Winter 1981
Donderdag 1 Januari
NIEUWJAARSDAG
Dit zijn mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar:
- Ik zal blinden helpen oversteken.
- Ik zal mijn broek netjes ophangen.
- Ik zal mijn platen weer in de hoezen doen.
- Ik zal niet gaan roken.
- Ik zal van mijn pukkels afblijven.
- Ik zal aardig zijn tegen de hond.
- Ik zal de armen en onwetenden bijstaan.
- En na al die walgelijke geluiden beneden vannacht heb ik me ook voorgenomen nooit één druppel alcohol aan te raken.
Mijn vader heeft gisteravond op het feest de hond dronken gevoerd. Als de dierenbescherming erachter komt, grijpen ze hem. Het is al acht dagen na Kerstmis en mijn moeder heeft de groene nylon schort die ik haar met Kerstmis gegeven heb, nog steeds niet aangehad. Volgend jaar krijgt ze badzout. Wat ben ik toch een pechvogel: krijg ik op de eerste dag van het nieuwe jaar een pukkel op mijn kin.
Vrijdag 2 Januari
Ik voelde me vandaag helemaal niet lekker. Dat is de schuld van mijn moeder die vannacht om twee uur zonodig ‘My way’ moest gaan staan zingen op de trap. Net iets voor mij om zo’n moeder te hebben.
Het is niet uitgesloten dat mijn ouders alcoholici zijn. Dan zit ik volgend jaar in een kindertehuis. De hond heeft het mijn vader betaald gezet. Hij sprong rond en gooide zijn modelschip op de grond. Daarna rende hij de tuin in met het touwwerk om zijn poten. Mijn vader bleef maar zeggen: ‘Drie maanden werk naar de bliksem,’ steeds weer opnieuw.
De pukkel op mijn kin wordt groter. Dat is de schuld van mijn moeder, omdat ze geen bal van vitamines afweet.
Zaterdag 3 Januari
Ik word nog stapelgek van slaapgebrek. Mijn vader heeft de hond uit huis verbannen. Hij heeft de hele nacht onder mijn raam staan janken.
Zoiets moet mij natuurlijk weer overkomen. Mijn vader vloeken! Als hij niet uitkijkt wordt hij nog opgepakt door de politie wegens obsceen taalgebruik.
Ik denk dat de pukkel een steenpuist is. Hij zit natuurlijk net weer precies waar iedereen hem kan zien. Ik wees mijn moeder erop dat ik de hele dag nog geen vitamine C binnengekregen had. Ze zei: ‘Je koopt maar een sinaasappel.’ Typisch mijn moeder.
Ze heeft de schort nog niet aangehad. Ik zal blij zijn wanneer de school weer begint.
Zondag 4 Januari
Mijn vader heeft griep. Verbaast me niks als je ziet wat wij te eten krijgen. Mijn moeder ging er in de regen op uit om vitamine C bruistabletten voor hem te kopen; maar ik zei: ‘Ja nou is het te laat.’ Nog een wonder dat we geen scheurbuik krijgen. Mijn moeder zegt dat ze niets ziet op mijn kin, maar dat zal wel schuldgevoel zijn vanwege het slechte eten. De hond is weggelopen omdat mijn moeder het hek niet dicht had gedaan. Ik heb het armpje van de stereo gebroken. Niemand weet het nog en als alles een beetje meezit blijft mijn vader nog een hele tijd ziek. Hij is de enige die hem gebruikt behalve ik. Van de schort nog geen spoor.
Maandag 5 Januari
De hond is nog steeds niet terug. Een hele rust. Mijn moeder heeft de politie gebeld en het signalement van de hond doorgegeven. Zoals zij het zei, klinkt het nog erger dan het is: rafelig haar over zijn ogen en zo. Als je het mij vraagt heeft de politie wel wat beters te doen dan achter honden aan te zitten, moordenaars opsporen bijvoorbeeld. Dat zei ik ook tegen mijn moeder, maar ze belde de politie toch op. Als ze vermoord wordt vanwege de hond is het haar eigen schuld. Mijn vader ligt nog steeds in bed te luilakken. Hij is zogenaamd ziek, maar ik zag heus wel dat hij gewoon lag te roken. Nigel kwam vandaag langs. Hij is bruin van de kerstvakantie. Hij zal wel gauw ziek worden door de plotselinge overgang naar het koude Engelse weer. Volgens mij was het een grote fout van Nigels ouders om hem mee naar het buitenland te nemen. Hij heeft nog geen enkel puistje.
Dinsdag 6 Januari
EPIFANIE. NIEUWE MAAN
De hond zit in de puree! Hij heeft een parkeerwachter van zijn fiets laten vallen en zijn bonnenboekje vies gemaakt. Dat zal dus wel een rechtszaak worden. Een agent zei dat we de hond vast moeten houden en vroeg hoelang hij al mank liep. Mijn moeder zei dat hij helemaal niet mank is en keek hem eens goed na. Er zat een klein modelpiraatje klem in zijn linkervoorpoot. De hond was wat blij toen mijn moeder het piraatje eruit haalde en sprong met zijn modderpoten tegen de agent op. Mijn moeder pakte gauw een theedoek uit de keuken, maar omdat ik er net mijn mes met aardbeienjam aan had afgeveegd, werd het uniform daar niet veel beter van. Daarna ging de agent weg. Ik weet zeker dat hij vloekte. Daar zou ik hem voor kunnen aangeven. Ik zal ‘epifanie’ opzoeken in het woordenboek.
Woensdag 7 Januari
Nigel kwam vanmorgen langs op zijn nieuwe fiets. Er zit een flesje op, een kilometerteller, een snelheidsmeter, een geel zadel en heel dunne racebanden. Verspild aan Nigel. Hij gaat er alleen maar mee naar de winkels en terug. Als ik er zo een had zou ik het hele land affietsen en ervaringen opdoen. Mijn puist of steenpuist is op zijn hoogtepunt. Groter kan hij onmogelijk worden.
Ik vond een woord in het woordenboek dat precies mijn vader beschrijft. Het is simulant. Hij ligt nog steeds in bed en drinkt bruistabletten.
De hond zit opgesloten in het kolenschuurtje. Epifanie is gewoon driekoningen. Maf hoor.
Donderdag 8 Januari
Nou heeft mijn moeder ook griep. Dat betekent dat ik mooi voor allebei kan zorgen. Bof ik even!
Ik heb de godganse dag de trap op en afgelopen. Vanavond heb ik een hele maaltijd voor ze gekookt: twee gebakken eieren met bonen in tomatensaus en pudding uit een potje toe. (Nog goed dat ik de groene nylon schort aanhad, want de eieren glibberden uit de pan zo over me heen.) Ik zei bijna wat toen ik zag dat ze er geen hap van gegeten hadden. Zo ziek zijn ze nou ook weer niet. Ik heb het maar aan de hond in het kolenschuurtje gegeven. Morgenochtend komt mijn grootmoeder, dus moest ik de aangebrande pannen schoonkrabben. Daarna heb ik met de hond gewandeld. Het was halfrwaalf voor ik in bed lag. Geen wonder dat ik klein ben voor mijn leeftijd. Ik heb besloten toch maar geen medicijnen te gaan studeren.
Vrijdag 9 Januari
Het was de hele nacht hoesten, hoesten en nog eens hoesten. Als de een ophield begon de ander. Je zou toch denken dat ze een beetje rekening met mij hadden kunnen houden na zo’n zware dag.
Mijn grootmoeder kwam en sprak schande van de troep in huis. Ik liet haar mijn kamer zien, die er altijd keurig netjes uitziet, en toen gaf ze me 50 pence. Ik liet haar de lege drankflessen in de vuilnisbak zien; ze was diep geschokt. Mijn grootmoeder heeft de hond uit het schuurtje gelaten. Ze zei dat het wreed was van mijn moeder om hem op te sluiten. De hond kotste op de keukenvloer. Mijn grootmoeder heeft hem weer opgesloten. Ze heeft het pukkeltje op mijn kin uitgedrukt. Dat heeft het nog veel erger gemaakt. Ik vertelde haar over de groene schort en ze zei dat ze elke Kerstmis een 100% acryl vest voor mijn moeder heeft gekocht en dat die er nog nooit of te nimmer een van gedragen heeft!
Zaterdag 10 Januari
‘s Morgens Nu is de hond ziek! Hij blijft maar kotsen en dus moest de dierenarts komen. Mijn vader zei dat ik niet aan de dierenarts mocht vertellen, dat de hond twee dagen in het kolenschuurtje opgesloten heeft gezeten.
Ik heb een pleister over de pukkel geplakt om te voorkomen dat er bacteriën van de hond inkomen.
De dierenarts heeft de hond meegenomen. Hij zegt dat hij denkt dat er ergens een obstructie zit en dat hij hem zal moeten opereren. Mijn grootmoeder heeft ruzie gemaakt met mijn moeder en is nu weer naar huis. Mijn grootmoeder vond alle kerstvesten verknipt in de zak met ouwe lappen. En dan te bedenken dat sommige mensen honger lijden.
Meneer Lucas, onze buurman, kwam op bezoek bij mijn moeder en mijn vader, die nog steeds in bed liggen. Hij bracht een kaart met ‘beterschap’ erop en bloemen mee voor mijn moeder. Mijn moeder zat rechtop in bed met een nachtpon aan waar je een heel stuk van haar borst doorheen kon zien. Ze praatte tegen meneer Lucas op zo’n slijmerige manier. Mijn vader deed net alsof hij sliep.
Nigel kwam langs met zijn platen. Hij doet aan punk maar ik zie het verschil niet als je toch de woorden niet kunt verstaan. Trouwens, ik geloof dat ik een intellectueel word. Dat komt van al die zorgen.
‘s Middags Ik ben gaan kijken hoe het met de hond is. De dierenarts liet me een plastic zakje zien met allerlei smerige dingen erin. Een brok steenkool, het kerstboompje van de kersttaart en wat modelpiraatjes van mijn vaders schip. Een van de piraatjes zwaaide met een groot mes. Dat moet de hond behoorlijk pijn gedaan hebben. De hond zag er veel beter uit. Hij kan over twee dagen naar huis, jammer genoeg. Toen ik thuiskwam zat mijn vader aan de telefoon ruzie te maken met mijn grootmoeder over de lege drankflessen in de vuilnisbak. Meneer Lucas zat boven met mijn moeder te praten. Toen hij weg was, ging mijn vader naar boven ruziemaken met mijn moeder. Hij maakte haar aan het huilen. Mijn vader heeft een pesthumeur. Dat betekent dat hij beter wordt. Ik bracht mijn moeder een kopje thee zonder dat ze erom gevraagd had. Dat maakte haar ook al aan het huilen. Bij sommige mensen is het ook nooit goed. De pukkel zit er nog steeds.
Zondag 11 Januari
Nu weet ik zeker dat ik een intellectueel ben. Gisteravond zag ik Malcolm Muggeridge op de tv en ik begreep zowat alles wat hij zei. Kan niet missen als je alles bij elkaar optelt: Een ongelukkige jeugd, slecht eten, niet van punk houden. Ik denk dat ik maar lid word van de bibliotheek, dan zien we wel. Jammer dat er hier in de buurt niet meer intellectuelen wonen. Meneer Lucas draagt wel corduroy broeken, maar hij doet in verzekeringen, jammer genoeg.
Maandag 12 Januari
De hond is terug. Hij blijft maar voortdurend aan zijn hechtingen likken, dus ga ik tijdens het eten met mijn rug naar hem toe zitten. Mijn moeder is vanmorgen opgestaan om een bedje voor de hond te maken waar hij in kan slapen tot hij beter is. Ze nam er een doos voor waar pakken waspoeder in gezeten hebben. Mijn vader zei dat de hond daarvan zou gaan niesen en uit zijn hechtingen zou barsten en dat de dierenarts vast zelfs nog meer zou rekenen voor het opnieuw hechten. Ze zaten ruzie te maken over de doos en toen had mijn vader het ineens over meneer Lucas. Al is het me een raadsel wat die met het bedje voor de hond te maken heeft.
