EPILOOG

zeilen op de storm

Opnieuw wandelde de kaptein over de romp.

Het leek lang geleden sinds hi) hier voor het laatst was geweest. Dat was niet meer dan een paar weken, wist hij. Maar de tijd werd niet werkelijk gemeten door het getik van onzichtbare scheidsrechters. Tijd liet blijvende sporen in de ziel na.

Op dat moment heel vroeger had hij het station zien naderen en zich afgevraagd welke krachten daar op de loer lagen. Hij was in beslag genomen door bevelsproblemen. Hij had gepiekerd over de vraag of hij die enorme, zilverige constructie moest aanvallen. Hij zag het station ook nu: een platinaharde lichtvlek bij de bruine halvemaan van NieuwLoper.

Die naam lachte hem uit. De Lopers hadden er dezelfde, eeuwenoude beproevingen aangetroffen. Die planeet was geen vreedzame bestemming gebleken, maar had alleen meer strijd betekend. En verliezen. Enorme, bittere verliezen.

'Sjibo,' vroeg hij, 'werkt die verbinding?'

De lichte stem klonk aarzelend. Ik... ik... jazeg.

'Tobie?'

Ik ben hier, papa.

Ja, dacht Killeen, allemaal zijn we hier. Op de enig mogelijke manier samen.

Tobie lag met ingewikkelde apparatuur rond zijn hoofd in de commandokoepel. Een gesloten commverbinding bracht zijn stem naar Killeen. En Sjibo... was nu alleen nog maar een Aspect van Tobie. 

'Zeker weten dat 't geen kwaad kan?' vroeg Killeen. 

'Tuurlijk, papa. D'r techkennis is prima.

Via Tobie had Sjibo deze eenheid tot stand gebracht. In normale gevallen kon een Aspect nooit via zijn gastheer praten. De term daarvoor was 'Aspectenstorm', en in zo'n geval nam de Familie direct maatregelen om de opstandige Aspectchips uit de nek van de gastheer te halen. Maar dit was anders. Killeen was rechtstreeks aangesloten op Tobies ervaring met Sjibo. De ingewikkelde paring was een uitvinding van Sjibo en kon bij behoedzaam gebruik de vaardigheden van de Familie vergroten. Daarbij varieerde ze technieken die de PaardFamilie gekend had, zei ze. Maar aan die truc, die grensde aan Familietaboes, was nooit eerder behoefte geweest.

Nu was het pure noodzaak. Alleen Sjibo's trefzekere beheersing van de Argo kon hen redden.

'Al betere peiling op Cyberschip?'

Sjibo's vliesdunne stem antwoordde: Heeft nieuwe duikmanoeuvre uitvoerd.

'Domme! Wat zegt Quath?'

Tobie antwoordde. Ze kalibreert wat. Als je wil, sluit ik je rechtstreeks aan.

'Neezeg, laat 'r maar werken. Volgens d'r laatste schatting hebben we nog steeds paar minuten voor ze gaan schieten.' 

Argo klaar, zond Sjibo geruststellend.

Hij was nog steeds niet helemaal aan haar stem gewend. Het was een volledig opnemend Aspect en leek in alles op een volledig handelende persoonlijkheid. Hij en Tobie hadden Sjibo's lijk in de opnamekamer van de Argo weten te krijgen voordat zuurstofgebrek veel schade had aangericht. De machines hadden meldingen gegeven over kaliumbalansen en digitale aanpassing van matrijzen, maar dat had zich allemaal ver van zijn bed onder glas afgespeeld.

Uit droeve ervaring wist hij dat sommige mensen groteske verwondingen overleefden terwijl andere leken te sterven van een kras. Maar daar had hij niets aan toen Sjibo hen eenvoudig uit de vingers glipte en haar systemen op nul kwamen te staan.

