2
Jenny Lopez was wat mij betrof de grootste bofferd ter wereld.[1] Zelf zou ze zeggen dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen geluk. Maar als je dan wijs en instemmend had geknikt, zou ze je achteloos vertellen dat ze een relatie had met een Zweeds mannenmodel. Dat ze hem in eerste instantie op epische wijze had beledigd, in de veronderstelling dat hij homo was (iets wat ík misschien in állereerste instantie had geopperd, maar dit terzijde), wat hij haar gewoon had vergeven. Daarnaast deelde ze een flat met een vrouwelijk model die dezelfde schoenmaat als Jenny had, er nooit was en stom genoeg was om driekwart van de huur te betalen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, had ze sinds kort ook nog een te gekke baan als organisator van evenementen voor de pr-firma van een van onze beste vriendinnen.
Er waren momenten dat ik een beetje jaloers op haar was, zoals op het moment dat de liftdeuren naar Erin White PR openschoven en een levensgrote zwart-witfoto toonden van Sigge, Jenny’s Zweedse stuk, in een wel zeer bescheiden slip. Er waren dingen die je niet wilde weten over de vriend van je beste vriendin en wat mij betreft viel kennis over de inhoud van zijn onderbroek daaronder. Al was ik daar waarschijnlijk toch niet onderuit gekomen – Jenny deed niet aan discretie.
Ik knipperde vier keer naar de receptionist, die met een opgetrokken wenkbrauw aangaf dat ze me gezien had, en sloop toen naar Jenny’s kantoor, zonder oogcontact te maken met de nijvere meisjes in de kantoortuin. Ik had Erin nooit uitgehoord over haar personeelsbeleid, maar ik durfde er iets om te verwedden dan geen van deze meiden ooit een McDonalds van binnen had gezien. Iedereen was akelig fris en fruitig. Waarom het ‘public relations’ heette terwijl niemand zich echt kon relateren aan het grote publiek was me een raadsel.
Gelukkig bevond ik me al snel in de veiligheid van Jenny’s kantoor, uit het zicht van de te zwaar opgemaakte priemende ogen van de tiepmiepen. Jenny had een hoekkantoor, wat in kantoorland betekent dat je echt iemand bent. Kamerhoog glas, licht en lucht. Ze mocht dan licht getikt zijn, ooit per ongeluk een hoer als huisgenoot hebben gekozen in Los Angeles en als halve alcoholist door het leven gaan, Jenny Lopez had het nu helemaal voor elkaar. Aardbevingen, orkanen en de Justin Bieber-hype konden me niet bommen, maar als Jenny zich als een volwassene ging gedragen, kon de Apocalyps volgens mij niet lang op zich laten wachten.
Ik stond al binnen toen ik het fatsoen had toch nog even op haar open deur te kloppen. ‘Hé?’
Jenny sprong op vanachter haar bureau, beeldschoon in haar ‘sexy secretaresse’-pumps, kokerrok en blouse met een enorme strik. Speldjes hielden massa’s lang krullend haar uit haar gezicht. In vergelijking met haar was Joan uit Mad Men de kantoortut.
‘Hoi!’ Ze snelde naar me toe om me te knuffelen en legde me toen met haar hand het zwijgen op terwijl ze een knop op haar Star Trek-telefoon indrukte. ‘Melissa, zou je even twee cola light langs kunnen brengen?’
Ze beet op haar onderlip en keek met ogen als schoteltjes naar de telefoon, een en al geestdriftige pantomime. Zoals ik al zei: ik was beretrots op haar.
‘Geen probleem, mevrouw Lopez,’ tjilpte een stem over de intercom. ‘Verder nog iets?’
‘Nee, dat is alles, Melissa,’ antwoordde Jenny. ‘En noem me alsjeblieft geen mevrouw Lopez meer – het geeft me het gevoel dat ik de juf van je huiswerkklas ben.’
‘Je vindt het te gek om mevrouw Lopez te worden genoemd, geef het nou maar toe,’ zei ik toen ze haar vinger van de intercomknop af had.
‘De eerste de beste keer dat het wijf me Jenny noemt, is ze ontslagen,’ bevestigde ze, en ze ging weer zitten. Intussen sprintte een kleine blondine het kantoor in en zette twee blikjes ijskoude cola voor ons neer waarna ze in stilte weer verdween. ‘God, het is zalig een assistent te hebben,’ merkte Jenny tevreden op. ‘Ga zitten en vertel me alles.’
