Hoofdstuk 5: De persoonlijkheid ontrafeld
In dit hoofdstuk:
- De structuur van de persoonlijkheid
- De persoonlijkheidsontwikkeling volgens Freud
- Jezelf beschermen met afweermechanismen
- De mogelijkheden van het zelf verkennen
Weinig mensen zijn in de psychologie bekender dan Sigmund Freud. Kwam dat omdat hij zo’n sexy Sean Connery-achtig voorkomen had? Niet bepaald. Maar zijn ideeën leven steeds voort, in films, in de kunst, zelfs in het dagelijks leven. Een ‘Freudiaanse verspreking’ is een uitdrukking die ook tegenwoordig nog wordt gebruikt. Dit verschijnsel overkomt iedereen wel eens, soms onschuldig en soms niet. Heb je ooit iemand bij zijn verkeerde naam aangesproken omdat je aan die andere persoon dacht? (Ik raad het je niet aan als je serieuze verkering hebt of getrouwd bent.) Hoewel ik hem niet in de categorie van de merkbekendheid van Coca Cola of Nike plaats, kan de naam Freud als algemeen bekend worden verondersteld, in elk geval op psychologiegebied.
Freud over persoonlijkheid

Freud formuleerde een van de uitgebreidste persoonlijkheidstheorieën die ooit is bedacht. De diepte van zijn analyse en de reikwijdte van zijn ideeën moet nog worden geëvenaard. Maar wat is een persoonlijkheid eigenlijk? We praten voortdurend over persoonlijkheden. Iemand met een onaantrekkelijk uiterlijk kan best een grote persoonlijkheid zijn. In essentie is persoonlijkheid het totaal van de psychologische en fysieke componenten binnen een persoon die de unieke kenmerken en gedragingen van dat individu scheppen en bepalen.
In deze paragrafen bespreken we Freuds gedachten over geheugen, instincten en de befaamde afweermechanismen (die feitelijk door zijn dochter Anna werden uitgewerkt). Hoe dragen ze bij tot onze unieke persoonlijkheid? Uiteraard zou geen bespreking van Freud compleet zijn zonder zijn theorie over de psychoseksuele ontwikkeling en zijn opvattingen over Oedipus en seks te noemen!
Je unieke herinneringen
Wat voor soort persoonlijkheid zou je zijn als iemand al je herinneringen uitwiste? Je eerste verjaardag? Je eerste dag op school? Je huwelijksdag? Zou je dan een uitdrukkingsloze, etende, slapende en zwervende zombie zijn? Freud was van mening dat onze herinneringen en de manier waarop ze in onze geest zijn geordend, vitale onderdelen van onze persoonlijkheid zijn. Hij stelde dat het geheugen uit drie elementaire afdelingen bestaat. Ze verschillen in de mate waarin we ons van de inhoud van dat geheugen bewust kunnen zijn. Het geheugen, aldus Freud, bestaat uit het bewuste, het voorbewuste en het onbewuste. Van deze drie is het onbewuste het beroemdst geworden.
Het bewuste en voorbewuste
Mijn ‘actieve’ bewustzijn omvat mijn huidige gewaarwordingen. In het nu ben ik me bewust van alle dingen die zich momenteel aan mij voordoen, zoals het boek in mijn handen, zijn gele omslag, het lettertype in horizontale regels en mijn rommelende maag omdat ik al zes uur lang niet heb gegeten. Mijn bewuste wordt gedomineerd door de dingen die ik hoor, zie en voel en in het geval van een barstende hoofdpijn probeer te negeren.
Het voorbewuste bestaat uit gewone herinneringen, zoals verjaardagen, feestdagen en hoe ik moet fietsen. We zijn ons zelden actief bewust van de geheugenitems in het voorbewuste, tenzij we ze welbewust oproepen of activeren. Niettemin spelen ze een belangrijke rol in de vorming van onze persoonlijkheid.
Het onbewuste
Het onbewuste bevat de herinneringen en ervaringen waarvan we ons niet bewust zijn. Ze bevinden zich diep in ons geheugen en zijn moeilijk toegankelijk. Duizenden, zelfs miljoenen dingen spelen zich in je hersenen af waarvan je je niet bewust bent.
Feitelijk dacht Freud dat je onbewuste is gevuld met al je herinneringen, gedachten en ideeën die te verontrustend, storend of afschuwelijk zijn om ze in je bewuste toe te laten. Het onbewuste is de plaats waar je je ware gevoelens koestert, ongefilterd en ongecensureerd door de eisen die het dagelijks leven aan je stelt. Je onbewuste liegt niet! Dus wanneer iemand je de volgende keer vraagt of je haar nieuwe kapsel mooi vindt, zeg je gewoon wat je onbewuste je influistert!
De kwestie is dat je een volledig andere persoonlijkheid dan de huidige persoonlijkheid had kunnen hebben, afhankelijk van je herinneringen en de mate waarin je je van die herinneringen bewust bent. Dus ontspan je, want je bent geen gezichtsloze pop in een anonieme wereldzee. Je bewuste, voorbewuste en onbewuste herinneringen maken je tot een unieke persoon en maken je tot de speciale persoonlijkheid die door iedereen (nou ja, ten minste door je moeder) wordt bemind.
Id, ego en superego
In Hollywood zou Freud een goede filmscenarioschrijver zijn geweest. Zijn geschiedenis van de persoonlijkheid is er een van begeerte, macht, controle en vrijheid. De plot is ingewikkeld en de hoofdrolspelers hebben diepgang. Onze persoonlijkheden vertegenwoordigen een drama dat in onze gedachten wordt afgewikkeld. ‘Jij’ bent een product van de strijd tussen concurrerende mentale krachten en structuren. Voor Freud zijn jij en ik gewoon acteurs in het drama dat zich in onze geesteswereld afspeelt, gedreven door begeerte en afgeremd door ons geweten. Onder de oppervlakte vertegenwoordigen onze persoonlijkheden de strijd om de macht die zich diep in ons binnenste afspeelt. De drie hoofdrolspelers in dit drama zijn:
- Id: de bron van onze impulsen.
