Hoofdstuk 3: En hoe voel je je nu?
In dit hoofdstuk:
- Ontdekken waarom we de dingen doen die we doen
- Jezelf belangrijk voelen
- Het koud hebben, het warm hebben en alles daar tussenin
- Een afzonderlijke geest hebben
- Eerst denken, dan pas doen
- Over liefde en oorlog
Waarom mensen de dingen doen die ze doen, is lang niet altijd een mysterie. De meeste mensen moeten werken voor hun dagelijks brood. We eten om in leven te blijven. We betalen belasting om niet in de gevangenis te komen. De meeste mensen snappen dit soort dingen en schenken er gewoonlijk niet veel aandacht aan. Maar wanneer iemand iets buitengewoons, iets heel moeilijks of iets afschuwelijks doet, stellen we vaak de vraag: ‘Waarom?’
Deze paragraaf is een inleiding in de manier waarop psychologen motivatie benaderen. Als je alleen maar weet hoe een handeling verloopt, weet je nog niet waarom mensen doen wat ze doen, of waarom ze denken dat ze de dingen doen die ze doen.
Behalve dat we de verschillende motivatietheorieën zullen bekijken, zullen we ook een blik werpen op emoties die door sommige psychologen als de belangrijkste motivationele factoren voor ons allemaal worden beschouwd. Psychologen vinden emoties belangrijk vanwege hun centrale rol in menselijke gedragingen en mentale processen. ‘Waarom we doen wat we doen’ staat nauw in verband met de manier waarop we ons voelen.
Motiveer me!
Het is moeilijk om je een leven zonder motivatie voor te stellen. Zonder motivatie zou ik de hele dag voor de televisie op de bank zitten met een zak chips. Niet iedereen wil de wereld redden of kanker genezen! Maar wat we ook doen, de psychologen die motivatie bestuderen, zijn van mening dat bepaalde psychologische processen voor onze motivatie verantwoordelijk zijn.
Vertrouwen op je instinct
Richten planten zich naar de zon omdat ze dat welbewust willen? Zouden sommige mossen koppig in de schaduw groeien omdat ze anders dan de andere willen zijn? Planten zouden dat niet kunnen, zelfs al zouden ze dat willen. Ze groeien naar de zon toe omdat ze niet anders kunnen. Ze hebben zonlicht nodig om te overleven. Het is een instinct.

Een instinct is automatisch, onwillekeurig, niet aangeleerd gedrag dat als reactie op specifieke prikkels (stimuli) optreedt. In de taal zijn voorbeelden te vinden van wat we als menselijke instincten beschouwen: een moederinstinct, overlevingsinstinct, killersinstinct enzovoort. Instincten motiveren ons in die zin dat we doen wat we doen omdat we het moeten doen. Het is automatisch en onwillekeurig gedrag.
Wil je wat adrenaline bij die beer?
We mogen de evolutie wel dankbaar zijn voor de instincten die we hebben. In de loop van de menselijke evolutie bleven bepaalde gedragingen voortbestaan (oftewel: ze werden op natuurlijke wijze geselecteerd) omdat ze tot de overleving van de soort bijdroegen. Stel je voor dat een groep mensen in een woud woont met wolven, beren en diverse andere gevaarlijke beesten. Stel nu dat drie mannen en drie vrouwen uit deze grotere groep tezamen een beer tegenkomen. Eén man en één vrouw slaan op de vlucht op het moment dat ze de beer zien en kunnen op die manier het vege lijf redden. Een andere man en een vrouw blijven staan, verlamd van angst. Het laatste stel probeert de beer met stenen en stokken te bevechten, maar moeten het met de dood bekopen.
Als de man en de vrouw die wegrennen, een kind krijgen, bestaat er een gerede kans dat hun kind het op een lopen zet wanneer het ooit een beer tegenkomt. De andere stellen (de verlamden en de vechters) zijn dood en zullen dus nooit nageslacht krijgen. Dit is een wreed voorbeeld van hoe de evolutie karaktertrekken selecteert die ons helpen overleven. De mensen die overleven, kunnen hun soort reproduceren. We mogen ervan uitgaan dat het stel dat wegrende, betere instincten had dan de twee andere stellen. Hun instincten waren beter, in die zin dat ze het er levend afbrachten. Instincten die ons helpen in leven te blijven, blijven in de verzameling genen behouden.
Wat heb je nou echt nodig?
Veel mensen brengen zorgen in verband met geld. Sommigen van ons moeten het met een beperkt budget stellen. We leggen geld opzij voor een hypotheek, afbetalingen, verzekeringen en huishoudelijke uitgaven. We reserveren zelfs wat geld voor ontspanning als er dan nog geld over is.
Eerst geef ik mijn geld uit aan wat ik echt nodig heb. Mijn behoeften bepalen voor een belangrijk deel wat ik met mijn geld doe. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik door mijn primaire behoeften wordt gedreven. Mijn behoeften bevredigen behoort tot de belangrijkste dingen die mijn leven voortstuwen. Behoeften drijven mijn gedrag aan; ze motiveren me.
Hoewel het vanuit technisch oogpunt bezien geen instincttheorie is, stelt de motivatietheorie van Abraham Maslow dat onze motivaties afstammen van een elementaire verzameling behoeften die we van nature willen bevredigen. Maslow was van mening dat sommige behoeften fundamenteler waren dan andere. Eten bijvoorbeeld is fundamenteler dan een voldoende op je rapport. Beide zijn het behoeften (althans voor sommige mensen), maar vergeleken bij een voldoende is eten fundamenteler.

