Hoofdstuk 4
Een paar jaar terug waren twee afdelingen van een religieuze sekte samengevoegd en de oudste van de twee kerken op West Side, die het hardst aan reparaties toe was, had men te koop aangeboden. Bijna een jaar had de kerk leeggestaan, de ramen waren een voortdurend mikpunt geweest, totdat de sekte de kerk aan de gemeente had aangeboden als zij er iets mee kon doen. Het geschenk was aangenomen en de kerk werd omgebouwd tot een jeugdcentrum. Ver schillende clubs voor jongens en meisjes en volwassenen waren opgericht en het centrum bleef moeizaam bestaan, nooit met genoeg succes om de sociaal en maatschappelijk werkers die eraan verbonden waren een gevoel van trots te geven, maar ook nooit een volledige mislukking.
Hoewel het centrum voor iedereen openstond, was het voornaamste doel de jongens en meisjes van de straat te houden en ze onder toezicht te laten spelen en onderricht te geven. Het programma was doordacht en goed bedoeld, maar het had een zwak punt. Iedereen uit de buurt kon komen, ook de Portoricanen.
Toen het eenmaal duidelijk was dat de Portoricanen welkom waren, begonnen de oorspronkelijke en oudere bewoners van de buurt het centrum te ontwijken en het was bijna onmogelijk hun kinderen ertoe te bewegen van de voordelen gebruik te maken. En toen bleven de Portoricaanse families ook weg, want ze wilden geen gebruik maken van het centrum als het door de Amerikanen werd geboycot.
Meestal waren de clublokalen leeg, de boeken en spelen bleven op de planken liggen, er was niemand op het basketbalveld en de sociaal werkers trokken zich terug in een kantoortje, staarden over koppen koffie en betreurden hun beroepskeuze. Het was rottig, ondankbaar werk.
Op deze juni-avond was Murray Benowitz echter gelukkig en vol vertrouwen in de toekomst. Zoals vroeger had hij deze dansavond zonder veel optimisme aangekondigd, had de jeugdwerkers aangespoord om zo veel mogelijk pogingen te doen de kinderen hierheen te krijgen, maar had ze op het hart gedrukt zich niet te laten ontmoedigen.
Dit bittere, wrange standpunt was door de ervaring gevormd. Zoals velen die hun toekomst in sociaal werk zoeken, had Murray Benowitz de wereld door een roze bril bekeken en hem als mooiste plek die je je kon bedenken gezien. Nu wist hij wel beter: de wereld was grauw, hard en koud. Maar hij moest blijven glimlachen om niet te gaan huilen, glimlachen wanneer de kinderen materiaal vernielden, vieze dingen op de muren schreven en hem voor klootzak uitmaakten. Ze noemden hem Doetje, maar hij pikte het en speelde het vreemd genoeg klaar om nog met hun eigen namen aan ze te denken.
Vanaf acht uur die avond waren de jongelui bij het centrum binnengestroomd en Murray had twee collega’s moeten opbellen om hem te komen helpen. Hij stond bij de grammofoon en keek naar onbrandbare slingers die vrolijk boven de dansvloer hingen.
Ze hadden goede grammofoonplaten. De punch was koud. Er waren extra zakken met ijsblokjes en genoeg glazen en servetjes. Hoewel de Sharks en de Jets allebei gekomen waren, waren er geen gevechten uitgebroken. Murray had gehuiverd van angst, maar de Sharks gingen aan de ene kant van de dansvloer zitten en de Jets aan de andere en iedere groep danste apart alsof er een muur tussen hen was.
Ach, dacht Murray, het begin was er. Straks zouden hij en de andere medewerkers trachten de twee groepen bij elkaar te krijgen, maar er kwamen nog steeds jongens en meisjes binnen en hij had het veel te druk.
Hij liep rond, groette jongens en meisjes van wie hij de namen kende, bleef staan om even te praten en lachte zelfs wanneer ze hem begroetten als Doetje. Murray besloot er geen notitie van te nemen dat het dansen wilder en primitiever werd. Hij had gemengd dansen altijd geassocieerd met ‘seksuele afwijking’. Later, als hij ooit het vertrouwen van de kinderen uit deze buurt zou winnen - zou kunnen bewijzen dat hij hun vriend was en ze wilde helpen - zou hij misschien met het hoofd van de afdeling kunnen praten over de behoefte aan een dansleraar.
Murray’s ogen glommen achter zijn bril toen hij naar de deur keek en de Sharks zag die er vlakbij zaten. Hij herkende Bernardo, zijn vriendinnetje droeg een felrode jurk, en hij stak de zaal over om een jongen die hij waarschijnlijk zou kunnen beïnvloeden, persoonlijk te begroeten. Uit zijn ooghoek zag hij dat er enige opwinding ontstond onder de groep Jets, dus ging hij vlugger lopen. Hij kwam net bij de deur toen Riff, Action en Tony Wyzek binnenkwamen.
Dit zou werkelijk een grootse avond worden! Na het weekend zou hij een uitgebreid en enthousiast rapport schrijven om ze in de stad te laten weten dat hij eindelijk, eindelijk optimistisch werd over de vorderingen die hij hier maakte.
Jaren van harde ervaring droegen ertoe bij dat Murray onmiddellijk voelde dat de sfeer dreigend werd toen de Sharks achter Bernardo gingen staan en de Jets een driehoek achter Riff, Action en Tony vormden.
Had hij het verkeerd begrepen, vroeg Murray zich af? Doe had hem verteld dat Tony Wyzek geregeld werkte en zich helemaal niet meer met de Jets bemoeide. Toch kon de jongen teruggevallen zijn, misschien had hij heimwee gekregen naar zijn vroegere kameraden en hun oog-om-oogprincipes.
Hij moest snel denken, vlug spreken, want het zag ernaar uit dat de twee bendes elkaar hier en nu in de haren zouden vliegen. Hij zag dat twee meisjes die met de Jets gekomen waren hun schoenen uitgetrokken hadden, klaar om de hoge hakken als wapen te gebruiken.
‘Rustig, jongens en meisjes.’ Murray boog terwijl hij met zijn beide handen zwaaide om de aandacht te krijgen. ‘Mag ik jullie attentie, alsjeblieft? Attentie!’
Hij zwaaide naar een politieagent die door de deur naar binnen keek en gaf de man in uniform een seintje dat alles in orde en onder controle was, dat er zich geen moeilijkheden voordeden.
‘Dat is prachtig,’ zei Murray tevreden over het resultaat van zijn vraag, dat, zoals hij wist, voor een groot deel te danken was aan het uniform. ‘Er is een geweldige opkomst vanavond. De grootste die we in tijden gehad hebben. Maar het is nog vroeg, pas even over tienen, en we willen er iets goeds van maken.’ Hij hield even op om adem te halen en drukte zichzelf op het hart net te doen of hij niets hoorde toen jongens en meisjes zijn beroepsmatige hartelijkheid imiteerden. ‘Ik hoop dat jullie je goed amuseren?’
