5. MENTALITEIT

Joey, een A1-speler van Ajax redde het niet. FC Groningen wilde hem wel hebben en haalde hem op zijn achttiende voor negenduizend euro naar het tweede elftal. Eenmaal op zijn appartementje klaagde hij door de telefoon bij zijn meisje: 'Wat moet ik nu doen zonder mijn moeder? Ik kan niet koken.' Nu eet Joey de hele week in het spelershome. Na de wedstrijd op zaterdagmiddag racet hij in zijn Audi A2 terug naar Amsterdam. In de nachtclubs Jimmy Woo en Suzy Wong treft hij die avond jongens van Ajax, FC Utrecht, AZ en Feyenoord. De Armaniprinsen herinneren zich tegen sluitingstijd vagelijk hoe hun trainers hen die middag nog waarschuwden. 'Weten jullie nog? Patrick Kluivert? Sinners, ene Mariëlle Boon, sex-orgie?'

'Trainer, zo stom zijn we niet.' Die nacht maakt Joey een meisje zwanger. Hij betaalt de rest van zijn leven alimentatie.

'Wij trainers denken wel eens dat wij als enige nog kritisch over ze zijn,' zegt Wim Dusseldorp van SC Heerenveen. 'Soms belonen we een speler met een jeugdcontract plus minimumjeugdloon. Met tegenzin, want we belonen hem voor zijn gaven in plaats voor wat hij ermee doet. Ondertussen aait zelfs de agent hem over de bol. "Die gaat ons nog geld opleveren!" Maar in de opleiding, bah, daar zeiken ze alleen maar. De jongen besluit: "Als Chelsea zich meldt, ben ik weg" '

 

Het valt ook niet mee in dit glazen paleis. Verstoppen bestaat niet in de bovenbouw, geen smoes is goed genoeg voor absentie voor een van de zeven trainingen per week. Maandagochtend looptraining en romp- en stabiliteitsoefeningen, 's middags technisch-tactisch, dinsdagochtend techniek individueel, dinsdagmiddag teamtactiek, woensdag vrij, donderdagochtend meetrainen met het tweede elftal, donderdagmiddag het krachthonk in plus tactiekvormen op het veld en vrijdag een minder intensieve training plus voorbereiding op de zaterdagwedstrijd.

'Hoe gaan we morgen om met de veldbezetting van de tegenstander?' vraagt

Michel Vonk, de trainer van AZ A1. Drie teams van zes spelers debatteren erover,

aanvoerders presenteren ieder hun tactische oplossing op een flip-over. '3-4-3 is

voor morgen gewoon het beste,' zegt Lorenzo.

'Nee, wij stellen 4-3-3 voor,' zegt Donny. 'Zoals het eerste speelt'

'Niet tegen de koploper, wij willen 4-5-1'

'Laffe kutjes'

'Alleen positieve kritiek Donny, en ga je mond maar spoelen. Hé Barry, potverdómme, doe je nou mee of niet? Jullie zitten een of twee jaar af van het eerste elftal, en dan is dit alles wat jullie kunnen bedenken? Echt ongelooflijk zoals jullie erbij zitten. Als zoutzakken. Barry, volgende week houd jij hier een strakke spreekbeurt over alle voor- en nadelen van het 4-3-3-systeem. En ik verwacht geen Cruyff-gelul.'

De ideale trainer acteert dat hij uit zijn vel springt, zaagt een jongen die het maar niet wil snappen tot zijn enkels af, hoopt dat dit hem ietsje voorbereidt op wat komen gaat, bouwt hem daarna weer op.

'Als we maar niet emotioneel worden,' zegt Aloys Wijnker van AZ. 'Een van onze trainers ging zó vaak en zó hard uit zijn dak, die was de hele week scherven aan het lijmen bij zo'n jongen. Hij stopte met het vak.'

 

Wat jeugdtrainers zeggen

F1 = 'Maak van de bal je vriendje.'

E1 = 'Doe mij maar na.'

D2 = 'Doe maar lekker waar je goed in bent.'

D1 = 'Houd rekening met anderen.'

C1 = 'Wat vind je er zelf van?'

B2 = 'Wat betekent het verdedigend wanneer dit en dat gebeurt?'

B1 = 'We verwachten dat je problemen zelf herkent en zelf oplost.'

A1 = 'We verwachten dat je conflicten opzoekt en aangaat.'

 

Elke week filmen trainers-assistenten uit alle hoeken van het veld de zaterdagwedstrijd. Op maandag mailen ze je een compilatie met al jouw zeventig balcontacten met de opdracht een zelfanalyse te schrijven. De momenten dat je zónder bal stond te slapen en het positiespel vergat, snijden ze eruit en bewaren ze in je dossier. Op maandagavond zit je voor je tekstverwerker. 'Noemt-ie alleen de pluspunten?' hoor je de trainer denken als hij morgen je zelfanalyse leest. 'Tijd om hem reserve te zetten,' is dan zijn conclusie. 'Schrijft-ie alleen zijn fouten op? Negatief zelfbeeld, wat moet dat worden.'

 

Een video-analyse liegt nooit, vinden ze bij Roda JC. Voor de oud-voetballers onder de trainers op Kaalheide hoeft het niet zo —ze doen het op gevoel —maar de pedagogisch-didactische trainers lopen er mee weg. Met een systeem als Game Breaker, marktleider van de audiovisuele voetbalanalysesystemen, doorzien ze vanuit hun dug-out elke speler als een röntgenapparaat op Schiphol. Wat is zijn snelheid, hoe reageert hij op deze spelsituatie, kiest hij op het juiste moment de juiste koers? Soms legt Al-trainer Eric van de Luer het spel stil om het team op zijn laptop te laten zien wat hij ziet. Van Antwan vliegt de hartslag omhoog omdat hij zich te veel inspant. 'Beetje dimmen Antwan.' De lichaamstaal van Lorenzo spreekt boekdelen. Hij ergert zich kapot dat spelverdeler Lambert hem niet in het spel betrekt terwijl hij wel steeds vrijstaat. 'Jongens, benutten we Lorenzo optimaal of laten we momenten voorbij gaan?'

