Zeven
Keivin rost met een handdoek over zijn vochtige haren en grijnst van oor tot oor naar me. De geur van de douche hangt om hem heen. “Wat zullen we gaan doen?” Hij stapt in zijn broek en hipt op een voet rond, omdat hij blijft steken in de zoom.
“Uit. Naar de film, ergens wat drinken?”
“Prima. Wat jij wilt,” zegt hij opgewekt en hinkelt naar mij toe, worstelend met zijn broek. Hij zoent me. “Je bent prachtig.”
“Je ziet er zelf ook niet gek uit,” lach ik terug. “Ben je onderhand klaar met aankleden?”
Kelvin wurmt zijn voeten in zijn schoenen. “Ja, ik ben klaar. Let’s go.”
Verder dan mijn voordeur komen we niet, omdat mam net uit de garage komt. Ze ziet er moe uit en tussen haar wenkbrauwen zie ik een diepe rimpel; het teken dat ze ergens mee zit. Het is wel een prima moment om Kelvin aan haar voor te stellen. Als ze zo met iets bezig is, heeft ze misschien minder kritische noten te kraken voordat ze Kelvin accepteert. “Dat is mijn moeder,” zeg ik tegen Kelvin en trek hem aan zijn hand mee. “Kom, dan kun je kennismaken. Mam, dit is…”
Een wuivend gebaar, ergens tussen haar oor en haar schouder, vervangt het normale handenschudden en haar scherpe blik. Ze grijpt me bij mijn bovenarm en sleept me haast mee terug naar binnen. “…Kelvin,” maak ik mijn zin verward af. “Mam? Wat is er?”
“Jij hebt wat uit te leggen,” zegt ze, sleurt me zo ongeveer de keuken in en duwt me neer op een stoel. “Wie of wat is in vredesnaam La Ligne Rose? Ik heb alles nagezocht en niets kunnen vinden! De telefoon heeft vandaag niet stilgestaan! Allemaal klanten die hebben geïnformeerd en zelfs al voorlopige bestellingen voor het Ralph Laurengilet van La Ligne Rose hebben geplaatst! Wat heb jij geregeld?”
Als met stomheid geslagen kan ik mam alleen maar aanstaren. Wat zegt ze nou? Bestellingen voor La Ligne Rose? Maar dat merk bestaat helemaal niet. Hebben die mensen geen verstand? Ze kopen iets alleen maar vanwege de naam en hebben nog nooit zelfs maar iets gezien van…
“Eva?” De dwingende toon in haar stem trekt me terug naar de keuken. Mam is erg geagiteerd omdat ze totaal niet begrijpt waar dat La Ligne Rose opeens vandaan is gekomen. Ik kijk naar Kelvin, die verdacht hard zijn best doet om niet te lachen. Mam ziet het niet, ze kijkt alleen maar ongeduldig naar mij. “Wel?”
Wat nu? Ik kan wel weer een heel verhaal ophangen, maar het is nog maar kort geleden dat ik me voornam om niet meer zo losjes met de waarheid om te gaan en dus fluister ik: “Het bestaat niet.”
“Wat zeg je?”
“Het bestaat niet. Dat La Ligne Rose. Die vrouw met die rode haren, die Louise Koriander…”
“Kariander,” onderbreekt ze me.
“Kariander. Die was zo uit de hoogte en deed zo lelijk tegen me, dat ik in een opwelling heb gezegd dat ik een hele exclusieve ontwerpster aan de lijn had.”
Mams mond zakt open. Die van Kelvin ook, maar dat komt omdat hij de humor er wel van inziet en zijn gezicht niet meer in de plooi kan houden. “Eva, dat kun je niet menen! Je weet toch dat de klant koning is?”
“Ja, en ik ben de keizer,” zeg ik iets snibbiger dan ik bedoel. “Mam, ik was het zat! Die arrogantie…het was gewoon verschrikkelijk. Ze verdiende een koekje van eigen deeg.”
Nog wil mam het niet geloven. “Vanmiddag kwam Hilda Lindhorst en die vroeg er ook al naar. Heb je haar dan óók voorgelogen?”
Nee! Ik schud heftig mijn hoofd. “Nee, juist niet. Ze vond het een geweldige grap en ging er helemaal in mee. Zij was degene die het zogenaamd toevallig net ter sprake bracht toen die Kariander voorbijliep!”
Mam zucht heel diep. Ze is nu wel behoorlijk over de rooie, dat kan ik wel zien, en ik voel me geroepen om me te verdedigen. “Mam, het is haar eigen schuld. Als ze maar mee kan doen met de nieuwste designers, ook al heeft ze geen flauw idee wie erachter zit en of ze het überhaupt mooi vindt—als ze maar een merk aan haar kont heeft hangen is het goed.”