‘Wat je zegt, Doetje!’ zei een meisje.
‘Mooi, maar ik heb gemerkt dat jullie op aparte stukken van de dansvloer dansen, alsof de Grand Canyon ertussen ligt.’
‘Ooo,’ riep een jongen terwijl hij z’n hand op zijn heup legde, ‘wil je dat de meisjes met de meisjes dansen? En de jongens met de jongens?’
‘Ik wil dat jullie met elkaar dansen.’ Murray wees in de richting van de Sharks en de Jets. ‘Dan kunnen jullie elkaar leren kennen.’
‘We kennen die handelaren in stinkbommen!’ schreeuwde een Shark.
Murray stak zijn handen weer omhoog. ‘Laten we niet over het verleden praten,’ stelde hij voor. ‘We hebben vanavond een gezellige avond. Als we elkaar leren kennen, wordt het nog gezelliger. Dus moesten we maar beginnen met een paar kringdansen. Jullie gaan twee cirkels vormen. Jongens aan de buitenkant. Meisjes aan de binnenkant.’
‘Hee, Doetje, waar ga jij bij?’ brulde Snowboy.
Murray dwong zichzelf te lachen. ‘Goed. We zetten een plaat op en de jongens gaan de ene kant op en de meisjes de andere...’
‘Wat vies!’ gilde iemand.
‘Twee kringen, kinderen.’ Hij verhief zijn stem, zodat die gehoord kon worden boven het dubbelzinnige, ironische lachen uit. ‘Wanneer de muziek ophoudt, danst iedere jongen met het meisje dat tegenover hem staat. Begrepen? Goed. Twee kringen, jongelui.’
Zijn wangen en voorhoofd waren drijfnat van het zweet, zijn brillenglazen waren beslagen, maar hij kon toch zien dat ze zich niet bewogen, dat de Jets en de Sharks elkaar blikken vol haat toewierpen.
De zwaar opgemaakte meisjes, met overdreven kapsels en nauwe jurkjes, hun borsten die van nature of met hulpmiddelen uitpuilden, daagden elkaar ook uit. De stilte werd zwaarder, benauwder en met een enorme zucht van verlichting waar hij zich voor schaamde, zag Murray dat de eerste politieman was teruggekomen met een andere, die hij herkende als agent Krupke.
Hij zwaaide, riep iets naar agent Krupke en toen de Jets en de Sharks zagen dat de agent vijandig naar ze keek, begonnen ze kringen om hun eigen vriendinnetjes te vormen. Bernardo stond tegenover Anita; Riff ging tegenover Graziella staan, die ongeduldig met haar vingers knipte om de muziek te laten beginnen, want ze was dol op dansen en ze verknoeiden op het ogenblik hun tijd.
Maar dit was niet wat Murray wilde en hij begon het weer uit te leggen. Hij keek naar Krupke, die blafte dat de instructies toch eenvoudig genoeg waren om door iedereen begrepen te worden, dus wat dachten ze ervan?
Er was geen manier om aan de opdracht te ontkomen, en dus werden de juiste kringen gevormd, de plaat werd opgezet en Murray klapte in zijn handen terwijl de jongens en meisjes in tegengestelde richting begonnen te lopen. ‘Dat is het, jongelui. Hou de boel op gang. In de rondte en waar je stopt weet niemand! Goed, daar gaan we dan!’
Murray schreeuwde en gaf een van de andere sociaal werkers een teken om de plaat af te zetten. Hij knipperde, deed zijn ogen wijd open en was teleurgesteld. Hoewel de kringen waren gestopt zodat sommige Jets tegenover meisjes stonden die door de Sharks waren meegenomen, keken ze elkaar alleen maar aan, totdat Riff met overdreven vertoon van walging zich van het Shark-meisje voor hem afwendde en Graziella een teken gaf dat ze naast hem moest komen staan.
Het was een enorme belediging en de Sharks waren dubbel razend omdat een Jet er het eerst aan gedacht had. Trillend van woede over deze publieke vernedering, knipte Bernardo met zijn vingers naar Anita, de bendes vlogen uit elkaar, hun vriendinnetjes volgden.
Murry beduidde dat er een nieuwe plaat moest worden opgezet en zuchtte opgelucht toen de klanken van een vurige, wilde mambo de zaal vulden. Dit was het soort muziek om ze te kalmeren, wat vreemd was, totdat hij in antropologische termen begon te denken. Muziek verdoofde bepaalde wilden en dat was wat nu nodig was. Iets om ze dronken van de muziek te maken, zodat ze niet aan haten konden denken. Straks, als het dansen afgelopen was en de Jets en de Sharks vertrokken, droeg hij niet langer de verantwoordelijkheid.
Murray Benowitz huiverde. Hij vroeg zich af of Krupke hem naar het metrostation zou willen rijden en hem veilig op de trein zetten? Wat een manier om je brood te verdienen!
Vanaf het moment dat hij op de dansavond was gearriveerd, had Tony zich niet op zijn gemak gevoeld. Hij had geen vriendinnetje meegebracht en iedereen was met iemand. En als hij Bernardo en de Sharks, of Riff en de Jets zag, leken het hem allemaal vreemden. Als hij naar de deur zou lopen, zou niemand het merken en zou hij weg kunnen gaan. Als Riff zo stom was om Bernardo uit te dagen, dan was dat zijn zaak.
Toen zag hij het meisje in de witte jurk tegen de muur staan. En toen hij haar zag, zag zij hem en iedere gedachte die hij over weggaan gehad had, was verdwenen. Alsof hij geleid werd, liep Tony Wyzek in de richting van Maria Nunez, keek in haar donkere ogen, stak zijn handen uit en werd door haar een ander land ingevoerd.
De mambo was afgelopen en een luchtiger, langzamer plaat was op de draaitafel gelegd. Toen Tony naar de dansvloer ging, hield hij haar vingers voorzichtig vast en keek naar haar hartvormige gezicht, haar doorschijnende bruine ogen, haar prachtige mond met een streekje lippenstift. Hij knikte om zijn instemming te betuigen over haar jurk, die wit was, prachtig, zo anders dan alles wat de andere meisjes droegen.
Zijn vingers raakten haar rug nauwelijks aan. Haar aanraking op zijn schouder was licht, fragiel; toen hij draaide en zijn hand steviger drukte, huiverde ze en maakte een beweging alsof ze weg wilde, dus drukte Tony maar heel even en ontspande zijn hand weer.
Er was niets om bang voor te zijn, vertelde hij het meisje. Hoewel hij nog nooit in dit land was geweest, kende hij het goed. Het was een lieflijk land met groene velden, warme winden, schitterende vogels en geurende bloemen. Het gaf niet dat ze op wolken liepen, ze zouden niet vallen. Hoewel hij de muziek hoorde, kwam het geluid van heel ver.
