27
‘Waar zijn al die posters voor?’ vroeg Elles vader. ‘Die zijn toch niet van… jou, of wel?’
Hij keek zijn dochter achterdochtig aan, alsof ze een dertigjarige carrière in theatermanagement voor hem had achtergehouden.
‘Nee, pa,’ zei Elle geduldig. ‘Die zijn van Billy, mijn huisbaas.’
‘Wat afschuwelijk,’ zei John.
‘O.’ Ze vielen Elle eigenlijk meestal niet meer op. ‘Nou, we zouden er een paar weg kunnen halen waar de planken moeten komen. Zolang ik ze netjes opberg kon het Billy niet schelen wat ik ermee deed.’
‘Heb je geen leuke posters van boeken die je wilt ophangen?’ vroeg haar vader, en hij rolde zijn mouwen op. Elle keek gebiologeerd naar hem terwijl hij de vijf centimeter brede manchetten zorgvuldig omvouwde tot ze netjes boven zijn ellebogen zaten.
‘Eh… nee,’ zei ze. Ze keek in de zwoele hitte om zich heen naar de puinhoop in de kleine kamer. Wat stonden ze op deze late zondagochtend ongemakkelijk samen in de volle kamer. Er was zelden iemand bij haar geweest. Met twee mensen kon je je kont bijna niet keren. Het was rommelig, de Evening Standard van de afgelopen drie dagen lag er, er stonden twee vuile glazen en er lag een lege chipsverpakking, een manuscript op de grond, een Heat en een Hello! en – jemig, een bruin klokhuis, hoe had ze dat gemist?
Maar dit was wat gescheiden vaders deden voor hun alleenstaande dochters: ze kwamen naar Londen om planken op te hangen in hun flatje en vervolgens nuttigden ze een ongemakkelijke lunch. Ze zag het allemaal door haar vaders ogen en schaamde zich. Hij woonde in het land van Colefax and Fowler met een aga in de kelderkeuken van zijn elegante Georgiaanse herenhuis in Brighton en een zwarte labrador. Toen Alice en Jack, haar halfzusje en halfbroertje, zeven en vijf waren, nog maar een paar jaar geleden, was Elle met kerst bij haar vader geweest en op eerste kerstdag waren ze naar de kerk geweest. Alice en Jack hadden grijze wollen jasjes gedragen met grijze fluwelen kragen, net als prins William en prins Harry. Elle wist niet waarom, maar op de een of andere manier stonden die jasjes symbool voor haar vaders nieuwe leven.
‘Misschien koop ik wel iets nieuws als de planken er hangen,’ zei ze, en ze probeerde te klinken alsof dit deel uitmaakte van een nauwkeurig gepland decoratieplan. ‘Hoewel, als ik die functie in New York krijg, moet het even wachten.’
‘Ja, New York,’ zei haar vader. ‘Wat is dat precies?’
‘Ik weet het niet,’ zei Elle. ‘Het meisje dat had moeten gaan, mijn vriendin Libby?’ zei ze, maar hij zou zich haar vast niet herinneren. ‘Nou, zij moest zich, eh… terugtrekken.’ Ze aarzelde; ze was er nog steeds niet zeker van of Libby het wel goed vond dat zij solliciteerde. ‘Ik wilde het eigenlijk niet doen, maar we kregen een e-mail waarin stond dat ze op zoek moesten naar iemand anders, dat degene uit de Verenigde Staten die naar ons komt haar flat al heeft verhuurd en een vlucht heeft geboekt, en ik heb de juiste positie. Ik heb gisteren met mijn baas gesproken en gistermiddag een kort sollicitatiegesprek gehad. Het gaat allemaal heel snel.’
‘En wat moet je daar gaan doen?’
‘Ik zou vier maanden naar het zusterbedrijf gaan en alles observeren wat zij doen, mijn horizon een beetje verbreden. Ik weet het niet.’ Elle haalde haar schouders op en probeerde niet al te nonchalant te klinken. ‘Gewoon voor de verandering. Een andere stad leren kennen.’
John keek twijfelend naar de planken die hij bij Robert Dyas had gehaald. ‘Nou, laten we maar beginnen. Kun je deze vasthouden? Denk je dat je hem krijgt?’
‘Geen idee, maar ik doe mijn best.’
