EEN.

Vergezeld door een zacht maar krachtig gegons steeg een reusachtige zilveren torpedo langzaam op en bleef zevenhonderd meter boven de witte, kubusachtige wirwar van het centrum van Londen hangen. Het voertuig was meer dan driehonderd meter lang en verbreedde zich bij de staart tot een smalle deltavleugel, waarop twee sterk afgeschuinde vinnen stonden. Een tijd lang bleef het schip zweven, alsof het genoot van het gevoel van zijn pas gevonden vrijheid, terwijl de neus vloeiend ronddraaide en het noorden opzocht. Ten slotte begon het, terwijl het geluid sterker werd, voorwaarts en omhoog te glijden, eerst onmerkbaar maar met gestaag toenemende snelheid. Op een hoogte van drie kilometer barstten de motoren op volle kracht los en slingerden het stratosfeervliegtuig gretig naar de rand van de ruimte.

In rij eenendertig op het C-dek zat dr. Victor Hunt, hoofd van Theoretische Studies bij de Metadyne Nucleonische Instrumentenmaatschappij in Reading, Berkshire - wat weer een branche was van de gigantische Intercontinentale Informatie- en Beheersmaatschappij, die zijn hoofdkwartier had in Portland, Oregon, USA. Afwezig keek hij naar het vervagende uitzicht op Hendon dat over het muurscherm kroop en probeerde weer een soort uitleg te verzinnen voor de gebeurtenissen van de laatste paar dagen.

Zijn experimenten met de materie-antimaterie deeltjesvernietiging hadden goede vorderingen gemaakt. Forsyth Scott had de verslagen van Hunt met duidelijke interesse gevolgd en wist daardoor dat de proeven vooruitgang boekten. Dat maakte het alleen maar vreemder dat hij Hunt op een ochtend naar zijn kantoor had geroepen en hem had gevraagd om alles in de steek te laten en zo vlug mogelijk naar ISBM in Portland te reizen. Uit de toon en de manier van doen van de directeur bleek duidelijk dat het verzoek voornamelijk uit beleefdheid als dusdanig gesteld was: in werkelijkheid was dit een van de weinige gelegenheden dat Hunt niets in te brengen had.

Als antwoord op Hunts vragen had Forsyth-Scott heel eerlijk gezegd dat hij niet wist waarom de onmiddellijke aanwezigheid van Hunt bij 11BM zo dringend gewenst was. De avond daarvoor had hij een videogesprek gehad met Felix Borlan, de voorzitter van Esm, die gezegd had dat om een reden van prioriteit het enig operationele prototype van de scoop klaargemaakt moest worden voor onmiddellijke verscheping naar de Verenigde Staten, plus dat er een installatieteam mee moest gaan. Ook had hij erop gestaan dat Hunt persoonlijk voor een onbepaalde tijd meekwam om de leiding op zich te nemen van het een of andere project waarbij de scoop betrokken was en dat niet kon wachten. Ten behoeve van Hunt had Forsyth-Scott het gesprek met Borlan nog eens afgedraaid op zijn bureauscherm zodat hij zelf kon verifieren dat Forsyth-Scott op zijn beurt handelde volgens een maar magertjes verholen bevel. Het was nog vreemder geweest dat Borlan zelf niet in staat had geleken om precies te zeggen waar het instrument en de uitvinder ervan voor nodig waren.