Maria had het gevoel of haar hart zou kunnen barsten. Waren de lichten boven hen uit, zodat ze deze Amerikaanse jongen met wie ze danste niet kon zien? En waarom was ze niet bang voor hem? Waarom zag hij er niet zo uit, sprak hij niet zo, deed hij niet zoals de Amerikanen volgens Bernardo altijd deden?
Het was een hete avond en ze voelde zweet langs haar rug lopen, maar de vingers van de jongen waren zo koel en hij danste zo licht zonder zich tegen haar aan te drukken, zonder ‘te plakken’ zoals Bernardo het dansen van de Amerikanen altijd beschreef. Maar ze had gezien hoe Bernardo met Anita danste, hoe alle Sharks met hun vriendinnetjes dansten, en het was niet anders dan wat de Jets deden.
‘Denk je niet dat ik iemand anders ben?’ hoorde ze hem vragen. Het was een fijne stem, erg verlegen.
Maria schudde haar hoofd. ‘Ik weet dat je dat niet bent.’
‘Of dat we elkaar al eerder hebben ontmoet?’ vroeg Tony in plaats van te juichen van vreugde omdat het meisje hem niet in de steek liet. Daar was hij nu zeker van. Dat was zoals het moest zijn in dit land: mensen die er samen binnenkwamen, bleven er voor altijd samen.
‘Ik weet dat het niet zo is,’ antwoordde Maria. ‘Ik... ik ben blij dat ik naar deze dansavond ben gegaan.’
‘Dat ben ik ook. Weetje, ik wilde net weggaan. Toen zag ik jou en het gevoel was er.’
Ze was verbaasd. ‘Wat voor gevoel, zeg het alsjeblieft?’ Denken was makkelijk, maar het onder woorden brengen niet. Hij maakte zijn lippen nat en begon langzaam. ‘Ik weet het niet. De afgelopen maanden heb ik rondgelopen met de vraag wie ik eigenlijk was. Wat deed ik eigenlijk? Waar ging ik op af? Zou er ooit iets groots met me gebeuren? Soms word ik zo verdrietig dat... Neem me niet kwalijk,’ stamelde hij, ‘ik bedoel, soms voel ik me zo gedeprimeerd, dan vraag ik me af of ik mezelf niet voor de gek zit te houden met iets dat zal gaan gebeuren. Begrijp je wat ik wil zeggen?’
‘Ik geloof het wel.’ Maria was heel ernstig. Wat een mooie ogen had deze jongen. Ze had het nog nooit beter door iemand horen uitleggen. ‘Natuurlijk begrijp ik het,’ voegde ze eraan toe, aarzelde en besloot verder te gaan. ‘Zo voelde ik me in het vliegtuig.’
‘Ik heb nog nooit gevlogen,’ zei hij. ‘Het moet heerlijk zijn.’ Tony werd zich ervan bewust dat de muziek was opgehouden en was blij dat ze naar een hoek waren gedanst waar een bank stond. ‘Weetje,’ begon hij, nadat ze waren gaan zitten, ‘het lijkt wel of je weet wat ik ga zeggen, nog voordat ik het zeg.’ Haar vingers lagen op de rand van de bank en hij bedekte ze met zijn hand. ‘Ze zijn koud,’ zei hij.
‘De jouwe ook.’ Voorzichtig stak ze haar vrije hand uit om zijn wang aan te raken, zoals ze eerder die avond bij Chino had gedaan. De huid was ruwer, niet warmer, maar haar vingertoppen voelden aan alsof ze een elektrische leiding hadden aangeraakt. ‘Je wang is warm.’
Tony waagde het haar kin aan te raken. ‘Jij bent ook warm.’ ‘Maar natuurlijk.’ Maria glimlachte. ‘Ze zijn hetzelfde. En het is warm. Het is -’
‘Vochtig?’ vulde hij het woord aan en was blij dat ze knikte. ‘Ja,’ zei ze dankbaar. ‘Maar het is toch niet de warmte van het weer.’
‘Weet je wat ik zag toen je dat zei? Vuurwerk,’ vervolgde hij nadat ze geknikt had. ‘Grote draaiende bollen en vuurpijlen. Maar er is geen geluid, alleen licht. Daar’ - zijn vinger gaf een boog aan - ‘zie je ze?’
‘Ja,’ zei ze. ‘Ze zijn prachtig.’
‘Maak je geen grapjes? Zegje het niet om me voor de gek te houden? Zie je ze echt?’
Maria maakte een kruis boven haar hart. ‘Ik heb nog niet geleerd om zulke grapjes te maken en nu...’
‘...ja?’
‘Denk ik dat ik het nooit zal leren.’
De vuurpijlen schoten omhoog, smolten samen, spatten uit elkaar in harten en sterren, en kwamen in een waterval van licht weer naar beneden. Impulsief omdat haar hand bijna bij zijn mond was, gaf hij er een zoen op. En terwijl hij dat deed, voelde hij haar trillen.
Hij boog zich voorover om de geur van haar haar en haar lichte parfum op te snuiven en om haar lippen te kussen, zo voorzichtig dat de grenzen van het magische land niet geschonden werden.
Toen voelde hij een ruwe hand op zijn schouder die hem bijna van de bank gooide.
Dankzij jaren van straatvechten en katachtige reflexen bij een onverwachte aanval, sprong Tony onmiddellijk overeind. Zijn handen, die tot harde vuisten gebald waren, schoten niet op hun doel af, want hij zag dat Bernardo zich omgedraaid had om naar het meisje op de bank te kijken.
Hij zag de verwoesting van hun magische land. Natuurlijk, hij had het meisje met Bernardo zien binnenkomen. Het meisje in de witte jurk, van wie hij de naam niet eens kende, was Bernardo’s zuster. Tony was bang en verbijsterd omdat hij het mooiste dat hij ooit gevonden had misschien weer zou verliezen.
‘Ga naar huis, Amerikaan,’ snauwde Bernardo tegen hem.
‘Rustig aan, Bernardo,’ zei Tony en bewoog zijn rechterhand om het meisje te verzekeren dat alles in orde was, dat ze erop kon rekenen dat hij niet zou gaan vechten.
Bernardo’s mond vertrok. ‘Blijf van mijn zuster af!’ Hij keek naar Maria. ‘Kon je niet zien dat hij een van hen was?’
‘Nee,’ antwoordde ze. ‘Ik zag hem alleen en hij heeft niets verkeerds gedaan.’
Bernardo knipte met zijn vingers om de Sharks om zich heen te verzamelen, hij zag Chino snel over de dansvloer naar hem toe komen. ‘Ik heb het je gezegd,’ zei hij beschuldigend tegen Maria, ‘er is maar een ding dat ze van een Portoricaans meisje willen!’
‘Je liegt dat je barst!’ zei Tony.