“Het is niet aan jou om daarover te oordelen,” wijst mam mij terecht. “Als ze dat wil, is dat haar zaak.”
“Het was alleen maar een grap en ze trapte erin.”
“Dat zal best,” zegt mam scherp, “maar ik heb zestien inschrijvingen voor ontwerpen van La Ligne Rose.”
Zestien? Ik weet niet wat ik hoor en ik val bijna van de stoel. “Dat is toch niet echt waar, hè?”
“Nou en of dat waar is. Dus, jongedame, ga jij maar eens nadenken hoe je dat gaat verkopen aan mijn trouwste klanten.”
“Mam, zeg gewoon dat het niet doorgaat! Dat die ontwerpster een exclusief contract heeft afgesloten met een groot modehuis of zo! Of dat ze…dat ze…dat ze gaat verhuizen naar Ecuador om daar arme kinderen te helpen! Of dat ze…”
“Dat ze de mazelen heeft,” vult Kelvin gedienstig aan.
“Ja, precies! Dat ze de…” Abrupt houd ik op als ik besef wat ik nazeg. Mam kijkt verstoord op. Welke idioot heeft het over mazelen? Kelvin werpt haar een heel onschuldige glimlach toe.
“O ja. Kevin?” zegt mam die zich nu pas lijkt te realiseren dat we niet met z’n tweeën in de keuken zijn.
“Kelvin. Met een T.” Hij geeft mam een stevige hand. “Hardenberg.”
Zoals te verwachten was neemt ze hem in een oogwenk van top tot teen op en ik ben me pijnlijk bewust van haar nauwelijks verholen afkeuring over zijn kledingkeuze. Baggy is echt niets voor haar en ik durf er wat om te verwedden dat ze zich afvraagt met wie ik nu thuisgekomen ben. En vervolgens waar zij zo’n jongen aan verdient. Maar ik ben niet van plan om me daardoor te laten ontmoedigen.
La Ligne Rose zit haar blijkbaar erg dwars, want ze houdt voor zich wat ze normaal zou zeggen, glimlacht een beetje verstoord terug naar Kelvin en wendt zich dan weer tot mij.
“Nee. Ik ga geen uitvluchten verzinnen voor iets wat jij over mij afgeroepen hebt. Dit is jouw probleem, jij lost het maar op. Jij hebt zo’n idioot plan bedacht, dan moet je ook de consequenties onder ogen zien. Voor het einde van aankomende week heb je iets geregeld. En Eva…ik verwacht dat ik niet één klant uit het klantenbestand hoef te schrijven. Duidelijk?”
Ik wil haar onderbreken en zeggen dat het geen plan was, maar een uit de hand gelopen grap en dat ze het veel te serieus opneemt. Maar ze is heel gedecideerd. Haar gezichtsuitdrukking en haar toon laten geen enkele twijfel bestaan. Ze verwacht niet alleen een ongeschonden clientèle: ze eist dat.
“Ik ga naar boven. Ik ga in bad liggen met een goed boek,” zegt ze koeltjes. Kelvin knikt ze gedag, ik krijg een soort beschaafde luchtkus naast mijn wang en dan laat ze ons achter in de keuken. Het is een poosje stil. De keukenklok tikt harder dan normaal. Kelvin is volkomen ontspannen met een bil op de keukentafel gaan zitten. “Nou Eva, je houdt niet op met me te verbazen,” is het eerste wat hij zegt. Er gaan twee wenkbrauwen vragend omhoog.
“Ach Kelvin, dat was ik alweer helemaal vergeten!” zeg ik snel. “Het is precies zo gegaan als ik gezegd heb. Zo’n omhooggevallen trut die zichzelf geweldig vindt en vooral aan iedereen moet laten zien hoe goed ze wel is, en hoe dom ik ben. Ze kreeg haar verdiende loon!”
“Dat kan wel zijn, maar in feite zit jij met de gebakken peren, en niet zij. Hoe ga je dit aanpakken?”
“Kelvin, je bent het toch niet met mijn moeder eens, hè?”
Hij schudt zijn hoofd langzaam. “Jawel. Toch wel. Je kunt niet van haar verwachten dat zij zich onder die bestellingen uit praat. Dat moet jij doen.”
“O, nee. Daar begin ik niet aan. Ik stel wel een of andere chique brief op dat die ontwerpster niet meer wil of zo.”
“En je moeder klanten laten verliezen? Het klonk niet als een grapje toen ze zei dat ze verwachtte dat ze alle dames terug zou zien in haar winkeltje.”
