21
Het einde van de leiders
Op 1 oktober 1943 eindigt de Colonne Henneicke haar werkzaamheden. De reden ligt voor de hand: het werk zit er grotendeels op. De aantallen ondergedoken joden die nog worden aangetroffen worden steeds lager, en de infrastructuur van de deportaties wordt afgebroken. De Joodse Schouwburg wordt gesloten, de crèche aan de overkant gaat dicht, de Joodse Raad wordt opgeheven, en de kopstukken ervan worden eind september naar Westerbork afgevoerd. Toch lijkt het er sterk op dat er nóg een reden is dat Willi Lages opdracht geeft de Colonne Henneicke te ontbinden: fraude. ‘De colonne Henneicke werd door de chef van de sd Lages ontbonden in verband met verschillende voorgekomen malversaties,’ zo verklaart Abraham Kaper in een getuigenis tegen de rechercheurs Prasing en Verduin.1 Kaper is de wachtcommandant van de jodenjagers bij de politie, de grootste concurrent van de Colonne Henneicke, en hij zit dus dicht genoeg bij het vuur om het te weten. Trouwens, er is ook een passage in een brief van advocaat-fiscaal Gelinck die in deze richting wijst. Hij schrijft in zijn terugblik op de vervolging van de Colonne Henneicke dat de zaak Klingeberg voor Lages een van de redenen was om de stekker er uit te trekken.2 Klingeberg werd in september gearresteerd omdat hij niet van zijn vrouwelijke slachtoffers kon afblijven, en dat kan heel goed voor Lages de druppel zijn geweest die de emmer van zijn geduld met die ongedisciplineerde Hollandse jodenjagers deed overlopen.
Hoe dan ook, de Colonne houdt op te bestaan. Achttien leden van de harde kern worden ontslagen. In een melding van de Zentralstelle aan het Gewestelijk Arbeidsbureau staan de volgende namen: Hopman, Lam, Rademakers, Van de Wert, Harm Jan van den Heuvel, Van den Borch, De Hout, Kroon, Elmink, Hintink, Hoogers, Cool, Mijnsma, Den Ouden, Rooskens, Schipper, Rudolf en Sweeger.3 De top mag blijven: Henneicke zelf – die op de loonlijst van Lippmann, Rosenthal & Co blijft staan, en een soort vrije opdracht krijgt – en Briedé en Moerberg. Willem Briedé gaat na de inkrimping de bontafdeling leiden, de enige onderafdeling van Hausraterfassung die als onderdeel van de Sicherheitsdienst blijft bestaan. Hij houdt een handjevol getrouwen om zich heen. Moerberg blijft in de buurt, Van Amersfoort, Casteels, de musicus Eggink en de Rijks-Duitser Berten. En verder nog enige oude bekenden van Hausraterfassung. Over die bontafdeling is niet meer bekend dan dat de werknemers jacht maakten op verstopt bont, afkomstig uit joods bezit. In Briedé’s dossier zit een rechercherapport dat luidt: ‘Deze dienst werd in het leven geroepen toen het grootste gedeelte van het joods onroerende vermogen was weggevoerd. Briedé had de leiding van deze dienst en werkte met circa tien mensen, bezocht bontveilingen en bontzaken. Betrekkelijk willekeurig namen zij veel bont in beslag toen de Duitsers dat nodig hadden voor het Oostfront.’4 Als deze bontjagers joden tegenkomen, mogen ze die niet meer arresteren. Ze moeten dan de politie inschakelen, of liever: de Sicherheitspolizei, waar het voormalige Bureau Joodse Zaken bij is ondergebracht. Dat zal des te vaker voorkomen, omdat bij dat bureau een aantal voormalige maatjes van de Colonne Henneicke komen te werken. Aanvankelijk zijn dat er drie: Henk van der Kraal, die terugkeert in zijn oude beroep (hij was ooit agent in Zaandam geweest), Joop den Ouden en Henk Saaldijk. Later komt ook Eddy Moerberg onder dak bij dit politieonderdeel. In feite zetten deze mannen hun werk voort, onder een vergelijkbaar premiestelsel als ze gewend waren.
Dan kreeg een aantal Colonneleden ook nog een andere mogelijkheid aangeboden: ze werden benaderd door Kaper om op provisiebasis voor de jodenjagers van de politie te komen werken. Tonny Kroon was een van degenen die zo’n aanbieding kregen, vertelde hij aan de rechercheurs die hem verhoorden: ‘Toen in oktober het personeel werd ontslagen, wegens inkrimping der werkzaamheden, is mij aangeboden, ik meen door Kaper, om met nog zes anderen te blijven om eventuele adressen van ondergedoken joden aan hem te verstrekken. Ik heb daarvoor bedankt.’5 Vermoedelijk hebben ze allemaal geweigerd: de achteruitgang in inkomsten zou te ingrijpend zijn.
Waar gingen ze dan naar toe? Van de meeste Colonneleden is dat wel bekend. Het ligt voor de hand dat het merendeel in organisaties terechtkwam die tijdens de laatste anderhalf jaar van de oorlog aan Duitse kant stonden. Een kwart zette zijn carrière voort bij de Landstorm of de Landwacht – sommigen van hen volgden daarvoor eerst een opleiding op het beruchte instituut in Schalkhaar, waar de Duitsers de nieuwe politieagenten kneedden. Liefst 26% kwam terecht bij kaderafdelingen van de nsb, bij het Arbeidsfront en vergelijkbare organisaties die de bezetter bijstonden. En elf procent ging na de opheffing van de Colonne Henneicke in Duitsland werken. Na Dolle Dinsdag, toen talloze nsb’ers uit angst voor vergelding over de oostgrens vluchtten, kwamen er daar nog heel wat bij. Ten slotte kwamen twee Colonneleden ziek thuis te zitten, drie zuchtten er om uiteenlopende redenen in Duitse gevangenissen en drie anderen hadden een ‘gewone’ baan in het Nederlandse bedrijfsleven kunnen vinden.
Wat er van de bontafdeling en de jodenjagers nog overbleef, vertrok rond Dolle Dinsdag naar het oosten van het land. Briedé kwam met zijn mannen nog enige tijd bij de Sicherheitsdienst in Velp te zitten, maar daar viel de club snel uit elkaar, ieder zocht een goed heenkomen, vooral in Duitsland. Op de dag na Dolle Dinsdag werden twee voormalige Colonneleden in de privé-sfeer zwaar getroffen. Een trein met nationaal-socialistische vluchtelingen werd bij Diemen gebombardeerd. Onder de inzittenden bevonden zich de echtgenoten van Jan Casteels en Gerrit Mijnsma. Beiden, Jansje Waanders en Geertrui Jernberg, vonden in die trein de dood. Mijnsma verloor er ook zijn veertienjarige dochter Gerda, ook zij was bij het bombardement op slag dood.
Na 5 september 1944 is er van Willem Hendrik Benjamin Briedé niets meer vernomen. Met zijn Duitse vrouw Maria Johann, en zijn dan negenjarig dochtertje, is hij vanuit Velp naar Duitsland gereisd, vermoedelijk ergens in november, want op 11 november 1944 is hij officieel uit dienst getreden van de Sicherheitsdienst. Vanaf 5 september, Dolle Dinsdag, was Briedé al vertrokken uit de Zacharias Jansestraat in Amsterdam-Oost. De bovenburen hebben vanaf dat moment, zo lezen we in een klikbriefje, de huur betaald in zijn naam. ‘Die mensen spelen er nu mooi weer van. Er was een zeer kostbare inboedel aanwezig. En nu wordt er niets meer gedaan. Dat klopt toch niet,’ zo klaagt een anonieme jaloerse buurtbewoner.6 Het zal Briedé vermoedelijk een zorg geweest zijn. Hij heeft geen sporen achtergelaten en heeft zich in Duitsland gevestigd. Hij wordt in 1949 bij verstek berecht, de zaak dient op 29 april.7 Mr. Marinus Gelinck is ook nu weer de aanklager. Als getuigen zijn opgeroepen Isaac Rubens, die door Briedé is bedreigd en gearresteerd, maar die kon ontkomen door omkoping; mevrouw Dirkje Kamperman-De Vries uit de Utrechtse Schipbeekstraat, de onderduikmoeder van onder anderen Flipje Plas, haar dochter Maria Susanna en dominee Hugenholtz uit Ammerstol, bij wie onderduikers waren weggehaald door het duo Henneicke-Briedé. Moeder Kamperman kan wegens hartklachten niet komen, schrijft haar man. Hugenholtz zit in Genève en is er dus ook niet. Omdat de verdachte zelf ook nergens te vinden is, wordt de dagvaarding buiten aan de muur van het gerechtsgebouw geplakt, op de Herengracht 466, hoek Nieuwe Spiegelstraat. In de rechtszaak wordt nog een financiële kwestie behandeld die over meer dan honderdduizend gulden gaat – door Briedé bij een notaris in beslag genomen effecten uit joods bezit. Het blijft onduidelijk of Briedé ze heeft ingeleverd bij de Sicherheitsdienst of ten eigen bate heeft aangewend. De kwade geur van verduistering blijft er een beetje omheen hangen. Te bewijzen valt er weinig, het is niet meer na te gaan of Briedé genoeg bij elkaar geroofd heeft om in Duitsland onbezorgd te rentenieren.
De uitspraak tegen Briedé, van 13 mei 1949, acht al het ten laste gelegde bewezen, met als toevoeging dat Briedé op intensieve wijze medewerking heeft verleend aan de uitvoering van misdadige maatregelen tot deportering en uitroeiing van joden en ‘zich zelfs niet heeft ontzien persoonlijk meermalen jeugdige joodse kinderen aan hun bitterste vijand over te leveren’.8
Het Hof besluit dan ook tot doodstraf. Het vonnis heeft Briedé nooit bereikt. We weten niet meer dan dat hij ruim zeventien jaar in volledige vrijheid op zijn loopbaan als jodenjager heeft kunnen terugzien. De man die zoveel onderduikers heeft opgespoord, is zelf onvindbaar gebleven. Hij woonde het laatst in Lintorf, een dorpje dat tot de gemeente Ratingen behoort, en dat vlakbij Essen ligt, in het Ruhrgebied. Zijn adres was Am Speckamp 5. Een ruim, inmiddels wat vervallen rijtjeshuis, met bloembakken voor de ramen, in een zijstraat van de doorgaande weg. Hij is er op nieuwjaarsdag 1962 gestorven, om half zeven ’s avonds, 58 jaar oud, geheel onbekend gebleven. Het is eigenlijk een raadsel: Willem Briedé, die leiding gaf aan de jacht op duizenden onschuldige mensen, is de dans van de geschiedenis ontsprongen.
Dat is zijn partner in crime Wim Henneicke niet gelukt. Hij is in Amsterdam gebleven en heeft daar eind 1943, tot september 1944, een tamelijk onopvallend bestaan geleid. Er is weinig over hem bekend uit die tijd. Het kantoor aan de Noorder Amstellaan heeft hij verlaten, daar was sinds half oktober Colonnelid Frans Takkert ingetrokken. Het gebouw aan het Adama van Scheltemaplein liep ook langzamerhand leeg. Het archief was er nog gevestigd en de eetzaal voor de mannen van de sd, die aan de overkant in de school aan de Euterpestraat werkten. Van het gebouw is nu niets meer over want op 26 november 1944 werd het getroffen door een bombardement van 24 Typhoons, opgestegen vanuit Deurne in het al bevrijde Brabant.9 Het had een precisiebombardement moeten worden dat de Sicherheitsdienst, de plaag van het Nederlandse verzet, een dodelijke klap had moeten toedienen. Maar het werd vooral een mislukking. Er zijn volgens officieuze cijfers slechts vier sd’ers gedood, de bommen vielen toen de meeste medewerkers de eetzaal juist verlaten hadden. De twee gebouwen werden verwoest en onbruikbaar, de sd nam zijn intrek in een hotel. De bombardementen hadden rampzalige gevolgen voor de omgeving: er werden, tegen de instructies in, zoveel woonhuizen geraakt dat er naar schatting vijftig burgers zijn gedood en tientallen gewond.
Op dat moment had Wim Henneicke zijn werkterrein al verlegd. Vanaf Dolle Dinsdag begint hij aan zijn toekomst te werken. Op de avond van die dag meldt Henneicke zich bij dr. A.N.J. den Hollander uit de Watteaustraat in de hoofdstad.10 Henneicke kent deze man omdat hij er ooit een huiszoeking heeft gedaan, en hij weet dat hij banden met de illegaliteit heeft. De voormalige chef van de jodenjagers meldt dat hij overloopt naar de andere kant. En hij toont zijn goede wil door Den Hollander een groot aantal inlichtingen te verstrekken over de organisatie van de Sicherheitsdienst en van haar tipgevers. Den Hollander heeft er later een verslag van gemaakt. Daaruit blijkt dat Henneicke zijn eigen vaste medewerkers aan de illegaliteit heeft verraden: Joop den Ouden bijvoorbeeld, en Dries Riphagen – de twee onderwereldfiguren uit zijn eigen netwerk. Maar ook zijn eigen maatje Briedé geeft hij aan, evenals zijn voormalige buurman Van Eiken en zijn collega Colonneleider Docter. Hij noemt ook nog de namen van mensen die in de illegaliteit zijn geïnfiltreerd en verzetslieden hebben verraden.
Het heeft er alle schijn van dat Henneickes mededelingen in sommige verzetskringen, met name in de lo (Landelijke Organisatie) zeer op prijs werden gesteld: hij is daar als een nuttige bron beschouwd. Maar het is ook zeker waar dat andere illegalen het onbegrijpelijk vonden dat er contacten bestonden met uitgerekend een man als Henneicke. Het zogeheten recherchebureau van de kp (Knokploegen) had informatie over Henneicke en zag hem als een infiltrant die de verzetsbeweging wilde oprollen.11
Het ziet er sterk naar uit dat Wim Henneicke een dubbel spel speelde. Met het oog op de onzekere toekomst knoopte hij banden aan met de illegaliteit, waarvan hij na de oorlog veel plezier zou kunnen hebben. Aan de andere kant kon hij op deze manier infiltreren in de illegaliteit en daarmee – als de bevrijding van Noord-Nederland zou uitblijven – de Duitse Sicherheitsdienst tot nut zijn. Maar op 8 december 1944 bleek dat hij met deze actie zijn hand had overspeeld. Hij ging, zoals elke ochtend, tegen negen uur de deur uit van zijn benedenhuis aan de Linnaeusparkweg 79. Op de fiets reed hij de straat uit, richting Hogeweg. Vijftig meter na de kruising stapte er een onbekend gebleven man uit het portiek van nummer 25. Hij had zich daar schuil kunnen houden in een smalle nis. Van dichtbij schoot hij Henneicke neer. Twee schoten door het hoofd, één door de rechterarm, één door het linkerbeen, en één door het rechterbeen naar de buik, telde lijkschouwer dr. L. Snoek later, nadat Henneicke naar het Binnengasthuis was vervoerd.12 Mevrouw Van Zoest, die om de hoek in de Hogeweg woont, en er toen ook al woonde, herinnert zich de schoten te hebben gehoord, maar ze waagde zich niet buiten.13 Later hoorde ze dat het slachtoffer ‘die man met dat zwarte jack’ was, die ze geregeld door de straat had zien fietsen. De buurt werd onmiddellijk afgezet, ieder huis werd doorzocht maar de dader is nooit gevonden. Uit het gedenkboek van het gewapend verzet, Het Grote Gebod, valt af te leiden dat de schutter deel moet hebben uitgemaakt van de Amsterdamse kp, die de liquidatie achteraf ‘gerechtvaardigd en noodzakelijk’ noemde.14
Na de oorlog krijgt de Amsterdamse justitie een briefje van iemand die wil weten door wie Henneicke is doodgeschoten. ‘Was in dienst der sd sinds juli 1942. Is hoogstwaarschijnlijk tijdens de laatste maanden van zijn leven in contact gekomen met de illegale beweging. Kan mij niet indenken dat deze beweging met dergelijke personen toen nog in zee ging.’15 De afzender is een zekere B. Rust uit Amsterdam. En die heeft nog een schokkende mededeling voor Justitie: de weduwe van Henneicke krijgt per week vijftig gulden steun van de illegale beweging... Henneicke wordt door sommigen dus kennelijk als een verzetsman gezien, wiens weduwe recht heeft op ondersteuning.