- Ego: onderhandelt met het id om het superego tevreden te stellen.
- Superego: houdt ons op het smalle, rechte pad.
Elk van deze spelers heeft zijn eigen idee over hoe het verhaal moet aflopen. Hun gevechten worden gevoed door krachtige motieven en elke speler is op eigen gewin uit.
Ik begeer, dus ik besta
De begincomponent en de eerste speler in Freuds persoonlijkheidsdrama is het id. Werd je ooit overweldigd door een drang, lust of impuls die zo sterk was dat je deze wel moest bevredigen? (Een nieuwe auto, seksuele begeerte, een droombaan?) Het antwoord is waarschijnlijk een volmondig ja! Waar komt die begeerte vandaan? Volgens Freud is begeerte afkomstig van het deel van je persoonlijkheid dat diep verborgen in iedereen aanwezig is en id wordt genoemd. Het id bevat al onze elementaire dierlijke en primitieve impulsen die bevrediging verlangen. Wanneer ik een egoïstisch verwend jongetje in de supermarkt zie die om koekjes vraagt en in een driftbui uitbarst als hij zijn zin niet krijgt, weet ik dat het id hier in actie is!
Maar ik wil het id niet in een kwaad daglicht stellen, want waar zou ik zijn zonder begeerte? Mijn begeerten stuwen me voort door het leven; ze zorgen ervoor dat ik streef naar de dingen die ik nodig heb om te overleven. Jouw id doet hetzelfde voor jou. Zonder id zouden we sterven of in elk geval verschrikkelijk saaie mensen zijn! Dus onthoud dat een groot deel van je persoonlijkheid bestaat uit je begeerten en je pogingen om ze te bevredigen.
Ego
Zou het niet mooi zijn als je alles kon krijgen wat je hartje begeerde, altijd en overal? Helaas is dat voor de meesten van ons niet weggelegd. Het ego is de tweede component van de persoonlijkheid. De belangrijkste functie van het ego is om als tussenpersoon op te treden tussen de eisen van het id en de eisen van de wereld om ons heen.
Tot zo ver lijkt het erop dat jij en ik veel meer bevrediging zouden krijgen als de werkelijkheid daar geen stokje voor stak. Maar zelfs als het ego met het id in conflict is, is bevrediging niet onbereikbaar. Het ego kan zijn belangrijke opdracht vervullen door de krachten van het id om te vormen tot acceptabelere en realistischere vormen van bevrediging. Het ego probeert de kracht van het id te reguleren teneinde bevrediging te realiseren ondanks de beperkingen die de realiteit stelt.
Het laatste oordeel
Alsof de taak van het ego als bemiddelaar tussen het id en de realiteit al niet moeilijk genoeg was, staan zijn prestaties onder voortdurende kritiek van een onbuigzame beoordelaar, het superego. Terwijl het ego met het id onderhandelt om rampen te voorkomen, beoordeelt het superego het resultaat. Het superego is een andere naam voor je geweten. Je geweten verwacht van het ego dat het sterk genoeg is om aan de kracht van het id weerstand te bieden.
Gewoonlijk is ons geweten afkomstig van onze ouders of een andere autoriteit. Naarmate we opgroeien maken we deze standaard tot onze eigen standaard. Ons geweten geeft ons een schuldig gevoel wanneer we een leugen opdissen of onze belasting proberen te ontduiken.
Het draait allemaal om seks!
Het zou een krantenkop kunnen zijn ‘Seksuele Bevrediging Motor Achter Persoonlijkheidsontwikkeling’. Nou, niet helemaal, maar Freuds psychoseksuele theorie van de persoonlijkheidsontwikkeling ging wel degelijk over lust. Wat maakt jouw persoonlijkheid zo verschillend van andere persoonlijkheden? Freuds speurtocht naar het antwoord op deze vraag leidde tot de ontdekking dat de uniciteit van de persoonlijkheid van een individu zijn wortels in de vroege jeugd heeft. Eureka, de jeugd heeft de toekomst. De persoonlijkheid waarmee je je woning deelt, degene die haar charmes in de strijd werpt, degene die lijstjes maakt en nooit iets gedaan krijgt, degene die ervoor zorgt dat de badkamer altijd brandschoon is, werd in de smidse van de wieg gesmeed en in de strijd tijdens haar jeugd gekneed. Volgens Freud was je feitelijk al een uniek eindproduct tegen de tijd dat je in de puberteit belandde.
Maar wat maakt je zo uniek? Is het je ooit opgevallen hoe algemeen de termen zijn waarin contactadvertenties zijn opgesteld? ‘Ongebonden vrouw zoekt gezonde niet-roker om langs het strand te wandelen en een goed gesprek te voeren’. Ik vraag me altijd af wie er werkelijk achter zo’n tekst schuilgaat. Wie is die ongebonden vrouw? Is ze na de eerste paar afspraakjes, nadat de romance in wat rustiger vaarwater is gekomen, nog wel te verdragen? Wat zijn haar eigenaardigheden? Lacht ze met gierende uithalen? Praat ze grotendeels over zichzelf? Is haar woning netter dan een legerbarak? Hier steekt de persoonlijkheid de kop op. Achter de algemene maskers die we allemaal opzetten, liggen onze eigenaardigheden, de dingen die ons opvallend maken.

Volgens Freud zijn je unieke karaktereigenschappen en eigenaardigheden het product van hoe je persoonlijkheid zich tijdens je kindertijd of kinderjaren heeft ontwikkeld. Als zuigeling, kind en ook als puber doorloop je een reeks fasen waarin je groeit en rijper wordt:
- Orale fase. Van de geboorte tot achttien maanden.
- Anale fase. Tussen achttien maanden en drie jaar.