Elle probeerde luchtig te klinken, maar eigenlijk was het uitwisselingsprogramma het enige waaraan ze nog kon denken. Toen ze vrijdag bij Celine op kantoor had gezeten met haar handen ingetogen in haar schoot en had geprobeerd te bedenken wat ze zelf zou willen horen, had ze beseft dat ze er graag heen wilde. Ze wilde het in ieder geval proberen. Dit weekend was bijna ondraaglijk geweest, in haar eentje opgesloten in de hitte, zonder iets te doen. Ze had Tom vrijdag ge-sms’t, maar hij was met Caitlin op stap geweest. Ze had hem de dag ervoor nog gezien en ze wist dat de kans klein was dat hij kon, maar hij was de enige die het zou begrijpen – of was hij de enige die ze graag wilde sms’en? Het was trouwens belachelijk, ze had deze kuil zelf gegraven. Ze had Devil’s Cub uitgelezen en ze wist niet waarom, maar plotseling had ze totaal geen zin meer gehad in Georgette Heyer. Alsof ze te veel chocolade op had.
Terwijl ze keek hoe haar vader de muur met een waterpas markeerde trok Elle een grimas.
‘Hoe gaat het met Rhodes?’ vroeg ze. ‘Heb je hem nog gesproken?’
‘Gisteren toevallig,’ zei haar vader. ‘Ik wilde je nog iets vertellen. Tijdens de lunch eigenlijk. Ze zijn gisteren getrouwd.’
Elles mond viel open van verbazing. ‘Ze zijn getrouwd?’ herhaalde ze. ‘Waar?’
‘Ze zijn een paar weken in New York. In het stadhuis. Er waren slechts een paar getuigen, haar zus en haar vader, en daarna hebben ze geluncht. Ze wilden het stilhouden en hebben me gevraagd het jou te vertellen.’
Elle deed haar mond dicht en weer open. ‘Ze zijn getrouwd,’ zei ze na een poosje. ‘Zomaar.’
‘Ja. Ze hadden het gevoel dat dat het beste was, een vlugge, stille ceremonie, maar ze wilden dat ik het jou zou vertellen. En, eh… zou jij het aan je moeder willen vertellen?’
Elle keek hem aan. ‘Waarom doen ze dat zelf niet?’
Haar vader keerde zijn rug naar de muur. ‘Ik dacht dat jij dat het beste kon doen,’ zei hij kil.
‘Kunnen ze haar zelf niet bellen?’
Haar vaders kaak stond gespannen. Hij had er een hekel aan als zijn voorstellen niet werden opgevolgd. ‘Zoals ik al zei, ze zitten in New York en… Melissa is nog steeds erg van slag. Ik ga boren.’ Hij duwde het boortje stevig in het gips. Elle keek naar zijn rug en schudde haar hoofd vol ongeloof. Jij staat te boren en Rhodes en Melissa zijn getrouwd en niemand heeft het mijn moeder verteld. Er klonk een plof toen er een stukje muur op de grond viel. ‘O, sh… chips,’ zei hij. ‘Kijk nou.’
Ze stonden allebei naar het vierkante stukje gips op de groene vloerbedekking te kijken. ‘Het geef niet,’ zei Elle.
‘Het geeft wel,’ zei John. Hij tikte voorzichtig met de boor tegen zijn handpalm. Hij keek naar de muur, uit het raam en weer naar de vloer. ‘Ik moet een kleiner boortje gebruiken. Dat is het. Kun je mij…’
‘Pa,’ zei Elle. ‘Ik word hier doodnerveus van. Heb ik iets verkeerd gedaan? Of mam?’
Haar vader draaide zich om. ‘Ik denk niet dat het aan mij is om dat te vertellen. Het enige wat ik zeggen kan, is dat ze het gevoel hadden dat Mandana hen in een onhoudbare positie had geplaatst na alle moeite die ze zich hadden getroost om de bruiloft voor haar naar Engeland te verhuizen en wat ze hadden gedaan om haar erbij te betrekken.’ Hij draaide zich weer om en boorde een keurig gaatje in de muur. ‘Ik moet zeggen dat ik het met hen eens ben,’ zei hij, en zijn toon joeg haar de stuipen op het lijf. ‘Ik vraag me eerlijk gezegd af of ze straks nog wel iemand over heeft.’
‘Maar wat heeft ze dan gedaan?’
‘Laat me dit alsjeblieft eerst even afmaken, Eleanor.’
Ze nam hem mee naar een pub annex restaurant en onderweg spraken ze beleefd met elkaar. ‘Dus Alice heeft fluitles? Wat enig.’ Nadat hij het menu dat met krijt op een bord stond had bestudeerd, wendde Elle zich tot hem. ‘Het is leuk je te zien, pap,’ zei ze impulsief. ‘Het is…’ Ze wilde niet zeurderig klinken. ‘Sorry, het is erg lang geleden.’