‘Goed zo, jongen,’ zei Riff toen hij naast Tony ging staan. ‘Zeg het hem maar.’
Chino tikte op Bernardo’s schouder en schoof langs hem om voor Tony te gaan staan. Heel bleek, maar kalm, zodat hij er niet bang uitzag, nam Chino de grote Amerikaan op. ‘Wegwezen,’ zei hij. ‘Laat haar met rust.’
‘Bemoei je er niet mee, Chino,’ raadde Tony hem aan. Toen draaide hij zich plotseling om, bang dat Maria weg zou gaan.
Bernardo greep Maria’s pols om haar achter zich te trekken. ‘Laat ik je een ding vertellen...’
‘... Zeg het maar!’ Riff worstelde zich naar voren. ‘Als jullie het nu meteen buiten willen uitvechten...’
Murray Benowitz wist dat hij stond te schreeuwen, maar hij moest hun aandacht zien te krijgen. ‘Jongens, alsjeblieft! Het ging allemaal zo goed. Vinden jullie het zo fijn om ruzie te maken? Kom op, het zal jullie geen kwaad doen als je je een keer amuseert.’ Met wilde bewegingen van zijn rechterhand gaf hij tekens dat de muziek weer moest beginnen. ‘Iedereen gaat dansen,’ stelde hij voor. ‘Doe het voor mij.’
Bernardo hield nog steeds de pols van zijn zusje vast en sleurde haar naar de kant van de dansvloer waar de Sharks zaten. Hij moest zijn vrije hand in zijn zak houden om zijn zusje geen mep te geven.
Hij had zich nog nooit zo verraden gevoeld. Het was alsof iemand van wie hij hield en die hij vertrouwde een mes diep in zijn rug had gestoken; en voor wie had ze dit gedaan? Voor de een of andere vervloekte Pool die net zo veel lui van haar eigen mensen in elkaar had getrapt als iedere andere Amerikaan van de West Side.
‘We hadden je nooit moeten laten komen,’ tierde hij tegen haar, terwijl hij haar pols nog steeds omklemde. ‘Ik heb je gewaarschuwd bij hen uit de buurt te blijven. Wat mankeert je, versta je geen Spaans meer?’
Chino gaf Maria zijn zakdoek, waarmee ze haar ogen af begon te vegen. ‘Schreeuw niet zo tegen haar, ’Nardo.’
‘Je moet wel schreeuwen tegen baby’s.’
‘En daar worden ze bang van,’ zei Anita en legde haar arm om Maria’s schouder.
‘Hou je mond,’ zei Bernardo dreigend tegen iedereen. ‘Chino, breng haar naar huis. Niets meer drinken onderweg, meteen naar huis!’
Maria liet de zakdoek zakken. ‘’Nardo, alsjeblieft, het is mijn eerste dansavond. Hij heeft niets...’
‘Je hebt geluk dat je mijn zuster bent,’ zei Bernardo kwaad. ‘Breng haar nu naar huis, Chino.’
Bernardo voelde dat er niets meer te zeggen viel en liep snel over de dansvloer naar de bak met punch, dompelde een beker in de koude drank en dronk gretig. Hij wist dat de hele toestand zijn hoogtepunt naderde en hij verlangde er een eind aan te maken. Hij had zijn zusje verdriet gedaan, maar ze had straf verdiend.
Met trillende neusvleugels keek Bernardo naar de Jets en spuugde om ze te laten zien wat ze waren. Vuil - minder dan vuil. Vuil dat alles wat ze aanraakten bevuilde, vooral meisjes. Bij alle heiligen, ze zouden nooit een Portoricaans meisje aanraken. Niet zolang hij leefde, kon vechten, kon steken, kon doden.
Hij zag de Jets dicht op elkaar zitten en de Sharks waren ook klaar. Bij de deur draaide Chino zich om en zwaaide naar hem, en Bernardo knikte met zijn hoofd om Chino te beduiden dat hij Maria direct naar huis moest brengen. Hij nam nog een beker en dronk nu rustiger, hij ontdekte dat z’n hart niet meer zo bonkte en voelde zich een man, beheerst en vastberaden.
Aan de ene kant was hij blij dat de uitbarsting vanavond zou komen. Op maandagmorgen zou iedere Portoricaan uit de buurt veilig rond kunnen lopen. Over de rand van zijn beker zag hij Diesel met Riff praten en ze maakten allerlei vrolijke gebaren als ze naar Tony wezen. Maar Bernardo vroeg zich af waarom de grote Pool naar zijn zusje bleef kijken. Het was geen smerige of oneerbiedige blik. Het was jammer dat Maria ze moest leren kennen op zo’n manier, maar er was niets aan te doen.
Hij en de Sharks hadden de Amerikanen niet beledigd; hij en de Sharks waren vriendelijk genoeg geweest tegenover die stomme Doetje om met Amerikaanse meisjes te willen dansen. Dus het was zijn fout niet, of de fout van een van de andere Sharks. Wilden ze herrie? Enorm! Hij was er de man niet naar om ze teleur te stellen.
Hij had gehoord dat de Jets op het punt stonden om ze uit te dagen en daarom had hij de Sharks bevel gegeven allemaal naar het dansen te komen. De Jets waren gekomen, wat hij gehoopt had en de enige fout die hij gemaakt had, was Maria toe te staan mee te gaan naar deze dansavond. Maar het waren de Amerikanen die haar avond bedorven hadden.
Bernardo stapte de dansvloer over, zijn jasje tot de derde knoop dicht en zijn handen in de zakken. Hij stopte ongeveer drie meter van Riff vandaan. Hij wist dat Pepe, Indio en Toro vlak achter hem stonden en zorgvuldig opletten.
‘Ik geloof dat je me hebt lopen zoeken.’
Riff knikte langzaam terwijl hij Bernardo van het puntje van zijn glimmend gepoetste schoenen tot de strakke knoop in zijn das opnam. ‘Dat heb je goed gehoord,’ zei Riff. ‘Omdat de Jets met jullie onderhandelaar willen praten - als jullie er een hebben.’
‘Het genoegen is aan mijn kant,’ zei Bernardo en maakte vanuit zijn middel een stijve buiging. Zelfs wanneer het over een gevecht ging, zou hij die Amerikanen leren hoe heren dit aanpakten.
‘Laten we naar buiten gaan,’ stelde Riff voor.
Voor Bernardo Riff een cynische glimlach toewierp, wees hij naar Anita, Stella, Margarita en de andere meisjes. ‘Mijn vrienden en ik laten onze dames niet alleen. Waar zouden we je kunnen ontmoeten over - laten we zeggen een uur?’
‘Voor de snoepwinkel in het midden van het blok?’ stelde Riff voor.
‘Waarom niet de snoepwinkel naast mijn huis?’ zei Bernardo en lachte kort. ‘We spreken af voor de Koffiepot, dat is neutraal terrein. Weet je waar die is? Of wil je dat we er een stinkbom ingooien zodat je het kunt vinden? De Amerikaan die de eigenaar is, vindt het vast niet erg.’
