10
November 2000
Het had bijna twee weken onophoudelijk geregend. Grote delen van het platteland stonden onder water, en Elle raakte eraan gewend haar gordijnen ’s ochtends open te trekken en een grijze lucht en regen kletterend op de metaalkleurige straten te zien. Haar paraplu was nooit droog en lag drassig onder in haar vochtige handtas.
Elle haastte zich de trappen in het Savoy af en bleef bij de ingang naar de American Bar even staan om zich voor te bereiden. Ze haalde haar handen door haar haar en graaide naar een lipgloss. Ze had zich vanmorgen zorgvuldig aangekleed, maar ze wilde dat ze niet zo zenuwachtig was. Een plek als deze maakte tegenwoordig geen indruk meer op haar. Agenten, auteurs of bazen ook niet – ze was geen klein meisje meer, ze was zesentwintig. Nee, het was het gezelschap waar ze geen zin in had, en waarom? Zij waren het toch maar. Ze glimlachte naar de hoffelijke kelner bij de deur en speurde de bar af terwijl ze kalm en zelfverzekerd probeerde te lijken.
‘Elle, lieverd. We zitten hier!’ riep iemand vanuit de verste hoek van de bar. ‘Hier zijn we!’
Haar moeder stond op en zwaaide enthousiast. Ze riep veel te hard. Elle liep erheen en voelde dat ze gegeneerd begon te blozen. Mandana glimlachte, haar gezicht was rood van plezier. Elle omhelsde haar en het viel haar op hoe mager ze was, een klein vogeltje bijna.
‘Hoi, pa,’ zei ze, en ze gaf hem een zoen op zijn wang.
Haar vader en broer waren opgestaan, ze hadden hetzelfde figuur en waren allebei twee keer zo groot als haar moeder. ‘Hoi, Elle, schat,’ zei John. Hij omhelsde haar stevig. ‘Wat fijn je te zien.’
‘Het spijt me dat ik zo laat ben.’ Ze omhelsde hem ook. ‘Ik was ergens mee bezig, een redactie…’
‘Het geeft niet.’ Rhodes gebaarde dat ze moest gaan zitten. ‘Je bent er nu. Wat wil je drinken? Dit is dus…’ Hij stapte opzij alsof hij iets groots onthulde. ‘… Melissa.’
Elle leunde voorover en schudde Melissa, die bleef zitten, de hand. ‘Hoi!’ Ze glimlachte haar perfecte witte tanden bloot. ‘Ik vind het geweldig om Rhodes’ zus eindelijk te ontmoeten. Hij heeft me zoveel over je verteld!’ Haar grijze kasjmieren vestje gleed van haar ranke schouders. Melissa schoof het met een elegant gebaar terug en legde haar handen in haar schoot.
‘Ober?’ riep Rhodes. ‘Elle, wat wil je drinken?’
Terwijl Elle overwoog waar ze zou gaan zitten, bewogen haar ouders zo ver uit elkaar dat ze geen keuze had dan tussen hen in plaats te nemen. Ze zette haar tas op de grond en staarde wezenloos naar het menu. ‘O, eh…’ zei ze.
‘Elle?’ vroeg Rhodes opnieuw.
‘Eh… ik wil graag een wodka martini met een twist,’ zei Elle, maar onmiddellijk wilde ze dat ze het niet had gezegd. Ze had wereldwijs willen klinken, maar het kwam heel anders over, blufferig en stom, en bovendien dronk ze de laatste tijd niet meer in het bijzijn van haar moeder.
‘Mam?’ vroeg Rhodes. ‘Nog wat drinken?’
Er viel een stilte. ‘Nee, ik houd het bij een sapje, dank je!’ zei Mandana. Ze hief haar glas op. De hand die het tuimelglas vasthad trilde iets.
Nadat de ober de rest van de bestelling had opgenomen, liep hij weg en opnieuw viel er een stilte.
‘Sorry dat ik zo laat ben,’ verontschuldigde Elle zich nog een keer. ‘Ik moet hierna meteen weer door en ik heb de hele dag in een vergadering gezeten.’
Foute tekst. Rhodes sperde zijn neusvleugels open. ‘Melissa, je moet weten hoeveel geluk je hebt dat Elle langs kon komen, al is het maar voor even…’
Melissa onderbrak hem, wederom glimlachend. ‘Hoe dan ook, geweldig dat je er bent!’ zei ze. ‘En leuk jullie allemaal te ontmoeten.’
Weer viel er een stilte. De laatste keer dat ze als gezin samen waren geweest, was toen Elle in Edinburgh was afgestudeerd, meer dan vier jaar geleden. De keer daarvoor, dat wist God alleen. Ze wierp een blik op haar vader, die er onberispelijk uitzag in zijn donkerblauwe wollen pak. Hij zag er ouder uit dan Elle zich herinnerde, maar dat was altijd zo. In haar gedachten was hij tien jaar jonger, het moment dat hij was weggegaan. Het was vreemd welke invloed ouder worden op mensen had. Het was te zien in zijn ogen, om zijn mond en in zijn uitdrukking. Ze kon het niet uitleggen.
Elle glimlachte naar Melissa. ‘Nou, welkom in Engeland!’ zei ze opgewekt. ‘Wat hebben jullie zoal gedaan sinds jullie hier zijn? Zijn jullie al in de London Eye geweest?’
‘Nou, ik heb mijn master hier aan de lse gedaan, dus ik ben hier al eerder geweest,’ zei Melissa, en een slanke, perfect gemanicuurde vinger speelde met de parel in haar verfijnd gekrulde oor. ‘Ik vind het hier echt geweldig. Londen is mijn lievelingsstad. Ik heb een paar oude vrienden opgezocht. We zijn naar het Tate Modern geweest en Rhodes heeft me meegenomen naar Jamie Olivers nieuwe restaurant in Sloane Street en dat was echt super.’
Naast Elle zat Mandana beleefd te knikken, de kleine ronde spiegeltjes op de stof van haar gilet glinsterden in het licht. Elle wist dat ze niet echt luisterde, maar haar vader ook niet en zelfs Rhodes niet.
‘Nu mis je de Amerikaanse verkiezingen!’ zei Elle, en ze was zich ervan bewust dat haar stem, net als die van haar moeder, te hard klonk. ‘Dat moet vreemd zijn.’
Melissa lachte klaterend. ‘Weet je? Het is heel raar, mijn vriendinnen denken allemaal dat ik niet goed wijs ben dat ik hier ben en niet daar, maar weet je wat ik tegen ze heb gezegd? Ik moet de familie van Rhodes gewoon ontmoeten, er is een goede reden!’ Ze glimlachte en leunde voorover om haar glas leeg te drinken.
‘Wat geweldig,’ zei Mandana automatisch.