Ik kom overeind en ijsbeer door de keuken. Ergens in huis hoor ik water lopen. Dat moet mam zijn die in bad gaat om zich te ontspannen; iets wat vast niet gaat lukken omdat ze zich nu loopt op te vreten over mijn stomme grap. Kelvin heeft gelijk. Mam heeft gelijk. Dat weet ik maar al te goed.
Kelvin draait zich wat, zodat hij met zijn hele zitvlak op de tafel zit en hij pakt mijn handen als ik hem voorbijloop, waardoor ik stop en met mijn bovenbenen tegen zijn knieën leun. “Weet je wat pas echt cool zou zijn?”
“De trein naar Tadzjikistan nemen en daar Kase aus Holland gaan verkopen?” opper ik.
“Zelf iets ontwerpen,” zegt hij. Zijn gezicht is een half metertje van me af. Hij heeft prachtige trekken, heel geprononceerd, maar toch niet te veel van het goede. En die kaaklijn. Ik ben dol op zulke rechte lijnen. Maar nu wordt mijn blik toch vooral naar zijn ogen getrokken, die glinsteren van een plan waarvan hij wel en ik de finesses nog niet weet.
O, die ogen moeten even wachten. Hij stelde iets voor. Reageren, Eva!
“Wat zeg je?”
“Zelf iets ontwerpen. Jij. Je hebt die schilderijen in de gang toch gemaakt en die zijn geweldig. Je zei straks dat je altijd graag tekende, je bent geïnteresseerd in kunst en misschien kun je best kleding bedenken en tekenen. Je bent vast creatiever dan je wilt bekennen. Als jij nou eens zelf een paar kledingstukken ontwerpt? Die klanten weten dat toch niet en je kunt die naam La Ligne Rose gewoon aanhouden. Dan ben jij het grote geheim erachter. Stel je voor dat die vrouw over wie je het net had met jouw ontwerp gaat lopen opscheppen. Zonder dat ze weet dat het van jou afkomstig is natuurlijk. Denk je niet dat dat de ultieme genoegdoening is?”
“Doe niet zo gek. Ik kan helemaal niet ontwerpen en naaien en zo, daar weet ik niks van af.”
“Nee, maar je hebt dagelijks kleren in je handen. Je weet wat kan en wat niet; je maakt mij niet wijs dat je er geen kijk op hebt. Laat je eigen inbreng nu eens zien in het stadium voordat je de mensen aankleedt! Eva, je hebt toch niets te verliezen! Doe het gewoon.”
“Je bent niet goed wijs,” zeg ik sarcastisch. “Heb je vanavond wel gegeten?”
Kelvin lacht. Ik zie aan hem dat hij zijn eigen idee volkomen acceptabel vindt. Zelf iets ontwerpen. Hoe komt hij erbij? Dat kan ik niet. Maar toch begint mijn bloed sneller te stromen. Ergens, heel in de verte, zie ik iets van wat hij ziet. Hij houdt vol.
“Eva, ik weet zeker dat je het kan. Je moet er gewoon aan beginnen.”
“Ik kan niet naaien.”
“O, dat kan ik wel regelen, maak je daar maar geen zorgen over. Ik ken iemand die dat wel kan. Jij moet ontwerpen maken van hoe je het wilt hebben, met jouw inbreng en jouw ideeën.”
“En de stof dan?”
“Die kun je toch kopen?”
“Maar als het nou mislukt?” breng ik ertegen in, nog niet echt overtuigd.
“Dan is er nog geen man overboord. Je kunt altijd nog een of andere smoes verzinnen, maar dit is de ultieme gelegenheid. Eva, denk er eens goed over na! De mogelijkheden zijn onbegrensd. Nu moet je toeslaan! Dit is je kans. Kijk eens verder. Je hebt me net zelf verteld dat je toekomst in het dansen tamelijk onzeker is, toch? Daarom moet je nu de kans grijpen. Zoiets lukt je nooit meer. Of wil je toch liever met bekertjes en slabbetjes en haakjes en zuigapparaten dag in dag uit naast een tandartsstoel staan?”
Dat duwt me over de drempel. Weg is het beeld van de vrije dagen waardoor ik me heb laten verleiden. Tandartsassistente? Hoe heb ik dat in vredesnaam bedacht? Dan komt die opgeblazen mevrouw Kariander weer in mijn gedachten op en het lachje van mevrouw Lindhorst. Hoe zou zij het vinden als ik opeens met iets echt exclusiefs op de proppen kwam? En mam? Voor haar zou het een complete verrassing zijn.
