Epiloog
Vier maanden later
‘Hier staan de koffie en thee. We dragen allemaal vier pond per maand bij aan de pot, maar ik zorg voor de koekjes. En, o, dit is je bureau.’
‘Dit is mijn bureau?’
‘Ja.’
‘Ik dacht dat ik een kantoor zou krijgen?’
‘Zoek een bestseller, verkoop er een miljoen van en je krijgt een kantoor.’
Elle zette haar handen in haar zij. Ze glimlachte en zei vastberaden: ‘Ik heb een kantoor nodig.’
‘Ik maakte maar een grapje,’ zei Felicity. ‘Dit is je kantoor.’
Ze deed de deur open van een klein kamertje met uitzicht over Curzon Street. Op het bureau stond een bos bloemen, een computer, en er lag een smal zwart pakje.
‘Dat is je e-reader,’ zei Felicity. ‘Dit is een nieuwe computer en je assistente heeft je BlackBerry.’ Ze glimlachte om Elles overduidelijke verbazing. ‘We leven niet meer in het Caxton-tijdperk. Ga met je tijd mee, Elle.’ Ze pauzeerde even. ‘Dus je bent nu twee maanden terug, wat heb je allemaal gedaan?’
‘Niets eigenlijk,’ zei Elle. ‘Ik ben bij mijn familie geweest. Ik heb tijd doorgebracht met… mensen. Oude vrienden.’ Ze glimlachte en keek omlaag, want ze wilde het voor zichzelf houden, maar toen herinnerde ze zich weer dat Felicity haar neus niet in andermans zaken stak. Het zou haar niet interesseren. Elle vond het geweldig, het was het beste wat haar ooit was overkomen. Voor Felicity, zag ze nu in, was liefde alleen iets wat op de pagina’s van een boek gebeurde. Lange periodes in haar leven had zij dat ook gedacht. Maar het was niet zo. Het ging om jou en hem, jullie samen, een team dat samen de wereld aankon, en daar had ze al die jaren naar gezocht. Geen idool, lekker ding of iemand die haar beter wilde maken. ‘Ik heb een flat in de buurt van de rivier gehuurd en daar mijn moeders buffet neergezet, een bank gekocht, erop gelegen en niets gedaan. Vooral gelezen.’
‘Wat fantastisch,’ zei Felicity. Ze keek even vlug naar Elle. ‘Ik ben blij dat te horen.’ Ze keek op haar horloge. ‘Zal ik je nu even alleen laten? Onze redactievergadering is op maandag om elf uur. Als we elkaar meteen na het weekend zien, liggen we een stap voor op de concurrentie. Ik herinner me nog…’
Het was goed te weten dat sommige dingen niet waren veranderd en Felicity nog steeds graag lange, zinloze verhalen vertelde. Elle luisterde naar een anekdote over de keer dat Felicity Carmen Callil had verteld hoe ze Virago moest runnen en glimlachte beleefd, zette haar computer aan en opende de post in haar bakje. Er lag een grote envelop die al geopend was. Ze schudde de inhoud eruit. Bovenop lag een ansichtkaart, een prent van Veronese met daarop in een groot krullend handschrift:
Ik heb je nieuwe adres niet, dus ik stuur je post maar door naar Aphra Books. Succes, schat. Zorg goed voor jezelf, Gray
Ze glimlachte. Ze had Gray nog niet helemaal vergeven dat hij zijn verwonde trots als een mantel door New York had gedragen, waardoor de mensen de paar maanden dat ze daar nog was geweest met samengeknepen ogen naar haar hadden gekeken. ‘Ze is gek geworden,’ had ze iemand bij een boekpresentatie horen zeggen een paar dagen voordat ze terugvloog. ‘Hij heeft het erg moeilijk met haar gehad, wist je dat? Ze is nog zo jong, arme Gray.’ Hoewel Gray in feite nog geen twee weken nadat Elle en hij uit elkaar waren gegaan Jessica, mededocente en weduwe, aan de haak had geslagen. Nadat ze het had uitgemaakt, had het haar iets minder dan een uur gekost om al haar spullen in te pakken en in een hotel te trekken.
‘Dit is nooit je thuis geweest,’ had hij zakelijk gezegd.
‘Wel waar,’ had ze gezegd. ‘Dat was het wel, alleen nu niet meer.’
Nadat ze Gray en Jane Street had verlaten was ze in New York zo sterk op de ranglijst gedaald dat ze tegen de tijd dat ze terug naar Londen vloog, vlak voor kerst, bijna van al haar schuldgevoelens bevrijd was. Ze hadden Elizabeth Forsyte verteld dat ze was ingestort. Toen Elle dat had gehoord was ze woedend geweest, maar vervolgens had ze haar schouders opgehaald en geglimlacht. Misschien was dat ook wel zo. Was het gek om je ontslag in te dienen als je zo’n baan had, dat leven achter je te laten en hartje winter terug naar Londen te gaan om werk te gaan doen waarvoor ze eerst iemand anders in dienst had?
Misschien wel, maar misschien ook niet. Caryn had Courtney haar spullen met een koerier naar het Midtown-hotel laten brengen waar ze had gelogeerd, op de laatste dag, en een concurrentiebeding laten ondertekenen.
‘Ik ga naar een kleine beginnende uitgeverij,’ had Elle geërgerd tegen haar bazin gezegd.
Ze had Elle op haar rug geklopt. ‘Zaken zijn zaken. We zullen je missen. Kom terug als wat-het-dan-ook-is uit je systeem is.’
Het postpakketje uit Amerika zat vol mondaine dingen: herinneringen om haar abonnementen te vernieuwen, uitnodigingen om bij Dean & Deluca te komen winkelen en om de limiet van haar Bloomingdale’s-kaart te verhogen. Ze duwde alles opzij en keek naar de rest in het bakje. Er lagen verschillende kaarten van agenten en uitgevers die haar welkom heetten bij Aphra Books. De laatste was een afbeelding van Sherlock Holmes die een pijp rookte. Er stond op:
Tegen de tijd dat je deze kaart krijgt, is papier waarschijnlijk al achterhaald.
Koester dit dus en veel succes. We kunnen niet wachten tot je vanavond komt eten.
Veel liefs, Tom en Dora xx
Elle glimlachte, ze pakte de oude paperback van Venetia uit haar handtas en zette hem op de vensterbank naast de kaart. Ze deed het raam open, rook de frisse lucht en draaide blij rond op haar stoel, haar handen stevig om de armleuningen geklemd. Het voorjaar kwam eraan.