‘Ik word gedeporteerd.’ Met die woorden pakte ik mijn blikje en zag dat het al geopend was. Melissa wilde niet dat haar baas een kostbare nagel zou breken. Melissa was een genie. ‘Ik heb geen baan en dat betekent dat ik geen werkvisum meer heb. En nu word ik het land uit gezet.’
‘Je hebt wel werk. Je bent mijn therapeut en personal shopper,’ beweerde Jenny. ‘O nee, net andersom, dat ben ik voor jou. Wat doe jij ook alweer voor mij?’
‘Ik geef je een algeheel beter gevoel over je leven?’ opperde ik. ‘O, en ik laat je hakken oplappen.’ Ik overhandigde haar een schoenenzak met daarin de geleende Louboutins, met keurige nieuwe hakken en glanzend gepoetst door de aardige man op de hoek van North Eleventh en Berry.
‘Dank je wel,’ zei ze, en ze stopte de zak ergens onder haar bureau. ‘Hoe reageerde Alex?’
‘Die slaapt nog.’ Ik schudde mijn hoofd maar bleef de zwart op wit letters van de brief voor mijn ogen zien. ‘Ik wilde hem niet wakker maken.’
‘Ik ben er vrij zeker van dat hij hiervoor wel wakker zou willen worden gemaakt,’ zei ze, en ze stak haar hand uit. ‘Geef mij die brief eens. Je hebt hem gisteravond zeker alle hoeken van de kamer laten zien?’
‘Ik heb zijn vrienden geflasht, ben gevallen, heb mijn knie gestoten en daarna heb ik hem alle hoeken van het bed laten zien,’ telde ik hardop op mijn vingers af, voor ik de verwerpelijke brief uit mijn Marc Jacobs-tas haalde en tussen duim en wijsvinger aan haar overhandigde om er maar zo min mogelijk contact mee te hoeven maken.
‘Zolang er maar hoeken afgewerkt zijn,’ zei ze afwezig, met haar blik op de brief. ‘Shit, Angie.’
Het was nooit een goed teken als Jenny zo op slecht nieuws reageerde. Ze was de kroonprinses van het positieve denken, ik had stiekem gehoopt dat ze de brief lachend zou verfrommelen en in de prullenbak zou gooien. In plaats daarvan zette ze haar leesbril op.
‘Dit ziet er niet best uit. Heeft Mary je hier niet voor gewaarschuwd?’
‘Nee.’
Mary Stein was mijn redacteur en bondgenoot bij Spencer Media, maar sinds ik niet meer voor hen werkte, had ik niets meer van haar gehoord. Op zich niet vreemd: Mary was de zakelijkheid zelve en aangezien we niet langer samen zaken deden, begreep ik het uitblijven van belangstellende telefoontjes wel – we waren ook geen hartsvriendinnen. Maar ik kon er met mijn hoofd niet bij dat ze me hier niet even op had geattendeerd. Het was tenslotte geen parkeerbon, maar een deportatiebevel.
‘Dus nog geen nieuwe klussen?’ Bezorgd keek Jenny me aan. ‘Heb je nog bij andere bladen gesolliciteerd?’
‘Ik heb iedereen gemaild die ik ken,’ zei ik. Toen Alex net weg was, had ik volle dagen besteed aan elke redacteur benaderen die ik ooit in New York had ontmoet. Mensen van kranten, websites en blogs, alles en iedereen, afgezien van schoolkranten en die stonden als eerstvolgende optie op mijn lijst. Ik had geprobeerd zelf een blog van de grond te krijgen met genoeg adverteerders om me in de kledingstijl te kunnen houden waaraan ik gewend was geraakt. Tot nu toe kwam er zelfs niet genoeg binnen om een hamster in de stijl te kunnen houden waar-ie aan gewend was – zo’n loopwieltje is niet goedkoop.
‘Het heeft allemaal niets opgeleverd,’ vervolgde ik. ‘Zelfs geen afwijzingen. Ik snap er niets van. Ik weet dat ik niet ’s werelds meest bekende journalist ben, maar na het hele James Jacobs-gedoe dacht ik toch genoeg naamsbekendheid te hebben om tenminste iets te kunnen krijgen.’
Met het James Jacobs-gedoe bedoel ik het moment dat ik per ongeluk een bekend acteur uit de kast liet komen terwijl ik alleen maar een interview met hem zou afnemen. Nou ja, zoals mijn vader altijd zei: ‘Beter eruit dan erin’.
