10

 

Braaf keek miss Seeton naar het televisiescherm in de saloonbar, waarop beelden te zien waren van de tribune, de mensenmenigte en de paarden, terwijl de commentator de rel beschreef die door tieners was veroorzaakt. Het was merkwaardig, dacht ze, hoe snel nieuws tegenwoordig werd verspreid, ook al gingen zoveel andere dingen trager. Zoals reizen of de post. Natuurlijk kon ze begrijpen dat Mel en meneer Banner graag van het laatste nieuws op de hoogte wilden zijn, omdat nieuws in hun levensonderhoud voorzag, maar om halt te houden in deze pub langs de weg bij Wrotham, waar ze zo dicht bij huis waren, nog geen vijfenveertig kilometer, was wel een beetje teleurstellend, moest ze toegeven. Het was aardig van hen geweest haar een glas sinas aan te bieden - ze nam nog een slokje en zette het glas toen op de ronde tafel neer - maar het smaakte toch niet zo lekker als een kopje thee.
'De politie zou graag een onderhoud hebben met Derrick Kenharding...'
Die naam haalde miss Seeton uit haar overpeinzingen. Die arme familie. Nog steeds voelde ze zich schuldig omdat zij er, in elk geval gedeeltelijk, verantwoordelijk voor was geweest dat ze opnieuw problemen hadden gekregen met hun zoon. Hoewel ze had geprobeerd daar bij het afscheid haar excuses voor aan te bieden, had lord Kenharding haar heel hartelijk de hand gedrukt en had lady Kenharding haar omhelsd, op de wang gekust en zelfs bedankt. Waarvoor kon miss Seeton zich niet indenken.
'...contact opnemen met de plaatselijke politie.' Het beeld van de foto van Derrick vervaagde, werd vervangen door een andere foto.
Voor het getrainde oog van miss Seeton had het ontbreken van de geruite pet en de regenjas niets te betekenen. O, hemeltje, die man kende ze. Opeens moest ze aan iets denken. Ze was vergeten dat te onthouden. Ze begon te graven in haar handtas.
'Wat zit u dwars, Miss S.?' vroeg Mel. 'Hebt u een zakdoekje nodig?'
'Het komt door die man,' zei miss Seeton en wees op het televisiescherm. 'Ik was van plan Deirdre ernaar te vragen, of het aan Tom, meneer Haley, te geven, maar door alles wat er daarna is gebeurd, ben ik bang dat het volledig door mijn hoofd is geschoten.'
'...zich kan herinneren deze man te hebben gezien, of meent iets ongewoons in de paddock te hebben waargenomen voor het begin van de race, wordt verzocht contact op te nemen met de politie van Guildford, of met de plaatselijke politie.'
Er verscheen een telefoonnummer in Guildford op het scherm.
'Wat?' vroeg Thrudd.
'Wat?' herhaalde miss Seeton.
'Wat is u volledig door het hoofd geschoten?'
'Dat weet ik niet. Ik bedoel... Het zag eruit als een grote...'
Ze schudde haar hoofd en keek Mel smekend aan. 'Maar dat kan niet, want hij zou er toch geen hebben gebruikt?'
'Waar hebt u het over?' vroeg Mel.
'Een poederdoos.'
'Onwaarschijnlijk,' bevestigde Thrudd.
Aan de gezichtsuitdrukking van miss Seeton zag hij echter dat ze iets had gevonden dat nog wel eens belangrijk kon zijn. Snel boog hij zich naar haar toe, pakte de handtas, rommelde daarin, overhandigde miss Seeton een zakdoek, gaf haar de tas terug en liet zijn hand, met het kleine wapen erin verstopt, onder het tafellaken verdwijnen.
Mel keek geïnteresseerd toe.
'Ook al goed in zakkenrollen?'
Thrudd ging helemaal op in zijn vondst. Hij richtte de loop op de grond, drukte de knop in en werd beloond met een klik die hij eerder voelde dan hoorde. Om verdovende middelen toe te dienen, veronderstelde hij. Ja, dat kon bijna niet anders.
'Waar hebt u dit ding vandaan?' vroeg hij aan miss Seeton.
Miss Seeton gaf haar eigen ietwat ingewikkelde versie van de omstandigheden.
'... en ik heb het opgepakt toen hij het liet vallen en wegrende,' zei ze tot slot.
Ze keek op en zag dat de foto van Vingers was verdwenen. Er werd nu melding gemaakt van banale trivialiteiten. De commentator deed verslag van een debat in het Lagerhuis over in- en deflatie.
