Twee
Over een kwartiertje zal het hele team wel zo’n beetje binnengedruppeld zijn. We zijn met zestien man en we trainen gewoonlijk twee avonden in de week om nieuw ‘materiaal’ in te studeren. Carol, onze docente, noemt onze dansen altijd zo. Waarom weet ik niet. Ze heeft het nooit over dansjes of stukjes: het zijn altijd routines of nieuw materiaal. Ik vind Carol super. Ze is achter in de dertig, energiek, ziet er fantastisch uit, is één brok talent en geeft geweldig les.
In de grote zaal beneden is het schemerig. Alleen het groene poppetje en het woord ‘nooduitgang’ branden in het verste eind van de zaal. “Ah, je favoriete moment,” zegt Patricia en blijft eerbiedig in de deuropening staan wachten tot ik in het muziekhok sta, waar een groot schakelbord hangt. Daarmee kan de verlichting geregeld worden. Trefzeker zet ik de juiste schakelaars om. Het leukste vind ik het altijd om de spiegelbol te laten draaien—die rondwervelende vlokjes licht gaan me nooit vervelen. Het is spectaculair gemaakt. Een druk op de juiste knop en er schuift een luik in het plafond open en dan komt die bal naar beneden gezakt. Paar spotjes erop en draaien maar. Instant disco en o zo fout, maar zó lekker! Helaas past het niet bij een gewone training en ondanks dat mijn vingers heel even over de schakelaar heen glijden, blijf ik ervan af.
“Geen disco vandaag?” roept Patricia. “Het is nog vroeg. Het kan nog even.” Patricia weet alles van mijn discomania.
“Nee, ik zag Jeanne en Bibi al.” En Adriana Piranha uiteraard. “We kunnen beter vast even gaan warmdraaien.”
Gewoonlijk ben ik al in de zaal als Carol binnenkomt, omdat ze eerst met haar zus Cerise de meisjes van het klassiek ballet lesgeeft. Omdat ik hier al zo lang ben, heb ik toestemming om de muziekinstallatie en het licht te bedienen. Dat klinkt duf, maar dat is het niet. Het muziekhok is zo’n beetje het heilige der heiligen in deze danstempel, en als je je eigen spul mag draaien, is dat een grote eer. Er staat voor een kapitaal aan apparatuur—alleen de mengtafel kost al een vermogen. Dirk, Carols man, mengt en mixt er muziek tot de coolste nummers, waarmee we altijd hoge ogen scoren tijdens wedstrijden. Er zijn niet veel teams die kunnen zeggen dat ze op zelfgemixte muziek dansen, en al helemaal niet dat de kwaliteit daarvan zo fantastisch is.
Dirk is er nog niet en ik heb mijn keuze al uit de grote bak gevist: Doctoring The House. Het is een zelfgemaakte mix van oude en nieuwe nummers, vijftig minuten lang uptempo muziek en ideaal om op te trainen. Samen met Dirk heb ik op een regenachtige zaterdagmiddag de nummers ervoor bij elkaar gezocht en hij heeft ze aan elkaar gesmeed. Misschien moet ik maar muziekproducent worden in plaats van danslerares. Morgen eens kijken waar je dat kunt leren.
“Cool! Doctoring!” roept Patricia als de eerste tonen door de danszaal schallen. Ze komt naast me staan en we beginnen. Left, left, kick, heel, jump, stretch… Bibi komt naar voren en trekt de fluwelen gordijnen, die voor de spiegels hangen, open. In de weerkaatsing zie ik de meiden van Hi-5 een voor een binnenkomen. Ze gooien hun tassen op het bankje bij het muziekhok en sluiten aan.
“Yessss!” brult Patricia uitgelaten en glijdt op haar knieën over de gladde vloer. Ik word al lekker warm en mijn spieren worden losser.
