In Gods liefde lopen alle wegen
naar het licht.
Mensen zijn maar heel zwakke sterren
met een heel klein lichtje.
God alleen is het licht,
dat je de weg wijst in de nacht
en wanneer je misschien alles hebt opgegeven
zul je in dat licht
de verloren moed terugvinden.
Toen ik op zekere dag armer werd,
toen ik zwakker werd en machtelozer,
toen er plots geen toekomst meer was,
werd alles eenvoudiger.
Ik zette mijn hart vol vertwijfeling wijd open
en ging vuriger dan ooit
verlangen naar God.
Toen gebeurde het wonder.
Alles werd me gegeven.
Niet ik kende God,
maar God liet zich kennen aan mij.
Hij openbaarde zich,
niet als een God om over na te denken,
om bang voor te zijn,
maar een God om lief te hebben,
om gelukkig mee te zijn.
Een fantastische God.