Hoofdstuk 6: Ken jezelf en ken de ander

In dit hoofdstuk:

  • Bliksemsnel oordelen
  • Het gedrag van je buren verklaren
  • Jezelf leren kennen
  • Communiceren als de beste
  • Aan verwachtingen voldoen
  • Met de stroom meegaan
  • Een groupie zijn

Eén ding is zeker, namelijk dat we in een behoorlijk gecompliceerde wereld leven. De wereld op een coherente manier waarnemen is noodzakelijk om te kunnen overleven. Menselijke overleving is altijd afhankelijk geweest van inzicht in de complexiteit van de omgeving.

Andere mensen zijn in onze omgeving krachten die een belangrijkere rol lijken te spelen dan het weer. Per slot van rekening zijn mensen sociale schepsels. Ons overleven lijkt derhalve af te hangen van ons vermogen de menselijke omgeving (en het weer uiteraard) te begrijpen. Sociaal begrip is van vitaal belang. Elk van ons moet beschikken over een basisverzameling sociale vaardigheden om zich in de mensenmaatschappij te kunnen redden. Phillips geeft een goede werkdefinitie van sociale vaardigheid: het vermogen om met anderen te communiceren en om te gaan op een manier dat je behoeften worden bevredigd en je je doelen kunt verwezenlijken zonder met de doelen van anderen in conflict te komen.

In de volgende paragrafen worden drie uiterst belangrijke sociale vaardigheden besproken: inzicht in het gedrag van anderen, inzicht in ons eigen gedrag en communiceren.

Mensen observeren

Belangrijk.eps

Sociale cognitie is in de psychologie het deelgebied dat zich bezighoudt met het verwerven van inzicht in de manier waarop we andere mensen met inbegrip van onszelf proberen te begrijpen.

We kijken altijd naar andere mensen. Heb je ooit op een terras of een bankje in het park gezeten en alleen maar naar mensen gekeken? Dat kan reuze interessant zijn. Je let op de kleren die mensen dragen, de tassen die ze voortzeulen, de gesprekken die ze voeren enzovoort. Je merkt allerlei dingen aan ze op en aan de hand van die observaties trek je conclusies.

Belangrijk.eps

Het ingewikkelde proces waarbij je conclusies trekt ten aanzien van de bedoelingen van mensen en hun karaktertrekken door ze te observeren, wordt persoonswaarneming genoemd. Bij dit persoonsperceptieproces gaat iedereen van een paar veronderstellingen uit:

  • We nemen aan dat mensen doelbewuste personen zijn, oftewel dat ze bij de productie van hun gedrag een actieve rol spelen. De kwestie is dat we vaak de conclusie trekken dat mensen die zich op een bepaalde manier gedragen dat met een bedoeling doen.
  • Een andere stilzwijgende veronderstelling in het persoonsperceptieproces is dat we denken dat andere mensen op ons lijken en op dezelfde manier voelen en denken als wij. Vanuit deze gedachte kunnen we pogingen doen om een ander te begrijpen.

Het gedrag van anderen verklaren

Het is verre van gemakkelijk om het gedrag van andere mensen te verklaren. Je kunt iemands gedachten niet lezen, dus moet je raden wat er in dat hoofdje omgaat. Dit weerhoudt mensen er echter niet van om te proberen de handelingen van anderen te verklaren.

Instantoordelen

Belangrijk.eps

Instantoordelen over mensen zijn ogenblikkelijke, automatische en onbewuste waarderingen. We baseren onze instantoordelen op aspecten van een persoon die betrekkelijk blijvend van karakter zijn, zoals het uiterlijk, het geslacht en de lichaamsbouw (exclusief kleding). We maken gebruik van een aspect van iemands fysieke uiterlijk om te beoordelen wat voor soort persoon we voor ons hebben. Ook kijken we naar zaken die al naargelang de situatie veranderen, zoals gezichtsuitdrukkingen en maniertjes. Wanneer ik iemand zie lachen, kan ik die persoon beoordelen als een globaal gelukkig mens, maar ik kan ook denken dat hij lacht omdat hij zojuist een mop heeft gehoord.