“Nou?” Kelvin ziet natuurlijk dat ik het grotere beeld begin te vatten. “Wat zegt mijn meisje ervan?”
Hij heeft gelijk, ik ben gek als ik deze kans niet grijp. Ik doe het. Ik ga zelf La Ligne Rose leven inblazen. Ik word…ontwerpster!
Ik neem de volgende dag vrij met goedkeuring van mam om ‘op zoek te gaan naar een ontwerper over wie Kelvin het een en ander heeft gehoord’. Op Kelvins aanraden houd ik voor me dat ik zelf een gooi doe naar het ontwerpvak. Uit de bibliotheek haal ik boeken over grote en minder bekende ontwerpers, boeken over modepresentaties, over stijl en styling, over modetekenen en -fotografie, neem jaargangen door van de meest stijlvolle magazines en koop papier en tekenmateriaal in een heel scala van kleuren, waarmee ik me opsluit op mijn etage. Het is een tijdje schetsen voordat ik een modelachtig modepoppetje kan maken, maar als ik het eenmaal te pakken heb teken ik een paar figuren die ik kopieer en gebruik als basis. Kelvin moet zaterdag werken in de groentezaak, dus ik zie hem pas ‘s-avonds en dan heb ik een hele stapel volgetekend papier op tafel liggen en een veel grotere berg proppen in de hoek van de kamer. De prullenmand kan de hoeveelheid afgekeurd materiaal al niet eens meer verwerken. We nemen het samen door.
“Het is niks,” zeg ik opeens somber. Heb ik hier de hele dag aan gewerkt? Erg indrukwekkend is het niet, het is nauwelijks exclusief te noemen. Kelvin kijkt een voor een de tekeningen door.
“Ik heb er geen verstand van,” zegt hij, “dus ik kan ook niet zeggen of het goed is of niet. Wees eens streng voor jezelf. Wat mankeert eraan? En dan wel een beetje onderbouwde kritiek waar je zelf wat aan hebt.”
“Het is allemaal nogal braaf,” zeg ik na een poosje. “Maar het moet toch geschikt zijn voor die nette dames die bij mam in de boetiek komen?” Ik pak een tijdschrift op en blader erdoor. “Zie je, dit bijvoorbeeld. Broodmagere modellen van twintig min. Lijken in de verste verte niet op de vrouwen die ik moet kleden. Moet je kijken wat ze voor gekke dingen aanhebben. Zo’n broek—daar loopt toch niemand in?”
“Waarom zijn die ontwerpen dan zo? Als toch niemand het draagt…”
“Omdat daar de prêt-a-porter van afgeleid wordt. Allemaal minder extreem, maar wel gebaseerd op de idee-en van de grote ontwerpers.”
“Daar heb je je antwoord. Moet het niet veel wilder? Veel minder traditioneel?” Kelvins benadering lijkt zo simpel en toch…Ik pak een stift, mijn voorbeeldmodel en zet een paar lukrake strepen op het papier. “Hier. Een, twee, drie, schouderlijn, stuk imitatiekrokodillenleer hier…klaar.”
Tot mijn verbazing ziet het er helemaal niet zo gek uit. De kunst van het weglaten? Is dat het? Kelvin merkt niet dat ik naar mijn tekening staar. Hij rekt zich uit om zijn stijve spieren los te krijgen. Hij zegt iets over een drukke dag maar ik luister nauwelijks—ik probeer te grijpen wat er begint te dagen. “Hoelang ben je hier al mee bezig?” vraagt hij en trekt me tegen zich aan om me te zoenen.
“Vanaf halfzeven,” geef ik eerlijk toe. “Vanmorgen, dus.”
“Halfzeven? Dan wordt het tijd om iets anders te doen. Ik heb honger. Zal ik koken?”
“Jij?”
“Ja, waarom niet? Ik heb een hoop groente meegenomen en maak een geweldige stoofschotel.”
Daar zeg ik geen nee tegen en in mijn kleine keukentje wijs ik hem de weg. “Weet je,” zegt Kelvin, maar hij gaapt voordat hij verder kan gaan. “Sorry, ik heb honger, dan ga ik altijd geeuwen. Misschien is de truc ook wel dat je je niet zo moet laten leiden door degene voor wie je het ontwerp maakt. Je moet je eigen dingen doen. Zelf tekenen wat je mooi vindt en niet in je achterhoofd al een pasklaar kledingstuk voor mevrouw die-en-die proberen te maken.”
Ik pak een groot mes en een snijplank voor hem en Kelvin valt vaardig aan op de te snijden groenten. Ondertussen houd ik me bezig met aardappels schillen. “Net of zo’n mevrouw aantrekt wat ik mooi vind.”