Om me heen nemen anderen het over. Algauw ben ik in die vreemde, haast verslavende toestand die Carol ‘trance’ noemt. Persoonlijk houd ik niet zo van dat woord. Trance. Alsof je niet meer weet wat je doet. Maar zo zit dit niet in elkaar. Het is een gevoel dat me optilt, ver boven de grauwheid van mijn eentonige leventje uit. Muziek aan, left, right, doublé kick, jump front, lunge left, chassé… alles gaat plots vanzelf en de wereld buiten—de winkel en de klanten, de deprimerende sluier van mijn kleurloze bestaan, het gemis van iets wezenlijks—dat alles verdwijnt. De routine die in mijn hoofd zit opgeslagen borrelt vanzelf naar buiten, daar hoef ik niets voor te doen. Mijn spieren zijn soepel en de adrenaline ruist al door mijn aderen. Dit is het, dit is het helemaal. Heerlijk!
In de spiegels over de breedte van de hele wand zie ik dat sommige stukken nog niet gelijk gaan. “Linkerarm strakker!” schreeuw ik boven de muziek uit. “Opnieuw, vijf-zes-zeven-acht…” En daar gaan we weer. Ja, dit is honderd procent mijn roeping. Dit is wat ik wil doen.
In de spiegel zie ik mezelf nauwelijks, omdat ik gefocust ben op de mensen die ik in spiegelbeeld zie ploeteren. De achterste lijn, zes meiden op een rij, staat niet gelijk verdeeld. Er zit te veel ruimte tussen Yolandy en Anne. En Donna, die daar ook staat, is net te laat en het móét gelijk. “Pat, neem je het over?” roep ik naar Patricia die schuin achter me staat. Ze knikt en schuift in een vloeiende beweging een stap naar voren, zodat zij vooraan komt en ik neem netjes wat afstand. Patricia verdient het om een groep te leiden. Ze is zo ontzettend goed geworden in het afgelopen jaar, en ik kan op deze manier mooi naar de achterste lijn lopen om die strak te trekken.
Die gelijkheid, dat gestroomlijnde superstrakke effect, dat is het visitekaartje van Hi-5. Als er ook maar eentje op het verkeerde moment beweegt, te hoog of te laag gaat, te vroeg of te laat, is het effect weg. Zelfs de sufste danspassen krijgen iets speciaals als ze strak worden uitgevoerd en alles precies tegelijk gaat.
Ik beweeg met soepele stappen naar links en naar achteren en zie Donna de ene fout na de andere maken. Ze is haar concentratie kwijt en kan het niet goed oppakken vanaf waar het fout gaat. Geen wonder, het tempo ligt hoog en de routine is nog zo nieuw dat die niet bij iedereen al helemaal ingebakken zit. In plaats van naar rechts schuift Donna naar voren en knalt bijna tegen Maaike aan. “Donna! Naar rechts op de derde tel! Opnieuw, vijf-zes-zeven-acht…” brult Patricia met al het geluid dat ze uit haar sprietige lijf kan persen.
Dan zie ik het gezicht van Adriana. Ze kijkt heel erg nors en is gestopt, staat demonstratief met haar handen in haar zij en houdt haar hoofd een beetje scheef. “Zeg,” roept ze boven een remix van Jennifer Lopez uit, “Carol geeft hier toch les?”
Patricia doet net of ze niets gehoord heeft en springt door. Haar smalle gezicht is bezweet, ze heeft blosjes, ze lacht en ziet er net zo uit als ik: een adrenalinejunkie.
Sommige meiden stoppen en kijken afwachtend van Adriana naar mij en terug. Van de zestien zijn er zeker een stuk of vijf op de hand van Adriana, die zichzelf liever op Patricia’s plaats ziet staan. En na de aanvaring net in de kleedkamer en daarna in de gang ziet Adriana natuurlijk nu haar kans schoon. Voordat zij zal volgen wat Patricia aangeeft, moet er eerst heel wat gebeuren.
“Eva, als jij niet kunt leiden, neem ik het over,” zegt Adriana scherp. Ze praat niet eens tegen Patricia, die onverstoorbaar doorgaat, maar tegen mij. Alsof ik hier wat te vertellen heb.
“Vergeet het maar,” hijgt Patricia tussen twee doublé kicks door. “Dan had je maar eerder binnen moeten komen.”
