De dag na Sinterklaas

 

Die Jip, lacht Janneke. Ha, ha, die Jip!

Wat is er dan? vraagt Jip.

Je hebt je schoen nog staan, zegt Janneke. Bij de kachel. Ik zie hem staan. En Sinterklaas is allang weg.

Jip krijgt een kleur. Hij is er zo aan gewend zijn schoen te zetten. Hij kan het niet meer laten.

Vandaag is Sint er nog, zegt hij. Wie weet, wat hij nog brengt.

Nou, zegt Jips moeder, heb je nog niet genoeg gekregen, Jip? Laat je trein eens zien aan Janneke.

Het is een hele mooie trein. Een trein met vier wagens en met echte raampjes.

Janneke heeft een poppebad gekregen en een fornuisje. Het poppebad heeft ze meegebracht. Maar het fornuisje is thuis.

Kom je eens een keer pannekoeken eten, Jip? Ik kan echte pannekoeken bakken op het fornuis.

Pas op, zegt Jip. Ik ben Jip niet, ik ben Sinterklaas. Hij gaat de kamer uit en als hij terugkomt, heeft hij een lange baard.

Zo meisje, zegt hij. Ben je zoet geweest?

Ja Sinterklaas, zegt Janneke.

Heb je je bord leeggegeten? vraagt de kleine Sinterklaas.

Ja, zegt Janneke. Maar jij hebt zelf je bord niet leeggegeten.

Wel waar, zegt Sinterklaas.

Niet waar, zegt Janneke. Ik heb het zelf gezien. Sinterklaas eet zijn bord niet leeg. Ha ha.

Je bent een brutale meid, zegt Sinterklaas. Je moet mee in de zak. Hatsjie! Hatsjoe!

Is Sinterklaas verkouden? Nee, maar die baard kriebelt zo erg. Die baard kriebelt in het kleine neusje van Sinterklaas. Hij doet de baard af en ineens is het weer Jip.

En dan gaan ze spelen met de trein. En als Poppejans lang genoeg in de trein heeft gezeten, mag ze in het bad.