Beweegt Lambert niet volgens afspraak door naar de dichtstbijzijnde positie, maar rent hij terug naar eigen positie? 'Lambert!' Zonder op te kijken roept de trainer de naam van elke speler die een fout maakt in het positiespel. Meer niet. Zo hoeft hij het spel niet stil te leggen, en weet de speler in kwestie meteen dat hij na afloop extra arbeid moet verrichten.

Nu kan Lambert nooit meer zeggen: 'Trainer u zegt wel dat ik mijn man liet lopen, maar ik ervoer dat helemaal niet als zodanig'

'Loop maar even mee naar Big Brother.'

 

Om B-spelers te prikkelen laat Jan Olde Riekerink van Ajax ze voor elke zaterdagwedstrijd een formulier invullen: individuele doelstelling, teamdoelstelling. Een dag later zien ze op de Game Breaker-videocompilatie in hun mailbox wat er van terecht kwam. In zijn kantoortje met uitzicht op het hoofdveld start het hoofd Opleiding een module van Game Breaker op en zet een fragment van een recente Ajax B1 —Feyenoord B1 stil. 'Mats, zeg maar wat je ziet'

'De 3 heeft de bal, wil opbouwen, kijkt rond'

'Wat is de beste afspeelmogelijkheid?'

'De rechtshalf. Die biedt zich als enige aan'

'Fout, hij loopt juist de ruimte dicht. Blijkbaar zijn deze jongens nog niet opgeleid om in ruimtes te denken. Ze denken: "Er is een bal en die wil ik hebben." Maar die rechtshalf had weg moeten blijven'

'Ajax wil een vrije man creëren, maar hoe?'

'Anticiperen is het toverwoord. Je speelt de nummer 4 alleen vrij als die nummer 4 bewéégt. Er niet bijstaat van: het zal wel. Daar begint het al mee. Dus hoe krijg je die 4 vrij?'

'Door hem vrij te laten lopen?'

'Met dat soort antwoorden kun je de politiek in, Mats. 4 Lóópt al vrij, maar als 3 hem nu aanspeelt is het een balletje breed. De oplossing is 4 niet rechtstreeks aanspelen maar de bal in de diepte kaatsen, via die rechtshalf die nu alles dichtloopt. Maar dan moet 4 aan 3 wel de alertheid tónen dat hij het ook ziet, dat hij wil. Hij loopt er nu bij van: "3 Zal hem wel lang spelen." Wat die dus ook doet' De video loopt verder. De spits van Ajax vraagt met zijn lichaamstaal de lange bal niet, krijgt hem wel, is hem kwijt.

'Dan kunnen we bij Ajax wel heel veel op techniek en tactiek trainen, maar eigenlijk moeten spelers van zichzelf gewoon eens zien hoe ze erbij lopen. Daar begint alles mee'

 

'Het gaat er dus om wat je als speler ziet,' herhaalt Olde Riekerink als hij de laptop dichtklapt. 'Laatst zag ik dat een speler in de B1 zijn vrije ballen niet goed trapte. Ik zeg: "Heb jij gisteravond Beckham gezien?"

Die staat bij elke bal dwars op de schietrichting en draait zijn bekken open voordat hij schiet. Begin nou eerst eens met zo te staan, je heup boven de bal. Nu moet je al voelen dat je veel vrijer kunt trappen. Kijk, de overdracht van dit soort geheimen. Details. Dat maakt de Ajaxopleiding tot wat ze is. Door het ze te laten zien' Die jongen in de B1 ziet zelf toch ook wel dat David Beckham een bijzondere trapstijl heeft, en daarmee succes heeft? Waarom moet Olde Riekerink hem dat vertellen? Waarom probeerde die jongen dat zelf al niet eerder uit? 'Omdat wij hem opvoeden,' zegt Olde Riekerink. 'En opvoeden is uitleggen. Voordoen. In zwemmen en turnen wordt toch ook alleen maar voorgedaan? Je moet je hand zó in het water zetten. Hoe meer je ze vertelt, hoe meer talent je ontwikkelt. Mijn dochter is hockey-talent. Haar trainer zei: "Til die stick niet zo hoog op voordat je slaat, maar sleep hem over de grond." Sindsdien gaat het weer beter'

Als de B1-speler zo goed is dat hij bij Ajax voetbalt, is hij toch zo gedreven en leergierig dat hijzelf voortdurend vragen stelt aan de trainer? 'Een jongen van vijftien? Laat me niet lachen'

 

Vleugelspeler Alijs van SC Heerenveen A1 heeft een goede actie in huis maar wordt nogal eens genegeerd door centrale verdediger Lasse. Een beetje zoals Lorenzo door Lambert van Roda JC. Krijgt Alijs tien minuten geen bal, dan gaat hij uit positie lopen. Heeft hij dan eindelijk de bal, maakt hij om zich te bewijzen een kansloze actie met drie spelers voor zijn neus. Om zo'n jongen te wijzen op zijn tekort, heeft Wim Dusseldorp geen video nodig. 'Wat betekent dat nou?' vraagt hij aan Alijs. 'Jij bent eigenaar van je eigen ontwikkeling'

Alijs haalt zijn schouders op.

'Dat betekent dat jij naar Lasse loopt en zegt: "Jij ziet mij niet!" Dat heb je al gezegd? Voor mijn part sla je hem op zijn bek. Dan stuur ik jou de kleedkamer in, maar dan is hij wel wakker'

In Heerenveen zijn ze weg van de video-analyse. Alleen zetten ze hem daar niet zo intens in voor persoonlijke bewustwording als Ajax en AZ. 'Daar leggen ze over alles een sjabloon van: "Zo willen wij voetballen" ' zegt Dusseldorp. 'Als je daar de spelers voor hebt, fantastisch. Heb je die niet, zoals wij, wordt het een gedrocht. We hebben wel een speelwijze die de jongens zelf mogen invullen. Maar bij balverlies hebben we geen afspraken. Ja, met zijn allen zorgen dat je hem snel weer terugkrijgt'

 

Rugnummer 6 Demi de Zeeuw was bij Go Ahead Eagles een belangrijke spelverdeler. Toen hij bij AZ ging spelen, lieten tegenstanders hem negentig minuten lang schaduwen door een mannetje. Demi raakte geen bal meer. Trainer Louis van Gaal zette hem back, want backs worden vaak vrijgelaten. Maar die moeten zelf wel een man dekken. Dat kon Demi niet, hij raakte nog steeds geen bal. Pas toen Van Gaal hem centraal achterin zette, leerde hij verdedigend ook duels te winnen. Na zo wat zetten en tegenzetten speelt Demi nu weer op de 6.

