DEEL TWEE Sterrezwermer
1
Rinkelend
klapperend
trillerig
schreed Quath door het vernielde land.
Tussen haar en de Sifon doemde één laatste heuvel op. Ze zette haar beengewrichten knarsend en gapend wijd — en sprong over de top. Een rotspunt verbrijzelde tegen haar onderbuik en werd met een bros gilletje vermalen. Quath negeerde het gejank van scheurend metaal, hoewel ze de schade aan de legering voelde. Een opslagtank barstte open en daar borrelde een zwavelmengsel uit.
Ze tuurde voor zich uit. Daar, in gouden pluimen hemelwaarts bloeiend, moest de Sifon zijn.
°Waar ben je, spleetoog? klonk het plotseling zoetzuur uit Nimfur'thons mond.
°Kom schuin naar je toe, eenpoot, antwoordde Quath fel, hoewel sissend van warme vriendschap om de angel uit haar grove spot te halen. Binnen het uitvoerige systeem van statusafspraken was het een diepe belediging iemand eenpotig te noemen. Maar het beeld van iets dat op één poot rondsprong, was ook humoristisch genoeg om een grap tussen vrienden te zijn.
°Je struikelt straks, valt op je bek en komt te laat.°
°Je zei tegen mij dat je ver van de Sifon zou zijn. Toch lees ik je voor me uit.°
°Pak me dan, als je kan!° stuurde Nimfiir'thon.
°Je bent te dichtbij!
°Voor jou misschien; voor mij niet.°
Quath ratelde voort en kwam steeds dichter bij de plek waar ze de Sifon verwachtte. Nu al kronkelden wolken rood en gekweld aan de hemel. De messcherpe gouden lijn was al een keer door haar blikveld gekomen. Straks zou die weer opduiken en diepe schaduwen werpen. Als Quath en Nimfur'thon te dicht in de buurt kwamen, werden ze verschroeid.
°De Tukar'ramin heeft ons nadrukkelijk gewaarschuwd. Modaliteiten van de straal kunnen naar buiten grauwen.
Dat zij en Nimfur'thon elkaar pochend hadden uitgedaagd om hierheen te komen, was zonder enige twijfel moedig geweest. Maar nu voelde Quath haar spraak doorvlochten worden met bangte uit haar subbreinen. Die waren altijd voorzichtig. Die eisten voortdurend overleg. Die brachten de bas aan het twijfelen en zorgden dat onder de draaggolf aarzeling de kop opstak. Ze haatte het hoe deze ongewenste symptomen van haar binnenaard door haar filters glipten en zorgden dat ze makkelijk te lezen was.
Nimfur'thon zei vol zelfvertrouwen: °Dat zijn alleen maar statistische fluctuaties, laagstrompelende vriendin. Terugkoppelende stabilisering grijpt de uitstulping en stopt die weer in de moederzak.° Quath bleef even staan om haar positie te bepalen en nam daarvoor peilingen op twee toppen in de buurt. Om deze planeet draaiden geen manen. Als ze makkelijk wilde navigeren, richtte ze zich op het hoge station dat haar broed op de mechs had veroverd. Dat glinsterende stuk krijgsbuit deed de subbreinen van Quath plezier - een teken van hun overweldigende succes op deze planeet. De Horde van Meerpoters was volmaakt onverwacht en met frisse moed neergedaald, en ze hadden de opzichters van het mechstation handig leeggehaald. Quath was trots op haar deelname aan zo'n gedurfde aanval op het mechbinnenland. Quath schoot - rinkelend, tingelend, klapperend - de heuvel af en haar pootjes vonden houvast op wegglijdende stenen. Ze richtte zich op Nimfur'thons glurende kleur rood. Kalm verhinderend dat in haar gezang kleur doordrong, zei ze: Toch zijn we wel heel dichtbij...°
°Eenpoter die je bent! Hou op met dat gepieker!°
Quaths brein stremde even toen ze een servo in een voorpoot heet voelde janken — eeeeeeii. Ze moest aan de Tukar'ramin denken, die aan de andere kant van de hoge bergrug in de Korf veilig aan het werk was. Zij en Nimfur'thon hadden daar eigenlijk ook moeten zijn om met de rest van het broedsel in de Korf feest te vieren.
Quath en Nimfur'thon hadden bij hun gezamenlijke werk vele dagen lang door deze heuvels gezworven. Ze hadden met de fluxbuisbussen geworsteld. Een van Nimfur'thons voorpootbotten was versplinterd toen een schot omviel. Ze had pas weer zonder pijn kunnen lopen toen Quath een kunstbot te pakken kreeg.
Nimfur'thons nieuwe pootstang werkte zoals gewoonlijk beter dan haar oorspronkelijke organische. Quath was jaloers op Nimfur'thons nieuwe poot, want daardoor was ze sneller; ze had geen enkele organische poot meer. Nimfur'thons lange, stekelige lichaam, bijna helemaal met metalen kappen bedekt, glansde van doelgerichtheid.
De Korf had reden gezien om zowel Quath als Nimfur'thon van de allermodernste cybertech te voorzien: hele subsystemen van elegante organen en ledematen en antennes met eigen energievoorziening. Die uitverkiezing was een eer, maar loogde hun jeugdige enthousiasme nog niet uit.
°Is je geheugen op de loop, Quath? We zwoeren weg te glippen en hier samen felle energieën te trotseren en het plasma op de heuvels te zien dansen!°
°Ik... we hebben... °
°Raken je oorbeentjes nu al overbelast?° zond Nimfur'thon scherp kwebbelend. Tegelijkertijd hief ze op een zure zijband van haar draaggolf een plagende zingzang aan: Ik, we hebben!... Ik, we hebben! °Nee, ik... ik... °
°Je bent een kruipende grondgraver aan het worden, cicade-Quath. Je borststuk trompettert, maar als het erop aankomt... °
°Genoeg, puistzuiger! Straks spring ik boven op je!°
Quaths bravoure klonk onecht. Net als al haar in de grond wonende rasgenoten was ze doodsbang voor hoogtes. En nog meer voor vliegen. Haar subbreinen luidden alarm. Ze raapte al haar moed bijeen. Met een plotselinge slingerbeweging baarde ze een roze, eivormige vlam onder haar. Ze schoot een met graniet gevlekte rotswand op. Tijdens Nimfur'thons geplaag had Quath plannen gemaakt en haar richting bepaald. Nu putte ze in één sprint al haar reserves uit, vloog in een boog boven op de stenen wand en graaide met een wegstromende zwarte brand-stofmist en hakkelende raketten naar de rotsblokken op de top. Greep.