Binnen het parket wordt de zaak uitgezocht. De officier van justitie krijgt van de politie te horen dat de vraag wie de dader van de aanslag is geweest niet kan worden beantwoord. Binnen de illegaliteit heeft de politie te horen gekregen dat Henneicke wel degelijk nuttige informatie heeft opgeleverd. ‘Toch vindt men zijn dood geen verlies voor een beter Nederland, dat toch wel eens zal komen,’ voegt de politie eraan toe.16 En dan volgt de bevestiging: inderdaad ontvangt Maria Cornelia Henneicke-Trilling tweehonderd gulden in de maand van het voormalig verzet. Alsof ze de weduwe is van een held.
Wim Henneicke werd op 9 december begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Hij kwam eerste klas te liggen, in vak 79, rij 10. De steen is in 1983 weggehaald, maar zijn stoffelijke resten liggen er nog. Op zijn gebeente bloeit, in het voorjaar, de bloesem van een Japanse kers. Het is een van de mooiste bomen van het hele kerkhof.
Noten
n.b. ibidem * Gefingeerde achternaam
noten bij hoofdstuk 1
1 De meeste gegevens uit dit hoofdstuk zijn afkomstig uit het CABR-dossier van Willem Hendrik Benjamin Briedé, te vinden in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), inventarisnummer 64373, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49. Het CABR is tegenwoordig te raadplegen in het Nationaal Archief (NA) te Den Haag.
2 Gegevens over Willem Christiaan Heinrich Henneicke komen o.a. uit de dossiers over hem die in het CABR liggen, hoewel er tegen hem nooit een strafzaak is aangespannen, omdat hij al voor de bevrijding om het leven is gekomen, op 8 december 1944. Het inventarisnummer in het CABR is 107967; de oorspronkelijke nummers zijn PRA Amsterdam 25135 en PF Amsterdam 13460 G.
3 Zie: Bert Jan Flim: ‘Omdat hun hart sprak’, Geschiedenis van de georganiseerde hulp aan Joodse kinderen in Nederland, 1942-1945, Kampen, 1996. In dit voortreffelijke gedocumenteerde boek staat vanaf pag. 71 te lezen welke rol de Utrechtse Rivierenwijk speelde in de onderduik van joodse kinderen.
4 Zie verhoor mevr. Kamperman- De Vries. Ze is op 26 oktober 1948 verhoord door de rechercheur W. Prasing, degene die in de zaak van de Colonne Henneicke het best was ingevoerd. Hij kwam haar in Utrecht opzoeken en ging dezelfde dag nog naar Schipluiden waar hij mevrouw Kampermans dochter Suze verhoorde. De verslagen liggen in het CABR-dossier van Briedé (zie noot 1).
5 Maria Susanna Kamperman, echtgenote van L.J. de Bruijn, heeft hierover getuigd in de rechtszaak tegen Briedé, die, in afwezigheid van de voortvluchtige verdachte, op 29 april 1949 heeft gediend voor de Vijfde Kamer van het Bijzondere Gerechtshof in Amsterdam. Zie proces-verbaal van de zitting, in CABR-dossier Briedé.
6 Gesprek van de auteur met mevr. Suze De Bruijn-Kamperman, augustus 2002.
7 Overnamebriefje, afkomstig uit de administratie van de Colonne-Henneicke, toegevoegd aan verschillende CABR-dossiers van leden van deze Colonne, ook aan het CABR-dossier van Briedé.
8 In de administratie van de Colonne Henneicke zijn honderden ‘Berichte’ teruggevonden, die ten behoeve van de procesvoering zijn overgetypt (met paraaf ter verificatie) en bij de dossiers zijn gevoegd. Dit ‘Bericht’ is in het dossier van Briedé te vinden. De meeste originele ‘Berichte’ zijn terug te vinden in de archieven van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, NIOD, Documenten HSSpf 167/262 t/m 265.
9 Vaak werden door de rechercheurs van de Politieke Recherche Afdeling Amsterdam de gegevens van het Rode Kruis over het lot van weggevoerde joden met potlood vermeld op de ‘Berichte’ die op hen van toepassing waren. Zo ook in dit geval: daarbij stond de aanduiding NT voor Niet Teruggekeerd. Als er een datum van overlijden bekend was, dan werd deze hier ook genoteerd. De hier genoemde data zijn van die aantekeningen afkomstig.
10 Zie verklaring van mevrouw Kamperman-De Vries tegenover PRA Amsterdam en van haar dochter Maria Susanna tegenover PRA Amsterdam, en in de rechtszaak tegen Briedé op 29 april 1948. Proces-verbaal in CABR-dossier Briedé. Voor de manier waarop ontsnappen uit de crèche mogelijk was zie: Bert Jan Flim, ‘Omdat hun hart sprak’, etc. pag. 142-144.
11 Zie Bert Jan Flim, ‘Omdat hun hart sprak’, etc., pag. 150 en pag. 404. Flipje Plas was een van de zeer zeldzame onderduikertjes die onder de hoede van twee organisaties zijn geweest: eerst het Utrechts Kinder Comité en later de Trouwgroep.
12 Gegevens, in dank ontleend aan de database van Bert Jan Flim.
13 Gesprek van de auteur met Ph. Plas, juni 2002.
14 Zie vooral hoofdstuk 6 en hoofdstuk 21.
noten bij hoofdstuk 2
1 L. de Jong, ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’, deel 4, eerste helft, pagina 14. Als motief kregen de betrokkenen van de directie ‘bedrijfsbeleid’ te horen.
2 J. Presser, Ondergang, pag 18.
3 L. de Jong, ‘De Bezetting na 50 jaar’, deel 1, Den Haag, 1990, pag. 69.
4 J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 30.
5 J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 31 e.v., waar Presser ook ingaat op de weinig talrijke protesten tegen de Ariërverklaring.
6 G. Aalders: ‘Roof’, De ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag, 1999, pag. 127 e.v.
7 J. Presser, Ondergang, pag. 58 e.v.
8 L. de Jong, De Bezetting na 50 jaar, deel 1, pag. 83.
9 Friso Roest, Jos Scheren, ‘Oorlog in de stad’, Amsterdam 1939-1941, Amsterdam, 1998. In hoofdstuk 13, pag. 335 tot 362, beschrijven Roest en Scheren de voorbereiding voor een eventueel getto in Amsterdam en ook de gang van zaken rond de besluitvorming.
10 B.A. Sijes, De Februaristaking, Den Haag, 1954 (en de meeste andere hier genoemde boeken over de jodenvervolging).
11 L. de Jong, ‘De Bezetting na 50 jaar’, pag. 104.
12 Zie ook: Bob Moore, ‘Slachtoffers en overlevenden’, de nazi-vervolging van de joden in Nederland, Amsterdam, 1998, pag. 100 e.v. waar de isolering van de Nederlandse joden wordt beschreven.
13 G. Aalders, ‘Roof’. In hoofdstuk 6, 7 en 8 (pag. 149-211) staan de oprichting van de bank en de twee verordeningen waarop de roof van joods bezit is gebaseerd gedetailleerd beschreven.
14 G. Aalders, ‘Roof’, pag. 149
15 G. Aalders, ‘Roof’, pag. 151.
16 Erik Somers: ‘Vrijgegeven door de Duitsche censuur’, Fotograaf in dienst van de bezetter, Amsterdam, 1986. Op pagina 97 en 98 staan de bedoelde foto’s gemaakt door Stapf Bilderdienst, een Duits fotopersbureau in Amsterdam, waarvan de negatieven pas in 1981 in Nederland terugkwamen. Ze waren na de oorlog meegenomen door een Canadese militair. Na diens dood zijn ze in Canada ternauwernood aan de vuilnisbelt ontkomen en uiteindelijk aan het RIOD (nu NIOD) geschonken.
17 L. de Jong, ‘De Bezetting na 50 jaar’, deel 2, pag. 204.
18 J. Presser, ‘Ondergang’, voor een uitvoerige beschrijving van de joodse werkkampen, pag. 175-202.
19 G. Meershoek, ‘Dienaren van het gezag’, De Amsterdamse politie tijdens de bezetting, Amsterdam, 1999, pag. 216-217.
20 G. Meershoek, ‘Dienaren van het gezag’, pag. 228.
21 J.Presser, ‘Ondergang’, voor een indringende beschrijving van de invoering van de jodenster, pag.218-231.
22 J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 247.
23 Ph. Mechanicus, ‘In Depot’, Amsterdam, 1964. De Algemeen Handelsbladjournalist Philip Mechanicus beschreef zijn verblijf in kamp Westerbork in een kroniek. Zijn relaas is niet alleen uitzonderlijk aangrijpend, maar ook een van de beste bronnen van kennis over de gebeurtenissen daar. Mechanicus werd in een van de laatste transporten gedeporteerd.
24 Bob Moore, ‘Slachtoffers en overlevenden’, pag. 145 e.v.
25 L. de Jong, ‘De Bezetting na 50 jaar’, deel 2, pag. 197.
26 Voor de discussie over de Joodse Raad zie, behalve de al eerder genoemde boeken, ook: W. Lindwer, ‘Het fatale dilemma’, Den Haag, 1995 en H. Knoop, De Joodse Raad, Het drama van Abraham Asscher en David Cohen, Amsterdam, 1983
27 G. Meershoek, ‘Dienaren van het gezag’, pag. 218.
28 G. Meershoek ‘Dienaren van het gezag’. Vanaf pag. 220 van dit voortreffelijke boek worden de werkzaamheden van Bureau Joodse Zaken uitvoerig beschreven, waarbij de auteur vooral uit de archieven van de Amsterdamse politie put. Meerhoek was de eerste die daar toestemming voor kreeg.
29 L. de Jong, ‘De Bezetting na 50 jaar’, deel 2, pag. 194.
30 J. Presser, ‘Ondergang’. Na pag. 280 staat de brief van Rauter aan Himmler integraal afgedrukt, inclusief Himmlers handgeschreven commentaar ‘Sehr gut’.
31 Van Albert Gemmeker ontbreekt in de Nederlandse geschiedschrijving nog altijd een biografie. Voor gegevens zie o.a. dr. J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 326-332, en dr. J. de Jong, ‘Koninkrijk etc’, deel 8, tweede helft, pagina 698 e.v. en Ad van Liempt (red.), ‘Andere Tijden’, Amsterdam, 2000, pag. 53-58.
32 Ph. Mechanicus, ‘In Depot’, pagina 92.
33 J. Presser, ‘Ondergang’ , pag. 221-233, voor een even gedetailleerde als dramatische beschrijving van deze gebeurtenis.
34 L. de Jong, ‘De Bezetting na 50 jaar’, pag. 203.
35 Jules Schelvis, ‘Vernietigingskamp Sobibor’, Amsterdam, 1997. Schelvis is een van de 19 overlevenden van het kamp en heeft van de geschiedschrijving zijn levenswerk gemaakt. Het boek, waaraan hij vele jaren heeft gewerkt en waarvoor hij ook alle Sobibor-processen heeft bijgewoond, geeft een volledig beeld van de meest radicale vernietigingsmachine van het Derde Rijk. Uitgerekend de slachtoffers van de Colonne Henneicke kwamen voor een groot deel in Sobibor terecht.
36 Voor de diverse schattingen van het aantal joodse onderduikers en voor wat er met hen is gebeurd, zie: Bob Moore, ‘Slachtoffers en overlevenden,’ pag. 178 e.v.
37 Gitta Sereny, ‘Albert Speer, verstrikt in de waarheid’, New York/Amsterdam, 1995. Op pag. 472-474 is een uitgebreid fragment geciteerd van de rede die Himmler in Poznan hield tot de Gauleiter en andere kopstukken van het Derde Rijk.
38 L. de Jong, ‘Koninkrijk etc.’, deel 6, eerste helft, pag. 347.
noten bij hoofdstuk 3
1 Zie voor een beschrijving van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, Gerard Aalders, ‘Roof’, hoofdstuk 2, pag. 66-77.
2 L. De Jong, ‘Koninkrijk etc’, deel 6, pag. 322 e.v.
3 G. Aalders, ‘Roof’, hoofdstuk 10, pag. 229 e.v.
4 G. Aalders, ‘Roof’, hoofdstuk 10, pag. 231 e.v. Verder is over de werkwijze van de Hausraterfassungsstelle veel te vinden in de CABR-dossiers van leden van de Colonne Henneicke, zoals het dossier-Briedé (CABR-inventarisnummer 64373).
5 Gegevens komen o.a. uit het verhoor van Kriminalrat SD und SiPo Willi Lages, door de rechercheurs Prasing en Verduin, op 3 maart 1948, opgenomen in het CABR-dossier van Henneicke, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135 (CABR inventarisnummer 107967).
6 G. Aalders, ‘Roof’, hoofdstuk 10, pag. 231.
7 Van de 54 mannen die in deze studie tot de Colonne Henneicke gerekend worden, zijn er zes géén lid van de NSB geweest.
8 L. De Jong, ‘Koninkrijk etc’, deel 6, pag. 323.
9 CABR-dossier-Aalbert Dassen, oorspronkelijk nummer Bijzonder Raad van Cassatie 92/49, CABR-inventarisnummer 75087. In dit dossier bevindt zich een door Dassen tijdens zijn detentie geschreven levensloop waarin hij deze toespraak van Lages vermeldt.
10 De geschiedenis van Harmans’ fraude is te vinden in het CABR-dossier-Gerrit de Groot, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 1099B/48 CABR, inventarisnr 456. Daarin zit het gedetailleerde originele proces-verbaal van inspecteur Posthuma.
11 Gegevens afkomstig uit dossier-Henneicke. Het inventarisnummer in het CABR is 107967; de oorspronkelijke nummers zijn PRA Amsterdam 25135 en PF Amsterdam 13460 G.