Daar kwam proceseigenaar Demi zelf niet mee. Procesbewaker Van Gaal monitoorde hem via cc-tv en schoof hem als een willoos Supermario-poppetje over het veld. Een vorm van bewustwording die lang kan duren. Wim van Zwam werd als speler van FC Wageningen zo vaak op een plek uitgeprobeerd, dat hij er op een dag genoeg van had. 'Ik besloot niet meer met me te laten sollen' Die assertiviteit kreeg hij niet van de ene dag op de andere. Het was tot dan zo makkelijk gegaan: meisjes, uitgaan, studie, vroege selecties voor de UEFA-jeugd. Toch stapte hij over naar hoofdklasser VV Bennekom. 'Zelfs op dat niveau kwam ik zes jaar lang niet echt voor mezelf op. Pas bij hoofdklasser Nieuw Lekkerland, waar ze geen buitenstaanders gewend waren en ik mij als ex-prof echt moest bewijzen, durfde ik egocentrisch te zijn. Beetje laat'

 

Waar de verantwoordelijkheid van bewustwording en talentontwikkeling ook ligt, de harde cijfers die er iets over zouden moeten zeggen, worden elke week netjes ingeleverd bij het hoofd Opleiding. In de kast van Olde Riekerink van Ajax staat van elke speler een ordner met daarin zijn wedstrijdcijfers. De ene trainer van Ajax baseert het wedstrijdcijfer op de mate waarin de speler zijn kwaliteiten gebruikte. De andere geeft de beste spelers de hoogste cijfers. Daar bestaan geen afspraken over. 'De cijfers zeggen niet veel over hun ontwikkeling,' zeggen Ajaxtrainers. 'Wat we ernaast hebben gekrabbeld is belangrijker. Als je moet analyseren waarom een speler goed is, dan is-ie al niet goed' Ze waarderen voetbalvorderingen op een schaal van 1 tot 10, evenals de vorderingen op onderdelen als 'instelling' en 'zelfkritisch vermogen'. 'Notoir onbetrouwbaar,' vinden psychologen. Zij vroegen aan de jeugd van PSV, Ajax en Feyenoord wat die van de mensenkennis van hun trainers vonden. Antwoord: geen mensenkennis. 'Geen mensenkennis?' proest Olde Riekerink het uit. 'Houden zich daar mensen mee bezig? Geweldig, kinderen van zestien die dat al kunnen beoordelen! Dat is toch weergaloos? Die wil ik hier graag hebben'

Zo'n onderzoek zou hij bij Ajax nooit toestaan. 'Wij zijn niet hard voor kinderen. We zijn ook geen bedrijf. We zijn een gewone familie waar kinderen worden opgevoed. Waar soms een kind minder goed wordt begrepen. En waar ik het steeds weer verschrikkelijk vind als ik een elfjarige moet aankijken en wegsturen. Een jongen die zich misdraagt, corrigeer ik. Maar we stoppen geen kinderen uit moeilijke gezinnen weg in pleeggezinnen, zoals PSV wél doet. Wij zijn sociaal werkers. Je kunt het kind uit het gezin halen, het gezin niet uit het kind'

De vraag aan een zestienjarige hoort volgens hem slechts te zijn: 'Wil jij de top halen?' Heb jij daar alles voor over? Daar helpt Ajax hem dan bij. Sinds kort zelfs met een mentaliteitstrainer, die aanschuift bij het POP-gesprek met B- en A-junioren. 'Hoezo, ben ik gek?' reageerden enkele Ajacieden toen ze hoorden dat ze naar de psycholoog moesten.

 

Voetballers volgens Hippocrates

Volgens de Griekse arts Hippocrates (460 vC) waren er vier soorten mensen. Hun gemoedstoestand wordt bepaald door het evenwicht tussen vier lichaamssappen, humores: bloed (sanguis), gele gal (cholè), zwarte gal (melancholè) en slijm (flegma). De humor die overheerst, bepaalt je temparement. Vurige, energieke mensen hadden een overheersende hoeveelheid bloed en werden sanguinisch genoemd: Wesley Sneijder. Het cholerische type ergerde zich vaak en werd snel kwaad door een teveel aan gele gal: Mark van Bommel. Te veel zwarte gal maakte melancholische types: Rafaël van der Vaart. Flegmatici, mensen met veel slijm in hun lichaam, zijn onverstoorbaar: Clarence Seedorf.

 


 

Het thema 'mentale processen' raakt langzaam uit de taboesfeer, maar kom bij een trainer niet aan met 'mentaliteit'. Kan werkelijk van alles betekenen, zo'n containerbegrip. 'Flow' en 'focus', daar kunnen ze op de voetbalacademie van FC Twente/Heracles in Hengelo weer wel wat mee. 80 Procent van elke zaterdagwedstrijd denken ze te controleren. 20 Procent niet. Dat zijn foute beslissingen van de scheids, briljante acties van de tegenstander en domme pech. 'Veel spelers stoppen hun energie in die 20,' zeggen Twentetrainers, 'terwijl ze beter kunnen uitgaan van eigen kracht. Kwestie van focus.'

B- en A-spelers in Hengelo houden verplicht een werkboek bij. Ik en mijn Verantwoordelijkheid, Ik en Mijn Persoonlijkheid, Ik en Mijn Kwaliteiten heten enkele van de hoofdstukken. Het hoofd Opleiding vulde zelf al voor alle jongens het hoofdstuk Ik en Mijn Doelen in: 'Een zelfbewuste, dominante speler worden'. Tja. Wat kan aanvaller Lars uit de B1 voor zinnigs noteren over dat doel in het hoofdstuk Ik en Mijn Ontwikkeling? Hij kan na een jaar 100 procent meer gedurfde acties maken, maar wat schiet hij ermee op als hij er meer balverlies door leidt?