“Waarom niet? Natuurlijk doen ze dat. Zolang jij je identiteit maar verborgen houdt blijven ze zo snobistisch dat ze jouw ontwerpen aantrekken, of ze het nou mooi vinden of niet.” Hij lacht vrolijk. “Dat klinkt afgrijselijk. Wat een gedoe over kleren. Waarom dragen mensen niet gewoon wat lekker zit?”
Fijntjes maar toch diplomatiek geef ik hem antwoord. “Omdat niet iedereen zich comfortabel voelt in een slobbertrui en een vale spijkerbroek.” Dat is een inkoppertje.
“Touche. Jij vindt het vast en zeker ook afschuwelijk,” zegt hij op half-vragende, half-bevestigende toon.
“Het is niet mijn smaak. Maar wat erin zit is zo lekker dat ik het voor lief neem.” Slim antwoord vind ik zelf en Kelvin lacht toegeeflijk en gevleid. Behendig schuift hij de kleingesneden courgette van de plank in de pan en leeft zich uit op een paar tomaten.
“Is het niet een beetje naïef om te denken dat het zal lukken?” mijmer ik hardop. “Ik bedoel: er timmeren zoveel ontwerpers aan de weg, die echt heel goed zijn en niet kunnen doorbreken, en bij mij zou het dan wel lukken?”
Kelvin haalt zijn schouders op. “Misschien. Jij hebt wel voor op die anderen dat bij jou de reclame al gemaakt is, terwijl een ontwerper eerst kleren moet verkopen voor hij naam gemaakt heeft.”
Ik knik, bijtend op mijn onderlip. “Tja. Klinkt raar, maar je hebt wel gelijk. De omgekeerde wereld, als je het zo bekijkt.” Ik klets aan een stuk door over het ontwerpen, de tekeningen die niet lukken en wat voor suffe ideeën ik heb. Pas als Kelvin na een hele tijd zijn handen opsteekt en met een klap de houten lepel op de snijplank kletst, kijk ik op.
“Eva! Stop! Nu!” roept hij smekend. “Alsjeblieft. Ander onderwerp! Anders snij ik straks nog iets anders dan de ui! Of wil je graag gehakte vingertopjes op je bord?”
“Argh! Niet doen!” roep ik berouwvol en het dringt tot me door dat ik me wel erg laat meeslepen. Ik geef hem een zoen. “Sorry, maar het is wel een beetje jouw schuld dat ik zo doordraaf,” zeg ik quasibeschuldigend, waarop hij kijkt als de vermoorde onschuld en mij vervolgens naar de kamer jaagt om tafel te dekken. Wat hij me even later voorzet, liegt er niet om: het is heerlijk. Het samen koken was al gezellig en de avond verloopt heerlijk en ontspannen. We raken niet uitgepraat. Bij Kelvin voel ik me zo verrukkelijk op mijn gemak. Ik kan er bijna niet over uit. Het is net of ik hem al jaren ken en toch is alles nieuw. Als ik ‘s nachts wakker word omdat ik naar het toilet moet, hoor ik de zachte diepe ademhaling van Kelvin naast me en net voordat ik weer weg begin te zakken, besefik dat ik in slaap zal vallen met een glimlach op mijn gezicht.
Ik droom. Ik ben nog klein, zeven jaar. Met mijn ouders ben ik op vakantie in Tanzania. Pap wordt omhelsd door een dikke vrouw die zo breed lacht dat het lijkt of haar gezicht uit twee delen bestaat. Ze kust mijn moeder op de wangen en geeft mij een knipoog.
Dan ben ik in een schemerig huisje waar een meisje van mijn leeftijd eerst nieuwsgierig naar mij kijkt en dan opeens net zo lacht als de dikke mevrouw. Verwonderd vraag ik me af hoeveel vlechtjes ze heeft en hoe het kan dat ze zo uit blijven staan. Het is een grappig gezicht. Ze steekt aarzelend haar hand uit en raakt mijn spierwitte haar aan, dat ook gevlochten is, maar dat in twee slappe vlechten over mijn schouders hangt.
Weer verschuift het beeld en ik zit met het meisje op de rode aarde en we doen een soort knikkerspel met handgemaakte balletjes die verschillende kleuren hebben. Het is warm en de zon schijnt op mijn schouders. De dikke mevrouw legt een kleurige dunne doek over mij heen, zodat mijn witte huid niet verbranden zal. We lachen allemaal, pap nog het meest van iedereen.
