
1. De juiste amateurclub
Ruud van Nistelrooy kan als C-junior (14) het doel soms moeilijk vinden. Zijn voetbalcarrière stippelt hij wél doelgericht uit. Ontevreden over zijn technische vorderingen bij voetbalvereniging Nooit Gedacht in het NoordBrabantse Geffen bladert hij 's avonds door de telefoongids en belt wat naar clubs in de regio.
'Kunnen jullie nog een spits gebruiken?'
De volgende dag laat hij zich overschrijven naar het hoger geklasseerde RKSV Margriet in Oss. Met zijn oude vrienden mag De Verrader van Geffen nu niet meer meefietsen, maar dat kan Ruud niks schelen. In Oss is hij eindelijk verlost van die rokende Geffen-trainer langs het veld. Die kleedde zich niet eens om, liet de C1 alleen maar partijtjes spelen en vertrok na twintig minuten weer.
Bij RKSV Margriet wordt drie keer per week serieus getraind. De trainer ziet meteen iets in de nieuwe, gedreven spits van de B1, maar het ontbreekt Ruud nog wel aan een goede wreeftrap. Met zijn enorme voeten schopt hij vaak in de grond. Apart van de rest moet Ruud met de buitenkant van zijn schoen zo hard op een klein doeltje schieten, dat de bal steeds terugrolt.
Een jaar later wordt hij gescout door profclub FC Den Bosch.
Ruuds collega Arjen Robben maakt tot zijn vijftiende geduldig zijn dribbels bij vijfdeklasser VV Bedum, wordt dan pas gescout door FC Groningen en debuteert binnen een jaar in het eerste elftal. Collega Royston Drenthe speelt van zijn vijfde tot zijn achtste bij eersteklasser Neptunus in Rotterdam-West, begint dan al aan zijn opleiding bij Feyenoord maar valt op zijn zestiende terug in zijn ontwikkeling.
Met collega Wesley Sneijder gaat het weer anders. Hij is het enige lichtpuntje van de vervallen en inmiddels opgeheven Utrechtse vijfdeklasser DOS, totdat Ajax hem er op zijn zevende weghaalt. Er komt geen scout aan te pas. De Ajax Talentendag bezoekt hij alleen voor de vorm. 'Ik heb nog een zoon die lekker kan ballen,' fluistert zijn vader in het oor van de Ajaxtrainer van Wesley's oudere broer Jeffrey.
|
575.000 amateurvoetballers van 5 tot 19 jaar spelen bij Nederlandse voetbalclubs, 60.000 hiervan zijn meisjes. |
|
|
De jongste categorie groeit het hardst: |
|
|
Mini's (onder 7 jaar) en F-pupillen |
12,7 % |
|
E-pupillen |
5,1 % |
|
D-pupilen |
3,4 % |
|
C-junioren |
3,3 % |
|
B-junioren |
5,6 % |
|
A-junioren |
2,8 % |
Tot slot geeft ook de vader van Rafaël van der Vaart de carrière van zijn zoon een zetje. Rafaël speelt vanaf zijn vijfde jaar bij BVV De Kennemers. Op zijn tiende wijst Ajax hem na een proeftraining bij Ajax af, maar papa geeft niet op. Hij schrijft zijn zoon in voor de Ajax Talentendag. Dat wordt wel een succes. De eerste jaren bij de E- en D-junioren vallen hem zwaar. Hij bungelt er wat bij, speelt elk jaar in een ondergeschikt team. Op zijn veertiende wordt voormalig Ajaxrechtsbuiten John van 't Schip zijn trainer. Die ziet wel wat in hem en maakt hem aanvoerder. Dan gaat alles heel snel. Op zijn zeventiende debuteert hij al in het eerste van Ajax, het seizoen erop breekt hij definitief door.
Nu spelen ze alle vijf voor Real Madrid. Diverse wegen leiden naar de voetbalhemel -en die beginnen altijd bij een amateurclub. Maar wélke van de 3500?
Die club waar je beste vriendjes voetballen natuurlijk. Daar voel jij je thuis. Een club in je eigen buurt, waar je alle zaterdagen zorgeloos rondhangt. In je vuile kleren en op je kicksen werk je aan je record op de Twilight Zone-flipperkast, deel je snoepzakjes en roze koeken met je zusje en oefen je tot laat in de middag penalties op een stoffig bijveld. Je moeder springt bij in de kantine. Je vader speelt in het eerste. En de vroege zomer doet de lucht boven de dorre velden trillen.
Nieuw seizoen. De coach zet jou reserve. Hij stelt liever zijn zoontje op in de spits. Jouw positie. Jij mag invallen. Hij brult dat je de bal eerder moet afspelen. Dat je moet kaatsen. Maar je raakt geen bal meer. Je hoort alleen nog maar die man die de onvrede met zijn baan en leventje thuis tijdens j ouw zaterdagwedstrijd afreageert. Op een sluimerend talent als jij, dat in de knop dreigt te breken. Thuis blader je, net als Van Nistelrooy destijds, door de telefoongids. Je surft langs websites van clubs, bezoekt clubhuizen, proeft de sfeer, traint eens mee. Ze beloven je een basisplaats in de selectie. Je denkt: 'hoeveel holbewoners vermomd als trainer-coach houden zich hier schuil?'
|
Club in de buurt |
+ |
|
Familiesfeer |
+ |
|
Vriendjespolitiek |
-/- |
|
Schreeuwende trainers |
-/- |
|
________________________________ |
= |
|
Niet altijd de juiste club voor jou |
|
Een zelfbewuste speler op drift kijkt welke selectie-elftallen van verenigingen in de regio op hoog niveau spelen. Het zegt niks over de kwaliteit van de jeugdopleiding, en al helemaal niks over de sfeer. Maar je moet ergens beginnen in je zoektocht.