'Focus nu' is daarom het toverwoord bij Twente. Lars baalt altijd enorm na een mislukte actie. Hij is dan secondenlang bezig met het 'toen'. Hij hoort de aanmoedigingen van zijn ouders langs de lijn —terwijl zijn taak 'nu' is een bijdrage te leveren aan de omschakeling na zijn balverlies. Op een workshop vertelden ze Lars dat van de zestig minuten mensen zich 54 minuten niet in het nu bevinden. Van de cursusleider moest hij langdurig naar een bal kijken, zijn hoofd laten vollopen met gedachten en geluiden, die herkennen en direct weer loslaten door zich te concentreren op de bal. En opnieuw, vijf minuten lang. Nu laat Lars zich niet meer zo makkelijk afleiden door scheids, publiek of eigen falen.

 


Net als Hippocrates dachten Sheldon & Kretschmer (1888) een geest te hebben gevonden. Het pycnische type heeft een sterk ontwikkeld spijsverteringsstelsel en zwakke spieren en beenderen. Hij geniet van een comfortabel leven, net als Maradona. Hij eet, drinkt en slaapt goed. Het asthenische type heeft een driehoekige lichaamsbouw en stevig ontwikkelde beenderen en spieren. Net als Pelé is hij energiek, soms agressief en luidruchtig. Hij leeft nu en is bang om oud te worden. Het leptosome type heeft zwak ontwikkelde spijsverteringsorganen, beenderen, spieren en een platte borst. Hij leeft net als Johan Cruijff teruggetrokken, houdt zich vaak in. Hij denkt en droomt veel. Hij wordt moeilijk wakker, voelt zich 's avonds op zijn best.

 

Niet alleen 'dat wat is gebeurd' gaat ten koste van waar Lars mee bezig is, ook 'dat wat gaat komen'. Hij ziet op tegen de toekomst, de gevolgen van een nieuwe mislukte actie. In een flits denkt hij aan de razendsnelle verdediger voor hem, vergeet zijn eigen vloeiende schaar. Denkt hij aan die keeper die op hem afstormt, dan schiet hij tegen hem op. De trainer zegt dat Lars niet in obstakels moet denken. Alleen aan zijn eigen actie. Dan pas raakt hij in een flow. Dat lukt hem soms, maar gaat er dan zo in op dat hij zijn actie afraffelt en weer de bal verliest. 'Dan ben jij je toch nog niet bewust genoeg van het nu,' zegt zijn trainer. 'Ja maar als ik niet een beetje vooruitdenk, verlies ik het inzicht in de situatie' zegt Lars. 'Als stap 1 al niet goed is, wordt stap 3 nooit wat,' houdt de trainer vol. 'Je moet vooruit dénken, niet vooruit handelen'

Het klinkt Lars maar tegenstrijdig in de oren.

'Blijf oefenen,' roept de trainer hem na. 'Flow is net als de wreeftrap. Straks gaat het automatisch'

Die avond noteert Lars in zijn werkboek: 'Als ik in flow ben, verlies ik mijn bewustzijn. Ben ik dan een zelfbewuste, dominante speler?'

 

Met het Ratelbanddenken van FC Twente ben je er niet, vinden ze bij SC Heerenveen. Je kunt wel heel hard dénken hoe geweldig je bent, maar wat als je wordt aangewezen een penalty te nemen terwijl je daar niet goed in bent? Wat als het middenveld voor je uiteen wijkt, terwijl je aan pleinvrees lijdt? 'Je kunt persoonlijkheden niet veranderen,' zegt Wim Dusseldorp. 'Het is beter positie en taken erop af te stemmen'

Centrale verdediger Marrijn van Heerenveen A1 is op zijn best een goede voetballer, maar hij maakt altijd fouten. Hij maakt 'Frank de Boertjes', steevast een of twee cruciale verdedigingsfouten per wedstrijd waar soms tegendoelpunten uit vallen. Dusseldorp keek wel eens in zijn tas. Eén grote chaos. In POP-gesprekken kwam het al meermaals aan de orde. De eindbeoordeling nadert, de trainers kijken elkaar aan.

'Marrijn staat nu al zolang op die plek, maar hij blijft fouten maken'

'Creativiteit en ingeving zijn voor hem sterkere eigenschappen dan structuur en duidelijkheid'

'Heb je hem wel eens uitgeprobeerd als creatieve middenvelder?'

'Is zijn voetbalvermogen niet groot genoeg voor'

'Wat was zijn leerdoel in september?'

'Minder fouten maken. Toen dat in december niet verbeterde, spraken we af te kijken welke persoonlijkheid eraan ten grondslag ligt'

'Die komt dus niet overeen met zijn positie, en voor een andere positie komt hij tekort?'

'Hij gaat uitstromen'

 

Van Marrijn, van alle andere B- en A-junioren, van de Beloftespelers, van de A-selectie én van de trainers laat SC Heerenveen drie keer per jaar de 'kernkwaliteiten' uitzoeken door een professioneel psychologisch bureau. Dat zijn kwaliteiten die ze nu eenmaal hebben, maar waar zij zich meer bewust van moeten worden. Hoe beter ze die ontwikkelen, hoe beter ze in hun vel zitten. En hoe beter ze in de wei presteren.

Ex-trainer van het eerste elftal Gert-Jan Verbeek was serieus, vastberaden, principieel, stipt, nuchter, zelfverzekerd en een doorzetter. Maar vaak vervormde hij dat serieuze van hem tot humeurigheid. Dat vastberadene werd bot, het principiële

star, het nuchtere gevoelloos. 'Gisteren vader geworden, vandaag niet spelen? Ben je belazerd knul' Gert-Jan leerde terug te keren naar zijn kernkwaliteiten. Dan telde hij tot tien, als hij merkte dat hij niet doorzette maar doordramde.