Ochtendlicht sijpelt heel ijl door mijn gordijnen, aan de stilte kan ik merken hoe vroeg het nog is. Kelvin is diep in slaap, ik hoor het aan zijn ademhaling. Het is te donker om zijn gezicht te kunnen zien. Heel zachtjes, om hem niet wakker te maken, glijd ik uit bed. Met mijn hoofd vol beelden van Tanzania en de vakantie die ik had toen ik zeven jaar oud was en waar ik me slechts flarden van kan herinneren, sluip ik de slaapkamer uit en pak uit de kast, ver weggestopt, het onderste album van een grote stapel. Een dik donkerrood fotoalbum dat mijn ouders ooit voor me samengesteld hebben. Met het boek en een kopje thee installeer ik me in een hoekje van de bank en ik sla het album open. Foto’s van het vertrek van Schiphol, de aankomst in Dodoma en een oude bekende van pap die naar de camera lacht. Dan pagina’s vol met foto’s van het prachtige landschap, de vriendelijke mensen en de hereniging van pap met mensen uit zijn jeugd. Wat me opvalt, en nu weet ik ook waarom ik het album uit de kast gevist heb, zijn de kleurige stoffen en de ingenieuze wikkelmethodes waarmee de vrouwen zich weten te kleden. Als ik een poos later het album dichtsla weet ik het plotseling. In mijn ochtendjas, met het fotoalbum binnen handbereik, schuif ik aan tafel en begin opnieuw met schetsen. Voor het eerst sinds ik hiermee begonnen ben, heb ik werkelijk inspiratie en begint er iets uit mijn handen te komen dat echt ergens op lijkt. Als Kelvin een paar uur later verschijnt ligt de tafel al vol. Hij slaat zijn armen om me heen, kijkt met me mee naar wat ik gemaakt heb en ik merk aan zijn reactie dat dit weleens de doorbraak zou kunnen zijn. Hij kust me. “Vanmiddag gaan we naar mijn zus,” zegt hij, zijn adem warm op mijn wang. “Eens kijken of ze hier wat mee kan.”
“Je zus?”
“Die is coupeuse,” zegt hij.
“Naaister? Je maakt zeker een grapje.”
Hij schudt zijn hoofd. “Nee hoor.”
“Kelvin, dat is toch gewoon té toevallig,” zeg ik. Ik geloof hem, maar eigenlijk ook weer niet, totdat hij zijn schouders ophaalt en met een lachje zegt: “Toeval, lot, karma—noem het maar wat je wilt. Als dit echt gaat werken, is het vast voorbestemd.”
Daar denk ik even over na. “Dan was het ook voorbestemd dat wij elkaar ontmoetten,” knik ik. “Mmm. Daar kan ik wel wat mee. Dat spreekt me wel aan.” Stijf van het zitten maar tevreden kom ik overeind. “Heb je zin in een ontbijtje?”
Hij trekt me tegen zich aan. “Ik heb zin in iets anders.” Het ontbijt laat nog even op zich wachten.
Ik heb kennisgemaakt met Kelvins zus Sherry. Ze woont in Vlissingen en tot mijn verrassing is ze een heel stuk ouder dan Kelvin. Ze hebben dezelfde opgewekte manier van lachen, maar verder zie ik maar weinig gelijkenis: Kelvin zo slank, zij zo rond als een tonnetje. Hij een smal gezicht met verfijnde tekening, haar kenmerken vooral bepaald door een overdaad aan lichaamsgewicht. Wat ze wel gemeen hebben is hun warmte. Sherry is ontzettend hartelijk en als Kelvin en ik het hele verhaal aan haar uitleggen, lacht ze van oor tot oor en ze wil meteen meewerken aan La Ligne Rose. Sherry is huisvrouw, maar ook gediplomeerd coupeuse. Jarenlang heeft ze gewerkt in een bruidsmodeatelier waar ze met eindeloos veel geduld duizenden jurken en pakjes heeft aangepast voor de meest uiteenlopende bruiden-in-spe. Een volledig ervaren naaister—meer dan ik me had kunnen wensen op het moment dat Kelvin zei dat hij wel iemand wist die kon helpen. Ik haal de tekeningen van de ontwerpen tevoorschijn en met een blik die oog voor detail verraadt, bekijkt Sherry ze nauwkeurig. Ze heeft wel wat aanmerkingen, maar is over het algemeen genomen zeer te spreken over wat ik heb gemaakt. Vooral een kort jasje met bijpassende rok vindt ze erg mooi. En natuurlijk wijs ik op het zogenaamde Ralph Laurengilet dat gemaakt zal moeten worden. Daarmee is het toch begonnen! De afspraken zijn daarna snel gemaakt: Sherry gaat de patronen vast uitwerken en ik zal zorgen voor stoffen, fournituren en accessoires. Ze biedt zelfs aan om mee te gaan naar de stoffengroothandel en zo’n aanbod kan ik natuurlijk niet afslaan. We spreken af voor dinsdag, omdat er dan een bekende van Sherry aanwezig is die ons goed zal kunnen helpen.