Zo werkt het. Het is een ongeschreven wet: wie het eerst in de zaal is, begint met de warming-up en de anderen sluiten zich daarbij aan. Of het nou Adriana is, of ik, of Patricia—dat maakt niet uit. Tegen de tijd dat Carol arriveert is iedereen al op stoom en zijn we klaar om echt te beginnen. Het feit dat ik licht en muziek kan bedienen (fijn dat er zo ontzettend veel knoppen op het mengpaneel zitten, waardoor iedereen wel uitkijkt om daaraan te gaan prutsen) geeft me vaak wel voorrang. Ook Adriana staat hier nogal eens. Dat ik nu toevallig het stokje even in handen van Patricia heb gelegd, mag niets uitmaken. In de praktijk komt het er toch vaak op neer dat de allerbesten vooraan staan en de anderen volgen.
Maar Adriana pikt dat niet, dat is duidelijk. Het feit dat Patricia tegen Donna schreeuwde dat ze iets verkeerd deed, is voor haar de druppel—en dat is weer heel begrijpelijk omdat zij en Donna dikke mik zijn.
“Doe niet zo vervelend. Laat Patricia daar nou even staan, dan kan ik de achterste rij helpen,” pleit ik.
Adriana steekt haar kin uitdagend naar voren. “Laat ik het anders zeggen: zolang zij daar staat, zet ik geen stap meer.”
Patricia stopt. De muziek dreunt door. De meiden die zich neutraal opstellen blijven een beetje doorstappen, maar sommigen steunen Patricia, stoppen en kijken met dezelfde woede terug. Plotseling lijken we wel een street-dance battle groep. We staan echt als twee partijen tegenover elkaar. Patricia draait haar petje achterstevoren, slaat met haar handen tegen haar dijen, knijpt haar ogen een beetje dicht en loopt plots op Adriana af, die overrompeld een stap achteruit zet. Op een meter voor Adriana blijft ze stil staan. Ain ‘t nobody gotta tellya…doeng doengka doeng…What you gotta do…doeng doengka doeng… doet de muziek. Ik zie haar met haar vingers knippen en zonder het bewust te doen, tel ik met haar af: vijf-zes-zeven-acht…
En opeens gaat ze los. Het is alsof ik een stel dansfilms in elkaar gemonteerd zie. Patricia mengt streetdance met breakdance en rapt er tussendoor. Ze springt en draait en haalt ongelooflijke stunts uit—het is pure acrobatiek. Haar lichaam lijkt wel van elastiek. Ze doet een pirouette terwijl ze op haar hoofd staat, wervelt tot ze op haar tenen belandt, vliegt van links naar rechts, springt een spagaat in de lucht en laat haar armen en benen golven alsof ze geen botten in haar lijf heeft. Twee minuten lang haalt ze het onderste uit de kan, danst ze zichzelf helemaal leeg en eindigt met een woeste kick in de lucht, waarna ze knikt in gangsta style en haar armen weer over elkaar slaat. Haar hele lichaam roept: had je wat? Kom maar op. Ik lust je rauw. Maar ze zwijgt.
Er was iets. Heel even hing er magie in de lucht, het tintelde als elektrische spanning in de grote zaal. Ik kan er mijn vinger niet op leggen, maar ik heb net gezien wat er kan gebeuren als je boven jezelf uitstijgt.
Nog een paar tellen is het stil; dan klinkt er luid applaus en waarderend gegil op uit het groepje waar ik bij sta, en de meiden die zich aan de kant van Adriana hebben geschaard kunnen niet anders doen dan hun kaken op elkaar klemmen en hun meerdere erkennen. Niemand kan dat nadoen.
Dan komt Carol binnen. Natuurlijk ziet ze best dat er iets gaande is, want er staan hier twee kampen tegenover elkaar en alle ogen zijn gericht op Adriana om haar reactie te peilen, maar Carol doet net of ze het niet merkt. De spanning in de ruimte breekt op het moment dat ze haar tas neerzet bij de spiegel en er een cd en een pakje veters uithaalt.
“Goedenavond. Sorry dat ik wat laat ben. Eva, wil jij deze cd vast even in de speler stoppen?” Ze trekt haar schoen uit en begint de rafelige veter eruit te trekken. Iedereen zoekt zijn eigen plaats en als ik Patricia voorbijloop, leg ik mijn hand even op haar schouder.