‘De Koffiepot.’ Riff knikte. ‘En geen gedonder voor die tijd.’ Bernardo wees met zijn duim naar de Sharks. ‘We kennen de regels – inboorling.’ Hij spuugde het laatste woord bijna uit.
‘Het is prettig om te horen dat je iets weet,’ zei Riff voordat hij zich tot Diesel wendde. ‘Vertel het verder,’ beval hij.
Diesel maakte een kringetje met zijn duim en wijsvinger. ‘In orde’ - hij knipoogde tegen Bernardo - ‘ik snak ernaar mijn knokkels in je mond te rammen.’
‘Hou je bek,’ zei Riff tegen Diesel. ‘We moeten de meisjes naar huis brengen.’ Hij keek rond en was opgelucht toen hij Tony zag, die nog steeds naar de deur staarde. ‘Tony!’ riep hij en knipte met zijn vingers. ‘Kom eens hier!’
Riff heeft nooit geweten of Tony hem gehoord had, want de jongen die hij als zijn beste vriend beschouwde, begon naar de deur te lopen alsof hij in een dichte mist liep. Er was iets mis met hem, besloot Riff. Hij was echt ziek, voornamelijk in zijn hoofd.
Maar dit was een geheim dat hij met niemand wilde delen en om vragen te voorkomen, begon hij tegen Action en Diesel te praten. Ze moesten naar het wapenarsenaal gaan en verschillende dingen te voorschijn halen, want ze wisten niet waar Bernardo mee zou willen vechten. Maar wat het ook zou zijn, hij zou spijt van zijn keuze krijgen.
Eerst het meest noodzakelijke, dacht Tony, toen hij zich realiseerde dat hij op straat voor het jeugdcentrum stond. Het noodzakelijkste was weg te komen, zodat Riff en de andere jongens hem niet de hele avond bij zich konden houden.
Haar naam was Maria, een erg mooie naam, een naam die hem deed denken aan de prachtigste klanken - zacht gebeier van kerkklokken, het lied van een vogel, de zachte stemmen van geliefden, de manier waarop zijn moeder sprak sinds hij werkte. Zelfs de sterren aan de hemel schenen helderder te zijn.
Het was gebeurd, het iets waar hij naar had gezocht, het iets dat hem aldoor ontglipt was.
Goed, ze was Bernardo’s zusje. En wat dan nog? Genoeg. Het was erg, heel erg, waarschijnlijk zou hij niets ergers kunnen bedenken. Maar in alle films die hij had gezien was het altijd zo dat hoe de familie er ook over dacht, het meisje er toch anders over dacht. En hij voelde dat Maria er ook anders over dacht.
Hij moest haar weerzien, om zich ervan te overtuigen dat het echt zo was. Ze was Bernardo’s zuster, dus hij wist waar ze woonde en hij zou ter plaatse tien jaar van zijn leven hebben willen geven om in staat te zijn bij Bernardo’s voordeur aan te bellen en naar Maria Nunez te vragen.
Tony stond in de donkere portiek van een huis en zag Riff, de Jets en hun meisjes langskomen. Hij hoorde Snowboy zeggen dat ze koffie konden drinken in de Pot wanneer ze op Bernardo en zijn luizen moesten wachten en hoorde Graziella Riff vragen of er iets was waarmee ze hen konden helpen.
‘Genoeg,’ zei Gee-Tar. ‘Maar dat kan tot later wachten.’
‘Denk je dat je dan nog de kracht hebt?’ spotte Pauline.
‘Genoeg om jou “genoeg” te laten gillen,’ zei Gee-Tar terwijl hij haar even beetpakte.
Het kostte Tony moeite te wachten tot ze de hoek om waren. Toen pas kwam hij uit de schaduw te voorschijn en hij liep snel verder totdat hij bij de huurkazerne kwam waar Bernardo woonde. Hij wist zelfs precies in welk appartement, want zes of zeven maanden geleden hadden de Jets en hij het plan gehad Bernardo te overvallen en te bewerken in het hart van zijn eigen terrein.
Het plan was geweest dat hij over de daken naar de brandtrap zou gaan aan de achterkant van het huis en door een ruit in te trappen binnen zou komen terwijl Riff, Diesel en de anderen het slot van de voordeur zouden schieten.
Alle huizen in de buurt waren ongeveer hetzelfde gebouwd, dus was het raam naast de brandtrap waarschijnlijk een slaapkamerraam, wat een probleem met zich meebracht. Stel je voor dat de vader en de moeder in die slaapkamer lagen?
Het was een risico dat hij zou moeten nemen, dacht Tony en dook het steegje in dat naar de binnenplaats leidde. Hij bleef staan om zich te oriënteren.
Zijn ogen raakten gewend aan de duisternis, en de waslijnen en de stukken wasgoed die overal verspreid hingen werden zichtbaar. Zwaar ademend sleepte hij een vuilnisbak naar de brandtrap, die te hoog voor hem was. Hij klom er voorzichtig op, zakte door zijn knieën en sprong omhoog. De vuilnisbak viel om maar niemand in de stille huizen hoorde het. Het was een geluid waar ze aan gewend waren geraakt; honden en katten zwierven door de buurt en de vuilnisbakken werden zo vaak omgegooid.
Hand voor hand trok hij zich aan de ladder op totdat zijn knie de eerste tree raakte; daarna klom hij snel omhoog tot hij bij de derde verdieping kwam, waar hij langzaam verder klom.
Hij wachtte bij de steile ijzeren trap die naar de branduitgang van de familie Nunez voerde. Hij durfde maar tot halverwege omhoog te gaan. Of zou hij een halve trap hoger dan het raam klimmen? Dan zou hij als er iets gebeurde dichter bij het dak zijn. Maar nee, op het dak zou hij in de val kunnen lopen. Het zou makkelijker zijn om in de duisternis beneden te ontsnappen.
Plotseling rinkelde er een telefoon door de stilte. Aan de overkant werd de wc met veel lawaai doorgetrokken en het water rommelde door de afvoer, een kat miauwde op een schutting, een boot gaf loeiende signalen op de rivier, een baby krijste en wilde maar niet rustig worden.
Tony haalde wat los geld uit zijn broekzak, deed een schietgebedje en gooide een muntje naar het raam. Hij hoorde de zingende klank van metaal tegen glas en luisterde toen ingespannen om te horen of iemand in de donkere kamer bewoog.
‘Maria,’ fluisterde hij. ‘Maria...’
Hij moest met zijn ogen knipperen voor hij het kon geloven, want er verscheen een witte gestalte in het venster en de gestalte deed het raam verder open. Hij zag dat het Maria was en klom zes treden -hij sloeg er drie over – op, hij riep bijna haar naam, maar moest stoppen, want ze had haar vinger op haar lippen. ‘Ssst,’ fluisterde ze. ‘Vertel me vlug je naam.’