Natuurlijk had Tobie het Aspect genomen. Niet alleen omdat de Familieregels zich tegen het dragen van een dode minnaar fel verzetten dat was vragen om rampen. Nee, veel belangrijker was dat Killeen te geschokt was om Sjibo's Aspect te aanvaarden. Hij had zich pas hersteld toen hij via Tobie haar stem hoorde. Ze had hem een standje gegeven en hem op een of andere manier naar de werkelijkheid teruggesleurd. Hij had zich aan haar stem vastgeklampt.

Maar het was alleen maar een stem. Nooit meer zou hij haar terugzien, haar zijdezachte huid aanraken, de glanzende vreugde in haar ogen zien... Hij bedwong zich. Dit was zinloos. Stompzinnig. Dat had Killeen zich de laatste paar dagen al honderdmaal voorgehouden. Alleen de eisen van het bevel hielden zijn emoties in bedwang. De chaos wachtte niet rustig tot zijn verdriet gelenigd was. Hij keek weer naar de halvemaan van NieuwLoper. Aan de nachtzijde ervan flikkerden nog steeds explosies. De strijd tussen de Cybers woedde nog steeds, maar Quaths bondgenoten leken nu de overhand te hebben.

De Familie daar had gelukkig maar enkele tientallen slachtoffers te betreuren. Alleen omdat mensen zo weinig ter zake deden, hadden ze kunnen wegsluipen.

Bij de evacuatie van de planeet waren Cermo en Joslin vindingrijk en dapper geweest. In de chaos na de dood van Zijne Almachtige hadden ze de Familie bijeengehouden en zich van de Stam losgemaakt. De onthulling dat Zijne Almachtige een mechinsluiper was, was voldoende geweest om de Stamorganisatie op te blazen. De resterende Cybers hadden nog wat meer slachtoffers gemaakt, maar ook zij leken zonder leiding.

Dank zij Joslins snelle optreden en Cermo's zelfvertrouwen te midden van wat een totale catastrofe leek, had de LoperFamilie zich keurig getimed weten terug te trekken. Killeen wist heel goed hoe moeilijk zo'n manoeuvre was: de ingewikkeldste van alle tactische prestaties. Hij had beide officieren onderscheiden.

Zonder de hulp van Quath zou natuurlijk niets van hun werk op de grond iets betekend hebben. Zij had de slanke flitsers naar het planeetoppervlak geleid; ze begreep dat de Familie bijeen moest blijven. In de oorlog tussen de Cybers was een vluchtende bende mensen van geen enkel belang. Met de mensen aan boord hadden de flitsers weer kunnen opstijgen. Niemand beschoot ze.

Sommige Stamleden waren naar de ruimteveren gerend toen ze die zagen landen. Ze hadden zich rond de Lopers verzameld en smeekten om mee te mogen.

Killeen was onwrikbaar gebleven. Niemand van een Stam die door mechbezeten mensen geïnfiltreerd was, kon hij vertrouwen. Ze hadden de meeste leden van de ZevenFamilie en wat ander janhagel van de Stam meegenomen. Maar eenmaal aan boord werd iedereen zorgvuldig onderzocht. Drie bleken mechbesturingsinlays in hun schedels te hebben. Ze werden gedood. Dat was een bittere beslissing geweest, maar hij had geen keus. Een tijdlang martelde hij zich met de erkenning dat die beslissing vergemakkelijkt was doordat hij de executie niet zelf had verricht. Maar Joslin en Cermo hadden zijn wensen zonder aarzelen uitgevoerd. In veel opzichten, bedacht hij, waren ze harder dan hij ooit zou worden. 

We hebben nieuws dat je misschien met dit resultaat verzoent, klonk Quaths diffuse boodschap.

Dat enorme ruimtewezen lag binnen het schip, maar dat verhinderde geen communicatie. Killeen begreep nog steeds niet hoe dat mogelijk was en verwachtte dat ook nooit te zullen begrijpen.

Het ruimtewezen praatte niet in heldere zinnen. Killeen moest de vliesdunne indrukken die hij ontving, omzetten in iets dat op woorden leek voordat hij ze volledig begreep. Net alsof hij zich tastend een weg baande door een mist terwijl grillige, kille windvlagen in zijn gezicht sloegen. Elke aanraking bracht nieuw begrip. Maar elke vlaag liet ook onbeantwoordbare vragen achter. En de mist bleef. Killeen begreep niet wat Quath bedoelde. 