- Fallische fase. Van drie jaar tot zeven à acht jaar.
- Latente fase. Van zeven à acht jaar tot aan de puberteit.
- Genitale fase. Van de puberteit tot de volwassenheid.
Het zijn als het ware vijf minipersoonlijkheden die elk een paar jaar bestaan totdat je volwassen wordt. Dit doet me denken aan een brugpieper die als persoonlijkheid A op school arriveert en tegen het einde van het schooljaar in een volledig andere persoon is veranderd, inclusief zijn kleding en jargon. Elke persoonlijkheidsfase is een unieke uitdaging voor je en als je die uitdagingen aankunt, ontwikkel je je tot een volgroeide persoonlijkheid. Maar als je een fase op de een of andere manier niet afrondt, loop je vast oftewel raak je gefixeerd. Een groot deel van de persoonlijkheid stamt af van die fixatie op een bepaalde fase van de persoonlijkheidsontwikkeling.
De afweermechanismen van Anna
Op vakantie in de Verenigde Staten loop je over een pad door de bergen en plotseling duikt een beer voor je op. Hij staat op zijn achterpoten en ziet er echt hongerig uit. Wat doe je: vechten of vluchten? Als deze situatie bedreigend voor je is, zul je je moeten verdedigen. Maar ga je alleen in de verdediging als je je lichaam tegen fysieke schade moet verdedigen? Ik heb bijvoorbeeld mijn reputatie meermalen moeten verdedigen. Hoe het ook zij, soms moeten we onszelf psychologisch verdedigen of beschermen. Dit is een belangrijk aspect van onze persoonlijkheid.
Anna Freud (dochter van Sigmund Freud) bracht ons het idee van de afweermechanismen. Freud was van mening dat de kenmerkende manier waarop je je verdedigt, in sterke mate voor je hele persoonlijkheid bepalend is. Hoe biedt jij weerstand? Hoe verdedig jij jezelf psychologisch? Hoe bescherm jij jezelf tegen een pijnlijke gedachte, impuls of drang?

Vader en dochter Freud stelden de volgende belangrijke verdedigingsmechanismen voor:
- Verdringing. Een gedachte, gevoel of herinnering uit het bewustzijn weghouden. ‘Vergeet het!’ Veel zaken kunnen worden verdrongen: verboden impulsen of begeerten of een pijnlijke emotionele situatie.
- Ontkenning. Weigeren te accepteren dat iets bestaat of dat iets is gebeurd. Het kan ook betekenen dat het belang van een gebeurtenis zodanig wordt verdraaid dat het een niemendalletje wordt. Als er iets fout gaat wat belangrijk voor je is, kun je reageren met ‘Ach, eigenlijk was dat helemaal niet belangrijk’. Dit is een gebruikelijke reactie wanneer de druiven zuur blijken te zijn.
- Projectie. Een bedreigende drang, impuls of aspect van jezelf aan iemand anders toekennen. In plaats van te erkennen dat je razend op iemand bent, beschuldig je die persoon ervan dat hij woedend op jou is.
- Rationalisering. Een acceptabele maar onjuiste verklaring van een situatie opdissen. Ik heb ooit een winkeldief gekend die alleen in filialen van grote winkelketens opereerde. Hij verklaarde zijn gedrag door te zeggen dat de groten van de kleintjes stalen en dat hij de balans gewoon wat meer in evenwicht probeerde te brengen.
- Intellectualisering. De dingen ‘logisch’, koel en emotieloos overdenken.
- Reactieformatie. Het tegenovergestelde doen van wat je werkelijk zou willen. Ben je ooit aardig geweest tegen iemand aan wie je echt een hekel had?
- Regressie. Terugkeren naar een vroegere of meer kinderachtige vorm van afweer. Fysieke en psychologische stress leiden er soms toe dat we onze volwassen afweermechanismen laten varen. Van regressie is bijvoorbeeld sprake geweest als je je toevlucht hebt genomen tot dreinen toen je je baas om een loonsverhoging vroeg.
Onze interacties met de wereld om ons heen kunnen boordevol conflicten en angst zijn. Kantoorruimte moeten delen, een kamergenoot hebben en moeten omgaan met een deurwaarder zijn slechts een paar voorbeelden van alledaagse problemen waarmee we te maken hebben. Vader en dochter Freud leverden een ongeëvenaarde bijdrage aan ons begrip van hoe onze verdedigingsmechanismen met onze persoonlijkheid in strijd zijn. Het is niet zo dat een psychologische verdediging van onszelf als negatief gedrag moet worden bestempeld, want het is voor ons overleven van groot belang. Onze verdediging beschermt ons en voorkomt dat we door de omstandigheden worden overweldigd. Zonder die afweermechanismen zouden we uiteindelijk allemaal een zenuwinstorting krijgen.
De persoonlijkheid beschrijven
Een persoonlijkheid is een stabiel systeem van neigingen om op een bepaalde manier te handelen, te denken en te voelen. Iemands persoonlijkheid beschrijven is in wezen een beeld samenstellen uit de diverse stukjes informatie die over die persoon beschikbaar zijn. Iemands persoonlijkheid beschrijven komt bijna altijd neer op een stelletje gedragskenmerken pakken en die tot een kleinere verzameling kwaliteiten en attributen reduceren.
Persoonlijkheidstheorieën nemen aan dat enkele algemene kenmerken kunnen samenvatten hoe een persoon is. De kwaliteiten die me het eerst te binnen schieten wanneer ik over een bepaalde persoon nadenk, zijn gewoonlijk de kwaliteiten die bij die persoon op de voorgrond staan. Hoe centraler die kwaliteit is, des te nuttiger dat aspect is om zijn of haar gedrag te voorspellen en die persoon van andere mensen te onderscheiden.