‘Tony.’ Hij knielde voor het raam. ‘Anton Wyzek. Het is Pools.’
‘Het is een leuke naam,’ fluisterde ze weer. ‘Nu moet je weggaan.’
‘Weggaan? Ik ben hier net. Luister, laten we ergens heen gaan waar we kunnen praten.’ Hij zag dat ze de witte jurk nog aanhad maar dat haar haar los was en haar gezicht in mooie golven omlijstte. ‘We moeten praten.’
Maria schudde haar hoofd. ‘Je moet weggaan.’
‘Wil je dat ik wegga?’
Ze ging op de vensterbank zitten, zwijgend en gespannen. ‘Je moet erg rustig zijn.’
Hij strekte zijn arm uit om haar hand te pakken en legde die op zijn hart. ‘Wat moet ik hieraan doen?’
‘Laat het kloppen,’ zei ze. Opeens draaide ze zich om en keek naar binnen. Je moet gaan. Als Bernardo...’
‘Hij is aan het dansen,’ zei Tony en voelde zich schuldig omdat hij wel beter wist.
Maria knikte. ‘Hij moet Anita zo naar huis brengen.’
‘Voelt hij net zo veel voor Anita als ik voor jou voel?’ vroeg hij onbeschaamd.
‘Ik geloof het wel,’ zei ze.
‘Dan komt hij niet naar huis.’ Tony was trots op zijn logische redenering. ‘Luister, als we nou eens even op het dak gingen zitten. Om te praten,’ voegde hij eraan toe, ‘alleen om te praten, dat zweer ik.’
‘Ik geloof je,’ zei ze om hem gerust te stellen. ‘Maar als Bernardo thuis zou komen... Waarom haat hij je?’
‘Omdat hij er reden toe heeft.’ Net als op de dansavond hield hij haar beide handen weer vast. ‘Daar wil ik met je over praten. Alsjeblieft, het is belangrijk. Tenzij je wilt dat ik naar beneden ga en aan de voordeur kom. Dat doe ik als je het zegt.’
Maria leunde achterover en keek naar het geraamte van de brandtrap en naar de ladder die naar het dak leidde. ‘Kun je me houden?’ vroeg ze.
‘Met mijn leven,’ zwoer hij.
Hand in hand liepen ze zacht de brandtrap op. Tony fluisterde dat Maria niet naar beneden moest kijken maar alleen maar naar de sterren, en terwijl ze klom, bleef hij een halve stap achter haar en zijn beide armen vormden een beschermende halve cirkel doordat hij de leuning vasthield.
Stap voor stap klommen ze totdat Maria bij de omheining kwam; en nadat ze over het hek gesprongen was, maakte ze een paar danspassen, want dit was een moment dat met dansen gevierd moest worden.
Wat waren zijn armen krachtig geweest, wat had zij zich velig gevoeld, wat was zijn stem zacht in haar oor geweest terwijl hij haar vertelde dat ze niet bang moest zijn, niet naar beneden moest kijken, alleen naar boven naar de sterren, want de sterren beschermden hen.
Ze rende op blote voeten naar hem toe en greep zijn handen. Stil draaiden ze in het rond en haar haar fladderde los om haar heen over haar gezicht en mond, ze lachte en bleef toen staan om in zijn armen uit te rusten.
‘We blijven een minuut,’ zei ze.
‘We blijven een minuut,’ herhaalde hij.
Ze glimlachte tegen zijn ogen. ‘Een minuut is niet genoeg.’
‘Een uur dan,’ glimlachte hij terug en werd toen ernstig. ‘Voor we het eeuwig maken.’
Maria luisterde naar de nacht alsof die haar de tijd zou kunnen vertellen. ‘Dat kan ik niet,’ zei ze, maar deed geen poging om uit zijn armen te komen.
‘Ik ben bereid om hier te blijven,’ vervolgde hij, ‘tot morgenochtend. Dan kun je me beneden voor het ontbijt uitnodigen en me aan je vader en moeder voorstellen. Denk je dat ze me aardig zullen vinden?’
Hij voelde haar verdrietig worden en vond het naar, maar ze zouden de feiten onder ogen moeten zien, zodat ze plannen konden maken voor later.
‘Ik vind je moeder aardig omdat ze jouw moeder is, je vader is aardig omdat hij jouw vader is...’
‘Ik heb drie jongere zusjes,’ viel ze hem in de rede. ‘Prachtig.’ Hij was enthousiast. ‘Die vind ik ook aardig. Ik vind al je vrienden en familieleden aardig en al hun vrienden en familieleden en al...’
‘Je hebt ’Nardo er niet bijgenoemd.’
Tony zuchtte diep. ‘Ik vind hem ook aardig, omdat hij je broer is.’
‘En veronderstel nu eens dat mijn vader en moeder en mijn zusjes en ’Nardo geen familie van me waren? Zou je ze dan haten?’
‘Maria, je moet me helpen. Wat je me net vroeg is precies hetgene waar ik niet aan wilde denken. Help me, Maria.’ Hij knielde en legde zijn hoofd tegen haar slanke bovenbeen. ‘Je moet me helpen, want ik laat je niet gaan. Dat doe ik niet,’ herhaalde hij omstuimig en drukte haar vaster tegen zich aan. ‘Het kan me niet schelen wie hier boven komt, wie ons ziet, wat iedereen zegt of doet. Ik laat je nooit meer gaan.’
‘Tony, ga alsjeblieft staan.’ Haar hand lag dicht op zijn hoofd en ze streelde het korte, stugge haar; ze wist dat het zacht zou zijn als hij het liet groeien. ‘Ik had dat niet willen vragen.’
‘Ik ben blij dat je het gevraagd hebt.’ Hij wilde niet opstaan maar ze moesten elkaar aankijken, zodat ze niet kon twijfelen aan de dingen die hij zei. ‘Het kan me niet schelen als ze naar boven komen en mijn hart uit m’n lichaam snijden,’ ging hij verder. ‘Zonder jou wil ik het toch niet hebben.’
‘Dat moet je niet zeggen.’ Ze legde haar vinger over zijn lippen. ‘Zonder jou geloof ik ook niet dat ik zou willen leven.’ ‘Weetje het niet?’
‘Ik weet het wel!’ zei ze en nam zijn hoofd in haar handen en ze ging op haar tenen staan om zijn mond te kussen. Haar kus was vluchtig maar zo magisch als Tony gehoopt had. ‘Ik weet het wel,’ fluisterde ze, terwijl ze zich tegen hem aandrukte. ‘We moeten bij elkaar blijven. Maar je moet nu gaan. Ik wil nu bedenken wat we moeten doen.’
Ze was ernstig. Plotseling was ze ouder dan hij, ze voelde zich veel wijzer en begreep de primitieve wildernis waarin ze moesten leven. Ze moest naar haar kamer terug om na te denken. ‘Het is heel belangrijk dat we nadenken.’