Dinsdag 13 Januari
Mijn vader is weer naar zijn werk. Goddank! Ik weet niet hoe mijn moeder het met hem uithoudt.
Meneer Lucas kwam vanmorgen kijken of mijn moeder nog hulp nodig had in huis. Reuze aardig van hem. Mevrouw Lucas stond buiten haar ramen te zemen. De ladder zag er niet erg stevig uit. Ik heb een brief geschreven naar Malcolm Muggeridge p⁄a de BBC om hem te vragen hoe iemand een intellectueel wordt. Ik hoop maar dat hij gauw terugschrijft want het begint mij m’n keel uit te hangen er een te zijn in mijn dooie eentje. Ik heb een gedicht geschreven in maar twee minuten. Zelfs beroemde dichters doen er langer over. Het heet ‘De kraan’ maar het gaat niet echt over een kraan. Het is heel diep en het gaat over het Leven en van dat soort dingen.
De kraan, door Adriaan Mole
Ik kan niet slapen door het druppelen van de kraan
Morgen zal het hele huis onder water staan
Door een kapot leertje gaat alles naar zijn mallemoer
Kan mijn vader weer werken voor nieuw kleed op de vloer
Al dat werken doet hem de das nog eens om
Maak liever die kraan, pa, en wees niet zo stom
Ik liet het aan mijn moeder zien, maar zij lachte alleen maar. Ze is niet erg bij de hand. Ze heeft mijn gymbroek nog steeds niet gewassen en morgen moet ik naar school. Ze lijkt in niets op de moeders die je op de televisie ziet.
Woensdag 14 Januari
Ben lid geworden van de bibliotheek. Ik heb Huidverzorging en De oorsprong van de soort gehaald en een boek waar mijn moeder altijd over zeurt. Het heet Trots en vooroordeel en is geschreven door een vrouw die Jane Austen heet. Ik zag wel dat de bibliotheekjuffrouw daarvan onder de indruk was. Misschien is ze ook een intellectueel, net als ik. Ze keek niet naar mijn pukkel, dus misschien wordt hij kleiner. Zal tijd worden!
Meneer Lucas zat in de keuken thee te drinken met mijn moeder. Het zag er blauw van de rook. Ze zaten te lachen maar toen ik binnenkwam, hielden ze op.
Mevrouw Lucas was hiernaast bezig het waterputje uit te scheppen. Ze keek alsof ze een rothumeur had. Als je het mij vraagt is het geen gelukkig huwelijk, dat van meneer en mevrouw Lucas. Arme meneer Lucas!
Geen van de leraren op school heeft in de gaten dat ik een intellectueel ben. Daar zullen ze nog spijt van krijgen wanneer ik beroemd ben later. Wij hebben een nieuw meisje in de klas. Ze zit naast mij bij aardrijkskunde. Wel een leuk kind. Ze heet Pandora maar ze vindt het prettig om ‘doos’ genoemd te worden. Vraag me niet waarom. Ik zou best verliefd op haar kunnen worden. Het is tijd dat ik verliefd word, ik ben tenslotte al 1334 jaar oud.
Donderdag 15 Januari
Pandoras haar heeft de kleur van stroop en het is lang, zoals meisjeshaar behoort te zijn. Ze heeft een heel goed figuur. Bij het netbal spelen zag ik haar borsten wiebelen. Ik kreeg een raar gevoel. Als je het mij vraagt is het zover!
De hechtingen van de hond zijn eruit. Hij heeft de dierenarts gebeten, maar daar zal hij wel aan gewend zijn. (De dierenarts bedoel ik, de hond is het zeker.)
Mijn vader heeft ontdekt dat het armpje van de stereo kapot is. Ik heb gelogen. Ik zei dat de hond er tegenop is gesprongen en het gebroken heeft. Mijn vader zei dat hij zal wachten tot de hond helemaal beter is en hem dan een rotschop geven. Ik hoop maar dat het een grapje is. Meneer Lucas zat weer in de keuken toen ik uit school kwam. Mijn moeder is weer beter, dus wat hij de hele tijd komt doen, is me een raadsel. Mevrouw Lucas stond in het donker bomen te planten. Ik heb even in Trots en vooroordeel gelezen, maar het was allemaal erg ouderwets. Ik vind dat die Jane Austen maar eens iets moderners moet schrijven. De hond heeft dezelfde kleur ogen als Pandora. Dat zag ik omdat mijn moeder het haar van de hond heeft geknipt. Hij ziet er nu nog erger uit dan eerst. Meneer Lucas en mijn moeder lachten zich rot om zijn nieuwe kapsel. Niet bepaald netjes; tenslotte kunnen honden niets terugzeggen, net als de koninklijke familie.
Ik ga vroeg naar bed om over Pandora te denken en de rekoefeningen voor mijn rug te doen. Ik ben al weken niet meer gegroeid. Als het zo doorgaat blijf ik een dwerg. Als die pukkel er zaterdag nog zit ga ik naar de dokter. Zo kan ik niet leven: iedereen kijkt naar me.
Vrijdag 16 Januari
Meneer Lucas kwam langs en bood mijn moeder aan om met de auto boodschappen te gaan doen. Mij zetten ze bij school af. Na al dat gelach en al die sigarettenrook was ik blij dat ik de auto uit kon. Onderweg zagen we mevrouw Lucas nog. Ze liep met grote tassen vol boodschappen te sjouwen. Mijn moeder zwaaide, maar mevrouw Lucas kon niet terugzwaaien. We hadden vandaag aardrijkskunde dus zat ik een heel uur naast Pandora. Ze gaat er met de dag mooier uitzien. Ik vertelde haar dat ze net zulke ogen had als de hond. Ze vroeg wat het voor hond was. Vuilnisbakkenras, zei ik.
Ik heb Pandora mijn blauwe viltstift geleend om de zee in te kleuren. Volgens mij waardeert ze zulke kleine attenties wel. Vandaag ben ik in De oorsprong van de soort begonnen, maar het haalt niet bij de televisieserie. Huidverzorging is prima. Ik heb het open laten liggen bij het hoofdstuk over vitamines. Ik hoop dat mijn moeder de wenk begrijpt. Ik heb het op de keukentafel naast de asbak gelegd, dus moet ze het wel zien. Ik heb een afspraak met de dokter gemaakt over mijn pukkel. Hij is nu paars geworden.
Zaterdag 17 Januari
Vanmorgen werd ik vroeg wakker. Mevrouw Lucas is beton aan het storten in de voortuin; en de wagen met de betonmolen moest zijn motor laten lopen terwijl zij het beton verspreidde voor het hard werd. Meneer Lucas bracht haar een kopje thee. Hij is heel aardig. Nigel kwam langs om te vragen of ik mee naar de bioscoop ging, maar ik zei dat ik niet kon omdat ik naar de dokter moest voor mijn pukkel. Hij zei dat hij niets van de pukkel kon zien, maar dat zei hij alleen om aardig te zijn, want de pukkel is vandaag reusachtig.
Dr. Taylor is vast een van die overwerkte huisartsen waar je altijd over leest. Hij bekeek de pukkel niet eens; hij zei alleen dat ik me geen zorgen moest maken en of alles in orde was thuis. Ik vertelde hem over mijn ongelukkige jeugd en mijn gebrekkige voeding, maar het enige dat hij zei was dat ik er heel weldoorvoed uitzag en dat ik naar huis moest gaan en niet meer zo mopperen. Typisch de National Health Service. Ik neem wel een krantenwijk en dan ga ik als particulier.
Zondag 18 Januari
Mevrouw Lucas en mijn moeder hebben ruzie gehad over de hond. Op de een of andere manier is hij ontsnapt en over mevrouw Lucas’ natte beton gelopen. Mijn vader bood aan de hond te laten afmaken, maar mijn moeder begon te huilen dus zag hij ervan af. Alle buren stonden buiten hun auto te wassen en mee te luisteren. Soms haat ik dat beest! Vandaag herinnerde ik me mijn goede voornemen over het helpen van de armen en onwetenden. Dus heb ik een pak oude jaargangen van Beano meegenomen naar een behoorlijk arme familie die een straat verderop is komen wonen. Ik weet zeker dat ze arm zijn omdat ze alleen maar een zwart-wit tv hebben. Een jongen deed open. Ik legde hem uit waar ik voor kwam. Toen keek hij naar de jaargangen, hij zei: ‘Die ken ik al’ en sloeg de deur voor mijn neus dicht. Ik zal de armen nog eens helpen!
Maandag 19 Januari
Ik heb mij op school aangesloten bij een groepje dat de Goede Samaritanen heet. Wij gaan de gemeenschap in om te helpen en zo meer. Dan moeten we wel wiskunde op maandagmiddag missen.
Vandaag hebben we gepraat over wat we voor dingen zullen gaan doen. Ik ben in de ouden van dagen-groep ingedeeld. Nigel heeft een rotbaantje: hij moet op kinderen in een speelgroep passen. Hij heeft goed de pest in.
Ik kan bijna niet wachten tot volgende week maandag. Ik zal een cassette kopen om alle verhalen van die ouwe knakkers over de oorlog en zo op te nemen. Ik hoop dat ik er een krijg met een goed geheugen. De hond is weer bij de dierenarts. Hij heeft beton aan zijn poten. Geen wonder dat hij gisteravond zo’n herrie maakte op de trap.
Vandaag heeft Pandora tegen me gelachen tijdens de lunch op school, maar ik verslikte me net in een zeentje, dus kon ik niet teruglachen. Ik balen!
Dinsdag 20 Januari
VOLLE MAAN
Mijn moeder gaat een baan zoeken!
Nu word ik vast een jeugddelinquent, die op straat rondzwerft en zo. En, wat moet ik in de vakanties? Je zal zien dat ik hele dagen in de wasserette moet zitten om warm te blijven. Ik word een sleutelkind, wat dat ook mag wezen. En wie zorgt er voor de hond? En wat eet ik dan de hele dag? Dan moet ik wel chips en snoep eten tot mijn hele huid in de vernieling ligt en mijn tanden uit mijn mond vallen. Ik vind mijn moeder een grote egoïst. Trouwens, ze is helemaal niet geschikt voor een baan. Ze is niet bepaald slim en ze drinkt te veel met Kerstmis. Ik heb mijn oma opgebeld en het haar verteld. Ze zei dat ik in de vakanties wel bij haar kan komen en dan mag ik ‘s middags mee naar de zestig-plus soos en zulke dingen. Had ik maar niet opgebeld. Vandaag was er in de pauze een bijeenkomst van de Goede Samaritanen. De ouden van dagen zijn verdeeld. Ik heb een oude man die Bert Baxter heet. Hij is negenentachtig, dus zal ik hem wel niet lang hebben.
Morgen ga ik bij hem langs. Ik hoop niet dat hij een hond heeft. Als ze niet bij de dierenarts zijn, gaan ze wel net precies voor de televisie zitten.
Woensdag 21 Januari
Meneer en mevrouw Lucas gaan scheiden! Ze zijn de eersten van onze straat. Mijn moeder ging naar hiernaast om meneer Lucas te troosten. Hij moet wel erg overstuur geweest zijn want toen mijn vader van zijn werk kwam, zat ze er nog. Mevrouw Lucas is weggegaan in een taxi. Voorgoed, denk ik, want ze had haar moersleutelset bij zich. Arme meneer Lucas, nu moet hij zelfde was doen en zo.
Mijn vader heeft vanavond gekookt. We aten een kant-en-klaarmaaltijd van kerrierijst. Het was het enige pak dat nog in het vriesvak lag, behalve een zakje groen spul waar geen etiket meer op zit. Daar maakte mijn vader nog een grapje over, dat hij het naar de inspectie voor volksgezondheid zou opsturen. Mijn moeder lachte niet. Misschien zat ze aan de arme meneer Lucas te denken, daar zo in zijn eentje.
Na het eten ben ik bij de oude meneer Baxter langsgegaan. Mijn vader zette me af op weg naar zijn badmintonclubje. Meneer Baxters huis is haast niet te zien vanaf de straat. Er staat een reusachtige, uitgegroeide ligusterheg helemaal omheen. Toen ik op de voordeur klopte begon een hond te blaffen, te grommen en tegen de brievenbus op te springen. Ik hoorde flessen omvallen en een man vloeken toen ik ervandoor ging. Ik hoop maar dat ik het verkeerde nummer had.