‘Dus Elle, Rhodes vertelde me dat je bij een uitgeverij werkt,’ zei Melissa, en ze glimlachte vriendelijk. ‘Dat klinkt zo interessant! Wat doe je daar?’
Elle dacht aan het boek dat ze die avond had geredigeerd, Romance met een soldaat uit Rome, een erotische reis-door-de-tijd-roman. Dergelijke romans waren een enorme rage op het moment. ‘Nou, ik ben daar begonnen als secretaresse, maar nu ben ik redacteur,’ zei ze.
‘Wauw,’ zei Melissa. ‘Dat klinkt fantastisch. Je redigeert boeken. Wat houdt dat in?’
Elle zei: ‘Ik ben pas junior, dus zoveel houdt het nog niet in. Ik werk voor ons romantiekfonds. Dokters en verpleegsters, sjeiks en meisjes die in het buitenland zijn verdwaald, koninklijke heldinnen en knappe hertogen. Die hoek. En soms een paar weerwolven.’
‘Romantiek!’ Melissa lachte. ‘O, wauw.’ Toen besefte ze dat Elle het serieus meende en haar uitdrukking veranderde. ‘Dat is vast heel boeiend.’
Ja, heel boeiend, wilde Elle zeggen. Ik hang twee uur aan de lijn met Regina Jordan om hem te horen klagen over de verkoop en dat hij echt niet van plan is een passage te veranderen waarin een meisje twee weken lang met kettingen vastzit in een gotische grot en herhaaldelijk seks heeft met de kwaadaardige hertog, en elke keer een orgasme krijgt.
‘Wat lees jij in je vrije tijd dan?’ vroeg Melissa.
Elle wilde niet zeggen dat ze momenteel Cassandra en het kasteel voor de zevende keer herlas. ‘O, manuscripten,’ zei ze.
‘Elle heeft het goed gedaan,’ zei haar vader toen de drankjes kwamen. ‘Ik ben erg trots op haar.’
‘Ik ook,’ zei haar moeder zachtjes naast haar, en Elle voelde een steek in haar borstkas. ‘Ze hebben haar een hogere positie gegeven, dus blijkbaar is ze erg goed.’
Elle pakte haar glas op. ‘Niet echt,’ zei ze. Ze wilde niet onbeleefd klinken, maar wilde ook niet als een verwaande trut overkomen. ‘Vorig jaar ben ik tot junior redacteur benoemd zodat ze bepaald werk naar me toe konden schuiven. Mijn vriendin Libby had de baan aangeboden gekregen, maar zij is vertrokken, dus hebben ze hem aan mij gegeven. Ik werk er al meer dan drie jaar, dus ze waren het min of meer verplicht.’
‘Libby?’ zei Rhodes, die tijdens het hele gesprek verveeld had zitten kijken, en hij ging rechtop zitten. ‘Eh… is dat niet dat meisje dat ik heb ontmoet? Je… woonde toch met haar samen?’
‘Ik woonde niet met haar samen, maar ja, dat klopt, je hebt haar toen gezien.’
‘Waar is ze heen gegaan?’
‘Ze werkt nu bij Eyre and Alock, een literair fonds van een heel grote uitgeverij. Onderdeel van Bookprint.’
‘Daar heb ik wel eens van gehoord,’ zei Mandana. ‘Libby heb ik maar een of twee keer ontmoet en je kon zien dat ze heel ambitieus was.’ Ze zei dit op een manier alsof dat helemaal niet goed was. Elle vroeg zich wederom af waarom mannen nooit op een afkeurende manier als ‘heel ambitieus’ werden omschreven. ‘Dat is geweldig, schat. Hoe is het met Karen?’
Rhodes tikte tegen zijn glas. ‘Trouwens…’ Hij kuchte. ‘We willen iets vertellen.’
John en Mandana keken op, en Melissa stak haar linkerhand omhoog, die ze in haar schoot verborgen had gehouden.
‘We zijn verloofd!’ zei ze. ‘Kijk!’ Ze zwaaide met de diamant. Hij glom in de donkere bar, net als haar tanden.
‘O!’ zei Mandana, en ze sprong op. ‘Dat is, eh… dat is fantastisch!’ Ze omhelsde haar zoon onhandig. ‘En Melissa, welkom! Welkom in de familie!’
Terwijl ze Melissa een knuffel gaf, die haar zo ver mogelijk bij zich vandaan hield, zag Elle hoe haar vader naar Mandana keek, hij verbleekte bijna.
Mijn god. Hij heeft echt een hekel aan haar, dacht ze. Elle beet op haar lip en stond op.
‘Gefeliciteerd,’ zei ze, en ze omhelsde Melissa. ‘Wat een fantastisch nieuws. Ik ben zo blij voor jullie.’ Ze klopte Rhodes op zijn schouder. ‘De diamant is prachtig en ik ben dol op zilver.’
Er viel een ontzette stilte. ‘Het is platina,’ zei Melissa. ‘Van Tiffany. Rhodes heeft hem zelf uitgekozen!’
Rhodes haalde zijn schouders op, zijn ogen halfdicht. Hij draaide zich naar Melissa en kuste haar vluchtig op de wang.
‘Nou,’ zei John, terwijl ze allemaal weer gingen zitten. ‘Wat een geweldig nieuws. Hebben jullie al een datum geprikt?’
Melissa en Rhodes keken elkaar aan en lachten, op de irritante manier van stelletjes die iets willen delen waarvan zij denken dat het interessant is. ‘Ja, dat hebben we!’ zei Melissa. ‘Volgend jaar herfst! Misschien in september, ik ben in oktober jarig en ik wil absoluut trouwen voordat ik dertig word!’ Ze hield haar mond even en keek Rhodes aan. ‘Zal ik het haar vragen?’
‘Ga je gang.’ Rhodes glimlachte, en Elle deinsde van schrik terug; ze had haar broer sinds halverwege de jaren tachtig niet meer zien glimlachen.
Gespannen vroeg Melissa: ‘Elle, zou jij alsjeblieft mijn bruidsmeisje willen zijn?’
‘Ik?’ vroeg Elle, en ze probeerde verrukt te klinken. ‘Eh… wauw, natuurlijk, graag!’
Melissa klapte in haar handen. ‘Echt? O, dat vind ik fantastisch. Ik vind het echt heel belangrijk om Rhodes’ familie erbij te betrekken en ik wil je graag beter leren kennen, je bent tenslotte Rhodes’ zusje!’ Elle deed haar mond open, maar Melissa ging verder. ‘Mijn beste vriendinnen Hay Ley en Darcy zijn de andere bruidsmeisjes, samen met mijn zus Francie. Vier in totaal, niet veel voor een huwelijksplechtigheid, maar ik wil niet dat het al te verwarrend voor de gasten wordt. Ik kan niet wachten tot jullie elkaar ontmoeten!’