Maslow stelde een prioriteitenlijst op van behoeften die hij in een driehoek, de zogenoemde behoeftehiërarchie rangschikte:
- Op het laagste en meest fundamentele niveau bevinden zich onze elementaire fysieke behoeften aan voedsel, water en slaap. Deze behoeften sturen ons gedrag totdat we ze hebben bevredigd.
- Het volgende niveau van de driehoek bestaat uit onze behoefte aan veiligheid. We hebben onderdak en een zekere mate van bescherming nodig.
- Liefde en het gevoel ergens bij te horen vormen het volgende niveau.
- Het vierde behoefteniveau is zelfwaardering. We streven naar situaties die ons gevoel van eigenwaarde verhogen.
- Zelfontplooiing, de behoefte om ons potentieel ten volle te benutten en ons ten volle van onszelf en onze wensen bewust te zijn, is het bovenste niveau. Wanneer we de top van de driehoekshiërarchie hebben bereikt, hebben we een piekervaring, oftewel een gevoel dat onze aankomst op het hoogste motivatieniveau signaleert.
Biefstuk in plaats van een hamburger
In plaats van dat we onze elementaire biologische behoeften simpelweg op een minimumniveau bevredigen, zijn we gemotiveerd om het hoogste niveau van bevrediging te bereiken. Dit wordt de theorie van het optimale arousalniveau genoemd. Wat wordt met het ‘hoogste niveau van bevrediging’ bedoeld? Beschouw het als de biefstuktheorie van arousal. (Het Engelse woord arousal laat zich van oudsher moeilijk vertalen, behalve ‘opwinding’ betekent het in de psychologie meer iets als ‘alertheid, paraatheid’.) Waneer mijn lijf energie nodig heeft, krijg ik honger en ontwikkel ik een primaire drift of motivatie om iets te eten. Als dit een hamburger-arousaltheorie of een minimum-arousaltheorie zou zijn, zou ik gewoon een vette hamburger pakken en daarmee was de kous af. Maar waarom zou ik een hamburger eten als ik ook biefstuk kan krijgen? Ik kan dan mijn primaire hongerbehoefte stillen en tegelijk van de smaak genieten.