Wankelde op de rand. Zwaaide door de blauwe lucht... ... en kreeg houvast.
—Jitjitjit-eeeee- gilde een koppeling, maar Quath werkte zich krabbelend in veiligheid en voelde de veiligheidswarmte nu het zwaartepunt van haar lichaam behaaglijk boven vaste grond kwam te liggen. Haar hete angst veranderde in trots. °Bewijs maar eens eer!° blafte Quath.
°Hoe ben je... ? Ah, je laatste druppel brandstof uitgeperst. Niet slim.° Nimfur'thon was een platte schijf op de vlakte beneden.
°Jij balkt over slim zijn? Jij, die me plaagde tot ik hierheen kuierde?° Quath voelde zich op deze hoogte plotseling kwetsbaar. Ze bespeurde vleugen fosforescentie in de lucht - dichtbij, verkillend dichtbij.
Nimfur'thons kabbelend signaal verried inmiddels een dun draadje twijfel.
°De Sifon begint,° riep Quath.
Gele stoom druppelde van verre heuvels. Op die heuvelrug lag een halvemaan van lemen gebouwen: tijdelijke huisvesting voor de fluxbuisvormers.
°Ga langs de andere kant omlaag, Quath. Bij de Sifon vandaan.° Quath klauterde omlaag en liet met haar stootranden rotsblokken kletterend omlaag rollen. °En jij? We moeten opschieten.°
°Ik steek deze vlakte over. We ontmoeten elkaar in die lage greppel, daar° - Nimfur'thon spuwde een vectorieel rasterbeeld uit - °en kijken naar de Sifon.°
Quath uitte een zwoegende grom en koos haastig een hogere versnelling. Nimfur'thon riep opschepperig: °We verdienen dat we er goed naar kijken. Dit is onze eerste. We zijn nog geen verzuurde veelpoter die overal genoeg van heeft. Voor deze ogenblikken hebben we hard gezwoegd.° Quath negeerde de herhaling van deze rechtvaardigingen en concentreerde zich op de wegglijdende massa stenen die voor haar uit in groten getale omlaag schoten en sprongen. Geen ogenblik voor een omhelzing van stenen, nee. Ze glipte langs een richel, liet zich knarsend maar beheerst verderglijden... °Quath... hier zijn dieren!°
°Kan niet. Dit gebied is fijngebrand.°
°Nee, ik heb ze met mijn gestamp naar buiten gelokt. Ze zwermen uit hun holen.°
Quath draaide zich om en kreeg Nimfur'thon op de vlakte in haar kruisdraden. Rond haar grijswitte schijf spartelden vlekjes. °Vliegers. Vogels.°
°Nee, Nullen. Dat zijn de ergste. Ongedierte. Dringen overal in.° Nimfur'thon schoot vlammen naar de vlekjes. Ze werden zwart en tuimelden omlaag.
°Weet je zeker dat het geen mechs zijn?° Quath voelde echte angst. Ze hadden de hoofdmacht verslagen, maar zwerftnechs stroopten nog steeds de heuvels af.
°Nee, zo gevaarlijk niet. Maar... zo veel!°
°Loop verder! We hebben nog maar een paar ogenblikken!°
°Nee. Ik voel dat hier nog meer ongedierte is. Stel dat ze de fluxbuisvormers zijn binnengedrongen? Ze kunnen de Sifon bederven.°
°Vergeet ze! Rennen!° Quath schommelde in de hoogste versnelling een smal ravijn in.
°Ik neem nu hun gebrom waar,° riep Nimfur'thon. °Er zijn er hier veel. Ze vormen lange rijen.°
°Zoeken voedsel. Grazers. Maar jij moet van die onbeschermde vlakte af.
Nii!° Puffend houvast zoekend stuiterde ze de steile rotswand af. °We moeten de Tukar'ramin oproepen. Dat ongedierte kan al in de fluxwerken zitten... °
°Daar worden ze dan snel uitgerookt! Hersenloze! - We kunnen de Tukar'ramin niet oproepen. Vergeten dat we hier zonder mandaat zitten, hè?°
°Ah, ddar... Ik heb de laatste weggevlamd. Als er meer zijn... °
°Vergeet ze!°
°Je hebt gelijk. Ik kom.°
De hemel rimpelde. Een rijkdom aan goud kwam draaiend op hen af. °Vlieg! De tijd staat niet toe... °
°Doe ik al. Ik zet... ° De hemel verbrijzelde.
Quath kwam glijdend tot stilstand, trok haar poten in en... snik!... klikte haar poorten en schilden dicht. Ruisende lucht zong ionenblauw. Vanaf de andere kant van de lage heuvels rukte een gouden muur op. Naarmate de gloeiende lijn sneller rondwentelde, verplaatste hij zich naar het noorden. De enorme Kosmische Cirkel draaide steeds sneller en zijn rondgangen vormden één vlek, waarbij een snijdende druk ontstond. Nu bewoog de gouden wand — een bijna volmaakte cilinder die rechtop stond en door de hemel wees — zich bij de pool vandaan.