‘Oké, ik maak een afspraak voor je bij onze advocaat,’ zei Jenny, die driftig op haar toetsenbord ramde. Ik schoof intussen mijn blikje cola heen en weer en liet zo een nat spoor achter op haar bureau. ‘Die weet wel het een en ander over verschillende verblijfsvergunningen en zo. We hebben hier een meisje uit Australië dat hij ook heeft geholpen. Je moet zo snel mogelijk met hem gaan praten, schikt vanmiddag je?’
‘Ik heb toch niets anders te doen.’ Deze vrouw was echt een godin. ‘Ik zal er zijn.’
‘Het is een lekker ding.’
‘Ik denk niet dat dat zal helpen.’
‘Alle kleine beetjes helpen.’
‘Goed punt,’ gaf ik toe. ‘Slecht nieuws is beter te verdragen als het komt van een knappe man. Sorry, ik baal er gewoon van dat ik niet weet wat me te wachten staat.’
‘Dat komt omdat ik zo’n daadkrachtige niemand-maakt-me-wat-wondervrouw van je heb gemaakt, die altijd proactief haar zaken in eigen hand neemt,’ legde Jenny uit, en ze haalde toen diep adem om een flinke teug van haar cola te nemen. ‘Hier heb je alleen geen invloed op en dat is moeilijk te accepteren. Tenzij je gewoon de touwtjes weer in handen neemt, natuurlijk.’
‘Hoe doe ik dat, o, orakel?’
Ik zag namelijk geen uitweg. Oké, ik was nog hevig aan het zwelgen in het vooruitzicht van mijn aanstaande uitzetting, maar zelfs als ik even niet zwolg kon ik niets bedenken waaardoor dit probleem binnen dertig dagen zou zijn verdwenen. Niemand wilde me werk geven en ik was er vrij zeker van de Amerikaanse overheid voor mij geen uitzondering zou maken, ook niet als ik het heel lief vroeg. Er was niet eens tijd om er een nachtje over te slapen, dertig dagen was gewoon heel weinig tijd.
‘Ik wil ze terug,’ zei ik, en ik probeerde vastberaden te klinken. ‘De touwtjes, bedoel ik. Sterker nog, ik eis ze terug.’ Daadkrachtig sloeg ik op het bureaublad. Het blikje trilde ervan. ‘Ik wil de macht over mijn leven terug. Alleen weet ik niet hoe.’
‘Pop, ik ben de koningin van het onmogelijke mogelijk maken. Het is mijn werk, ik leef ervoor om onfortuinlijke zielen zoals jij te helpen.’
‘Alsjeblieft, ga nou niet citeren uit The Little Mermaid in deze barre tijden,’ zei ik smekend. ‘Hoewel ik best mijn stem wil opgeven voor een visum, mocht het erop aankomen.’
‘En alle karaokebars op de wereld zouden je er dankbaar voor zijn,’ murmelde Jenny, waarna ze even in stilte nadacht. Ik was alle goden dankbaar voor mijn fantastische vriendinnen. Jenny kon de zaken altijd goed in perspectief zetten.
‘Oké,’ zei ze. ‘Hoe zit het precies: heb je een baan nodig om een visum te krijgen of moet je een visum hebben voor je een baan kunt krijgen?’
‘Allebei.’
‘Zo werkt het niet, Angie’ zei Jenny hoofdschuddend. ‘Visum of baan, wat is er eerst?’
‘De kip?’
‘Dat slaat helemaal nergens op.’
Voor Jenny uit haar stoel kon springen om me te wurgen, vloog de deur open en zeilde Erin binnen. En maakte overduidelijk dat ik nooit in de pr-wereld zou kunnen werken. Ik zat in dit flonkerende, glanzende kantoor met vies haar en jeans die zo lang niet gewassen waren dat ze zelfreinigend begonnen te worden. Erins haar glansde zo sterk dat ik in de reflectie kon zien hoe goor het mijne was. Dieptriest. Ik moest me schamen. En dat deed ik ook.
‘Angie wordt het land uit gezet,’ meldde Jenny, die wel vaker voor me sprak. ‘Haar visum is ingetrokken.’
‘Shit.’
We knikten allemaal. Het was de enige respons die de lading dekte.
In stilte zaten we even bij elkaar. Erin perste geconcentreerd haar lippen samen, Jenny tuurde naar haar schoenen en ik bedacht dat ik beter mijn jas uit had kunnen trekken. Nu had ik er buiten niets meer aan. Lekker belangrijk. Ik was blijkbaar opeens mijn moeder geworden.