Elle was geroerd. ‘Wat lief van je, Melissa,’ zei ze. ‘En wat spannend!’
‘Ja!’ zei Melissa. ‘En ik hoop dat je ook naar mijn vrijgezellenfeestje kunt komen, dat wordt zo leuk! Heb je een vriend?’
‘Eh…’ zei Elle overrompeld. ‘Nee, eh… nee, die heb ik niet.’
‘Elle heeft geen tijd voor een vriendje, hè Elle?’ zei John, en Elle besefte dat hij trots klonk. ‘Ze is een carrièrevrouw.’
‘Het een sluit het ander niet uit, pap,’ zei Elle. ‘Je hoeft geen contract te tekenen van de carrièrevrouwenheksenkring.’
‘Oké, dat geeft niet,’ zei Melissa, die het gesprek negeerde. ‘Maar misschien ontmoet je voor de bruiloft nog wel iemand!’
‘Nou!’ zei Elle, en ze kruiste haar vingers. ‘Misschien gebeurt dat nog wel!’ Ze staarde naar haar martiniglas. ‘Eh… eigenlijk heb ik wel zin in nog een drankje.’
Een ober verscheen naast hen en nam de bestelling op. Plotseling zei Mandana: ‘Rhodes, schat, waar gaan jullie eigenlijk trouwen?’
Melissa en Rhodes keken elkaar aan en pakten elkaars handen weer vast.
‘Nou, na de kerst verhuizen we naar Engeland,’ zei Rhodes. ‘Ik word overgeplaatst, al weet ik niet voor hoe lang.’
‘Daarom is het zo geweldig dat jij me hier kunt helpen!’ zei Melissa weer tegen Elle.
‘O,’ zei Elle. ‘Joepie!’
‘Hoe dan ook, we willen in Amerika trouwen, zodat onze vrienden en mijn familie kunnen komen,’ zei Melissa. ‘Mijn vader heeft een huis in Upstate New York, in de buurt van Woodstock, met een prachtige tuin vlak bij een oude koetsiersherberg. Onder aan het grasveld bij het water zetten we een rozenboog voor de ceremonie. Zo romantisch.’
Elles moeder leunde achterover. ‘O.’
‘O?’ zei Rhodes agressief. ‘Wat betekent dat nu weer?’
‘Doe niet zo onbeschoft,’ verdedigde Elle haar vlug. Ze had zo’n hekel aan de manier waarop Rhodes net als haar vader tegen hun moeder deed. Ze leken zoveel op elkaar, ze zagen er hetzelfde uit: zo ontoegankelijk, overtuigd van hun eigen gelijk, met een welomlijnde plek in de wereld, ze hadden het nooit bij het verkeerde eind.
Mandana draaide het kleine, glimmende servetje rond tussen haar vingers. Haar grote bruine ogen lagen diep in haar bleke gezicht.
Elles vader sloeg zijn armen over elkaar en keek naar Mandana. ‘Kom op. Vertel het ze maar.’ Het was de eerste keer dat hij zijn ex-vrouw direct aansprak sinds Elle er was.
‘Wat wil je vertellen?’
Elle voelde een vleugje ongemak, zoals een straaltje zweet in haar nek. Iets was er mis. Ze wist niet wat. De alcohol deinde door haar lege maag. Dit was allemaal zo onnatuurlijk, ze waren als volwassenen nog nooit met zijn vieren samen geweest en dan die woorden als ‘familie’, ‘verloving’, ‘bruidsmeisje’, ‘romantisch’ – de familie Bee gebruikte dat soort woorden niet. Ze deden dit soort dingen niet.
Mandana slikte. ‘Eh… mijn god, Rhodes. Nou, zie je. Ik, eh… ik kan niet komen.’
‘Wat?’ zei Rhodes fel. ‘Hoe bedoel je, je kunt niet komen?’
John leunde achterover tegen de muur. ‘Kom op. Vertel het ze maar,’ zei hij met iets van voldoening in zijn stem.
‘Ik kan niet komen als… als de bruiloft… in… in…’ Mandana keek op, haar ogen schoten van haar ex-man naar haar zoon, haar dunne vingers kronkelden heen en weer in haar schoot. Ze schraapte haar keel. ‘Ik kan niet komen als de bruiloft in Amerika wordt gehouden. Ik mag het land niet meer in.’
Melissa’s ogen werden groot, en de aderen in haar hals zwollen op. Ze maakte een geluid achter in haar keel. ‘Mmm?’
Mandana keek haar ex-man smekend aan. ‘Nou, eh… toen ik… toen ik vijfentwintig was, was ik in Californië. In Haight-Ashbury. En daar ben ik, eh…’ Ze sprak zo zachtjes dat Elle haar haast niet kon horen. ‘Ik ben gearresteerd voor het dealen… voor het dealen van marihuana. Marihuana, meer niet, een heel klein beetje,’ zei ze verdedigend. ‘Ik werd veroordeeld. Kreeg een boete en een aantekening. En mijn visum is verlopen en die twee dingen samen betekenen… nou, die betekenen dat ik het land niet meer in mag.’
Er viel een lange stilte.
‘Sorry… wat?’ zei Rhodes. Zijn stem klonk zwak. ‘Wat heb je gedaan?’
Mandana zei niets.
‘Mam, is dat echt waar?’ vroeg Elle vertwijfeld. ‘Waarom heb je dat nooit verteld?’
‘Ze had het niet eens aan mij verteld,’ zei John.
‘John, niet doen,’ zei Mandana met iets van ongeduld in haar stem, als de woedende, felle Mandana van vroeger, niet deze verlegen vrouw die doodsbang was om iets verkeerd te doen. ‘Doe nou niet.’
‘Ben ik degene die niets zou moeten zeggen?’ Elles vader keek niet eens naar haar moeder. ‘Ik wilde altijd dat jullie het wisten,’ zei hij terwijl hij van Elle naar Rhodes keek. ‘Nu begrijpen jullie ook waarom ze niet mee naar Disney World is geweest. Alleen kwam ik er op het vliegveld pas achter.’
De vakantie naar Disney World. Bij de gedachte alleen al brak het zweet Elle uit. De rit naar het vliegveld, haar ouders die in een verschrikkelijk humeur waren, Mandana nog erger dan gewoonlijk. Maandenlang was er niets aan de hand en dan plotseling draaide ze helemaal door en dit was zo’n dag geweest. In de rij voor de douane, waar Elle met haar Dumbo-beestje over de linten tussen de rijen vloog, gebeurde er iets en Mandana schreeuwde tegen John, hij schreeuwde terug, waar iedereen bij was, maar het kon hun niets schelen: zo deden ze altijd. Rhodes en Elle, die destijds elf en acht waren geweest, hadden aan de kant gestaan en er stilletjes hand in hand naar staan kijken. Ze begrepen niet hoe deze vakantie, zo’n beetje het beste wat hun ooit was overkomen, die hun vader als verrassing had geboekt en waarover hij pas een week daarvoor had verteld, zo plotseling de mist in leek te gaan.