Op weg naar huis kwam ik Nigel tegen. Hij vertelde me dat Pandora’s vader melkboer is. Ik ben niet meer zo weg van haar als eerst.
Toen ik thuiskwam was er niemand, dus heb ik de hond eten gegeven, mijn pukkels bekeken en daarna ben ik naar bed gegaan.
Donderdag 22 Januari
Het is een gemene leugen dat Pandora’s vader melkboer is. Hij is accountant bij de melkfabriek. Pandora zegt dat ze Nigel wel eens te grazen zal nemen als hij praatjes over haar rondstrooit. Ik ben weer tot over mijn oren verliefd.
Nigel heeft me gevraagd morgenavond mee te gaan naar een disco op het jongerencentrum. Die houden ze om geld in te zamelen voor een doosje nieuwe pingpongballetjes. Ik weet niet of ik wel ga, want Nigel is punk in het weekend. Dat mag van zijn moeder, als hij maar een warm hemd aantrekt onder zijn SM-T–shirt. Mijn moeder gaat solliciteren. Ze zit haar typen te oefenen en kookt niet. Kan je nagaan wat dat moet worden als ze die baan ook inderdaad krijgt! Mijn vader zou er een stokje voor moeten steken, straks valt ons gezin uit elkaar.
Vrijdag 23 Januari
Dat is de laatste keer dat ik naar een disco ga. Iedereen daar was punk, behalve ik en Rick Lemon, de jeugdleider. Nigel heeft zich de hele avond als een gek lopen aanstellen. Ten slotte stak hij zelfs een veiligheidsspeld door zijn oor. Mijn vader moest hem naar het ziekenhuis brengen in onze auto. Nigels ouders hebben geen auto omdat zijn vader een stalen plaat in zijn hoofd heeft en zijn moeder maar een meter tweeëndertig lang is. Geen wonder dat het met Nigel de verkeerde kant opgaat, met een lijp en een lilliputter als ouders.
Ik heb nog steeds niets van Malcolm Muggeridge gehoord. Misschien heeft hij een sombere bui. Intellectuelen zoals hij en ik hebben wel vaker sombere buien. Gewone mensen begrijpen dat niet en zeggen dat we een rothumeur hebben, maar dat is niet zo. Pandora heeft Nigel opgezocht in het ziekenhuis. Hij heeft een beetje bloedvergiftiging gekregen van de veiligheidsspeld. Pandora vindt Nigel onwijs dapper. Ik vind hem onwijs stom. Ik heb de hele dag hoofdpijn gehad van mijn moeders rottige getyp; maar mij zul je niet horen klagen. Nu moet ik gaan slapen. Morgen moet ik naar Bert Baxter. Het was wel het goede huis. Baal ik even!
Zaterdag 24 Januari
Vandaag was de afschuwelijkste dag van mijn leven. Mijn moeder heeft een baan; ze gaat haar rottige getyp in een verzekeringskantoor doen. Maandag begint ze. Meneer Lucas werkt daar ook. Dus mag ze elke dag met hem meerijden. En mijn vader heeft een rothumeur: hij denkt dat de aandrijfstang het aan het begeven is.
Maar het ergste is nog dat Bert Baxter helemaal geen aardige oude bejaarde is! Hij drinkt en hij rookt en hij heeft een Duitse herder, die Sabre heet. Sabre zat opgesloten in de keuken toen ik de reusachtige heg knipte, maar hij heeft aan een stuk door gegromd.
Maar het allerergste komt nog! Pandora gaat met Nigel!!!!! Ik denk niet dat ik deze schok ooit te boven zal komen.
Zondag 25 Januari
10 uur ‘s-morgens Ik ben ziek geworden van de zorgen, te zwak om veel te schrijven. Het is niemand opgevallen dat ik bij het ontbijt niets gegeten heb.
2 uur ‘s middags Heb twee aspirine junior geslikt tussen de middag en ben iets opgeknapt. Misschien dat de mensen later, wanneer ik beroemd ben en mijn dagboek wordt ontdekt, zullen beseffen wat een marteling het is om een 13¾-jaar oude onontdekte intellectueel te zijn.
6 uur ‘s middags Pandora! Mijn verloren geliefde! Nooit zal ik je stroopkleurige haren strelen! (Al blijft mijn blauwe viltstift tot je beschikking staan.)
8 uur Pandora! Pandora! Pandora!
10 uur Waarom? Waarom? Waarom?
Middernacht Een boterham met vispasta gegeten en een mandarijntje (voor mijn huid). Voel me iets beter. Ik hoop dat Nigel van zijn fiets valt en wordt platgereden door een truck. Ik zal nooit meer een woord tegen hem zeggen. Hij wist dat ik verliefd was op Pandora! Als ik met Kerstmis een racefiets had gehad in plaats van een rottige digitale stereo wekker, zou dit allemaal nooit gebeurd zijn.
Maandag 26 Januari
Ik moest wel van mijn ziekbed opstaan om vóór school nog even langs Bert Baxter te gaan. Het kostte me een hele tijd om er te komen, zwak als ik was en gedwongen steeds even uit te rusten. Maar met behulp van een oude dame met een lange zwarte snor, haalde ik het tot de voordeur. Bert Baxter lag in bed, maar hij gooide de sleutel naar beneden zodat ik zelf de deur open kon doen. Sabre zat opgesloten in de badkamer. Hij zat te grommen en, zo te horen, handdoeken te verscheuren of zoiets.
Bert Baxter lag in een goor uitziend bed een sigaret te roken. Het stonk er verschrikkelijk; ik geloof dat het Bert Baxter zelf was. De lakens zagen eruit alsof ze onder het bloed zaten, maar Bert zei dat het kwam door de boterhammen met bietjes, die hij altijd eet voor hij gaat slapen. Het was de smerigste kamer die ik ooit gezien heb (en ik ben niet bepaald onbekend met vuiligheid). Bert Baxter gaf mij geld om een Morning Star voor hem te kopen bij de krantenwinkel. Dus hij is nog communist ook! Anders haalt Sabre de krant altijd, maar hij mag niet naar buiten voor straf, omdat hij het aanrecht kapot heeft gebeten. De man van de krantenwinkel vroeg of ik Bert Baxter zijn rekening wilde geven (hij moet nog 31 pond 97 betalen voor zijn kranten). Maar toen ik hem aan Bert Baxter gaf zei hij: ‘Die vuile slijmbal van een brillenjood’ en hij lachte en verscheurde hem. Ik was te laat op school dus moest ik naar de administratie om genoteerd te worden. Dat is nou de beloning voor mijn Goede Samaritaanschap! En ik liep nog niet eens wiskunde mis! Pandora en Nigel dicht bij elkaar in de rij voor de lunch zien staan, maar deed alsof ik ze niet zag.
Meneer Lucas is ziek geworden van verlatenheid, dus zorgt mijn moeder nu voor hem na haar werk. Zij is de enige die hij wil zien. En wanneer heeft ze dan tijd om voor mij en mijn vader te zorgen?
Mijn vader heeft een pesthumeur. Ik denk dat hij jaloers is dat meneer Lucas hem niet wil zien.
Middernacht Goedenacht, Pandora, mijn stroopharige geliefde.
Dinsdag 27 Januari
Tekenles was onwijs gaaf vandaag. Ik heb een eenzame jongen op een brug getekend die net zijn grote liefde verloren had aan zijn ex-beste vriend. De ex-beste vriend spartelde in de woeste rivier. De jongen stond te kijken naar zijn verdrinkende ex-beste vriend. De ex-beste vriend leek een beetje op Nigel. De jongen leek een beetje op mij. Juffrouw Fossington-Gore zei dat mijn tekening ‘diepte’ had. Dat had de rivier ook. Ha! Ha! Ha!
Woensdag 28 Januari
LAATSTE KWARTIER
Ik werd vanmorgen een beetje verkouden wakker. Ik vroeg mijn moeder een briefje om niet naar gymnastiek te hoeven. Ze zei dat ze er niet over dacht mij nog één dag langer in de watten te leggen. Ik had haar wel eens willen zien rondhollen door de modder in een ijskoude motregen met alleen een sportbroekje en een hemdje aan. Toen ik vorig jaar op de sportdag meedeed aan een van de spelletjes kwam ze kijken met én een bontjas aan én een plaid voor om haar benen én het was nota bene juni. In ieder geval heeft ze er spijt van gekregen. We deden rugby en mijn gymkleren zaten zo onder de modder, dat de afvoer van de wasmachine verstopt raakte.
De dierenarts belde op om te zeggen dat we de hond konden komen halen. Hij heeft er negen dagen gezeten. Mijn vader zegt dat hij er moet blijven tot hij morgen zijn loon krijgt. De dierenarts wil contant betaald worden en mijn vader heeft het geld niet. Pandora! Waarom?
Donderdag 29 Januari
Die stomme hond is er weer. Ik ga niet met hem wandelen tot er weer wat haar op zijn geschoren poten zit. Mijn vader zag bleek toen hij terugkwam van de dierenarts. Hij zei aldoor: ‘Wat een geldverspilling!’ en hij zei dat de hond voortaan nog alleen maar de restjes van zijn bord krijgt. Dat betekent dat de hond binnenkort wel zal verhongeren.
Vrijdag 30 Januari
Die smerige rooie Bert Baxter heeft de school opgebeld om te klagen dat ik de heggenschaar buiten in de regen had laten liggen! Hij beweert dat hij helemaal verroest is. Hij wil schadevergoeding. Ik zei tegen meneer Scruton, het Hoofd van de school, dat hij al roestig was, maar ik zag wel dat hij me niet geloofde. Hij gaf me een hele preek over hoe moeilijk oude mensen het hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Hij heeft me opgedragen naar Bert Baxter toe te gaan en de heggenschaar schoon te maken en te slijpen. Ik had willen vertellen wat een verschrikkelijke man Bert Baxter is, maar meneer Scruton heeft iets waardoor mijn hoofd volledig leeg raakt. Ik denk dat het komt door de manier waarop zijn ogen uit zijn hoofd puilen wanneer hij kwaad wordt.
Op weg naar Bert Baxter zag ik mijn moeder en meneer Lucas samen uit een winkel komen. Ik zwaaide en schreeuwde naar ze maar ik geloof niet dat ze me zagen. Ik ben blij dat meneer Lucas zich wat beter voelt. Bert Baxter deed niet open. Misschien is hij wel dood. Pandora! Ik denk nog steeds aan jou, liefste.
Zaterdag 31 Januari
Het is al bijna februari en ik heb niemand om een Valentijnskaart te sturen.
Zondag 1 Februari
Er is gisteravond laat heel wat afgeschreeuwd beneden. De afvalemmer in de keuken viel om en de achterdeur werd aldoor dichtgegooid. Ik wou dat mijn ouders eens wat meer rekening hielden met mij. Ik heb een emotionele periode achter de rug en ik heb mijn slaap hard nodig. Nou ja, ik verwacht niet dat ze begrijpen wat het is om verliefd te zijn; ze zijn al veertien en een halfjaar getrouwd. Vanmiddag bij Bert Baxter geweest, maar godzijdank was hij naar Skegness met de 60+-soos. Sabre keek uit het raam van de voorkamer. Ik maakte een V-teken tegen hem. Ik hoop niet dat hij het onthoudt.
Maandag 2 Februari
MARIA LICHTMIS
Mevrouw Lucas is terug! Ik zag haar bomen en struiken uit de grond trekken en achter in een busje zetten. Daarna deed ze alle tuingereedschappen erin en reed weg. Op de zijkant van het busje stond ‘Vrouwenhuis’. Meneer Lucas kwam bij ons om met mijn moeder te praten. Ik ging naar beneden om hem goedendag te zeggen maar hij was veel te overstuur om mij te zien. Ik vroeg mijn moeder of ze vanavond vroeg thuiskwam, ik heb er schoon genoeg van aldoor op het eten te moeten wachten. Ze zei van niet.