Thrudd was sceptisch. Het klonk, zoals gewoonlijk, allemaal erg onschuldig, ook al deed ze weer zo goed haar best alles duidelijk te maken waardoor het steeds onduidelijker werd. Maar hij durfde zijn kop er toch vrijwel onder te verwedden dat zij de opdracht had gehad die Vingers in de gaten te houden, dat ze het wapen uit diens zak had gepikt en van plan was geweest er nader op in te gaan, maar dat daar een stokje voor was gestoken door die vechtpartij. Het kon zijn, het was bijna mogelijk, dat ze dit ding tot nu toe echt was vergeten. In elk geval vroeg de politie om informatie en konden ze dit maar beter inleveren. Voldaan besefte hij dat zijn eigen probleem op die manier ook meteen tot een oplossing zou zijn gebracht.
Mel leek een deel van zijn gedachten te raden en zei: 'De Humber zat jou ook niet lekker?'
'Klopt,' bevestigde hij en herinnerde zich zijn onuitgesproken zorgen tijdens de rit vanuit Guildford.
Mel trok een wenkbrauw omhoog.
'Daarom zitten we in deze pub?'
'Ja. Het kan zijn dat ik het mis heb. Ik heb het niet mis, maar het kan zijn dat ze niet hebben geprobeerd ons twee keer van de weg af te duwen en we toevallig pure mazzel hebben gehad omdat er veel verkeer was en de wegen behoorlijk bochtig waren.'
Hij dacht aan de weg die ze nog moesten afleggen.
'Vrijwel meteen nadat we hier zijn vertrokken, moeten we een eindje de hoofdweg naar Dover over. Breed, vrij recht en lang niet zo druk.' Hij lachte kort. 'Dat zou voor hen ideaal zijn. Mijn ouwe karretje maakt geen schijn van kans tegen een Humber, zou niet eens een schietgebedje kunnen doen.'
'Dus blijven we hier tot we er vrijwel zeker van kunnen zijn dat zij zijn vertrokken?' vroeg Mel.
'Nee. Die Humber staat nu op het parkeerterrein en ik heb geprobeerd een manier te bedenken om de plaatselijke politie op de hoogte te stellen van het feit dat we naar mijn idee worden gevolgd, zonder als een hoopvolle maagd te klinken.'
'Hoopvol? Misschien. Maagd? Zeker niet,' constateerde Mel. Onder de tafel stopte hij het wapen in zijn zak. 'Dit ding is het antwoord op mijn gebed. De politie wil informatie hebben. Prima. Dan kunnen ze die hier komen halen.' Hij richtte zich tot miss Seeton, die tevergeefs had geprobeerd het gesprek te volgen. 'Kent u iemand van de plaatselijke politie?' Ze dacht na. 'Meneer Potter natuurlijk, die in het dorp woont, maar ik ben bang dat hij er niet altijd is, omdat hij een auto heeft gekregen om hem, zoals ze dat noemen, mobiel te maken.' Ze fronste haar wenkbrauwen. 'De enige andere die ik echt ken, is inspecteur Brinton in Ashford.'
'Prima,' zei Thrudd. Hij sprong overeind, morrelde even aan de riem van zijn cameratas en pakte de glazen op. 'Ik ga nog een rondje voor ons halen, breng even een bezoekje aan het toilet, maak een paar foto's van dat speelgoedje van MissEss, bel de krant om te zeggen dat er een vervolg komt op het verhaal over de renbaan en neem dan contact op met die Brinton om hem informatie te geven en om politiebegeleiding te vragen.'
'Denk je niet dat Miss S. zoiets sneller voor elkaar kan krijgen dan jij met jouw onzichtbare jongensachtige charme? Zij kent die man uiteindelijk,' zei Mel.
Thrudd keek haar aan. 'Ik zie mensen graag gelukkig,' legde hij vriendelijk uit. 'Jij en MissEss zijn gelukkig nu jullie aan dit tafeltje kunnen zitten zuipen en de wereld aan je voorbij zien gaan. Verder is een van de jongens uit de Humber gelukkig met het in de gaten houden van jou en MissEss en de wereld etcetera.' Toen hij Mel om zich heen zag kijken, zei hij: 'Derde kruk vanaf het linker uiteinde van de bar.' Hij liep langzaam van het tafeltje vandaan. 'Als ik nog een rondje bestel, zal zijn geluk niet worden verstoord door het feit dat ik naar het toilet ga en met een beetje mazzel zal hij dan ook niet doorhebben dat ik de politie bel.'

Het telefoontje van Thrudd Banner werd met een opvallend gebrek aan enthousiasme ontvangen door inspecteur Brinton. 'Oké. U bent in Wrotham. Valt onder Maidstone. Ik zal opbellen en misschien sturen ze dan een patrouillewagen om een oogje in het zeil te houden. Waarom hebt u mij gebeld?' Thrudd begon te vertellen dat miss Seeton... Hij hoorde een stikkend geluid, toen stilte. 'Hallo! Hallo!' zei Thrudd. 'Hou je waffel,' zei Brinton. Miss Seeton. Wel verdorie! Hij onderdrukte een kreun. Als zij weer op het oorlogspad was, zouden ze een hele vloot patrouillewagens nodig hebben, plus helikopters en wat al niet meer. 'Waarom hebt u de naam van miss Seeton niet meteen genoemd?' vroeg hij nijdig. 'Oké. Vertelt u het verhaal nu nog maar eens, van het begin af aan.'