Een eersteklasser of tweedeklasser heeft ambities. Met het eerste elftal én met de jeugd die daarvoor wordt opgeleid. Ze hebben ook sponsors. In ruil voor borden langs het hoofdveld, een meet & greet met de sterspeler van het eerste en andere fotomomenten betalen die sponsors graag een ton euro per jaar aan de plaatselijke FC.
Wim van Zwam van de KNVB bezoekt elke week dit soort clubs, om jeugdtrainers op te leiden. De oud-speler van FC Wageningen draagt een donkerblauwe Nike-polo van de voetbalbond. Hij staart naar een computerscherm in een kaal kantoor in de bossen van Zeist. Dat deelt hij met bondscoach van Jong Oranje Foppe de Haan en Remy Reynierse, assistent-bondscoach. Wim is bondscoach van Oranje Onder 15 en Onder 19. 'Met sponsorgeld zetten sommige clubs goede jeugdopleidingen op,' zegt hij. 'Vooral in het westen van het land concurreren amateurclubs met Betaald Voetbal Organisaties (BVO's). Sommige doen het zelfs beter: AFC, Zeeburgia, Spartaan '20, Alphense Boys, USV Elinkwijk'
Het amateurvoetbal kent zaterdag- en zondagcompetities. De meeste clubs spelen op één dag, maar er zijn ook clubs met zaterdag- en zondagteams. Nederland is ingedeeld in de districten Noord, Oost, West I, West II, Zuid I en Zuid II. Alleen in district Zuid II is er enkel sprake van zondagvoetbal. De districten zijn opgedeeld in zes, zeven of acht niveaus. Van deze niveaus is de hoofdklasse de hoogste en enige landelijke klasse. Van de regionale klassen is de zevende, zesde of vijfde (afhankelijk van de grootte van het district) het laagst.
Omdat BVO FC Utrecht in zijn eentje nooit de stroom talenten uit de buitenwijken kan verwerken, melden de meest ongeduldige zich aan bij stadsgenoot en hoofdklasser Elinkwijk —in de hoop op begeleiding en weerstand die hun oude club niet kon bieden. Want niet alleen het eerste elftal, maar ook de A1, B1 en C1 van Elinkwijk nemen het in hoge competities op tegen jeugdteams van BVO's. 'Een arena van de besten tegen de besten —de enige omgeving om verder te groeien' zegt Van Zwam. 'De afgelopen vijftien jaar zag Elinkwijk zo'n honderd spelers naar het betaald voetbal vertrekken'
Tot voor kort haalden PSV, Ajax en Feyenoord hun neus op voor amateurtjes.
Ze wilden alleen eigen topkweek. Toenmalig Spartacoach Willem van Hanegem liet de 22-jarige Danny Koevermans extra rondjes lopen. Die kwam net van eersteklasser Excelsior '20 en moest niet denken dat hij er al was. Maar Koevermans bewees dat je ook als senior-amateur een plek kunt opeisen tussen de duizend profvoetballers in Nederland. Zoals Van Nistelrooy dat deed met zijn late transfer van FC Den Bosch naar SC Heerenveen, en Demi de Zeeuw met zijn late ontdekking door AZ bij Go Ahead Eagles. Nu sturen profclubs permanent scouts naar jeugdwedstrijden van topamateurs. 'Daar vinden ze opgeleide talenten mét ervaring voor weinig geld,' zegt Van Zwam.
'Wat willen ze nog meer?'
Er zijn altijd weer ouders die doorslaan. 'Hoofdklasser VV Bennekom, de trots van Gelderland! Daar moet onze jongen op' Vanuit het tientallen kilometers verderop gelegen Wekerom, Dodewaard en Wolfheze melden Gelderse gezinnen massaal hun zoontjes van zeven aan. Bennekom voert een ledenstop in. Niet omdat die club iets heeft tegen wat van ver komt, in tegendeel. Bennekom haalt graag goeie jongens van ver. Liefst een afdankertje van Ajax.
Bennekom heeft geld. Van sponsors: makelaardijen, de Rabobank en het filiaal van Intersport Van Wonderen —de vader van ex-Feyenoordspeler Kees van Wonderen. Dat is geld dat de club ook aan gediplomeerde jeugdtrainers kan besteden. Maar een reeds opgeleid Ajaciedje is leuker. Zo'n jongen was in Amsterdam heel wat gewend —die heeft dus zakgeld nodig, een auto, een appartement. En behalve het eerste moeten ook de A1, B1 en C1 naar de hoofdklasse, besluit het bestuur. Alleen al voor het prestige. Want dat zal weer nieuwe talenten aantrekken.
En het weerhoudt hopelijk al die boertjes uit Wekerom en Otterlo.
Om eerst eens in de hoofdklasse terecht te komen, haalt Bennekom nóg meer nieuwe talenten van buiten.