Een indruk vormen

Instantoordelen zijn slechts het begin van onze pogingen om andere mensen te begrijpen. Allemaal maken we ons aan instantoordelen schuldig, ook al zijn we er ons vaak niet van bewust dat we dat doen. Bij het proces van de indrukvorming gaan we echter verder dan een momentbeoordeling en trekken we minder oppervlakkige conclusies ten aanzien van iemands persoonlijkheid. Neem de volgende bijvoeglijke naamwoorden die een persoon beschrijven: hard werkend, gespannen, vaardig, koud, ijverig. Wat voor soort persoon is dit? Ongeacht je conclusie probeer je deze woorden met elkaar in verband te brengen aan de hand van je ervaring en kennis en wel zodanig dat er een samenvattend beeld ontstaat.

Impliciete persoonlijkheidstheorie

Bruner en Tagiuri beschouwden ons interne gevoel voor karaktertrekken die samengaan als een onderdeel van een impliciete persoonlijkheidstheorie. In wezen zijn impliciete persoonlijkheidstheorieën stereotypen. Stereotypen fungeren als het ware als snelle denkprocessen. We kunnen waarschijnlijk niet eens voor iedere persoon die we ontmoeten een aparte, genuanceerde waardering in ons geheugen opslaan. Dat zou veel te veel ruimte in ons geheugen in beslag nemen. In plaats daarvan stoppen we mensen in hokjes en soms heeft deze categorisatie tot gevolg dat we een stereotype vormen. In ons streven de wereld te vereenvoudigen overgeneraliseren we helaas vaak de negatieve aspecten van mensen, wat nog al eens tot vooroordelen en racisme leidt.

De oorzaken van iemands gedrag proberen te achterhalen

We brengen niet alleen instantoordelen uit over andere mensen op grond van beperkte informatie, maar we proberen ook vast te stellen waarom mensen deden wat ze deden of wat een bepaald gedrag heeft veroorzaakt. Volgens Heider hebben we allemaal de neiging om gedrag te interpreteren als zijnde veroorzaakt door de persoon zelf (interne oorzaak) of door de omgeving (externe oorzaak).

Belangrijk.eps

Wanneer we een attribuut toewijzen, plegen we ons te concentreren op drie belangrijke stukjes informatie:

  • Consistentie. Mensen gedragen zich over het algemeen in verschillende situaties op dezelfde manier. Dat gedrag geeft ons een gevoel van consistentie. Wanneer iemand consistent gedrag vertoont, kennen we dat gedrag aan zijn persoonlijkheid toe. Iets in die persoon veroorzaakt zijn gedrag. Hoe inconistenter iemand is, des te sneller we zijn gedrag aan de omstandigheden wijten.
  • Onderscheid. Een kennis van me had echt problemen met vrouwen, althans dat zei hij. Voordat hij er erg in had, kreeg hij weer de bons en kwam hij bij mij uithuilen. Pas toen ik zag hoe hij met andere mensen (inclusief mannen) omging, besefte ik dat hij tegen iedereen lomp deed. Zijn gedrag viel op omdat hij alle mensen op dezelfde manier behandelde. Hij reageerde op iedereen hetzelfde, niet alleen op specifieke personen. Aangezien zijn gedrag niet van de omgeving of context afhankelijk was, was het waarschijnlijk een persoonlijkheidstrek.
  • Consensus. Wanneer Tom naar de film gaat, heeft hij kauwgum bij zich. Hij koopt een kaartje, hij gaat zitten met zijn gezicht naar het doek, hij zegt niets, hij kijkt naar de film en in de pauze koopt hij een ijsje. Wat zegt dit over Tom? Helemaal niets. Waarom? Omdat Tom het gedrag van de doorsneebioscoopbezoeker vertoont. Er is eenstemmigheid over de manier waarop mensen zich plegen te gedragen wanneer ze naar de film gaan. Dat doet vermoeden dat Toms gedrag van de situatie afhankelijk is. Als Tom zou opstaan en beginnen te gillen wanneer de film begint, zou zijn gedrag van de consensus afwijken en zou hij via deze unieke handeling iets meer van zijn persoonlijkheid prijsgeven.