Vele psychologen hebben zich met de persoonlijkheid bezig gehouden en er zijn vele persoonlijkheidstheorieën ontwikkeld. Bijna al deze theorieën benadrukken adaptatie als een belangrijke component van persoonlijkheid. Adaptatie en maximale aanpassing in de wereld, dat is de rol van persoonlijkheid in feite. Vanuit dit standpunt gezien is persoonlijkheid in zeker opzicht een middel om te overleven. Dieren ontwikkelden een vacht om warm te blijven en klauwen om zich tegen gevaren vanuit hun omgeving te verdedigen. En wij mensen hebben persoonlijkheden ontwikkeld!

Een belangrijk ding om in gedachten te houden is dat niemand volmaakt voldoet aan deze theorieën. Een belangrijk principe in de psychologie is het principe van de individuele verschillen. Niemand is een persoonlijkheidstheorie; de theorieën zijn manieren om de ingewikkeldheid van menselijk gedrag, denken en emoties te begrijpen.
Onszelf representeren
De manier waarop mensen zichzelf en hun ervaringen met de wereld representeren, wordt door sommige psychologen als een elementair aspect van hun persoonlijkheid en hun handelwijze beschouwd. Waarschijnlijk ben je wel eens naar een bijeenkomst, vergadering, cursus of feest geweest waar onmiddellijk een hulpvaardig genie naar je toekwam en je een naamkaartje gaf. Ik moet altijd de verleiding weerstaan om iets geks of de naam van iemand anders op mijn naamkaartje te schrijven.
Naamkaartjes, bijnamen en gewone namen zijn allemaal voorbeelden van representaties van wie we zijn. Het zijn handige en snelle manieren om een heleboel informatie over iemand bij elkaar te brengen. Deze manier om informatie over mensen en de wereld te ordenen is het product van de neiging van de menselijke geest om onze ervaringen orde en structuur op te leggen.
Schema’s
De gestructureerde representatie van ervaring is gebaseerd op herhaaldelijke confrontaties in verschillende situaties met ervaringen of bepaalde kwaliteiten van een persoon. Deze ordening neemt de vorm aan van schema’s oftewel mentale constructen voor ‘Cora’, ‘Brad Pitt’ en ‘ik’. Cora is mijn buurvrouw die veel te harde muziek draait, Brad Pitt is een beroemde acteur op wie elke man jaloers is. En ik? Ik ben die man die op Brad Pitt jaloers is. Nadat je al deze gestructureerde representaties van mensen met inbegrip van jezelf hebt ontwikkeld, gebruik je ze om nieuwe informatie te herkennen en te begrijpen.

Zelfschema’s, ook wel zelfconcepten genoemd, zijn de geordende informatie-eenheden met betrekking tot jezelf. Wat is het concept van ‘jou’ of ‘mij’? Een diepgaande bespreking van de manier waarop de identiteit van een persoon zich ontwikkelt, valt buiten het bestek van deze paragraaf, maar in elk geval worden onze identiteiten in de vorm van schema’s gerepresenteerd, hoe de precieze details er ook mogen uitzien. Deze zelfschema’s zijn geïntegreerde conceptuele netwerken waarin onze eigen opvattingen over onszelf en de opvattingen van anderen over ons zijn opgenomen. Ze verstrekken uitvoerige informatie over ons, van demografische gegevens (hoe oud we zijn enzovoort) tot onze waarden. We kunnen ze automatisch bijwerken op grond van onze ervaringen, maar ook herzien door er bewust aandacht aan te schenken en er moeite voor te doen.
Scripts

Sociaal relevante schema’s, de andere sleutelcomponent bij de totstandkoming van een persoonlijkheid, hebben betrekking op de representaties van categorieën andere mensen, omgevingen, sociaal gedrag en standaardverwachtingen. Ze worden ook wel scripts genoemd. Toont een actrice in een film haar dagelijkse persoonlijkheid of handelt ze volgens een script dat voorschrijft wat ze moet doen, wanneer ze moet praten, huilen enzovoort? Volgens een script natuurlijk. Stel je nu voor dat we allemaal slechts een persoonlijkheidsscript van onszelf uitvoeren dat geschreven is door onze ervaring en ontwikkeling. Deze scripts bepalen de manieren waarop we ons gedragen.
Misschien lijken onze persoonlijkheden op die manier wel erg simpel. We hebben allemaal het idee dat we wat ingewikkelder in elkaar steken. Walter Mischel (1980) probeerde wat meer smaak aan deze nogal droge versie van persoonlijkheid toe te voegen. Hij introduceerde een speciale klasse scripts om deze robotachtige opvatting enigszins vorm te geven: competenties, encodeerstrategieën, verwachtingen, subjectieve waarden en zelfregulerende mechanismen.
Persoonlijkheid omvat heel wat meer dan alleen het zichtbare gedeelte. Ook je privéverzameling vaardigheden en je vermogen om problemen op te lossen en de wereld te analyseren zijn belangrijke aspecten van je persoonlijkheid. Mischel noemde dit je competenties. Hoe we met de problemen des levens omgaan en een crisis overwinnen is voor een deel bepalend voor onze persoonlijkheid. Ben je een ‘hup-erop-af’-persoon of een ‘analytisch denker’? Een goede testcase voor je handelwijze is de gebruiksaanwijzingtest (zo noem ik hem tenminste). Wanneer je iets aanschaft dat je zelf in elkaar moet zetten, bijvoorbeeld een doe-het-zelf-meubelstuk, raadpleeg je dan de gebruiksaanwijzing of laat je die links liggen?
Aangezien cognitieve persoonlijkheidstheorieën zo’n sterke nadruk op de verwerking, interpretatie en opslag van informatie leggen, beschouwen zij de werkwijzen en begrippen die we gebruiken om informatie te ordenen als een belangrijk aspect van onze persoonlijkheid. Ze doelen daarmee op het proces waarbij de ingewikkelde schema’s en scripts worden opgesteld die ons gedrag uiteindelijk zullen sturen. Encodeerstrategieën zijn de unieke manieren waarop een persoon de wereld waarneemt en interpreteert. Laat twee personen maar eens naar precies dezelfde gebeurtenis kijken. De kans is groot dat ze dezelfde gebeurtenis op een totaal andere manier interpreteren. Iedereen die wel eens ruzie gehad heeft met de partner of een andere nabije verwant zal dat kunnen beamen.