Thrudd gaf hem een korte samenvatting van de gebeurtenissen van die middag. Die werd ontvangen met een zucht. 'Hmmm. Ze gaat naar de races, voert een oorlog en is nu bereid dichter bij huis aan een volgend gevecht te beginnen. Wat een dag! Wat voor een ding zei u ook al weer dat zij te pakken had gekregen?' Thrudd maakte hem deelgenoot van zijn vermoeden. 'Een verdovingspistool? Heeft ze het al op iemand uitgeprobeerd?' vroeg Brinton heel sarcastisch. 'Nu, geef het dan niet aan haar terug, want anders gaat ze dat wel doen. Geeft u het maar aan... Nee, wacht.' Brinton herinnerde zich de keer dat miss Seeton was ontvoerd door een zogenaamde politieman, wat had geresulteerd in een brand die het einde had betekend van een heel bos, een kerk, de ontvoerder en bijna ook van miss Seeton zelf. Hij trok een grimas. Een herhaling daarvan konden ze missen als kiespijn.
'Oké,' zei hij uiteindelijk. 'Ik heb hier een agent die Foxon heet en in burgerkleding rondloopt. Hij kent haar en zij kent hem. Ik zal hem naar jullie toe sturen. Zal ongeveer een halfuurtje duren. Geef hem dat wapen en neem hem mee naar Plummergen, waar ik hem zal laten ophalen. Maar vergewis u er terdege van dat hij Foxon is en zij hem herkent. Ik zal Maidstone vragen de Humber in de gaten te houden. Hebt u het kenteken van die wagen? Prima... En het kenteken van de uwe? Uitstekend.' Hij schreef de gegevens op en legde de hoorn op de haak.
Brinton kwam tot de conclusie dat hij er verstandig aan deed Maidstone te waarschuwen voor het feit dat er problemen konden komen. Als er zoveel onrust was geweest tijdens de races en als die verslaggever gelijk had met zijn bewering dat er een paar pogingen in het werk waren gesteld hem met zijn auto de weg af te duwen, zouden die boeven niet inbinden wanneer iemand met een bestraffende vinger ging zwaaien. Rampzalige ervaringen hadden hem geleerd met miss Seeton het ergste te verwachten. Hoe die kleine, zo onschuldig ogende ex-schooljuffrouw binnen vijf minuten meer wespennesten kon verstoren dan tien normale mensen in hun hele leven, was hem een raadsel. Brinton zuchtte nogmaals, liet Foxon bij zich komen en pakte de telefoon.

Het haar was aan de lange kant, de broek had een opvallende terracottakleur en vloekte met het fel gestreepte overhemd, het geheel werd gecompleteerd door een veelkleurige das. De jongeman legde zijn handen op de schouders van miss Seeton en gaf haar een kusje op haar wang met een mengeling van eerbied en affectie. Miss Seeton keek geschrokken. De ogen van Thrudd Banner werden kleiner. 'Kent u die man?'
'Meneer Foxon?' Miss Seeton glimlachte. 'Ja, natuurlijk. We hebben een nacht samen doorgebracht.' De gezichtsuitdrukking van Thrudd maakte haar duidelijk dat ze misschien niet voldoende duidelijk was geweest. Snel trachtte ze daar iets aan te doen. 'Het was allemaal heel eigenaardig. En omdat we in een kerk waren leek het dat op de een of andere manier nog meer te worden. Eigenaardig, bedoel ik.'
'In elk geval origineel,' merkte Mel op. Thrudd haalde zijn hand uit zijn zak en schudde die van de nieuwkomer. Foxon nam het kleine wapen op die manier ongemerkt van Banner over, zonder ook maar even met zijn ogen te knipperen, terwijl Thrudd hem aan Mel voorstelde. Foxon grinnikte. 'Ik heb juffrouw Forby een keer in actie gezien in Plummergen. Ze kan haar handtas heel goed als wapen hanteren.'
Daardoor werden herinneringen opgeroepen aan de eerste opdracht van miss Seeton. 'U bent daaruit te voorschijn gekomen met uw das aan en verder weinig meer,' zei Mel. 'Een reünie van de veteranen uit het leger van MissEss,' merkte Thrudd op. 'Daar zullen we nog een laatste rondje op nemen, omwille van onze makker uit de Humber, die daar aan de bar zit. Daarna gaan we weg.' Foxon ging de drankjes halen, om de tegenstander even wat beter te kunnen bekijken. 'Jullie waren bij die gebeurtenissen van vanmiddag, die daarnet op het journaal waren?' vroeg hij toen hij terug was.