Met al die huurlingen in hun teams vinden gewone jeugdleden en lokale talenten er niks meer aan bij dit soort hoofdklassers met grenzeloze ambities. Zij komen de kantine niet meer uit om naar het eerste te kijken. Die nepprofs zijn hun eerste elftal niet meer. Amateurhooligans uit de regio bevolken nu de kleine tribune bij het hoofdveld, ze drinken bier, bestormen het veld, bespuwen tegenstanders. Tweedeling ontstaat, een club in de club. Je moeder wordt betaald om bij te springen in de kantine. En je vader haalt niet eens meer het tweede.
|
Grote club in de regio |
|
|
Hoge klassering |
+ |
|
Veel ambities |
+ |
|
Rotsfeer |
-/- |
|
________________________________ |
= |
|
Niet altijd de juiste club voor jou |
|
Moet jij je als sluimertalent dan maar verbijten in de C11 van de VV Bal in Sloot onderin de zevende klasse? Waarheen nog nooit één scout de weg heeft gevonden?
Er is nog een weg. Je hebt gehoord dat scouts van SC Heerenveen, Ajax en AZ regelmatig jeugdspelers weghalen bij een tweedeklasser als VV Zeeburgia in Amsterdam-Oost. Die club haalt weer spelers bij vierdeklasser SV Diemen, een steenworp verderop. Blijkbaar zwemmen de grote haaien dwars door de scholen grote vissen, en die weer door de betere kleintjes. Je denkt: 'Als ik nou eens bij een gemoedelijke club als SV Diemen ga spelen, zo'n twee niveaus onder de top, dan kom ik vanzelf een keer in het vizier van Ajax. Toch?'
Op de top van de Groot-Amsterdamse talentenpiramide rust de jeugdopleiding van Ajax. Deze steunt op een bouwsel van vele losse lijntjes, en enkele harde verbanden. Voor Ajaxscouts zijn de honderden clubhuizen van verenigingen in NoordHolland als een zoete inval. Die losse contacten leveren soms een tip op, maar niet meer dan dat. Ajax rekent meer op de formele 'samenwerkingsverbanden' met BVO's HFC Haarlem, FC Volendam en FC Omniworld uit Almere, en bovendien op dertig samenwerkingsverbanden met amateurverenigingen als VV Legmeervogels en VV Pancratius.
Deze officiële slippendragers van Ajax moeten aantrekkingskracht uitoefenen op een losgeslagen talent als jij. 'Kom bij ons, hier speel je al een beetje bij Ajax' De KNVB erkent de overeenkomsten niet, omdat ze geregeld tot schimmige deals leiden ten koste van de jeugdspeler. De voetbalbond onderneemt er echter niets tegen. Liever moedigt die regionale voetbalacademies aan als die van FC Twente/ Heracles, Vitesse/AGOVV en AZ/Telstar. In deze opleidingscentra integreren clubs scouting en opleiding. Gezamenlijk stellen ze teams samen. Uit pure noodzaak: de polders rond hun provinciestadjes zijn gespeend van talent.
3800 Jeugdvoetballers worden opgeleid bij 36 BVO's, van PSV tot de kelder van de eerste divisie. Voorheen haalden profclubs 70 procent van hun spelers uit de D-pupillen van amateurclubs. Dat wordt steeds minder, de meeste scouten ze nu als F- of E-pupil. Opleidingen aan de buitengrenzen als FC Twente/Heracles en Limburgse en Brabantse clubs scouten ook in België en Duitsland. Van de 3800 jonge profspelers valt jaarlijks 25 procent af. Dertig spelers per jaar halen de eindstreep. Zij dwingen een profcontract af en scharen zich bij de duizend profvoetballers in Nederland. De beroepsopleiding tot profvoetballer is er alleen voor jongens. Het vrouwenvoetbal groeit snel, maar wordt nog niet gezien als topsport. Dames van de eredivisie krijgen een onkostenvergoeding.
In het rijkelijk met talent bezaaide Rotterdam moet Feyenoord juist niets hebben van samenwerking. De identiteit van de club gaat boven alles: fans zouden het niet accepteren als de opleiding fuseert. De ooit goede contacten met de jeugdopleiding van Excelsior verwateren en Sparta is teveel rivaal om mee samen te werken. Met een handvol hoofdklassers en pottenkijkers als ADO Den Haag en FC Dordrecht vechten de drie clubs van Rotterdam nu om elke aardige jeugdspeler rond de Maasstad. Ze houden elk minimaal vijf kostbare jeugdelftallen in stand, ten koste van de amateurclubs. Je wordt er razendsnel gescout, maar even zo snel weer afgeserveerd. Zo kent de eredivisie en eerste divisie 36 versnipperde jeugdopleidingen waaruit elk jaar driehonderd A-spelers voortkomen. Dertig daarvan zijn 'eerste-elftal waardig'. 270 anderen worden geparkeerd in het tweede om te worden afgestoten naar het amateurvoetbal.
Ajax is meer dan Feyenoord gewend samen te werken met BVO's in zijn schaduw. De deal met HFC Haarlem bestaat al lang. Betere spelers mogen bij Ajax stage lopen en trainers krijgen clinics. Net als Legmeervogels maakt Haarlem er reclame mee, in de hoop jeugd aan te trekken. 'Via ons kun je naar Ajax!' Andersom loopt de samenwerking minder lekker. De bedoeling is dat jeugdspelers van Ajax, waarvoor geen plaats is in Ajax 1 of Jong Ajax, naar het eerste van Haarlem of Volendam gaan. Goed voor de regionale kennisoverdracht, vindt Ajax. Maar de jonge Ajacieden willen dat helemaal niet. Dan nog liever werkeloos. De samenwerking met Omniworld loopt helemaal slecht. Dat is een samenwerking op papier. Interesse in andere BVO's heeft Ajax ook niet. RBC uit Roosendaal, ja, die willen zelf wel graag. Ze verkochten een jeugdspelertje aan Ajax en dan denken ze meteen vaste leverancier te kunnen worden. Het zou een leuk uithangbord zijn voor de Roosendaalse jeugd. Ajax gelooft het wel.