Wat zijn de doelen in jouw leven? Heb je een welomlijnd plan of een bouwtekening? Misschien besef je het zelf niet, maar volgens Mischel beschikken we allemaal over wat hij zelfregulerende systemen en plannen noemde. Je stelt jezelf een doel, je streeft ernaar, je analyseert of je dat doel al dan niet hebt gehaald, waarna je alles zo nodig aanpast. Ieder van ons doet dat op een unieke manier en dat kenmerkt onze persoonlijke stijlen.
Volgens deze representationele kijk op persoonlijkheid bestaat persoonlijkheid uiteindelijk uit de manier waarop we tegen onszelf en de wereld aankijken en de manieren waarop deze opvattingen in de vorm van gedragsblauwdrukken in plannen en daden worden omgezet.
Je van jezelf bewustzijn
Amerikanen zijn dol op het klassieke individu. John Wayne speelde jarenlang rollen waarin hij een onafhankelijke persoon vertolkte, terwijl Rambo op zijn eentje hele divisies vijandelijke soldaten versloeg. Deze jongens dopten hun eigen boontjes. Ze hadden een sterk karakter en waren dominante persoonlijkheden. Ze wisten wie ze waren en niemand kon ze op andere gedachten brengen.
Maar psychologen, voor het geval dat het je nog niet was opgevallen, nemen niets voor vanzelfsprekend aan. Als ik John Wayne in therapie zou hebben en hij binnenkwam met de stoere air van ‘Ik weet wie ik ben en ik ga niet veranderen’, zou ik de uitdaging aannemen en zeggen: ‘Goed, vertel me maar eens wie je bent.’ Het is maar al te gemakkelijk om er stilzwijgend van uit te gaan dat je weet wie je bent. Totdat iemand er naar vraagt, nemen de meesten van ons aan dat ze weten wie ze zijn. Dit is de eeuwenoude vraag naar het zelf. Wat is een zelf en hoe weet ik of ik er eentje heb? Wat is mijn identiteit? Wie ben ik?
Wanneer we een soort besef van onszelf hebben ontwikkeld, zijn we in een toestand van zelfbewustzijn aangeland. Waarom zeg ik ‘ontwikkeld’? Zijn we ons bij onze geboorte dan niet van onszelf bewust? Nee, het duurt wel vijf tot zes maanden voordat je als baby iets hebt ontwikkeld dat ergens in de verte op zelfbewustzijn lijkt.

Bewustzijn van jezelf en zelfbewustzijn zijn eigenlijk hetzelfde. Zelfbewustzijn betekent gewoon dat je je van jezelf bewust bent. Maar teveel van het goede is ook weer niet goed. Als mensen zich over-bewust zijn van zichzelf, dan voelen ze zich opgelaten, alsof ze iets fout gedaan hebben. Dit is niet een van de typen zelfbewustzijn waarover ik het in deze paragraaf heb:
- bewustzijn van je lijf;
- privézelfbewustzijn;
- openbaar zelfbewustzijn.
Je bewust worden van je lichaam
Bewustzijn van je lijf begint met een eenvoudige vraag: waar begin ik fysiek en waar eindig ik fysiek? Welk lichaamsdeel is het belangrijkst voor je zelfgevoel? Misschien vind je het vreemd klinken, maar het verschil kunnen aangeven tussen jouw lijf en het lijf van een ander is voor zelfbewustzijn cruciaal. Denk maar eens aan pasgeborenen. De fysieke band tussen een kind en de zogende moeder is onmiskenbaar, en het besef van het kind dat het van zijn moeder verschilt, oftewel van haar is gescheiden, ontwikkelt zich pas na verloop van tijd.
Het privé- en openbaar zelfbewustzijn
Hoe goed ken je jezelf? Probeer je jezelf altijd te doorgronden? De gerichtheid van je gedachten, gevoelens, beweegredenen en je globale zelfgevoel wordt je privézelfbewustzijn genoemd. Wanneer je ‘naar binnen’ kijkt, ben je met je privézelfbewustzijn bezig. (Maar als je een beetje te vaak ‘naar binnen’ kijkt, is dat ook weer te veel van het goede.)
Op een dag stond ik op het punt om ’s morgens naar mijn werk te gaan, maar toen ik bij de auto was gekomen, besefte ik dat ik iets vergeten was. Dus knipte ik met mijn vingers, zei ik ‘oh-oh’ en ging ik weer terug naar binnen. Wat zijn dat voor tekenfilmreacties, die voor een ander zichtbare, stereotype gedragingen wanneer je iets vergeten bent? Waarom doe je dat? Als ik het niet zou doen, zou ik er als een idioot uitzien omdat ik naar mijn auto liep en vervolgens zonder duidelijke reden weer terugkeerde. Waarom had ik een voorwendsel nodig? Omdat iemand naar me keek!
Dit is het zogeheten onzichtbare-publiekfenomeen, het gevoel dat we op het toneel staan wanneer we ons in het openbaar bevinden en dat er mensen naar ons kijken. Jongeren lijken altijd op het toneel te staan. Als ze over een stoepje struikelen, krijgen ze een blos en rennen ze giechelend weg. Ook dit is een voorbeeld van ons openbaar zelfbewustzijn, ons gevoel van onszelf in de aanwezigheid van anderen, ons openbare image.

Het opmerkelijkste aspect van ons openbare zelfbewustzijn is ons bewustzijn van (en onze nadruk op) uiterlijkheden. We geven niet voor niets miljoenen euro’s per jaar uit aan mooie kleren, trimclubjes en dieetartikelen. Ons openbare zelfbewustzijn vormt een groot deel van wie we zijn en hoe we onszelf zien.