Nigel is vandaag de eetzaal uitgegooid omdat hij schold op de toad-in-the-hole (rundvlees in deeg), hij zei dat het een heleboel hole was om weinig toad. Ik vind dat mevrouw Leech groot gelijk had dat ze hem eruit zette, er waren per slot van rekening eersteklassers bij! Wij derdeklassers moeten het goede voorbeeld geven. Pandora gaat rond met een petitie om te protesteren tegen de toad-in-the-hole. Ik teken niet.
Vandaag was het Goede Samaritanen-dag. Dus moest ik wel naar Bert Baxter. Ik liep lekker wel het algebraproefwerk mis! Ha! Ha! Ha!
Bert gaf me een afgebroken stuk Skegness rots en zei dat het hem speet dat hij naar school had opgebeld om te klagen over de heggenschaar. Hij zei dat hij zich eenzaam voelde en een menselijke stem wilde horen. Al was ik de eenzaamste mens ter wereld, dan zou ik nog onze school niet opbellen. Ik zou liever de tijd opbellen, die zegt om de tien seconden wat tegen je.
Dinsdag 3 Februari
Mijn moeder heeft nu al dagen niets aan het huishouden gedaan. Het enige dat ze doet is naar haar werk gaan, meneer Lucas troosten en lezen en roken. De aandrijfstang van mijn vaders auto is kapot. Ik moest hem wijzen waar hij de bus naar de stad moest nemen. Een man van veertig die niet weet waar de bushalte is! Mijn vader zag er zo slordig uit dat ik me schaamde om met hem gezien te worden. Ik was blij toen de bus kwam. Ik schreeuwde nog dat hij beneden niet mocht roken, maar hij wuifde alleen maar en stak een sigaret op. Daar kun je een boete van vijftig pond voor krijgen. Als ik het voor het zeggen had bij de bussen, zou ik rokers boetes van duizend pond geven en ze dwingen twintig Woodbine-sigaretten op te eten. Mijn moeder leest Vrouw als eunuch van Germaine Greer. Mijn moeder zegt dat het ‘t soort boek is dat je leven verandert. Het heeft het mijne niet veranderd, maar ik heb het ook alleen maar even doorgebladerd. Het staat vol vieze woorden.
Woensdag 4 Februari
NIEUWE MAAN
Ik heb mijn eerste natte droom gehad! Mijn moeder had dus toch gelijk over Vrouw als eunuch. Het heeft mijn leven inderdaad veranderd. De pukkel is kleiner geworden.
Donderdag 5 Februari
Mijn moeder heeft zo’n overall gekocht zoals schilders en behangers dragen. Haar onderbroek schijnt er doorheen. Ik hoop niet dat ze ermee de straat opgaat. Morgen krijgt ze gaatjes in haar oren. Volgens mij krijgt ze ook een gat in haar hand. Nigels moeder heeft een gat in haar hand. Ze krijgen voortdurend brieven dat hun gas en licht wordt afgesloten en dat alleen maar omdat Nigels moeder iedere week zonodig een paar hoge hakken moet kopen. Ik zou wel eens willen weten waar de kinderbijslag blijft; eigenlijk zou ik die moeten krijgen. Ik zal morgen mijn moeder ernaar vragen.
Vrijdag 6 Februari
TROONSBESTIJGING VAN KONINGIN ELISABETH 1952
Het is rot om een werkende moeder te hebben. Ze komt binnenstormen met tassen vol boodschappen, maakt het eten klaar en rent dan rond om zich op te tutten. Maar opruimen is er nog steeds niet bij voor ze meneer Lucas gaat troosten. Ik weet dat er al drie dagen een plakje bacon ligt tussen de ijskast en het fornuis. Ik vroeg haar vandaag naar mijn kinderbijslag. Ze begon te lachen en zei dat die opging aan sterke drank en sigaretten. Als de Sociale Dienst ervan hoort, wordt ze opgepakt.
Zaterdag 7 Februari
Mijn vader en moeder zijn nu al urenlang non-stop tegen elkaar aan het schreeuwen. Het begon met het plakje bacon naast de ijskast en ging vandaar naar de reparatiekosten van mijn vaders auto. Ik ben maar naar mijn kamer gegaan en heb mijn Abba-platen opgezet. Mijn vader had nog de treurige moed om mijn deur open te rammen en te vragen of het geluid wat zachter kon. Ik zette het zachter. Toen hij weer beneden was, zette ik het weer hard.
Niemand deed iets aan het eten, dus ben ik naar de Chinees gegaan om een bakje chips met sojasaus te halen. Ik heb het in een bushuisje op zitten eten, daarna een beetje triest rondgelopen. Thuis heb ik de hond eten gegeven. Even in Vrouw als eunuch gelezen. Voelde me een beetje eigenaardig. Gaan slapen.
Zondag 8 Februari
Mijn vader kwam vanmorgen mijn kamer binnen. Hij zei dat hij wilde praten. Hij keek in mijn Kevin Keegan plakboek, schroefde de knop van de klerenkast er weer op met zijn Zwitserse legermes en vroeg naar school. Toen zei hij dat het hem speet van al dat geschreeuw gisteren. Hij zei dat mijn moeder en hij ‘het moeilijk hebben’. Hij vroeg me of ik ook iets te zeggen had. Ik zei dat ik nog 32 pence van hem kreeg voor de Chinese chips met sojasaus. Hij gaf me een pond. Dus had ik 68 pence winst.
Maandag 9 Februari
Vanmorgen stond er een verhuiswagen voor het huis van meneer Lucas. Mevrouw Lucas en nog wat andere vrouwen waren bezig meubels het huis uit te slepen en op de stoep te zetten. Meneer Lucas stond voor het raam van zijn slaapkamer en keek een beetje angstig. Mevrouw Lucas stond te lachen en naar meneer Lucas te wijzen en alle andere vrouwen begonnen ook te lachen en te zingen van ‘O wat ben je mooi’. Mijn moeder belde meneer Lucas op om te vragen hoe het met hem ging. Meneer Lucas zei dat hij vandaag maar niet naar zijn werk ging om zijn stereo en zijn platen te bewaken tegen zijn vrouw. Mijn vader hielp mevrouw Lucas nog het gasfornuis in de verhuiswagen te zetten; en daarna liepen hij en mijn moeder samen naar de bushalte. Ik liep een eindje achter ze omdat mijn moeder van die lange bengelende oorringen droeg en de omslagen van mijn vaders broek waren uitgezakt. Ze begonnen weer ruzie te maken dus ben ik maar overgestoken en heb ik de langere weg naar school genomen.
Bert Baxter was oké vandaag. Hij vertelde over de Eerste Wereldoorlog. Hij zei dat hij zijn leven te danken had aan een bijbeltje dat hij altijd in zijn borstzak droeg. Hij liet me het bijbeltje zien. Het was gedrukt in 1956. Ik geloof dat Bert een beetje seniel wordt.
Pandora! De gedachte aan jou is een voortdurende marteling!
Dinsdag 10 Februari
Meneer Lucas logeert zolang bij ons tot hij nieuwe meubels heeft. Mijn vader is naar Matlock om elektrische kachels te verkopen aan een groot hotel. Onze gasboiler is kapot. Het is ijskoud.
Woensdag 11 Februari
EERSTE KWARTIER
Mijn vader belde op van Matlock om te zeggen dat hij zijn creditcard van de Barclaybank was verloren en niet thuis zou komen. Dus waren meneer Lucas en mijn moeder de godganse avond bezig met proberen de boiler te repareren. Om tien uur ging ik naar beneden om te zien of ik ergens mee kon helpen, maar de keukendeur zat klem. Meneer Lucas riep dat hij net even niet open kon doen omdat de reparatie in een cruciale fase was en mijn moeder hem hielp en ook geen handen vrij had.
Donderdag 12 Februari
LINCOLNS VERJAARDAG
Ik vond mijn moeder in de badkamer waar ze haar haar aan het verven was. Dat is een grote schok voor mij. Dertien-en-drie-kwart jaar lang heb ik gedacht dat ik een roodharige moeder had en nu merk ik dat haar haar eigenlijk lichtbruin is. Ze vroeg me het niet aan mijn vader te vertellen. Wat moet hun huwelijk een puinhoop zijn! Ik vraag me af of mijn vader weet dat ze een bh met voorgevormde cups draagt. Ze hangt hem nooit buiten aan de waslijn, maar ik heb hem wel in een hoekje van de droogkast zien hangen. Ik vraag me af wat mijn moeder nog meer voor geheimen heeft.
Vrijdag 13 Februari
Inderdaad een echte ongeluksdag voor mij! Pandora zit niet meer naast me bij aardrijkskunde. Barry Kent zit er nu. Hij zat de hele tijd mijn werk over te schrijven en bubblegum in mijn oor te blazen. Ik zei het tegen juffrouw Elf, maar zij is ook bang voor Barry Kent, dus zei ze er niets van. Pandora zag er vandaag verrukkelijk uit. Ze droeg een rok met een split waardoor je haar benen zag. Ze heeft een korstje op een van haar knieën. Ze had Nigels voetbaldas om haar pols, maar juffrouw Elf zag het en zei dat ze hem af moest doen. Juffrouw Elf is niet bang voor Pandora. Ik heb haar een Valentijnskaart gestuurd (Pandora, niet juffrouw Elf).
Zaterdag 14 Februari
ST.-VALENTIJNSDAG
Ik heb maar één Valentijnskaart gekregen. In mijn moeders handschrift, dus die telt niet. Er werd een enorme kaart bezorgd voor mijn moeder. Hij was zo groot dat hij met een busje van de post aan de deur gebracht werd. Ze werd vuurrood toen ze de enveloppe openmaakte en de kaart zag. Het was echt geweldig. Het was een grote satijnen olifant met een bosje plastic bloemen in zijn slurf en een wolkje uit zijn mond met: ‘Ha snoezepoes! Jou zal ik nooit vergeten!’ Er stond geen naam bij, alleen een tekeningetje van hartjes met Pauline erin. Mijn vaders kaart was maar klein. Er stond een bosje paarse bloemetjes op en mijn vader had erbij geschreven: ‘Laten we het nog eens proberen’.
Dit is het gedicht dat ik op Pandora’s kaart had geschreven:
Pandora!
Ik ben smoor ja smoorverliefd op Pandora of ik me erdoor sla of eronderdoor ga ligt enkel aan Pandora!
Ik schreef het op met mijn linkerhand zodat ze niet zou weten dat het van mij kwam.
Zondag 15 Februari
SEPTUAGESIMA
Meneer Lucas is gisteravond teruggegaan naar zijn lege huis. Ik denk dat hij meer dan genoeg had van de ruzies over de olifants-Valentijnskaart. Ik zei nog tegen mijn vader dat mijn moeder het toch niet kan helpen dat een man haar stiekem bewondert. Mijn vader lachte grimmig en zei: ‘Jij hebt nog een hoop te leren, jongen.’
Tegen de lunch ben ik ‘m gesmeerd naar mijn oma. Zij heeft mij een echt zondagsmaal voorgezet met jus en kleine Yorkshire puddinkjes. Ze heeft het ook nooit te druk om een echt toetje te maken.
Ik had de hond bij me en na het eten zijn we gaan wandelen voor onze spijsvertering.
Mijn oma heeft geen woord meer tegen mijn moeder gezegd sinds de ruzie over de vesten. Oma zegt dat ze ‘geen voet meer in dat huis’ zet. Oma vroeg of ik geloof in een leven na de dood. Ik zei van niet. Toen vertelde ze dat ze lid was geworden van de Spiritistenkerk en mijn opa had horen praten over zijn rabarber. Mijn opa is al vier jaar dood!!! Woensdagavond gaat ze weer proberen met hem in contact te komen en ze wil dat ik meega.
Ze zegt dat ik een aura om me heen heb. De hond stikte zowat in een kippenbotje. We hebben hem ondersteboven gehouden en hard op zijn rug geklopt en toen viel het botje eruit. Ik heb de hond maar bij oma gelaten om een beetje te bekomen van de schrik.
Heb ‘Septuagesima’ opgezocht in mijn zakwoordenboekje. Het stond er niet in. Morgen zal ik in het schoolwoordenboek kijken. Een hele tijd wakker gelegen en nagedacht over God, het leven, de dood en Pandora.