De trimagniscoop, ontwikkeld in een twee jaar durend onderzoek van Hunt naar bepaalde aspecten van de neutrinofysica, beloofde misschien wel de meest succesvolle onderneming te zijn waaraan de maatschappij ooit was begonnen. Hunt had vastgesteld dat een neutrinostraal die door een vast voorwerp ging, bepaalde wisselwerkingen onderging als hij dicht in de buurt kwam van atoomkernen, wat meetbare veranderingen produceerde in het verzonden vermogen van de straal. Door rasterbeelden te maken van een voorwerp met een drietal gesynchroniseerde, elkaar snijdende stralen, had hij een methode ontworpen om genoeg informatie te verkrijgen om een driedimensionaal kleurenhologram op te wekken, visueel niet te onderscheiden van het oorspronkelijke vaste voorwerp. Bovendien, omdat de stralen door het hele voorwerp heendrongen, was het bijna net zo gemakkelijk om beelden van het inwendige op te roe pen als van het uitwendige. Deze vermogens, gecombineerd met dat van sterke vergroting dat ook inherent was aan deze methode, boden mogelijkheden die zelfs niet in de verte benaderd werden door welk ander instrument ook. Van kwantitatief celmetabolisme en bionica, neurochirurgie, metallurgie, kristallografie en moleculaire elektronica, tot technische inspecties en kwaliteitscontrole: de toepassingen waren onbeperkt. Aanvragen om informatie stroomden binnen en de aandelen schoten omhoog. Het verplaatsen van het prototype en de uitvinder naar de VS - waardoor zorgvuldig uitgewerkte productie- en verkoopschema's volkomen in de war liepen - grensde aan een catastrofe. Borlan wist dat net zo goed als iedereen. Hoe meer Hunt over die dingen nadacht, hoe minder aannemelijk de verschillende mogelijke verklaringen leken die eerst bij hem waren opgekomen, en hij raakte er steeds meer van overtuigd dat, wat het antwoord ook mocht zijn, het veel meer dan Felix Borlan en 11BM zou raken.

Zijn gedachtegang werd onderbroken door een stem die ongeveer uit de richting van het plafond vandaan kwam.

`Goedemiddag, dames en heren. Hier spreekt gezagvoerder Mason. Ik heet u allen welkom aan boord van deze Boeing 1017 uit naam van British Airways. We bevinden ons in een vlakke baan op onze kruishoogte van 83.200 meter, snelheid 3.160 knopen. Onze koers is vijfendertig graden west en de kust ligt nu onder ons, met Liverpool acht kilometer naar stuurboord. De passagiers mogen hun zitplaatsen verlaten. De bars zijn geopend en drankjes en snacks zijn verkrijgbaar. We arriveren in San Francisco om tien uur achtendertig, plaatselijke tijd; dat is een uur en vijftig minuten na nu. Wilt u eraan denken om weer naar uw plaatsen terug te keren als we aan onze afdaling beginnen, over een uur en vijfendertig minuten? Tien minuten voor we beginnen te dalen krijgt u bericht, en vijf minuten daarna nog eens. Ik wens u een plezierige reis toe. Dank u.'

De gezagvoerder verbrak de verbinding met een klik, die overstemd werd toen de vaste reizigers zich zoals gewoonlijk verdrongen om bij de visifoonhokjes te komen.

In de stoel naast Hunt zat Rob Gray, Metadynes hoofd van Experimentele Werktuigbouwkunde, met een open aktetas op zijn knieen. Hij bestudeerde de informatie die vertoond werd op het scherm dat in het deksel was ingebouwd.

`Een kwartier nadat we aankomen vertrekt er een lijnvlucht naar Portland,' kondigde hij aan. `Dat is wel een beetje krap. De volgende gaat pas vier uur daarna. Wat vind jij ervan?' Hij onderstreepte de vraag met een zijdelingse blik en opgetrokken wenkbrauwen.

Hunt trok een gezicht. `Ik ga geen vier uur lang in Frisco rondklooien. Reserveer maar een kist van Avis - dan vliegen we er zelf heen.'

`Dat dacht ik ook al.'

Gray tikte op het minitoetsenbord onder het scherm en er verscheen een register. Hij raadpleegde het vluchtig en drukte toen een andere toets in zodat er een adresboek in beeld kwam. Hij koos een nummer uit een van de kolommen en zei het geluidloos na terwijl hij het overtikte. Een kopie van het nummer verscheen bij de onderkant van het scherm, samen met een verzoek om bevestiging. Hij drukte op de JA-knop. Het scherm werd een paar seconden lang grijs en barstte toen uit in een werveling van kleuren, die zich vrijwei onmiddellijk stabiliseerden tot het gezicht van een meisje met platinablond haar en het soort stralende glimlach die je normaliter alleen in tandpastareclames tegenkwam.

`Goedemorgen. Avis San Francisco, stadsvliegveld. U spreekt met Sue Parker. Kan ik u van dienst zijn?'

Gray sprak tegen het rooster dat naast het piepkleine cameralensje net boven het scherm zat.

`Hallo, Sue. Met Gray - R.J. Gray, per vliegtuig op weg naar San Francisco waar we over ongeveer twee uur zullen arriveren. Zou ik een luchtwagen kunnen reserveren?'

`Natuurlijk. Afstand?'