12 G. Meershoek, ‘Dienaren van het gezag’, pag. 228.
13 Dossier Hylke Wierda, CABR inventarisnummer 105670, dossiernrs PRA Amsterdam 6225 en PF Amsterdam T 20137.
14 In vrijwel alle CABR-dossiers van de leden van de Colonne Henneicke (en ook van de andere werknemers van de Hausraterfassung) bevindt zich een kopie van hun arbeidscontract met Lippmann, Rosenthal & Co, Sarphatistraat.
15 Volgens mondelinge opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek in februari 2002 is de gulden van 1943 circa elf keer zoveel waard als de gulden van 31 december 2001. Deze factor is steeds aangehouden bij het omrekenen van de guldens van 1943 naar de euro van 2002.
16 Verhoor van Bernard Marinus Christiaan Eggink, niet in zijn eigen dossier, maar in dat van Alex Hoogers, CABR inventarisnummer 64195, dossiernummer Bijzonder Gerechtshof Amsterdam 270/49 en 1048/48.
17 Zie: Gerard Aalders, ‘Roof’, hoofdstuk 10, pag. 231.
18 Zie: CABR-dossier van Willem Hendrik Benjamin Briedé, (CABR), inventarisnummer 64373, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49.
19 Otto Kempin, Kriminalsekretär bij de Sicherheitsdienst en vanaf 1943 leider van het Bureau Joodse Zaken van de Amsterdamse politie, heeft in een verhoor met de rechercheurs Prasing en Verduin op 15 maart 1948 verklaard dat Lages deze mededeling heeft gedaan in een algemene dienstbespreking van de SiPo, in de vorm van een dienstorder. Dit verhoor wordt aangehaald in het rapport van de twee rechercheurs over de Colonne Henneicke, dat in vrijwel alle CABR-dossiers van de leden van de Colonne gestencild is opgenomen.
20 Verhoor van Lages door de rechercheurs Prasing en Verduin, op 3 maart 1948, verwerkt in hun rapport over de Colonne Henneicke.
21 Dossier van Hugo Heinrich Berten, CABR, inventarisnummer 107766, dossiernummers PRA Amsterdam 61016 en PF Amsterdam 12496.
22 Proces-verbaal van de zitting tegen Bob Verlugt, op 8 oktober 1948 voor de Vijfde Kamer van het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam. Te vinden in CABR-dossier-Verlugt, CABR, inventarisnummer 712, dossiernummer BRC 798/48.
23 Een kopie van deze lijst, die behalve veel namen ook veel schrijffouten bevat, is in verschillende CABR-dossiers van Colonneleden te vinden, onder andere in het dossier-Van der Kraal, CABR, inventarisnummer 548, dossiernummer BRC 861/48 en PRA Alkmaar 4073.
24 Het standaardwerk over de Bijzondere Rechtspleging is: Prof. mr. A.D. Belinfante, ‘In plaats van Bijltjesdag’, Assen, 1978.
25 Zie hoofdstuk 7 en 8.
26 Zie: ‘Onderzoek naar de werkwijze van de Colonne Henneicke van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung’, het rapport van Prasing en Verduin, dat in nagenoeg alle CABR-dossiers van leden van de Colonne is gedeponeerd.
27 Het Vrije Volk: ‘SD-archief bewijst schuld Joden-jagers’, 12 april 1948.
28 Zoals bijvoorbeeld Richard Kopper, een voormalig verzekeringsagent, die na één jaar internering, opgelegd door een Tribunaal, in september 1946 weer vrijkwam. In 1948 werd hij opnieuw opgepakt, verdacht van betrokkenheid bij de jodenjacht, en door het Gerechtshof tot vijftien jaar veroordeeld. De Raad van Cassatie maakte daar uiteindelijk tien jaar van.
29 Citaat afkomstig uit: ‘Onderzoek naar de werkwijze van de Colonne Henneicke van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung’ van de rechercheurs Prasing en Verduin.
30 L. de Jong, ‘Het Koninkrijk etc.’, deel 6, eerste helft, pagina 349.
31 Aangetroffen in het dossier Henneicke, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135 (CABR, inventarisnummer 107967).
32 Verhoor van Moerberg, in diens dossier, CABR, inventarisnummer 554, dossiernummer Bijzondere Raad van Cassatie 860/48.
33 Proces-verbaal van de zitting van het Bijzonder Gerechtshof, in dossier-Saaldijk. CABR-inventarisnummer134, dossiernummer BRC 402/49.
34 Het betreft een zekere Jacob Polak, geboren in 1921, wonend Retiefstraat 45 III in Amsterdam. Als getuige gehoord in de zaak tegen Van Amersfoort, zegt hij vier keer te zijn gearresteerd door een Colonnelid en vier keer ontsnapt. Toch is hij in Auschwitz beland waar hij overleefde en geknakt uit terugkeerde. Zie dossier-Van Amersfoort, CABR-inventarisnummer 64163, dossiernummer BG Amsterdam 1014/48.
35 Dossier-Sweeger, CABR-inventarisnummer 507, dossiernummer BRC 96/49.
36 Dossier-Dassen, CABR-nummer 75087, dossiernummer BRC 92/49. Deze uitspraak is ontleend aan de door Dassen zelf geschreven levensloop die in zijn dossier aanwezig is.
37 Dossier-Rudolfs, CABR-nummer 711, dossiernummer BRC 776/48.
38 De uitspraken van Pach en Allegro zijn ontleend aan het eerder genoemde rapport van Prasing en Verduin, het onderzoek naar de werkwijze van de Colonne Henneicke.
39 Het Parool van 8 oktober 1946. Het is een verzoek aan eenieder die inlichtingen over hem heeft zich te melden aan het Afdelingsbureau West aan de Nassaukade 327. De verdere tekst luidt: ‘Een foto van H. is aan bedoeld bureau aanwezig. H. was vertegenwoordiger van beroep doch trad in 1943 in dienst van de SD en was o.m. belast met het arresteren van joden. Hij zou ongeveer 200 arrestaties hebben uitgevoerd.’ Zo’n advertentie was niet alledaags. Vaak verzocht de politie de kranten dit soort oproepen in redactionele rubrieken op te nemen, zoals het Amsterdams Dagboek in Het Parool.
40 Dossier-Hintink, CABR-inventarisnummer 710 I en II, dossiernummer BRC 776/48. Het citaat komt uit een brief die Jannetje Hintink-Rudolfs aan de Politieke Recherche Afdeling schreef, en die in het dossier is opgenomen.
41 Dossier-Rudolfs, CABR-inventarisnummer 711, dossiernummer BRC 776/48.
42 Dossier-Casteels, CABR-inventarisnummer 501, I en II, dossiernummer BRC, 96B/49. Citaat komt uit verhoor van Casteels met de PRA in Amsterdam.
43 Dossier-Sweeger, CABR-inventarisnummer 507, dossiernummer BRC 96/49; de brief die Sweeger aan het Arbeidsfront schreef in een poging de Zentralstelle te verlaten bevindt zich in dit dossier.
44 Dossier-Van den Heuvel, CABR-inventarisnummer 429, dossiernummer 166/49; het citaat is afkomstig uit een uitvoerig verweerschrift dat Van den Heuvel had opgesteld ten behoeve van de cassatiebehandeling van zijn zaak. Daarin schildert hij zichzelf af als een redder van talloze joden, die het beste met iedereen voorhad. In cassatie wordt zijn straf van twintig jaar (na een eis van levenslang) bevestigd. Wegens gratie komt hij in 1957 overigens vrij.
45 Dossier-Hoogers, CABR-inventarisnummer 64195 en 64196, dossiernummers BG Amsterdam 270/49 en BG Amsterdam 1048/48. Citaat afkomstig uit een verhoor door de PRA. De dienstdoende rechercheur beschouwt Hoogers overigens als ‘niet normaal’, onder meer omdat deze verdachte collega-rechercheurs ervan beschuldigt zelf joden te hebben gearresteerd. Dat hoeft overigens niet onwaar te zijn.
46 Dossier-Evertsen, CABR-nummer 20554, dossiernummer Trib. Amsterdam 3084; overigens ontdekt de PRA in 1948 dat Evertsen tóch minstens één arrestatie op zijn naam heeft staan, die hij uiteindelijk ook toegeeft, maar hij wordt er niet voor gedagvaard bij het Bijzonder Gerechtshof.
47 Gegevens ontleend aan zijn dossier, CABR-inventarisnummer 500, dossiernummer BG Amsterdam 1079/48.
48 Proces-verbaal van de zitting van het Hof, in dossier-Hintink, CABR-inventarisnummer 710 I en II, dossiernummer BRC 776/48.
49 Dossier-Elmink, CABR-inventarisnummer 451, dossiernummer BRC 139/49, waarin een verklaring van deze buurvrouw, mevr. M. Danker, is opgenomen.
50 Deze geschiedenis is ontleend aan diverse getuigenverklaringen en aan het proces-verbaal van de zitting van het Bijzonder Gerechtshof, Vijfde Kamer, te Amsterdam, op 15 oktober 1948. Zie dossier-Cool, CABR-nummer 590 I en II, dossiernummer BRC 824/48.
51 Verklaringen over deze affaire in de dossiers van De Hout (CABR-inventarisnummer 676 I, II en III, dossiernummer BRC 798/48) en Saaldijk (CABR-inventarisnummer 134, dossiernummer BRC 402/49).
52 Dossier Saaldijk: CABR-inventarisnummer 134, dossiernummer BRC 402/49; rechercheur Wijnand Prasing heeft naar de manier waarop Saaldijk zieke joden arresteerde een speciaal onderzoek ingesteld, waarvan het verslag, zoals al zijn werk, uitblinkt in helderheid en volledigheid.
53 Eveneens te vinden in dossier-Saaldijk.
54 In het dossier-Schipper, CABR-nummer 642, dossiernummer BRC 11/49, is de reconstructie van deze hele zaak te lezen, waarin Schipper en Keuling samen optrokken. Keuling ontkwam aan berechting door kort voor de zitting te ontsnappen en naar Duitsland te vluchten.
55 Gegevens in de dossiers van Elmink (CABR-inventarisnummer 451, dossiernummer BRC 139/49) en Van der Kraal (CABR-inventarisnummer 548, dossiernummer 270/49).
56 Dossier-Gist, CABR-inventarisnummer 64347, dossiernummers BG Amsterdam 123/49 en PRA Amsterdam 63451.
57 J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 368. De foto’s in ‘Storm’ waren begeleid door een honend artikel met als laatste zin: ‘Het afscheid is ons niet zwaar gevallen.’
58 Uitspraak afkomstig uit het rapport over de werkwijze van de Colonne Henneicke, van de rechercheurs Prasing en Verduin.
59 J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 373.
60 Verklaring van politieman Karel C.B. Weeling, tegen zijn collega’s Verduin en Prasing, opgenomen in hun rapport over de werkwijze van de Colonne Henneicke.
61 Tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat, omdat de Euterpestraat voor veel Amsterdammers zo’n dramatische betekenis had gekregen.
62 Verhoor van Hintink, in diens dossier, CABR-inventarisnummer 710 I en II, dossiernummer BRC 776/48.
63 Rapport SS’er Bene, geciteerd in dr. J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 379.
noten bij hoofdstuk 4
1 Dossier-Elmink, CABR-inventarisnummer 451, dossiernummer BRC 139/49.
2 Deze geschiedenis is te vinden in een ‘Bericht’ in het dossier-Henneicke, CABR-inventarisnummer 107967, dossiernummer PRA Amsterdam 25135. Het is vrijwel zeker door een medewerker geschreven, want Henneicke was niet erg vaardig met de pen en liet het rapporten schrijven altijd aan anderen over.
3 Eenmaal wordt uit Henneickes la een map met informatie gestolen. Dat gebeurt door een van de Colonneleden, maar Henneicke komt er niet achter door wie. Als hij de diefstal ontdekt is hij woedend en briest hij dat hij nu de gegevens van 400 joodse gezinnen mist. Zie ook Hoofdstuk 14.
4 De Amsterdamse politie beschikt over een speciaal bureau Documentatiedienst, dat gespecialiseerd is in inlichtingenwerk in joodse kring en dat in 1943 grof geweld gaat gebruiken. Zie: Guus Meershoek, Dienaren van het gezag, pag. 277 e.v.
5 Deze geschiedenis staat beschreven in een verhoor van Colonnelid Matijs van de Wert, dat is opgenomen in het dossier-Elmink, CABR-inventarisnummer 451, dossiernummer BRC 139/49.
6 In dossier-Klingeberg (CABR-inventarisnummer 64458, dossiernummer BG Amsterdam, 344/49) de verklaringen over deze zaak en enige correspondentie.
7 De geschiedenis van Jacques van Tol is te lezen in het boek De Spookschrijver van Henk van Gelder, Amsterdam, 1992.
8 Dossier-Van Tol, CABR-inventarisnummer 344, dossiernummer BRC 239/49. Zie ook het proces-verbaal van de zitting van het Bijzonder Gerechtshof tegen Van Tol., 25 februari en 25 maart 1949.
9 De zaak is beschreven in het verhoor van Sweeger door de PRA Amsterdam, in dossier-Sweeger, CABR-inventarisnummer 507, dossiernummer BRC 96/49.
10 ibidem.
11 Gegevens over deze zaak in de verhoren van de PRA, in dossier-Cool, CABR-inventarisnummer 590 I en II, dossiernummer BRC 824/48, en tevens in een uitvoerige brief van Elfriede Heinemann, geschreven vanuit New York, in hetzelfde dossier. Voorts is geput uit het dossier-P., behandeld in zijn strafzaak van 16 december 1948, Bijzonder Gerechtshof Amsterdam, Derde Strafkamer.
12 De zaak-Ans van Dijk is uitvoerig beschreven door Koos Groen, in ‘Als slachtoffers daders worden, de zaak van de joodse verraadster Ans van Dijk’, Baarn, 1994.
13 L. de Jong: ‘Koninkrijk etc’, deel 12, pag. 568.
14 Citaat uit het uitvoerige verweerschrift van Van den Heuvel, ten behoeve van de cassatiebehandeling in december 1949. Dossier-Van den Heuvel, CABR-inventarisnummer 429, dossiernummer BRC 166/49.
15 Dossier-Van der Kraal, CABR-inventarisnummer 548, dossiernummer BRC 861/48. Overigens wordt Van der Kraal na de oorlog gearresteerd op aanwijzing van de diep ontgoochelde mevr. D.
16 Citaat uit het requisitoir van mr. Bakhoven, tijdens de cassatiebehandeling van de zaak-Van der Kraal, april 1949, te vinden in ditzelfde dossier.
17 Verklaring van Poul Kaiser, in dossier-Hintink, CABR-inventarisnummer 710 I en II, dossiernummer BRC 776/48.
18 Dossier-Smit, CABR-inventarisnummer 640, dossiernummer BRC 32/49.
19 Uitspraak van Gerrit Mijnsma, in verhoor voor PRA, in dossier-Koops, CABR-nummer 64407, dossiernummer BG Amsterdam 220/49.