Een fluxstation in de buurt zond tokkelend zijn magnetische wervelingen uit, die het passerende snoer in de verte vastgrepen en voortzwiep-ten. Duizenden van dergelijke stations trokken en duwden allemaal de dunne, ijlende lijn voort over zijn pad rond de pool van de planeet. Uit deze buis van dansend licht, de Sifon, sijpelde kleur de gekneusde hemel in en druppelde rijpend roze en rood en oranje. De wind huilde en klauwde met dunne vingers naar Quaths randen en probeerde haar omver te trekken. Quath stemde koortsachtig af op het kanaal van het broed om een waarschuwing te roepen. In plaats daarvan werd ze overstroomd door het blikveld van het broed vanaf de verre heuvelrug. De fluxbuis groeide recht en onwankelbaar uit de omringende heuvels. Hij beet in het wolkenplafond en liet ze in een paarse flits verkoken. Donkere vlekken schoten omhoog en omhoog... in een oogwenk had de hitte de ivoren wolken verjaagd.
Nu verscheen het zwart van het vacuüm: een plek die hoog boven haar tot stand kwam, een doelwit dat ontstond zodra de pijl er doorheen schoot. Sterren fonkelden weer.
De bovenste verbinding werd gelegd toen de buis zich voor het smetteloze ruimtevacuüm opende. Quath zag vol diep ontzag kronkelende, grijze en amberkleurige stofjes opklimmen. Haar ogen deden er pijn van. Het broed zond een koor van applaus en ploppend, knetterend gezang.
°Voltooid!° klonk het warme signaal van de Tukar'ramin. Nu zoemde de Sifon van nieuw leven diep in de rots. De buiswanden hielden de druk van het massieve gesteente aan alle kanten tegen - behalve in de kern. Daar dwongen enorme drukkrachten bij elke omwenteling meer metaal in de buis. Over de buiswanden streden enorme spanningen. De tokkelende buis knaagde en brandde een steencilinder los van zijn moederwereld. De bovenzijde stond aan het vacuüm bloot, terwijl beneden drukkrachten ontketend waren die het gesteente omhoog duwden.
°Is stromende,° klonk de volle, ongehaaste stem van de Tukar'ramin... en toen raakte de fluxbuis plotseling vol.
De parelende, doorschijnende krachtwanden verdoften tot grijs. Een rots-prop gleed naar buiten.
Quath riep: °NimJur'thon!° naar de brullende, hagelende orkaan. De kiezeltanden van de wind kletterden op haar huid. Nimjur'thon.°
°Hier. Ik ben geland, maar onbeschermd.°
°Blijf daar!°
°Verblind zijn we, eenpotertje. Deze gore bries... °
Een rollende knal barstte boven de heuvels los. De fluxbuis lichtte op. De cilinder vulde zich, eerst met goud, toen met rood, toen met wit.
°De kern!°
... Spoot naar buiten.
Hun lans stak nu in de schatkamer van deze wereld. De keel van de buis had een kunstige vorm en werd iets dikker terwijl het metaal omhoog-trechterde. De stroom gesmolten metaal raasde bij de enorme kerndruk weg, de lege ruimte in. Rijkdommen spoten omhoog en weg en ontvluchtten het grommende gewicht.
Quath kneep haar ogen tot spleetjes. De gloed van de fluxbuiswanden deed pijn aan haar vele ogen. In de stortvloed van het blikveld van de Tukar'ramin dook ze onder.
Tere wimpels groen en amber dansten — kostbare metalen, de enige schat waarop deze armzalige wereld mocht pochen. Het blikveld van de Tu-kar'ramin kwam schuin te hangen en volgde een kleine, zwarte verontreiniging door de gloeiende pijpleiding omhoog naar de sterren, de zuigende leegte in, hoog boven de klauwende lucht.
Daar pelden buigende magnetische velden de wimpels weg en vonden banen voor de gesmolten brij. De steeds gelere, huiverende vloeistof schoot, van de wurggreep van de zwaartekracht bevrijd, de ijskou in. Teruggekeerd naar ruimtes die het ooit had gekend, werd het metaal koud-geprofileerd. Het werd gevlekt en kreeg korsten van bruine verontreinigingen. Het baringskanaal kraakte en gromde hier en daar bij het terugspoelen. Op sommige plekken ontstonden breuken, maar toch bleef
het soepel zijn ronde baan beschrijven. Naarmate het afkoelde, werd het grijzer. Steeds grijzer wordend weefden de draden. °Quath! Iets... °
Ze concentreerde zich duizelig op Nimfur'thon. Maar het signaal werd afgesneden.
Door een waas van lawaai zond ze een korte kreet naar de Korf. Een toon antwoordde, en het blikveld van het broed verplaatste zich weer direct langs de gloeiende metaalstreng omlaag naar de luie heuvels beneden. Een orkaan had de hemel schoongeblazen. Het griezelige licht van het kernmetaal bespikkelde de vlakte met schaduwen. Maar iets wankelde... De buis. Hij draaide, zoemde, kromde zich tot een spiraal, maar rechtte zich toen weer. Licht schoot langs de wanden omhoog. Een zwelling ontstond. Groeide.
Quath keek naar het beeld en ging erin op. De steeds dikkere fluxbuis rimpelde. Boog. En vormde toen, sneller dan het oog kon volgen, plotseling een lus. Over de vlakte naar buiten. Zijn metaalsoep ontsnapte. Een verblindend witte bal morste eruit, versplinterde rotsen en verspreidde zich.
De grijze pannekoek van Nimfur'thon was in een ondiepe geul weggekropen. De rots boven haar werd verzengd waar de borrelende vloeistof hem raakte. De vloedstroom aarzelde, maar klapte toen omlaag, alles zwart, gitzwart makend. °Nimfur'thon!°
Nu kwamen de beelden te snel om ze te begrijpen.
De rukkende poten. Een verscheurende gil. Voetzolen die wegsmolten waar ze het borrelende wit raakten. Nimfur'thon die zich met versplinterende poten omdraaide. Huid die openbarstte. Gutsen vloeistof die naar buiten stroomden — en in bruine rook opvlamden.
Nimfur'thons looppoten smolten in de brij langzaam weg. Haar werk-poten klauwden koortsig naar de hemel alsof ze zichzelf wilde optrekken. Oranje pluimen kraakten het bovenste pantser. Armpoten sloegen krampachtig naar de vlammen. Gele tongen vraten. Een pantser vloog open. Hompen vlees spatten eruit.