Er zijn een heleboel mogelijke combinaties van deze drie stukjes informatie: een hoge consistentie met een groot onderscheid maar een lage consensus enzovoort. Het blijkt steeds weer dat een combinatie van hoge consistentie, laag onderscheid en lage consensus een persoonlijke attributie (gedrag aan interne oorzaken toeschrijven) tot gevolg heeft. Wanneer ik me in verschillende situaties consistent gedraag en steeds op dezelfde stimuli op dezelfde manier reageer, maar me niettemin altijd anders dan de anderen gedraag, is dat waarschijnlijk een kenmerk van mijzelf. Hoge consistentie plus een groot onderscheid en een hoge mate van consensus leiden tot externe attributie. Wanneer ik me in verschillende situaties op dezelfde manier gedraag, maar op dezelfde stimuli verschillend reageer en alle anderen dat ook doen, moeten we het gedrag waarschijnlijk aan de situatie of de externe omgeving wijten. Dus waaraan ken je mijn passie voor polkamuziek toe? Is niet iedereen dol op de polka?

Vergissingen begaan

Tip.eps

Bij al deze oordelen rijst de vraag of we in onze attributies wel nauwkeurig zijn. Een consistente fout die we allemaal maken, is de fundamentele attributiefout. Meestal onderschatten we de rol van externe factoren bij het gedrag van anderen. We hebben de neiging om hun gedragingen aan henzelf te wijten. We denken dit waarschijnlijk omdat we te weinig informatie over hun gedrag in verschillende situaties hebben en in twijfelgevallen een persoon voor zijn gedrag verantwoordelijk houden. Hoe meer informatie we hebben, des te beter we iemands gedrag kunnen beoordelen.

Jezelf verklaren

Festinger en Carlsmith voerden een klassiek experiment uit. Ze vroegen hun proefpersonen om een saaie taak uit te voeren en boden de proefpersonen vervolgens geld als ze tegen andere mensen zouden zeggen dat de taak interessant was. Er waren twee groepen. De mensen uit de ene groep kregen elk een dollar uitbetaald, terwijl de mensen uit de andere groep elk twintig dollar kregen. De proefpersonen die slechts een schamele dollar kregen, zeiden dat de taak interessanter was dan de mensen die twintig dollar kregen uitbetaald. Met andere woorden, in de twintig-dollargroep was er een grotere kloof tussen wat ze moesten veinzen en wat ze werkelijk voelden. Dit experiment demonstreert het verschijnsel cognitieve dissonantie, oftewel het proces waarbij je je opvattingen aan je handelingen aanpast. Als ik iets doe dat met mijn opvattingen strijdig is, zal ik mijn opvattingen aan mijn gedrag aanpassen.

De mensen die één dollar kregen uitbetaald, moeten hebben gedacht, aangezien zij zich voor een dollar hadden laten ‘omkopen’, dat de taak toch niet zo stomvervelend was geweest. Hoe groter de omkoopsom is, des te meer we een taak als strijdig met onze opvattingen zullen opvatten. In dit geval kan ons gedrag eenvoudig worden verklaard door het extra geld wat we ervoor krijgen.

Cognitieve dissonantie kan verklaren hoe we dingen over onszelf weten en hoe we dingen aan onszelf toekennen (een proces dat zelfattributie heet). De theorie over de zelfwaarneming van Daryl Bem stelt dat we onze eigen opvattingen kennen door dingen uit de observatie van ons gedrag af te leiden, net zoals we het gedrag van andere mensen interpreteren. We kennen onszelf op dezelfde manier als waarop we andere mensen kennen, namelijk door op gedrag te letten. Zodra we worden geconfronteerd met een dissonantie tussen wat we doen en wat we geloven, veranderen we vaak van geloof omdat we observaties van ons uitwendig gedrag gebruikten als een manier om te weten wat we geloven.