Hun moeder was vertrokken zonder zelfs maar afscheid te nemen. John had met de paspoorten en papieren gerommeld alsof er niets aan de hand was. Elle had haar moeder nagekeken, haar schouders gebogen, haar hoofd voorover. Ze was steeds vlugger gaan lopen, alsof ze blij was vrij te zijn, tot ze bijna door de grijze vertrekhal rende, er was niemand die er aandacht aan schonk. Elle staarde haar na tot ze plotseling de hoek om ging en verdween.
‘Waar is mammie?’ had Elle gevraagd toen ze even later bij de Wimpy een hamburger en patat hadden zitten eten in een poging het gevoel van opwinding weer te hervinden van even daarvoor.
‘Ze gaat niet mee. Er was iets mis met haar paspoort,’ had John gezegd, en daar hadden ze het bij gelaten. De vakantie was geweldig geweest. Kinderen zijn egoïstisch – het was natuurlijk wel Disney World – maar toen ze een week later thuis waren gekomen, was het heel erg geweest. Heel erg, want haar moeder kon niet goed alleen zijn. De gordijnen zaten dicht, er hing een muffe stank in huis, het was een troep, hun moeder zag er niet uit en toen ze hen had gezien was ze in tranen uitgebarsten. Dat was de eerste keer dat Elle had beseft dat ze te veel dronk. Niet als de moeder van Emily van de padvinders, die drie glazen sherry dronk en dan musicalliedjes begon te lallen. Dat was grappig, dat was anders. Dit was niet grappig. Maar Rhodes en zij konden op school opscheppen over hun vakantie naar Disney World en alles werd weer enigszins normaal, tot de keer daarop en de keer daarna en nog een paar jaar later, tijdens de vakantie in Skye, en dat was op de een of andere manier de laatste druppel geweest.
Elle wierp een blik op Rhodes en vroeg zich af of hij hetzelfde dacht als zij. Maar hij staarde naar hun moeder, en de blik op zijn gezicht sprak boekdelen.
‘Het spijt me,’ zei Mandana ten slotte. Ze keek op, haar ogen stonden vol tranen en haar wangen waren ingevallen. ‘Het spijt me echt verschrikkelijk. Ik heb een stomme fout gemaakt toen ik jong was. Ik heb ervoor geboet, maar het is verschrikkelijk dat jullie er ook onder moeten lijden. Natuurlijk moeten jullie trouwen waar jullie willen. Ik zal heel blij voor jullie zijn, waar het ook is.’
Rhodes spreidde zijn handen uit over zijn knieën. ‘Daar gaat het niet om!’ Hij keek zijn moeder aan. ‘Wat denk je dat de anderen hiervan zullen vinden, ma? Je hebt het altijd maar over die stomme reis naar San Francisco, dat het zo puur en vrij was en dat al het andere daarbij in het niet valt. Wat een onzin. Je bent een vieze leugenaar.’
‘Rhodes,’ zei hun vader met schelle stem. ‘Zo is het genoeg.’
‘Rhodes, nee,’ zei Melissa. Ze glimlachte onbeweeglijk, haar onderlip duwde haar bovenlip omhoog en haar wangen bolden op. ‘We kunnen het ook in Londen doen. Misschien moeten we erover nadenken de bruiloft hier te houden.’
‘Of in een kasteel in Ierland zoals Posh en Beckham,’ zei Elle in een misplaatste poging de gemoederen te bedaren. Alle vier keken ze haar bevreemd aan. De kelner zette de drankjes een voor een behoedzaam neer, en het was volkomen stil aan tafel.
‘Nou, het zou fantastisch zijn als het… als het… als het hier zou zijn.’ Mandana’s stotterende stem was nauwelijks hoorbaar. ‘Het spijt me zo. Echt alles.’ Ze staarde naar haar sinaasappelsap.
‘Nee,’ zei Melissa plotseling, en ze legde een hand op Mandana’s knie. Ze slikte. ‘Eh… het is geen enkel probleem. Het is goed dat we er nu achter zijn gekomen, zodat we er iets aan kunnen doen. Het wordt fantastisch. Als het hier in Engeland is, zal ik Elles hulp nog harder nodig hebben. Gelukkig!’
Mandana knikte dankbaar, en Melissa glimlachte naar haar. Elle merkte dat ze haar al aardiger begon te vinden, hoewel ze niet dacht dat Melissa had verwacht dat de aankondiging zo zou uitpakken. Ze pakte haar martini en sloeg de helft in een grote slok achterover. Ze had geweten dat het een lange avond zou worden, en dat was het nu al.
Net voor negen uur verliet Elle het Savoy en de regen en de hobbelende bussen ontwijkend stak ze de Strand over. Ze liep langs de ingang van Lion Books en herinnerde zich, zoals altijd, dat verschrikkelijke sollicitatiegesprek met Jenna Taylor, toen ze niets anders had gezegd dan ‘Ik heb een passie voor lezen… Ik ben dol op boeken, echt dol.’ Toen ze ongeveer een jaar bij Bluebird werkte, was ze Jenna op een feestje tegengekomen en was ze onbeholpen op haar afgestapt om gedag te zeggen, maar Jenna had haar niet herkend. Althans, dat beweerde ze. Elle werkte nu meer dan drie jaar in de uitgeefwereld en ze had wel geleerd dat je niet op mensen afstapte om gedag te zeggen. Soms miste ze het onhandig zijn wel een beetje. Ze had het gevoel dat ze volwassen was geworden, maar dat betekende niet noodzakelijkerwijs dat ze iets had geleerd.
Elle haastte zich over Bedford Street langs de grote ramen van het Garrick met rijen identieke schilderijen van oude grijze mannen aan de muren en de felgekleurde ruitvormige glas-in-loodramen van het Ivy. In de Amerikaanse diner op de hoek van Cambridge Circus werden de Amerikaanse verkiezingen gevierd met een speciaal rood, wit en blauw menu en de verschillende zitgedeelten waren aangeduid met gore of bush. Toen ze in Dean Street was duwde ze een onopvallende zwarte deur open en ging naar binnen.
‘Hoi,’ zei ze onzeker tegen de man achter de zwarte balie. ‘Ik ben hier voor het Eyre and Arlock-feestje.’
‘Geweldig,’ zei hij. ‘Hier tekenen. Het is boven, achterin. De tv staat aan, maar de aankondiging is nog niet geweest.’