Een andere component van de theorie van het optimale arousalniveau is dat we ernaar streven om het optimale arousalniveau te bereiken om onze prestaties te maximaliseren. In hun onderzoek naar hoe optimale arousal werkt, vonden Yerkes en Dodson dat we activiteiten het best uitvoeren wanneer we matig opgewonden zijn, dus niet te ontspannen en niet te opgefokt. Een gulden middenweg garandeert waarschijnlijk de beste prestatie.
Opponent-processtheorie
Veel mensen houden van gekruid voedsel. Ikzelf ben er wel op gesteld dat mijn eten smaak heeft, maar ik houd er niet van om mijn tong nog twintig minuten na een hap te voelen. Maar goed, ieder zijn meug. De opponent-processtheorie zegt dat we niet worden gemotiveerd door de eerste reactie of beloning die we ontvangen, zoals de loeiende smaak van sambal, maar door de reactie die na de aanvankelijke respons optreedt.
Bij elke respons die zich voordoet, is er een tegengestelde reactie die het opponente proces wordt genoemd. Nadat we een poosje aan een bepaalde stimulus zijn blootgesteld, wordt de aanvankelijke reactie minder krachtig en wordt de tegengestelde reactie sterker. Wat is de tegengestelde reactie, het opponente proces, bij het eten van sambal? Er komt endorfine vrij; de natuurlijke pijnstiller die door het lichaam wordt aangemaakt om pijn te bestrijden. Gekruid eten verbrandt onze tong daadwerkelijk op een chemische manier, waarna ons lichaam deze verbranding met natuurlijke pijnstillers te lijf gaat.
Talloze slechte gedichten schrijven: de rol van emoties
Tot dusverre heeft geen van de motivatietheorieën de emoties genoemd als krachtige factoren die ons aansporen of een bepaald gedrag veroorzaken. Emotie en motivatie zijn nauw aan elkaar verwant. Wanneer we iets nodig hebben of wanneer een behoefte niet wordt bevredigd, worden we gemotiveerd om die behoefte te bevredigen. Wanneer onze maag rommelt, weten we dat we honger hebben.
Maar hoe weten we wanneer aan andere, meer psychologische behoeften, zoals de behoefte aan zelfwaardering, niet wordt voldaan? Wanneer dit soort behoeften niet wordt bevredigd, laten onze emoties dat wel weten. Onze emoties delen ons mee (bijvoorbeeld in de vorm van teleurstelling) dat we onze motivationele doelen niet hebben bereikt, of dat we ze juist wel hebben gerealiseerd (bijvoorbeeld in de vorm van een geluksgevoel).

Een emotie is een ingewikkeld fenomeen met drie onderling verwante aspecten:
- Subjectieve ervaring. Waneer ik een bepaalde emotie heb, noem ik dit een gevoel. Mijn ervaring van droefheid kan bestaan uit de wens om te huilen en een gebrek aan energie en motivatie. Dat is mijn ervaring van droefheid; het is subjectief.
- Fysiologische reactie. Alle emoties bestaan uit reacties waarbij activiteiten van de hersenen en het zenuwstelsel zijn betrokken. Wanneer we boos zijn, kloppen onze harten vlugger en ademen we sneller. Wanneer we bedroefd zijn, voelen we ons bijvoorbeeld moe.
- Expressieve component. Elke emotie uit zich op een unieke manier. Gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal, houding, woorden, zinnen, gebaren en tal van andere expressievormen vergezellen onze emotionele ervaringen en delen die aan anderen mee.
Wie begint er: het lichaam of de geest?
Als emoties uit die drie componenten bestaan, wat komt er dan het eerst? Voel ik me boos voordat mijn spieren zich spannen? Zeg ik dat ik boos ben voordat ik weet dat ik boos ben? Uitzoeken hoe de vork precies in de steel zit, kan flinke verwarring opleveren, aangezien we hier op het eerste gezicht te maken lijken te hebben met de kwestie van de kip en het ei. Er bestaan drie belangrijke theorieën die zich uitspreken over de kwestie welke component van emotie het eerst optreedt:

- De James-Lange-theorie probeert in deze warwinkel orde te scheppen. Wanneer we op een situatie of prikkel stuiten die een emotionele reactie teweegbrengt, reageert ons lichaam het eerst. We beschikken over een verzameling automatische fysiologische reacties op emotionele stimuli. Onze sensorische systemen reageren door signalen naar de emotionele centra van onze hersenen te sturen, waardoor een staat van arousal wordt teweeggebracht. Na onze fysiologische reactie analyseren de hersenen wat er aan de hand is. Na deze fysiologische opwinding en hun evaluatie door de hersenen, wordt de emotie ten slotte subjectief ervaren.
- De Cannon-Bard-theorie van de emoties is een variatie op de James-Lange-theorie. Ook deze theorie stelt dat we fysiologisch op stimuli reageren voordat we een emotie subjectief ervaren, maar met een kleine nuance.
Specifieke, minder geavanceerde gedeelten van de hersenen worden als eerste geactiveerd. Deze ‘lagere’ hersengebieden sturen signalen naar de ‘hogere’ hersengebieden, oftewel de gebieden die bij de evaluatie, de arousal en de subjectieve ervaring zijn betrokken. Het belangrijkste verschil met de James-Lange-theorie is dat de arousal, de analyse, de ervaring en de expressie allemaal tegelijkertijd optreden, maar pas nadat de elementaire hersengebieden zijn geactiveerd.
- Alsof de dingen al niet verwarrend genoeg zijn, kwamen Schacter en Singer met een derde variant. Hun tweefactorentheorie bevat onderdelen van James-Lange en Cannon-Bard, maar verschuift het accent wederom een tikje. In plaats van een beginreactie van het lijf of de lagere hersengebieden te veronderstellen, zegt de tweefactorentheorie dat fysiologische reacties en cognitieve evaluatie tegelijkertijd optreden. Daardoor onstaat een feedback-loop en wordt de subjectieve ervaring van een emotie teweeggebracht. Bij de evaluatie speelt informatie over de situatie en de omgeving ook een rol. Emotionele arousal wordt beschouwd als algemeen (dat wil zeggen, niet specifiek voor een bepaalde emotie) totdat een evaluatie heeft plaatsgevonden.
Jezelf uiten
Zijn lachende personen gelukkig? En hoe evalueer je iemand die je aanstaart, een hoge borst opzet en rood in zijn gezicht wordt? Kun je iemands emoties raden? Natuurlijk kun je dat. Alle emoties hebben een expressieve, communicatieve component die uit verbale signalen, gezichtsuitdrukkingen, oogcontact, lichaamstaal en andere nonverbale uitingen bestaat.
De cultuur waarin we leven, heeft ook veel te maken met hoe en wanneer we uiting geven aan emoties en met welke emoties gepast zijn om te voelen en te uiten. Sommige situaties leggen deze aspecten van emotie beperkingen op. Gewoonlijk praten we niet luid en lachen we niet bij begrafenissen en we schreeuwen niet boos naar mensen die je juist een compliment hebben gegeven.

Ook in onze manier van spreken komen emoties op verschillende manieren tot uiting:
- Spreeksnelheid. De snelheid waarmee we praten kan toenemen of afnemen al naargelang we ons voelen.
- Toon. De levendigheid van de stem zegt veel over de emoties die we ervaren.
- Volume. De luidheid waarmee we spreken zegt vaak een heleboel. Wanneer we boos of opgewonden zijn, praten we vaak harder.

Als je kalm wilt overkomen wanneer je boos bent, doe dan moeite om langzaam en zacht te spreken. Als je daarentegen iemand wilt intimideren spreek je snel, hard en op schrille toon. Daarmee geef je iemand te kennen dat je boos bent.
Het draait allemaal om liefde en haat
Liefde houdt de wereld draaiende. Of is het geld? Of liefde de wereld nu al of niet draaiende houdt, het doet niets af aan de macht die liefde over ons lijkt te hebben. De meesten van ons willen liefde krijgen, ook al willen we dat niet altijd toegeven. Het voelt goed als je van iemand houdt en er van je wordt gehouden. Ik denk dat de meeste mensen moeilijk kunnen volhouden dat er te veel liefde in de wereld is.
Voor de mensen die denken dat liefde iets magisch is, hoop ik niet dat hun zeepbel wordt doorgeprikt door de volgende psychologische analyse van Hatfield en Rapson. Zij noemden twee specifieke soorten liefde:
- Gepassioneerde liefde. Intense liefde met een seksueel of romantisch tintje. Het is het soort liefde dat Romeo en Julia voor elkaar koesterden. Dit type liefde heb je niet voor je grootmoeder!
- Liefde voor je naaste. De liefde die we koesteren voor vrienden en familieleden. Hier speelt niet zozeer passie als wel betrokkenheid, belangstelling en intimiteit de belangrijkste rol.
Worden de grondslagen van de liefde tijdens de jeugd gelegd? Sommige psychologen denken dat onze volwassen liefdesrelaties voortborduren op onze gehechtheid tijdens onze kinderjaren. Kinderen die zich op een gezonde manier hebben gehecht, zullen meer volwassen relaties kunnen aangaan met meer intimiteit en vertrouwen en zullen beter met wederzijdse afhankelijkheid kunnen omgaan. Kinderen die onduidelijke of tegenstrijdige relaties met hun primaire zorgverleners hebben, zullen te snel verliefd worden, vanaf het begin een te sterke betrokkenheid nastreven en heftig reageren op elke suggestie dat ze mogelijk in de steek gelaten zullen worden. Glenn Close’s personage in Fatal Attraction zal tijdens haar jeugd grote problemen met hechting hebben gehad.