Communiceren is gemakkelijker gezegd dan gedaan

Een van de spottende bijnamen van Ronald Reagan was ‘de Grote Communicator’. Vermoedelijk kon hij zijn opvattingen wel overbrengen en in elk geval reageerden de mensen op zijn toespraken.

Hargie, Saunders en Dickson ontwikkelden een inter­persoonlijk communicatiemodel waarin ze verscheidene ­belangrijke onderdelen van het communicatieproces noemden. Elke persoon die bij communicatie is betrokken, neemt met ­bepaalde beweegredenen, kennis, opvattingen, persoonlijkheids­kenmerken en emoties aan de situatie deel. Verschillende situaties vereisen verschillende communicatiestijlen of -aspecten. Ik zal in een formele situatie anders communiceren dan in een informele situatie. Zo vloek ik meestal niet als ik een sollicitatiegesprek voer, maar wel als ik naar een voetbalwedstrijd kijk.

Verder wordt het communicatieproces door diverse mediërende processen gestuurd. Elk psychologisch proces dat op het bereiken van een communicatief doel of de uitkomst van een communicatie invloed heeft, kan een mediërend proces zijn. Een van die belangrijke processen is focusing (de dingen waarop je let). Hoe je je huidige gespreksinformatie aan je bestaande kennis koppelt, is evenzeer van belang, terwijl ook inferentie (gevolgtrekkingen maken die verder gaan dan de dingen waarover het gesprek gaat) belangrijk is.

Een ander belangrijk aspect van het communicatieproces is feedback (de informatie die de andere persoon me verstrekt over hoe effectief ik communiceer) en hoe ik die feedback gebruik. Ik maak van die feedback gebruik om de manier waarop ik communiceer, zo nodig te veranderen om het doel van het gesprek beter te kunnen verwezenlijken. Sommige mensen draven maar door, ongevoelig voor signalen van de gesprekspartner die duidelijk probeert te maken dat dat soort communicatie niet zinvol is. Deze mensen pikken de feedback niet op. Wanneer mensen in slaap vallen terwijl jij het woord tot ze richt, is dat belangrijke feedback.

Een goede gesprekspartner beheerst drie specifieke communicatieve vaardigheden: vragen stellen, uitleg geven en luisteren.

Vragen stellen

Een belangrijk kenmerk van doelmatige communicatie is dat er vragen worden gesteld (Hargie, Saunders en Dickson). Een vraag stellen is een uitstekende manier om een gesprek te openen, informatie te vergaren en aan de ander duidelijk te maken dat je in zijn gespreksonderwerp geïnteresseerd bent.

Tip.eps

Goede vragen stellen is een kunst. Vaak helpt het als je de aangesprokene een context en een structuur aanreikt waarbinnen de vraag kan worden beantwoord. Je begint bijvoorbeeld met te zeggen dat je drie hoofdvragen hebt. Vaak weten de mensen dan beter waar ze aan toe zijn. Het punt is dat je ervoor moet zorgen dat de persoon op je gespreksonderwerp kan inhaken door een referentiekader te verstrekken. Soms hebben we een paar steekwoorden nodig om effectief een antwoord te kunnen geven. Dit worden prompts genoemd. Ook vorige verklaringen kunnen de ondervraagde steun geven.

Uitleg geven

Behalve goede vragen stellen, is het van belang dat je over een zekere mate van handigheid beschikt om iets toe te lichten. Uitleg verschaft informatie en helderheid. Uitleg wordt vaak gebruikt om een bepaald punt te verduidelijken.