‘Bedankt,’ zei Elle. Ze gaf hem haar jas en wierp een blik in de spiegel. Haar haar was niet te nat, haar zwarte kanten choker zat nog op zijn plek en haar mascara was niet doorgelopen. Ze schraapte haar keel. Voor de tweede keer die avond wilde ze dat ze niet zo zenuwachtig was en weer snapte ze niet waarom, ze zou hier toch zo langzamerhand wel aan gewend moeten zijn.
Dit was toch wat je deed als je in de uitgeefbusiness zat? Je ging naar coole Booker Prize-feestjes in trendy mediatenten, je hing rond in Babington House of kreeg een tafel in het Nobu. Terwijl ze de smalle trap op liep kon ze vanaf de grote zaal onder zich de lachsalvo’s en het pianospel horen opstijgen. Wie waren dat? Keith Allen en Meg Mathews? Chris Evans en Blur? Op de eerste verdieping zaten twee deuren. Op allebei waren a4’tjes geplakt. Op de eerste stond:
booker prize party: besloten
Op de tweede:
uitgeversfeest: besloten
Een beetje met het gevoel alsof ze Alice in Wonderland was duwde Elle de eerste deur open en ging naar binnen.
De kamer stond vol mensen en iedereen leek met zijn rug naar haar toe te staan. Ze waren diep in gesprek. In de hoek stond een klein tv’tje, waarop de Booker Prize-ceremonie live vanaf Guildhall werd uitgezonden. Elle haalde een glas wijn en keek om zich heen op zoek naar iemand die ze kende om niet het gevoel te hebben dat ze het vijfde wiel aan de wagen was. Haar blik viel op een flits blond haar tussen twee pakken in. ‘Libby!’ riep ze, en het haar draaide zich om.
‘O, Elle. Je bent er!’ Libby omhelsde haar enthousiast, en er verscheen een grote glimlach op haar gezicht. ‘Ik was al bang dat je niet zou komen.’
Elle rook de Anaïs Anaïs en de sigaretten, de bekende Libby-geur, en ze deed haar ogen even dicht, zo sterk was het. ‘Ik heb net zoiets raars meegemaakt…’
‘Wacht even,’ zei Libby meteen. ‘Ik ging net iets te drinken voor Jamie halen. Ik ben zo terug.’
Ze verdween in de menigte. Elle nam nog een grote slok wijn en herinnerde zich dat ze al twee martini’s achter haar kiezen had. Maar eerlijk gezegd kon het haar niet schelen. Ze was allang blij dat ze niet meer in het Savoy was. Ze kon nog steeds niet bevatten hoe vreemd het eerste gedeelte van de avond was geweest. De atypische herinnering van hen vieren aan tafel – vijf nu, vijf natuurlijk. Melissa hoorde nu bij de familie. Elle glimlachte, hoe kon je bij iets horen wat niet bestond? Ze wist dat ze op enig moment met haar moeder moest praten. Misschien kon ze dat dit weekend doen? Ze wist dat ze vrij was. Tegenwoordig was Elle in het weekend altijd vrij, voor het geval dat.
Libby was verdwenen. Terwijl ze een handvol nootjes van het blad van een voorbijlopende kelner pakte, keek Elle om zich heen in de volle, rumoerige ruimte. ‘Nou, ik wed op Atwood,’ hoorde ze iemand achter zich zeggen. ‘Maar ik heb Simon zaterdag bij Mark’s gezien en hij is erg terughoudend, volgens mij kan Passengers het zo maar wegkapen.’
‘Ben jij naar Mark’s geweest?’ vroeg de ander, en hij ging met zijn vingers door een dikke kralenketting. ‘Ik wilde er graag heen, maar we waren het weekend in Paul’s en we konden niet even terugrijden.’
‘O, jammer. Wist je dat…’
Elle bewoog zich door de menigte en voelde zich volledig onzichtbaar. Ze ving flarden van gesprekken op. ‘Heb er meer dan vijfhonderd voor betaald. Ik weet het. Ze verdienen het nooit meer terug…’ ‘Ze vertrekt naar een andere uitgever, wist je dat? Ze had er genoeg van en wie kan het haar kwalijk nemen.’ ‘Ik zei tegen hem: “Sir Vidia, zo is het genoeg. Maak geen slapende honden wakker”.’
Elle voelde zich nog meer een buitenstaander, nu ze zich in het feestgedruis bevond. Waarom had ze gezegd dat ze zou komen, als ze eigenlijk geen zin had?
Ze kende het antwoord maar al te goed en dat was nog triester. Ze hoorde een stem en keek op. Libby stond bij het raam samen met iemand te lachen. Elle hield in omdat ze hen niet wilde onderbreken, maar Libby had haar al gezien en gebaarde dat ze moest komen.
‘Sorry, Elle,’ zei ze. ‘Zo onaardig van me dat ik je heb uitgenodigd en je dan in de steek laat!’ Ze deed haar haar achter haar oor. ‘Dit is Tom Scott, Tom, dit is een goede vriendin van me, Elle Bee. Hè, het klinkt altijd zo stom als ik je naam zo zeg. Eleanor Bee.’
Elle knikte naar Tom. ‘Hoi,’ zei ze. ‘Ik ben Elle. Ik werk bij Bluebird.’
Ze wist niet zeker of ze moest refereren aan hun enige, vrij ongelukkige ontmoeting op de salesconferentie tweeënhalf jaar daarvoor. Natuurlijk herkent hij me niet, zei ze tegen zichzelf.
‘Dat weet ik,’ zei hij. Hij staarde haar aan. ‘We hebben elkaar al eens ontmoet. Op de Bluebird-salesconferentie. Je had toen een andere kleur haar.’
‘O,’ zei Elle. ‘Sorry, ik had je wel herkend, maar ik wist niet of je nog wist wie ik was.’
‘Heus,’ zei Tom op droge toon. ‘Wat aardig van je.’ Het was duidelijk dat hij haar niet geloofde. Libby lachte.
De ontmoeting in het Savoy, de martini’s, de wandeling door de regen, de rumoerige kamer vol mensen die ze niet kende en het gevoel dat ze doodmoe was, overweldigden Elle plotseling. Ze keek nog een keer om zich heen en legde haar hand tegen haar wang om de tranen tegen te houden die tot haar afschuw in haar opwelden.
‘Eh… ik denk dat ik maar ga,’ zei ze. ‘Sorry, maar ik ben echt supermoe en ik moet morgen heel veel doen.’
Libby keek haar met samengeknepen ogen aan en legde een hand op haar arm. ‘O, wat ben ik erg,’ zei ze. ‘Je bent toch iets met je ouders wezen drinken? Was het heel naar?’ Elle schudde haar hoofd, niet in staat iets te zeggen, en knikte. ‘O, jemig. Sorry, Elle.’
Ellendig en verward wierp Elle een blik op Tom, maar van zijn gezicht viel niets af te lezen.