20 Het proces-verbaal van Hollebrands, waaraan de meeste gegevens zijn ontleend, bevindt zich in het dossier-Koops, en voor een deel in het dossier-Schipper, CABR-nummer 642, dossiernummer BRC 11/49.
noten bij hoofdstuk 5
1 Volgens een mededeling van het CBS van februari 2002 verhoudt de koopkracht van de gulden van 1943 zich tot die van 2002 als 1:11. Deze omrekeningsfactor is steeds toegepast bij bedragen uit 1943.
2 CABR-dossier-Mijnsma, oorspronkelijk nummer BRC 139/49; inventarisnummer CABR 450 I, II en III. Mijnsma probeerde eerder als Inspecteur voor de Prijzen aan de slag te komen, maar dat mislukte, en zo kwam hij uiteindelijk bij het Arbeidsfront terecht.
3 CABR-dossier-Hopman, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, inventarisnummer CABR 590 I en II.
4 CABR-dossier-Van den Borch, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 154A/49; PRA Amsterdam 23722; inventarisnummer CABR 64326. Na zijn periode bij de Colonne Henneicke ging Van den Borch in kaderfuncties van de NSB nog meer verdienen, 300 gulden per maand.
5 Brief van mevrouw Van Lith, dd. 2 augustus 1948, in CABR-dossier van Jacob Gist, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 123/49; PRA Amsterdam 63451; CABR- inventarisnummer 64347.
6 CABR-dossier-Van Amersfoort, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 1014/48; inventarisnummer CABR 64163. Het was gebruikelijk dat de Politieke Recherche Afdeling een buurtonderzoek instelde om na te gaan wat de omgeving wist van iemands gedragingen tijdens de bezetting.
7 Uitspraak opgenomen in het ‘Onderzoek naar de werkwijze van de Colonne Henneicke van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung’, het rapport van Prasing en Verduin, dat in nagenoeg alle CABR-dossiers van leden van de Colonne is gedeponeerd.
8 Een en ander wordt duidelijk uit een brief van mr. M.H. Gelinck, gedateerd 16 februari 1949, aan de president van de Bijzondere Raad van Cassatie. De brief is te vinden in mr. Gelincks persoonlijk archief, dat berust in het Nationaal Archief, Collectie Gelinck, nr. 605, map Colonne Henneicke.
9 Uitvoerig beschreven in hoofdstuk 7.
10 De Volkskrant, 5 maart 1946: ‘Een gulden voor een jood’; Trouw, 5 maart 1946: ‘Beroep gemaakt van jodenverraad’.
11 In het dossier-Colonne Henneicke, NIOD, Amsterdam, Doc II, 317, map B..
12 Citaat uit pleitnotitie van mr. B. Perridon in de rechtszaak tegen Bob Verlugt, op 8 oktober 1948, te vinden in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 798/48, CABR-nummer 712.
13 Het eerste doodvonnis wordt uitgesproken op 8 oktober 1948, in de zaak tegen de twee zwagers Hintink en Rudolfs. Zie daarvoor het verslag van de rechtszitting en het vonnis in de gecombineerde CABR-dossiers van beiden, oorspronkelijk nummer BRC 776/48, CABR-inventarisnummer 710 I en II en 711. In de maand oktober 1948 zouden er nog meer doodvonnissen volgen, onder ander tegen De Hout, Hopman, Cool en Van der Kraal.
14 Deze getuigenis is evenals de getuigenissen die direct hierna volgen, opgenomen in de samenvattende nota van de rechercheurs Prasing en Verduin ‘Onderzoek naar de werkwijze van de Colonne Henneicke van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung’.
15 Verklaring opgenomen in het verslag van de rechtszitting tegen de zwagers Hintink en Rudolfs, oorspronkelijk nummer BRC 776/48, CABR inventarisnummer 710 I en II en 711.
16 Ook deze verklaring is opgenomen in het verslag van deze rechtszitting.
17 Getuigenis opgenomen in de nota van Prasing en Verduin, zie noot 7 en 14.
18 Verklaring opgenomen in politieverhoor van Joop Bouman, zoals te lezen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 863/46, CABR-inventarisnummer 61761.
19 Verklaring in verslag van rechtszitting tegen Bouman, in zijn bovengenoemd CABR-dossier.
20 Uit politieverhoren, in bovengenoemd CABR-dossier.
21 Getuigenis afgelegd in de rechtszitting tegen de zwagers Hintink en Rudolfs.
22 Schriftelijke verklaring aan het Bijzonder Gerechtshof, opgenomen in het bovengenoemde, gecombineerde CABR-dossier.
23 Verklaring voor het Hof van L. Benninga, opgenomen in het gecombineerde CABR-dossier tegen Hintink en Rudolfs.
24 Engelse verklaring, eveneens opgenomen in dit gecombineerde CABR-dossier.
25 Het levensverhaal van Martin Hintink, opgenomen in zijn CABR-dossier.
26 Verhoor Hintink door POD Salland, opgenomen in hetzelfde dossier.
27 Verhoor Hintink door PRA Amsterdam, opgenomen in hetzelfde dossier.
28 Uit proces-verbaal van de rechtszitting tegen Hintink en Rudolfs, eveneens in hetzelfde dossier.
29 Verklaring van Jannetje Hintink-Rudolfs, in hetzelfde dossier.
30 Uit het verslag van de zitting van de Bijzondere Raad van Cassatie in de zaak tegen Ben Eggink, opgenomen in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 89/50, CABR-inventarisnummer 35.
31 Verklaring van Jan Rudolfs in verhoor tegen de recherche, opgenomen in hetzelfde dossier.
32 Verklaring in politieverhoor van Henk Hopman, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
33 Verklaring van Anna Kroon-Van der Meer, tegen de recherche, in de zaak tegen haar zwager, Tonny Kroon, te vinden in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 191/49, CABR-inventarisnummer 386.
34 Verklaring in politieverhoor van Christiaan van den Borch, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 154A/49, PRA Amsterdam 23722, CABR-inventarisnummer 64326.
35 Verklaring van J. Barend in rechtszitting tegen H. van den Heuvel, volgens proces-verbaal dat is opgenomen in het CABR-dossier van Van den Heuvel, oorspronkelijk nummer BRC 166/49, CABR-inventarisnummer 429.
36 Zie verklaring Hopman tegen de recherche, in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
37 Proces-verbaal van rechtszitting tegen Van Tol, in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 239/49, CABR-inventarisnummer 344.
38 Verklaring tijdens politieverhoor in de zaak tegen Van Tol, in hetzelfde CABR-dossier.
39 Verklaring tijdens politieverhoor in de zaak tegen Gerrit Mijnsma, in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 139/49, CABR-inventarisnummer 450 I en II.
40 Deze ‘transactie’ is af te leiden uit ‘Berichte’ in het bovengenoemde CABR-dossier van Mijnsma.
41 Verklaring in politieverhoor in de zaak tegen Lambertus Schipper, in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 11/49, CABR-inventarisnummer 642.
42 Afkomstig uit politieverhoor van Mattijs van de Wert, in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 1099/48, CABR-inventarisnummer 64219.
43 Verklaring in politieverhoor van Henk Saaldijk, en desbetreffend briefje, beide in Saaldijks CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 402/49, CABR-inventarisnummer 134.
44 Verklaringen van betrokkenen in politieverhoren in de zaak tegen Christiaan van den Borch, in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 154A/49, PRA Amsterdam 23722, CABR-inventarisnummer 64326.
45 Deze kwestie is terug te vinden in de politieverhoren van Henk van der Kraal, opgenomen in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 861/48, CABR-inventarisnummer 548.
noten bij hoofdstuk 6
1 Vreemdelingenkaart en Gezinskaart ten name van Henneicke, Willem Christiaan Heinrich, in Gemeente-archief Amsterdam.
2 Dossier Henneicke, Archief Sociale Dienst Amsterdam, toegangsnummer 5256, inventarisnummer 5287, dossier 104.919.
3 Gegevens over Henneickes werkzame leven zijn ontleend aan een ‘Rapport omtrent gedrag, levenswijze, werkzaamheden enz. van aanvrager en zijn gezinsleden’, opgemaakt ter gelegenheid van een steunaanvraag van 6 januari 1940.
4 Deze klikbrief is zowel in Henneickes dossier bij de Sociale Dienst opgenomen, als in het dossier dat Justitie van hem heeft aangelegd, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135, PF Amsterdam 13460 G, CABR-inventarisnummer 107967. Ook de afhandeling ervan is in zijn CABR-afdossier terug te vinden.
5 Verklaring in politieverhoor van Eduard Gijsbertus Moerberg, CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 860/48, CABR-inventarisnummer 554.
6 Uitspraak van getuige Klaas Westerhoff, tijdens politieverhoor in de zaak tegen Christiaan van den Borch, te vinden in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 154A/49, PRA Amsterdam 23722, CABR-inventarisnummer 64326.
7 Uitspraak mevr. Steenman, in politieverhoor, te vinden in CABR-dossier-Henneicke, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135, PF Amsterdam 13460 G, CABR-inventarisnummer 107967.
8 Bericht in collectie Höhere SS- und Polizeiführer, 262e, NIOD, Amsterdam.
9 Pleitnota van mr. B. Perridon, in cassatiezaak tegen Bob Verlugt, in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 798/48, CABR-inventarisnummer 712.
10 In zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135, PF Amsterdam 13460 G, CABR-inventarisnummer 107967.
11 Het inschrijfformulier van Briedé is te vinden in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49, CABR-inventarisnummer 64373.
12 Verklaring in politieverhoor in de zaak tegen Egbertus Elmink, in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 139/49, CABR-inventarisnummer 451.
13 Rapport van rechercheur W. Prasing, in het CABR-dossier van Briedé, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49, CABR-inventarisnummer 64373.
14 Deze arrestatie is door de PRA Amsterdam uitgezocht en beschreven in een proces-verbaal in Briedé’s CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49, CABR-inventarisnummer 64373.
15 Voor deze zaak geldt hetzelfde als voor de zaak die genoemd is in de vorige voetnoot.
16 Zie het desbetreffende actieverslag ‘Bericht’ in het CABR-dossier van Briedé.
17 De klacht is ingediend op 21 juni 1945. Voor de behandeling zie het proces verbaal van de rechtszitting (bij verstek) tegen Willem Briedé, in diens CABR-dossier.
18 Zie proces-verbaal van de rechtszitting tegen Eduard Moerberg. Daarin getuigt Leyden van Amstel tegen Moerberg en Henneicke. Het stuk is opgenomen in het CABR-dossier van Moerberg, oorspronkelijk nummer BRC 860/48, CABR-inventarisnummer 554.
19 Advocaat mr. Nieuwboer zegt in de zaak tegen Lambertus Schipper: ‘Henneicke betaalde ’s avonds in de cafe’s F 100 of meer voor goede tips.’ Zie proces-verbaal rechtszitting, in CABR-dossier tegen Schipper, oorspronkelijk nummer BRC 11/49, CABR-inventarisnummer 134.
20 In zijn CABR-dossier is een ‘Bericht’, een actieverslag, over deze zaak te vinden, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135, PF Amsterdam 13460 G, CABR-inventarisnummer 107967.
21 idem.
22 idem.
23 Uitspraak in politieverhoor van Herman van Eiken, in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 56/49, CABR-inventarisnummer 594.
24 Proces-verbaal van rechtszitting tegen Herman van Eiken, in zijn CABR-dossier, zie vorige voetnoot.
25 Levensloop, geschreven door Herman van Eiken, te vinden in diens CABR-dossier.
noten bij hoofdstuk 7
1 Deze gang van zaken valt af te leiden uit de verklaringen van de werknemers van de cartotheek Bertinga, Meiloo en Tomson.
2 Verhoor Meiloo bij de Amsterdamse recherche, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 184/46, CABR-inventarisnummer 74600.
3 Verhoren van buurtgenoten, opgenomen in CABR-dossier van Meiloo, zie vorige voetnoot.
4 Alle leden van de Colonne Henneicke die door de recherche konden worden gehoord, is de vraag voorgelegd hoe ze bij Hausraterfassung zijn gekomen. Daaruit blijkt dat meer dan de helft, rond de dertig, door het Arbeidsbureau naar de Zentralstelle is verwezen.
5 Het contract van Meiloo is, net als dat van zijn collega’s, in zijn CABR-dossier opgenomen; kennelijk zijn kopieën van de contracten in de archieven van Lippmann, Rosenthal & Co teruggevonden en ter beschikking van de politieke recherche gesteld.
6 Uitspraak in politieverhoor van Meiloo, opgenomen in zijn CABR-dossier.
7 Uitspraak in politieverhoor van Meiloo, door rechercheur Henk van den Broek, eveneens opgenomen in zijn CABR-dossier.
8 Proces-verbaal van de rechtszitting tegen Fred Meiloo, opgenomen in zijn CABR-dossier.
9 De Volkskrant, 5 maart 1946, NIOD, KB I 4838.
10 Fragment uit sententie Bijzonder Gerechtshof, opgenomen in CABR-dossier Fred Meiloo.
11 Gegevens over de zaak-Tomson zijn afkomstig uit zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 186/46, CABR-inventarisnummer 74605.
12 Brief Tomson aan recherche Amsterdam, opgenomen in zijn CABR-dossier, zie vorige voetnoot.
13 Verhoor van Tomson door rechercheur Henk van den Broek, opgenomen in zijn CABR-dossier.
14 Brief mevrouw Tomson-Kleiman aan recherche Amsterdam, opgenomen in CABR-dossier.
15 Zie proces verbaal van de rechtszitting tegen Tomson, opgenomen in zijn CABR-dossier.
16 Brief pastoor Verhoekx aan Bijzonder Gerechtshof Amsterdam, opgenomen in CABR-dossier van Tomson.
17 Brief mevrouw Tomson-Kleiman aan Bijzonder Gerechtshof Amsterdam, opgenomen in CABR-dossier van Tomson.
18 Uitspraak Raad van Cassatie, opgenomen in het CABR-dossier van Tomson.
19 Uitspraak Raad van Cassatie, opgenomen in het CABR-dossier van Meiloo.
20 De gegevens over Huisman zijn afkomstig uit het summiere dossier dat over hem in het Nationaal Archief berust: het oorspronkelijk nummer is PF Amsterdam A-65428-T, CABR-inventarisnummer 107331.
21 Verhoor Bertinga door recherche Amsterdam, in CABR-dossier Bertinga, oorspronkelijk nummer BRC 185/46, CABR-inventarisnummer 74603.