Tip.eps

Wanneer je in een gesprek een bepaalde boodschap probeert over te brengen, kun je het argument vaak sterker maken door een degelijke verklaring van je standpunt te geven. Goede uitleg is helder, gericht op het onderwerp en houdt met de kennis van de luisteraar rekening. Een beknopte mededeling zonder al te veel ‘eh ...’ , ‘zeg maar’ en ‘niet dan?’ helpt eveneens. Deze termen verstoren een vloeiende communicatie en kunnen er ook toe leiden dat mensen hun interesse verliezen.

Soms helpt het om even te pauzeren en samen te vatten, zodat de luisteraar kan ordenen en absorberen wat je tot dusverre hebt uitgelegd. Het is ook van groot belang dat je woorden gebruikt die bij het publiek of de luisteraar passen. Als je te technisch wordt, te globaal of te elementair, verlies je al snel hun aandacht.

Luisteren

Een derde uiterst belangrijk aspect van doelmatige communicatie is luisteren. Communicatie is geen eenrichtingsverkeer. Als er niemand luistert, heb je een monoloog in plaats van een gesprek. Hargie, Saunders en Dickson geven de volgende tips om een goede luisteraar te worden:

Tip.eps
  • Wees fysiek voorbereid en maak de ruimte gereed. Zet de radio of de televisie uit; weer storende geluiden van buitenaf. Ga zo zitten dat je de persoon die aan het praten is, kunt horen.
  • Wees bedacht op je vooroordelen en je vooronderstellingen en bereid jezelf er geestelijk op voor om aandacht te schenken.
  • Blijf bij de les door jezelf vragen te stellen over het onderwerp waarover de spreker aan het praten is.
  • Onderbreek niet als het niet nodig is.
  • Ga in gedachten na wat de kern van de boodschap van de spreker is en orden wat deze vertelt in categorieën zoals wie, wat, wanneer, waarom en hoe.
  • Hanteer geen blokkeertechnieken (bijvoorbeeld door iemands gevoelens te ontkennen of van gespreksonderwerp te veranderen).
  • Blijf oogcontact houden.
  • Knik.
  • Draai je lijf naar de spreker toe en handhaaf een open houding. Ga niet met je armen over elkaar zitten en draai niet van de spreker weg.
  • Ga niet met dingen in je buurt zitten spelen. Door de krant te gaan lezen terwijl iemand aan het praten is, geef je aan dat je niet echt luistert.

Opkomen voor jezelf

Een van de standaardproblemen die ik in mijn klinische praktijk tegenkom, is dat mensen niet weten hoe ze voor zichzelf moeten opkomen en hoe ze hun behoeften op een directe en zelfverzekerde manier kunnen overbrengen. Klachten over opdringerige collega’s, veeleisende chefs en humeurige partners zijn vaak het gevolg van een gebrek aan assertiviteit. Bij sommige mensen lijkt assertief gedrag heel natuurlijk te zijn; ze kunnen mensen op een goede manier zeggen wat ze denken op een manier die niemand afstoot.

Assertiviteit kan worden omschreven als voor je eigen rechten opkomen en je gedachten, gevoelens en opvattingen uiten, op een directe, eerlijke en toepasselijke manier en met respect voor anderen. Heb je ooit in een restaurant iets voorgeschoteld gekregen dat je niet had besteld? At je het toen gewoon maar op of stuurde je het terug? Het klinkt eenvoudig, maar een heleboel mensen zeggen niets uit angst dat ze voor een zeur worden uitgemaakt, niet aardig worden gevonden of de gevoelens van anderen zullen kwetsen.

Assertiviteit is een sociale vaardigheid die je kunt leren. Wanneer mensen assertiever worden, neemt de kwaliteit van hun relaties meestal in grote lijnen toe. Ze hebben niet langer het gevoel dat ze niet kunnen zeggen wat ze feitelijk denken of dat ze zich koest moeten houden om de vrede te bewaren. Wanneer mensen assertief leren communiceren, gaat een hele nieuwe wereld van communicatiemogelijkheden voor ze open.