‘Hier.’ Libby pakte een bord van een voorbijlopende serveerster. ‘Voor mijn vriendin, ze is duizelig,’ zei ze.
Iemand achter hen draaide zich half om. ‘Typisch iets voor Libby,’ zei hij tegen de ander en ze lachten.
‘Houd toch je kop, Bill,’ zei Libby flirterig, en ze flipte haar haar opzij. Ze gaf Elle het bord met hapjes. ‘Hij is onze algemeen directeur. Zo irritant! Hier, eet wat,’ zei ze, en ze wiebelde het bord onder Elles neus heen en weer.
Elle at een minisamosa, en Libby keek haar aandachtig aan. ‘Dus het was akelig. Heb je de Amerikaanse vriendin ontmoet? Hoe was ze?’
‘Net een van de zusjes Appleton,’ zei Elle. ‘Die gemene. Ze zijn verloofd.’ Ze pakte nog een samosa. ‘Ze gaan in Amerika trouwen, alleen kan mijn moeder er blijkbaar niet heen omdat ze een strafblad in de Verenigde Staten heeft.’ Ze gooide nog een samosa in haar mond.
‘Wat?’ vroeg Libby met open mond. Ze wierp een blik op een vrouw die achter hen langsliep. ‘Hé! Ja! Ik zie je zo!’ galmde ze.
‘Pardon,’ zei Tom, en hij wilde weggaan. ‘Libby, ik zie je…’
‘Nee, niet weggaan,’ zei Elle vlug, en ze slikte nog een samosa door. ‘Ik wil jullie niet wegjagen. Het is mijn familie maar. Mijn ouders haten elkaar en mijn broer haat ons allemaal.’ Hoe gek dit ook klonk toen ze het hardop zei, ze voelde zich er wel beter door. ‘Ja, ik heb zojuist de verloofde van mijn broer ontmoet. Het is voorbij. Achter de rug.’
Libby knikte aandachtig, draaide zich om naar Bill, begon tegen hem te praten en bood hem het bord met hapjes aan. Elles mond viel open van verbazing. Tom kwam iets dichterbij zodat hij vlak naast haar stond.
‘Wauw.’ Hij trok één wenkbrauw op. Elle was onder de indruk, dat had ze altijd al willen leren. ‘Haten je ouders elkaar echt?’
‘Nou, mijn vader heeft absoluut een hekel aan mijn moeder, en ik denk ook niet dat zij echt dol is op hem, eerlijk gezegd.’
‘Dat klinkt net als mijn ouders.’
‘Echt?’ vroeg Elle, die verder niet wist wat ze zeggen moest.
Tom knikte. ‘Je bent niet de enige. Ik bedoel, ik wil niet met je concurreren, maar het is echt zo. Misschien moeten ze gaan scheiden.’
‘Dat hebben ze al gedaan,’ zei Elle. ‘Het is goed zo.’ Ze probeerde luchtig te klinken, alsof het allemaal in orde was, maar dat lukte haar niet. Ze dacht aan haar moeders verdrietige blik, haar vader die zo stijf rechtop zat en de afstand tussen hen terwijl ze op dezelfde bank zaten.
‘Dat spijt me. Hoe lang al?’
‘O, jaren geleden al. Ik was zestien. Het is… Ik kan het niet goed uitleggen. Ik zie ze nooit samen, we zijn nooit meer met zijn allen bij elkaar en vanavond wel en daardoor… daardoor kwam ik achter dingen die me nog nooit eerder waren opgevallen.’ Haar moeders trillende handen, het sinaasappelsap, de vakantie naar Disney World, de schitterende ring aan Melissa’s vinger, haar vader en broer, hoe boos ze op haar moeder waren, hoe Mandana dat toeliet, alsof ze het verdiende, als een hond die door een groep jongens in elkaar werd getrapt. ‘Sorry,’ zei ze eenvoudigweg. ‘Normaal gesproken sta ik er niet zo bij stil.’
Tom keek Elle aan. Ze keek naar hem op. Zijn kaak was hoekig, donker met een stoppelbaardje, zijn grijze ogen stonden vriendelijk. Hij zei: ‘Nou, dat is in ieder geval wat. Mijn ouders zijn nooit gescheiden en toen stierf mijn moeder, dus werd mijn vader de kans ontnomen mijn moeder nog langer te bedriegen. Hij is nooit meer echt dezelfde geworden.’
‘Wauw,’ zei Elle. ‘Jij wint.’
Tom knikte naar haar. ‘Blij dat te horen. Ik blijf iedereen voor als het om trieste families gaat. Door de dode moeder win ik doorgaans. Wees dus maar blij.’ Hij zag dat haar uitdrukking verstarde en fluisterend zei hij: ‘Hé, het spijt me. Ik maakte maar een grapje.’
‘Dat weet ik.’ Elle schudde haar hoofd. ‘Het komt gewoon door te veel martini’s en geen eten, na een dag lang liefdesromans redigeren. Je wordt er een beetje raar in je hoofd van.’ Ze wankelde licht, terwijl ze tegenover hem stond.
‘Neem een hamburger,’ zei hij. Hij pakte haar bij de elleboog. ‘Hier.’ Hij glimlachte tegen de serveerster en gebaarde naar het bord. ‘Mag ik dit houden?’
De serveerster haalde haar schouders op. ‘Doe eens gek.’
‘Opeten,’ ging Tom verder. ‘Zullen we het nog erger maken? Van welke liedjes moet je huilen, welke huisdieren ben je verloren en hoe dicht bij de dood ben je geweest?’
Elle lachte. ‘Mijn hond Toogie heeft een otter aangevallen in een beek en heeft een spuitje gekregen.’
‘Een deprimerend verhaal.’
‘Ja, met de otter was niets aan de hand. Met de dode hond wel. Jemig, wat was ik van streek.’
Hij lachte ook, en ze bedacht hoe leuk zijn gezicht was als hij glimlachte. Hoe leuk hij eigenlijk was. Het was raar om tegen een jongen te kunnen praten zonder dat je bang was dat hij zou denken dat je een oogje op hem had of een spelletje met hem speelde, want ze zou nooit geïnteresseerd in hem kunnen zijn, al kon ze niet zeggen waarom.
Tom veranderde van onderwerp. ‘Dus je redigeert MijnHart-boeken. Vind je dat leuk?’
‘Of ik het leuk vind?’ Elle was lichtelijk in de war. Niemand vroeg haar ooit of ze het leuk vond. ‘Het is geweldig. Ik vind het heel leuk, maar overdaad schaadt, neem ik aan,’ zei ze vlug. ‘Ben je… Hoe gaat het met, eh… Ben je nog steeds non-fictieagent?’ vroeg ze onbeholpen. ‘Ik zou het moeten weten, het spijt me. Ik heb nog niet veel met agenten te maken, tenzij ze gespecialiseerd zijn in liefdesverhalen over dokters en verpleegsters.’