Als we na een gezellige middag naar huis rijden, ben ik zo uitgelaten dat Kelvin er geen speld tussen krijgt. De wandeling langs de kust die we ook nog hebben gemaakt heeft me niet moe of doezelig gemaakt. Integendeel, ik heb energie voor tien.
“Wat een enig mens,” zeg ik gemeend als we op de snelweg zitten. “Jullie schelen veel in leeftijd!”
“Achttien jaar, ja. Sherry was de eerste, toen twaalf jaar niks en toen kwam Leon, daarna Tessa, Janey en Sam en toen ik. Sherry heeft een dochter, ze studeert in Amerika. Sherry’s man is al lang geleden overleden. Ik kan me hem niet eens meer goed herinneren, maar mijn zus is in ieder geval nooit op zoek gegaan naar iemand anders. Ze leeft van het nabestaandenpensioen en van de opbrengsten van naai- en verstelwerk. In een atelier werken wil ze niet meer, maar je merkt wel dat ze het heel leuk vindt om zulke klussen te doen als die wij vandaag brachten.”
“Natuurlijk betaal ik haar ervoor,” zeg ik meteen. “Heb ik dat eigenlijk wel gezegd?”
Kelvin lacht en gebaart met zijn hand dat ik daar niet over in moet zitten. “Al een keer of vijf. Dat is van later zorg. Voorlopig doet ze het vooral om jou en mij een plezier te doen.”
“Dat kan wel zijn, maar goed werk moet betaald worden,” zeg ik beslist. “Bovendien gaat ze dinsdag ook mee, dat kan toch niet allemaal voor niks?”
“We zien wel,” is het enige wat Kelvin daarop zegt en luidkeels zingt hij daarna mee met een liedje op de radio, waardoor elke vorm van discussie effectief afgebroken wordt en daarom zing ik vanaf dat moment ook maar gewoon mee.
Ik heb mam verteld dat ik een ontwerpster heb ontdekt met wie ik in onderhandeling ben gegaan, en dat die vrouw het label La Ligne Rose voor me zal ontwikkelen. Ik vertel haar niet dat ik de ontwerpen zelf heb gemaakt. Dat vindt ze niks, dat kan ik zo zeggen, daar hoefje geen helderziende voor te zijn. Niettemin vind ik het niet plezierig om mam willens en wetens voor te liegen. Het lijkt wel of ik steeds meer op mijn bord krijg: het is moeilijker om een leugen vol te houden dan je denkt. In ieder geval ben ik blij dat Kelvin nu weet hoe de vork in de steel zit.
Omdat mam ziet hoe fanatiek ik ermee bezig ben, kan ik onder werktijd weg om zaken te regelen, hoewel ik probeer om zo veel mogelijk te doen buiten winkeluren. Dat is ook uit noodzaak: zelfs als ik in het kleine kantoortje naast het keukentje aan de telefoon zit, moet ik steeds in de gaten houden wat ik zeg en het spelletje volhouden. Klanten komen in de zaak en informeren naar de kleding van La Ligne Rose. Ik gloei van opwinding.
“Ik kan er met mijn verstand niet bij dat het echt gebeurt,” zeg ik tegen Kelvin als ik hem tijdens mijn lunchpauze aan de telefoon heb. “Het lijkt wel een scenario van een of andere chick flick.”
Kelvin lacht. “Ik geloof meer in zelf je lotsbestemming sturen. Natuurlijk gebeurt er niks in je leven als je op je luie kont blijft zitten. Het is alleen maar logisch dat er ballen aan het rollen gaan als je zelf in beweging komt.” Wat is-ie diepzinnig, hè?
“Je bent een filosoof, Kelvin Hardenberg.”
Weer die lach. “Dat was een van mijn andere studiekeuzes.”
De filosofische bruggenbouwer en ik verbreken de verbinding en ik wijd me weer aan mijn pas gevonden roeping. Het is opeens zo echt en plotseling snap ik waarom de deelnemers aan Project Catwalk zo fanatiek zijn. Het geeft een kick; het gaat veel verder dan alleen maar een klant een leuk ideetje aanreiken. Er valt een heleboel te regelen en ik noteer nauwkeurig de gegevens van de klanten die aanwezig willen zijn bij de presentatie van de ontwerpen.