 

Allergisch voor laconieke spitsen? Doe er wat aan!

kernkwaliteit

valkuil

uitdaging

allergie

accuratesse

pietluttigheid

creativiteit

warrigheid

analytisch

besluiteloos

daadkracht

impulsiviteit

behulpzaamheid

bemoeizucht

zelfstandigheid

afstandelijkheid

daadkracht

drammerigheid

geduld

passiviteit

doener

onzichtbaar

assertief

denker

durf

overmoedigheid

voorzichtigheid

geremdheid

flexibiliteit

windvaan

standvastigheid

starheid

luisteren

passief

assertiviteit

dominant

relativeringsvermogen

lichtzinnigheid

serieus zijn

zwaarmoedigheid

spontaniteit

wispelturigheid

consequent zijn

rechtlijnigheid

sympathiek

aardig willen zijn

acceptatie

arrogantie

verantwoordelijkheid

tobben

loslaten

onverschilligheid

zelfstandig

eenzaam

teamwork

afhankelijk

 

Elke speler heeft volgens sociaal psycholoog Daniël Ofman aangeboren kernkwaliteiten. Sommige zijn zo sterk dat ze een valkuil worden. Zo neigde een analyticus als Philip Cocu naar besluiteloosheid. Die vervorming moest hij zien om te buigen naar zijn uitdaging: daadkracht. In de omgang met een impulsieve trainer als Louis van Gaal bij FC Barcelona moest Cocu leren dat hij als analyticus allergisch is voor impulsiviteit. Want dat is weer een vervorming van zijn eigen uitdaging: daadkracht. Zo is het kringetje rond, en leer je iets over jezelf als jij je aan je coach of medespelers ergert. Word jij als verantwoordelijke verdediger, net als Pa Modou Kah van Roda JC, razend als jouw spitsen onverschillig doen over balverlies? Dat herinnert je eraan dat jij niet zo moet tobben, dat jij moet leren loslaten.

 

Een speler van zestien schudt niet zomaar zijn kernkwaliteiten uit de mouw. Om maar te zwijgen van de vervormingen daarvan, zijn zogeheten 'hinderlijke eigenschappen'. Aarzelt Henrik vaak? O, dat is gewoon vervorming van zijn 'behoedzaamheid,' weet de trainer nu. Die moet hem vervolgens meer op 'doelgerichtheid' coachen. Is Niklas achterdochtig? Ach, daar zit zijn alertheid achter. Aan de trainer de taak daar 'vertrouwen' van te maken. Gunnar afstandelijk? Nee 'beschouwend', en de trainer moet proberen dat om te buigen tot 'belangstellend'. De vervorming herkennen, de onderliggende kwaliteit daarvan vaststellen: dat lukt Heerenveentrainers nog net. Maar daar dan die onkenbare Finnen op coachen, met die Friese ezelveulens over praten? De trainers kijken elkaar in sessies vaak radeloos aan.

Gunnar is een hardwerkende linkervleugelverdediger in de A1. Behalve te beschouwend en een tikje introvert is hij zo perfectionistisch ingesteld dat hij maar één foutje hoeft te maken —en hij is de rest van de wedstrijd volkomen de weg kwijt. Dan kun je hem er beter uit halen, zo leerde zijn trainer. Maar dan? In een zeldzaam openhartig gesprek vertelde Gunnar hem eens dat hij zijn IJslandse moeder, ver weg in een dorpje bij Reykjavik, op haar sterfbed beloofde dat hij voor haar de top zou halen.

'Gunnar is voor ons nu helder,' zegt Dusseldorp van SC Heerenveen. 'Maar wat kunnen we doen? Hoe meer je weet, hoe meer je beseft hoeveel je niet weet'

 

Introverte en extraverte voetballers

De etiketten 'introvert' en 'extravert' liggen in de mond van voetbaltrainers bestorven. Zag psychiater Sigmund Freud in introversie nog verdrongen seksualiteit, psycholoog Carl Jung introduceerde de termen in de persoonlijkheidsleer. De energie van extraverten is naar buiten gericht, op mensen en dingen. Zij zijn liever niet alleen. De energie van introverten is naar binnen gericht, op de eigen gedachten en gevoelens. Introversie en extraversie zijn het gevolg van biologische, erfelijke verschillen tussen mensen, dacht psycholoog Hans Eysenck. Het zenuwstelsel van extraverten is laag geactiveerd en moet omhoog gebracht worden met externe prikkels. Daarom staan zij zo open voor hun omgeving. Introverten juist niet, hun zenuwstelsel is te hoog geactiveerd. Rafaël van de Vaart is introvert en emotioneel iets instabiel. Een melancholicus, zouden de Grieken zeggen.

'Te flegmatisch nog,' hoor je vaak sportcommentatoren een jonge, fysiek zwakke spits bekritiseren als deze zich makkelijk opzij laat zetten. Kletskoek. Ze bedoelen: te flexibel. KlaasJan Huntelaar, die is flegmatisch: introvert en stabiel, onverstoorbaar en onverzettelijk.

 

Het was handig geweest als Gunnar minder introvert was. Extraverte voetballers stappen volgens sportpsychologen makkelijker over tegenslagen heen, omdat zij een sterker zenuwstelsel hebben. Dat bevindt zich op een lager dan optimaal 'activatieniveau'. Ze genieten daarom veel van positieve ervaringen en sociale gebeurtenissen. Ze uiten emoties gemakkelijk, zijn spraakzaam en openhartig. Daarin worden ze gestuurd door hun hersenschors, die in ruil stimuli van de buitenwereld hoopt te krijgen. Cortex en zenuwstelsel van een introverte speler zijn juist meer dan optimaal geactiveerd. Dat niveau moet omlaag. Hij sluit zich af van stimuli. Een verlegen type, teruggetrokken en stil. 'Een dooie,' zeggen ze in het voetbal.

Veel topspelers combineren hoge extraversie met lage emotionaliteit, denken sommige sportpsychologen. Ze ogen kalm, dealen met mislukking en stress. Opvliegende spelers ervaren negatieve momenten juist sterk en lijden onder angst, schuld en schaamte. Theo Janssen van Vitesse en Danny Buijs van Feyenoord zijn hoogemotionele uitzonderingen die het toch in het profvoetbal redden. Verder blijven alleen de 'psychologisch besten' over, denkt men. Een proces van zelfselectie, dat veel conservatieve voetbaltrainers wel goed uitkomt. Het maakt de toch al gewantrouwde huispsycholoog overbodig. Zo kunnen trainers ongestoord psycholoogje blijven spelen, in de kelders van de jeugdopleiding.

 

De OCEAN van een Aanvoerder

Trainers tasten in het duister als het gaat om de ziel van hun spelers, maar hebben zonder het te weten toch vijf zekerheden. Wereldwijd zijn psychologen het na honderden onderzoeken eens dat vijf eigenschappen de persoonlijkheid van elk mens typeren. The Big Five of OCEAN is voor 50 procent erfelijk en staat een levenlang vast.

