Jip is de meester

 

Woensdag speelt Jip met zijn trein en donderdag speelt Jip met zijn trein. En dan zegt moeder: Je hebt ook een schoolbord gekregen. Speel je daar niet mee?

O ja, zegt Jip. Het schoolbord. Kom, Janneke. We gaan schooltje spelen. Jij bent het kind. Ga in je bank. En ik ben de meester.

Janneke zit heel zoet in de bank.

Wat heb ik hier op het bord geschreven? vraagt de meester.

Niks, zegt Janneke.

Wel waar, zegt de meester. Wat staat hier?

Een poppetje, zegt Janneke. Een gek poppetje. Ha, ha, de meester kan niet schrijven. De meester kan niet schrijven.

Jip wordt boos. Je bent brutaal, zegt hij. Nu moet je in de hoek.

Janneke staat een hele poos in de hoek. En de meester loopt heen en weer.

Mag ik er al uit? vraagt Janneke.

Nee, zegt de meester. Je bent erg stout. Je mag er niet uit.

Maar de meester heeft niets meer te doen. Hij heeft maar één kind in de klas. En dat kind staat in de hoek. Dat is gek. En daarom gaat de meester maar met zijn treintje spelen.

Hee, zegt Janneke, wat gemeen. En nu vergeten ze de hele school. Poppejans mag op de trein zitten. Ze mag heel ver weg. Waar naar toe? Naar Spanje. Ja, naar Spanje. Tuuut! Daar gaat de trein. Dag Poppejans.