Tom schudde zijn hoofd. ‘Nou, dat is jammer. Ik heb een voorstel klaarliggen over een dokter en zijn liefde voor de eerste vrouwelijke Beefeater, maar dat is zeker niets voor jou?’
Elle keek alsof ze het jammer vond. ‘Nee, het spijt me.’
‘En een man met een schurftig gezicht en een dokter gespecialiseerd in huidziekten? Met de titel…’ Zijn stem stierf weg, en hij beet geconcentreerd op zijn lip.
‘Schurftkees en de City. Kies mij, Schurftkees.’
‘Nee. Mijn geschilferde vriend en ik.’
Elle proestte het vrolijk uit en er schoot een beetje wijn achter in haar keel. Ze verslikte zich, hoestte en dronk gretig nog een slok. Hij glimlachte weer. ‘Gaat het?’
‘Schurft? Beefeaters?’ Toen Libby hen hoorde lachen, draaide ze zich wild om. ‘Waar hebben jullie het over?
‘Ik stond net op het punt Eleanor Bee te vertellen,’ zei Tom, ‘dat ik niet langer agent ben.’
‘Echt niet?’ vroeg Elle.
‘Nee. Zoals je tijdens de salesconferentie misschien al was opgevallen, was ik een waardeloze agent. Ik ben dol op boeken, maar ik ben geen ster in het zorgen voor auteurs. Ik had echt een verschrikkelijke hekel aan dat soort avondjes. Ik heb nu een boekwinkel.’
‘Wat geweldig. Waar?’
‘In Richmond, vlak bij de rivier. Het is vrij groot, twee verdiepingen, en de locatie is goed, we trekken veel voorbijgangers.’
‘De winkel van Tom is fantastisch, Elle. Je zou er eens langs moeten gaan,’ zei Libby. Ze legde haar hand op Toms arm. ‘Bovendien heeft Tom de Dora Trust opgericht.’ Ze knikte tegen Elle alsof ze wilde zeggen: Doe net alsof je weet waar ik het over heb.
‘O…’ zei Elle zwakjes. ‘Natuurlijk…’
‘Heb je ervan gehoord?’ vroeg Tom.
‘Ja…’ Elle knikte enthousiast. ‘Een verbazingwekkende… trust.’
‘Nou, nou, nou,’ klonk een stem achter haar, ‘wie hebben we hier? Hoofdverraadster Libby Yates, overloper naar de wereld van literaire rommel? Zwart-witfoto’s van stoppelige jonge schrijvers verplicht? Omslagen met grote blokletters verticaal geprint?’
‘Ga toch weg, Rory,’ zei Libby, maar haar ogen begonnen te stralen. Ze grinnikte en omhelsde hem. ‘Hoe gaat het met je? Is het waar wat er wordt gezegd, dat we op het punt staan Bluebird over te nemen? Word ik jouw baas dit keer?’
Rory glimlachte en deed net alsof hij haar negeerde. Hij wiebelde het glas in zijn hand heen en weer en keek om zich heen. Alsof hij Elle op dat moment pas opmerkte, zei hij: ‘Hallo Elby, waar ben je geweest? De godganse dag aan het werk zeker?’
‘Ik had… een borrel,’ zei Elle. Hij knikte vaag.
Tom stak zijn hand uit en pakte Rory’s glas. ‘Hoi, Rory,’ zei hij. ‘Zal ik er nog een voor je halen?’
Rory keek geschokt, alsof Tom had geprobeerd hem te bestelen. ‘Wat? O, hoi Tom. Bedankt, ja graag.’
Terwijl Tom wegliep en Libby met haar rug naar haar baas, Bill, ging staan, fluisterde Elle tegen Rory: ‘Rory, wat is de Dora Trust?’
‘Nou.’ Rory rolde met zijn ogen. ‘Het is een of andere prijs ter nagedachtenis aan Dora Zoffany. Ambrose heeft hem eerder dit jaar in het leven geroepen. Het is bedoeld om schrijfsters in de picture te spelen. Zeer politiek correct. Hij heeft heel veel publiciteit gehad. Bookprint sponsort het, ik neem aan dat Libby daarom zo dol op hem is.’ Zijn glimlach veranderde in een beleefde grijns toen Tom weer verscheen.
‘Bedankt, kerel.’ Rory pakte het glas aan. ‘Ik vertelde Elby net over de Dora Trust, hoe spannend dat is. Hoe staat het ermee?’
‘Goed,’ zei Tom. ‘Vorige week hebben we een meeting met een pr-bureau gehad. En er komt een website, hoewel ik op dit moment nog geen idee heb wat we erop moeten zetten. Ik snap er geen bal van.’
Een agent, een jonge, pezige vent genaamd Peter Dunlop, plukte Rory aan zijn mouw. ‘Hé, Rory. Hoe gaat het?’
Elle trok haar neus op. ‘Nou, wij zijn bezig een MijnHart-database op te zetten. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen er tegenwoordig thuis internet hebben. Zo niet, dan geven ze hun werkadres op. We mailen ze eens per maand over de pas uitgekomen boeken en met speciale aanbiedingen. Ik weet dat het maf klinkt, maar…’
‘Nee,’ zei Tom. ‘Nee, dat klinkt helemaal niet maf. Wat een geweldig idee. Waarom denk je dat?’
Elle schaamde zich dat ze bloosde. ‘Nou ja, het zijn romannetjes. Het is niet te vergelijken met…’ Ze maakte een weids gebaar naar de anderen in de kamer. ‘Je weet wel.’
Tom glimlachte geamuseerd. ‘Bedoel je de Groucho? Of…’ Hij keek naar de regenachtige straat onder hen, die glinsterde in het gele schijnsel van de lampen. ‘Of het district Londen? Of het verbazingwekkende literaire mirakel, de firma Eyre and Alock?’
Ze lachte. ‘Ik neem aan die laatste.’
‘Ze waren al failliet voordat Bookprint ze kocht, vergeet dat niet. Bluebird verdient nog steeds geld, het is praktisch de enige zelfstandige die nog over is.’
Hij hield zijn mond toen Peter Dunlop hem aanstootte. ‘Hé, Tom, wat zei je daar over Bluebird?’
‘Niets dan lof,’ zei Tom. ‘Vooral het fantastische MijnHart-fonds. Ik heb gehoord dat die boeken geweldig worden geredigeerd.’
Peter zei: ‘Heb je de geruchten gehoord dat het te koop staat? Rory beweert dat het onzin is.’