22 Verhoor mevr. Noteboom door recherche Amsterdam, opgenomen in het CABR-dossier Huisman.
noten bij hoofdstuk 8
1 Het Nationale Dagblad, 15 juni 1942, pagina 6, rubriek ‘Personeel gevraagd en aangeboden’, Archief NIOD.
2 CABR-dossier van Hermanus P.M. Bertinga, oorspronkelijk nummer BRC 185/46, CABR-inventarisnummer 74603.
3 Kopie van contract met Lippmann, Rosenthal & Co ligt in bovengenoemd CABR-dossier.
4 NSB-correspondentie omtrent Bertinga in diens CABR-dossier.
5 Rapport van de NSB over handel en wandel van Bertinga eveneens in diens CABR-dossier.
6 Verhoor met rechercheur Henk van den Broek in Bertinga’s CABR-dossier.
7 Briefje Bertinga aan BNV in genoemd CABR-dossier.
8 Proces-verbaal van rechtszitting tegen Bertinga in diens CABR-dossier.
9 Sententie van Bijzonder Gerechtshof, vijfde strafkamer, in CABR-dossier Bertinga.
10 Pleitnotitie mr. Dunselman, ten behoeve van zitting Raad van Cassatie, eveneens in Bertinga’s CABR-dossier.
11 Uitspraak Raad van Cassatie, in Bertinga’s CABR-dossier.
12 De Maasbode, 6 maart 1946, Archief NIOD.
noten bij hoofdstuk 9
1 Dit overnamebriefje is een van de exemplaren die in de administratie van de Zentralstelle zijn aangetroffen. De rechercheurs hebben een aantal kopieën in zwart/wit-negatief, waaronder een kopie van dit briefje, in de CABR-dossiers van de leden van de Colonne Henneicke opgenomen, als bewijsstuk voor het gehanteerde administratiesysteem. De originelen bevinden zich in het NIOD.
2 Uitspraak uit verhoor Hendrik van den Heuvel, opgenomen in zijn CABR-dossier BRC 166/49, CABR-inventarisnummer 429.
3 Deze en andere gegevens omtrent de Hollandse Schouwburg zijn afkomstig uit het niet-gepubliceerde rapport ‘Alfons Zündler en de bewaking van het gevangenkamp aan de Plantage Middenlaan 24 te Amsterdam’, van de hand van J. Houwink ten Cate, onderzoeker van het NIOD. Hij bestudeerde de rol van deze Duitse bewaker, omdat er commotie was ontstaan over het voornemen hem een onderscheiding te geven op grond van hulp aan geïnterneerde joden. Het rapport ligt ter inzage op het NIOD. Het kwam uit in januari 1995.
4 J. Presser, ‘Ondergang’, pag. 287.
5 Het verslag van Santcroos is als bijlage gevoegd bij het rapport van Houwink ten Cate over Zündler. Het behoort tot de NIOD-collectie, Doc. Joden Deportaties, II 361.
6 L. De Jong, ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’, deel 6, pag. 246.
7 B. Stokvis, ‘Advocaat in bezettingstijd’, Amsterdam, 1968, pag. 9.
8 J. Houwink ten Cate, ‘Het Zündler-rapport’, pag. 23
9 J. Houwink ten Cate, ‘Het Zündler-rapport’, pag. 24, geciteerd uit: R. Roegholt: ‘Driehonderd jaar Plantage’, Amsterdam, 1983.
10 J. Houwink ten Cate, ‘Het Zündler-rapport’, pag. 25. Hier wordt geciteerd uit een rapport van S.I. Troostwijk, ‘Rapport over de behandeling der Joden tijdens de Duitsche bezetting in Nederland’, NIOD, Doc. II 363.
11 E. Werkman, in voorwoord bij: J. van der Kar, ‘Joods verzet, Terugblik op de periode rond de Tweede Wereldoorlog’, Amsterdam, 1981.
12 J. Houwink ten Cate, ‘Het Zündler-rapport’, pag. 48. Geciteerd uit een verklaring in de strafzaak tegen een bewaker van de Hollandse Schouwburg.
13 Verklaring in politieverhoren in de zaak tegen Rinus Schutten, in diens CABR-dossier, BG Amsterdam 124/49, CABR-inventarisnr 64358.
14 De gegevens over Anton Veldhuijsen zijn ontleend aan zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer PRA 17467 en BG 105/49, CABR-inventarisnummer 480.
15 J. Houwink ten Cate, ‘Het Zündler-rapport’, pag. 48. Geciteerd uit een verklaring in de strafzaak tegen een bewaker van de Hollandse Schouwburg.
16 J. Presser, ‘Ondergang’, deel II, pag. 11; dr. L. de Jong: Het Koninkrijk etc.’, deel 6, pag. 258.
17 Zie o.a. Vrij Nederland dd. 20 maart 1983, Elma Verhey: ‘Was Alfons Zündler een goede SS-bewaker in de Hollandsche Schouwburg?’
18 J. Houwink ten Cate, ‘Het Zündler-rapport’, hoofdstuk 8, Conclusies, pag. 75.
19 Proces-verbaal rechtszitting in CABR-dossier Hendrik van den Heuvel, BRC 166/49, CABR-inventarisnummer 429.
20 Sententie Bijzonder Gerechtshof, in CABR-dossier Hendrik van den Heuvel, BRC 166/49, CABR-inventarisnummer 429.
21 Gegevens over de crèche zijn voornamelijk afkomstig uit B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak, Geschiedenis van de georganiseerde hulp aan Joodse kinderen in Nederland, 1942-1945’, Kampen, 1996.
22 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak’, pag. 126-133.
23 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak’, pag. 134, een getuigenis van Semmy Woortman-Glasoog, die meerdere malen van deze methode gebruikmaakte.
24 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak,’ pag. 136.
25 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak,’ pag. 139.
26 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak,’ pag. 144.
27 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak,’ pag. 147.
28 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak,’ pag. 150.
29 B.J. Flim: ‘Omdat hun hart sprak,’ pag. 163.
noten bij hoofdstuk 10
1 Getuigenverklaring in politieverhoor, opgenomen in CABR-dossier van Harm Jan van den Heuvel, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam, 156/49, CABR-inventarisnummer 64333.
2 Ontleend aan actieverslag, ‘Bericht’, opgenomen in bovengenoemd CABR-dossier.
3 De zaak is uitvoerig onderzocht en neergelegd in politieverhoren in het bovengenoemd CABR-dossier. Daarin ook kopieën van de verhoren van Johan Keuling en Lambertus Schipper.
4 Getuigenissen van Gobets, Koopman, Van der Kar, Barend en Wijnschenk zijn behalve in de politieverhoren ook opgenomen in het proces-verbaal van de rechtszitting tegen Harm Jan van den Heuvel, eveneens te vinden in diens CABR-dossier.
5 Getuigenis van Judith Hofman, evenals die van mevrouw Roet-Scheffer, opgenomen in CABR-dossier Harm Jan van den Heuvel.
6 Het rapport van dr. Tammenoms Bakker is aan het CABR-dossier van Van den Heuvel toegevoegd.
7 Kopie van arbeidsovereenkomst tussen Lippmann, Rosenthal & Co en Van den Heuvel is toegevoegd aan zijn CABR-dossier.
8 Verklaring opgenomen in proces-verbaal van de rechtszitting; te vinden in bovengenoemd CABR-dossier.
9 Sententie van Bijzonder Gerechtshof in CABR-dossier.
10 Brief van G. van der Heijde aan Bijzonder Gerechtshof, eveneens in CABR-dossier Van den Heuvel.
noten bij hoofdstuk 11
1 Uitspraak uit verhoor van Joseph Nicolaas Sweeger, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 96/49, CABR-inventarisnummer 507.
2 Uitspraak uit verhoor Mattijs van de Wert, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 1099/48, CABR-inventarisnummer 64219.
3 Uitspraak uit verhoor Henk Hopman, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
4 Pleitnotitie mr. B. Perridon, tijdens de cassatiebehandeling, opgenomen in het CABR-dossier van Bruno Barend Verlugt, oorspronkelijk nummer BRC 798/48, CABR-inventarisnummer 712.
5 Proces-verbaal van politieverhoor Egbertus Eltink, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 139/49, CABR-inventarisnummer 451.
6 Proces-verbaal van politieverhoor in de zaak tegen Egbertus Eltink, eveneens opgenomen in zijn CABR-dossier.
7 Het overnamebriefje van de hier beschreven arrestatie is aan de meeste CABR-dossiers toegevoegd, als voorbeeld voor de wijze van administreren. Gegevens over Jan Casteels komen uit de in zijn CABR-dossier opgenomen verhoren, oorspronkelijk nummer BRC 86B/49, CABR-inventarisnummer 501 I en II.
8 Verhoor van Richard Kopper, door rechercheur W. Prasing, opgenomen in CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 237/49, CABR-inventarisnummer 348.
9 Deze arrestatie is beschreven in de politieverhoren van Gerrit Mijnsma, opgenomen in zijn CABR-dossier BRC 139/49, CABR-inventarisnummer 450 I t/m III.
10 Voor deze poging tot arrestatie geldt hetzelfde als voor die in noot 9.
11 Deze arrestatie wordt behandeld in de politieverhoren van Adolf Smit, opgenomen in zijn CABR-dossier BRC 32/49, CABR-inventarisnummer 640.
12 Uitspraak van advocaat tijdens de behandeling van de zaak van Smit door de Raad van Cassatie. De pleitnotitie van mr. Perridon is te vinden in het CABR-dossier van Smit, zie noot 11.
13 De poging tot arrestatie van Robbie Aak wordt behandeld in de politieverhoren van Pieter van Amersfoort, opgenomen in zijn CABR-dossier BG Amsterdam 1014/48, CABR-inventarisnummer 64163.
14 De filmbeelden van deze onderduikers zijn vertoond in een documentaire, geproduceerd door Belbo TV, en uitgezonden door de VARA op 28 april 1985. Fragmenten zijn ook te zien geweest in de remake van De Bezetting door dr. L. de Jong, in de aflevering van 15 februari 1990.
15 De arrestatie van de ondergedoken joden boven Alcazar wordt vermeld in de politieverhoren in de zaak tegen Henk Saaldijk, opgenomen in diens CABR-dossier BRC 401/49, CABR-inventarisnummer 134.
16 De noodlottige arrestatie van A. Smit wordt beschreven in de politieverhoren van Aaldert Dassen, opgenomen in diens CABR-dossier BRC 92/49, CABR-inventarisnummer 75087.
17 Uitspraak tijdens de rechtszitting tegen Aaldert Dassen, ontleend aan het proces-verbaal dat in zijn CABR-dossier is opgenomen – zie voor vindplaats noot 16.
18 De hier beschreven arrestaties zijn behandeld in de politieverhoren van Christiaan van den Borch, opgenomen in zijn CABR-dossier BG Amsterdam 154A/49, PRA Amsterdam 23722, CABR-inventarisnummer 64326.
19 Deze arrestatie door de twee zwagers Hintink en Rudolfs is beschreven in hun politieverhoren, opgenomen in de gecombineerde CABR-dossiers van beiden, BRC 776/48, CABR-inventarisnummer 710 en 711.
20 Het verhaal over deze arrestatie is behandeld in de politieverhoren van Henk Hopman, opgenomen in diens CABR-dossierBRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
21 Met dank aan de huidige bewoonster van het pand aan het Rafaelplein, mevrouw Joustra.
22 Gegevens over Henk van der Kraal, en een kopie van het getuigschrift dat hij van Wörlein meekreeg, in diens CABR-dossier, BRC 861/48, PRA Alkmaar 4073, CABR-inventarisnummer 548 en 4321.
noten bij hoofdstuk 12
1 Brief van familielid aan advocaat-fiscaal, in CABR-dossier van Eduard Gijsbertus Moerberg, oorspronkelijk nummer BRC 860/48, CABR-inventarisnummer 554.
2 Brief van mevr. H. de Gans, Hoofdweg, Amsterdam, in hetzelfde CABR-dossier.
3 Notities mr. N. Bakhoven ten behoeve van de behandeling in cassatie, in hetzelfde dossier te vinden.
4 Rapport BNV inzake Moerberg, in het CABR-dossier.
5 Toelichtingsbrief geschreven op inschrijvingsformulier van de NSB, in Moerbergs CABR-dossier.
6 Gegevens over deze arrestaties in CABR-dossier van W. Henneicke, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135 en PF Amsterdam 13460 G, CABR-inventarisnummer 107967.
7 Verhoor van Moerberg met W. Prasing, te vinden in zijn CABR-dossier.
8 Verklaringen van Krikke, Kaper en Kempin in verhoren met W. Prasing, te vinden in Moerbergs CABR-dossier.
9 Gegevens afkomstig uit verhoor met mevr. Elize van der H., tegen wie na de oorlog een strafzaak is geopend; het verhoor is te vinden in het CABR-dossier van Eddy Moerberg.
10 De massale arrestatie in Huizen is uitvoerig beschreven in een speciaal proces-verbaal, terug te vinden in het dossier-Moerberg.
11 De massale arrestaties in Oss zijn ook in een apart proces-verbaal onderzocht, eveneens te vinden in het dossier-Moerberg.
12 De brief van Levie Kool, van 15 juli 1942, en de bijlage met de in bewaring gegeven spullen, bevinden zich in het CABR-dossier van Moerberg.
13 Gegevens afkomstig uit brief van directeur Huis van Bewaring II in Amsterdam, te vinden in CABR-dossier Moerberg.
14 Proces-verbaal van rechtszaak tegen Moerberg, van 5 november 1948, opgenomen in zijn CABR-dossier.
15 Notities mr. Bakhoven ten behoeve van de behandeling in cassatie, eveneens in Moerbergs CABR-dossier opgenomen.
16 Proces-verbaal van behandeling door Raad van Cassatie, opgenomen in CABR-dossier van Moerberg.
17 Brief van Edna Mohan-Moerberg in Moerbergs CABR-dossier.
noten bij hoofdstuk 13
1 Gegevens afkomstig van het aanmeldingsformulier van de NSB, opgenomen in het strafdossier van Eggink, dossiernummer BRC 89/50, inventarisnummer 35.
2 Uitspraak tijdens de zitting van het Bijzonder Gerechtshof op 26 november 1948, opgenomen in het proces-verbaal van die zitting, te vinden in het strafdossier van Eggink.
3 Uitspraak in verhoor met rechercheur van de PRA, opgenomen in zijn strafdossier.
4 Uitspraken van buren in verhoren door de PRA, eveneens opgenomen in het strafdossier van Eggink.
5 Van deze arrestatie is een actieverslag, een ‘Bericht’, opgenomen in het strafdossier van Eggink.
6 Deze arrestatie is uitvoerig behandeld in de verhoren van Eggink en Hoogers – te vinden in Egginks dossier.
7 Ook deze arrestatie wordt in de verhoren uitvoerig behandeld; te vinden in het strafdossier van Eggink.
8 Verklaring van H. Gazan, na de oorlog, tegen rechercheur van de PRA, in verhoor in strafdossier.
9 Uitvoerig relaas over deze affaire is geschreven door rechercheur Wopereis van de Politieke Recherche Afdeling in Alkmaar. Het is naar Amsterdam gestuurd en toegevoegd aan Egginks strafdossier.
10 De zaak is dus ook besproken tijdens de ziting van het Bijzonder Gerechtshof - zie proces-verbaal daarover in Egginks strafdossier.