Tip.eps

Een nuttig hulpmiddel bij assertief gedrag is om ‘ik-taal’ te gebruiken, dat wil zeggen, uitspraken vanuit je persoonlijke standpunt te doen in plaats van het ‘jij/U-woord’ te gebruiken om het gedrag van de ander te beschrijven. In plaats van mijn chef mee te delen dat hij me zodanig onder druk zet dat ik er kriegelig van word, kan ik zeggen: ‘Ik heb het gevoel dat u me vergeleken met andere werknemers onder unfaire druk zet. Wanneer ik dat merk, word ik boos.’ Zeker, dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar het werkt prima. Probeer het maar eens!

Fry ontwikkelde een beknopt lijstje verbale verdedigingstactieken die je tegen manipulerende en lompe personen kunt gebruiken:

  • Repeteergeweer. Blijf jezelf herhalen. ‘Ik heb nee gezegd. Welk gedeelte van nee begrijp je niet? Dan zal ik het nog een keer zeggen. Nee! Nee! Nee!’
  • Mistig blijven. Bevestig wat iemand zegt, maar verander niet van standpunt. ‘Goed, ik moet meer letten op wat ik eet. Ik ben een paar pondjes aangekomen.’ Maar ondertussen blijf je bij jezelf denken: ‘Ik blijf eten waar ik in zin in heb’.
  • Metaniveau. Een gesprek naar een abstracter niveau tillen dan waarop het oorspronkelijke gesprek werd gevoerd, ‘Ik vind dat dit een goed voorbeeld is van hoe moeilijk het kan zijn om je argumenten over te brengen. Ik vraag me vaak af hoe we dit soort dingen kunnen vermijden.’ Ik noem dit de oude therapeutentruc! ‘Wat is een ideaal gewicht nou eigenlijk? Vroeger was gewicht een teken van schoonheid en welvaart. Ik ben gewoon mooi en welvarend, niet dik.’

Conformeren zonder jezelf in bochten te wringen

Psychologie zou incompleet zijn zonder de sociale invloeden op wat en waarom we doen wat we doen, in de beschouwing te betrekken. We worden door de dynamiek van onze persoonlijkheden gedreven. We handelen instinctief op basis van onze genetische geaardheid. Ons gedrag varieert als een functie van hoe we over dingen denken. Evengoed zijn we gevoelig voor sociale invloeden. Sociaalpsychologen wijzen erop dat veel antwoorden op vragen omtrent menselijk gedrag te maken hebben met factoren als groepsnormen, mannen- of vrouwenrollen, conformisme en groepsdruk.

Je toontje meeblazen

Tenzij je een kluizenaar bent die in de woestijn woont, besta je binnen een sociale matrix, een gelaagde configuratie van sociale relaties die variëren van ouder-kind tot collega-collega. Stel je hierbij voor dat je in het midden van een reusachtige cirkel staat die uit verscheidene ringen bestaat en waarbij elke ring een niveau van sociale organisatie vertegenwoordigt.

Elk van deze ringen brengt een verzameling voorgeschreven gedragingen met zich mee, regels die voorschrijven welk gedrag van elk individu wordt verwacht. Regels of verwachtingen ten aanzien van gedrag van zo’n groep worden normen genoemd. Culturen kennen normen, gezinnen kennen normen en zelfs in subculturen spelen normen een rol. Een subcultuur bestaat uit een kleine sociale groep die vaak rond een ontspanningsactiviteit is georganiseerd. Ook een bende kun je als een subgroep met een eigen subcultuur beschouwen. Benden hebben hun eigen taal, kledingstijl en rituelen die duidelijke regels voor het gedrag van elk groepslid stellen.

Nederlanders zien zichzelf als individualisten; veel mensen gruwen bij het idee om volgens normen te leven. Toch zijn normen zo slecht nog niet. Ze vereenvoudigen ingewikkelde sociale situaties en stellen ons in de gelegenheid om aan andere dingen te denken dan hoe we ons moeten gedragen en wat we moeten zeggen. Sociale situaties verlopen vloeiender wanneer de normen duidelijk zijn.