‘Ik zal je de ladder af helpen. Maar je moet omhoog blijven kijken.’
‘Zelfs als ik naar beneden zou kijken, zou ik alleen maar de hemel zien,’ zei ze.
‘En de sterren,’ vulde hij aan.
‘En de maan. En de zon,’ zei ze.
‘Hoe kun je de zon nou zien als het nacht is?’ Hij veranderde opeens van toon. ‘Zie ik je morgen? En gaan we elkaar vertellen waar we aan gedacht hebben en wat we gaan doen? Waar kan ik je weer zien? Hoe laat?’
‘Weet je de winkel voor bruidsjurken van señora Mantanios? Daar werk ik,’ vervolgde ze nadat hij geknikt had, ‘ik naai.’
Tony hield haar hand tegen zijn wang. ‘Wees voorzichtig met naalden,’ waarschuwde hij haar. ‘Ik wil niet dat je een ongeluk krijgt. Hoe laat moet ik komen?’
‘Zes uur?’
‘Zes uur,’ herhaalde hij. ‘Welke naam vind je leuker? Tony of Anton?’
‘Ik vind ze allebei leuk,’ zei ze na een moment. ‘Maar Anton is poëtischer. Te adoro, Anton,’ zei ze. ‘Dat betekent ik hou van je.’
Hij sloeg op zijn voorhoofd om zijn sluimerende en gebrekkige kennis van het Pools weer terug te brengen. ‘Maria, ja kocham cie. Dat is Pools,’ zei hij, ‘en het klinkt niet zo goed. Maar het betekent hetzelfde.’
‘Geef me een zoen,’ zei ze. ‘Het is voor ons allebei een nieuwe taal, maar we spreken hem zo goed.’ Ze keek weer naar de sterren. ‘Zelfs daar’ - ze wees naar een heldere ster - ‘als daar een jongen en een meisje op een dak staan en ze zijn in staat om ons te zien en ze horen ons praten, begrijpen ze misschien niet wat we zeggen. Maar als ze ons zien zoenen, zullen ze het weten.’
‘Dat ik van je hou,’ zei hij en bedekte haar mond met zijn lippen.
‘En dat ik van jou hou,’ mompelde ze voordat de wind hen meevoerde naar de hemel en de sterren.
Hoewel ze wakker had willen blijven om alles steeds weer in gedachten te beleven, overviel de slaap haar na een paar minuten en ze mompelde halfslapend dat ze slaap had en wilde degene die haar lastig viel alsjeblieft weggaan?
‘Word wakker, Maria. Ik ben ’t, Anita,’ hoorde ze in haar oor fluisteren. ‘Word wakker!’
Ze vloog met een schok overeind. De koude hand van de angst omklemde haar keel. ‘Mijn God, wat is er?’
‘Niets.’ Anita bleef fluisteren. ‘Bernardo wil dat je naar het dak komt. We zijn er allemaal – Chino, Pepe, Indio. Alle meisjes ook. Er is niets aan de hand; we houden een feestje. Hou je opeens niet meer van feestjes?’
Maria gaapte opgelucht, rekte zich uit en streek met haar hand door haar losse haar. ‘Ik sliep,’ klaagde ze, want ze verlangde ernaar weer naar haar dromen terug te keren. ‘En ik ben niet aangekleed.’
‘Tegenwoordig heeft een meisje niet langer dan een minuut nodig om zich aan te kleden,’ giechelde Anita. ‘Schiet op, dan wacht ik op je.’
‘Is Bernardo kwaad?’ vroeg Maria.
Anita drukte haar lippen op elkaar en haalde haar schouders op. ‘Wanneer is hij niet kwaad? Maria, schiet op, alsjeblieft. Er zijn nog meer meisjes die graag Bernardo’s vriendinnetje zouden zijn. Trek maar geen kousen of schoenen aan. Of alleen een paar oude slippers.’
Chino had zijn kleine transistorradio op een lege kist gezet en verschillende jongens en meisjes hadden hun schoenen uitgetrokken en dansten op sokken en kousen. Maar Bernardo hing met zijn elleboog over de omheining, nam snelle trekken van zijn sigaret en staarde met koude, dode ogen naar de stad die overal om hem heen was.
Die was zo groot, zo massief, maar weigerde een klein plaatsje voor hem vrij te maken. Wat voor soort leven zou hij in deze stad kunnen krijgen? Hij gaf nergens om, hij was nergens trots op. Hij zou mislukken, maar anderen, godverdomme, zouden lijden onder zijn mislukking.
‘Het wordt tijd,’ beantwoordde hij de begroeting van zijn zusje. ‘Ik wil wedden dat je hier twee keer zo vlug zou zijn geweest wanneer die Pool er was geweest.’
‘Ze sliep, ’Nardo,’ zei Anita, zijn zuster verdedigend. ‘En ik heb het idee dat je wel alles twee keer zo vlug zou willen.’ Bernardo stak zijn hand uit alsof hij Anita in haar borst wilde knijpen. ‘Sinds wanneer heb je te klagen?’ Opeens verlegen omdat zijn zusje er bij was, knipte Bernardo met zijn vingers. ‘Ik wil met je praten, Maria. Niet als een broer, maar als een oom.’ Anita bedekte haar borst met haar armen. ‘Wat een oom! Gelukkig dat ze een vader en moeder heeft!’
‘Die dit land beter kennen dan zij.’
‘Sinds wanneer ben jij zo’n deskundige?’ zei Anita fel.
Pepe hield even op met dansen. ‘Laat het aan ’Nardo over,’ zei hij. ‘Hij weet wat er te koop is.’
‘Waarom schrijft hij dan geen boek over Amerika?’ zei Anita. ‘Niemand van jullie is daar pienter genoeg voor. In dit land hebben meisjes net zo veel recht om plezier te maken als jongens. Meisjes kunnen met iedereen die ze leuk vinden dansen in Amerika.’
‘Werkelijk?’ Bernardo boog. ‘Je praat of Portorico geen deel van Amerika is.’
‘Voor jou is het dat niet, jij immigrant,’ gooide Anita hem voor de voeten. ‘En begin me niet bij al m’n namen te noemen want in Amerika heb ik er maar een en als dat je niet bevalt...’ Bernardo gooide z’n sigaret weg en pakte met z’n rechterhand Anita’s haar boven haar nek vast. Hij spreidde zijn vingers en hield haar zo vast dat ze zijn lippen niet kon ontwijken.
‘Vind je het prettig?’ vroeg hij haar toen hij de zoen beëindigd had.
Anita sloeg haar ogen neer. ‘Ik vind het prettig.’
‘Gedraag je dan behoorlijk,’ zei Bernardo en duwde haar opzij. Hij wees naar Chino. ‘Chino, hoe was het met mijn zuster toen je haar naar huis bracht?’