“Pat, dat was geweldig,” fluister ik uit de grond van mijn hart. “Ongelooflijk. Zoiets heb ik je nog nooit zien doen.”
Over haar bezwete, smalle gezicht glijdt een tevreden lach. “Ze vroeg erom. Ik word doodziek van dat gemiauw.”
“Die past in het vervolg wel op,” knik ik, en snel loop ik naar het muziekhok en leg de nieuwe cd in de speler. Binnen pakt Carol de afstandsbediening en zet de muziek stil, tot mijn verbazing. Ik kijk haar door het glas van het hok heen aan. Is het de verkeerde cd? Doe ik iets niet goed? Maar ze schudt haar hoofd en gebaart dat ik binnen moet komen. Op een balletschoen en een sok staat ze voor de groep, terwijl ze de nieuwe veter in haar schoen begint te rijgen.
“Ladies, kom even bij elkaar.” Carol ziet er zoals gewoonlijk goed uit. Ze heeft vandaag een kaki camouflagebroek aan en een zwart topje met een nethemdje eroverheen. Haar lange zwarte krulhaar zit in een losse staart en die piept uit een eveneens legergroen petje. Ze heeft kleine ogen, waarmee ze heel intens kan kijken. Op het eerste gezicht lijkt ze nogal stug en streng, zelfs onvriendelijk, maar ik ken haar al zo lang dat ik weet dat dat reuze meevalt. Achter die indringende blik zit een sterke vrouw die het niet makkelijk heeft gehad en daarom altijd wat afstand bewaart. Ze is hard voor iedereen: niet alleen voor anderen, maar ook voor zichzelf. Daardoor is ze zover gekomen. Zonder die inzet stond ze nu waarschijnlijk niet aan het hoofd van de zeer goedlopende dansschool JUMP4JOY. Ze kijkt de groep rond en schraapt haar keel een keertje. De schoen laat ze voor wat hij is. Patricia en ik wisselen snel een blik van verstandhouding. Het kan haast niet anders of dit gaat over de brief die Patricia uit het kopieerapparaat haalde.
“Zoals de meesten van jullie wel weten heb ik een paar jaar in New York gewoond en heb ik bij verschillende gezelschappen gedanst. Een van mijn collega-dansers is tegenwoordig hoofd van een dansschool die hoog aangeschreven staat: de New York School of Dance. Er komen zeer talentvolle dansers vandaan, die nu furore maken in dansfilms en op Broadway in musicals meedoen. Het is heel moeilijk om er binnen te komen. Er melden zich jaarlijks zo’n tienduizend kandidaten aan, die allemaal bij de NYSOD opgeleid hopen te worden.” Ze last een kleine pauze in en laat haar blik over de groep glijden. “Per jaar worden er achtenveertig kandidaten geselecteerd.”
“Achtenveertig maar? Van de tienduizend?” Lieke, die rechts van me staat, zegt wat iedereen denkt.
Carol knikt. “Achtenveertig, ja. Het is daarbij een ontzettend zware opleiding en de helft valt in het eerste jaar af. Wat er overblijft is dan ook wel de top en je bent verzekerd van een plaats in elk dansgezelschap ter wereld. Hoe vinden jullie dat klinken?”
“Als een film,” zegt Bibi met een dromerige, diepe zucht. “Zoiets als A Chorus Line.”
“Echt vet cool,” knikt Jeanne.
“Je vertelt dit vast niet voor niks,” zegt Adriana en glimlacht vriendelijk. Een piranha met kaakkramp. Ze kan zo model staan als er nog eens een vervolg gemaakt wordt op Finding Nemo.
“Dat klopt. Ik heb Ben Hamilton, de man die dus de NYSOD leidt, weten over te halen om één plaats van die achtenveertig vrij te houden voor iemand van mijn opleiding.”
Ahaa. Dus dit is waar het in die brief over ging.
“Wat ik dus van jullie wil weten: is er iemand die niét geïnteresseerd is in een jaar meelopen op die prestigieuze opleiding?”