Nee, die dertig amateurclubs rond Amsterdam. Daar verwacht Ajax dus meer van. Die zijn aangesloten bij de belangenvereniging voor de Hoofd-, Eerste- en Tweedeklassers rond Amsterdam (HET). Belangrijkste reden voor een club om lid te worden van dit gezelschap is dat die kans maakt op een samenwerkingsverband met Ajax. Dat levert behalve clinics kaartjes op voor wedstrijden in de Arena. Ajax zélf houdt aan de deal een exclusiever kaartje over: op de eerste rij rond de visvijvers vol talent.
PSV, Ajax en Feyenoord (PAF) zijn hofleveranciers van jonge profspelers. Uit hun tweede teams stromen elk jaar vijf exemplaren per club naar andere clubs in de eredivisie en eerste divisie. Tesamen is dat 45 procent van alle profspelers. Subtoppers als SC Heerenveen, AZ, FC Twente/Heracles en FC Groningen leveren elk 1,5 speler per jaar uit de Beloften af aan andere BVO's. De rest levert minder dan één speler per jaar. BVO's uit de eerste divisie recruteren steeds vaker spelers bij amateurclubs.
Goed geregeld toch? Zo denkt Feyenoord er nou ook over. De club heeft in Groot Rotterdam negen samenwerkingsverbanden. Feyenoord denkt dat deze contracten zonder meer 'eerste recht' geven op jeugdig talent dat daar rondloopt, maar Rotterdamse clubs staan hun talent niet graag af. 'Ze doen altijd zo geheimzinnig als wij langskomen,' klagen Feyenoorders op jeugdcomplex Varkenoord. 'Agressief zelfs' Op een van de amateurvelden in Rotterdam-West, het traditionele jachtgebied van Sparta, vloog een amateurbestuurder jeugdtrainer Gerard Rutjes van Feyenoord naar de keel.

Profclubs dringen in hun jacht op jong talent
door in elkaars oude domeinen.
De meeste jonge talenten bevinden zich in de vier grote steden van Nederland. In de arena's van dichtbevolkte, multiculturele buitenwijken is het van jongs af aan een race van 'de besten tegen de besten'. Ajax, ADO Den Haag, Feyenoord en FC Utrecht zien steeds vaker scouts 'van buiten' rondscharrelen in hun 'eigen' voor- en achtertuin. Maar ook uit het buitenland worden steeds vaker jongens gehaald.
PSV heeft 27 samenwerkingsverbanden met amateurclubs, in een straal van vijftig kilometer rond Eindhoven. Helmond Sport en FC Eindhoven zijn trouwe satellietclubs. Tevens onderhouden de Brabanders steeds nauwere banden met clubs rond Utrecht als Hercules en VV IJ uit IJsselstijn —de oude voortuin van Ajax. Daar waar de Amsterdammers ooit Marco van Basten en Wesley Sneijder ontdekten, vonden de Brabantse scouts Ismail Aissati en Ibrahim Afellay. Andersom dringt Ajax door in de achtertuin van PSV: Vlaanderen. Maar op het eerste jeugdige rendement uit de samenwerking met Club Brugge wacht Ajax al lang.
In de voortuin van Ajax scharrelt PSV, in de lucht cirkelen schatrijke Engelse clubs boven De Toekomst en in de Amsterdamse achtertuin pikt buurman AZ stukjes van het oude territorium in. Beperkte de Alkmaar-Zaanstreekcombinatie zich vroeger tot deals met ADO '20 uit Heemskerk en AFC '34 uit Alkmaar —inmiddels tekenden SV Diemen en de succesvolle hoofdklasser AFC, de chicste club uit Amsterdam, een exclusief samenwerkingscontract met AZ.
'Niet met Ajax, nee,' zegt Rinus van Leijenhorst, jeugdbestuurder van AFC.
'Dat vonden ze niet leuk in de Arena.' In donkerblauw pak met clubdas eet hij een hamburgerschotel. De kunstgrasvelden rond het AFC-gebouw op poten, tussen wolkenkrabbers aan de Zuid-As, baden in wit kunstlicht. Het reclamebord van hoofdsponsor Tommy Hilfiger roept auto's op de A10 toe. 'Ajax wilde eerst niet met ons. En toen zij wél wilden, wilden wij niet meer. Wij doen ook niet mee met die Ajax-deal van de HET-clubs. Hebben wij niet nodig. Onze jeugdopleiding is beter dan die van een hoofdklasser als FC Türkiyemspor'
'AFC wilde Ajax straffen met de AZ-flirt' legt Van Leijenhorst uit. 'Want Ajax benadert AFC-spelers tijdens het seizoen. Daar hebben onze spelers last van' De KNVB verbiedt tussentijdse overschrijving. Een speler kan niet bij twee clubs ingeschreven staan, na 31 mei mag hij overstappen. Benadert Ajax eerder, kan een club als AFC gewoon weigeren de overschrijving te ondertekenen. 'Die regel is niet waterdicht. Laatst kreeg ik een brief van FC Utrecht. Twee AFC-spelers van twaalf jaar waren gewoon overgestapt' Die wilden niet meer terug, besefte hij meteen.
Hij belde toch nog even met het hoofd jeugdopleiding van Utrecht. 'Waarom vraag je dat nou niet eerst? Dan hadden we erover kunnen praten'
'Dan bellen jullie snel met AZ!' was de reactie.