Mijn leven is in korte tijd veranderd van een saaie alledaagse sleur tot een levendige aaneenschakeling van werkzaamheden en prettige verplichtingen. Als ik na een lange dag ‘s-avonds de deur van de boetiek achter me dichttrek, scheur ik naar JUMP4JOY waar ik me vol overgave stort op de nieuwe nummers die geleerd moeten worden. Ik sta zelf versteld van mijn ongelooflijke energie. Met geen mogelijkheid kan ik zeggen waar die vandaan komt. Is het de stimulans waar ik al jaren naar op zoek ben geweest en die ik nu eindelijk vind in dat ontwerpen, of heeft het te maken met Kelvin die, naast Carol, mijn leermeester is en van wie ik heimelijke, heerlijke blikken toegeworpen krijg? Ik weet het echt niet. Wat ik wel weet is dat ik bruisend en bubbelend door de dagen heen vlieg. Voor dag en dauw kom ik uit bed en regel wat ik kan voor mijn kledinglijn, dan ga ik naar de boetiek waar ik de dagelijkse gang van zaken bijna als kalmerend ervaar en daarna naar Hi-5.
Ik wil niet aan de buitenwereld laten merken dat Kelvin en ik een koppel zijn. De enige die het weet is Patricia. Het lijkt me beter om het er maar niet te dik bovenop te leggen dat Kelvin en ik elkaar ook buiten de repetities zien. Ongetwijfeld komen daar praatjes van en dus houden we elkaar op afstand binnen JUMP4JOY en proberen de zinderende chemie die er tussen ons is zo veel mogelijk te verdoezelen, ‘s-Avonds, na de training, maken we dat in ruime mate weer goed—het lijkt wel extra intens omdat we ons in de uren daarvoor zo inhouden. Als een blok val ik daarna in slaap. Het is een wonder dat ik uitgerust wakker word. Normaal gesproken zou zo’n vol programma al snel zijn tol eisen, maar nu heb ik nergens last van.
Ik kan niet anders zeggen dan dat ik met volle teugen geniet van alles waarin ik nu terechtgekomen ben. Wie had kunnen denken dat ik zo tot bloei zou kunnen komen? Een kledinglijn ontwerpen, vijf keer per week dansen en daarbij de man van mijn dromen ontmoeten—ik kan het zelf nauwelijks geloven.
Mijn ouders merken natuurlijk best dat er iets gaande is en ik vertel dat ik plezier heb in het contact met de ontwerpster en het geregel, en dat het allemaal erg goed gaat. Dat ik stapelverliefd ben steek ik ook niet onder stoelen of banken. Ze weten ervan. Mam heeft Kelvin wel gezien, maar veel is niet blijven hangen. Ze was toen veel te afgeleid door die hele La Ligne Rose toestand en zijn aanwezigheid ging een beetje aan haar voorbij. Ik heb mijn ouders beloofd dat hij binnenkort een keer goed komt kennismaken. Mentale notitie: niet vergeten om ma voor te bereiden op Kelvins afzakbroeken.
Kelvins zus is ronduit fantastisch. Ze heeft vreselijk veel verstand van stoffen en met de ervaring die ik heb uit de winkel, blijken we een gouden duo te vormen. Daarbij is er niets wat Sherry niet kan maken. Ze is steengoed achter de naaimachine. Ze laat me foto’s zien van bruidsjurken die ze heeft gemaakt of vermaakt, wijst me op een lijfje dat vol zit met kraaltjes—allemaal met de hand door haar opgenaaid. Het is goed te merken dat ze er lol in heeft en we liggen elkaar uitstekend, ondanks het grote leeftijdsverschil.
“Loop jezelf maar niet voorbij,” zegt ze donderdag door de telefoon, nadat we het een en ander besproken hebben en als ik zeg dat ik moet ophangen omdat ik naar dansen moet. “Kelvin zei dat je veel hooi op je vork neemt.”
“Zei hij dat? De schat, maar dat is niet zo, hoor. Het zijn alleen maar leuke dingen die ik doe, daar kan ik heel wat van aan.”
“Wees maar zuinig op jezelf. Je maakt mijn kleine broertje erg gelukkig en dat zie ik graag.”
Wat een lief compliment, ik word er warm van. “Dankjewel,” zeg ik zacht. “Dat geldt voor mij ook.”
We spreken af dat we spoedig weer contact met elkaar zullen opnemen en ik buig me voor de laatste keer over mijn checklist heen voor de presentatie van zaterdag. In gedachten neem ik het nog eens door als ik in de auto stap en naar JUMP4JOY rijd. Kelvin is er al, zijn fiets staat tegen een lantaarnpaal geparkeerd. Mmm. Wat is het leven heerlijk. En daar heb ik niet eens pillen voor nodig.