Belangrijk.eps

Een rol is een specifiek soort norm en omschrijft hoe een persoon zich in een bepaalde situatie moet gedragen. We spelen allemaal bepaalde rollen (student, werknemer, broer, zus, ouder enzovoort) die verschillende gedragingen in verschillende situaties voorschrijven. Meestal zijn de te spelen rollen duidelijk. Deze duidelijke regels komen bijvoorbeeld tot uiting wanneer ouders een ‘vriend(in)’ van hun tieners proberen te zijn. Ouder zijn is niet hetzelfde als een vriend(in) zijn, en wanneer de grenzen tussen deze twee rollen vervagen, schendt de zogenaamde ouder de ouderlijke norm. Uiteraard doet dit de vraag rijzen waarom een ouder überhaupt een labiele tiener als vriend(in) zou willen hebben.

Een krachtige rol die ons individuele gedrag bepaalt, heeft te maken met ons geslacht; van een jongetje worden immers andere gedragingen verwacht dan van een meisje. Jongens dragen blauw, meisjes roze. Jongens zijn stoer, meisjes zachtaardig. Meisjes zijn zorgzaam, jongens denken alleen aan zichzelf. En zo zouden we eindeloos kunnen doorgaan. De maatschappij barst van de rollen die bepaalde gedragingen van jongens en meisjes verwachten.

In de loop van de jaren hebben de definities van de rollen van beide geslachten veel wijzigingen ondergaan. Mannen met een ringetje in hun oor of met make-up zijn daar voorbeelden van. Een vrouw met een broek aan? Hoe haal je het in je hoofd! Tegenwoordig werken veel vrouwen buitenshuis en heb ik zelfs al een paar keer een man gezien die huilde. Hij zal wel een vuiltje in zijn oog hebben gehad. Maar ongeacht de details van de rol van beide seksen, zijn we nog ver verwijderd van dezelfde soort rollen voor mannen en vrouwen.

Groepsgedrag

In een klassieke aflevering van de sciencefictionserie Twilight Zone ondergaat iedereen bij het bereiken van de volwassenheid plastische chirurgie, zodat iedereen er hetzelfde gaat uitzien, dat wil zeggen, de mannen als Ken, de vrouwen als Barbie. Een meisje besluit haar natuurlijke uiterlijk niet te veranderen, maar wordt daarna door de groep gekweld en belachelijk gemaakt. Ze staat onder een enorme druk om zich te conformeren, oftewel om aan de groepsdruk toe te geven. Groepen oefenen allerlei soorten druk op hun leden uit. Sommige groepen kennen expliciete regels waarvan hun leden niet mogen afwijken. Bij andere groepen is de druk subtieler of zijn de regels niet zo uitgesproken.

Belangrijk.eps

Conformiteit wordt omschreven als een wijziging in gedrag als gevolg van echte of als zodanig ervaren groepsdruk. Tot de verrassing van veel mensen conformeren we ons veel vaker dan we wel denken. Hoeveel mensen verven hun deuren en kozijnen paars in jouw straat? Niet zo gek veel, schat ik.

In een bejaard onderzoek uit 1937 ging Sherif na hoe mensen hun oordeel wijzigen op grond van de antwoorden van andere mensen. Hij vroeg proefpersonen om te schatten over welke afstand een lampje in een donkere kamer werd verplaatst. Als er andere mensen in de ruimte aanwezig waren die een andere schatting noemden, ontdekte Sherif dat de proefpersonen hun antwoord aanpasten en wel zo dat hun schatting dichter bij de schatting van de anderen kwam te liggen. De antwoorden van andere mensen beïnvloedden dus het antwoord van een proefpersoon.

Gehoorzaamheid is een extreme vorm van conformiteit die vaak tegen beter weten in gaat of in strijd met je goede bedoelingen is. Als ik aan gehoorzaamheid denk, zie ik mezelf altijd als een hondje dat wordt afgericht. Ik heb een riem om mijn nek en ik moet door een hoepel springen om een hondenbrok te krijgen. Maar zo extreem ligt het niet altijd.