AZ betaalt AFC een jaarlijkse vergoeding plus een vergoeding per speler voor het 'exclusieve' recht om een amateurspeler tijdens het seizoen al uit te nodigen voor een stage of training. Bevalt de jongen en stapt hij na 31 mei over, betaalt AZ voor elk jaar dat de jongen is opgeleid door AFC een vergoeding van 1250 euro. Dit heeft AFC niet te danken aan AZ, het zijn gewoon de regels van de KNVB. 'We dringen AZ niet op aan onze spelers,' zegt Van Leijenhorst. Van slavenhandel wil hij ook niet horen. 'We hebben nu een speler van vijftien uit een moeilijk gezin. Hij kan kiezen tussen AZ en SC Heerenveen. Ik wil niet dat hij naar AZ gaat, want AZ laat kinderen in busjes pendelen tussen gezin, trainingsveld en een school in Alkmaar. Het lijkt me beter die jongen uit huis te plaatsen, in een pleeggezin. Die luwte en bescherming biedt SC Heerenveen'
Een nette club als AFC lijkt je wel wat, als springplank naar AZ? Dan moet je eerst langs de ballotage. De 'kennismakingscommissie' noemt Van Leijenhorst dat liever. Die stelt vast of jij wel bij AFC past. Er staan driehonderd jongens op de wachtlijst, de meesten tussen de vijf en acht jaar. Een lid kan aspiranten voorstellen door handtekeningen bij andere leden te halen. Als een erelid of bestuurslid tekent, is dat een plus. Andere leden doen er minder toe. 'Al is het Tom Egbers of Ruud Gullit, dat zegt echt drie keer niks,' aldus Van Leijenhorst.
Chris Schröder, clubhistoricus en erelid van AFC, zet zijn krabbel twee keer per jaar. 'En nooit voor Turken, die gaan maar naar Blauw-Wit,' zo ridiculiseert hij het elitaire imago van AFC. 'Ha, ha, nee hoor, wij hebben ook allochtone spelers. Als ze hun pet maar afzetten voor ze hier binnenlopen. We selecteren op kleur noch kwaliteit. Al telt een jongen negentig minuten lang grassprietjes, hij is welkom hier. "Waarom wil je bij ons spelen?" is de enige vraag die we een speler van te voren stellen. "Omdat ik naar AZ wil via jullie" antwoordt een jongen soms. Kijk, dat had hij nou niet moeten zeggen'
Welke amateurclub?
1. Zitten mijn vrienden er ook op?
2. Kan ik er naartoe fietsen?
3. Is de trainer-coach altijd positief?
4. Daagt hij me uit dingen te laten zien in het veld?
5. Weet de club plezier te combineren met prestaties?
6. Speel ik op mijn favoriete positie?
7. Speel ik hoog genoeg?
8. Speelt mijn team in een uitdagende competitie?
9. Stroomt het makkelijk door van selectieteams naar het eerste? (Of kopen ze spelers?)
10. Heeft de club enige naam in de regio en bij scouts?
(Vijf keer nee? Overweeg een andere club.)
Het geheim van AFC is volgens bestuurder Van Leijenhorst dat ze jongens bewust niet opleiden voor het betaald voetbal. 'Dat brengt een rustige familiesfeer met zich mee, een luwte waarin talenten rustig kunnen groeien. Wij willen zélf met onze teams landelijk spelen, talenten opleiden voor ons eigen eerste. Wij scouten niet, zoals onze tegenstanders in de hoofdklasse dat wel doen.'
De sfeer op de club is het allerbelangrijkste, wil Van Leijenhorst maar zeggen. 'Veel ouders kijken niet hoe een club omgaat met kinderen. Ze kijken alleen naar de klasse' Hijzelf speelde betaald voetbal bij DWS. Vijftien jaar geleden zocht hij voor zijn zoon een club. 'DWS was een bende geworden, SV Diemen vond ik niks, Voorland niks. Vaders als trainer. Ze bedoelen het goed hoor, maar ik kijk met een voetballersoog. Bij AFC vonden we een professionele organisatie waar mensen elkaar nog helpen met van alles. Vijftien jaar later zit mijn zoon hier nog'
Vind de juiste club op:
www.hollandsevelden.nl
www.voetbalopzaterdag.com
www.knvb.nl
www.vrouwenvoetbal.nl
www.voetbalkantines.nl
Presteren en toch plezier behouden: alle amateurclubs beweren die tegenpolen te verbinden. Ze wijzen op de mini's, spelers van vijf tot zeven jaar die nog te klein zijn voor de competitie en daarom onderlinge potjes Champions League spelen in tenues van beroemde clubs. Veel amateurclubs hebben tegenwoordig zo'n populair pierebadje, zo ook AFC. Maar bij deze club met ambities stroomt een talentvolle mini op zijn zesde al snel door naar de F3. Daar speelt hij competitie, volgt verplicht alle trainingen. Op zijn achtste in de E-selectie laat AFC hem al op een groot veld spelen. Dat doen de meeste BVO's pas in de D1. 'We doen dat niet om ze snel klaar te stomen voor het grote werk maar om weerstand op te bouwen' bezweert Van Leijenhorst.