‘Weet je wat?’ Erin schopte haar hoge hakken uit en leunde achterover in haar stoel. ‘Dit is vandaag mijn eenvoudigste probleem tot nu toe. Onvoorstelbaar dat het me toch nog een hele minuut heeft gekost om het op te lossen.’
Er was een oplossing?
‘Hoe dan?’
Schouderophalend keek ze me aan. ‘Trouw gewoon met Alex.’
Huh?
Ik werd even misselijk. Toen brak het zweet me uit. Daarna liepen er koude rillingen over mijn rug. En vervolgens had ik het weer heet, omdat ik mijn jas nog aan had.
Gewoon met Alex trouwen.
Oooh.
‘O mijn god, briljant plan!’ krijste Jenny. Het was alsof Erin binnen was gekomen en twee en twee bij elkaar had opgeteld tot een wonderbaarlijke vier, terwijl wij niet verder waren gekomen dan drie en vijf. ‘Je trouwt gewoon met Alex, dat ik daar niet op ben gekomen!’
‘Omdat het een stom plan is?’ suggereerde ik.
Want dat was zo. Of niet soms?
‘Denk je dat hij nee zou zeggen?’ Jenny deed haar best om meelevend te kijken.
Het kreng. Maar op het moment dat ze de zin had uitgesproken, was ik inderdaad doodsbang dat hij het niet zou zien zitten. Dat zou betekenen dat het tussen ons meteen over en uit zou zijn, iets wat me diepe angst inboezemde.
‘Ik weet niet wat hij zou zeggen en ik wil het ook niet weten,’ zei ik kortaf. ‘Nog meer ideeën?’
Mijn hersens liepen compleet vast op het idee. De helft had de woorden trouw gewoon met Alex gehoord en huppelde al richting altaar waarbij alle zorgen werden weggeblazen door de huwelijksmars van Mendelssohn. De andere helft had trouwen voor een verblijfsvergunning geregistreerd en was daar helemaal niet blij mee. Het deugde niet. Op een ontzettend foute, opwindende manier, maar desondanks deugde het niet. Het idee van trouwen om in het land te blijven, was nooit bij me opgekomen en nu het opeens geopperd was, gaf het me bepaald geen goed gevoel. Sterker nog, ik werd er eerder misselijk van. Niet dat ik niet met Alex wilde trouwen – de man wettelijk aan me verbinden stond juist hoog op mijn wensenlijstje – maar ik wilde het niet op deze manier. Een schijnhuwelijk deed gewoon niets voor me.
‘Hij zou het vast doen.’ Onschuldig keek Erin me aan. ‘En daarmee zijn al je problemen opgelost, toch? Ik wil maar zeggen: zelfs als jullie gecontroleerd zouden worden, dan kun je in de tussentijd in het land blijven. En jullie zouden zo’n onderzoek natuurlijk met vlag en wimpel doorstaan – tenslotte zijn jullie ook echt een stel.’
‘En jullie wonen al samen,’ voegde Jenny eraan toe. ‘Wij kunnen voor jullie getuigen. Ik heb al veel te veel van Alex’ seksgeluiden meegekregen om nog te kunnen beweren dat jullie niet als beesten tekeergaan.’
‘Ontzettend bedankt,’ zei ik. ‘Maar dat gaat dus echt niet gebeuren.’
Ze keken me beiden met heel diverse uitdrukkingen aan. Jenny’s gezicht toonde trots, optimisme en een vleugje Waarom doet ze verdomme zo moeilijk? Erin dacht overduidelijk alleen maar dat ik krankzinnig was.
Ik besloot het over een andere boeg te gooien. ‘Jenny, hoe zou jij je voelen als Sigge je vroeg met hem te trouwen voor een verblijfsvergunning?’
‘Ik zou al met hem in het stadhuis staan voor jij had besloten wat je eens ging aantrekken voor de bruiloft,’ zei ze zonder een spier te vertrekken. ‘Heb je die man wel eens goed bekeken? Hij is genetisch gezien een god.’
Moeizaam schudde ik mijn jas uit. ‘Ik zou dit gesprek waarschijnlijk beter niet met jou kunnen voeren. Wat ik wil zeggen is dit: als hij je vroeg om met hem te trouwen om in het land te kunnen blijven, dan zou je nooit weten of het hem om jou ging, of om een verblijfsvergunning. En of hij je een aanzoek zou hebben gedaan als er niet zoveel voor hem op het spel stond. Zelfs als je zielsveel van elkaar houdt, zou je nooit weten of het trouwen uit liefde was en het zou altijd boven je hoofd blijven hangen. Een schijnhuwelijk, zelfs als het een verstandshuwelijk is waar beide partijen achter staan, ís geen huwelijk.’