'Hoezo?' 

De Tukar'ramin heeft nu de overhand in de strijd. De rest van het gepeupel vlucht. De Verlichten van goede wil zullen zegevierend uit de strijd komen.

Veel van dit soort mededelingen gaven Killeen maar een vage indruk van de enorme gebeurtenissen die zich rond NieuwLoper afspeelden. Na nog maar een paar dagen directe communicatie met Quath wist hij al dat hij nooit alles zou kunnen peilen dat het ruimtewezen probeerde over te brengen. Veel van Quaths uitleg was onbegrijpelijk. De Verlichten waren kennelijk hogere intelligenties, maar niet boven een gewelddadige oplossing van conflicten verheven. Killeens taak was zorgen dat die conflicten niet toevallig en onnadenkend zijn Familie vernietigden. 

'Wat betekent dat voor ons?'

De Tukar'ramin zal garanderen dat diegenen van jouw ras die zijn achtergebleven, toestemming krijgen om te blijven leven. 

Killeen zond Quath allerlei vragen totdat hij zeker wist wat het ruimtewezen bedoelde. Toen hij het eindelijk geloofde, viel er een last van hem af. De LoperFamilie stond bij de Stam in de schuld omdat zij hen hadden opgenomen, maar die was door het verraad van Zijne Almachtige gedelgd. Niettemin was hij blij dat de resten mensheid die ze hadden achtergelaten, konden overleven.

'Breng mijn dank over,' zei Killeen. Die woorden schoten tekort, maar hij wist dat Quath zijn ware gevoelens kende en zou overbrengen aan wie die Tukar'ramin dan ook was.

Hoop welde in hem op. 'Dat betekent dat al wat ons volgt, ophoudt?' Ditmaal was het antwoord duidelijk.

Nee. De verraderlijke elementen hebben als een van hun laatste maatregelen dit aanvalsschip achter ons aan gestuurd. Dat kan niet worden teruggeroepen. Als het binnen bereik komt, zal het schieten. 'Kun jij al hun schoten laten afbuigen?' 

Eén keer, misschien twee. Niet lang.

Quaths antwoord was met sombere voorgevoelens doorschoten. Het ruimtewezen hoopte en vreesde, maar andere emoties die Killeen niet kon benoemen, stroomden onder de oppervlakte. Die leken eerder op

snelle uitbarstingen van afzonderlijke levens, fragmenten van een mogelijkheid. Hij wist nooit zeker tegen welk facet van Quath hij praatte. Soms was het ruimtewezen buitengewoon geduldig. Andere keren had hij het gevoel tegen een geplaagde bediende te praten terwijl de heer des huizes bezigheden elders had.

Maar de aard van het wezen zou misschien langzaam duidelijk worden. Op andere raadsels zou hij wel nooit antwoord krijgen. Killeen ampte zijn optieken en kon de rand van NieuwLoper nog maar net onderscheiden. De Cyberdoolhof was enorm geworden. Een heel lint draaide ver buiten de planeet. Konden zulke reusachtige labyrinten inderdaad de energie van een hele zon temmen en bedwingen? Zelfs voor wezens die kernen uit planeten zogen, leek dat een geduchte taak Rond de rand van NieuwLoper wentelde nog een dieper raadsel. Een langzame beweging verried dat de Hemelzaaier voortkolkte. Ook dat was een schaduwgeheim.

Hij zou nooit weten of dat wezen een natuurlijke spruit van het leven was, dan wel een technisch bouwsel van oeroude wezens met verbijsterende vermogens. Hij kon nauwelijks geloven dat het zulke verreikende taken verrichtte op grond van de tijdloze bevelen van ingebouwde chemie en genetica. Een dergelijke complexiteit leek zonder intelligentie onmogelijk. Toch moest Killeen zijn onkennis over gebeurtenissen op deze schaal toegeven. Als intelligentie van een lagere orde kon hij zeker niet bepalen waar de grenzen lagen.