Maandag 16 Februari
WASHINGTONS VERJAARDAG
Een brief van de BBC!!! Een langwerpige, witte enveloppe met BBC erop in vette, rode letters. Mijn naam en adres op de voorkant! Zouden zij mijn gedichten willen hebben? Helaas, nee. Maar een brief van een kerel die John Tydeman heet. Dit schreef hij:
Beste Adriaan Mole,
Hartelijk dank voor de gedichten, die je naar de BBC stuurde en die toevallig op mijn bureau belandden. Ik heb ze met belangstelling gelezen en gezien jouw jeugdige leeftijd, moet ik zeggen dat ze wel enige belofte tonen. Evenwel zijn ze niet van voldoende niveau om te overwegen ze op te nemen in een van onze lopende poëzieprogramma’s. Heb je er wel eens aan gedacht ze aan te bieden aan jullie schoolkrant of het wijkblad? (Als jullie zoiets hebben.)
Als je in de toekomst je werk aan de BBC wilt voorleggen, raad ik je aan het te laten typen en zelf een kopie te behouden. De BBC accepteert doorgaans geen inzendingen die met de hand geschreven zijn. Ondanks de keurige presentatie had ik moeite met het ontcijferen van alle woorden. Vooral aan het einde van een gedicht getiteld ‘De Kraan’ was de inkt doorgelopen door een vlek. (Een theedruppel of een traan? Een geval van ‘waar het gemoed vol van is loopt de kraan van over’?)
Aangezien je een literaire carrière beoogt, geef ik je de raad een dikke huid te ontwikkelen om veel van de onvermijdelijke afwijzingen die je nog zult ontvangen zo goed mogelijk en met een minimum aan pijn te aanvaarden.
Met de beste wensen voor je toekomstige literaire pogingen en bovenal veel geluk!
Hoogachtend,
John Tydeman
P.S. Hierbij een gedicht van een zekere John Mole, dat in het Times Literary Supplement van deze week stond. Is hij soms familie? Het is heel goed.
Mijn vader en moeder waren diep onder de indruk. Op school haalde ik hem de hele tijd te voorschijn om hem te lezen. Ik hoopte dat een van de leraren hem zou willen zien, maar niemand vroeg erom.
Bert Baxter las hem terwijl ik zijn rotafwas deed. Hij zei dat het bij de BBC een ‘zootje drugsverslaafden’ is. De oom van zijn zwager heeft een poosje naast een koffiejuffrouw die daar werkte, gewoond, dus Bert weet alles van de BBC af. Pandora heeft zeventien Valentijnskaarten gehad. Nigel zeven. Zelfs Barry Kent, waar iedereen de pest aan heeft, had er drie! Ik glimlachte alleen maar wanneer iemand me vroeg hoeveel ik er had gekregen. In ieder geval wil ik wedden dat ik de enige van de hele school ben die een brief van de BBC heeft gekregen.
Dinsdag 17 Februari
Barry Kent heeft gezegd dat hij me ‘te grazen’ zal nemen als ik hem niet elke dag 25 pence geef. Ik zei nog dat het verspilde moeite is om mij geld af te persen. Ik heb nooit geld over. Mijn moeder zet mijn zakgeld rechtstreeks op mijn spaarrekening en geeft mij 15 pence per dag voor een Mars. Barry zei dat ik hem dan maar het geld voor de schoollunch moet geven. Ik zei dat mijn vader het per cheque betaalt sinds het omhoog gegaan is tot 50 pence, maar Barry Kent gaf me een dreun tegen mijn ballen, zei: ‘Daar heb ik er nog veel meer van in huis’ en liep weg. Ik heb me opgegeven voor een krantenwijk.
Woensdag 18 Februari
VOLLE MAAN
Wakker geworden met pijn in mijn ballen. Ik zei het tegen mijn moeder. Ze wilde kijken maar dat wilde ik weer niet, dus zei ze dat ik mijn kruis dan maar moest dragen. Ze wilde me geen briefje geven voor gym, dus moest ik weer in de modder rondbaggeren. Barry Kent trapte op mijn hoofd in de serum. Meneer Jones zag het en stuurde hem vervroegd onder de douche. Ik wou dat ik een pijnloze ziekte had waardoor ik geen gym kan doen. Zoiets als een zwak hart lijkt me wel wat. De hond opgehaald bij oma. Ze heeft zijn vacht gewassen en gewatergolfd. Hij ruikt als de parfumafdeling bij Woolworth. Ik ben met oma mee geweest naar de spiritisten. Het zat er vol oude mensen. Een idioot stond op en zei dat hij een radio in zijn hoofd had, die hem zei wat hij moest doen. Niemand luisterde naar hem dus ging hij maar weer zitten. Een vrouw die Alice Tonks heette, begon te grommen en met haar ogen te rollen en te praten met iemand die Arthur Mayfield heette, maar mijn opa hield zijn mond. Mijn oma was wel een beetje triest toen we thuiskwamen dus heb ik een kopje chocola voor haar gemaakt. Ze gaf me 50 pence. Naar huis gewandeld met de hond. Aan Animal Farm begonnen, van George Orwell. Misschien wil ik later wel veearts worden.
Donderdag 19 Februari
PRINS ANDREW, 1960
Prins Andrew heeft het maar makkelijk, hij wordt beschermd door lijfwachten. Hij heeft geen Barry Kent die hem geld aftroggelt. Vijftig pence naar de maan! Ik wou dat ik karate kon, ik zou zo Barry Kents luchtpijp dichtslaan. Het is stil thuis, mijn ouders praten niet met elkaar.
Vrijdag 20 Februari
Bij aardrijkskunde zei Barry Kent tegen juffrouw Elf dat ze ‘de kolere’ kon krijgen, dus stuurde ze hem voor straf naar meneer Scruton. Ik hoop dat hij vijftig stokslagen krijgt. Ik ga vriendschap sluiten met Craig Thomas. Hij is een van de grootste derdeklassers. Ik heb in de pauze een Mars voor hem gekocht. Ik deed net alsof ik me niet lekker voelde en er zelf geen zin in had. Hij zei: ‘Bedankt, Molie.’ Dat is de eerste keer dat hij iets tegen me gezegd heeft. Als ik het handig aanpak mag ik misschien bij zijn groepje horen. Dan zal Barry Kent geen vinger meer naar me durven uitsteken.
Mijn moeder leest weer een ander seksboek. Het heet De Tweede sekse, door een Fransoze schrijfster Simone de Beauvoir. Ze liet het open en bloot op het tafeltje in de zitkamer liggen waar iedereen het kon zien, ook mijn oma.
Zaterdag 21 Februari
Een onwijs gave droom gehad, waarin Sabre Barry Kent op gruwelijke wijze verminkte. Meneer Scruton en juffrouw Elf stonden toe te kijken. Pandora was er ook, ze had haar rok met de split aan. Ze sloeg haar armen om me heen en zei: ‘Ik ben van de tweede sekse’. Toen ik wakker werd, zag ik dat ik mijn tweede N.D. had gehad. Ik zal mijn pyjama in de wasmachine stoppen, dan merkt mijn moeder het niet. Heb mijn gezicht eens goed bekeken in de badkamerspiegel. Behalve die ene op mijn kin heb ik nog vijf pukkeltjes. Ik heb een paar haartjes op mijn bovenlip. Het ziet ernaar uit dat ik me binnenkort zal moeten gaan scheren.
Met mijn vader mee geweest naar de garage. Hij had venvacht dat hij de auto vandaag terug zou krijgen, maar hij is nog steeds niet klaar. Hij ligt helemaal uit elkaar op de werkbank. Mijn vaders ogen schoten vol tranen. Ik schaamde me dood. We zijn naar Sainbury’s gelopen. Mijn vader kocht blikjes krab, zalm en garnalen en Duitse cake en een stukje ontzettend smerige witte kaas met druivenpitten erop. Mijn moeder was woedend toen we thuiskwamen, omdat hij brood, boter en wc-papier had vergeten. Ze zei dat ze ook niks aan hem kon overlaten. Mijn vader keek weer wat vrolijker.
Zondag 22 Februari
SEXAGESIMA
Mijn vader is gaan vissen met de hond. Meneer Lucas kwam voor de lunch en bleef tot het avondeten. Hij heeft drie plakken Duitse cake gegeten. We hebben Monopolie gespeeld. Meneer Lucas was de bank. Mijn moeder zat aldoor in de gevangenis. Ik won omdat ik de enige was die zijn hoofd erbij hield. Mijn vader kwam door de voordeur binnen en meneer Lucas vertrok door de achterdeur. Mijn vader zei dat hij zich de hele dag had zitten verheugen op de Duitse cake. Die was op. Mijn vader zei dat hij de hele dag geen hap gegeten had en geen vis had gevangen. Mijn moeder gaf hem de druivenpittenkaas op crackers. Hij kwakte ze tegen de muur en zei dat hij ***** geen muis was maar ***** een man: en mijn moeder zei dat ze daar ***** onderhand aan twijfelde. Toen werd ik de kamer uitgestuurd. Het is heel afschuwelijk je eigen moeder zulke taal te horen uitslaan. Het is vast de schuld van al die boeken die ze leest. Ze heeft mijn schooluniform nog niet gestreken. Ik hoop maar dat ze eraan denkt. Ik heb de hond maar bij mij op de kamer laten slapen. Hij kan niet tegen ruzie.
Maandag 23 Februari
Vandaag een briefje gekregen van meneer Cherry van het agentschap dat ik morgen met een krantenwijk kan beginnen. Tjonge, bof ik even!
Bert Baxter maakt zich zorgen over Sabre omdat hij niet wil eten en niemand probeert te bijten. Hij vroeg of ik met hem naar de dokter van het asiel wilde gaan om hem na te laten kijken. Ik zei dat ik het morgen wel zou doen als het dan nog niet beter met hem ging.
Ik heb straalgenoeg van het afwassen voor Bert. Hij schijnt te leven op gebakken eieren. Het is heus geen lolletje om af te moeten wassen met koud water zonder afwasmiddel. En er is ook nooit een droge afdroogdoek. In feite zijn er helemaal geen afdroogdoeken; en Sabre heeft alle handdoeken verscheurd dus weet ik niet hoe Bert zich ooit kan wassen! Ik denk dat ik maar ga proberen of Bert geen bejaardenhulp kan krijgen. Ik zal me echt op mijn schoolwerk moeten concentreren als ik veearts wil worden.
Dinsdag 24 Februari
ST.-MATTHIAS
Om zes uur opgestaan voor mijn krantenwijk. Ik heb Elm Tree Avenue. Onwijs dure buurt. Alle kranten die ze daar lezen zijn loodzwaar: de Times, de Daily Telegraph en The Guardian. Baal ik even! Bert zei dat Sabre een stuk beter is, hij had geprobeerd de melkboer te bijten.
Woensdag 25 Februari
Vroeg naar bed vanwege mijn krantenwijk. Heb vijfentwintig Punches bezorgd plus alle kranten.
Donderdag 26 Februari
De kranten zijn vandaag door elkaar geraakt. Elm Tree Avenue kreeg de Sun en de Mirror en de Corporation Row de zware kranten. Ik begrijp niet waar iedereen zich zo over opwond. Je zou zeggen dat het best leuk zou zijn eens een keertje een andere krant te lezen voor de verandering.
Vrijdag 27 Februari
LAATSTE KWARTIER
Vanmorgen vroeg zag ik Pandora het tuinpad van Elm Tree Avenue nummer 69 aflopen. Ze droeg een rijbroek en een cap, dus was ze niet op weg naar school. Ik liet me niet zien. Ik wil niet dat ze ziet dat ik een ondergeschikt baantje heb. Nu weet ik dus waar Pandora woont! Ik heb het huis goed bekeken. Het is veel groter dan het onze. Er zitten houten rolluiken voor alle ramen en de kamers zien eruit als een jungle door alle groene planten. Door de brievenbus zag ik een grote rooie kat iets eten op de keukentafel. Ze hebben The Guardian, Punch, Private Eye en New Society. Pandora leest Jackie, het stripblad voor meisjes. Zij is geen intellectueel zoals ik. Maar dat is de vrouw van Malcolm Muggeridge vast ook niet.