‘O, schat.’ Erin legde een volmaakt gemanicuurde hand op mijn knie. ‘Ik vergeet steeds dat het je eerste huwelijk is. Een verstandshuwelijk is een ideaal instapmodelletje.’
Amerika kon soms een bizar land zijn.
Ik besloot een laatste poging te doen. ‘Ik weet dat dit ouderwets klinkt, maar ik hoop toch echt dat ik het bij één huwelijk kan houden. Ik weet dat de statistieken iets anders zeggen, maar dat is toch waar ik voor ga.’
‘Angie, dat hopen we allemaal.’ Erin hield De Brief demonstratief omhoog. ‘Maar even serieus: als het aankomt op hier blijven of verplicht moeten vertrekken, zou je dan niet liever met een man trouwen van wie je houdt dan terugkeren naar Engeland?’
Hmm.
‘Naar je oude leven?’ voegde Jenny er dreigend aan toe.
Help.
‘Weer bij je moeder gaan wonen?’
Shit.
‘Goed punt.’ Ik liet mijn hoofd achterover hangen en staarde naar het plafond. ‘Als je het zo stelt, kan ik niet terug.’
‘O, Angie.’ Jenny strekte over haar bureau heen haar armen naar me uit. ‘Vraag het hem alsjeblieft. Hij zegt echt wel ja, die gast krijgt nog steeds van die puppy-ogen als hij je ziet. Ik regel alles, het enige wat jij moet doen is op tijd komen opdagen. Het is niet echt een visumverbintenis als je oprecht van elkaar houdt en als we het goed doen. Alsjeblieft?’
‘Sterker nog, we kunnen er iets fantastisch van maken,’ haakte Erin in. ‘We kunnen makkelijk een locatie voor je regelen, een jurk vinden zal geen probleem zijn en ik kan een geweldige deal voor je maken met een cateraar.’ Ze keek naar Jenny. ‘Hoe lang denk je nodig te hebben om het een en ander te regelen?’
Ik pakte een Twizzler uit de snoeppot op Jenny’s bureau. Twee uur eerder had ik nog haar uit het doucheputje gevist en me verheugd op bankhangen tijdens een herhaling van Elf. Nu was ik kennelijk een bruiloft aan het organiseren om te voorkomen dat ik over een maand onder dwang op het vliegtuig zou worden gezet.
‘Twee weken, zoiets?’ Jenny stak haar onderlip uit. ‘Tien dagen als we ons echt kwaad maken. En als we haar qua trouwjurk in een showroommodel kunnen krijgen die niet vermaakt hoeft te worden. Wat best zal lukken als ze nu onmiddellijk die Twizzler teruglegt.’
Ik legde onmiddellijk de Twizzler terug.
‘Brooklyn zal de gemakkelijkste plek zijn om een locatie te boeken, maar Manhattan moet ook nog kunnen lukken, mits we het op een vrijdag doen. Een weekend is te hoog gegrepen. Wat denk je van het Bell House? Dat is een concertzaal, meteen een leuke link met het werk van de bruidegom. Of ik zou eens kunnen kijken of er in The Union wat te regelen valt?’
‘Ik zou de pr-vrouw van het W kunnen bellen,’ mijmerde Erin. ‘Of het Hudson, al is dat wel erg Midtown.’
In stilte staarde ik naar De Brief, luisterde hoe mijn vriendinnen mijn huwelijk al aan het plannen waren en zag mezelf in een super-de-luxe hotel, gekleed in een belachelijke designertrouwjurk zwikkend op geleende schoenen trouwen. Ondanks het absurde karakter van het hele plan, had ik maar één echt probleem: ik zag Alex dit allemaal niet doen. Het paste niet bij ons. Zo waren we niet.
Alleen al bij het idee om hem te vragen dit voor mij te doen, schoten de tranen in mijn ogen. Mijn hart klopte er sneller van en niet op een goede manier. Wat als hij ja zei? Wat als we inderdaad zouden trouwen en hij afknapte op het idee aan me vast te zitten vanwege een verblijfsvergunning? Ik wilde niet dat mijn huwelijk een verplichting zou zijn.