`O - ongeveer achthonderd...' Hij wierp een blik op Hunt.

`Twaalfhonderd lijkt me beter,' adviseerde Hunt.

`Maak daar maar minimaal twaalfhonderd kilometer van.'

`Dat is geen probleem, meneer Gray. We hebben Skyrovers, Mercury Threes, Honeybees en Yellow Birds. Heeft u een voorkeur?'

`Nee - alles is goed.'

`Dan zal ik er maar een Mercury van maken. Heeft u enig idee voor hoe lang?'

`Nee - eh - onbepaalde tijd.'

`Goed. Volledige computernavigatie en vluchtleiding?

Automatische verticale start en landing?'

`Liefst wel en, eh, ja.'

`Heeft u een volledig handbesturings brevet?' De blondine drukte onzichtbare toetsen in terwijl ze sprak.

`Ja.'

`Zou ik uw persoonlijke gegevens en uw bankgegevens mogen hebben?'

Gray had de kaart al uit zijn portefeuille gehaald. Hij stak hem in een gleuf naast het scherm en drukte een toets in.

Het meisje raadpleegde andere onzichtbare orakels.

`Goed,' verklaarde ze. `Zijn er nog meer piloten?'

`Nog een. Dr. V. Hunt.'

`Zijn persoonlijke gegevens?'

Gray pakte de kaart die Hunt al uitstak. Het ritueel werd herhaald. Toen maakte het gezicht plaats voor een scherm vol kolommen tekst waarvan de opengelaten ruimten al ingevuld waren.

`Zou u dit willen verifieren en bekrachtigen?' zei de lichaamloze stem uit het rooster. `De kosten staan rechts.'

Gray wierp snel een blik op het scherm en tikte een gememoriseerde rij cijfers die niet op het scherm werd herhaald. Het woord POSITIEF verscheen in het kadertje waar `bekrachtiging' stond. Toen verscheen het meisje weer, nog steeds glimlachend.

`Wanneer wilt u hem ophalen, meneer Gray?' vroeg ze.

Gray keerde zich naar Hunt.

`Wil je eerst nog lunchen op het vliegveld?'

Hunt trok een gezicht. `Niet na dat feestje van gisteravond.

Ik zou niks naar binnen kunnen krijgen.' Op zijn gelaat verscheen een uitdrukking van hevige afkeer toen hij de binnenkant van het paarderectum dat hij eens een mond genoemd had bevochtigde. `Laten we vanavond maar ergens eten.'

`Zo rond half twaalf,' adviseerde Gray.

`Dan staat hij klaar.'

`Bedankt, Sue.'

`U ook bedankt. Tot ziens.'

`Tot ziens.'

Gray knipte een schakelaar om, haalde de stekker van de aktetas uit het stopcontact dat in de leuning van zijn stoel zat ingebouwd en rolde het snoer op in de ruimte in het deksel. Hij deed de aktetas dicht en stopte hem achter zijn voeten.

`Klaar,' kondigde hij aan.

De scoop was de nieuwste van een lange rij technologische triomfen van het productenaanbod van Metadyne dat uitgevonden en tot een hoog peil ontwikkeld was door het partnerschap van Hunt en Gray. Hunt was de man met de ideeen, die zo'n beetje een freelance bestaan leidde binnen de organisatie en elke studierichting of reeks experimenten mocht volgen die hem ingegeven werd door zijn persoonlijke invallen of door de vorderingen van zijn research. Zijn titel was een beetje misleidend; in feite was hij Theoretische Studies. Het was een positie die hij heel opzettelijk op een onbepaalde plek van de bestuurshierarchie van Metadyne had weten te plaatsen. Hij erkende geen superieuren, behalve de directeur, sir Francis Forsyth-Scott, en hij had geen ondergeschikten. Op de organisatietabellen van de maatschappij stond het vakje getiteld `Theoretische Studies' apart en los in de buurt van de omgekeerde boomkruin R & D, alsof het pas later bij iemand was opgekomen om het toe te voegen. In het vakje stond de ene naam dr. Victor Hunt.

Daar hield hij van - een symbiotische verhouding waarin Metadyne hem voorzag van de instrumenten, faciliteiten, diensten en fondsen die hij nodig had voor zijn werk terwijl hij Metadyne ten eerste voorzag van het prestige dat ze een wereldbefaamde autoriteit op het gebied van de nucleaire infrastructuur op de loonlijst hadden en ten tweede - maar zeker niet het minst belangrijk - van een gestage stroom van ideeen.