Haar vraag slaat in als een bom. Het is stil, iedereen moet even nadenken over haar vraag, omdat ze het zo raar formuleert. Begrijp ik haar nou goed en wil ze één van ons afvaardigen naar die school? Voor een jaar?
“Wauw! Te gek!” roept Bibi als eerste, meteen gevolgd door de anderen die allemaal door elkaar heen beginnen te praten.
“Goed, allemaal dus? Dan stel ik voor dat…”
Ze wordt onderbroken door Patricia. “Carol, ik snap dat het iets bijzonders is, maar ik sta mijn plaats graag af aan een ander,” zegt ze kalm. Er valt meteen een stilte. Carol knijpt haar ogen tot spleetjes, wachtend op een uitleg die niet komt. Patricia steekt haar handen omhoog alsof ze iets moet afweren. “Sorry Carol. Het is niets voor mij.”
“Weet je het zeker?” vraagt onze danslerares met nadruk. Als ze ook maar een fractie had gezien van wat Patricia net presteerde zou ze vast en zeker meer aandringen. Patricia knikt. “Amerika en ik, we liggen elkaar niet zo.”
Er gaat een aarzelende hand omhoog—Yolandy. Carol trekt meteen een gezicht: nog een? Dat vindt ze niet leuk. Ik vermoed dat ze van iedereen het absolute jawoord had verwacht.
“Het lijkt me te gek, Carol, maar…eh…ik ben twee maanden zwanger. Ik kan er ook niet aan meedoen.” Er wordt meteen opgewonden gefluisterd en ze krijgt een vuurrood gezicht. Arme Yolandy, zou ze het grote nieuws nu al hebben willen vertellen? Ze werd min of meer gedwongen om er nu al mee op de proppen te komen. Carol knikt, met een flauwe glimlach die maar heel even te zien is. “Zwanger? Een felicitatie is op zijn plaats, denk ik. Gefeliciteerd.” Carol laat het klinken alsof Yolandy een ernstige ziekte te boven moet komen.
“Proficiat Yolandy!” zeggen Patricia en ik zo ongeveer in koor. Ze lacht een beetje opgelaten totdat Adriana iets fluistert dat klinkt als ‘Knabbel en Babbel’ en Patricia verstrakt. Ik leg mijn hand op haar magere schouder. “Houd je in,” fluister ik in haar flapoor en ze knikt. Met moeite weliswaar, maar toch.
“Nog meer onthullingen, dames?” informeert Carol.
“Carol, is dat niet hartstikke duur?” vraagt Jeanne een beetje bedeesd.
Carol schudt haar hoofd. “Nee, het is op basis van een volledige beurs. En die hoefje niet terug te betalen. Het betekent dat je een jaar op een campus woont en naar school gaat. Mag je en kun je het jaar daarna blijven of wil je je opleiding daar afronden, dan moet je het wel zelf betalen.”
Er stijgt een waarderend gemompel op en de opwinding wordt voelbaar. “Je krijgt les van docenten die beroemdheden in hun klas hebben gehad,” zegt Carol. “Het is een buitenkansje, meiden.”
Een buitenkans…Als me dat zou lukken is het toelatingsexamen in Rotterdam een fluitje van een cent. Dat staat goed op mijn cv…Een prestigieuze dansopleiding in New York. Geen gezelschap dat daar niet gevoelig voor is! Natuurlijk doe ik mee!
“Goed, Patricia en Yolandy neem ik niet mee in mijn beoordelingen. Voor de rest van jullie…” Carols blik blijft even op Patricia rusten en misschien vergis ik me, maar ze kijkt niet echt vriendelijk: “…geldt dat we er keihard tegenaan gaan. Het gaat als volgt in zijn werk: van Ben Hamilton heb ik een dvd met enkele dansroutines toegestuurd gekregen.” Ze pakt een dvd in een doorzichtig plastic doosje uit haar tas. “Die gaan we dadelijk gezamenlijk bekijken en analyseren. Daarna gaan we aan de slag om elke pas en elke beweging in te studeren, net zolang tot jullie er nachtmerries van krijgen. We hebben zes weken de tijd. Hamilton verwacht van mij dat ik de perfecte kandidaat presenteer en ik heb hier dus zestien min twee is veertien toppers staan. Ik ben begonnen met Hi-5 omdat ik geloof dat jullie de meeste kans maken.”