‘Ja, dat is mijn schuld,’ zei hij. ‘Ik denk altijd maar dat het goed met je gaat, omdat dat altijd zo is geweest.’
Elle wist niet hoe ze hierop moest reageren. Rhodes en zij hadden er nooit over geklaagd dat ze John niet zagen; net als de meeste kinderen van gescheiden ouders hadden ze na enige tijd gewoon geaccepteerd dat het zo was. Natuurlijk dacht hij dat het goed met haar ging, hij wist niet beter.
Ze keek naar hem – naar zijn serieuze gezicht, de nette grijs wordende lok, het gestreken overhemd – hij droeg een echt overhemd, zelfs op een zondag in augustus om bij zijn dochter te gaan klussen, hoe correct kon je zijn? Elle vroeg zich voor de tigste keer af hoe hij en haar moeder ooit iets met elkaar gemeen hadden gehad.
‘Hoe was ze vroeger?’ vroeg ze ineens. Ze wilde de draad van het gesprek weer oppakken. ‘Toen je haar voor het eerst ontmoette. Mam bedoel ik.’ Haar vaders kaken verkrampten, hij keek omhoog naar het menubord en concentreerde zich. ‘Het spijt me,’ fluisterde Elle. ‘Waarschijnlijk had ik dat beter niet kunnen vragen, het is ook al zo lang geleden, maar…’
Ik ben nu eenmaal voor de helft van jou en voor de helft van haar. Dat is eng. Zal ik ook eindigen zoals zij? Of zoals jij?
‘Ze was heel anders toen, je moeder,’ zei John ineens. ‘Nee,’ verbeterde hij zichzelf. ‘Dat is niet helemaal juist. Op vele manieren was ze hetzelfde. Alleen zorgelozer. Ze droeg een sjaal om haar hoofd en had van dat dikke haar. Nadat ze jullie kreeg is ze nooit meer dezelfde geworden. Erg dun.’
Elle staarde hem aan. John schonk nog wat wijn in. ‘Ik hoef hierna niet meer,’ zei hij. ‘Ik moet nog rijden. Ze was heel gezellig. Ik was een erg bezadigde, saaie gozer uit Chorleywood, zat bij de padvinders, deed een studie medicijnen en had geen cent te makken. En zij, nou, zij walste kleurrijk mijn leven binnen. Als een kleurexplosie. Ze droeg van die lange gebloemde jurken of van die gekke opbollende blouses, alsof ze een shakespeareaanse actrice was, en van die sjaals om haar hoofd. Ze had haar eigen megafoon. Kun je je dat voorstellen?’ Zijn kraaienpootjes rimpelden, en hij glimlachte. ‘Je moeder met een megafoon, wat een verschrikkelijke combinatie. En ze was levendig, gepassioneerd, ze geloofde in dingen. Door haar ging ik in dingen geloven. Ze werd zo boos op de wereld…’
‘Waarop dan?’ vroeg Elle
Zijn ogen schoten open, alsof hij haar was vergeten. ‘O, ze was tegen de atoombom, de tory’s, Margaret Thatcher, de Anti-Nazi League. Als er een goed doel was, deed zij mee. We waren zo verliefd. Ik weet dat het cliché klinkt, maar het was waar. We waren stapelgek op elkaar. Enorm. We gingen samenwonen. Dat was in die tijd niet gepast, maar we konden niet zonder elkaar.’ Hij zei het gewoonweg en knikte. ‘Mijn moeder vond dat we moesten wachten, maar ik wilde niet wachten. En toen… was ze zwanger. Alles ging heel snel. We waren erg blij, het was goed nieuws, je broer,’ zei hij. ‘En toen kwam jij.’ John stak zijn hand uit en raakte Elles kin aan. ‘Mijn kleine meisje was je toen, en toen, nou…’
Hij legde zijn kin in zijn hand en keek op. Het gerinkel van glazen, het slaan van de buitendeur en de vage stank van gassen van de High Road herinnerden Elle eraan waar ze was. Ze bleef stil zitten en hield haar adem in, in de hoop de betovering niet te verbreken en dat hij door bleef praten.