'Ja,' zei Mel. 'Wij hebben nog mazzel gehad. De lievelingsagent van Miss S. moest naar een ziekenhuis worden gebracht om weer in elkaar te worden genaaid. In elk geval hebben ze meer dan de helft van die jonge boeven kunnen arresteren.'
'Ik durf mijn kop er bijna onder te verwedden dat ze een advocaat in de arm zullen nemen die zal zweren dat zij alleen te hulp zijn geschoten,' merkte Foxon zuur op.
'Voor sommigen zal dat in elk geval niet opgaan,' stelde Thrudd hem gerust. 'Ik heb een paar foto's kunnen nemen voordat ze echt op ons af doken, ook van een man die met een geweer stond te zwaaien en zich snel uit de voeten maakte toen de actie van start ging.'
Foxon boog zich naar voren. Hij en Mel vroegen tegelijkertijd: 'Zijn die hier?'
Thrudd schudde zijn hoofd. 'Nee. Ik heb het filmpje met een trein naar Londen gestuurd toen jullie nog stonden na te praten. Mel, ik had je toch al gezegd dat je de elementaire beginselen van ons beroep zou kunnen leren wanneer je bij mij in de buurt bleef? Ik denk dat we nu beter kunnen opstappen. De Humber kunnen we overlaten aan de politie van Maidstone.'

Een patrouillewagen blokkeerde de Humber toen Thrudd de hoofdweg op draaide.
Twee geüniformeerde agenten stonden ieder aan een kant van de wagen. 'Sorry, meneer, maar dit is geen openbaar parkeerterrein. Ik ben bang dat u hier niet kunt blijven staan zonder een maaltijd tot u te nemen, of iets te drinken.' De man achter het stuur van de Humber slaakte een zucht van verlichting. 'Mijn vriend is binnen een paar borrels achterover aan het slaan. Ik drink nooit als ik moet rijden,' voegde hij daar braaf aan toe.
'Heel verstandig, meneer.' De politieman bleef neutraal kijken en stak een hand uit. 'Mag ik uw rijbewijs en verzekeringspapieren even zien? Een routinekwestie,' voegde hij eraan toe toen de man wilde gaan protesteren. Even leek de chauffeur dat te willen weigeren, toen keek hij langs de politieman heen, lachte even en stopte een hand in zijn borstzak. 'Ik ben u graag van dienst.' Er klonk een soort plof en de politieman viel op de grond. Zijn collega slaakte een kreet en draaide zich bliksemsnel om, maar de man die aan de bar had gezeten, was al over het dak van de auto gevlogen, had het voordeel van de verrassing, bracht zijn tegenstander uit zijn evenwicht en sloeg hem tegen de grond. De chauffeur, die naar de andere kant van de voorbank was geschoven, liet zich boven op de politieman vallen en hield hem op de grond. De man die aan de bar had gezeten, liet zijn karwats hard neerkomen op de schedel van de agent, die daarna onbeweeglijk bleef liggen. De hele episode had nog geen minuut in beslag genomen en was door niemand waargenomen, omdat de Humber aan de voorzijde door de patrouillewagen aan het oog werd onttrokken en aan weerszijden door andere geparkeerde auto's. De twee mannen verspilden verder geen tijd of woorden. Het was duidelijk, of waarschijnlijk, dat het kenteken van hun auto bij de politie bekend was. Zonder iets te zeggen verwisselden ze hun colbertjes voor de uniformjassen van de politiemannen, pakten hun petten, stopten de bewusteloze agenten in de kofferbak van de Humber, smeten hun colbertjes in de achterbak van de patrouillewagen, zagen dat het sleuteltje nog in het contactslot zat, draaiden dat om, reden het parkeerterrein af en raceten in de richting van de hoofdweg, achter miss Seeton aan en de sterke mogelijkheid dat zij nog steeds in het bezit van het wapen was, omdat de man met het pistool haar iets uit het gras bij de paddock had zien oprapen, wat ze in haar tas had gestopt nadat Vingers op de vlucht was geslagen.