“Zijn er dan ook nog andere gegadigden?” Ik vraag het, maar Carol schudt haar hoofd. “Nee, dat begrijp je verkeerd.” Als ze me ziet kijken, zegt ze: “Als het verhaal over die beurs naar buiten komt, is het hek van de dam. Geloof maar dat er andere dansscholen zijn die ook gaan proberen om die plek weg te kapen, dus discretie is geboden. Bovendien: als het ons nu lukt om de juiste kandidaat af te vaardigen, dan zal het in de toekomst ook lukken. Jullie moeten de spits afbijten.”
Ik zie om me heen meiden knikken. Zelf zou ik ook extra aandacht besteden aan zoiets en ik kan me best voorstellen dat een andere dansschooleigenaar bij die Hamilton gaat proberen om hetzelfde voor elkaar te krijgen.
“Persoonlijk zie ik het als de ultieme beloning, zowel voor jullie als voor mezelf. Als ik me erop mag beroemen dat een van mijn meiden de top kan bereiken, heb ik het hoogst mogelijke bereikt. Ik verwacht dan ook dat jullie mij niet zullen teleurstellen. Ik train de beste, ik lever de beste af.” Ze laat haar blik weer rondgaan en zegt dan, na een korte pauze: “Om dit rond te krijgen ga ik een extra trainingsschema opzetten en dat gaat geld kosten. Dat is nodig voor de verwarming, elektriciteit, verzekering, professionele assistentie en dat soort overheadkosten. Ik heb berekend dat ik met tweehonderd euro de man uit de onkosten kom, en dan zit mijn eigen salaris er nog niet eens bij.”
Tweehonderd euro de man? Dat is nogal wat!
“Als het goed zit met de nieuwe routines kunnen we er nationaal mee gaan, en dan volgen daar misschien nog andere heel leuke dingen op. Willen we echt met Hi-5 een keer doorbreken, dan is dat de perfecte opstap. Geloof maar dat er in de pers aandacht aan besteed zal worden als een van jullie een jaartje Amerika wint. Dan komt iedereen in het zonnetje te staan en wie weet wat daaruit voortvloeit.”
Dat klinkt óók logisch.
“Ik snap dat ik jullie hiermee overval. Denk erover na. Vergeet niet dat je misschien voor tweehonderd euro een ticket koopt naar de beste dansschool die er is. Ik leg een lijst klaar waarop je je kunt opgeven als je zeker weet dat je het wilt doen.” Ze voegt de daad bij het woord en legt een papier en een pen op het bankje. “Aan het einde van de volgende repetitie moet ik het weten. Het is niet verplicht. Ik dwing niemand om mee te doen, maar als je ‘ja’ zegt verwacht ik ook honderd procent inzet. Je kunt niet afhaken als je na twee weken opeens vindt dat het wel een beetje zwaar is.”
“Om hoeveel extra trainingen gaat het dan?” vraagt Mascha.
Carol kijkt eerst haar en dan ons aan. “Twee keer per week een extra training van anderhalf uur en afwisselend een zaterdag- of een zondagmorgen. En dat gedurende zes weken.”
Zoveel? Dan ben ik vier avonden per week hier, aangezien ik al twee vaste dansavonden heb. Mij maakt dat niet uit, maar wie nog een andere sport doet, ‘s-avonds werkt of rekening moet houden met familie zal dat misschien wel veel vinden. Over het geld maak ik me geen zorgen, aan de reacties van de anderen te zien doen die dat ook niet. Ik bestudeer de trekken in Carols gezicht en probeer te laten bezinken wat ze zojuist heeft verteld. Mijn hoofd tolt ervan. Een jaar naar Amerika. “En? Wat zijn jullie reacties? Wat vinden jullie ervan?”
“Ik ga ervoor,” zegt Lieke meteen. “Te gek. Een jaar in Amerika dans studeren. In New York, nota bene!”