Op deze manier zou Quath aan Nimfur'thon blijven denken. Dit visioen brandde alle andere herinneringen weg. Een kleine eeuwigheid lang zag Quath niets anders dan dit flakkerende doodsmoment. Haar optieken namen ook andere gegevens waar, maar haar brein verwierp ze. Ze stond doodstil. Geluidloos. Ze begon te trillen.
2
De Sifon sputterde uit. Immense magnetische knopen plooiden de stroom. De gloeiende drukwand werd weer dat ene kosmische snoer dat met gouden, messcherpe schoonheid aan de polen van de planeet hing. Rust keerde weer. Een donkere wirwar van koudgeprofileerd kernmetaal beschreef een baan langs de hemel. Door dat nieuw ontstane labyrint bewogen zich gedaanten die polijstten, sneden en enorme werken verrichtten.
De instabiliteit van de spiraal werd doorgelicht. Er was inderdaad sprake van Nul-interferentie.
Werkploegen staken de vlakte naar de fluxwerken over. Ze droegen Nim-fur'thons resten in stukken naar de Korf. Weinigen zeiden iets tegen Quath, niet omdat ze haar gedrag beschamend vonden - inspectie van Nimfur'thons grafieklogboek bewees dat ze zelf het risico had genomen — maar omdat ze het zo druk hadden met het herstel van de fluxbuis-projectoren, die tot vulkaanslak waren versmolten.
Terwijl de werkers zwoegden, verdween Quath naar de Korf. Overal in haar naden en gewrichten had ze speldeprikken pijn. Danni'wer, in opleiding als assistent van de Tukar'ramin, zond tijdens Quaths mars piepende vragen, wilde details weten over hoe het kwam dat zij tweeën zo dicht bij elkaar geopereerd hadden; afgaande op haar soepel flitsende zinnen voelde ze kennelijk de wolk die nu over Quath neerdaalde. Er volgde een rustperiode waaraan Quath zich probeerde over te geven. Vergeefs. In de wanden van het nest voelde ze de tokkelende beweging van andere veelpoters, die niet rustten. Ze luisterde naar de dringende, koortsachtige stroom gegevens die haar wakker hielden. Die instabiele lusvorming was een tegenslag waardoor hun schema in de war raakte. Talrijke mede-draadbewoners lagen in een baan ver buiten de Kosmische Cirkel te wachten tot de metaalgutsen gingen zigzaggen. De Korf moest zijn tempo dus opvoeren. Eindelijk bracht ze de hinderlijke vragen van haar subbreinen tot zwijgen. Ze viel in een dankbare sluimer en had haar poten strak en stevig in haar omgevende weefsel gevouwen; want iets duisters achtervolgde haar.
Quath werd hijgend wakker. Haar poten zaten in de war en de uitpuilende spikkels op haar luchtpijp werden in een haastig ritme rood, geel en opnieuw rood. Een dringende oproep zoemde en echode langs de graatribben van de nis. Quath antwoordde en vond een sommatie van Danni'wer.
Ze liet zich bezorgd zakken. Haar brein was een verward labyrint. Haar hydraulische onderdelen stokten en zaten vol drukkende pijn.
Haastig smeerde ze een druppel braaksel op een zure spore. Toen ze die had opgegeten, ging ze hobbelend op weg. Ze ontzag de poot waarvan de knie versplinterd was, en hinkte door gewelven waar druk gewerkt werd. Een vijfpoter zwaaide, maar voor de rest werd ze genegeerd. Dat was niets nieuws, en was ook wat Quath vandaag verlangde. Het gewicht dat op haar drukte, verdroeg geen gezelschap.
°Besef je je schande?° dreunde Danni'wer bij de ingang van de centrale afgrond.
°Dat spreekt vanzelf.°
°Je Opstijging zal vertraagd worden.°
°Ja.°
Toevoeging van een werkarm zodat je° - Danni'wer raadpleegde haar schrijfbord in plaats van Quath recht aan te kijken — °vijfpoter wordt, zal worden uitgesteld.°
°Ja.°
°Het is goed dat je je daaraan zo makkelijk onderwerpt. Sommigen bezitten dat vermogen niet, hoewel ze misschien talrijkpoters zijn.°
°Ja.°
Danni'wer liet een gat in haar aangekoekte huid openschieten. Met vochtige blik keek ze Quath even aan en zei: °Ondanks je fout zal de Tukar'ramin je betreden.°
Quath voelde de ruimtes in haar plotseling barsten. Ontzag drukte haar ademspleten dicht totdat de opgehoopte lucht desondanks naar buiten piepte. Dat maakte haar verlegen, want ze wist dat Danni'wer het zou zien. De wand opende met een zacht gerommel dat Quaths raspende ademhaling overstemde. Op steeds stijvere poten wankelde ze voorwaarts. Ze wist dat recht door haar heen werd gekeken.
°Angst verlamt je.°
Die flikkerende gedachte schoot door haar heen terwijl ze opkeek en haar kop schuin naar achteren hield zodat ze de hele hoogte kon omvatten. In de webben bewoog zich een enorme gestalte. Vochtige druppels dreven in een tintelende wolk. De zware, gebogen steenconstructies gaven de verstomde lucht een drukkend gewicht.
Quath begon: °Abdis, mijn verdriet is peilloos... °
°Probeer je innerlijke zelf niet te uiten. Ik zie.°
Trillend licht speelde in het lichaam van de Tukar'ramin, dat de monding van de afgrond overspande. Quath was nog nooit met zo'n verheven schepsel alleen geweest. Ze had moeite het allemaal te verwerken. De gezwollen aanwezigheid wemelde van ontelbare poten. Ze voelde een sondering. Dunne draden gleden door haar verwarde innerlijk. Vaag voelde ze een dansend, draaiend fantoom — maar toen was het weg, verdampt.
°Het is niet Nimfur'thons dood die aan je knaagt.°
De woorden klonken kil, hoewel ze vrijelijk en uitnodigend in Tukar'ramins warme zee dreven.