11 Correspondentie binnen de familie Eggink zit in diens strafdossier.
12 Deze ontvluchtingspoging is beschreven in een apart proces-verbaal, opgenomen in het dossier.
13 Proces-verbaal van de zitting van het Bijzonder Gerechtshof, te vinden in strafdossier van Eggink.
14 Proces-verbaal van de behandeling door de Raad van Cassatie, eveneens in het strafdossier.
noten bij hoofdstuk 14
1 NSB-rapport over Christoffel de Hout, te vinden in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 798/48, CABR-inventarisnummer 676 I t/m III.
2 Correspondentie tussen De Hout en NSB in De Houts CABR-dossier.
3 Gerard Aalders: ‘Roof’, pag. 153.
4 Zie de arbeidsovereenkomst tussen LiRo en De Hout, te vinden in diens CABR-dossier.
5 Brief van De Hout, van 5 december 1944, aan zijn ouders, in zijn CABR-dossier.
6 Zie hiervoor uitspraak van dr. J. Houwink ten Cate in Ad van Liempt (red.), Albert Konrad Gemmeker, in: Andere Tijden, Amsterdam, 2000.
7 Proces-verbaal van de rechtszaak tegen Chris de Hout, van 8 oktober 1948, in zijn CABR-dossier.
8 Gegevens over deze arrestaties zijn ontleend aan verhoren met De Hout en getuigen door rechercheurs van de PRA Amsterdam, opgenomen in zijn CABR-dossier.
9 Zie het proces-verbaal van de rechtszaak tegen Chris de Hout, van 8 oktober 1948, in zijn CABR-dossier.
10 Ook de geschiedenis van de familie Citroen is te vinden in dit proces-verbaal, en daarnaast in verhoren met PRA-rechercheurs.
11 De wederwaardigheden van de familie Horn zijn zowel in het dossier De Hout te vinden, als, deels, in het CABR-dossier van Henk van der Kraal, oorspronkelijk nummer BRC 861/48 en PRA Alkmaar 4073, CABR-inventarisnummer 548 en 4321.
12 Leo Horn heeft het verhaal meermalen in interviews verteld, o.a. in het Rotterdams Dagblad van 9 april 1994; zie ook Trouw van 19 september 1995: ‘Het andere leven van Leo Horn’ door Matty Verkamman.
13 Zie verklaring van de heer Ohmstede, tegen de recherche én tegen het Bijzonder Gerechtshof, in het CABR-dossier van De Hout.
14 Correspondentie hierover in De Houts CABR-dossier.
15 Zie sententie Bijzonder Gerechtshof van 22 oktober 1948, opgenomen in CABR-dossier.
16 Brief van echtgenote van De Hout, in zijn CABR-dossier.
17 Brief van Christoffel de Hout aan voorzitter van de Raad van Cassatie, in zijn CABR-dossier.
noten bij hoofdstuk 15
1 Het verhaal hoe Verlugt aan zijn woning is gekomen is ontleend aan een verklaring van Van Walbeek aan de Amsterdamse politieke recherche. Dat verhoor is opgenomen in het CABR-dossier van Verlugt, oorspronkelijk nummer BRC 798/48, CABR-inventarisnummer 712.
2 Gegevens ontleend aan verhoor van Verlugt door de PRA Amsterdam, opgenomen in zijn CABR-dossier.
3 Brief aan de NSB, aangetroffen in zijn CABR-dossier.
4 Aanklacht tegen Verlugt van mevr. Zuidema, opgenomen in zijn CABR-dossier.
5 De brief van vader Verlugt ligt in het CABR-dossier van de zoon.
6 Gebaseerd op een getuigenis van Vet, in een verhoor met de PRA Amsterdam, opgenomen in Verlugts CABR-dossier.
7 Gegevens over deze arrestaties in een verhoor door PRA Amsterdam, opgenomen in CABR-dossier.
8 Proces-verbaal van de rechtszaak tegen Verlugt, van 8 oktober 1948, in zijn CABR-dossier.
9 Gegevens komen zowel uit de gecombineerde rechtszaak tegen Verlugt en De Hout, als uit de verhoren bij de PRA van verdachten en betrokkenen.
10 Deze lijst is opgenomen in: ‘Onderzoek naar de werkwijze van de Colonne Henneicke van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung’, het rapport van Prasing en Verduin, dat in nagenoeg alle CABR-dossiers van leden van de Colonne is gedeponeerd
11 Deze gegevens over Verlugts activiteiten na de periode bij de Colonne Henneicke zijn afkomstig uit een afsluitend verhoor dat de PRA-rechercheur S. Tump hield, en dat is opgenomen in zijn CABR-dossier.
12 Uitspraak van verdachte in het verhoor met rechercheur Tump.
13 Proces-verbaal van de rechtszitting tegen Verlugt van 8 oktober 1948, opgenomen in zijn CABR-dossier.
14 Gegevens ontleend aan verhoren van betrokkenen én aan het proces-verbaal van de rechtszitting, opgenomen in het CABR-dossier van Verlugt.
15 Verslag van de zitting van de Raad van Cassatie, opgenomen in het CABR-dossier.
noten bij hoofdstuk 16
1 Omschrijving in een bijlage van de brief die mr. M.H. Gelinck op 16 februari 1949 schreef aan mr. H. Haga, de voorzitter van de Bijzondere Raad van Cassatie. Zie daarvoor NA, Collectie Gelinck, nr 605, map Colonne Henneicke.
2 Pleitnotitie van raadsman voor de zitting van de Raad van Cassatie, opgenomen in het CABR-dossier tegen Tonny Kroon, oorspronkelijk nummer BRC 191/49, inventarisnummer 386.
3 In de stukken van de cassatiebehandeling bevindt zich een in 1949 zelfgeschreven levensloop van Kroon, vier dicht betikte vellen, waaraan deze en andere gegevens zijn ontleend.
4 Inschrijvingsformulier van de NSB aanwezig in het CABR-dossier.
5 Ontleend aan de eerder genoemde levensloop.
6 Verklaring van mevrouw Sterman, tegenover PRA-rechercheur, opgenomen in CABR-dossier Kroon.
7 Verklaring van mevrouw Liscaljet, tegenover PRA-rechercheurs, opgenomen in CABR-dossier Kroon.
8 Verklaring van mevrouw Teunisse, tegenover PRA-rechercheurs, opgenomen in CABR-dossier Kroon.
9 Verklaring van mevrouw Van Ekeren-Schneijer, tegenover PRA-rechercheurs, opgenomen in CABR-dossier Kroon.
10 Verklaring van K. ter Horst, tegenover PRA-rechercheur Voordenhout, opgenomen in CABR-dossier Kroon.
11 Verklaring van D. Blom, tegenover PRA-rechercheurs, opgenomen in CABR-dossier Kroon.
12 Zie Het Parool van 14 mei en Het Vrije Volk van 17 mei 1947.
13 Verklaringen van de verhoorde familieleden, in proces-verbaal van rechercheur Voordenhout, opgenomen in CABR-dossier Kroon.
14 De activiteiten van Kroon in het oosten des lands zijn uitvoerig behandeld tijdens zijn rechtszaak, op 18 februari 1949, en in een proces-verbaal van rechercheur Voordenhout. Deze laatste schreef hierover op 23 januari 1949 nog een aanvullend proces-verbaal, eveneens opgenomen in het CABR-dossier, waaruit zijn ongenoegen blijkt dat het optreden van de groep-Bakker in Almelo nooit door de Bijzondere Rechtspraak is behandeld. Hauptmann Bakker zelf is dood, en de andere leden van de groep zijn voor andere feiten veroordeeld, maar niet voor hun jacht op onderduikers.
15 Briefje van Tonny Kroon aan zijn vrouw Jenny aanwezig in zijn CABR-dossier.
16 Proces-verbaal van rechtszaak van 21 januari en 18 februari 1949 in CABR-dossier.
17 Proces-verbaal van zitting Raad van Cassatie, in CABR-dossier Kroon.
noten bij hoofdstuk 17
1 Deze geschiedenis staat beschreven in een proces-verbaal, dat G. Clement, dan werkzaam bij de Dienst Politieke Misdrijven, maar in 1943 nog bij de staatsrecherche, op 29 april 1946 heeft opgesteld. Het uitvoerige stuk is opgenomen in het dossier van Hendrik van den Heuvel, oorspronkelijk nummer BRC 166/49, CABR-inventarisnummer 429.
2 De gebeurtenissen rond Hendricus Klingeberg zijn gereconstrueerd op basis van documenten in zijn CABR-dossier. Het oorspronkelijke nummer daarvan is BG Amsterdam 344/49, het CABR-inventarisnummer 64458.
3 Proces-verbaal van de rechtszaak tegen Klingeberg, van 11 maart 1949, opgenomen in zijn CABR-dossier.
4 Zie Het Parool, 7 juni 1946.
5 Proces-verbaal van de rechtszaak tegen Klingeberg, van 11 maart 1949, opgenomen in zijn CABR-dossier
6 Eveneens terug te vinden in bovengenoemd proces-verbaal.
7 Schriftelijke verklaring van dr. Van Breda Vriesman, eveneens in het CABR-dossier van Klingeberg opgenomen.
8 Gegevens afkomstig uit het CABR-dossier van Johannes Wilhelmus den Ouden, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 21/50, CABR-inventarisnummer 64572.
9 Brief van H. de Lange van 28 augustus 1945 aan de POD Amsterdam, opgenomen in Den Oudens strafdossier.
10 Bart Middelburg & René ter Steege, Riphagen, Amsterdam, 1990.
11 Middelburg & ter Steege, Riphagen: pagina 18.
12 Middelburg & ter Steege, Riphagen: pagina 9.
13 Deze geschiedenis is opgenomen in een proces-verbaal dat in het strafdossier zit van Eddy Moerberg, de administrateur van de Colonne Henneicke. Het oorspronkelijke nummer is BRC 860/48, het CABR-inventarisnummer is 554.
14 Meer informatie over het Devisenschutzkommando is te vinden in Gerard Aalders, Roof, Den Haag, 1999, pagina 55 e.v.
15 Parg is een oud scheldwoord voor jood.
16 Verhoor van café-eigenaar Groen, in CABR-dossier van Bernardus Andreas Riphagen, inventarisnummer 107787.
17 De diverse ontsnappingen van Den Ouden zijn beschreven in de processen verbaal in zijn overigens zeer incomplete strafdossier.
18 Middelburg & ter Steege, Riphagen: pagina 92 tot 105. Ook in het CABR-dossier van Riphagen, dat kennelijk niet door Middelberg en Ter Steege kon worden geraadpleegd, staan aanwijzingen voor deze deals. Het lijkt er sterk op dat W. Sanders van het Bureau Nationale Veiligheid er al ‘bijzondere opsporingsmethoden’ op nahield. Hij wilde de arrestatie van Den Ouden en Riphagen geheim houden, door ze onder te brengen bij rechercheurs, en zo proberen te bereiken dat er extra informatie uit de arrestanten zou kunnen worden geperst. Uit de processen-verbaal in Riphagens CABR-dossier rijst het beeld op van zeer gecompliceerde deals en dubbelspelen, die voor het hier behandelde onderwerp niet erg relevant zijn.
19 Gegevens ontleend aan Middelburg & ter Steege, Riphagen: pagina 92 tot 105.
20 Deze ontvluchting is beschreven in een verhoor van 15 juli 1946, opgenomen in het CABR-dossier van Den Ouden.
21 Het proces-verbaal ontbreekt in het CABR-dossier van Den Ouden, maar deze gegevens zijn ontleend aan een beschikking omtrent zijn invrijheidsstelling, die wél in zijn dossier is opgeborgen.
noten bij hoofdstuk 18
1 Deze gebeurtenis wordt beschreven in een proces-verbaal in het CABR-dossier van Hendricus Christiaan Saaldijk. Oorspronkelijk nummer BRC 402/49, CABR-inventarisnummer 134.
2 Het is in deel 7, hoofdstuk 2, de paragraaf ‘Wat wist men van Auschwitz en Sobibor?’, vanaf pagina 308.
3 Philip Mechanicus, In Depot, dagboek uit Westerbork, Amsterdam, 1964: pagina 88.
4 dr. L. de Jong, ‘Het Koninkrijk...’ deel 7, pagina 324, voetnoot.
5 dr. L. de Jong, ‘Het Koninkrijk...’ deel 7, pagina 320.
6 dr. L. de Jong, ‘Het Koninkrijk...’ deel 7, pagina 319.
7 dr. L. de Jong, ‘Het Koninkrijk...’ deel 7, pagina 325.
8 Het verslag van deze verhoren is in kopie aanwezig in de bibliotheek van het Herinneringscentrum Westerbork te Hooghalen.
9 Zie: Ad van Liempt (red.), Albert Konrad Gemmeker, in: Andere Tijden, Amsterdam, 2000: pagina 57.
10 dr. L. de Jong, ‘Het Koninkrijk...’ deel 7, pagina 318.
11 Zie: het verhoor van Rubens door PRA en het proces-verbaal van de rechtszaak bij verstek tegen W. Briedé, beide opgenomen in het CABR-dossier van Briedé, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49, CABR-inventarisnummer 64373.
12 Proces-verbaal van de rechtszaak tegen Eddy Moerberg, opgenomen in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 860/48, CABR-inventarisnummer 554.
13 ibidem.
14 Uitspraak van mevr. Wilmke Braak, in verhoor met de PRA Amsterdam, opgenomen in het CABR-dossier van Lambertus Schipper, oorspronkelijk nummer BRC 11/49, CABR-inventarisnummer 642.
15 Proces-verbaal van de rechtszitting van 19 november 1948 tegen Sjef Sweeger, in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 96/49, CABR-inventarisnummer 507.
16 Uitspraak van mevrouw Ziekenoppasser-Swaab, gedaan in verhoor door PRA Amsterdam, opgenomen in CABR-dossier tegen Frederik Willem Cool, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
17 Uitspraak van mevrouw T., gedaan in verhoor door de PRA Amsterdam, opgenomen in CABR-dossier Tonny Kroon, oorspronkelijk nummer BRC 191/49, CABR-inventarisnummer 386.
18 Anna Voolstra en Eefje Blankevoort (red.), Oorlogsdagboeken (.....) over de jodenvervolging, Amsterdam 2001.
19 Deze en de volgende uitspraken staan in: Oorlogsdagboeken, pagina 114 en 115.
20 Anne Frank, Het Achterhuis, Amsterdam, 1947.
21 Philip Mechanicus, In Depot, dagboek uit Westerbork, Amsterdam, 1964: pagina 24.
22 Etty Hillesum, Het verstoorde leven, Dagboeken van Etty Hillesum, 1941-1943, Haarlem, 1981, pagina 108.
23 Brief van Christoffel de Hout, aangetroffen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 798/48, CABR-inventarisnummer 676 I t/m III.
noten bij hoofdstuk 19
1 De een werd niet vervolgd omdat hij volgens zijn huisarts niet vervolgd kon worden; hij had bij een val ernstig hersenletsel opgelopen en was goeddeels zijn geheugen kwijt. De ander (een ‘licht geval’ met slechts een enkele arrestatie op zijn naam) werd vrijgesproken omdat er een ernstige fout in de dagvaarding was gemaakt; hij werd niet opnieuw vervolgd.