Chino schoof zenuwachtig heen en weer. ‘Goed. Een beetje overstuur. Maar ze waren alleen maar aan ’t dansen.’
Razend om zijn manier van optreden duwde Anita Bernardo met twee handen opzij. ‘Hoe komt het dat je zo veel vragen stelt? Alsof je een politieagent of zoiets bent? Het is best dat een jongen zich zorgen over zijn zusje maakt, maar wat denk je ervan om je eens een beetje zorgen te maken over je vriendinnetje en haar toekomst? Laat jij Maria nou maar aan Chino over - en haar vader en moeder. Misschien hebben ze wel niet zo veel van hun zoon terechtgebracht.’ Ze staarde naar Bernardo en moest glimlachen terwijl ze zijn diepliggende ogen bewonderde, die hem een duister, romantisch uiterlijk gaven. ‘Maar ze hebben het beste van Maria gemaakt. Kijk eens naar haar! En vertel me nu maar dat je je schaamt over je lelijke woorden en gedachten.’
‘Ze weten niets meer dan zij,’ zei Bernardo. ‘Het zijn gewoon baby’s in Amerika - allemaal.’
‘Maar ze was alleen maar aan het dansen,’ zei Anita. ‘Dat weet iedereen.’
‘Alleen maar aan het dansen,’ imiteerde Bernardo, ‘met een Amerikaan, die in werkelijkheid een Pool is.’
Anita wees weer naar Bernardo. ‘moet je zien wie het zegt,’ spotte ze. ‘De luis...’
‘Je bent niet zo erg leuk,’ waarschuwde Bernardo.
‘Sinds wanneer?’ Anita was niet geïntimideerd, want Bernardo’s ogen zeiden haar wat hij werkelijk dacht. ‘Omdat je het niet aan me vraagt, zal ik het zelf wel zeggen. Ik vind Tony aardig. En hij werkt,’ voegde ze eraan toe.
Chino stak zijn hand op om iets te zeggen. ‘Als een loopjongen.’
Hij keek naar Maria, die naar de sterren staarde. ‘En weet je wat een loopjongen later wordt? Bezorger. En omdat ik weet dat je het gaat vragen, Anita’ - hij maakte een buiging in haar richting - ‘zal ik het je vertellen. Een assistent wordt operateur. Een volwaardig lid van het bedrijf.’
‘O, hou toch op, Chino,’ viel Bernardo kwaad in de rede en haalde een sigaret uit zijn pakje en stak hem aan. ‘Als die verdomde Pool bij het bedrijf wil komen, kan hij hoger dan jij komen en meer gaan verdienen omdat hij een Amerikaan is.’
‘Dat is niet waar,’ onderbrak Maria haar broer. Het was goed om te zwijgen, dacht ze, en in stilte te luisteren en iets te leren. Maar ze had genoeg gehoord om te weten dat Bernardo Tony haatte en als hij op deze manier zou blijven denken en praten, zou hij hem alleen maar meer gaan haten.
Ze moest veel dingen doen en een van de belangrijkste was Bernardo ervan proberen te weerhouden zo veel te haten. Bernardo kon alleen maar aan haat en vernieling denken en ze herinnerde zich wat de priester op het eiland gezegd had - dat zij die met het zwaard leefden, door het zwaard vernietigd zouden worden.
‘Als Tony in Amerika geboren is, is hij geen Pool,’ zei ze. ‘Zelfs wanneer hij niet in Amerika geboren is, is hij toch geen vreemdeling omdat hij naar Amerika wilde komen. Hij is dan een Amerikaan net als wij.’
Bernardo wachtte tot het applaus van Anita en de andere meisjes wegstierf, voordat hij een kleine spottende buiging naar zijn zuster maakte. ‘Mijn beste Maria, jij gelooft dat misschien, maar hij niet. Er is maar een ding dat hij gelooft. dat je gemakkelijk te krijgen bent omdat je een Portoricaanse bent!’
‘Dat is een vuile rotopmerking!’ schreeuwde Anita terwijl ze haar arm om Maria heensloeg. ‘Je moet je verontschuldigingen aanbieden. Niet alleen aan Maria maar aan ieder meisje hier.’
‘Waarom?’ vroeg Pepe.
‘Zo maar,’ antwoordde Anita koel. ‘Misschien is het nog niet tot je doorgedrongen, maar alle meisjes hebben vanavond iets geleerd.’
‘Wat dan wel?’ vroeg Bernardo haar.
Anita deed haar beide handen voor Maria’s oren. ‘Dat omdat wij meisjes hier kwamen - naar Amerika - met open harten, jullie nietsnutten denken dat we hier ook met onze benen open kwamen!’
‘Is dat dan niet zo?’ vroeg Pepe haar.
‘Varken!’ Anita wist hem een klap op zijn wang te geven. ‘Jij moet naar Portorico teruggestuurd worden. Gauw, hoop ik, en met handboeien om.’
Pepe lachte en sloeg met zijn wijsvinger naar Anita’s neus terwijl hij haar handen ontdook. Bernardo schoof Maria opzij en de Sharks en hun meisjes gingen om Pepe en Anita heen staan. Anita schreeuwde in het Spaans tegen Pepe.
Plotseling ging de dakdeur open en Bernardo hoorde zijn naam roepen. Het was zijn vader.
‘Bernardo?’ riep zijn vader weer en deed zijn ochtendjas dicht. ‘Maria? Je sliep toch al?’
‘Heb je me niet thuis horen komen, vader?’ zei Bernardo en gaf een teken dat Anita en Pepe op moesten houden. ‘We zijn ons hier boven aan het vermaken en ik dacht dat Maria Chino wel weer zou willen zien.’
‘Ja, meneer Nunez,’ ging Chino verder, ‘ik heb Bernardo gevraagd of hij Maria hierheen wilde halen. Ik hoop dat u het niet erg vindt. We luisterden gewoon naar de radio en praatten een beetje.’
‘Luisterden en praatten een beetje,’ herhaalde Maria. ‘Maakten we te veel lawaai, vader?’
‘Genoeg om me wakker te maken.’ Meneer Nunez gaapte. ‘Maar het is een mooie avond. Minder warm. Hoe lang blijven jullie nog hier boven, Bernardo?’
‘We gaan meteen weg,’ ze Bernardo. ‘Chino brengt Maria even naar onze deur. Wij gaan onze dames naar huis brengen en daarna hebben alle jongens in de Koffiepot afgesproken. Heb je zin om mee te gaan, vader?’
‘Het is te laat, maar toch bedankt.’ Meneer Nunez gaapte weer. ‘Welterusten.’ Hij keerde zich naar zijn dochter. ‘Maria, ik laat de deur open.’
‘Ik zal hem op slot doen, vader,’ zei ze.
Ze draaide zich weer om om naar haar broer te kijken, maar hij stond met zijn rug naar haar toe en staarde de duisternis in naar de stad.