Miss Seeton begon zich moe te voelen. Ze was bang dat ze de reden waarom meneer Foxon zich bij hen had gevoegd, niet geheel kon accepteren. Het kon waar zijn dat hij blij was een lift naar Plummergen te krijgen omdat hij daar iets moest regelen en van daaruit makkelijk een lift kon krijgen naar Ashford, maar de manier waarop hij die vindingrijke verklaring had gegeven eerder dan de verklaring zelf, riekte naar haar idee sterk naar de vele excuses die de kinderen destijds op school hadden aangevoerd. Het waren echter haar zaken niet en het was prettig hem weer eens te zien. Ze had het weinig makkelijke weekend in Kenharding Abbey nu achter zich en al spoedig zou ze alle ellende uit haar gedachten kunnen zetten. Veel mensen zijn geneigd bepaalde gebeurtenissen in hun leven te vergeten of anders te interpreteren wanneer die niet passen bij het beeld dat zij van zichzelf hebben en miss Seeton was in dat opzicht een ware expert. De rel op het parkeerterrein kreeg in haar gedachten al iets van een studentendemonstratie. Protesteren hoorde bij de jeugd, mijmerde ze. Als ze het zich goed herinnerde, was het woord 'universiteit' in het Europa van de dertiende en veertiende eeuw voortgekomen uit het feit dat studenten een soort gilde waren gaan vormen om hun rechten te beschermen en, soms met gebruik van geweld, te protesteren tegen slechte omstandigheden. Ze knikte, omdat ze het eens was met haar gedachten. Het duurde vele jaren voordat je het leven kon accepteren, de voordelen van rust kon waarderen, en hoewel het leven voor jonge mensen slaapverwekkend kon lijken... Slaapverwekkend... Dat was het geluid van de motor ook... Miss Seeton doezelde knikkebollend weg.

Thrudd keek regelmatig in zijn achteruitkijkspiegel. Geen teken te bekennen van de patrouillewagen die hun als begeleiding was beloofd. Misschien hadden de agenten van de patrouillewagen die de Humber klem had gereden toen zij waren vertrokken, alles al definitief afgehandeld en meende men dat zij niets meer te duchten hadden. Nu hij het vaandel had overgedragen aan de politie, besefte hij pas hoe inspannend de rit vanaf Guildford was geweest zodra hij achterdocht was gaan koesteren jegens de zwarte wagen die aldoor bij hen in de buurt leek te blijven, tweemaal naast hen had willen gaan rijden maar daar alleen van was weerhouden door tegemoetkomend verkeer. Wanneer er geen tegenliggers aankwamen, was hij vlak bij de middenberm blijven rijden en had zo nodig slingerende bewegingen gemaakt, om elke poging om hen te passeren, te voorkomen. Ja, nu was hij wel bereid toe te geven dat dat best inspannend was geweest. Te midden van de auto's die achter hem reden, ving hij een glimp op van blauw en wit. Die wagen kwam snel dichter bij hen in de buurt en toen zag hij bovenop het woord politie. Thrudd slaakte een zucht van verlichting. Foxon maakte zich zorgen. De inspecteur had hem in vliegende haast naar die pub in Wrotham gestuurd, met de mededeling dat hij zich bij het gezelschap van miss Seeton moest voegen, net moest doen of hij een oude vriend van haar was en ervoor moest zorgen dat ze veilig thuiskwam. Oké. Maar die ouwe Brinton had niet verteld waarom. Verder had ze geen paraplu bij zich en dat baarde hem nog de meeste zorgen. Miss Seeton zonder paraplu leek... Het was niet goed. Hij had £aar gevraagd of ze hem was vergeten bij het verlaten van de pub, maar juffrouw Forby had gezegd dat ze die naar een paard had gesmeten. Een grapje, natuurlijk, maar... Tja, miss Seeton deed soms wel eens rare dingen. Soms dacht je dat ze helemaal gek was, tot het allemaal achter de rug was en het stof was gaan liggen en je merkte dat ze er al die tijd met haar neus bovenop had gezeten. Hij keek liefdevol naar de slapende gestalte naast hem. Ze dacht kennelijk dat alles onder controle was, want anders zou ze niet een dutje zijn gaan doen. Ah. Een blauwwitte auto kwam snel achter hen aan. Zwaailicht op het dak. Politie. Goed. Maidstone verstond zijn vak. Foxon ontspande zich. De blauwwitte Panda kwam naast hen rijden en de geüniformeerde man naast de chauffeur wees op een parkeerplaats zo'n honderd meter verderop. De Panda ging voor hen uit rijden, zette zijn richtingaanwijzer uit naar links en draaide de parkeerplaats op. Gehoorzaam minderde Thrudd vaart, zette eveneens zijn richtingaanwijzer uit en wilde de Panda volgen. Foxon boog zich naar voren. 'Niet achter hen aan gaan. Gas geven. Rijden zo hard je kunt.' Instinctief sprak hij zacht, maar indringend, omdat miss Seeton sliep.
'Oké.' Thrudd draaide de hoofdweg weer op en trapte het gaspedaal ver in. 'Waarom?' vroeg hij toen. 'Omdat het geen politiemensen zijn.' De stem van Foxon drukte ongeloof uit. 'De man die ons het teken gaf, is de vent die in de pub bij de bar zat.'
'O,' zei Thrudd berustend. 'In dat geval hebben we geen schijn van kans. Dit arme karretje kan misschien zo'n honderd kilometer per uur halen wanneer we de heuvel af gaan en de wind mee hebben, maar of het dat zal overleven is een andere vraag.'