Cyberschip heeft schoten, klonk Sjibo's beknotte stemmetje. 

Killeen riep: 'Afstand en tijd?'

Weet niet. Komt snel dichterbij. Haar woorden zonden een scheut door hem heen. 

'Wat... wat doet 't?'

Weer duiken, zo te zien. Het SjiboAspect was doelgericht en ter zake. Hij mocht niet vergeten dat ze niet echt onder haar dood en de nasleep daarvan geleden had. Deze Sjibo was een vrouw met als laatste herinnering dat ze door Quath werd opgepakt. Die vrouw zou ze eeuwig blijven.

'Bemanning bij sluizen klaar?' vroeg hij.

Jawel, kaptein, antwoordde Joslin. Pakken dicht.

'Kijk de verzegelingen nog eens na.'

Al daan.

'Ik zei: nog eens.'

Joslin had zich kalm gehouden sinds zij en Cermo op de Argo waren teruggekeerd. Haar leiderschap tijdens de ontsnapping van de Familie uit de Stam had de vijandigheid tussen haar en Killeen deels opgeheven. Eenmaal aan boord van de Argo had ze Killeens kapteinschap zwijgend aanvaard en was nooit op haar strepen gaan staan. Niettemin wist Killeen dat Joslins ambitie tot zwijgen was gebracht maar niet was weggenomen. Zwijgen. 'Hoe gaat 't?' hield hij aan. 

—Eh, probleempje vonden.— 

'Wat?' vroeg hij ongeduldig. 

Zegel lek. We maken 't weer.

De geïrriteerde klank in Joslins stem ontlokte Killeen een tevreden glimlachje. Alle bemanningsleden die bij de belangrijkste scheepsoperatie gemist konden worden, had hij aan één stuk door aan het werk gezet in de met rioolvocht overstroomde gangen. De elementen van de ZevenFamilie en andere Stamresten waren opstandig geweest, maar hij had hun verzet streng de kop ingedrukt.

Iemand moest dat werk doen. Quath had in de verlaten Argo een smeerboel aangericht. Ze had de Erfenissen gevonden, maar daarbij het dek geopend waar de afvoerbuizen verstopt waren. Nu had de derrie zich over drie dekken verspreid. Ze hadden de betrokken zone vrijwel luchtdicht verzegeld.

Die onprettige taak had veel arbeidskracht gekost die aan hun verdediging besteed had kunnen worden... hoewel onwaarschijnlijk was dat onbeduidende menselijke wapens bij het komende treffen veel gewicht in de schaal legden. Afgezien van eenvoudige schilden had de Argo niets. Quath kon de naderende Cyberprojectielen een tijdje misleiden, maar ze wist zeker dat het intelligente wapens waren. Dat betekende dat elk aanstormend projectiel leerde door de waarneming van zijn voorganger. Als Quath faalde...

Killeen probeerde een glimp van de naderende vijand op te vangen. 'Sjibo! Geef me 't raster.'

Ze reageerde snel met een kruisarcering in zijn linkeroog. Drie knipperende rode puntjes vlogen achter de Argo aan en werden zichtbaar groter.

Killeen schakelde terug op normaal zicht. Hij had besloten hun lotsbestemming hier onder ogen te zien. Hier kon hij met eigen ogen zien en beoordelen. Elektronische helpers waren prachtig, maar een zeker gevoel van menselijke waardigheid eiste dat hij op dit moment zijn eigen vermogens gebruikte. Een kaptein moest oordelen vanuit zijn eigen ervaring.

En als de dingen slecht verliepen, kon het buiten veiliger zijn. Bij elke sluis had hij officieren gezet om de bemanning in drukpakken te evacueren als de romp scheurde. Killeen had geen idee hoe ze zonder goed werkend schip lang konden overleven, maar in elk geval gaven zulke voorbereidingen iedereen iets te doen voordat het gevecht begon. Voor de bemanning was alles beter dan martelend te moeten wachten.

