haar ging, was haar kwetsbare uitdrukking in de lift geweest. Op dat moment had hij de angst in haar ogen gezien. En aan de balie in het hostel was deze hem opnieuw opgevallen. Ze was eenzaam en alleen.

Zijn beschermende instinct dirigeerde zijn gedachten een bepaalde richting op. ‘Heb je hier kennissen?’

Die vraag hoefde ze niet eens te beantwoorden.

‘Is er niemand die je kent?’

Ze hief haar kin op. ‘Ik ben pas twee weken geleden aangekomen, en ik ben direct aan het werk gegaan. Ik had helaas geen tijd om nieuwe vrienden te maken,’ klonk het enigszins sarcastisch.

Waarom was ze überhaupt in Nieuw-Zeeland? Dat zou hij later nog wel uitvogelen. Nu was het belangrijker om haar ergens onder te brengen waar het veilig was. ‘Kom, we gaan.’

‘Ik ga niet met je mee. Het is hier prima.’ Ze bleef staan waar ze stond, en het leek erop alsof hij haar slechts mee zou kunnen krijgen door haar op te pakken en de kamer uit te dragen.

En daar had hij veel zin in. Hij negeerde echter de behoefte van zijn lichaam en probeerde haar met een glimlach over te halen. ‘Je hebt eigenlijk geen keus, Danielle. Je krijgt morgen niet uitbetaald, en je hebt geen geld meer. Daarbij gaat het overduidelijk niet goed met je, want anders was je vandaag nooit naar me toe gekomen.’

Haar ogen waren nu wijd opengesperd, en ze knipperde een paar keer. Nog een tikje zachtaardiger vervolgde hij: ‘Pak je spullen maar. Ik breng je wel naar een hotel.’

Even leek het of ze zou weigeren, maar toen slikte ze, en begon ze haar spullen van het bed te pakken. Hij maakte aanstalten haar te helpen, maar stopte bij het zien van haar blik.

Met moeite onderdrukte hij een grijns. Ze moest zijn hulp aanvaarden, en dat vond ze vreselijk. Het zou nog erger worden als hij liet zien hoe geamuseerd hij was, dus wendde hij zijn blik af en controleerde de kast naast het bed. Net toen hij zich wilde omdraaien, zag hij iets onder het bed liggen. Hij bukte. Het was een dieprode geurkaars, helemaal nieuw. Hij pakte hem op en snoof de heerlijke geur op.

‘Is deze van jou?’ Hij hield de kaars omhoog.

Met haar rugzak inmiddels omgegespt, draaide ze zich naar hem toe. Haar wangen kleurden.

‘Ja,’ antwoordde ze kort, voordat ze de kaars van hem aanpakte.

Onder haar verdedigende houding zat dus een vrouwelijke kant verstopt; ze hield van mooie kaarsen die lekker roken. De geur waar ook zijn lakens naar roken…

Nee, Alex!

Zijn onverantwoordelijke houding had haar al genoeg ellende bezorgd. Ze was weliswaar heel aantrekkelijk, maar hij zou zich niet meer met haar inlaten. Hij zou zorgen dat alles weer goed met haar ging en zich dan uit de voeten maken. Hij had al genoeg aan zijn hoofd zonder dat zijn geest door begeerte werd vertroebeld. Dus hoe eerder hij haar kon onderbrengen, hoe beter.

Hij keek op zijn horloge en zag verbaasd dat het al laat in de middag was. Lorenzo zou vast al op hem zitten wachten. Hij kon haar het beste mee naar zijn huis nemen, om later te beslissen wat hij zou moeten doen.

 

Dani zag de enorme ijzeren poort openschuiven, waarna Alex de auto de garage in reed. Pas toen hij zijn gordel had losgemaakt en de motor had afgezet, keek hij haar aan. ‘Eindelijk veilig.’

Ja, vast. Veilig? Ze hoorde de zware garagedeur dichtgaan. Hier zat ze dan, in Fort Knox met een man die ze nauwelijks kende, maar die haar niettemin bijna had aangerand in een lift. Met haar toestemming, welteverstaan. Nou, dat was inderdaad heel veilig…

Hij had die brede glimlach weer op zijn gezicht. ‘Kom, Danielle. We gaan het een en ander regelen.’

‘Dit is geen hotel.’

‘Nee.’

‘Dit is jouw huis.’

‘Ja.’

‘Ik vind dit geen goed idee.’

‘Ontspan je.’ Hij ging haar voor op de korte trap. ‘Ik wil dit net zo graag oplossen als jij. Hier kunnen we het in alle rust en privacy regelen.’

‘Heb je echt een baan voor me?’

‘Danielle –’

‘Dani,’ snauwde ze. Ze kon haar volledige naam niet langer aanhoren. In geen jaren was ze Danielle genoemd. Ze was Dani. Het was haar neutrale naam, die haar geslachtsloos had gemaakt en oninteressant voor haar moeders vriendjes. Totdat de puberteit had toegeslagen, en haar lichaam haar had verraden. Toen had ze een andere aanpak moeten kiezen.

‘Dani,’ herhaalde hij. De glimlach verdween van zijn gezicht.

Ze betreurde het dat ze hem had verbeterd. Als hij haar naam uitsprak met die ronde Nieuw-Zeelandse klanken, klonk hij zoveel mooier en zachter. Haar hele lichaam begon ervan te tintelen.

‘Alles in orde?’ De woorden werden droogjes uitgesproken door een vreemde stem.

Dani rekte haar hals. Boven aan de trap stond een lange gestalte. Privacy kon ze dus wel vergeten.

‘Zo meteen wel,’ antwoordde Alex. Hij was inmiddels de trap opgelopen.

‘Dat hopen we dan maar.’ Dani volgde hem een kamer in, vastbesloten zich niet van de wijs te laten brengen. ‘Wie ben jij?’

‘Lorenzo,’ antwoordde de man, al net zo bot als zij.

‘Woon je hier?’ Haar stem klonk onbedoeld enigszins uitdagend. Het was de manier waarop ze haar angsten altijd had proberen te verbergen.

De mannen wisselden een snelle blik. Toen liep Lorenzo naar de trap. ‘We praten later nog wel,’ zei hij.

‘Nee, ik wil je voorstellen aan Dani,’ zei Alex, met een gemak dat Lorenzo verbaasd deed opkijken. ‘Ze valt in voor Cara, als zij met zwangerschapsverlof gaat.’

Lorenzo’s mond viel open en klapte toen weer dicht.

‘Een volledige baan, natuurlijk, en ze begint vandaag.’

Dani keek van de een naar de ander. Ze zag de verbaasde blik van Lorenzo, maar hij zei nog altijd niets.

‘Laat Cara haar maar vertellen wat ze moet doen.’ Het was geen vraag van Alex; het was een opdracht.

‘Ja, natuurlijk. Geen probleem.’ Lorenzo glimlachte. ‘En aangezien Dani blijkbaar hier blijft, kun jij haar morgen naar het pakhuis brengen.’

Ditmaal was het Alex die zijn ogen opensperde.

‘Ik spreek je later, Alex,’ zei Lorenzo.

‘Ja.’ Het was een wonder dat Alex nog geluid kon voortbrengen; zijn gezicht was strak als een masker.

Lorenzo keek naar Dani en vervolgens weer naar Alex. Zijn glimlach was veranderd in een brede grijns. ‘Leuk je te ontmoeten, Dani. Ik zie je morgen.’