Mel, die naast Thrudd zat, keek om en zag dat miss Seeton sliep. Ook zij sprak zacht. 'Ze zitten achter ons aan. Maar...' Opeens werd haar stem opgewonden. 'We hebben wel een kans. Twee kansen zelfs. Onze achtervolger heeft op zijn beurt twee achtervolgers.'
Foxon draaide zich om. De Panda, die snel de parkeerplaats uit was geschoten, was nog zo'n twintig meter van hen vandaan, maar daarachter raceten flitsende blauwe lichten over de vluchtstrook. Op die ouwe Brinton kon je bouwen. Maidstone was te hulp gekomen. De inspecteur moest zijn mensen goede instructies hebben gegeven. Foxon kon de auto's nu duidelijk zien. Een paar zwarte Wolseley's. Dat betekende waarschijnlijk acht politiemensen. Foxon ontspande zich en maakte aanstalten om van de race te genieten, dankbaar voor het feit dat er maar weinig verkeer op de weg was en dat ze geen sirenes aan hadden, want miss Seeton sliep. De mannen in de Panda, die nu voorop reden en probeerden Thrudd de linker berm in te duwen, moesten op dat moment hun achtervolgers hebben gezien, want de wagen schoot opeens weg. Foxon grinnikte in zichzelf. De Wolseley's zouden de Panda zo hebben ingehaald. Thrudd bleef op de middenbaan rijden. Even later passeerden de Wolseley's hem links en rechts. De inzittenden gaven bemoedigend het V-teken. Een oudere heer die, met zijn hoofd kaarsrecht en de hoed daarbovenop al even recht, zestig kilometer per uur reed op de inhaalbaan, werd woedend toen de ene politiewagen na de andere waarschuwend toeterde en hem vervolgens aan de verkeerde kant passeerde. Daarna schrok hij zo hevig dat hij de macht over het stuur verloor, de berm in schoot en tot stilstand kwam tegen de vangrail. Daardoor was de weg vrij en konden Mel, Thrudd en Foxon de achtervolging vanuit de verte moeiteloos volgen.
De Panda zwaaide van links naar rechts over de weg, om te voorkomen dat hij zou worden ingehaald, maar de twee politiewagens achter hem waaierden uit en wachtten op het gunstige moment om een tangbeweging uit te voeren. Eerst reed de ene wagen iets verder naar voren, tot hij net voor de Panda was. De andere wagen volgde zijn voorbeeld. Toen stuurden de chauffeurs elkaars kant op. De chauffeur van de Panda, die besefte dat als hij zou remmen zijn tegenstanders hetzelfde zouden doen, nam de enige maatregel die hem nog restte. Hij trapte op het gaspedaal in een poging te ontsnappen aan de zich sluitende kaken. Maar de politiemensen behielden hun oorspronkelijke positie en reden nog dichter naar elkaar toe. De Panda raakte de voorbumpers van de beide Wolseley's, waardoor de drie wagens met veel gekrijs van scheurend metaal tot stilstand kwamen. Andere voertuigen wilden stoppen om van het spektakel te genieten, maar zij kregen een teken dat ze door moesten rijden. Toen Thrudd met een matig gangetje naderde, werd ook hem door een grijnzende agent te kennen gegeven dat hij moest doorrijden. De twee verslaggevers en Foxon zwaaiden en staken hun duim op, maar begonnen niet te juichen, omdat miss Seeton sliep.

'Ze heeft drie wagens de vernieling in geholpen. Maidstone is woedend.' Brinton hield de hoorn van de telefoon steviger vast, om die woorden kracht bij te zetten. 'Orakel, kun je haar niet in de hand houden? De Yard haalt haar naar Londen en daar raakt ze betrokken bij een vechtpartij. Jij stuurt haar naar Kempton, waar ze aan een oorlog begint. Ik vind dat allemaal prima, maar kun je haar niet bij ons uit de buurt houden tot er een einde is gekomen aan die ellendige oorlog?'
'Nauwelijks.' Delphick keek met nietsziende ogen om zich heen in zijn kantoor op Scotland Yard en kon zich voorstellen dat zijn oude vriend in Ashford purper zag van woede nu de kans bestond dat miss Seeton weer binnen zijn district zou gaan opereren. 'Ze woont in Plummergen en ik kan haar toch niet verbieden om naar huis te gaan,' zei hij zacht. 'Stuur er dan in godsnaam iemand heen om haar in de gaten te houden,' zei Brinton dringend. 'Je weet dat die capriolen van haar onze klasse verre te boven gaan. Ze is in staat alle agenten te vloeren en alle wagens de weg af te rijden. Daar zijn wij niet tegen opgewassen. Hoe zit het met die jonge, reusachtig grote brigadier van jou? Die hoort half bij dat dorp, sinds hij met de dochter van de dokter is getrouwd.'