En dat was, hield hij zich voor, precies datgene wat hij aan het doen was.

Hij onderdrukte zijn gepieker en wandelde over de lichte kromming van de romp. De Argo verwijderde zich van de steeds zwakker brandende zon.

In het afnemende licht ervan leek de ivoorkleurige uitgestrektheid van de molecuulwolken dichtbij. Ze lagen nu op een koers naar de ziedende schijf van de Eter zelf.

Komen snel dichterbij, zond Sjibo.

'Quath?'

Wij zijn bezig.

Killeen hield zijn adem in. Plotseling zwaaide het voorste projectiel af. Het wiebelde en schoot toen weg. 

We hebben het eerste misleid.

Terwijl Quath praatte, ontplofte het projectiel geluidloos tot een vuurrode bal. 

'Sjibo?'

—Onze schilden houden uvpulsen tegen — 

'Goed.'

Maar dat waren onbeduidende dreigingen. Het hoofddoel van de projectielen was simpel: de romp van de Argo vernielen. In Sjibo's rooster waren de twee andere projectielen tot rode schijven gezwollen.

Wij pakken de tweede aan.

Een van de schijven ging onbeheerst op en neer. Killeen zag hem geluidloos tot een tweede vuurrode bol ontploffen. 

Wij proberen de derde. 

'Komen er nog andere aan?' 

Nog niet.

Dan hadden ze nog steeds een kans. 

Wij zijn... moeilijk... moeilijk...

Quaths stem was voor het eerst met tegenstrijdige indrukken doorschoten. Killeen had het gevoel dat hij naar meervoudige breinen keek die luidruchtig om de overhand streden. Voordat hij dat kon begrijpen, voelde hij zware, roffelende urgentie. 

Wij... falen.

Achter hen groeide de dood. Killeen kon de slanke vorm nu zien. 'Quath! Is er... '

Nee. Het doorziet mijn misleidingen.

Killeen staarde naar het snelgroeiende vlekje. In de scherpe helderheid van het vacuüm had hij de indruk dat hij bijna zijn hand kon uitsteken om het weg te slaan. Of er iets naar kon gooien. In de ruimte konden zelfs onbeduidende dingen... 

Het idee was zo eenvoudig dat hij ervan schrok.

'Joslin! Cermo!' 

—jazeg!— 

'Sluizen open!'

Jawel, kaptein! antwoordden ze tegelijk.

Uit de drie openingen in de romp van de Argo spoten wolken. Op zijn teken waren de onderhoudssluizen in het vervuilde deel van het schip opengesprongen, en daarmee spoot smerige vloeistof naar buiten. Alles wat binnen bleef, verkookte in het harde vacuüm snel. Zonlicht viel op de zich uitbreidende wolken. Plotseling werden ze een enorme, uitgestrekte achtergrond. Kolkende gele vleugels leken kronkelend uit te waaieren alsof de Argo voorwaarts gleed door het volledige vacuüm te beuken. Het schip vloog met groeiende snelheid weg en kreeg steeds grotere, vliesdunne sluiers achter zich aan. Killeen stond aan de andere kant van de sluizen, wat hem een gore douche bespaarde. Een tijdje bleven de vloeistoffen het zonlicht in barsten. Elke nieuwe wolk maakte hun flapperende kielzog lichtgevender. 

'Sjibo! Opzij!'

De Argo zwaaide. Sjibo had aan één kant de straalpijpen aangezet. Het schip kwam schuin naar opzij te hangen.

Nu kon Killeen de naderende vijand niet meer zien. De lichtgevende wolk onttrok alles aan het gezicht. Hij hoopte dat het projectiel dezelfde kolkende verwarring zou zien. 

'Quath?'

Komt snel nader. Versnelt. 

'Hoofdmotor aan!'

Om op de romp te blijven moest Killeen zich aan een buis vasthouden. De Argo versnelde sterk.