Gray was de technicus. Hij was de zeef waar de ideeenstroom op viel. Hij was een genie in het eruit pikken van de juwelen van nog niet uitgewerkte ideeen die een toepassingspotentieel hadden en in het omvormen daarvan tot geteste, verkoopbare producten en productverbeteraars. Net zoals Hunt had hij het mijnenveld van de leeftijd der redeloosheid overleefd en was hij nu veilig een vrijgezel van middenin de dertig. Hij deelde met Hunt een hartstocht voor werk, een gezonde voorliefde voor de meeste hoofdzonden bij wijze van compensatie en zijn adressenboekje. Alles bij elkaar genomen waren ze een goed team.

Gray beet op zijn onderlip en wreef over zijn linker oorlel.

Hij beet altijd op zijn onderlip en wreef over zijn linker oorlel als hij op het punt stond om het over hun vak te hebben.

`Ben jij er al achter?' vroeg hij.

`Over dat gedoe van Borlan?'

'ja.

Hunt schudde zijn hoofd voor hij een sigaret opstak. `Geen flauw idee.'

`Ik zat te denken... Stel je voor dat Felix de een of andere geweldige koper heeft gevonden voor de scoop - misschien een van z'n grote Amerikaanse klanten. Misschien is hij de een of andere superdemonstratie van plan of zoiets.'

Hunt schudde zijn hoofd weer. `Nee. Voor zoiets zou Felix niet zo'n klotezooi van de schema's van Metadyne maken. Bovendien slaat het toch nergens op - het meest voor de hand liggende zou dan zijn om die mensen naar de plek te vliegen waar de scoop staat en niet andersom.'

`Hmmm... Ik neem aan dat hetzelfde geldt voor de andere gedachte die bij me was opgekomen - een soortement spoedcursus voor de mensen van 'IBM.'

'ja - dat komt op hetzelfde neer.'

`Hmmm...' Toen Gray weer sprak hadden ze al weer tien kilometer afgelegd. `Wat dacht je van een overname?

De hele zaak met de scoop is belangrijk - Felix wil dat het in de States afgehandeld wordt.'

Hunt dacht na over die mogelijkheid. `Het wil er bij mij niet in. Hij heeft teveel respect voor Francis om zoiets uit te halen. Hij weet dat Francis het best aankan. Bovendien pakt hij de zaken zo niet aan - te stiekem.' Hunt zweeg even en blies een rookwolk uit. `Hoe het ook zij, volgens mij schuilt er meer achter dan dat je op het eerste gezicht zou denken. Van wat ik gezien heb, leek het me dat zelfs Felix niet al te zeker wist waar het allemaal om draaide.'

`Hmmmm...' Gray dacht nog een tijdje langer na voor hij verdere uitstapjes op het gebied van de deductieve logica liet varen. Hij keek naar de aanzwellende vloed van mensen die in de richting van de bar op het C-dek stroomde. `Mijn maag is ook nogal van streek,' gaf hij toe. `Net of ik een krat Guinness heb leeggedronken na een hete kerrieschotel.

Vooruit - laten we een kop koffie gaan halen.'

Vijftienhonderd kilometer hoger, in het met sterren besprenkelde zwarte fluweel, volgde de verbindingssatelliet Sirius Veertien met koude en alwetende elektronische ogen de route van het stratosfeervliegtuig dat over de gevlekte bol onder hem schoot. Tussen de ononderbroken stroom binaire gegevens die door de antennes vloeide, identificeerde het een oproep van de Gamma Negen boordcomputer van de Boeing die details van het laatste weerbericht voor Noord Californie verzocht. Sirius Veertien seinde het bericht door naar Sirius Twaalf die hoog boven de Canadese Rockies hing en Twaalf zond het op zijn beurt door naar het volgstation in Edmonton. Vandaar werd het bericht per optische kabel verstuurd naar Vancouver Control en vandaar door microgolfrepetitors naar het Meteorologisch Instituut in Seattle. Een paar duizendste van een seconde later stroomden de antwoorden in omgekeerde richting langs de keten.

Gamma Negen verwerkte de informatie, bracht een paar kleine veranderingen aan in de koers en het vluchtschema en seinde een registratie van de dialoog naar Ground Control in Preswick.