  

Openness: Openheid voor ervaringen en ideëen <-> Geslotenheid 

Conscientiousness: Zorgvuldigheid <-> Laksheid, Gebrek aan Motivatie 

Extraversion: Extraversie <-> Introversie 

Agreeableness: Vriendelijkheid <-> Vijandigheid 

Neuroticism: Emotionele stabiliteit <-> Neuroticisme

 

Vooral de geboren aanvoerder scoort goed op OCEAN. Extravert (E) en emotioneel stabiel (N) als hij is, staat hij open voor nieuwe ideeën van de coach (O). Zijn aangeboren vriendelijkheid (A), invoelendheid en zorgzaamheid maken dat hij medespelers het idee geeft dat zij de tactiek zélf hebben bedacht, terwijl hij achter de schermen met de coach de lijnen uitzet. Zijn zorgvuldigheid (C) bepaalt boven alles of hij de top haalt. Hoe punctueler en ethischer, hoe beter. Ook aan deze eigenschap valt niet te sleutelen. Het is van jongs af aan: waarmaken wat je belooft.

 

'Voetbal is conservatief en dat ben ik ook,' zegt Rini de Groot van PSV. 'Alle pubers zijn toch een beetje naar binnen gekeerd? Zijn ze dan meteen introvert? Een lage emotionaliteit lijkt mij niet goed. Johnny Heitinga heeft wel de kalmte om te winnen, maar andersom kan hij niet tegen verlies. Niks aan doen lijkt me, dat getuigt van winnaarsmentaliteit. Bij ons loopt een super extraverte jongen rond die slecht omgaat met tegenslag. Kijk, voor hem regelden wij wel wat begeleiding bij een mental coach'

Extraversie is mooi meegenomen voor een trainer. Zo krijgt hij makkelijk toegang tot de speler, denkt hij. De Zweedse aanvaller Marcus Berg van FC Groningen vond van zichzelf dat hij extravert was. Waar blijkt dat dan uit, dacht trainer Ron Jans. Bij doelpunten zag hij Marcus nooit juichen. Hij sjokte zwaar terug naar eigen helft. Nadat Jans er eens wat van zei, vierde hij elke goal uitbundig. Uit bevrijding? Of om Jans te plezieren? Zijn Noorse spits Erik Nevland wordt door medespelers erg gewaardeerd om zijn doelpunten, maar vooral om het afjagen bij balbezit van de tegenstander. Volgens tests is hij een introvert mens maar als je hem op het veld ziet lopen, zou je zeggen: extravert. Stoppen we Erik na een analyse toch in het hokje 'introvert', zo vreesde Jans, dan gaat hij daar nog in geloven ook. Op een kwade dag gaat hij bij alles wat misgaat bij zichzelf te rade. Dat zou Jans niet willen. Hij besloot hem te vragen de bal 'na te coachen'. Wat meer praten in het veld dus, anderen helpen met aanwijzingen. Nevland roept nu altijd iets naar de man die hij aanspeelt. 'Alle tijd!' Of: 'In je rug!' Zeg maar wat D-pupillen bij een amateurclub al doen.

 

Een vluchtig kijkje in het troebele hoofd van een A-junior zou al zo mooi zijn. Daar dan wat zinnigs mee doen is vers twee. Psychologie in voetbal is nog altijd zoiets als zonnebrand voor stratenmakers. 'Wat heeft het voor nut?' Trainers zijn wél gek op de toegankelijke sportpsychologie van Action Type. Dat is een hippe theorie die hun een praktisch beeld geeft van de persoonlijkheid van elke speler —niet om ze in hokjes te stoppen en dan aan ze te sleutelen, wel om die persoonlijkheid het best tot zijn recht te laten komen op het veld. Bedenkers zijn fysiotherapeut en ex-volleybalcoach Peter Murphy en sportpsycho-loog Jan Huijbers. Ze bouwden voort op oude bedenksels van Grieken als Hippocrates en Paracelcus, de negentiende eeuwse Carl Jung en de Myer-Briggs Type Indicator. Wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt, vinden sommige jeugd-psychologen. De anders zo sceptische trainers staan dit keer wel op de banken. 

Eindelijk een handleiding voor onhandelbare voetbalprinsjes van zestien. Na het invullen van een vragenlijstje schaalt Murphy elke B- en A-speler van AZ en SC Heerenveen in op vier factoren. Haalt een jongen zijn energie van buiten -extravert —of van binnen —introvert? Neemt hij informatie zintuiglijk of intuïtief op? Neemt hij beslissingen door te denken of te voelen? Wil hij beheersen of waarnemen? De scores koppelt Murphy aan de fijne en grove motoriek van de speler. Er is volgens hem namelijk een sterke correlatie tussen psychologie en de wijze van bewegen. Uiteindelijk bestempelt hij elke speler met vier van de zestien Action Types, zogeheten temperamenten. 'Temperament is talent,' zegt Murphy. Als een coach talent wil ontwikkelen, moet hij weten wat het temperament van de speler is. Die moet dat ook van hem weten. Zo weten ze wat ze moeten doen en laten om goed samen te werken.

De bekendste temperamenten van Murphy zijn Vaklui, Rationalisten, Idealisten en Wachters. Marco van Basten was —als aanvaller bij Ajax en AC Milan —een typische 'Vakman'. Net als Zidane, de Portugese speler Figo en de zangeres Janet Jackson trouwens, die ook eens de vragenlijstjes van Murphy invulden. Door zijn zeldzame,

sierlijke beweging gaf Marco op het veld uitdrukking aan zijn persoonlijkheid. Bij voorkeur besloot hij op het allerlaatste moment niet linksom maar rechtsom te gaan. Hij was een praktische durver. Als coach zie je dat er ook vanaf, hij experimenteert graag met spelers. Hij heeft een hekel aan routine en is bang voor elke inperking van zijn vrijheid. Die angst is zijn grootste valkuil. Hij overdrijft soms zijn vakmanschap en eist dan te veel vrijheden op.

Centrale verdediger Louis van Gaal was bij Sparta en AZ een echte 'Rationalist'. Net als Albert Einstein en net als David Beckham overigens, beweert Murphy. Van Gaal wil eerst begrijpen, dan uitvoeren. Dat diepgaande begrip van de dingen eiste hij ook van anderen. Op het veld al haatte hij domheid. Kunnen spelers en journalisten om hem heen dat niet opbrengen? Dan wantrouwt hij ze onmiddellijk. En legt hij het ze nog maar een keer uit. Vooral omdat hij zélf zo bang is niet competent te zijn.