2 Gegevens over Hugo Berten in zijn, zeer beperkte, CABR-dossier, oorspronkelijke nummers PRA Amsterdam 61016 en PF Amsterdam 12496, CABR-inventarisnummer 107766.
3 Gegevens over Rademakers in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 176/49, CABR-inventarisnummer 64342.
4 Zie voor een uitvoerige beschouwing over deze kwestie, en ook voor de problemen rond uitlevering en uitwijzing het boek van dr. Friso Wielinga, West-Duitsland: partner uit noodzaak, Nederland en de Bondsrepubliek 1949-1955, Utrecht, 1989.
5 De gegevens over Keuling zijn afkomstig uit zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 178/49, CABR-inventarisnummer 64354.
6 Brief van inspecteur J. Haije, hoofd van de PRA Amsterdam, van 7 april 1948, opgenomen in het CABR-dossier van Keuling.
7 Gegevens over Engelbert Hendrik Koops zijn afkomstig uit zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 220/49, CABR-inventarisnummer 64407.
8 Citaat uit sententie Bijzonder Gerechtshof tegen Koops, uitgesproken op 13 mei 1949, opgenomen in zijn CABR-dossier.
9 Een belangrijk deel van de correspondentie is bewaard en opgenomen in zijn CABR-dossier.
10 Mededeling in proces-verbaal van aanhouding Joop Bouman, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 863/46, CABR-inventarisnummer 61761.
11 Gegevens over de arrestatie van Alex Hoogers in het proces-verbaal van aanhouding, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 270/49 en BG 1048/48, CABR-inventarisnummers 64195 en 64196.
12 De Volkskrant, 11 december 1948: ‘Gevlucht, berecht, gegrepen’.
13 Zie het CABR-dossier van Richard Kopper, oorspronkelijk nummer BRC 237/49, CABR-inventarisnummer 348.
14 Het proces-verbaal over de arrestatie van Sweeger met de verhoren daarover zit in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 96/49, CABR-inventarisnummer 507.
15 Gegevens over Den Oudens arrestatie in diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 21/50, CABR-inventarisnummer 64572.
16 Zie hoofdstuk 3 voor de beschrijving van deze vondst.
17 Zie voor de uitgangspunten van de Bijzondere Rechtspleging de twee belangrijkste boeken op dit gebied: Prof. mr. A.D. Belinfante, In plaats van Bijltjesdag, De geschiedenis van de Bijzondere Rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog, Assen, 1978. En: Peter Romijn, Snel, streng en rechtvaardig, De afrekening met de ‘foute’ Nederlanders, Amsterdam, 1989/2002.
18 ‘In plaats van Bijltjesdag’, pagina 105.
19 Gegevens over Petrus Johannes Kruyver afkomstig uit diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer Trib. Amsterdam 1034, CABR-inventarisnummer 18669.
20 Kopie van ‘Bericht’ met deze strekking is opgenomen in het CABR-dossier van Kruyver.
21 Eveneens aangetroffen in Kruyvers CABR-dossier.
22 Gegevens over Johannes Arnoldus Antonius Smid afkomstig uit zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer Trib. Amsterdam 2802, CABR-dossiernummer 20231.
23 Kopie van de uitspraak van het Tribunaal inzake Smid is opgenomen in diens CABR-dossier.
24 Het juridische beginsel ‘ne bis in idem’ (een verdachte kan niet tweemaal voor dezelfde feiten terechtstaan) is in de ingewikkelde juridische verhouding tussen Tribunaal en Bijzonder Gerechtshof feitelijk niet van toepassing, zo schreef prof. mr. S. Faber op 23 augustus 2002 aan de auteur. Kennelijk heeft de advocaat-fiscaal het in zijn afweging toch een rol toegekend.
25 Hij brengt de zaak ter sprake in een bijlage bij een een brief aan de president van de Raad van Cassatie, mr. H. Haga, waarin hij zijn vervolgingsbeleid uiteenzet. Deze brief van 16 februari 1949, die verderop in dit hoofdstuk uitvoerig ter sprake zal komen, is te vinden in mr. Gelincks persoonlijk archief, dat berust in het NA, Collectie Gelinck, nr. 605, map Colonne Henneicke.
26 Gegevens over Marinus Schutten afkomstig uit diens CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 124/49, CABR-inventarisnummer 64358.
27 Sententie van het Bijzonder Gerechtshof opgenomen in het CABR-dossier van Schutten.
28 Gegevens afkomstig uit het CABR-dossier van Franciscus Takkert, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 110/49, CABR-inventarisnummer 20231.
29 Gegevens afkomstig uit het CABR-dossier van Mattijs van de Wert, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 1099/48, CABR-inventarisnummer 64219.
30 Zie het CABR-dossier van Richard Kopper, oorspronkelijk nummer BRC 237/49, CABR-inventarisnummer 348.
31 Gegevens afkomstig uit het proces-verbaal van de zittingen van het Bijzonder Gerechtshof in de zaak tegen Kopper, van 4 maart en 1 april 1949, opgenomen in zijn CABR-dossier.
32 Zie voor de zaak-Rietveld hoofdstuk 3.
33 Sententie van het Hof, met alle overwegingen, opgenomen in het CABR-dossier van Kopper.
34 Gegevens afkomstig uit het CABR-dossier van Nicolaas Johannes Evertsen, oorspronkelijk nummer Tribunaal Amsterdam 3084, CABR-inventarisnummer 20554.
35 Opmerking staat in de bijlage van de brief van mr. Gelinck aan mr. Haga, waarvan eerder sprake was.
36 Gegevens afkomstig uit het CABR-dossier van Lambertus Hubert Joseph Schipper, oorspronkelijk nummer BRC 11/49, CABR-inventarisnummer 642.
37 Gegevens ontleend aan het CABR-dossier van Gerrit Hendrik Mijnsma, oorspronkelijk nummer BRC 139/49, CABR-inventarisnummer 450 I t/m III.
38 Belinfante, ‘In plaats van Bijltjesdag’, pagina 90 e.v.
39 Uitspraak van Tribunaal is opgenomen in het CABR-dossier van Mijnsma.
40 Sententie van het Bijzonder Gerechtshof eveneens opgenomen in het CABR-dossier van Mijnsma.
41 Zie de eerder genoemde brief van mr. Gelinck aan mr. Haga.
42 Mr. Gelinck heeft hier weliswaar een sterk punt, maar hij geeft hier wel een scheve voorstelling van zaken, want weigerende leden van de Colonne Henneicke konden moeilijk bij de Wehrmacht worden ingelijfd; zij zouden hooguit in Duitslands industrie te werk gesteld kunnen worden, zoals met Colonnelid Rietveld is gebeurd.
43 Zie hoofdstuk 5.
44 Zie ook hoofdstuk 18.
45 De gespierde taal van de advocaten kan niet los gezien worden van de tijdgeest: vanaf 1948 krijgt de Bijzondere Rechtspleging een steeds negatiever imago. De kritiek in de samenleving neemt toe, het aantal verhalen over onrechtmatigheden ook. Iedereen vindt dat de berechting te lang duurt en dat het langzamerhand eens afgelopen zou moeten zijn. De toon van de advocaten sluit wel aan op de sfeer in het land rond dit onderwerp. Zie daarvoor o.a. het rapport van de Commissie-Schöffer over de zaak-Menten.
46 Pleitnotitie mr. B. Grolleman, in CABR-dossier van Gerrit Mijnsma, zie noot 33.
47 Pleitnotitie mr. B. Grolleman, in CABR-dossier van Egbert Elmink, oorspronkelijk nummer BRC 139/49, CABR-inventarisnummer 451.
48 Pleitnotities mr. Viskil in CABR-dossier Martin Hintink, oorspronkelijk nummer BRC 776/48, CABR-inventarisnummer 710 I en II.
49 Pleitnotities van mr. Blom in CABR-dossier Hendrik Hopman, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
50 Pleitnotities mr. Perridon in CABR-dossier van Adolf Smit, oorspronkelijk nummer BRC 32/49, CABR-inventarisnummer 640.
51 Pleitnotities mr. Nieubuur in CABR-dossier Lambert Schipper, zie noot 32.
52 Pleitnotities mr. Jelger de Jonge in CABR-dossier Jan Casteels, oorspronkelijk nummer BRC 96B/49, CABR-inventarisnummer 501 I en II.
53 Brieven van mevrouw Tomson in CABR-dossier van haar echtgenoot, oorspronkelijk nummer BRC 186/46, CABR-inventarisnummer 74605.
54 Brieven van mevrouw Takkert in CABR-dossier van haar echtgenoot, zie noot 14.
55 Correspondentie van echtpaar Van Eiken in CABR-dossier van Hermanus van Eiken, oorspronkelijk nummer BRC 56/49, CABR-inventarisnummer 594.
56 Brief van vader Van den Borch in CABR-dossier van zijn zoon, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 154A/49 en PRA Amsterdam 23722, CABR-inventarisnummer 64326.
57 Brief van de moeder van Henk Saaldijk in CABR-dossier van haar zoon, oorspronkelijk nummer BRC 402/49, CABR-inventarisnummer 134.
58 Brief in CABR-dossier Hendrik van der Kraal, oorspronkelijk nummer BRC 861/48 en PRA Alkmaar 4073, CABR-inventarisnummer 548 en 4321.
59 Brief in CABR-dossier van Martin Hintink.
60 Brief in CABR-dossier van Henk Hopman.
61 Brief in CABR-dossier van Adolf Smit.
62 Sententie in de CABR-dossiers van Elmink en Mijnsma.
63 Sententie in de CABR-dossiers van Eggink en Hoogers. Egginks dossier heeft oorspronkelijk nummer BRC 89/50, CABR-inventarisnummer 35.
64 Sententie in CABR-dossier van Koops.
65 Sententie in CABR-dossier Klingeberg, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 344/49, CABR-inventarisnummer 64458.
66 Sententie in de CABR-dossiers van Rudolfs en Hintink. Het dossier van Rudolfs heeft als oorspronkelijk nummer BRC 776/48, CABR-inventarisnummer 711.
67 Sententie in CABR-dossier Cornelis Rietveld, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 1079/48, CABR-inventarisnummer 500.
68 Notitie van mr. G.E. Langemeijer in het CABR-dossier van Anton Veldhuijsen, oorspronkelijk nummer PRA 17467 en BG 105/49, CABR-inventarisnummer 480.
69 Overigens ligt het voor de hand dat de Bijzondere Raad van Cassatie wist dat veel van de doodvonnissen toch niet zouden worden uitgevoerd. In een brief aan de auteur (27 augustus 2002) schrijft dr. Peter Romijn: ‘De BRvC was immers bekend met de grote lijnen, zoal niet de richtlijnen van het gratiebeleid en wilde kennelijk geen doodvonnissen uitspreken, waarvan ze op de vingers kon natellen dat er omzetting tot levenslang op zou volgen.’
70 Ook dr. Peter Romijn komt in zijn boek ‘Snel, streng en rechtvaardig’ tot de conclusie dat de gratiëring op kabinetsbeleid berustte en niet op de principes van
71 ‘In plaats van Bijltjesdag’, pagina 559. Overigens kan het gratiebeleid voor Belinfante zelf geen verrassing geweest zijn. Hij was er als topambtenaar op Justitie zelf ten nauwste bij betrokken.
72 Pleitnotitie mr. Blom in CABR-dossier Frederik Cool, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
73 Brief van de zus van Cool, en van haar advocaat mr. La Croix, in Cools CABR-dossier.
noten bij hoofdstuk 20
1 Pleitnotities mr. Blom in CABR-dossier van Hendrik Wouter Hopman, oorspronkelijk nummer BRC 824/48, CABR-inventarisnummer 590 I en II.
2 Tump heeft dit onderzoek ingesteld in het kader van de zaak tegen Hendricus Klingeberg, zo blijkt uit diens CABR-dossier, met oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 344/49, CABR-inventarisnummer 64458.
3 Gegevens over de voorgeschiedenis van Sjef Sweeger zijn afkomstig uit de pleitnotities van zijn raadsman, mr. P. Smink, in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 96/49, CABR-inventarisnummer 35.
4 Brief van mevrouw Saaldijk-Stoutenbeek van 31 maart 1948, gericht aan de procureur-fiscaal, opgenomen in het CABR-dossier van Henk Saaldijk, oorspronkelijk nummer BRC 402/49, CABR-inventarisnummer 134.
5 Uitspraak uit proces-verbaal inzake de arrestaties in Zuilen, opgenomen in het CABR-dossier van Lambert Schipper, oorspronkelijk nummer BRC 11/49, CABR-inventarisnummer 642.
6 Uitspraken afkomstig uit PRA-verhoor van Franciscus van Tol, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 239/49, CABR-inventarisnummer 344.
7 Uitspraken afkomstig uit PRA-verhoor van Egbert Elmink, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 139/49, CABR-inventarisnummer 451.
8 Uitspraken afkomstig uit PRA-verhoor van Johannes Bernardus Bouman, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 863/46, CABR-inventarisnummer 61761.
9 Uitspraken afkomstig uit PRA-verhoor van Jacobus Adrianus Gist, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 123/49 en PRA Amsterdam 63451, CABR-inventarisnummer 64347.
10 Uitspraak afkomstig uit PRA-verhoor van Frouwina S., die slachtoffer van Moerberg werd na diens periode bij de Colonne Henneicke; hij werkte toen voor de Amsterdamse politie. Verhoor opgenomen in CABR-dossier van Moerberg, oorspronkelijk nummer BRC 860/48, CABR-nummer 554.
11 Uitspraken afkomstig uit PRA-verhoor van Christiaan Cornelis van den Borch, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 154A/49 en PRA Amsterdam 23722, CABR-inventarisnummer 64326.
12 Uitspraken afkomstig uit proces-verbaal over Alexander Dirk Hoogers, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 270/49 en BG Amsterdam 1048/48, CABR-inventarisnummer 64195/6.
13 Uitspraak afkomstig uit proces-verbaal over Hendrik van der Kraal, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 861/48 en PRA Alkmaar 4073, CABR-inventarisnummer 548 en 4321.
14 Uitspraak afkomstig uit proces-verbaal over Martinus Hintink, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 776/48, CABR-inventarisnummer 71‘00 I en II.
15 Uitspraak in CABR-dossier van Willem Hendrik Benjamin Briedé, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49, CABR-inventarisnummer 64373.
16 Zie CABR-dossier Henk Saaldijk.
17 Zie CABR-dossier Egbert Elmink.
18 Verklaringen van o.a. Maria Jostmeijer in het CABR-dossier van Anton Veldhuijsen, oorspronkelijk nummer PRA 17467 en BG 105/49, CABR-inventarisnummer 480.