Jezelf ontdekken

Ons emergente self hebben we al vanaf onze geboorte. Dit zelf bestaat in wezen uit onze subjectieve ervaringen van vreugde, verdriet, boosheid en verbazing. Gevoelens! Ons kernzelf (core self) begint te ontstaan als we twee tot vier maanden oud zijn, onze herinneringen zich beginnen te vormen en we een gevoel voor fysieke vaardigheden ontwikkelen. Het kernzelf wordt opgevolgd door het subjectieve zelf dat zich uit wanneer een kind beseft dat het zijn ervaringen met andere mensen kan delen. Een goed voorbeeld hiervan is wanneer baby’s je een slok uit hun flesje aanbieden voordat ze zelf de fles aan de mond zetten. Ten slotte is er nog ons verbale zelf dat zich ontwikkelt zodra we onze taalvaardigheden gaan gebruiken om ons gevoel van onszelf te vorm te geven.
Ook Arnold Buss geeft ons een helder idee van wat identiteit is. Onze identiteit omvat twee concepten:
- persoonlijke identiteit;
- sociale identiteit.
Je bent wat je doet
Het interessantste aspect van onze identiteit is dat we onszelf op een andere manier gaan beschrijven naarmate we ouder worden. Kinderen op de basisschool omschrijven vaak wie ze zijn door de dingen te noemen die ze doen. Hele jonge kinderen definiëren zichzelf door te zeggen: ‘Ik ren. Ik speel. Ik fiets.’ Wanneer deze kinderen tot jongeren zijn opgegroeid, treedt er weer een verschuiving in de omschrijving van zichzelf op. Ze gaan nu psychologische concepten (opvattingen, beweegredenen, verlangens en gevoelens) hanteren. ‘Ik wil naar de disco’, ‘ik voel me vandaag erg treurig’. En hoe omschrijven volwassenen zichzelf? Waarschijnlijk combineren ze beide typen omschrijvingen en hanteren ze zowel activiteiten als psychologische concepten: ‘Ik ben een treurige psycholoog die niet kan golfspelen’.
Een persoonlijke identiteit veinzen

Mijn persoonlijke identiteit bestaat uit de dingen die me temidden van een menigte opvallend maken: bijvoorbeeld mijn keiharde spierballen en mijn adonisachtige uiterlijk. Feitelijk doel ik meer op psychologische kenmerken, hoewel onze fysieke verschijning wel degelijk een deel van onze identiteit is. Volgens Buss bestaat onze persoonlijke identiteit uit een openbaar zelf en een privézelf, die elk weer uit diverse componenten bestaan. Drie belangrijke aspecten maken deel uit van ons openbare zelf:
- Uiterlijk. Ons bewustzijn van ons uiterlijk is wel degelijk een gedeelte van onze identiteit. Dit is niet alleen kenmerkend voor westerse culturen, want over de hele wereld doen mensen veel moeite hun uiterlijk en persoonlijke schoonheid te verfraaien op de manieren die door de betreffende cultuur worden aangemoedigd.
- Stijl. Herman Brood had stijl! De manier waarop hij sprak en zong, zijn lichaamstaal en zijn gezichtsuitdrukkingen waren onmiskenbaar Brood. Allemaal hebben we een bepaalde manier van praten en bewegen. Ons handschrift is uniek. Deze dingen verlenen ons een bepaalde stijl.
- Persoonlijkheid. Persoonlijkheidstheorieën proberen individualiteit op grond van de verschillen tussen onze persoonlijkheden te verklaren. Als iemand mijn persoonlijkheid in het lijf van een ander transplanteert, zouden mensen me dan nog herkennen? Misschien in het begin niet, maar uiteindelijk zal ze toch wel iets opvallen. Dat komt omdat onze persoonlijkheden ons uniek maken; ze maken ons tot ‘jou’ en ‘mij’. Onze persoonlijkheden hebben een blijvend karakter; je kunt ze niet gemakkelijk wijzigen. Vanwege hun consistentie en stabiliteit geven onze persoonlijkheden een goede indruk van wie we zijn, zelfs als we af en toe ander gedrag vertonen.
Ons privézelf bestaat uit die dingen die voor anderen het moeilijkst zichtbaar en observeerbaar zijn. Wanneer een cliënt aan een psychotherapie begint, zal het voor een psycholoog lastig zijn hem te helpen als hij stelselmatig weigert om over zijn privézelf (zijn gedachten, gevoelens, dagdromen en fantasieën) te praten.
- Gedachten. Wat mensen denken, is vaak moeilijk te zeggen, tenzij ze dat je zelf vertellen. Sommigen zijn beter dan anderen in staat om uit te vissen wat mensen denken, maar het blijft toch altijd een kwestie van raden. Mijn gedachten zijn uniek voor mij.
- Gevoelens. Mensen die in de geestelijke gezondheidszorg werken, evalueren vaak nieuwe patiënten in psychiatrische ziekenhuizen aan de hand van een zogeheten Mental State Examination. De arts observeert de patiënt, deels om uit te zoeken hoe de persoon zich voelt. Dit observeerbare aspect van hoe iemand zich voelt, is het affect. Maar hoe zit het met wat de persoon zegt? Depressies zijn niet altijd observeerbaar, ook al zeggen mensen dat ze zich ongelooflijk triest voelen. Dit wordt een stemming genoemd, de gevoelens zoals de persoon die zelf ervaart. Wanneer cliënten me vertellen hoe ze zich voelen, zal ik ze op hun woord moeten geloven. Het is lastig om tegen iemand te zeggen dat hij niet treurig is als hij zegt dat hij dat wél is.
- Dagdromen en fantasieën. Wie zou je zijn zonder je dagdromen en fantasieën? Ook je fantasieën zijn meestal privé, vooral je seksuele fantasieën. Ze zijn uniek voor ons; ze definiëren ons.