Zaterdag 28 Februari
Pandora heeft een klein dik paardje dat ‘Blossom’ heet. Elke dag voor schooltijd voedert ze hem en springt ze met hem over vaten heen. Dat weet ik omdat ik me achter haar vaders Volvo heb verstopt en haar daarna gevolgd ben naar een weitje naast de ongebruikte spoorlijn. Ik heb me verstopt achter een autowrak in een hoek van het weitje en toegekeken. Ze zag er onwijs goed uit in haar rijkleren. Haar borsten wiebelden als gekken. Ze zal binnenkort een bh aanmoeten. Mijn hart klopte zo luid in mijn keel dat ik me voelde als een stereoluidspreker. Dus ging ik maar gauw weg voor ze me hoorde.
De mensen hebben geklaagd dat de krant zo laat was. Ik had een Guardian over in mijn tassen, dus heb ik die mee naar huis genomen om te lezen. Hij stond vol spelfouten! Het is toch erg als je bedenkt hoeveel mensen werkloos zijn die wel kunnen spellen.
Zondag 1 Maart
QUINQUAGESIMA. ST.-DAVIDSDAG
Ik heb Blossom wat suiker gegeven voor ik de kranten rondbracht. Op de een of andere manier leek me dat dichter bij Pandora te brengen.
Ik heb een spier verrekt in mijn rug vanwege alle zondagsbijlagen. De overgebleven Sunday People heb ik mee naar huis genomen als cadeautje voor mijn moeder. Maar ze zei dat hij alleen maar geschikt was voor de vuilnisbak. Mijn twee pond en zes pence gekregen voor zes ochtenden; het is slavenarbeid! En dan moet ik ook nog de helft aan Barry Kent geven. Meneer Cherry zei dat hij een klacht had gekregen van Elm Tree Avenue 69, dat ze gisteren geen Guardian hadden gekregen. Meneer Cherry had ze een Daily Express gestuurd met zijn excuses, maar Pandora’s vader had hem teruggebracht naar de winkel en gezegd dat hij ‘dan liever helemaal niets had’.
Vandaag geen krant ingekeken, ik heb mijn buik vol van kranten. We aten vanavond chow mien met taugé. Meneer Lucas kwam langs toen mijn vader bij mijn oma op bezoek ging. Hij droeg een plastic narcis op zijn sportjasje. Mijn pukkels zijn volledig verdwenen. Zal de vroege ochtendlucht wel zijn.
Maandag 2 Maart
Mijn moeder is net bij mij op de kamer geweest. Ze zei dat ze iets vervelends te vertellen had. Ik ging overeind in bed zitten en trok een doodernstig gezicht voor het geval ze nog maar een halfjaar te leven had of betrapt was op winkeldiefstal of zoiets. Ze frunnikte aan de gordijnen, strooide as over mijn Concorde-model en begon iets te mompelen over ‘volwassen relaties’ en ‘hoe ingewikkeld het leven in elkaar zit’ en dat ze ‘zichzelf moest vinden’. Ze zei dat ze op mij gesteld was. Gesteld!!! En dat ze me niet graag pijn wilde doen. En daarna zei ze dat het huwelijk voor sommige vrouwen een soort gevangenis is. Toen ging ze weg. Het huwelijk lijkt absoluut niet op een gevangenis! Vrouwen mogen elke dag naar buiten om boodschappen te doen en zo, en heel wat werken ook. Ik denk dat mijn moeder gewoon een beetje melodramatisch doet.
Animal Farm uitgelezen. Het is onwijs symbolisch. Ik moest huilen toen Boxer naar de veearts moest. Van nu af aan zal ik varkens behandelen met de minachting die ze verdienen. Ik boycot alle soorten varkensvlees.
Dinsdag 3 Maart
VASTENAVOND
Vandaag Barry Kent zijn afgeperste geld gegeven. Ik zie niet in hoe er een God kan bestaan. Als hij bestond zou hij toch nooit toestaan dat mensen zoals Barry Kent intellectuelen lopen te bedreigen? Waarom zijn grote jongens vervelend tegen kleinere? Misschien zijn hun hersens sneller uitgeput door al het extra werk dat ze moeten doen om die grotere botten te maken of misschien hebben die grote jongens hersenbeschadigingen opgelopen door alle sport waar ze aan doen, of misschien vinden grote jongens bedreigen en vechten gewoon leuk. Wanneer ik naar de universiteit ga, ga ik een studie maken van dit probleem.
Dan zal ik mijn proefschrift publiceren en stuur ik een exemplaar naar Barry Kent. Misschien heeft hij tegen die tijd leren lezen.
Mijn moeder had vergeten dat het vandaag pannenkoekendag was. Ik heb haar daarom elf uur ‘s-avonds aan herinnerd. Ik weet zeker dat ze ze expres heeft laten aanbranden. Over een maand word ik veertien.
Woensdag 4 Maart
ASWOENSDAG
Vanmorgen een echte schok gehad. Toen ik de krantentassen terugbracht naar meneer Cherry zag ik meneer Lucas de blaadjes op de bovenste plank doorbladeren. Ik stond achter het rek met de strips en zag hem overduidelijk een Big and Bouncy uitkiezen, betalen en de winkel uitlopen met het blad onder zijn jas. Big and Bouncy is smerig. Het staat vol met vieze plaatjes. Iemand zou het mijn moeder moeten vertellen.
Donderdag 5 Maart
Vandaag kreeg mijn vader zijn auto terug uit de garage. Hij heeft hem twee volle uren ingelukkig staan wassen. Ik zag dat het wuivende handje, dat ik hem voor Kerstmis gegeven had, niet meer op de achterruit zat. Ik zei dat hij een klacht in moest dienen bij de garage maar hij zei dat hij geen gezeur wilde. We zijn even naar oma gegaan voor een proefritje. Ze gaf ons een kopje bouillon en een plakje vieze kruidkoek. Ze vroeg niet hoe het met mijn moeder ging. Ze zei dat mijn vader er bleek en mager uitzag en dat hij best een beetje bijvoeding kon gebruiken.
Ze vertelde dat Bert Baxter uit de 60+-soos gezet is vanwege zijn wangedrag in Skegness. De bus had twee uur op hem moeten wachten. Ze hadden net een stel eropuit gestuurd om de cafés af te zoeken toen Bert dronken, maar alleen, terugkwam. Daarna hadden ze er nog een paar opuit gestuurd om het eerste stel te zoeken. Ten slotte hadden ze de politie in moeten schakelen en het had uren gekost om alle bejaarden bijeen te drijven en de bus in te krijgen.
Mijn oma zei dat de terugreis een nachtmerrie was geweest. Alle bejaarden bleven maar uitvallen (tegen elkaar, niet uit de bus). Bert Baxter had een smerig gedicht opgezegd over een eskimo en mevrouw Harriman had een flauwte gekregen zodat ze haar korset los hadden moeten maken.
Oma zei dat er sinds het uitje twee bejaarden overleden waren en daar gaf ze Bert Baxter de schuld van, ze zei: ‘Eigenlijk heeft hij ze vermoord’, maar als je het mij vraagt, was het eerder de snijdende wind in Skegness, die ze de das heeft omgedaan. Ik zei, ‘Bert Baxter valt best mee als je hem wat beter kent.’ Ze zei dat ze niet kon begrijpen waarom Onze-Lieve-Heer wel mijn opa wegnam, maar tuig als Bert Baxter in leven liet. Toen klemde ze haar lippen op elkaar en begon haar ogen te betten met een zakdoek, dus gingen we maar weg. Mijn moeder was uit toen we thuiskwamen. Ze is lid geworden van een of andere vrouwengroep.
Hoorde mijn vader ‘Welterusten’ zeggen tegen de auto. Hij moet knettergek aan het worden zijn!
Vrijdag 6 Maart
NIEUWE MAAN
Meneer Cherry is heel tevreden over mijn werk en heeft mijn loon verhoogd met 2½ pence per uur. Hij heeft me ook de Corporation Row voor ‘s-avonds aangeboden, maar ik heb nee gezegd. De Corporation Row is de straat waar Huisvesting alle slechte huurders instopt. Barry Kent woont op nummer 13. Meneer Cherry gaf mij twee oude nummers van Big and Bouncy. Hij zei dat ik het niet aan mijn moeder mocht vertellen. Alsof ik dat zou doen! Ik heb ze onder mijn matras gelegd. Intellectuelen zoals ik mogen in seks geïnteresseerd zijn. Alleen gewone mensen zoals meneer Lucas moesten zich schamen. Vandaag de Sociale Dienst gebeld en hulp gevraagd voor Bert Baxter. Ik loog, ik zei dat ik zijn kleinzoon was. Maandag sturen ze een maatschappelijk werkster naar hem toe. Ik heb op mijn vaders bibliotheekkaart Oorlog en Vrede gehaald. Mijn eigen kaart ben ik kwijt.
Heb de hond meegenomen naar Blossom. Ze konden het best met elkaar vinden.
Zaterdag 7 Maart
Na mijn krantenwijk weer naar bed gegaan om Big and Bouncy te lezen. Voelde me zoals ik me nog nooit heb gevoeld. Met mijn moeder meegegaan naar Sainsbury’s, maar de vrouwen daar deden me steeds aan Big and Bouncy denken, zelfs die van boven de dertig! Mijn moeder zei dat ik er verhit en verwezen uitzag en stuurde me terug naar de parkeergarage om de hond gezelschap te houden.
De hond had al gezelschap. Hij blafte en jankte zo hard, dat er een hele menigte omheen stond die ‘Arm dier’ en ‘Wat gemeen om een dier zo vast te binden’ zei. De hond had zijn halsband om de versnellingspook gehaakt; zijn ogen puilden zowat uit zijn hoofd. Toen hij mij zag probeerde hij op te springen en stikte zowat.
Ik probeerde de mensen uit te leggen dat ik later veearts wilde worden, maar ze luisterden niet en begonnen over de dierenbescherming te praten. De auto zat op slot dus moest ik het zijraampje openbreken en mijn hand erdoor steken om de deur open te doen. De hond was buiten zichzelf van blijdschap toen ik hem losmaakte en de mensen gingen weg. Mijn vader was alles behalve buiten zichzelf van blijdschap toen hij de schade zag. Hij was buiten zichzelf van woede. Hij smeet de tassen op de grond, brak de eieren, plette de cake en reed veel te hard naar huis. Niemand zei iets op de terugweg, alleen de hond grijnsde. Oorlog en Vrede uitgelezen. Het was lang niet gek.
Zondag 8 Maart
Mijn moeder is naar een vrouwengroep voor een assertiviteitstraining. Verboden voor mannen. Ik vroeg mijn vader wat assertiviteitstraining is. Hij zei: ‘God mag het weten, maar wat het ook is, het is slecht nieuws voor mij.’
‘s-Middags aten we diepvriesvis in botersaus en chips uit de oven, en perzik uit blik met Klopklop toe. Mijn vader trok een fles witte wijn open en gaf mij ook wat. Ik weet niet veel van wijn maar het leek me wel een goed jaar. We keken naar een film op de tv toen mijn moeder thuiskwam en de baas begon te spelen. Ze zei: ‘Nu laat het lam zijn tanden zien’ en ‘Het gaat hier allemaal heel anders worden’ en meer van zulke dingen. Toen ging ze naar de keuken en maakte een rooster waarbij ze al het huishoudelijke werk in drieën verdeelde. Ik wees haar erop dat ik al een krantenwijk had, een bejaarde verzorgde, een hond te eten moest geven, naast al mijn huiswerk, maar ze luisterde niet. Ze prikte de kaart op de muur en zei: ‘Morgen beginnen we.’