19 Zie sententie in de zaak tegen Veldhuijsen in zijn strafdossier.
20 Zie CABR-dossier Henk Klingeberg.
21 Zie CABR-dossier Frans van Tol.
22 Zie CABR-dossier Jaap Gist.
23 Brief opgenomen in CABR-dossier van Henk van den Heuvel, oorspronkelijk nummer BRC 166/49, CABR-inventarisnummer 429.
24 Brief van Aaldert Dassen aan mr. Langemeijer opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 92/49, CABR-inventarisnummer 75087.
25 Zie CABR-dossier Christiaan van den Borch.
26 Zie een notitie van mr. G.E. Langemeijer in het CABR-dossier Chris de Hout, oorspronkelijk nummer BRC 798/48, CABR-nummer 676 I t/m III.
27 Zie CABR-dossier Sjef Sweeger.
28 Zie CABR-dossier Christiaan van den Borch.
29 Zie CABR-dossier Henk Hopman.
30 Zie CABR-dossier Henk van der Kraal.
31 Uitspraak opgenomen in CABR-dossier Jan Rudolfs, oorspronkelijk nummer BRC 776/48, CABR-inventarisnummer 711.
32 Zie CABR-dossier Anton Veldhuijsen, oorspronkelijk nummer PRA 17467 en BG 105/49, CABR-nummer 480.
33 Zie CABR-dossier Aaldert Dassen.
34 Zie CABR-dossier Lambert Schipper.
35 Brief van Herman van Eiken, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 56/49, CABR-inventarisnummer 594.
36 Uitspraak uit verhoor van Jaap Gist, zie zijn CABR-dossier.
37 Melding van aangifte in het CABR-dossier van Veldhuijsen, oorspronkelijk nummer PRA 17467 en BG 105/49, CABR-nummer 480.
38 Zie: Lieve Saerens, Vreemdelingen in een wereldstad, Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking, Antwerpen, 2000.
39 Michael R. Marrus and Robert O. Paxton, Vichy et Les Juifs, Parijs, 1981.
40 Susan Zuccotti, The Holocaust, The French and The Jews, New York, 1993.
41 Christopher R. Browning, Ordinary Men, Reserve Police Battalion 101 and the Final Solution in Poland, New York, 1993.
42 ‘Ordinary Men’, pagina 47.
43 ‘Ordinary Men’, pagina 85.
44 ‘Ordinary Men’, pagina 145.
45 Stanley Milgram, Obedience to Authority, New York, 1974.
46 ‘Ordinary Men’, pagina 189.
47 J. Hofman, ‘De Collaborateur’, Meppel 1981. Voor dit boek heeft de auteur 52 psychiatrisch onderzochte patiënten bestudeerd, die allemaal zwaar gestraft zijn in de Bijzondere Rechtspleging. Ze zijn tussen 1949 en 1964 geobserveerd in de Psychiatrische Observatie Kliniek, in Utrecht, onder anderen door prof. dr. Pieter Baan naar wie die kliniek later is genoemd.
noten bij hoofdstuk 21
1 Uitspraak in: ‘Onderzoek naar de werkwijze van de Colonne Henneicke van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung’, het rapport van de PRA-rechercheurs Prasing en Verduin, dat in nagenoeg alle strafdossiers van leden van de Colonne is gedeponeerd.
2 Brief van mr. Gelinck aan de president van de Raad van Cassatie, mr. H. Haga, waarin hij zijn vervolgingsbeleid uiteenzet. Deze brief van 16 februari 1949 is te vinden in mr. Gelincks persoonlijk archief, dat berust in het NA, Collectie Gelinck, nr. 605, map Colonne Henneicke.
3 Deze lijst met ontslagen personeelsleden bevindt zich in de CABR-dossiers van de meeste betrokkenen, en in ieder geval ook in het dossier van Henneicke, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135, CABR-inventarisnummer 107967.
4 Rapport van de PRA in het CABR-dossier van Willem Briedé, oorspronkelijk nummer BG Amsterdam 221/49, CABR-inventarisnummer 64373.
5 Uitspraak van Tonny Kroon in een PRA-verhoor, opgenomen in zijn CABR-dossier, oorspronkelijk nummer BRC 191/49, CABR-inventarisnummer 386.
6 Briefje in CABR-dossier van Briedé.
7 Gegevens ontleend aan het proces-verbaal van de zitting van het Bijzonder Gerechtshof, in Briedé’s CABR-dossier.
8 Sententie in de zaak-Briedé, in zijn CABR-dossier,.
9 Zie daarvoor de beschrijving in Frank van Kolfschooten, De Koningin van Plan Zuid, Geschiedenissen uit de Beethovenstraat, Amsterdam 1997, pagina 82 e.v.
10 Gegevens ontleend aan het CABR-dossier van Willen Christiaan Heinrich Henneicke, oorspronkelijk nummer PRA Amsterdam 25135 en PF Amsterdam 13460 G, CABR-inventarisnummer 197967. Daarin bevindt zich een lijst van namen die Henneicke zou hebben doorgegeven aan de illegaliteit.
11 Zie daarvoor ook: K. Norel, in: ‘Het Grote Gebod’, Gedenkboek van het verzet in LO en LKP, deel I, Bilthoven, 1951, pagina 540/542.
12 Gegevens over de aanslag op Henneicke uit: Meldingsrapporten Bureau Linnaeusstraat, Archief Gemeentepolitie, archief 5225, inventarisnummer 6283.
13 Gesprek met de auteur, maart 2002.
14 K. Norel in: ‘Het Grote Gebod’, deel I, pag. 540-542.
15 Briefje in CABR-dossier Henneicke.
16 Correspondentie in CABR-dossier Henneicke.
Geraadpleegde literatuur
gerard aalders, Roof, De ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag, 1999.
gerard aalders/coen hilbrink, De affaire-Sanders, spionage en intriges in herrijzend Nederland, Den Haag, 1996.
hannah arendt, Eichmann in Jerusalem, A Report on the Banality of Evil, New York, 1963.
clara asscher-pinkhof, Sterrekinderen, Den Haag, 1946.
flory a. van beek, Flory, Amsterdam, 2000.
prof. mr. a.d. belinfante, In plaats van Bijltjesdag, De geschiedenis van de Bijzondere Rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog, Assen, 1978.
k. berkley, Overzicht van het ontstaan, de werkzaamheden en het streven van de Joodse Raad voor Amsterdam, Amsterdam, 1945.
j.c.h. blom, Crisis, bezetting en herstel: Tien studies over Nederland 1930-1950, Den Haag, 1989.
j. boas, Boulevard des Misères: Het verhaal van doorgangskamp Westerbork, Amsterdam, 1985.
j.m.l. van bockxmeer e.a., Onderzoekgids Archieven Joodse Oorlogsgetroffenen, Den Haag, 1998.
christopher r. browning, Ordinary Men, Reserve Police Battalion 101 and the Final Solution in Poland, New York, 1993.
christopher r. browning, The Path to Genocide, New York, 1995.
christopher r. browning, Nazi Policy, Jewish workers, German killers, Cambridge, 2000.
a. bullock, Hitler: a study in tyranny, New York, 1964.
j. charité (red.), Biografisch woordenboek van Nederland, deel 1 t/m 5, Amsterdam, 1985-2002.
c. van dam, Jodenvervolging in de stad Utecht, Zutphen, 1985.
sjoerd faber/gretha donker, Bijzonder gewoon, Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en de ‘lichte gevallen’, Haarlem, 2000.
joachim c. fest, Hitler, eine Biographie, Berlijn, 1973.
joël fishman, De Joodse oorlogswezen, interview met Gesina van der Molen, in: Zevende Jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam, 1996.
bert jan flim, Omdat hun hart sprak, Geschiedenis van de georganiseerde hulp aan Joodse kinderen in Nederland, 1942-1945, Kampen, 1996.
anne frank, Het Achterhuis, Amsterdam, 1947.
s. friedlander, Nazi-Germany and the Jews, The years of persecution, Londen, 1997.
henk van gelder, De Spookschrijver, Het raadsel Jacques van Tol, tekstschrijver, Amsterdam, 1992.
d. goldhagen, Hitlers willing executioners: Ordinary Germans and the Holocaust, New York, 1966.
koos groen, Als daders slechtoffers worden, De zaak van de joodse verraadster Ans van Dijk, Baarn, 1994.
ido de haan, Na de ondergang, De herinnering aan de Jodenvervolging in Nederland 1945-1995, Den Haag, 1997.
s. haffner, Kanttekeningen bij Hitler, Amsterdam, 1978.
abel herzberg, Amor fati, Zeven opstellen over Bergen-Belsen, Amsterdam 1946.
abel herzberg, Tweestromenland, Dagboek uit Bergen-Belsen, Amsterdam, 1950.
abel herzberg, Kroniek der jodenvervolging 1940-1945, in: Onderdrukking en verzet, Nederland in oorlogstijd, Amsterdam, 1950.
abel herzberg, Eichmann in Jeruzalem, Den Haag, 1962.
chris van der heijden, Grijs verleden, Nederland en de Tweede Wereldoorlog, Amsterdam, 2001.
r. hilberg, The destruction of the European Jews, New York, 1985.
r. hilberg, Perpetrators, victims, bystanders, New York, 1992.
etty hillesum, Het verstoorde leven, Dagboeken van Etty Hillesum, 1941-1943, Haarlem, 1981.
g. hirschfeld, Nazi-rule and Dutch collaboration, Oxford, 1988.
j. hofman, De Collaborateur. Een sociaal-psychologisch onderzoek naar misdadig gedrag in dienst van de Duitse bezetter, Meppel, 1981.
j. th. m. houwink ten cate, ‘Het jongere deel’, Demografische en sociale kenmerken van het jodendom in Nederland tijdens de vervolging, in: Jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie 1989, Amsterdam, 1989.
j. th. m. houwink ten cate en n.k.c.a. in ’t veld, FOUT, Getuigenissen van NSB-ers, Den Haag, 1992.
bert huizing/koen aartsma, De Zwarte Politie 1940-1945, Weesp, 1986.
e. jackel en j. rohwer (red.), Der Mord an den Juden im Zweiten Weltkrieg, Frankfurt, 1987.
dr. l. de jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel I t/m XIV, Den Haag, 1969-1991.
dr l. de jong, De Bezetting na 50 jaar, deel 1, 2 en 3, Den Haag, 1990.
ian kershaw, Hitler, 1889-1936, Hoogmoed, Utrecht, 1998.
ian kershaw, Hitler, 1936-1945, Vergelding, Utrecht, 2000.
p.w. klein, Kaddisj voor Isaäc Roet (1891-1944), Amsterdam, 2001.
victor klemperer, Tot het bittere einde, Dagboek 1933-1945, Amsterdam, 1997.
h. knoop, De Joodse Raad, Het drama van Abraham Asscher en David Cohen, Amsterdam, 1983.
guido knopp, Hitler, eine Bilanz, Berlijn, 1995.
david koker, Dagboek geschreven in Vught, Amsterdam 1977.
frank van kolfschooten, De Koningin van Plan Zuid, Geschiedenissen uit de Beethovenstraat, Amsterdam, 1997.
g.a. kooy, Het echec van een ‘volkse’ beweging, Nazificatie en denazificatie in Nederland, 1931-1945, Utrecht, 1982.
connie kristel, Geschiedschrijving als opdracht, Abel Herzberg, Jacob Presser en Loe de Jong over de jodenvervolging, Amsterdam, 1998.
arie kuiper, Een wijze ging voorbij, Het leven van Abel J. Herzberg, Amsterdam, 1997.
ad van liempt (red.), Albert Konrad Gemmeker, in: Andere Tijden, Amsterdam, 2000.
w. lindwer, Het fatale dilemma, Den Haag, 1995.
peter manasse, Verdwenen archieven en bibliotheken. De verrichtingen van de Einsatzstab Rosenberg gedurende de Tweede Wereldoorlog, Den Haag, 1995.
michael r. marrus en robert o. paxton, Vichy et Les Juifs, Parijs, 1981.
philip mechanicus, In Depot, dagboek uit Westerbork, Amsterdam, 1964.
guus meershoek, Dienaren van het Gezag, De Amsterdamse politie tijdens de bezetting, Amsterdam, 1999.
j. michman, Met voorbedachten rade, Amsterdam, 1987.
bart middelburg & rené ter steege, Riphagen, Amsterdam, 1990.
stanley milgram, Obedience to Authority, New York, 1974.
bob moore, Slachtoffers en overlevenden, De nazi-vervolging van de joden in Nederland, Amsterdam, 1998.
harry mulisch, De zaak 40/61: een reportage, Amsterdam, 1962.
k. norel e.a: ‘Het Grote Gebod’, Gedenkboek van het verzet in LO en LKP, deel I, Bilthoven, 1951.
dr. j. presser, Ondergang, Deel 1 en 2, De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945, Den Haag, 1965.
dr j. presser, De Nacht der Girondijnen, Amsterdam, 1957.
r. roegholt, Amsterdam na 1900, Den Haag, 1993.
f. roest/j. scheren, Oorlog in de stad, Amsterdam, 1998.
peter romijn, Snel, streng en rechtvaardig, De afrekening met de ‘foute’ Nederlanders, Amsterdam, 1989/2002.
mark roseman, De Villa, Het Meer, De Conferentie, Wannsee, 20 januari 1942, Amsterdam, 2002.
lieve saerens, Vreemdelingen in een wereldstad, Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking, Antwerpen, 2000.
jules schelvis, ‘Vernietigingskamp Sobibor’, Amsterdam, 1997.
piet schrijvers, Rome, Athene, Jeruzalem, Leven en werk van prof. dr. David Cohen, Amsterdam, 2000.
gitta sereny, Albert Speer, Verstrikt in de waarheid, Amsterdam, 1995.
meyer sluiser, Er groeit gras in de Weesperstraat, Amsterdam, 1947.
erik somers: ‘Vrijgegeven door de Duitsche censuur’, Fotograaf in dienst van de bezetter, Amsterdam, 1986.
mr. benno stokvis, Advocaat in bezettingstijd, Amsterdam 1968.
b.a. sijes, Studies over jodenvervolging, Assen, 1974.
b.a. sijes, De Februaristaking, Amsterdam, 1978.
n.k.ca. in ’t veld, De SS en Nederland, Den Haag, 1987.
elma verhey, Om het joodse kind, Amsterdam, 1991.
anna voolstra en eefje blankevoort (red.), Oorlogsdagboeken (.....) over de jodenvervolging, Amsterdam 2001.
h. voordewind, De Commissaris vertelt, Den Haag, 1949.
h. voordewind, De Commissaris vertelt verder, Den Haag, 1950.
h. wielek, De oorlog die Hitler won, Amsterdam, 1947.
friso wielinga, West-Duitsland: partner uit noodzaak, Nederland en de Bondsrepubliek 1949-1955, Utrecht, 1989.
nanda van der zee, Om erger te voorkomen, De voorbereiding en uitvoering van de vernietiging van het Nederlandse jodendom tijdens de Tweede Wereldoorlog, Amsterdam, 1997.
susan zuccotti, The Holocaust, The French and The Jews, New York, 1993.
j. zwaan (red.), De Zwarte Kameraden, Weesp, 1994.