AFC-spelers staan bij andere clubs bekend als arrogant. Ze weigeren soms na afloop een handje te geven. 'We doen niet onder voor Ajax,' zegt hij. 'Oké, daar speel je met de allerbesten. Ze reiken je veel techniek en tactiek aan, maar niet het zelfvertrouwen om er wat mee te doen in de wedstrijd. Ajax mist de ongedwongen sfeer van ons. Als ik beneden een kleedkamer inloop en tegen een jongen uit de B1 zeg: "Jij gaat naar FC Haarlem" lachen ze me uit. Hebben ze totaal geen belangstelling voor. Veel jongens die op hun tiende profvoetballer wilden worden, komen hier tot het besef dat er meer in het leven is dan dat'
|
Nette club in de regio |
|
|
Hoge klasse, goede prestaties |
+ |
|
Veel ambities |
+ |
|
Samenwerkingsverband met BVO |
+ |
|
Grote jeugdafdeling |
+ |
|
Gediplomeerde jeugdtrainers |
+ |
|
Familiesfeer |
+ |
|
Modern Jeugdplan |
+ |
|
Wachtlijst en ballotage |
-/- |
|
________________________________ |
= |
|
Niet altijd de juiste club voor jou |
|
'Bij AFC gaan ze voor het hoogste en beste, beweren ze, maar hoe persoonlijk en verantwoord begeleiden ze jou?' vraagt sportpsycholoog Jacques van Rossum van de Vrije Universiteit zich af. 'Persoonlijke aandacht is het enige dat ertoe doet op weg naar profvoetbal. Alleen dan behoud je het plezier, alleen dan kan je groeien. Van je oude trainer moest je elke bal kaatsen. Of je nieuwe trainer bij AFC zoveel beter is, weet je helaas pas als je lid bent'
Erwin van Baarle, trainer van de F1 van VV Alliance '22 denkt dat je dit van te voren wel degelijk kunt inschatten. 'Stel je langs de lijn op in de buurt van de trainer en leg je oor te luisteren. Welk mensbeeld hebben die mannen: X of Y?' Aanhangers van mensbeeld X vinden dat een jeugdspeler geneigd is tot dromen. Die moet je dus eerst afbranden en dan weer opbouwen. Hij moet opdrachten uitvoeren en de bal niet kwijtraken. Alleen op die manier leert hij voetballen.
Aanhangers van mensbeeld Y denken dat een speler tot het goede is geneigd. 'De jeugd wordt niet lui geboren, ze bruist van dadendrang, beleving en bereidheid om iets te leren,' zei Wiel Coerver, ex-coach van Feyenoord, oervader van de jeugdtrainers en wereldberoemd om zijn leermethode voor balbeheersing. 'Ze haken niet af door slapte, maar doordat technische vorderingen uitblijven. Ze gaan verloren voor de voetballerij. Terwijl elke normaal getalenteerde voetballer met enige ambitie en goede mentaliteit zich de technieken van de topvoetballer meester kan maken'
De ideale amateurcoach bestaat niet. Wat bij jou goed werkt, werkt bij een ander slecht. F1-coach van Alliance '22 Erwin van Baarle adviseert bij het zoeken van een club te letten op:
1. Denkt de trainer bij de opstelling alleen aan het teambelang, of ook het individuele belang?
2. Drukt hij spelers niet te vroeg in een keurslijf? Vraagt hij wat zij graag willen? Voor een verdediger is het belangrijk dat hij eens een tijdje in de spits staat — maar als de verdediging dan zo lek als een zeef wordt, heb je een gefrustreerd team.
3. Evalueert hij met spelers vanaf negen jaar? 'Wat ging er goed? Hoe zorgen we dat het de tweede helft nog beter gaat? En wie gaat dat doen?'
4. Betrekt de trainer alle spelers erbij? Geeft hij ze stuk voor stuk het gevoel dat ze invloed hebben op spel en resultaat?
5. Leert hij ze af te mopperen en te schelden?
Y-trainers van F-spelers maken oprechte complimenten als het goed gaat. Gaat het niet goed, pakken ze de speler niet aan voor de groep, maar nemen hem rustig apart. Ze moedigen alleen maar aan, aanwijzingen slikken ze zoveel mogelijk in.
Ze zeggen niet: 'Loop vrij, niet bang zijn, dek je man' Ze zeggen: 'Kom op, doe lekker mee'
Deze F-spelers stellen hun trainer vragen. 'Wat denk jezelf?' antwoordt hij.
'Wat zou je zelf beter kunnen doen?'
Maar van laissez faire alleen brak nog nooit een talent door. 'Kinderen willen winnen, anders gaat de lol er snel af,' zegt Van Baerle. 'Let bij je clubkeuze op wat de trainer doet voor de wedstrijd. De ene laat spelers wat dribbelen, op doel schieten -de andere laat ze er punten mee verdienen. De ene laat ze de wei inhollen —de andere laat ze een korte warming-up doen en houdt een praatje om ze op scherp te zetten.'
De Rinus Michels Award voor amateurclubs wordt
elk jaar uitgereikt aan de beste jeugdopleiding in het
amateurvoetbal. De criteria zijn weinig transparant. Winnaar in
2005 Alphense Boys roffelde zich op de borst om 'het
jeugdvriendelijke voetbalklimaat, het moderne jeugdplan, de
technisch coördinator die zeven dagen per week op de club is, de
doorstroom van de jeugd naar de seniorenselectie, alle hoogste
jeugdteams spelen op landelijk niveau, fair play en de wijze waarop
de externe scouting uit de taboesfeer wordt gehaald'. Juist om die
laatste reden regende het meteen protesten: bij Alphense Boys rust
inderdaad geen taboe op scouting. Clubs in de wijde omtrek voelden
zich 'leeggejat door Alphense Boys. Ze zijn helemaal niet de
besten, ze kopen de besten op'. Sindsdien is de Rinus Michels Award
slechts nog een stimulansprijs op onderdelen.