Maandag 9 Maart
GEMENEBEST-DAG
Wc schoongemaakt, wastafel en bad gesopt voor ik mijn krantenwijk liep. Weer thuis heb ik het ontbijt klaargemaakt en de was in de wasmachine gedaan en daarna ben ik naar school gegaan. Barry Kent zijn chantagegeld gegeven. Naar Bert Baxter om op de maatschappelijk werkster te wachten, die niet kwam. Schoollunch. Kookles gehad—appeltaart gemaakt. Naar huis. Gang, zit- en eetkamer gezogen. Aardappels geschild, kool gesneden, in mijn vinger gesneden, bloed van de kool afgespoeld. Karbonades onder de grill gelegd. In het kookboek een recept voor jus opgezocht. Jus gemaakt. Klonten eruit gezeefd. Tafel gedekt, eten opgediend, afgewassen. Aangebrande pannen in de week gezet. Was uit de machine gehaald. Alles blauw, ook wit ondergoed en zakdoeken. Was op het droogrek gehangen. Hond eten gegeven. Gymkleren gestreken. Schoenen gepoetst. Huiswerk gemaakt. Met hond gewandeld. Bad genomen. Bad schoongemaakt. Drie kopjes thee gezet. Kopjes afgewassen. Naar bed. Baal ik even met zo’n assertieve moeder!
Dinsdag 10 Maart
PRINS EDWARD 1964
Waarom kon ik niet als prins Edward en prins Edward als Adriaan Mole geboren zijn? Ik word hier als een slaaf behandeld.
Woensdag 11 Maart
Mezelf naar school gesleept na mijn krantenwijk en het huishoudelijke werk. Mijn moeder wilde me geen briefje meegeven voor gymnastiek dus heb ik mijn gymkleren maar thuis laten liggen. Ik kon al dat rondhollen in de snijdende wind gewoonweg niet aan.
Die sadist van een meneer Jones liet mij het hele eind naar huis hollen om mijn gymkleren op te halen. De hond moet ontsnapt en achter me aan gerend zijn, want toen ik bij het schoolhek kwam stond hij me op te wachten. Ik probeerde hem buiten te sluiten maar hij wrong zich tussen de spijlen door en volgde mij naar het sportveld. Ik rende de kleedkamers in en liet de hond buiten, maar ik hoorde zijn schelle geblaf door de school echo-en. Ik probeerde stiekem naar het sportveld te sluipen maar de hond zag me en ging me achterna. Toen zag hij de bal en ging meedoen met de les. De hond is steengoed in rugby, zelfs meneer Jansen lachte, tot de hond de bal stukbeet. Meneer Scruton, het Hoofd met de puilogen, zag alles door het raam. Hij droeg me op de hond naar huis te brengen. Ik zei nog dat ik dan mijn lunch zou missen, maar hij zei dat dat een goede les voor me zou zijn geen dieren mee naar school te nemen.
Mevrouw Leech, het hoofd van de keuken, deed iets heel aardigs. Ze heeft mijn rijst met kerrie en mijn toetje warm gehouden in de oven. Mevrouw Leech heeft een hekel aan meneer Scruton dus gaf ze mij een mergpijp voor de hond.
Donderdag 12 Maart
Toen ik vanmorgen wakker werd, zat mijn gezicht onder de grote, rode pukkels. Mijn moeder zei dat het door zenuwen kwam, maar ik ben er nog steeds van overtuigd dat het aan mijn dieet ligt. We hebben de laatste tijd wel erg vaak kant-en-klaar-maaltijden gegeten. Misschien ben ik er allergisch voor. Mijn moeder belde de assistente van dr. Gray op om een afspraak te maken, maar ik kan maandag pas naar hem toe. Hoe weet hij nou dat ik geen Lassakoorts heb; ik kan de hele buurt wel besmetten. Ik zei tegen mijn moeder dat ik een spoedgeval was, maar zij zei dat ik er weer een geweldig drama van maakte, zoals altijd. Ze zei dat ik heus niet dood zal gaan van een paar pukkeltjes. Ik kon mijn oren niet geloven toen ze zei dat ze gewoon naar haar werk ging. Haar kind zou toch op de eerste plaats moeten komen!
Ik heb oma opgebeld. Ze kwam naar me toe in een taxi, nam me mee naar huis en stopte me in bed. Daar lig ik nu. Het is heel schoon en rustig. Ik heb een pyjama van mijn dode opa aan. Net heb ik een kop gerst met rundvleessoep gehad. Het eerste behoorlijke voedsel in weken.
Het zal wel weer ruzie worden wanneer mijn moeder thuiskomt en merkt dat ik weg ben, maar eerlijk gezegd, lief dagboek, kan mij dat geen ene moer schelen.
Vrijdag 13 Maart
EERSTE KWARTIER
De dokter van de avonddienst kwam gisteravond om 11.30 bij mijn oma. Zijn diagnose was Acne Vulgaris. Hij zei dat het zoveel voorkomt dat het beschouwd wordt als een doodnormaal verschijnsel bij jongeren. Het leek hem hoogst onwaarschijnlijk dat ik Lassakoorts heb, omdat ik dit jaar niet in Afrika geweest ben. Hij zei tegen oma dat ze de gedesinfecteerde lakens van de ramen en de deuren af moest halen. Oma zei dat ze eerst nog een andere dokter wilde raadplegen. Op dat moment verloor de dokter zijn geduld. Hij schreeuwde keihard: ‘Die jongen heeft alleen maar een paar puberpuistjes, verdomme!’ Oma zei dat ze een klacht zou indienen bij de Medische Tuchtraad, maar de dokter lachte alleen maar, ging naar beneden en sloeg de deur achter zich dicht. Mijn vader kwam langs op weg naar zijn werk om mijn huiswerk en de hond te brengen. Hij zei dat als ik mijn bed niet uit was voor hij tussen de middag terugkwam, hij mij een pak slaag zou geven dat me heugen zou.
Hij nam mijn oma mee naar de keuken en had daar een luid gesprek met haar. Ik hoorde hem zeggen: ‘Het gaat slecht tussen Pauline en mij. Het enige waar we nu nog ruzie over maken is over wie Adriaan niet toegewezen krijgt.’ Mijn vader vergiste zich zeker. Hij bedoelde vast: wie mij wel toegewezen krijgt. Het ergste is dus gebeurd, mijn huid is naar de knoppen en mijn ouders gaan uit elkaar.
Zaterdag 14 Maart
Het is nu officieel. Ze gaan scheiden! Geen van twee willen ze het huis uit, dus wordt de logeerkamer een zitslaapkamer voor mijn vader. Dit zou best eens een heel slechte invloed op mij kunnen hebben. Misschien kan ik hierdoor geen veearts worden.
Mijn moeder gaf mij vanmorgen vijf pond en zei dat ik het niet tegen mijn vader mocht zeggen. Ik heb er wat biocrème voor mijn pukkels en de nieuwe Abba-plaat van gekocht. Ik heb meneer Cherry opgebeld en gezegd dat ik persoonlijke problemen heb en de eerste paar weken niet kon komen werken. Meneer;Cherry zei dat hij wist dat mijn ouders gingen scheiden omdat mijn vader mijn moeders Cosmopolitan had opgezegd.
Mijn vader gaf mij vijf pond en zei dat ik het niet tegen mijn moeder mocht zeggen. Ik heb het gedeeltelijk besteed aan paars postpapier en enveloppen om indruk te maken op de BBC, zodat ze mijn gedichten lezen. De rest zal wel naar Barry Kent moeten. Ik geloof niet dat er iemand is op de hele wereld die zo ongelukkig is als ik. Als ik geen dichter was, zou ik er allang aan onderdoor gegaan zijn.
Een treurige wandeling gemaakt. Twee pond moesappelen meegenomen voor Pandora’s paard. Gedicht gemaakt over Blossom. Opgeschreven toen ik terugkwam in het huis waar ik woon.
Blossom, door Adriaan Mole, bijna veertien jaar
Klein bruin paardje eet appels in een weide.
Misschien zal mijn hart eens niet meer zo lijden.
Terwijl het paardje door blijft eten
streel ik de plaatsen waar Pandora heeft gezeten.
Tot ziens bruin paardje, ik ga heen over het pad.
De modder en de regen maken mijn voeten nat.
Ik heb het opgestuurd naar de BBC. Ik heb ‘Spoed’ gezet op de enveloppe.
Zondag 15 Maart
Het is heel stil in huis. Mijn vader zit te roken in de logeerkamer en mijn moeder zit te roken in de slaapkamer. Ze eten niet veel.
Meneer Lucas heeft mijn moeder drie keer opgebeld. Het enige dat ze tegen hem zegt, is: ‘Nog niet, het is nog te vroeg.’ Misschien nodigde hij haar uit voor een borreltje om haar op te vrolijken voordat de cafés opengingen.
Mijn vader heeft de stereo in zijn kamer gezet. Hij draait zijn Jim Reeves-platen en staart uit het raam. Ik heb hem een kopje thee gebracht en hij zei ‘Dank je wel, jongen’ met verstikte stem.
Mijn moeder zat oude brieven in mijn vaders handschrift door te lezen toen ik haar een kopje thee bracht. Ze zei: ‘Adriaan, wat moet je wel van ons denken.’ Ik zei dat Rick Lemon, de jeugdleider, van mening is dat echtscheiding de schuld is van de maatschappij. Mijn moeder zei: ‘De maatschappij kan doodvallen.’
Ik heb mijn schooluniform gewassen en gestreken voor morgen. Ik word onderhand behoorlijk goed in huishoudelijk werk. Mijn pukkels zijn zo afgrijselijk dat ik er niet toe kan komen erover te schrijven. Iedereen zal me uitlachen op school. Ik lees nu The Man in the Iron Mask. Ik weet precies hoe hij zich voelt.
Maandag 16 Maart
Naar school gegaan. Was dicht. In mijn ellende was ik helemaal vergeten dat het vakantie is. Wilde niet naar huis, dus Bert Baxter opgezocht. Hij zei dat de maatschappelijk werkster geweest was en hem een nieuw hok voor Sabre had beloofd, maar hij krijgt geen hulp. (Bert, niet Sabre.)
Er moet een volle week afwas op het aanrecht gestaan hebben. Bert zegt dat hij het voor mij laat staan omdat ik het zo goed doe. Onder de afwas vertelde ik Bert dat mijn ouders gaan scheiden. Hij zei dat hij niets van echtscheiding moet hebben. Hij zei dat hij vijfendertig lange en ongelukkige jaren getrouwd was geweest, dus waarom zou iemand anders er zo gemakkelijk vanaf komen. Hij vertelde dat hij vier kinderen had en dat geen van hen hem ooit op kwam zoeken. Twee zitten in Australië, dus die kun je het niet kwalijk nemen, maar die andere twee moesten zich schamen, vind ik. Bert liet me een foto zien van zijn dode vrouw, genomen in de dagen dat er nog geen plastische chirurgie bestond. Bert vertelde dat hij paardenknecht was toen hij trouwde en het hem eigenlijk nooit zo was opgevallen dat zijn vrouw sprekend op een paard leek tot hij bij de Spoorwegen ging werken. Ik vroeg hem of hij niet graag weer eens een paard wilde zien. Hij zei ja, dus heb ik hem meegenomen naar Blossom.
We deden er uren over om er te komen. Bert loopt bloedlangzaam en hij moet steeds even rusten op een muurtje, maar uiteindelijk kwamen we er toch. Bert zei dat Blossom geen paard is maar een pony. Hij bleef haar maar bekloppen en ‘Ben jij dan zo’n mooi meisje?’ zeggen. Toen galoppeerde Blossom weg, dus gingen we op het autowrak zitten. Bert rookte een sigaret en ik at een Mars. Toen liepen we terug naar Berts huis. Ik ging naar de winkels en kocht een pakje kant-en-klaar Chinees eten en een pakje instant puddingpoeder voor de lunch, zodat Bert ten minste één keer een behoorlijk maal kreeg. We keken naar Pebble Mill at One op de televisie en daarna liet Bert mij zijn oude paardenborstels zien en de foto’s van het landhuis waar hij werkte toen hij een jongen was. Hij zei dat hij in die tijd communist is geworden, maar hij viel in slaap vóór hij kon vertellen waarom.
Toen ik thuiskwam was er niemand, dus heb ik mijn Abba-platen op zijn hardst gedraaid tot de dove vrouw van hiernaast op de muur bonkte.