°Nee, ik vrees een... een...°
°Laat af. Het gewicht dat je torst moet geleidelijk worden weggenomen. Onderdompeling in ons Pad zal je helpen.°
°Ik kèn het Pad.°
°Geen talrijkpoter volgt ooit meer dan een of twee aftakkingen van het Pad, Quath'jutt'kkal'thon. Verzwaar je last niet met hooghartigheid.°
°Ik...° Opnieuw welde drukkende vrees op en Quath zoog lucht naar binnen om het te kunnen uitschreeuwen.
°Ik zie het. Weet het. Maar je moet je weg door dat moeras gaan.°
°Maar ik... °
°Het Factotum zal je de Kroniek tonen tot een diepte die je nog niet kent. Onderzoek die. Neem onze draagwijdte in je op. Dat zal je helen.° Quath wankelde op verdoofde poten weg, en haar ademspleten zogen en ritselden van agitatie.
3
Binnen de Kroniek werd Quath omspoeld door tijd.
Het Factotum - een droog, drukdoend iemand - had haar vastgelegd in een walgelijk maaswerk dat stonk naar het gebruik van vele tweepoters; meestal diende het voor het elementaire onderricht aan de allerjongsten en traagsten.
Quath kon zich die fase nauwelijks herinneren. Ze was toentertijd volledig natuurlijk geweest zonder aanvullende machinevermogens. Slap, zacht, dom. Natuurlijk had ze toen de Waarheden van de Kroniek uit haar hoofd geleerd. Inmiddels leek haar dat allemaal nutteloos. Ze had haar geloof verloren.
En nu was ze hier dus terug. Tussen de geuren van de jeugd. Gehelmd, met al haar zintuigen aangeprikt.
En voor haar blik ontrolde zich het immense verhaal.
Ze kende de grote lijnen en had deze traditie geleerd zonder er ooit echt over na te denken. Beelden uit de oudheid flitsten voorbij. Voor de meer-poters van heel vroeger was het leven zorgeloos, een heerlijke darteling. Zelfs talrijkpoten luierden tussen weelderig kleverige draden en koesterden zich papvet.
Maar mettertijd verspreidde het ras zich over hun thuiswereld. De wetenschappen en wijsbegeertes uit die verre periodes stompten af door die alles doordringende slapte.
Zo waren de meerpoters niet altijd geweest. Oude tekeningen lieten zien hoe felle, allang uitgestorven dieren de angel in hun keel kregen, geweldig tekeergingen en dan stil bleven liggen. De ouden waren dan misschien lui geweest, maar hadden hun wereld van dat soort ongedierte bevrijd.
Het ras luierde zonder vijanden. Maar de baan van hun moederster had hen tot in de kern van het Galactisch Centrum gebracht. Mechs begonnen het rijk van de meerpoters binnen te vallen. De reikwijdte van de mechdoelen werd duidelijk. Alleen door zich in een koortsachtig tempo voort te planten, konden ze het expansieve elan van de mechs het hoofd bieden.
Hun spleetogige geest herleefde. Daarna kwamen wetenschappelijke ontdekkingen die alles in een zinvol verband brachten.
Waar gaat je belangstelling naar uit? Het Factotum was immer waakzaam en voedde Quath met een stortvloed van gegevens, allemaal gecodeerd in hormonale prikkelingen en filigreinen.
°Ik... ik ben hier omdat de Tukar'ramin...°
Wil je een opvoedkundig facet van de Kroniek?
°Uitstekend.°
Quath was in een vage stemming. Haar brein snelde over het oppervlak van een traan die glinsterde als een planeet, en de oppervlaktespanning daarvan trok aan haar zodat ze op die ijzige glans wilde schaatsen. Ze zette zich schrap toen de zorgvuldig georkestreerde geuren 'De onderwerping van ineengestorte sterren' begonnen te zingen.
De inleiding gaf een snel overzicht van de traditionele kennis. Diepe zonnevuren gingen onstuitbaar lager branden. De bijna uitgebrande sterren implodeerden en hun brandstapel was in de hele melkweg zichtbaar als een flits. Van de kleinere bleven kernen van zuivere neutronen over. Ze draaiden rond en hun poolkappen spuwden deeltjes uit, die felle, gestaag pulserende zoeklichten uitzonden: de vuurtorens van de melkweg. Een nuttige energiebron.
Als ze langzamer begonnen te draaien, konden er meerpoters heen. Ploegen draaddelers blokkeerden de wervelende stroom deeltjes, damden de energie in, brachten de pulsar tot zwijgen en gaven er een nuttig doel aan.
Ze hadden ontdekt dat de mechs door pulsars werden aangetrokken, niet alleen vanwege hun energierijkdom, maar ook vanwege hun immense wetenschappelijke experimenten. Het doel van die enorme werken, uitgevoerd boven de polen van pulsars die hun plasma's van elektronen en positronen uitstortten, bleef onbekend.
In het hele gebied rond het Galactisch Centrum hadden de mechs gezorgd dat zonnen supernova's werden - kennelijk om pulsars te doen ontstaan. Door op bijna-pulsars hinderlagen voor mechploegen te leggen hadden de meerpoters hun eerste militaire successen behaald. Zonder waarschuwing welde een verschrikkelijke angst op. In de beelden die voor haar dreven, kwam Quath die voor het eerst tegen. Een nevel glinsterde met het tere roze van sterren die geboren werden. Dichter in de buurt flikkerde een pulsar: de grafsteen van een overwonnen zon.
Over het dunne lichtgordijn droop een stofwolk die het gezicht van de nevel uitwiste - een treffend beeld van de dood die alle meerpoters, alle wezens, alles wachtte.
Nimfur'thon - eerst bruin gezengd, toen zwart, terwijl haar vlees hard en bros werd en spleet.
Nimfur'thon was niets meer, verdwenen. Quath voelde droefheid over haar draaddeler, voor de geest die altijd probleemloos bij haar was geweest in de labyrinten van de Korf. Maar die droefheid was slechts de huid van een beest dat in de diepte lag, het ding dat Quath pas op dit moment voor zichzelf kon toegeven, nu de vegen stof de fraaie glinstering van de nevel uitwisten. Stof. Duisternis. Alles opslokkende dood.