‘En toen leerde ik haar echt kennen,’ zei hij. ‘Het drinken, het liegen, de zelfzuchtigheid, het kinderachtige gedrag. Ze gaf mij de schuld van haar zwangerschap, terwijl zij had gezegd dat ze de pil slikte, dus hoe kon het mijn schuld zijn? Ze gaf mij de schuld als de geiser stukging en als ze niet de baan kreeg die ze wilde, dat ze weer zwanger werd, als mensen niet aardig tegen haar waren. Het was altijd… altijd de schuld van iemand anders.’ Hij ging rechtop zitten en greep de tafel vast. ‘Maar dat was niet zo. Het was haar schuld. Die van haar of van de drank. Die rotdrank.’
‘Mosterd?’ vroeg de serveerster opgewekt, en ze sprong tussen hen in. John schrok. ‘Nee,’ zei hij. ‘Eh… nee,’ herhaalde hij, knipperend met zijn ogen alsof hij zich weer herinnerde waar hij was, met wie, en wat hij had gezegd.
‘Nee, voor mij niet, dank je,’ zei Elle vlug, en ze keek weer naar haar vader. ‘Pap…’
‘Let maar niet op mij,’ zei John, en zijn gezicht was grauw. ‘Het is al zo lang geleden. Alles gebeurde zo snel. En we zouden het nooit anders hebben gewild, want we hebben jullie, dus wat heeft het voor zin om erover te klagen?’
Heel veel zin, wilde Elle zeggen. Ze kauwde op de zijkant van haar vinger. Als ze een paar jaar hadden gewacht, hadden ze andere kinderen gehad. Misschien wel een aardige, rustige jongen en een slim, beter meisje. Dan hadden ze niet uit elkaar hoeven gaan. Haar moeder zou niet zo verdrietig zijn en haar vader niet zo voorzichtig, zo stijf. Alles zou anders zijn geweest als zij niet waren geboren. Alles.
‘Mam is het misschien niet met je eens,’ zei Elle. ‘Soms denk ik dat ze wilde dat alles anders was gegaan.’ Ze zei het voorzichtig. ‘Het leven is, nou, zwaar voor haar geweest.’
Tot haar verbazing legde haar vader zijn hand op de hare, een zeer onkarakteristiek gebaar. ‘Vergeet haar, Ellie. Je maakt je te veel zorgen om haar, dat heb je altijd gedaan. Soms vraag ik me af… Nou… Soms ben ik bang dat je dingen mist. Niet dat het mijn zaken zijn.’ Er parelden kleine zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd terwijl hij sprak. ‘Maar ik vind New York goed klinken. En als ze je de baan aanbieden, vind ik dat je hem moet nemen. Waarom?’ Hij stak zijn hand op om haar vraag tegen te houden. ‘Ik denk dat de verandering je goed zou doen.’
Elle bestudeerde zijn gezicht nauwkeurig. ‘Volgens mij vindt mam het een stom idee,’ zei ze.
John kneep in haar hand. ‘Je moeder is egoïstisch,’ zei hij droevig. ‘Dat is ze, Elle. Ze heeft problemen, dat weet ik, maar vaak is ze gewoon niet erg aardig.’ Zijn woorden waren zo eenvoudig. ‘Het spijt me dat ik het zeg, maar volgens mij gebruikt ze je en jij ziet het niet.’
‘Ze is momenteel met heel veel dingen bezig,’ zei Elle. ‘Daarom hoefde ze jouw alimentatie ook niet meer, weet je nog?’ Ze wilde dat hij haar geloofde. ‘Alles gaat goed met Bryan en het textielbedrijfje. Anita en zij hebben een heleboel plannen…’ Ze haatte het als haar vader zo onaardig over haar moeder deed. ‘Zij is degene die te druk is om mij te zien, pa, echt.’
Hij glimlachte. ‘Ik geloof niet alles wat ze zegt, dat heb ik wel geleerd.’
‘Hoe weet je dat nou? Je spreekt haar nooit,’ zei Elle verhit.
Allebei hielden ze hun mond.
‘Wil je weten waarom ze de bruiloft hebben geannuleerd?’ vroeg John. Hij stak zijn kin iets in de lucht, als een generaal op de ochtend van de eindstrijd.
Elle hield haar adem in, beet op haar lip en knikte. ‘Ja,’ zei ze zachtjes.
Haar vader zei op monotone toon: ‘Ze zijn een weekendje bij haar wezen logeren. Ze was vergeten dat ze zouden komen. Ze kregen ruzie. Toen heeft ze met haar sleutels hun auto bekrast. Ze is eromheen gerend en heeft krassen in de lak gemaakt. Toen moest ze overgeven en heeft ze tegen hen gezegd dat ze moesten vertrekken. Gezegd dat ze hen nooit meer wilde zien. Echt, de dingen die ze heeft gezegd…’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Tegen haar eigen zoon. Ik kan het niet geloven.’