2008 D'Olde Veste '54 uit Steenwijk
2007 Quick '20 uit Oldenzaal
2006 AFC Amsterdam
2005 Alphense Boys
2004 Rohda Raalte
'Dat winnen is helemaal niet zo belangrijk,' zegt Remy Reynierse. Net als zijn kamergenoot Wim van Zwam draagt hij een blauwe KNVB-polo van Nike. Rusteloos draait hij heen en weer op een stoel aan een leeg bureau. Vroeger speelde hij betaald voetbal bij VVV Venlo, nu is hij assistent-bondscoach van Jong Oranje en onderhoudt hij contacten met de BVO's. 'Net als ouders voeden wij kinderen op, maar bij ons leren ze ook wat verliezen is. Amateurcoaches denken dat winnen het belangrijkste is om de spirit erin te houden. Maar dat ontaardt snel in prestatiedrang. Laat F-spelers na een inmaakpartij penalties nemen en ze rennen juichend weg. Welke coach herinneren ze zich later? De coach die het meest met hén bezig was. Níet de tactisch beste coach, níet de winnaars.'
Maar zelfs een coach met de beste bedoelingen raakt na zeven keer dezelfde fout in het veld gefrustreerd, zegt Van Rossum. 'Dan gaat ook hij schelden, uit machteloosheid.' Bij amateurclubs lopen nog heel veel trainers rond die zich al na één foutje laten gaan. 'Want hun collega's doen het ook. Het is stoer. Na afloop van mijn lezingen voor de KNVB komen vaak mannen op me af. Fluisteren ze: "Ik wil ook positief coachen, maar mijn jeugdbestuur lacht me uit" '
'Een jeugdspeler kan zichzelf niet wapenen tegen bullebakken,' zegt Van Zwam. 'Dat moeten zijn ouders doen, maar die staan er niet bij stil hoe trainers met hun kind omgaan. In al die jaren hier bij de KNVB heb ik twee keer een ouder aan de lijn gehad die iets wilde weten over een club. Ze zijn meer bezig met zichzelf, nu ze in hiërarchie zijn gestegen met een talent in hun midden' Heel soms komt een jongen in opstand. Een F-speler van een team van VV Zeewolde dat Van Zwam in zijn vrije tijd een tijdje coachte, vroeg of hij hem rechts wilde opstellen. 'Aan de andere kant van het veld. En de tweede helft graag links. Zo bleef hij ver verwijderd van de kant waar zijn ouders zich opstelden. Natuurlijk liep zijn vader er toch omheen'
Weglopen is dan het enige wat een speler rest. 'Als prof bij VVV deed ik dat ook zo vaak,' zegt Reynierse. 'Onder coach en oud-Ajaxspeler Leo van Veen was dat. Ik dacht toen: "Wat doe ik hier? Lopen we wéér strafrondjes in het bos. Ik ben voetballer! Doei" '
Commerciële voetbalscholen
Ouders die iets missen in de training van hun talentvolle junior, sturen hem naar een commerciële voetbalschool voor extra techniektraining. Voor tennis, skiën en golf schakel je toch ook een echte instructeur in omdat je anders de kneepjes nooit leert? Voetbalscholen dragen de inzichten van techniekgoeroe Wiel Coerver hoog in het vaandel. Heeft een junior bij zijn amateurclub 34 balcontacten op een avond, op zo'n school honderden. Bij Voetbalacademie Delft kreeg Ryan Babel vier weken lang bijscholing in balaanname. Hij speelde toen al in het eerste van Ajax, maar hij nam de bal steeds terug aan, weg van zijn tegenstander, vanwege zijn voorkeur om naar binnen te dribbelen —richting zijn rechterbeen. In Ajax 1 merkte hij dat hij daar niet altijd de tijd voor kreeg. Hij had meer vertrouwen nodig in zijn linkerbeen, zoals Marc Overmars dat had. Die was rechts maar werd een goede linksbuiten. Diens verste been werd moeilijk te verdedigen voor de verdediger, want als die hapte had hij aan één beweging voldoende om er langs te gaan. Met Babel ging de school terug naar de basis: tussentikken, afrollen, overstappen, achter standbeen meenemen, opendraaien. Zo kreeg hij al meer souplesse. Dan honderden ballen met zijn verre linkerbeen vooruit aannemen aan de linker zijlijn. Verder kwamen ze niet, Ajax verbood hem er nog langer heen te gaan.
Zat bij Ajax beroepstrots in de weg, bij sommige ouders van amateurspelers zijn dat de hoge kosten. Voor 130 euro voor tien zondagochtenden speel en train je ook een heel jaar bij je amateurclub. De gedachte achter een amateurvereniging is dat voetbal niet veel geld hoeft te kosten. Die draait op de inzet van vrijwilligers: coaches, scheidsrechters, begeleiders, bestuursleden, terreinknechten, barmedewerkers. De KNVB ziet voetbalscholen daarom als een plaag. 'Als ze echt het Nederlandse voetbal willen dienen, melden ze zich aan als trainer. Alle trucjes en panna hebben niets met voetbal te maken. Als kinderen leren dat het alleen om henzelf draait, lopen ze later tegen de lamp. D- en C-junioren moeten gaan beseffen dat voetbal 11:11 is, niet 1:1.' Ondertussen gaan nogal wat jeugdspelers zélf met meer plezier naar de voetbalschool dan naar de training van hun club. Ze krijgen er de complimenten en aandacht van gediplomeerde ClOS-trainers die ze op de club zo missen.