“Denk je dat we een kans maken?” vraagt Donna met glinsterende ogen. Ik zie Patricia haar mond al opendoen om te zeggen: jij niet, maar ze houdt zich in als ik haar een schop tegen haar enkel geef en ik gebaar dat ze haar mond moet houden. Ze grijnst en klemt haar lippen op elkaar.
“Op welke manier ik besluit wie uiteindelijk af kan reizen naar New York weet ik nog niet.” Carol kijkt de groep weer rond. “Eén ding kan ik jullie van tevoren vertellen: ik ben niet gevoelig voor omkoperij of gepaai. Wie probeert die plaats zo te bemachtigen, is bij voorbaat al kansloos. Het is niet zo dat iemand die meer talent heeft, automatisch meer kans heeft op de beurs.” Adriana knikt onschuldig als Carol even naar haar kijkt. Engerds uit Serial Killers op Discovery Channel kijken ook zo.
“Waar ik wel gevoelig voor ben is hard werken, inzet en passie. Het gaat daarom en om uitstraling, om te laten zien dat het in je zit. Duidelijk?”
Ik kan het niet helpen—ik moet wel naar Adriana kijken. Haar gezichtsuitdrukking is volledig veranderd. Ze kijkt niet langer in het nauw gedreven door Patricia, of lichtelijk geïrriteerd omdat Carol haar berispend aankeek toen ze binnenkwam.
Na Patricia, die dat niet merkt, laat ze haar blik over de andere meiden van Hi-5 gaan en knikt dan, haast onmerkbaar, tegen zichzelf. Ik herken het: ze maakt een inventarisatie van de aanwezigen en ziet dat ze een kans heeft. Een heel goede kans. Patricia heeft net de sterren van de hemel gedanst en als ze er ook voor zou gaan, zou het weleens een nek-aan-nekrace kunnen worden. Maar nu Patricia uit zichzelf al aangegeven heeft dat ze niet meedoet, is de concurrentie een heel stuk minder heftig. Niet dat ze dat ooit zal toegeven. Ze vindt zichzelf erg goed.
En eerlijk is eerlijk: dat is ze ook.
“Het klinkt fantastisch,” zegt ze, als Carol haar vragend aankijkt. Een voor een antwoorden de meiden uit de groep wat ze denken dat Carol wil horen. “Ik ga ervoor.”
“Ik doe mijn uiterste best.”
“Ik geef me voor de volle tweehonderd procent.” Twééhonderd? “Dit is mijn droom die waarheid kan worden.” Enzovoort. Aangezien ik nog steeds overdonderd ben omdat ik opeens nieuwe kansen zie dagen aan de horizon, geef ik een al net zo nietszeggend antwoord: “Ik weet niet of ik heb wat nodig is, maar het klinkt als een uitdaging.” Bah. Alsof ik last heb van ernstige constipatie. Patricia kijkt me aan en wiebelt met haar wenkbrauwen, wat dan wel geluidloos is, maar even duidelijk klinkt als gesproken kritiek. Et tu, Brutus? Oftewel: Eva, laat jij je nu ook al tot zulke stompzinnige antwoorden verleiden?
Ze heeft wel een beetje gelijk. Normaal gesproken ben ik geen meeloper en nu zei ik precies wat Carol van me verwachtte. Dat is niet echt mijn stijl.
“Patricia, ik hoop dat je wel mee blijft doen met de normale trainingen?” Het klinkt meer als: ik verwacht dat je meedoet, maar dat maakt Patricia niet uit. “Geen probleem,” zegt ze. “Dat ik niet naar Amerika hoef, wil nog niet zeggen dat ik thuis op de bank ga zitten. En die extra avonden lukt ook wel.”
“Jammer,” zegt Adriana zacht en koeltjes. Carol heeft het niet gehoord, Patricia wel en ik moet snel reageren om te voorkomen dat ze Adriana aanvliegt. Ik grijp haar arm en trek haar achteruit. “Niet happen,” sis ik. “Ze daagt je alleen maar uit.”
Patricia’s ogen spuwen vuur. “Als ze over een paar dagen in de kleedkamer wordt gevonden, gewurgd met haar eigen blonde haren, heb ik het niet gedaan,” bromt ze.