Een sociale identiteit ontwikkelen

Hoe heet je? Waar kom je vandaan? Wat is je geloofsovertuiging? Elk van deze vragen heeft betrekking op een onderdeel van je sociale identiteit, oftewel de dingen die je met een bepaalde maatschappelijke categorie vereenzelvigen. Groepsaffiliatie omvat je beroep, de dingen die je in je vrije tijd doet en de subgroepen waarvan je deel uitmaakt. Jouw sociale identiteit bestaat uit de volgende factoren die tezamen het sociale ‘jij’ vormen.
Verwantschap
De meesten van ons beseffen hoe belangrijk verwantschap voor onze sociale identiteit is. Onze achternaam ontlenen we vaak aan verwanten. In West-Europa is een achternaam de wettige naam en een betrekkelijk betrouwbare manier om mensen te identificeren. In Arabische landen is de achternaam niet de belangrijkste manier om iemands verwantschap aan te duiden. Daar wordt de persoon sociaal aangeduid door wie zijn vader is, terwijl de vader op zijn beurt wordt geïdentificeerd door wie zijn oudste zoon is. In plaats van iemand meneer Josef Khoury te noemen, is hij bijvoorbeeld ‘de vader van Josef’ of ‘Abu Josef’. Josef, zijn zoon, heet bijvoorbeeld ‘zoon van Josef’ (de vader) of ‘Bin Josef’ of ‘Josef Josef’.
Etniciteit en nationaliteit
Etniciteit is een ander belangrijk aspect van onze sociale identiteit. Ben je een blanke, een Arabier, een Indo, een Chinees, een Afrikaan? Veel mensen benadrukken etnische verschillen liever niet omdat ze discriminatiekwesties willen vermijden. Toch is etniciteit een belangrijk onderdeel van wie mensen zijn en van welke cultuur ze gebruikmaken om hun leven te structureren.

Nationaliteit is niet hetzelfde als etniciteit. Ik kan een in Nederland geboren en getogen burger met een Arabische etniciteit zijn. Zowel etniciteit en nationaliteit zijn belangrijke stukjes informatie omdat een Boliviaanse burger van Chinese afkomst een heel andere persoon kan zijn dan een Nederlandse burger van Chinese afkomst.
Religieuze en groepsaffiliaties
Religieuze affiliatie is een uiterst belangrijk aspect van iemands identiteit. In Israël bijvoorbeeld hebben de meeste inwoners van Nazareth de Arabische etniciteit, maar zijn er twee verschillende religieuze groeperingen: moslims en christenen. Hun religieuze identiteit is een kernaspect bij het bepalen van wie ze zijn. Ook in West-Europa worden mensen vaak aan de hand van hun geloofsovertuiging geïdentificeerd: Rooms-Katholiek, Nederlands Hervormd, Luthers, Moslim, Joods enzovoort.
Groepsaffiliatie verwijst naar aspecten zoals beroepen en sociale kringen. Veel mensen identificeren zichzelf met het beroep dat ze uitoefenen. Weer een andere belangrijke dimensie van onze identiteit wordt gevormd door de clubjes waarvan we lid zijn en de kringen waarin we verkeren. Leerlingen van scholen zien zichzelf als skater of alto en handelen daarnaar door bepaalde muziek te prefereren en af te keuren, een bepaalde woordenschat te hanteren en bepaalde kleding te dragen. Wat je ook doet of waar je je ook bij aansluit, het geeft je een gevoel van uniciteit die boven de andere aspecten van persoonlijke identiteit uitstijgt.
Een beetje zelfwaardering aankweken
Zolang mensen een gunstige opvatting over ons hebben, is alles prima. Maar vaak is dat niet het geval. Kinderen worden soms door hun ouders gekleineerd, vernederd of verbaal afgebekt. Ze worden niet door anderen op handen gedragen, dus hebben ze vaak op hun beurt ook een lage dunk van zichzelf.
Neem me niet kwalijk voor deze deprimerende inleiding, maar de meeste mensen beseffen pas wat het begrip zelfachting, oftewel hoe een persoon over zichzelf denkt, inhoudt wanneer die zelfachting ontbreekt.

Buss geeft een goed overzicht van zes belangrijke bronnen van zelfachting:
- Uiterlijk. We hebben gewoonlijk een beter gevoel over onszelf wanneer we ons aantrekkelijk voelen. Veel sociaal-psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat mensen die als aantrekkelijk worden beoordeeld meer voor elkaar krijgen, en dat zij bij sociale interacties de voorkeur krijgen boven mensen die minder aantrekkelijk zijn. Geen wonder dat je je zo goed voelt als je er zo prima uitziet!
- Vaardigheden en prestaties. We hebben een beter gevoel over onszelf als we goede cijfers halen, goede prestaties op het werk leveren en in het algemeen erin slagen om dingen met succes te doen. Hoe meer iemand in staat is om voor zichzelf iets te bereiken, des te groter de kans is dat hij of zij een goed gevoel over zichzelf heeft.
- Macht. Wanneer we het gevoel hebben dat we controle over ons leven hebben, voelen we ons goed. Er bestaan minstens drie subbronnen van het machtsgevoel: dominantie, status en geld. Dominantie (of overheersing) kan worden gerealiseerd door dwang, wedijver of leiderschap. Status en geld spreken voor zich. Ik zeg niet dat naamloze arme mensen een slecht gevoel over zichzelf zullen hebben, maar ze zouden zich wellicht toch iets beter voelen als ze enige status en wat geld op de bank hadden.
- Sociale beloningen. Drie
soorten sociale beloningen zorgen ervoor dat we blij zijn met wie
we zijn:
- Affectie: wanneer mensen ons aardig vinden.
- Lof: wanneer iemand ons zegt dat we iets goed doen.
- Respect: wanneer andere mensen onze opvattingen, ideeën en handelingen op prijs stellen.