'Wat bent u positief!' zeiden de ouders van de F-jes van Zeewolde tegen Wim van Zwam. 'Erg dat ze dat moesten zeggen.' Ze moesten eens weten. Ooit stond hij ook te bulderen tegen jongens van het Westlandse Honselersdijk en later GVVV uit Veenendaal. Hij stopte ermee toen hij een andere coach zo hard zag schreeuwen tegen een D-pupil, dat die met tranen over het veld ging.
Het plezier moet terug, maar hoe. 'Door het straatvoetbal terug te brengen in de jeugdopleiding, hoor je amateurclubs en BVO's nu zeggen. Grote spelers als Rijkaard en Gullit leerden het toch ook op het Balboaplein? Laat de jongens zelf de goals neerzetten, laat ze zelf beslissen wie in de basis start, laat ze zelf de oefenvormen en regels bedenken. Maar dat is óók een valkuil. Want als jongens hogerop komen, zal de prestatiedruk toch toenemen. Er zullen altijd dwingende ogen langs de kant zijn. Straatvoetbal 'in' het clubvoetbal suggereert dat de vrijheid terug is in voetbal, maar die vrijheid komt nooit meer terug.'
KNVB-Sterren
De jeugdopleidingen van BVO's worden elk jaar door de KNVB gecertificeerd. De top en subtop in de eredivisie verdienen elk jaar vier sterren, de rest minimaal twee. Zes amateurclubs onderwierpen zich er vrijwillig aan en verdienden een ster. 'We testen hiermee de kwaliteit van het harde, organisatorische deel: de scouting, de opleiding, de accommodatie,' zegt Remy Reynierse van de KNVB. 'Zo levert de aanwezigheid van een topjeugdcoach (TC1) meer punten op dan een trainer met TC3. Als een club een ster wint, staat het bestuur met champagne op de middenstip om dat te vieren. Maar het zegt weinig over hoe ze in de praktijk met spelers omgaan. Ook bij die clubs staan trainers langs de kant te bulderen.'
AFC bereikte in 2007 de veertiende plek, waarmee het even 'de hoogste' amateurclub was. 'Je wilt niet weten wat we daarvoor moesten doen,' zegt bestuurslid Rinus van Leijenhorst. 'De aanvraag alleen al kost 1250 euro, vervolgens moet je een heel boekwerk doorploegen. Zes maanden later kwamen we net tekort voor twee sterren. We hadden geen notulen van de medische commissie en het licht uit onze lampen was te fel. Wat aantikt: de trainersstaf en zijn diploma's. Wij willen ons met deze certificering een spiegel voorhouden. Om de kloof tussen recreatie- en selectieteams kleiner te maken, moeten we meer gekwalificeerde trainers aantrekken. Maar ja, iemand met TC2 wil toch een selectie-elftal trainen. Voor trainers met TC3 resteren de recreatieteams.'
Honderden KNVB-trainers trekken elke avond het land in om welwillende voetbalvaders bij amateurclubs bij te scholen. Sommigen voetbalden nooit, maar coachen toch teams met tientallen spelers. 'Voetballen bestaat uit aanvallen, omschakelen en verdedigen,' leren ze van de KNVB. 'Aanvallen bestaat uit vijf onderdelen: veld groot maken, diep denken, breed houden om diep te kunnen spelen, bal houden en formatie. Verdedigen ook uit vijf: ruimtes klein maken, druk zetten, kort dekken, rug- en ruimtedekking en ook zonder bal nuttig blijven.'
'Leuk en aardig die clinics,' zegt Rini de Groot, hoofd Scouting van PSV.
Een bonte verzameling shirts hangt aan de muur van zijn werkkamer op De Herdgang. De rest van de vele attenties van amateurclubs uit de regio is over kasten gedrapeerd of aan de kapstok gehangen. Een ingelijst exemplaar ligt ineengezakt en verfomfaaid achter glas. Rini is gebruind en draagt geen sportkleding. 'Eigenlijk zouden de beste jeugdtrainers van het land de pupillen van amateurclubs moeten trainen. Of het nu een gediplomeerde ex-voetballer is of een pedagogisch verantwoorde CIOS-trainer. Die moeten de amateurpupillen trainen. Maar wat willen die clubs? Promoveren. Dus plaatsen ze hun beste trainers bij het eerste'
De juiste club voor jou = professioneel x persoonlijk
Heb je de juiste club gevonden? Verzeker je ervan, vóórdat je je laat overschrijven naar je nieuwe club, dat je er veel in balbezit zult zijn. Let daarom op de grootte van de pupillenformaties: zeven, acht of negen. Bij PSV spelen ze 7:7, in een opstelling van 1-2-2-2. De twee verdedigers en de twee aanvallers komen zo vaker in 1:1-situaties. Goed voor hun techniek. Bij Ajax spelen ze juist bij voorkeur 8:8, in een opstelling van 1-3-1-3. Zo leren spelers posities beter te houden en wennen ze vast aan de overgang naar een groot veld.
Speelt de F2 van jouw nieuwe amateurclub 9:9? Gevaar daarvan, met minder begaafde spelers erbij, is kluitjesvoetbal. Nou ja, als de trainer je maar aanmoedigt acties te maken —zélf te schieten. Alleen zo win je zelfvertrouwen. Na een paar weken hoor je dat er 'extra trainingen' zijn. Selectie dus. Je speelt jezelf in de F1. Prille vriendschappen in de F2 dreigen alweer verscheurd te raken. Doe jij een stapje terug om bij hen te blijven? Laat ze lekker, op hun niveau. Jij hebt het jouwe gevonden.