'Is een mogelijkheid,' zei Delphick, wiens mond ironisch glimlachte. 'Het kan zijn dat ik hier al officieel bij betrokken ben. Een casino dat De Goudvis heet en waar alle ellende is begonnen, is vannacht afgebrand, of beter gezegd vanmorgen vroeg. Ze hebben de resten van het ontstekingsmechanisme van een bom gevonden, plus de resten van de eigenaar, waardoor de afdeling Moordzaken erbij is gehaald. Volgens de secretaresse van de eigenaar maakte die man zich zorgen en had hij verklaard die nacht in het casino te zullen blijven om een oogje in het zeil te houden. Ik denk niet dat het hun bedoeling was hem te doden. De kans bestaat dat ze niet eens wisten dat hij er was. Toch blijft het moord.'
'Hmmm.' Brinton was ontnuchterd. 'Een waarschuwing om in de pas te blijven lopen, die uit de hand is gelopen.' Hij werd weer verontwaardigd. 'En jij hebt het lef gehad die vriendin van je daarheen te sturen!'
'Dat heb ik niet gedaan, maar de afdeling Fraude,' corrigeerde Delphick hem.
'Jij bent anders wel degene geweest die haar heeft teruggebracht. Ik heb van Potter, wiens vrouw alles weet, gehoord dat jullie daar midden in de nacht zijn gearriveerd, ten aanschouwe van het hele dorp, stomdronken en zij uitgedost als een hoer. Net zoiets als een duif neerzetten te midden van een troep katten. Ik heb me laten vertellen dat twee poezen al bezig zijn met het opstellen van een petitie om haar te dwingen het dorp te verlaten.'

'Ze moet weg,' zei juffrouw Erica Nuttel. 'Ik ben bang dat Erica daarin volkomen gelijk heeft,' zei mevrouw Norah Blaine, die door haar vriendin Bolletje werd genoemd. 'Ik probeer altijd het beste van andere mensen te denken en ben bereid veel door de vingers te zien, maar...'
'Het is duidelijk dat ze weg moet,' hield juffrouw Nuttel vol. De twéé dames hadden in Plummergen de weinig liefdevolle bijnaam De Nuttelozen gekregen en het belangrijkste doel in hun leven, handig wanneer de krantenjongens staakten, was het verspreiden van plaatselijk nieuws, voor welk doel het huis dat ze samen in het centrum van het dorp bewoonden, ideaal gesitueerd was. Van achter het raam van hun zitkamer konden ze bijna alles wat door de dorpsbewoners werd gedaan, opmerken, van opmerkingen voorzien en verkeerd interpreteren. Ze hadden groene vingers wanneer het ging om het zaaien van tweedracht en onbegrip in een vruchtbare bodem. Ze waren nu op bezoek in Rhytham Hall, het huis van sir George en lady Colveden, om aan hun roeping gehoor te geven. Het feit dat het net theetijd was, was natuurlijk een plezierige bijkomstigheid. Nee, het was echt niet hun bedoeling geweest... Ze wilden niet lastig zijn... Tja, als er al thee was, zouden ze tegen een kopje geen nee zeggen. Met tegenzin had lady Colveden om extra koppen gevraagd en cake aangeboden. De ware reden waarom de beide dames rond theetijd op bezoek waren gegaan, was dat ze er zeker van wilden zijn sir George aan te treffen.
'Waarom?' vroeg sir George.
Mevrouw Blaine zette haar gebakschoteltje neer en boog zich naar voren, om haar woorden meer gewicht te geven. 'Nu, in uw positie als...'
'Vrederechter,' mompelde juffrouw Nuttel. 'Zult u wel weten met wie u dit moet bespreken en u zou...'
'Uw invloed kunnen gebruiken,' vulde haar vriendin aan. 'Onzin,' zei sir George.
Lady Colveden kwam snel tussenbeide. 'George bedoelt te zeggen dat we het geheel niet met u eens zijn. Wij vinden miss Seeton aardig. Wij vinden haar een aanwinst voor het dorp.'
'Ze zou overal een aanwinst zijn,' vulde haar zoon Nigel aan. 'In elk geval is er niets dat wij kunnen doen,' ging zijn moeder verder. 'Het idee van een petitie is belachelijk. Je kunt mensen niet bevelen te vertrekken en ergens anders te gaan wonen omdat je het toevallig niet eens bent met hun manier van doen. Als je dat wel kon doen, zouden we met z'n allen aan een soort stoelendans moeten beginnen.' Dit was idioot. George en Nigel zaten beiden zonder enige twijfel op een ruzie te azen. Op de een of andere manier moest ze een regelrechte oorlog zien te voorkomen. De mannen kon het niets schelen, maar zij vergaten dat het, wanneer je in een klein dorp woonde en zitting had in allerlei commissies en zo, problematisch was met een vervelende situatie te worden geconfronteerd. Tact en vastberadenheid moesten het antwoord zijn. 'Het is allemaal onzin.' Vastberadenheid. 'Ik ben er zeker van dat alles berust op een misverstand.' Tact. 'Een gebrek aan begrip,' corrigeerde Nigel haar. Het zou een tactvolle opmerking zijn geweest wanneer Nigel zich er niet mee had bemoeid. Lady Colveden probeerde het nogmaals. 'Wat heeft miss Seeton in vredesnaam gedaan om u beiden zo van streek te maken?'