- Indirecte bronnen. Deze bron van zelfachting komt neer op een goed gevoel over jezelf hebben omdat de dingen in de wereld om je heen goed gaan. Afstralende roem geeft een goed gevoel als we een kick krijgen in het gezelschap van geslaagde, machtige of beroemde personen of als we met die personen worden geassocieerd. Fraaie bezittingen kunnen ons ook een beter gevoel over onszelf geven.
- Ethiek. Ethiek heeft te maken met een goed mens zijn en leven volgens sociale normen en regels. Een goed mens zijn is voor je zelfachting nooit slecht. Voor het overgrote deel is ethiek echter betrekkelijk. Maar wanneer iemand het gevoel heeft dat hij hoge morele waarden in een situatie kan handhaven (hoe hij deze waarden ook omschrijft), zal hij zichzelf waarschijnlijk positiever waarderen.
Afgezien van deze bronnen van zelfachting kunnen bepaalde aspecten van de persoonlijkheid eveneens op zelfachting van invloed zijn. Dat is de conclusie van enkele studies waarin verband werd gevonden tussen verlegenheid en sociale eenzaamheid enerzijds en een lage zelfachting anderzijds. Daarentegen rapporteren mensen die optimistisch en sociaal zijn, meestal een hogere zelfachting. Het lijkt er dus op dat sociaal gedrag en goede relaties onderhouden belangrijk is om je een goed gevoel over jezelf te geven. Dat brengt me vanzelf bij het onderwerp ‘relaties’, dus rond ik hiermee het terrein van het geïsoleerde zelf af.
Hechting
Mensen zijn ontegenzeglijk sociale schepsels. Sommige mensen zijn erg sociaal, andere mensen een beetje minder, maar de meeste mensen willen in elk geval een beetje sociaal zijn.
De meest elementaire relatie is de band tussen twee personen: man en vrouw, broer en zus, vriend(in) en vriend(in). Hoe overbruggen we de kloof tussen ons geïsoleerde zelf en de mensen in de wereld om ons heen? Psychologen hebben deze kwestie aangepakt door te kijken naar wat meestal de eerste relatie is, namelijk die tussen moeder en kind.
Onderzoekers analyseren vaak de primaire relatie tussen een verzorger en een kind aan de hand van een begrip dat hechting wordt genoemd. John Bowlby’s opvatting luidt dat kinderen essentieel afhankelijk zijn van hun verzorgers die de noodzakelijke dingen des levens (voedsel, onderdak, stimulatie, liefde enzovoort) verstrekken. Voor het merendeel zijn zuigelingen hulpeloos, met uitzondering van hun vermogen zich te hechten en een relatie met hun primaire verzorger(s) aan te gaan. Deze band of hechting zorgt ervoor dat aan de behoeften van de zuigeling wordt voldaan. Wanneer zuigelingen in een bedreigende situatie belanden, proberen ze de band met hun primaire verzorger aan te halen. Dat wordt hechtingsgedrag genoemd en heeft betrekking op alles wat een zuigeling doet om in de buurt te blijven van iemand die de wereld beter het hoofd kan bieden. Een primaire verzorger wordt als een hechtingsfiguur opgevat. Als we weten dat onze hechtingsfiguren in de buurt zijn wanneer we ze nodig hebben, voelen we ons veiliger.
Bowlby beschouwde hechting als een essentiële voorwaarde om een productief en psychologisch gezond leven te kunnen leiden. Als hechting ontbreekt, lijden kinderen vaak aan depressie, angst en voelen ze zich in psychologisch opzicht over het algemeen slecht.
Pret maken met familie
Een gezin bestaat uit minstens twee personen die op basis van bloedverwantschap, huwelijk of adoptie een band met elkaar hebben. Gezinnen hebben de afgelopen vijftig jaar de nodige ontwikkelingen doorgemaakt. Veel huwelijken eindigen tegenwoordig met een scheiding. Kinderen moeten leren om te gaan met twee paar ouders, stiefbroertjes en stiefzusjes en een ander type vakantie.
Het McMaster gezinsfunctioneringsmodel noemt de volgende zes functies van een gezin:
- Problemen oplossen. Het vermogen van het gezin om kwesties op te lossen en te blijven functioneren.
- Communicatie. De duidelijkheid en de directheid van de informatie-uitwisseling binnen het gezin.
- Rollen. De verschillende gedragingen en verantwoordelijkheden van elk gezinslid, waaronder de bevrediging van basisbehoeften, huishoudelijke taken verrichten en opvoedkundige en emotionele steun bieden.
- Affectieve reacties. Het vermogen van elk van de gezinsleden om allerlei emoties in allerlei gradaties uit te drukken en te ervaren.
- Gedragsregeling. De normen en waarden op gedragsgebied. Wij mochten vroeger aan tafel nooit hardop boeren.
- Globaal functioneren van het gezin. Heeft te maken met de kwestie of een gezin in staat is de dagelijkse taken op de vijf andere terreinen te vervullen. Als je je gezin een cijfer zou moeten geven, welk cijfer zou dat dan zijn?
Kinderen van gescheiden ouders

Over de invloed van scheidingen op kinderen bestaat grote onenigheid. Veel ouders blijven ‘vanwege de kinderen’ bij elkaar. Uit onderzoek blijkt in grote lijnen dat kinderen niet per se nadelige gevolgen van de scheiding van hun ouders ondervinden. Op de lange termijn doen jongens het wel iets slechter dan meisjes. Hoe kinderen met de scheiding omgaan, wordt grotendeels bepaald door de aard van het huwelijk. Als de ouders altijd ruzie maken en tijdens hun huwelijk een tumultueuze relatie hebben, zal ook de scheiding waarschijnlijk in de ruziesfeer verlopen. Onderzoekers raden de huwelijkspartners vaak aan om niet te ruziën over scheidingskwesties waar de kinderen bij zijn en om het openlijke conflict tot het absolute minimum te beperken.