Quath voelde zich verkillen van angst, niet vanwege Nimfur'thon maar vanwege zichzelf.
Quath vroeg dringend om het Factotum.
Ja? Je onderricht is nog niet afgelopen...
°Vergeet die. Ik wil de Kroniek weer. Vertel me over de Onderkruipers.° Daar kwam de gebruikelijke geschiedenis met een overvloed aan details. Hoe de eeuwenlange oorlog met de mechs begon. Hoe het ras de uitdaging onder ogen zag. Hoe de elite van alle meerpoters, de Verlichten, begrepen had wat het wetenschappelijk landschap inhield: het heilige kosmische inzicht.
Maar niet iedereen was het daarmee eens. Afvalligen die de Onderkruipers heetten, verzetten zich tegen de Synthese. Verhitte discussies volgden. Ten slotte werd elk meningsverschil uitgebannen en werden alle energieën van het ras vrijgemaakt. Nu ze eenmaal de waarheid kenden, ging het ras over tot... Quath zette dit routineverhaal af.
Ja.?
°De Onderkruipers... welke leerstelling hingen die aan? Die wordt niet genoemd.°
Daarnaar wordt in de regel niet gevraagd
°Ik vraag het nu wel.°
Even een aarzeling? Nou, ik neem aan...
Nieuwe commentaren, nog meer geschiedenis. Data, plaatsen, feiten -planeten en tijdperken die nu allemaal waren vervaagd. Quath werkte zich er snel doorheen en kwam plotseling midden in de opvattingen van de Onderkruipers terecht, zoals die in hun teksten geciteerd werden. De dood van een individu was een bruut en onvermijdelijk feit, zeiden ze. Voor geen van de meerpoters was wedergeboorte weggelegd. De wetenschap bezat géén verborgen boodschap.
Een galmende, zijdegladde stem zong vanuit oeroude schaduwen:
Onze plaats is dat we leven binnen wetten die ons het aanzijn geven, maar niet vanuit zichzelf doelen stellen of beloftes doen of de overwinning van ons als soort in het vooruitzicht stellen. Het universum staat ons een plaats in zijn systeemverband toe, maar stelt alleen belang in het systeem zelf, niet in ons.
Quath hijgde bij het zien van deze overmoedige weergave van de feiten. Toch voelde ze in zichzelf een reactie van vrees, een aanzwellend gevoel van begroeting. Die opvatting was ook de hare. Het verkillende moment van Nimfur'thons dood had tot die gedachten geleid, en die zouden nooit meer te bedwingen zijn. Ze luisterde verder naar die zachte, zelfbewuste stem die zijn uiteindelijke waarheid incarneerde:
Zelfs deze formulering van de waarheid misleidt. De wereld buiten onszelf is in feite niet tot belangstelling in staat. We bestaan als willekeurige gebeurtenissen in een wereld die ordelijke wetten kent, maar geen plan heeft buiten de trage werking van de dynamica.
Quath deinsde terug alsof een eetdraad plotseling kronkelde en in een slang veranderde.
Hier was wat ze gevreesd had. Nu was het een vast en onbeweeglijk, massief stuk geschiedenis geworden. Andere meerpoters hadden diezelfde, immens-gapende afgrond gezien. De wereld was rot en uitgehold. Eén tikje, en hij spleet.
Quaths harten bonsden grillig. Ze voelde hoe elk daarvan door een verschillende buis vloeistofstromen pompte. Hormonen overspoelden haar en gaven met prikkelingen en hartige draden het droge tromgeroffel van de geschiedenis weer.
De ketters wezen met achteloos gemak de Synthese af volgens welke Quath had geleefd. Met een ander mes gesneden werd de geschiedenis plotseling onherkenbaar. Door de meedogenloze, eindeloze mechoorlog kwam het tot godsdienstwaanzin.
Maar de Synthese was géén godsdienst, hield Quath zich voor, maar een wijsgerige ontdekking. Al eerder waren godsdiensten gekomen en gegaan. Geen daarvan had gezorgd dat de meerpoters eensgezind opstonden. Onverbiddelijk rolde de door hormonen gekruide logica over Quaths tegenwerpingen heen. In die oeroude tijd waren de Verlichten tot bloei gekomen. Hun ijzeren regel werd doorgezet.
Een voor een flitsten beelden op: spichtige meerpoters die nesten verpletterden en draden doorsneden. Ongelovigen werden jammerend leeggehaald en hangend achtergelaten om onder vreemde zonnen te verschrompelen.
De Synthese sprak van rationele meerpoters die het licht zochten, hoorde Quath. Maar ze kon haar eigen gedachten niet de kop indrukken. Was dit soms de moeizame vrucht van de logica? Hoe kon de Synthese zo zeker zijn van haar uitgangspunten?
Ze rukte zich abrupt los. Het Factotum had haar kennelijk aandachtig gadegeslagen. Ga je weg?
Quath beet haar toe: °Ja, ja. En?°
Het is nog niet klaar. Er zijn geen vruchten te plukken van... en het Factotum begon aan een afgezaagd, stoffig betoog.
°Natuurlijk, natuurlijk, Factotum,° onderbrak ze hem. °Ik voel me alleen onprettig bij al die ketterse leugens, meer niet. Vergeet maar wat ik gezegd heb.°
Quath besefte dat het Factotum haar woorden letterlijk zou nemen en het gesprek wissen. Dat was misschien maar goed ook. Het arme schepsel kon deze vragen niet aan.
Misschien kon geen enkele meerpoter dat, bedacht Quath somber. Want waarom voelde ze zich anders zo diep bedrukt?
4
Beq'qdahl klapperde met soepele en snelle bewegingen voorbij. °Confluentie begint straks,° riep ze.
°Wat?° Quath, afgeleid door een robot die de mof van haar gewonde
poot weer op zijn plaats bracht, keek op.