 

Action Type

De ideeën van Hippocrates, Jung, Eysenck en Myer-Briggs op één hoop geveegd met onderzoek naar gedrag, temperament, hersenfuncties, lichaamszwaartepunt, beweging en balans leverden Peter Murphy en Jan Huijbers het sportpsychologische model Action Type op. Dat laat zien hoe lichaam en geest van voetballer en trainer elkaar beïnvloeden. Zijn ze zich daarvan bewust, komt dat ten goede aan leerproces en team. Na beantwoording van vragen weet elke speler welke positie hij inneemt op de vier schalen. De vier letters tesamen vormen ieders Action Type.

 


 Op het veld gebruik je beide letters van elke schaal, maar je hebt een voorkeur voor één. Daar leun je van nature het meest op. De combinatie van de vier letters zegt niets over jouw kwaliteiten. Het voorspelt volgens Murphy slechts hoe je beweegt, waarneemt, communiceert, samenwerkt, beslist. Kijk op www.actiontype.nl welke type jij bent en wat dit voor jou als voetballer betekent.

 

Wat is jouw Action Type? Beantwoordt de vragen eerlijk, er bestaan geen goede of foute Action Types. Om vier letters te verzamelen, moet je per onderdeel de letter onthouden die je het meest hebt gescoord. Die geeft jouw voorkeur aan.

 

Letter 1. E of I: Extravert of Introvert

- Laad je je batterij liever alleen (I) of in contact met met anderen (E)?

- Waaruit haal je de meeste energie? Alleen zijn (I) of in contact met anderen (E)?

- Waarop richt je jouw energie? Op je innerlijke wereld (I) of op je omgeving (E)?

Extraverte voetballers geven meer energie dan waar de situatie om vraagt, introverte bewaren hun energie tot een berekenend nuttig moment.

 

Letter 2. S of N: Zintuiglijke beleving of Intuïtie

- Ben jij bij de bestudering van een onderwerp meer geïnteresseerd in de feiten en de toepasbaarheid in 'het nu' (S) of meer in de ideeën erachter en de toepasbaarheid ervan in de toekomst (N)?

- Maak je graag gebruik van je vaardigheden (S) of raak je snel verveeld als je eenmaal iets onder de knie hebt (N)?

Zintuiglijke voetballers gebruiken de spiergroepen aan de voorkant van hun lichaam om hun balans te bewaren, intuïtieve spelers de spieren aan de achterzijde.

 

Letter 3. T of F: Denken (Thinking) of Voelen (Feeling)?

- Neem je beslissingen eerder op basis van redeneringen, logica en analyse (T) of meer op basis van persoonlijke waarden (F)?

- Neem je beslissingen door objectief de 'voors' en 'tegens' tegen elkaar af te wegen (T) of door het gevoel dat een beslissing bij je oproept en hoe jouw beslissing anderen zou kunnen raken (F)?

ST-spelers hebben een talent voor fijne motoriek, SF-spelers voor grove, NF-spelers hebben verbale vaardigheden plus een talent voor een combinatie van fijne en grove motoriek, NT-spelers kunnen logisch en abstract denken en hebben een talent voor eerder fijne dan grove motoriek.

 

Letter 4. J of P: Beheersen (Judging) of Waarnemen (Perceiving)?

- Heb je tijdens het spelen behoefte aan structuur, analyse en controle, stap-voor-stap (J) of moet jij het flexibel kunnen aanpakken met een duidelijk lossere benadering (P)?

- Moeten zaken vastliggen en besloten zijn in procedures (J) of moeten je opties juist open zijn voor het geval er iets onverwachts gebeurt (P)?

J-processen spelen zich af in de linker hersenhelft, P-processen in de rechter. J-spelers bewegen meer mechanisch, P-spelers meer artistiek. J-spelers zien een bepaald deel van het veld in een exacte weergave, P-spelers overzien het hele veld globaal.

 

 Motoriek

Jouw Action Type zegt onder meer iets over je motoriek. Wat is jouw motoriekstijl

De Vakman 

blinkt uit in de fijne motoriek en is sterk in oog-handcoördinatie. 

Veel vaklui hebben een superieur ruimtelijk inzicht en plaatsing van de bal.

De Wachter 

blinkt uit in de grove motoriek. 

Hij beheerst bovenal zijn grote lichaamsspieren en bovenarmen. 

Hij gebruikt zijn lichaam goed in duels.

De Idealist 

kent een mengvorm van een ontwikkelde fijne en iets minder ontwikkelde grove motoriek. De ene Idealist loopt er wat houterig bij, je ziet hem als het ware zijn lichaam op mechanische wijze controleren. De andere Idealist kent meer ritme, meer vloeiende overgangen.

De Rationalist

gebruikt zijn hoofd, in laatste instantie pas zijn lichaam. Hij heeft een voorkeur voor fijne motoriek boven grove motoriek. Kenmerkend is zijn 'scharnierbeweging'.

 

Controlerende middenvelder Frank Rijkaard was bij Ajax en AC Milan een 'Idealist'. Net als Thierry Henry, Robin van Persie, Arsenal-coach Arsène Wenger en filmster en seksbom Marilyn Monroe. Hij was een harmonieus ingestelde speler voor wie persoonlijke contacten belangrijk waren. Hij was bang voor conflicten. Door samen te spelen met anderen wilde hij groeien als persoon, niet alleen als voetballer. Ook als coach zoekt hij nu zinvolheid. Hij weet zich geen raad met oneerlijke mensen. 'Mit Rijkaard-shampoo wird dein Haar Vóller,' zo herinneren veel mensen zich een minder harmonieus moment van Frenkie.

Vleugelverdediger Foppe de Haan was bij SC Heerenveen een 'Wachter'. Net als paardrijdster Ankie van Grunsven. Zonder franje, bedachtzaam hield hij zich aan zijn taak. Hij verbeet zich als hij de controle verloor, was teleurgesteld als mensen afspraken niet nakwamen. Op hem kon je wél vertrouwen, want hij hield altijd rekening met anderen. Keerzijde daarvan werd zijn angst voor het isolement. Hij wilde er iets te graag bijhoren. Als coach maakte hij zich zo geliefd, dat hij daarvoor niet meer vreest.