Het was heel vreemd om haar vader dit te horen vertellen, tegen haar. Elle ademde in en kneep haar ogen dicht. ‘Zeiden ze… Was ze dronken?’
John wreef over zijn gezicht, zijn vingers dicht tegen elkaar aan gedrukt, een keurig, furieus gebaar. ‘Zij zei van niet. Ik denk van wel. Ze wisten het niet zeker, hebben haar niet zien drinken. Ze kon het altijd erg goed verbergen.’
Ik denk van wel… ‘Je was er toch niet bij, je kunt het niet weten.’ Elle stak haar hand in een defensief gebaar op. ‘Misschien hebben ze wel heel erge ruzie gehad en heeft zij… Nou, misschien klinkt het erger dan het is. Rhodes en Melissa hebben ook niet veel moeite voor haar gedaan, pa.’
Haar vaders lippen vormden een strakke lijn. ‘Elle…’
‘Ze drinkt niet, pa, dat doet ze al heel lang niet meer. Al een paar jaar niet meer.’
‘Ik geloof het niet,’ zei John. ‘Ze heeft dit al eerder gedaan, te vaak.’
‘Maar zelfs als ze dat had gedaan, is dat dan echt een reden voor de manier waarop zij zich hebben gedragen?’ Elle sprak expres zachtjes en kalm. ‘Alles annuleren, alle anderen in het ongewisse laten, stilletjes in New York trouwen. Alleen maar om haar te treiteren?’
‘Ze probeerden niet te treiteren. Ik heb Melissa gesproken. Zij wilde dat alles perfect was en dat kan ik wel waarderen.’
‘Ik denk niet dat dat de manier is om ermee om te gaan. Ze blijft onze moeder.’ Elle haalde diep adem. ‘Luister, pap, ik zie mam vaker dan jullie. Minstens een, twee keer per maand.’ Ze voelde dat ze rood werd. ‘In het verleden dronk ze te veel, ze heeft een tijdje gehad dat ze zichzelf wilde vergeten. Ze was lang ongelukkig.’ Ze hield haar mond en keek hem aan. ‘Ik weet dat jij niemand pijn wilde doen, maar zij ook niet. Ik zeg alleen maar dat één misstap niet het einde van de wereld is. Ze heeft niemand vermoord. Ze vindt Melissa moeilijk om mee te praten en Rhodes intimiderend. Ik hoor hoe hij tegen haar praat.’ Ze sloeg de rest van haar glas wijn achterover en schonk er nog een in, zich bewust van de ironie van dat gebaar. ‘Weet je, pa, hij praat tegen haar zoals jij altijd deed. Alsof ze waardeloos is, een stuk vuil.’
Ze voelde dat ze trilde en nam nog een slok.
John keek haar aan. Ze keek terug en was oprecht benieuwd naar zijn antwoord. Ze had dit soort dingen nog nooit eerder met haar vader besproken. Ook had ze hem nog nooit met zijn rug tegen de muur zien staan. Het was alsof hij altijd aan het werk was geweest, of in de tuin, of op de een of andere manier geïrriteerd, en toen was hij ineens vertrokken.
Hij schraapte zijn keel. ‘Goed dan. Misschien heb je gelijk,’ zei hij. Alsof ze hem had verteld dat het morgen misschien zou gaan regenen. Hij trok met zijn vinger een streep over de houten tafel. ‘Maar als je het mij vraagt, als het je wordt aangeboden, dan denk ik dat je naar New York moet gaan. Laat je moeder achter je.’ Hij zweeg even. ‘Ik denk trouwens dat je je achter dit alles verstopt. Dit is niet zoals ik had verwacht dat jij terecht zou komen. Ik denk dat je je leven vergooit. Dat is alles.’
Ze haatte de beslistheid van zijn toon, alsof hij over de verslagen vijand heen gebogen stond, knikkend naar zijn overwinning. Elle zat op haar handen en vroeg zich af hoe ze alle dingen tegen hem moest zeggen die ze nog wilde zeggen, maar toen keek hij op zijn horloge. ‘Zullen we nog een kop koffie nemen en dan moet ik gaan, ik heb geen zin om de A23 te moeten trotseren als hij op zijn ergst is.’ Dat was het, haar tijd met hem was voorbij.