'Gedaan?' riep Norah Blaine uit. 'U was er zelf bij. U hebt haar gezien. Zo laat thuiskomen, waar iedereen bij was, en uitgedost als een... als een...'
'Tippelaarster,' vulde juffrouw Nuttel aan. 'En dan al die mannen.' Mevrouw Blaine verkruimelde geagiteerd een plakje cake. 'Allemaal dronken. En al dat... al dat...'
'Geld,' vulde juffrouw Nuttel aan.
'Natuurlijk hebben we er niets mee te maken...'
'Klopt.'
'Inderdaad,' zeiden vader en zoon.
'Maar toch hebben we het gevoel...'
'Het sterke gevoel...' voegde haar vriendin eraan toe.
'Dat we het een halt moeten toeroepen.'
'Wat?' informeerde Nigel. 'De mannen, de drank of het geld?'
'Nigel, wil jij nog een keteltje water opzetten?' vroeg lady Colveden/Ze slaakte een zucht van verlichting toen haar zoon de kamer uit liep. Een van hen was even uitgeschakeld. 'Het gaat niet om onszelf,' verklaarde mevrouw Blaine stellig. 'Erica en ik kunnen prima voor onszelf zorgen. Het gaat...'
'Om het dorp,' vulde juffrouw Nuttel aan. 'Ja, het gaat om het effect dat ze op het dorp heeft. Die vrouw heeft sinds haar komst hier niets anders gedaan dan problemen veroorzaken.' Mevrouw Blaine ging nu in galop. 'Het is te erg. We hebben verdovende middelen gehad, en moord, en roofovervallen en hekserij en de kranten en moord en een reis naar het buitenland - heel ongepast op haar leeftijd - en moord en de televisie en ze hebben nooit het gesprek uitgezonden dat ze met mij hebben gehad en...'
'Prostitutie,' vulde juffrouw Nuttel aan. 'Dat bedoel ik. Het is allemaal te afschuwelijk voor woorden en daarom hebben we deze petitie opgesteld.' Ze stak het papier sir George toe. 'Als u die wilt ondertekenen...'
'Ik?' Sir George ging staan en nam het papier van haar over, waarna hij de vijf al geplaatste handtekeningen bekeek. 'Norah Lindly?' riep hij uit. 'Nooit van gehoord. Wie is dat?'
'Het is mijn meisjesnaam,' bekende mevrouw Blaine. 'U kunt een petitie niet tweemaal ondertekenen,' zei hij woedend.
'Waarom niet?' vroeg mevrouw Blaine op hoge toon. 'Als je er, zoals ik, zulke duidelijke ideeën op nahoudt en...' Juffrouw Nuttel kwam haar vriendin te hulp. 'Ik denk er net zo over.'
De gezette gestalte van sir George leek nu alarmerende proporties aan te nemen; de punten van zijn militaire snor veranderden in stalen naalden die op de binnendringers werden gericht. Net toen hij zijn eigen standpunt zonneklaar wilde maken, zag hij de smekende blik in de ogen van zijn echtgenote. Hij haalde diep adem. Hoe eerder hij deze kamer uit ging, hoe beter. Meg had er goed aangedaan de jongen naar de keuken te sturen. Alles recht strijken. Het was niet verstandig kwaad te worden. Gelukkig had hij zich behoorlijk weten in te houden. Maar als die twee kenaus nog even doorgingen, zou hij uit zijn vel springen. Dus kon hij nu maar beter retireren, omwille van Meg. Hij smeet de gehate petitie eerder terug dan die terug te geven en marcheerde naar de deur. Voordat hij die had bereikt, ging hij open en kwam Nigel binnen, met de ketel in zijn hand. Vader en zoon keken elkaar aan en de goede voornemens van sir George waren spoorslags verdwenen. Hij draaide zich om naar de bezoeksters.
'U hebt me herinnerd aan het feit dat ik vrederechter ben. In die hoedanigheid zal ik u de volgende waarschuwing geven. Als u vrienden van ons nog eens gaat belasteren, zult u beiden terechtkomen in...'
'Heet water?' suggereerde Nigel en hield de ketel omhoog. Niemand kon zeggen dat ze het niet had geprobeerd. Maar de parodie die haar zoon op juffrouw Nuttel ten beste gaf, werd haar te machtig. Lady Colveden schoot in de lach.