Erger nog: wat als hij nee zou zeggen? Misschien was hij er nog niet aan toe. Hij zou me vragen als de tijd rijp was. We hadden al eens zo’n soort gesprek gehad, ik wilde hem niet onder druk zetten. Daarvoor betekende hij te veel voor me. Hij was mijn alles.
‘Bloemen gaan nog lastig worden.’ Jenny plande nog volop hardop door. ‘Daarvoor zullen we een beroep moeten doen op een paar mensen die bij ons in het krijt staan.’
‘Daar zijn er massa’s van,’ merkte Erin geruststellend op. ‘Ik maak me meer zorgen over de verlichting.’
‘Eh, dames?’ Mijn poging tot onderbreking van hun creatieve proces werd me niet echt in dank afgenomen. ‘Wat als we nu onze collectieve hersens eens inzetten om een andere manier te verzinnen waarop ik in het land kan blijven? Ik wil niet moeilijk doen, echt niet, maar dit wil ik gewoon niet, het voelt niet goed.’
Verslagen keken me ze aan. Ik voelde me meteen nog akeliger. Er was niets dat Jenny liever deed dan mensen bedreigen om dingen voor elkaar te krijgen. Ik had het gevoel dat ik haar favoriete speeltje had afgepakt.
‘Nog even afgezien van het feit dat ik mijn vriendje niet onder dwang naar het altaar wil slepen, wil ik hier gewoon kunnen wonen omdat ik het verdien en welkom ben.’
Dit was het punt waarop ik bereid was te accepteren dat ik naïef was.
‘Als ik geen visum kan krijgen zonder te trouwen, wil dat zeggen dat ik niets heb bereikt sinds ik hier ben. Dan ben ik gewoon terug bij af en kan ik net zo goed naar huis gaan, minimaal zeven katten nemen en aan mezelf refereren in de derde persoon terwijl ik de bus gepast betaal. En dat gaat echt niet gebeuren. Dus kunnen we alsjeblieft als slimme meiden onder elkaar iets anders bedenken?’
Jenny veegde een neptraan weg. ‘O, mijn kleine meisje is helemaal volwassen geworden.’
‘Dus zonder visum kun je geen baan krijgen?’ Erin nam haar verlies en kauwde op een Twizzler. Waarom mocht zij er wel een en ik niet? Ik haatte mensen die van zichzelf dun waren.
‘En ik kan geen visum krijgen als ik geen werk heb,’ bevestigde ik. ‘Het komt erop neer dat ik waarschijnlijk iemand nodig heb die garant voor me wil staan, zoals Spencer Media dat deed.’
‘Kunnen wij dat niet doen?’ Ze kauwde, slikte en keek naar Jenny. ‘Je kunt net zo goed hier komen werken. Verdomme zeg, het lijkt wel of ik hier alleen maar verschoppelingen en zwervers aanneem.’
‘Ik ben de beste werknemer die je hebt,’ loeide Jenny, en ze sloeg met haar vlakke hand op het bureau om haar woorden kracht bij te zetten. ‘Min of meer. Maar inderdaad, je zou hier kunnen komen werken. Als mijn slaafje.’
‘Dank je wel.’ De schat. ‘Maar je hebt al een slaafje en ik denk niet dat de overheid me in het land zal laten blijven om je manusje van alles te zijn. Ik zal het in elk geval aan de advocaat vragen, want misschien kan ik het slaafje van iemand anders worden.’
‘Wat moet je eigenlijk precies doen?’ vroeg ze. ‘Is er een lijst? Kunnen we iets afstrepen?’
‘Nog een vraag voor de advocaat,’ antwoordde ik. ‘Er zijn vast verschillende soorten visa, toch? Als ik geen werkvisum kan krijgen, dan misschien wel een ander soort visum.’
Jenny wipte in haar stoel. ‘Zie je nou wel? Ik maak me helemaal geen zorgen meer.’
Fijn dat iemand zich geen zorgen meer maakte. Erin keek echter nog vrij verontrust.
‘Nee, echt,’ zei Jenny. ‘Je bent superslim en supergetalenteerd.’ Ze telde mijn fantastische kwaliteiten af op haar vingers. ‘Je bent ambitieus, je ziet er leuk uit en je bent niet op een uitkering uit of zo. Kat in het bakkie. Angela Clark, je reinste American Dream. Er is geen enkele reden om je geen verblijfsvergunning te geven, ze mogen in hun handjes knijpen dat je hier wilt zijn.’
Tja, als ze het zo stelde, waar maakte ik me dan nog zorgen over?