PasOp.eps

Hoewel conformiteit en gehoorzaamheid niet per se slecht zijn, kan het van belang zijn te leren hoe je aan beide zaken weerstand moet bieden. Nazi-Duitsland is wellicht een van de afschrikwekkendste voorbeelden van de gevaren van conformiteit. Ik blijf volhouden dat een bepaalde mate van individuele diversiteit in elke sociale groep belangrijk is. De beste manier om conformiteit te voorkomen is om het respect voor de uniciteit van mensen te bewaren. Vrijheid van meningsuiting en tolerantie van andersdenkenden is eveneens een goede beveiliging tegen conformiteit. Zolang mensen zich lekker in hun vel voelen en vrijuit kunnen spreken, is conformiteit een stuk lastiger te verwezenlijken.

Eenvormig denken

Groepen kunnen zowel positieve als negatieve effecten op het gedrag van individuen hebben. Sommige taken doen we beter binnen een groep, terwijl we bij andere taken luier worden. In 1971 vond Janis een potentieel nadelig effect van deelname aan een groep, namelijk een verschijnsel dat groupthink (groepsdenken) werd genoemd. Wanneer groepen moeite doen om verschillen van mening te onderdrukken om de groepsharmonie te bewaren (of de partijlijn te handhaven), houden ze zich bezig met groepsdenken.

Dissidenten kunnen de samenhang van een groep soms bedreigen. Wanneer mensen ideeën beginnen te opperen die tegen het groepsstandpunt ingaan, reageert de groep soms afwijzend. Galileo was een van de beroemdste slachtoffers van het groepsdenken die de geschiedenis ooit heeft gekend. Hij ontdekte dingen over het zonnestelsel die tegen de heersende opvatting indruisten. Kreeg hij de eer die hem toekwam? Nee, integendeel. Hij werd in de gevangenis gezet omdat hij een ketter, een dissident was.

Schokkend, vind je niet?

Stanley Milgram deed in 1965 een gehoorzaamheidsexperiment dat aan het extreme grensde. Hij zette de deelnemers achter een regelpaneel met een schakelaar waarmee ze elektrische schokken konden toedienen aan een ‘proefpersoon’ die zich aan de andere zijde van een schutting bevond. De ‘proefpersoon’ was in werkelijkheid echter een onderzoeker die net deed alsof hij als echte proefpersoon aan het experiment deelnam. De deelnemer had de opdracht de ‘proefpersoon’ een schok toe te dienen wanneer deze op een vraag een fout antwoord gaf. Bij elk volgend foutief antwoord werd de schok sterker. De schok begon bij 75 volt en ging tot 450 volt. Op een bepaald punt begon de ‘proefpersoon’ te gillen en smeekte de deelnemer dan om met het toedienen van de schok te stoppen. Naast de deelnemer stond de leider van het onderzoek met een witte jas en een schrijfblok. Deze leider van het onderzoek stond erop dat de deelnemer het experiment zou voortzetten en de schokken bleef toedienen ondanks het protest en de duidelijke pijn van de ‘proefpersoon’.

In werkelijkheid kreeg de ‘proefpersoon’ helemaal geen schok, maar speelde hij slechts dat hij een schok kreeg. Vraag nu jezelf eens af: ‘Wanneer zou ik gestopt zijn met het toedienen van schokken?’ Misschien denk je dat je gestopt zou zijn op het moment dat de ‘proefpersoon’ begon te gillen en je vroeg om te stoppen. Ik weet zeker dat de deelnemers aan Milgrams onderzoek hetzelfde dachten. De shockerende uitkomst van het experiment was evenwel dat 63 procent van de deelnemers doorging tot 450 volt en aan de leider van het onderzoek gehoorzaamde, oftewel zich conformeerde. Gehoorzaamheid kan dus behoorlijk ver gaan!