Achter hen barstte een glorieus schouwspel los. De plasmaaandrijving raakte de wolk in hun kielzog. De geteisterde ionen veroorzaakten onmiddellijk reactiestraling in het gas. Als een zoeklicht dat door een dikke mist speelt, wierp de uitlaat fel licht op een enorme, onregelmatige mistbank.

Killeen hield zich vast. Hun snelheid steeg nog steeds. Hij had alles gedaan wat hij kon. Nu...

In de buurt vlamde een lichtbal op. Dat verlichtte de kolkende mist nog sterker en veroorzaakte fosforescerende schokgolven. 

'Mis!' riep hij.

Grote klote! schreeuwde Cermo.

Sjibo lachte. Haar tinkelende stem weerklonk in zijn oren. 

Laat ze 'n poepie ruiken! gilde Cermo. 

'Doen ze ook,' zei Killeen grimmig. 'Sjibo?' 

Geen schademeldingen.

"t Ontplofte waarie dacht dat we waren. In zoveel stront van ons zagie geen moer.'

Gelach galmde door de comm. Killeen lachte onwillekeurig mee. 

'Quath?'

Wij nemen geen projectielen meer waar. Misschien heeft je misleiding gewerkt. De lichtgevende wolk zendt signatuurfrequenties uit die kenmerkend zijn voor verhitte organische verbindingen.

'Verbaast me niks,' zei Killeen. 'Dat zijn 't ook.'

Maar het achtervolgende schip interpreteert zulke emissies als bewijs van een gescheurde romp. Een slimme list. 

'Denk je dat ze achtervolging afbreken?' 

Daar ziet het naar uit.

'Zeker weten dat dit laatste vijandelijke Cybers zijn?'

Die verzekering hebben we van de Tukar'ramin. Onze overwinning is nu volledig. De rechtschapen Verlichten hebben de overhand.

°Domd blij dat te horen.' Killeen had nog steeds niet het feit verwerkt dat zoveel Familieleed voortkwam uit een factiestrijd tussen verre wezens die hij nooit zou kennen.

Hij liet die irritatiescheut van zich afglijden. Het was irrationeel om wrok te koesteren jegens wezens wiens motieven en betekenissen zo ondoorgrondelijk waren. Van Quath meende hij glimpen op te vangen, maar hij wist zeker dat de diepere essentie hem ontging. Wie had bijvoorbeeld kunnen raden dat de Erfenissen aan boord van de Argo iets betekenden voor een Cyber en simpele, gesproken zinnen vaak niet? De Verlichten hadden bevolen ze van NieuwLoper terug te brengen naar de Argo. Net toen de Argo bij het station vertrok, was dat gebeurd. Een Cybertoestel had de flitser met de Erfenissen proberen te vernietigen, en de Verlichten hadden het ene schip na het andere opgeofferd om ze te verdedigen. Waarom?

Killeen schudde zijn hoofd.

Hij stond onder een kolkende hemel van opgloeiende majesteit, en dat was een geruststellende aanblik. Terwijl hij over de romp liep, verspreidde hun lichtgevende kielzog zich. Hij wilde nog een paar ogenblikken hier blijven. Dat kalmeerde hem en vergemakkelijkte de kapteinstaken die hem wachtten.

Hees gelach stroomde door de comm. Laat ze maar vieren. De Familie had een uitlaatklep nodig. En nog steeds zouden ze het achtervolgende schip zorgvuldig in het oog moeten houden.

Hij stond zich een grijns toe. Misschien, heel misschien gingen ze ontsnappen.

Waarheen? Hij keek recht vooruit naar de gapende, blauwhete majesteit

van de schijf rond de Eter. Ze hadden een lange reis voor de boeg. Ze zouden zich moeten voorbereiden op alles wat daar op de loer lag. De Familie... Wat was er niet allemaal veranderd sinds de treurige rest Lopers onder Fannies leiding uit Abrahams verwoeste Citadel het onbeschutte Sneeuwvlek in was getrokken. De overlevenden hadden zich aangesloten bij wat Paarden en Torens. Ze waren hun eigen wereld ontglipt en hadden die als een stofje in een oceaan van nacht zien liggen. Hier was de Familie opnieuw uitgerookt... maar er klitten weer nieuwe leden aan vast die hun eigen gelittekende erfenis meebrachten. Een nieuw geheel. Misschien een grotere som.