°De confluentie voor Nimfur'thon, spleetoog.°
Beq'qdahl kantelde haar voorpoten met natuurlijke gratie naar achteren; de kleuren van haar borststuk en pluizige ogen rimpelden van droge humor. Ze zette de haren van haar oogjes in golven op en uitte daarmee de kameraadschap van draaddelers. Ze voegde eraan toe: °Dat ben je toch niet alweer vergeten, hoop ik?°
Quath brandde van schaamte. Steeds als ze aan Nimfur'thon dacht, overspoelde die hardnekkige nachtmerrie alle andere herinneringen. °Natuurlijk niet. Sommigen rouwen in stilte.°
°Heb je gelijk in. Tot straks dus.°
Quath besloot haar verwarring achter een sluwe en sarcastische opmerking te verbergen: °Maar ik heb ook niet veel openbare rouw gezien.° Beq'qdahl ontging de stille wenk in haar woorden niet. °Bedoel je dat we allemaal moeten doen wat jij niet doet?° Ze tuitte haar anaalopening om aan te geven dat haar opmerking stekelig bedoeld was.
°Ik heb tenminste niet geprobeerd overplaatsing naar ruimteweven te krijgen.°
°Nee, inderdaad. En dat was ook geen goed idee. Je bent onervaren.°
°Je ogen worden sloomslecht,° zei Quath scherp. °Je vergist je in dit gekraakte pootpantser. Ik heb net zo goed vier poten als jij.°
°En ook nogal wat langer, ga je daaraan ongetwijfeld toevoegen.°
°Die gedachte springt naar de lobben.°
°Uitstekend.° Beq'qdahl nam raak, raak een scheve kniestand aan. °Je vindt me te hoog willen klimmen?°
°Je kwam hier als vierpoter. Ik omvatte minder gebied dan jij; dat is waar. Maar ik heb ook nog steeds vier poten. Natuurlijk streven we allemaal naar ruimteweven, maar jouw arrogante houding... °
°Jij bent wat je noemt een larve. Mijn ambitie is de Tukar'ramin zelf te vervangen.
Quath legde de haren van haar oogjes glad en liet er rode pap door druipen om nauwelijks bedwongen woedescheuten te uiten. °Ongelooflijk!°
°Helemaal niet. Ik ben niet zo'n grondkusser als jij.°
Quath laaide van woede. Haar hoogtevrees en vliegangst waren altijd een wonde plek. °Je ijlt. Straks ga je nog zeggen dat je een Verlichte wilt worden.°
Beq'qdahl was verrast. °Strontsmijter! Wees voorzichtig. De Verlichten overstijgen ons volledig. Misschien hoort iemand je wel.°
°Ze zijn net als wij begonnen,° zei Quath.
°Maar ver buiten onze mogelijkheden uitgebreid.°
°Niemand staat buiten kijf.°
°Dat is waar, maar het is slim om net te doen van wel.°
Quath beet terug: °Ik wil de waarheid, wat die ook is. Ik wil niet net doen alsof.°
Een kort zwijgen. °Knaagt er iets aan je? Je woorden zijn dapper genoeg, maar je trilharen en borststukspectrum - die spreken andere taal.° Ongerustheid doorschoot Quath. Kon Beq'qdahl haar echte gevoelens lezen? Kende Beq'qdahl haar twijfels? Als die openbaar werden, kon Quaths toekomst verknoeid worden.
Quath begon een vernietigende opmerking samen te stellen maar bedacht zich. °Mijn gedachten zijn van mij.°
°Uitstekend. Ik hoop dat jouw zo gekoesterde identiteit in stand blijft ook nadat ik boven je geplaatst ben.° Beq'qdahl klepperde een joelende symfonie met haar ademspleten. Haar naden scheidden galvocht af en overspoelden de tunnel met zure rook.
°Als we dan rivalen zijn, moeten we daar geen doekjes om winden!° Ze liep weg en sloot een afvalpoort op haar achterlijf met een klap. Quath schoof een ratachtige dienstrobot opzij die zijn handwerk, Quaths nieuwe poot, aan het polijsten was. Beq'qdahl was een mededinger; daarvan kon ze zeker zijn. Heel even had Quath alles aan Beq'qdahl willen bekennen. Dat zou een vergissing zijn geweest. Niemand kon haar helpen. Maar toch... als ze ook maar één woord of gebaar kon vinden... Rinkelend en klepperend en zwaar stampend uit de tunnel lopend om haar gerepareerde poot te beproeven viel haar oog op een informatiepunt in de keramische wand. Iets knaagde aan haar, iets dat uit de borrelende ongerustheid in haarzelf kwam. Ze drukte op Algemene Informatie, gaf een paar indexen op en liet haar blik over de stromende tekst glijden:
DE SYNTHESE: (I) HET BESEF DAT VIA HET GROTE ONTWERP VAN HET VROEGE UNIVERSUM CONTINU TEIT BESTAAT TUSSEN DE INERTE MATERIE EN HET INTELLIGENTE LEVEN VAN NU. DIT KOSMISCHE PERSPECTIEF, INMIDDELS DOOR IEDEREEN AANVAARD, KAN ALS EEN CULMINATIE VAN ALLE OUDE GODSDIENSTEN WORDEN BESCHOUWD, HOEWEL HET NATUURLIJK IS OPGETROKKEN OP DE DUURZAME BASIS VAN WETENSCHAPPELIJKE...
Continuïteit. Dat betekende dat de dingen doorgingen. Op deze stoutmoedige, strenge en objectieve manier uitgedrukt hadden die regels een zekere macht.
Een klein scheurtje, maar Quath zocht er bescherming.
De meerpoters verzamelden zich voor hun confluentie in een grot diep in de ingewanden van de Korf. Toen ze hier voor het eerst kwamen, hadden ze die uitgehakt, hoewel ze tegelijkertijd hele mechlegioenen verscheurden en bestookten. Deze grot was een herinnering aan hun oorsprong. Waterige beelden van de dooreen lopende en kwetterende meerpoters weerkaatsten op de van spitsen voorziene glimmende wanden. Schrapende poppen hadden de ruwe steen al jankend en spelend gepolijst. Danni'wer verscheen bij de ingang van de confluentiepoort. Ze uitte de rituele oproep en de lettergrepen echoden dreunend van het gewelfde plafond omlaag.