Er bestaan zes elementaire liefdesschema’s die voor romantische relaties gelden. Elk schema verschilt in de manier waarop een persoon met nabijheid en onafhankelijkheid omgaat en de mate waarin hij of zij naar een romantische relatie op zoek is.
- Vluchtig. Geen banden. Geïnteresseerd in een probleemloze relatie. Blijf dromen!
- Aanhankelijk. Zoekt een te sterke band en is bang voor onafhankelijkheid. Claim me niet zo!
- Wispelturig. Voelt zich ongemakkelijk bij een te sterke band, maar wil ook niet onafhankelijk zijn. Kan niet beslissen. Gooi maar een muntje op!
- Veilig. Blij met nabijheid en onafhankelijkheid. Ga niet overhaast te werk!
- Schichtig. Bang voor iemand die te dichtbij komt en gesteld op onafhankelijkheid. Sla niet op de vlucht!
- Ongeïnteresseerd. Gewoonweg niet geïnteresseerd in een relatie.
Verschillende schema’s lijken voor verschillende perioden in het leven te gelden, hoewel de meesten van ons naar het veilige schema zullen streven. Wanneer mensen het gevoel hebben dat hun schema tot problemen in hun leven leidt, is therapie een goede manier om deze dingen helder te krijgen.
Over probleemkwesties gesproken: woede is een kwestie die veel aandacht krijgt. Enerzijds uiten we boosheid of woede te weinig op een gezonde manier, anderzijds uiten we onze boosheid elke dag weer op verkeerde en extreme manieren. Woede is echter een natuurlijke emotie en voor onze relaties net zo belangrijk als liefde.
Waar komt woede vandaan? Daar zijn veel theorieën over. Zo is er een theorie die zegt dat woede een gevolg is van het ervaren van negatieve of pijnlijke gevoelens. Ook mensen die zich depressief voelen, lopen een grotere kans om zich boos te voelen. Wanneer we herhaaldelijk verhinderd worden te doen wat we graag willen doen raken we steeds meer gefrustreerd en dat leidt op een gegeven moment tot een woede-uitbarsting. Een andere theorie zegt dat we boos worden wanneer we van onze hechtingspersonen worden gescheiden. Een hechtingspersoon is iemand met wie we een sterke emotionele band hebben.

Hoewel woede best destructief kan zijn, is het een geldige en belangrijke emotie met zelfs een paar positieve trekjes. Woede kan bijvoorbeeld redelijk adaptief zijn. Het helpt je jezelf te verdedigen en voorkomt soms dat iemand agressief tegen ons gaat optreden. Als iemand ons wil kwetsen, kan een woede-uitval voldoende zijn om de aanvaller in verwarring te brengen. Maar onthoud wel dat sommige mensen op woede met nog meer woede reageren, dus wees voorzichtig.

Woede hoeft niet destructief te zijn, zolang het gevoel maar op een juiste manier en constructief wordt geuit. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die hun boosheid op een goede manier uiten, tijdens hun opvoeding minder emotionele en sociale problemen ondervinden. Zuigelingen en peuters gebruiken boosheid soms als een signaal dat ze gefrustreerd zijn en dat ze ergens hulp bij nodig hebben, bijvoorbeeld bij het eten.