Hij draaide zich om en liep terug. Zijn laarzen bonkten op magnetische ankers. De langzaam groeiende wolk werd steeds dunner en liet een beetje licht door. Het gouden cirkeltje ver achter hen kon hij net onderscheiden. Dat lag verder weg dan de vijand, maar volgens Quath versnelde het sterk. Straks zou het de Argo inhalen.

Killeen probeerde zich voor te stellen wat voor schepen de enorme massa van het kosmisch snoer konden vervoeren. Hij zou het wel zien. Alles op zijn tijd.

Die grote zeis zou hen naar de Eter volgen, zei Quath. De Verlichten hadden aldus bevolen. Ze hadden het leeghalen van de planeet gestaakt om het snoer met de Argo mee te sturen. Hadden de bouw van hun grijze labyrinten stilgelegd. Hadden het zware werk van miljoenen Cybers onderbroken. Maar niemand wist nog waarom.

En daarna? Het raadsel van het elektromagnetische wezen was nog steeds niet opgelost. Dat schuilde ergens voor hem uit en had met de Eterschijf te maken.

Zijn oppervlakkige contact met dat brein op NieuwLoper had veel gesuggereerd maar niets verklaard. Het had over zijn vader gesproken. Misschien had Killeen het lot getart door de vervagende ster achter hem naar Abraham te noemen. Maar misschien was Abraham wel de sleutel tot dit alles. Aan de andere kant: hoe kon zijn vader, gesneuveld in de Citadel, een rol spelen in de deliberaties van een vliesdun magnetisch brein? Kon zo'n wezen de doden tot nieuw leven wekken?

Zijn GreyAspect vroeg gonzend om aandacht. Haar stem klonk traag, alsof ze de afgrond van tijd moest overbruggen die Killeen van het tijdperk van de Hoge Arcologieën scheidde.

Er waren verslagen... die ik ooit zag... onvolledige... uit een lang vervlogen tijd... Sommigen zeiden... van vóór de Luchters... zelfs vóór de Eerstkomers... over een cultuur met een legendarische oorsprong... genaamd Aarde. Ook dat was een tijd... waarin de mensen... onder de wil... van reusachtiger wezens leefden. Goden bewogen de hemelen... bepaalden... het lot van de mensen... en dieren... In die tijd... hield de mensheid zich... moeizaam staande... onder een geteisterde hemel... waar reusachtige dingen... behaaglijk... vertoefden. Sommigen dachten dat die superieure wezens... goden waren. Toch leidden de mensen levens van betekenis... ondanks hun ondergeschikte rol... in de orde der dingen. Wanhoop dus niet. De mensheid heeft... ondanks schaduwen van enorme uitgestrektheid... al eerder verve en elan ontdekt... namelijk in het zogenaamde Griekenland.

Killeen knikte. Zelfs dit was dus niet nieuw. De diepste vreugden en verpletterendste nederlagen waren dus nooit anders dan onbeduidende voorvallen geweest, kleine drama's opgevoerd aan de voeten van grotere entiteiten.

Het maakte niet uit of je die krachten 'goden' noemde dan wel produkten van verder gevorderde evolutie. De enorme omvang ervan onttrok zich aan definities. De Hemelzaaier leefde, maar Killeen wist niet of dat wezen ook maar kon denken. Op dat niveau van grootsheid had zo'n onderscheid misschien ook niet eens zin.

Hij keek op naar de enorme hemel. Verstrengelde vingers vuur kronkelden in molecuulwolken. Winden sloegen tegen de sterren. Lichtstormen joegen voort en verwoeien met zwaarwichtige majesteit. Tussen dat alles zweefde een stofje genaamd Argo. 

'Sjibo,' fluisterde hij. 'Ik hou van je.'

Het was net alsof die woorden nieuw waren en hij ze voor het eerst zei.