‘Het is onzin.’ Rory was een stuk kleiner dan beide mannen. Hij stak zijn nek uit en zei resoluut: ‘Absoluut niet waar. Het gaat super.’ Elle keek hem aan en probeerde niet te lachen; ze vond Rory hilarisch en op een vreemde manier schattig als hij probeerde met de grote jongens mee te doen, ze wist niet waarom.
‘Dat is niet wat ik heb gehoord,’ zei de meedogenloze Peter. ‘Ik heb gehoord dat de familie, Harold Sassoon en zo, meer geld aan het bedrijf wil verdienen. Ze denken dat Felicity haar feeling kwijtraakt. Sorry, kerel.’
‘Nogmaals,’ zei Rory, van de ene op de andere voet wippend en met een ongeduldige glimlach: ‘Het is niet waar. Alles is onder controle. Deze praatjes gaan alleen maar rond omdat de mensen jaloers zijn, ze willen graag dat we ten onder gaan, alleen maar omdat we de laatste echte uitgeverij zijn. Je weet hoe Felicity is. Morgen koopt ze een boek voor tweeduizend en daar verkoopt ze er een miljoen van.’
Peter Dunlop haalde zijn schouders op. ‘Bluebird heeft Polly Pearson afgewezen door haar, dat weet iedereen. Dat is wat ik bedoel met ze raakt haar feeling kwijt. Sorry, ik wilde je niet beledigen.’
Er viel een korte stilte. Het succes van Polly Pearson vindt een man en de twee vervolgen, Polly Pearsons grote drama en Polly Pearson gaat trouwen was een zeer pijnlijk onderwerp bij Bluebird. Het laatste boek was pas twee weken geleden in hardback verschenen en van de drie boeken samen waren meer dan één miljoen exemplaren verkocht.
‘Headline verdient het succes, ze hebben het heel goed gedaan,’ zei Rory na enige aarzeling. Hij klopte Peter op zijn rug en zei minzaam: ‘Sorry, ik heb geen betere roddels voor je, Peter. Bel me, dan gaan we een keer lunchen. Jij ook, Tom, ik zou het leuk vinden om even bij te praten en te horen hoe het met de winkel gaat.’
‘Hij is zo goed,’ zei Libby, die naar het laatste gedeelte van het gesprek had staan luisteren, tegen Elle.
Elle was gewend aan haar baas. ‘Ja, dat klopt, alleen weet hij dat zelf ook.’
Een uur laten hing er een dronken-melancholische sfeer op het feest. Ze waren samengedromd om de tv en hadden Margaret Atwood zien winnen, tot walging van de mensen in de zaal. De agenten en uitgevers van andere bedrijven waren het er natuurlijk beleefd over eens dat hun auteur had moeten winnen. Elle was in gesprek met Lucy, de publiciteitsmanager van Bluebird, die evenals alle publiciteitsmanagers het beste feestje had geroken en daarop was afgekomen. Tom Scott kwam op hen af lopen.
‘Ik ga ervandoor,’ zei hij. ‘Het was leuk je weer te zien. Succes met je werk.’
‘Bedankt,’ zei Elle. ‘Jij ook.’
‘En bedankt voor het database-idee,’ zei hij, en hij hief zijn glas op. ‘Heel interessant. Eh… tot gauw.’ Hij krabde op zijn hoofd en liep weg.
‘Ik ga zo ook,’ zei Elle, die hem nakeek. ‘Ik ben er klaar mee.’
‘Jij ook al?’ Wc-bril zette haar glas hardhandig neer. ‘Misschien ga ik wel mee.’ Haar blik volgde die van Elle, die Tom nakeek, en ze zwiepte haar manen van de ene naar de andere kant. ‘Hij is leuk, hè? Zo nerdy en humeurig, ik weet niet of hij me zou verslinden of een kaassoufflé voor me zou maken, snap je wat ik bedoel? Jammie.’
‘Eh… ja,’ zei Elle, die niet echt had staan luisteren. Ze rommelde door haar tas. ‘Ik zoek mijn TravelCard.’ Ze rommelde nog wat. ‘Verdorie, ik hoop niet…’ Ze keek naar de kapstok. ‘Wacht niet op mij, W… Lucy. Ik kan mijn TravelCard niet vinden. Ik ga daar even kijken.’
‘Vraag Rory ook maar als je daar toch bent, we weten heus wel dat je een oogje op hem hebt,’ zei Wc-bril, en ze lachte net iets te hard.
Elle lachte ook. ‘Goed plan. Ik zie je morgen. Is dat goed?’
‘Tuurlijk,’ zei Wc-bril. Ze trok haar trenchcoat strak om haar smalle middel en paradeerde nonchalant naar de uitgang. ‘Tot morgen. Adios.’
Elle liep naar het rek in de hoek en pakte haar jas. Ze tikte Rory op zijn schouder.
‘Ik ga ervandoor,’ zei ze. ‘Ik zoek mijn TravelCard, maar kan hem niet vinden.’
‘Goed,’ zei Rory kortaf, terwijl hij wegdraaide van het gesprek met een man met een vlinderdasje. ‘Ik zie je morgen.’
‘Oké,’ zei Elle. Ze deed haar mond open om nog iets te zeggen, maar zei slechts: ‘Prima. Veel plezier nog.’
Ze liep naar beneden en trok haar jas intussen aan. Halverwege herinnerde ze zich echter dat ze Libby geen gedag had gezegd. Ze stopte, maar wist dat ze niet terug kon gaan. Het was helemaal fout gelopen toen ze dat de vorige keer had gedaan.
Ze liep tot St. Anne’s Court en bleef daar wachten. Lang duurde dat dit keer echter niet.
‘Hé.’ Rory rende achter haar aan. Ze stak haar hand op voor een voorbijrijdende taxi. ‘Ik heb je TravelCard. Hij lag op de grond bij de kapstok.’
‘O, mijn god!’ zei Elle hardop. ‘Bedankt! Wil je een lift?’
Ze stapten de taxi in, die richting Soho Square reed. Zodra ze op Oxford Street waren, waar geen verkeer was, bewogen ze naar elkaar toe en begonnen ze te zoenen. Hij duwde zijn hand over haar dijbeen naar boven, zij trok hem naar zich toe, voelde zijn tong in haar mond, de spieren onder zijn overhemd…
Ze werd warm vanbinnen, het was een geweldige, gladde, plakkerige warmte. Dit was waarop ze had gewacht, de hele eindeloze dag en avond lang, zijn harde, stevige lichaam tegen dat van haar, zijn handen, zijn huid onder haar vingers.
‘Dat ging goed,’ zei Rory, en hij trok de knopen van haar nieuwe shirt. ‘Maar we moeten iets anders bedenken. Dat TravelCard-trucje hebben we nu al twee keer gedaan.’
‘Wat maakt het uit,’ zei Elle, en haar ogen straalden in het donker. ‘Kus me.’