 

Foppe de Haan liet in 2007 als allereerste voetbalcoach zijn Oranje Onder 21-selectie de vragenlijsten van Murphy invullen. Oranje Onder 20 experimenteerde er al in 2005 mee. Hij wilde nu wel eens wat meer van ze weten. Hoe kon hij elke jongen het beste benaderen, iets duidelijk maken? Maar liefst zestien van de 23 selectiespelers bleken introvert te zijn. Daarmee was niet gezegd dat die zestien verlegen konijnen waren met een overbelast zenuwstelsel. Bij Murphy betekent introvert: zij halen hun energie uit zichzelf, niet uit hun omgeving.

Deze naar binnengekeerde jongens verdienen gewoon wat meer tact, vond Foppe. Als ze iets fout deden, zei hij dat niet en groupe maar nam hij ze even apart. Voor de zekerheid droeg hij op de dag van de wedstrijd geen informatie meer aan ze over, hield hij ze vrij van stimuli, liet hij ze lekker naar de wedstrijd toeleven en verder niks. Jammer voor de zeven extraverte jongens in de groep, maar die dag volgden verder geen dynamische groepsbesprekingen meer. De introverte reservespelers kregen speciale aandacht. Een stille als Haris Medunjanin moest Foppe vooral veel te doen geven tijdens de training. Na een partijtje vier tegen vier met veel balcontact mocht hij nog een uurtje lekker in de zon afronden op doel of extra lang apart van de groep oefenen op een ander speciaal dingetje. Als hij maar het gevoel had dat hij bijzonder was, dat hij ertoe deed. Voor een introverte reserve als Calvin Jong-a-Pin was dat niet afdoende. Met hem zat Foppe twee avonden per week langdurig op diens hotelkamer te praten. 'Jouw tijd komt nog wel jongen, heb geduld.'

Die zomer van 2007 werd Jong Oranje Europees Kampioen, voor de tweede keer op rij.

 

Als een olievlek verspreidt Action Type zich nu over de jeugdopleidingen. Zelfs Louis van Gaal werd een groot aanhanger van Action Type, kort nadat hij bij Ajax toestond dat hoofdtrainer Ronald Koeman de Vakman-uit-vorm Rafaël van der Vaart hard aanpakte. Koeman liet Van der Vaart maandenlang lijden onder de spreekkoren tegen hem en zijn geliefde Sylvie Meys. Zijn marktwaarde van dertig miljoen euro daalde in korte tijd naar drie miljoen, het bedrag waarvoor hij naar het Hamburgse HSV vertrok. Een kapitaalvernietiging waarvan Van Gaal zo schrok dat hij sindsdien zijn spelers zorgvuldig in Murphyhokjes stopt. Van de eredivisieclubs was Aloys Wijnker van AZ er als eerste bij met de invoering van Action Type. Staf en spelers van A1, B1 en C1 maakten kennis met elkaars Action Type. 'Voor de aardigheid hoor, want als ik de kleedkamer van de C1 inloop herken ik de types meteen,' zegt Wijnker. 'De linksbuiten vist zijn modderschoenen onderuit zijn tas: een Vakman, vrijheidsdenker. De mandekker stalt zijn verzorgde spullen uit op de bank: een Wachter'

En zo behandelt AZ ze nu ook op het veld. De mandekker krijgt voor de wedstrijd heldere analyses en afgebakende taken. De linksbuiten laten ze aan zijn lot over. Maar niet elke jonge linkervleugelspits haalt later de top. Nogal wat rechtervleugel-spitsen, centrumspitsen, schaduwspitsen en middenvelders in opleiding evenmin. Ze weten in het Beloftenteam net niet de laatste stap te maken. De paar uitzonderingen die bereid zijn tot een late omscholing als verdediger, lukt dat alsnog wel. Dankzij de self fulfilling prophecy van Action Type duurt het nu nog langer voordat jeugdtrainers erachter komen dat een bepaalde voorhoedespeler beter een of twee linies kan zakken. Vanaf zijn veertiende staren ze zich liever blind op de vermeende 'Vakman' met zijn creativiteit en intuïtie. Alleen jongens die als 'Wachter' uit de Murphy-test rollen, leiden ze op als verdediger. 'Het is uiterst belangrijk deze types in hun waarde te laten tijdens de jeugdjaren,' predikt Murphy.

 

'Ik niet koppen? Jij niet koppen,' denkt de Italiaanse verdediger bij een corner. Zijn Nederlandse collega denkt dan al aan opbouwen. Urby Emanuelson en Milano Koenders passeren een man, maar schakelen hem niet uit. Ze leerden nooit hoe ze slim contact kunnen houden met een aanvaller in de rug zonder hem in de houdgreep te nemen. Ruud Krol, Ronald Koeman en Frank Rijkaard konden dat wel. Jaap Stam ook, maar scouts haalden lang hun neus op voor zijn specialiteit. Pas op zijn twintigste kwam hij over van de amateurs naar de profs. Te laat om door Murphy in een hokje te worden gestopt.

Een verdediger moet niet alleen een aanvaller uitschakelen, vinden Nederlandse trainers, hij moet vooral fraaie oplossingen bedenken en uitvoeren. Natuurlijk moet hij mentaal hard en fysiek sterk zijn maar bovendien snel, technisch handig, tactisch slim. Zo iemand bestaat niet. Dus schuiven ze een voetballer op zijn zestiende plots een linie naar achteren. Even snel omscholen, denken ze.

Zinvoller dan elk psychologisch hokjesdenken is misschien de introductie van een verdedigerstrainer. BVO's hebben een spitsentrainer, judotrainer, keeperstrainer, techniektrainer, looptrainer, inspanningsfysioloog, krachttrainer, video-assistent, mental coach en huiswerkcoördinator. Maar geen verdedigerstrainer. Jan Olde Riekerink van Ajax, die geïnteresseerd zegt te zijn in Action Type, zucht diep. Over de verdedigers die van zijn opleiding afzwaaien wordt al zo lang geklaagd. Gemankeerde aanvallers zouden het zijn. 'Toen ik na zes jaar in het buitenland terugkeerde bij Ajax, bleken Johnny Heitinga en Urby Emanuelson nog precies dezelfde type spelers te zijn als toen. "Een mens kan zich aanpassen maar niet veranderen', zei mijn vader altijd'