Dinsdag 17 Maart
ST.-PATRICKSDAG
In Big and Bouncy gelezen. Mijn ‘ding’ gemeten. Hij was elf centimeter. Meneer O’Leary die aan de overkant van de straat woont, was alom tien uur ‘s-morgens dronken. Hij is de slagerij uitgegooid omdat hij stond te zingen.
Woensdag 18 Maart
Mijn vader en moeder zijn allebei aan het overleggen met hun advocaten. Ik neem aan dat ze vechten over wie mij krijgt. Straks word ik zo’n kind waar van alle kanten aan getrokken wordt en komt mijn foto in de krant. Ik hoop maar dat ik tegen die tijd mijn pukkels kwijt ben.
Donderdag 19 Maart
Meneer Lucas heeft zijn huis te koop aangeboden. Mijn moeder zegt dat de vraagprijs dertigduizend pond is!! Wat gaat hij met al dat geld doen? Volgens mijn moeder gaat hij er een ander, groter huis voor kopen. Is dat even stom! Als ik dertigduizend pond had, zou ik de wereld intrekken en ervaringen opdoen. Ik zou geen contant geld meenemen, want ik heb gelezen dat de meeste buitenlanders dieven zijn. In plaats daarvan zou ik drieduizend pond in travellers cheques in mijn broek laten naaien. Voor ik wegging zou ik:
- Pandora drie dozijn rode rozen sturen.
- Een huurmoordenaar vijftig pond betalen om Barry Kent af te tuigen.
- De beste racefiets ter wereld kopen en ermee langs Nigels huis rijden.
- Een enorme krat duur hondenvoer bestellen zodat de hond goed te eten krijgt wanneer ik weg ben.
- Een huishoudster voor Bert Baxter kopen.
- Mijn vader en moeder duizend pond (ieder) aanbieden als ze bij elkaar blijven.
Wanneer ik dan terugkwam van de wereld zou ik lang, bruin en vol ironische ervaringen zijn en dan zou Pandora zich ‘s nachts in slaap huilen omdat ze de kans om mevrouw Pandora Mole te worden, voorbij had laten gaan. Ik zou in recordtijd mijn veeartsdiploma halen en daarna een boerderij kopen. Van één kamer zou ik een studeerkamer maken zodat ik een rustig plekje zou hebben om intellectueel in te zijn. Ik zou in geen geval dertigduizend pond verspillen aan een rijtjeshuis!
Vrijdag 20 Maart
BEGIN VAN DE LENTE. VOLLE MAAN
Vandaag begint de lente. De gemeenteraad heeft alle iepen in de Elm Tree Avenue laten kappen.
Zaterdag 21 Maart
Mijn ouders eten verschillende dingen op verschillende tijden, dus eet ik meestal zes keer per dag omdat ik niemands gevoelens wil kwetsen. De televisie staat in mijn kamer omdat ze het er niet over eens konden worden van wie hij is. Nu kan ik in bed naar de late griezelfilms kijken. Ik begin een beetje wantrouwend te worden tegenover mijn moeders gevoelens voor meneer Lucas. Ik vond een briefje van hem waarin stond ‘Pauline, hoelang nog? Ga in ‘s hemelsnaam met me mee. Voor altijd de jouwe, Bimbo’.
Er stond wel Bimbo onder, maar toch weet ik zeker dat het van meneer Lucas kwam omdat het achter op zijn elektriciteitsrekening geschreven was.
Iemand zou het eigenlijk aan mijn vader moeten vertellen. Ik heb de rekening onder mijn matras gelegd naast de Big and Bouncy’s.
Zondag 22 Maart
BEGIN ENGELSE ZOMERTIJD
Vandaag is mijn oma jarig. Ze wordt zesenzeventig en zo ziet ze er ook uit. Ik bracht haar een kaart en een plant. Het is een Schoonmoederplant, zijn buitenlandse naam is Dieffenbachia. In de aarde was een plastic stripje gestoken waarop stond: ‘Voorzichtig, het sap van deze plant is giftig’. Oma vroeg wie de plant had uitgezocht. Ik zei dat het mijn moeder was.
Mijn oma vindt het fijn dat mijn ouders gaan scheiden. Ze zei dat ze altijd wel gedacht had dat mijn moeder iets onkuis had en dat dit bewees dat ze gelijk had.
Ik vond het niet prettig dat er zo over mijn moeder gepraat werd, dus ging ik naar huis. Tegenover mijn oma deed ik net alsof ik met een vriend had afgesproken. Maar eigenlijk heb ik helemaal geen vriend meer. Zal wel komen omdat ik een intellectueel ben. De anderen zullen wel ontzag voor me hebben. Ik heb in het woordenboek opgezocht wat ‘onkuis’ betekent. Dat was niet veel moois.
Maandag 23 Maart
Weer naar school, baal ik even! We hadden vandaag kookles. We moesten aardappelen met kaasvulling in de oven maken. Mijn aardappelen waren groter dan die van de anderen dus waren ze nog niet gaar toen de les was afgelopen. Toen heb ik ze maar afgemaakt bij Bert Baxter. Hij wilde weer naar Blossom. Dat was een beetje vervelend omdat hij er zolang over doet ergens te komen. Maar we gingen toch, alles is beter dan wiskunde. Bert nam zijn borstels mee en gaf Blossom een goeie schoonmaakbeurt. Toen hij klaar was glom ze als een kastanje. Bert was helemaal buiten adem dus ging hij op het autowrak zitten en stak een sigaret op. Daarna wandelden we weer terug naar Berts huis.
Sabre heeft een beter humeur sinds hij een nieuw hok heeft en Berts huis ziet er beter uit sinds Sabre buiten is. Bert zei dat de maatschappelijk werkster vond dat hij beter in een bejaardenhuis kon gaan, waar hij goed verzorgd kan worden. Bert wil dat absoluut niet. Hij had gelogen tegen de maatschappelijk werkster dat zijn kleinzoon elke dag langskwam om voor hem te zorgen. De maatschappelijk werkster zou dat nagaan, dus zou ik best eens in moeilijkheden kunnen komen voor oplichting. Ik weet niet hoeveel zorgen ik er nog bij kan hebben.
Dinsdag 24 Maart
Gisteravond laat zag ik mijn moeder en meneer Lucas wegrijden in de auto van meneer Lucas. Ze gingen naar iets bijzonders want mijn moeder droeg een overall met glittertjes. Ze zag er een beetje onkuis uit. Meneer Lucas had zijn beste pak aan en droeg een heleboel gouden sieraden. Voor zo’n oud mens weet hij zich toch heel goed te kleden.
Als mijn vader eens wat meer lette op hoe hij erbij liep, zou dit allemaal niet gebeurd zijn. Allicht heeft een vrouw liever een man met een pak en een heleboel gouden sieraden dan iemand als mijn vader, die zich bijna nooit scheert en oude kleren en geen sieraden draagt. Ik zal wakker blijven om te zien hoe laat mijn moeder thuiskomt.
Middernacht Moeder nog niet thuis.
2 uur Nog steeds geen moeder.
Woensdag 25 Maart
MARIA BOODSCHAP
In slaap gevallen, dus ik weet niet hoe laat mijn moeder thuiskwam. Mijn vader zei dat ze naar het kerstdiner met bal na van de verzekeringsmaatschappij was geweest. In maart zeker! Kom nou, pap! Ik ben heus niet op mijn achterhoofd gevallen! Vandaag gingen we zwemmen met gym. Het water was ijzig koud en de kleedhokjes ook. Ik zal proberen zwemmerseczeem te krijgen, dan hoef ik volgende week niet.
Donderdag 26 Maart
Barry Kent is aangehouden door de politie omdat hij zonder achterlicht reed. Ik hoop dat ze hem naar een tuchtschool sturen. Een korte hevige schok zal hem goed doen.
Vrijdag 27 Maart
Pandora en Nigel zijn uit elkaar! De hele school weet het. Dit is het beste nieuws dat ik in tijden gehoord heb. Ik lees nu Madame Bovary, ook van een Fransoos.
Zaterdag 28 Maart
LAATSTE KWARTIER
Nigel is net weg. Hij heeft een gebroken hart. Ik heb geprobeerd hem te troosten. Ik zei dat er nog veel meer schelpen op het strand en vissen in de zee zijn. Maar hij was te veel van streek om te luisteren. Ik vertelde hem waar ik mijn moeder en meneer Lucas van verdacht en hij zei dat het al een hele tijd aan de gang is. Iedereen wist ervan, behalve ik en mijn vader! We hadden nog een heel gesprek over racefietsen; toen ging Nigel naar huis om over Pandora te piekeren. Morgen is het moederdag. Ik weet eigenlijk niet of ik iets voor haar zal kopen of niet. Ik heb maar achtenzestig pence.
Zondag 29 Maart
MOEDERDAG
Gisteravond heeft mijn vader me drie pond gegeven. Hij zei: ‘Koop maar iets moois voor je moeder, jongen. Het is misschien wel de laatste keer.’ Ik was echt niet van plan om voor haar helemaal naar de stad te gaan dus heb ik in de winkel van meneer Cherry een doos bonbons voor haar gekocht en een kaart met ‘Voor een allerliefste moeder’ erop.
Kaartenfabrikanten denken zeker dat alle moeders even lief zijn, want op alle kaarten stond wel iets van hoe lief ze zijn. Ik had zin om ‘allerliefste’ door te krassen en er ‘onkuise’ voor in de plaats te zetten, maar ik deed het niet. Ik heb er ‘van je zoon Adriaan’ ondergezet. Vanmorgen heb ik het haar gegeven. Ze zei: ‘Dat had je niet moeten doen, Adriaan.’ Ze had gelijk, ik had het ook niet moeten doen.
Nu moet ik ophouden. Mijn moeder heeft een, wat zij noemt, ‘beschaafd gesprek’ georganiseerd. Meneer Lucas zal er ook bij zijn. Mij hebben ze natuurlijk weer niet gevraagd. Ik ga aan de deur luisteren.
Maandag 30 Maart
Gisteravond is er iets ontzettends gebeurd. Mijn vader en meneer Lucas hebben gevochten in de voortuin! De hele straat kwam naar buiten om te kijken. Mijn moeder probeerde nog ze uit elkaar te halen, maar ze zeiden allebei dat ze zich er niet mee moest bemoeien. Meneer O’Leary probeerde mijn vader te helpen, hij riep aan een stuk door: ‘Geef die gladjanus er ook een van mij, George!’ Mevrouw O’Leary schreeuwde afschuwelijke dingen tegen mijn moeder. Zo te horen hield zij mijn moeder al sinds Kerstmis in de gaten. Het beschaafde gesprek werd tegen vijf uur beëindigd toen mijn vader hoorde hoe lang mijn moeder en meneer Lucas al verliefd op elkaar waren. Ze hadden nog een beschaafd gesprek om een uur of zeven, maar toen mijn moeder aankondigde dat ze met meneer Lucas meeging naar Sheffield, werd mijn vader weer onbeschaafd en begon te vechten. Meneer Lucas rende de tuin in, maar mijn vader smakte hem tegen de grond bij de laurierstruik met een rugbytackle en toen begon het gevecht opnieuw. Het was echt wel opwindend. Ik kon alles goed zien vanuit mijn slaapkamerraam. Mevrouw O’Leary zei: ‘Ik heb vooral medelijden met dat arme kind.’ Iedereen keek naar me op, dus keek ik zo droevig mogelijk. Ik neem aan dat deze ervaring mij in de toekomst wel een trauma zal bezorgen. Op dit moment gaat het nog wel, maar je weet het maar nooit.
Dinsdag 31 Maart
Mijn moeder is naar Sheffield met meneer Lucas. Zij moest rijden want meneer Lucas kon niets zien door zijn blauwe ogen. Ik heb de juffrouw van de schooladministratie op de hoogte gebracht van mijn moeders vertrek. Ze was heel aardig en gaf me een invulformulier voor mijn vader; het is voor gratis school-lunches. We zijn nu een onvolledig gezin. Nigel heeft Barry Kent gevraagd mij een paar weken niet te bedreigen. Barry Kent zei dat hij erover zou denken.