Voor deze gelegenheid droeg niemand de grijze, ruwe werkkokers van arbeiders. In plaats daarvan waren ruime, wijd uitstaande pootkappen te zien. Sommigen droegen een flapperende hoofdbedekking in de vorm van roze halvemanen. Regenbooglotions van zoetgeurend pus verfraaiden kunstig ontstoken oogjes. Geprikkelde luchtpijppluimen en glimmende, staalblauwe borstschilden verheerlijkten de dragers ervan. Sommigen speelden met paarlglanzende castagnetten van dierlijk bot, die aan elk pootgewricht hingen. Oude talrijkpoters toonden nieuwe korsten mica of gebakken puimsteen.
Wie kortgeleden was bevorderd, had nu de kans met de glanzende poot te pronken die ze verdiend had - helder glimmend in de wirwar van hun doffe poten. Anderen praalden met rinkelende, koperkleurige antennes. Of enorme, ebbezwarte slagtanden. Uit nieuwe lensogen van kwartsglas dropen spectra als juwelen in olie. Wie kortgeleden was uitgebreid met kunstmatige spijsverteringskanalen, liet trots de gezwollen blazen zien die pulseerden van recent verpulpt voedsel.
Zwermen trage meerpoters klommen over de ladderdraden de confluentiegrot in. Terwijl ze krakend de schuine kniestand aannamen, kreeg boven het beeld van Nimfur'thon vorm. De traditionele aanroeping begon. Een galmende stem dankte de arbeiders omdat ze hun werk in de steek hadden gelaten om een gevallen draaddeler te komen eren. Quath luisterde heel aandachtig, hoewel het bij haar in de buurt zoemde van de roddel. Maar toen verscheen - ongelooflijk! - de Tukar'ramin hoog boven Nimfur'thon.
Iedereen was verbijsterd. Nooit had de Tukar'ramin zich verwaardigd voor hen allen te verschijnen. °Wat? Waarom?° flapten sommigen eruit. De Tukar'ramin leek de schok die ze veroorzaakte, niet te beseffen en vulde met haar weergalmende stem de hele ruimte. Ze intoneerde de Waarheden. Quath luisterde aandachtig naar de loop van het oeroude verhaal en probeerde er nieuwe betekenissen uit te peuren. De litanie was natuurlijk heel waarheidsgetrouw en indrukwekkend. Hij vertelde hoe bij verstoringen samengepakte ballen rondtollend gas ontstonden die mettertijd afvlakten tot melkwegen. De instortende kernen van jonge melkwegen vlamden toen heet op: quasars. Die doodsstuipen waren brandende bakens over een zo diepe afgrond, dat ze over die afstand niet meer dan speldeprikken van straling leken. Toch hadden de meerpoters de conclusie getrokken dat er in hun middelpunt inmense zwarte gaten loerden van minstens een miljard stellaire massa's groot, die het kolkende stof er omheen in een ijzeren greep hielden. Zo ging het in alle melkwegen, ook in de onze. °De zwarte gaten draaien en zuigen, draaien en zuigen,° zei de Tukar'ramin.
Zo bleef de evolutie van de materie beheerst verlopen. Samengekoekte schijven wentelden rond de zwarte gaten. Getijdekrachten vermaalden sterren tot stof. Uit die schijven dreven inductieve elektrodynamische velden enorme zwermen deeltjes, als geisers. Alleen in de goedaardige buitendistricten van een melkweg bestaan de milde voorwaarden voor het ontstaan van organisch leven.
°Zo nemen wij over de brekende kromming van het universum dus alleen de brandstapels van enorme, oude catastrofes waar. De verbranding van de materie zelf. De graven van zonnen.° De Tukar'ramin liet het spektakel zich voor hun ogen ontvouwen. Langs de wanden van de afgrond kolkten melkwegen; ze laaiden op en stierven.
Toch was dit nog maar het openingsbedrijf van een groots drama. In de rustige, onzichtbare, wentelende schijven van normale melkwegen ontplooide de Waarheid zich verder. Sterren bakten zware elementen. Koolstof huwde zuurstof, fosfor, stikstof, waterstof. Ze gedijden. Planeten draaiden rond. Het leven worstelde zich omhoog.
Wie zich tegen deze bloei van de normale gang van zaken verzetten, waren de mechs. Die gaven zich over aan een eeuwige, kwaadaardige oorlog tegen het soevereine leven.
Quath begon doezelig te worden. Veel poten ritselden ongeduldig. Meerpoters in de buurt begonnen op hun privé-bandbreedten stiekem te kletsen. De Tukar'ramin hoorde hen natuurlijk, maar sprak dreunend verder. De vertrouwde litanie:
Nullen. Leven dat nog Nul was, leerde de energiebronnen van een wereld beheersen. Dat waren de eenvoudige, primitieve rassen. De eerste fase. De goddelijke evolutie schreef voor dat de Nullen dat stadium moesten verlaten. Hun gronden werden het materiaal voor de volgende fase.
Eersten. Als het leven Eerst werd, kregen hele sterren een nuttig doel: het tweede niveau. Hun werken waren zichtbaar in heel de galactische armen — die afgronden van duisternis en verwarring. Dat soort rassen schreef hun namen in hoofdletters op de open lei van de zwijgende, blinde materie.
De meerpoters waren inmiddels heel zeker Eersten - zoveel hadden ze bereikt. Ze kenden hun doel.
Sterrezwermers. Dat was het doel van de meerpoters. Sterrezwermers beteugelden de kolossale energiebronnen van de melkweg zelf. Zo'n stortvloed, gewend signalen uit te zenden over de afgrond tussen melkwegen, kon het nieuws van de meerpoters over het hele universum verspreiden. Dat was hun bestemming: Sterrezwermers. Als de meerpoters de energie van het middelpunt van hun eigen betrekkelijk milde en onbeduidende melkweg leerden beheersen, konden ze een rol gaan spelen op het allergrootste toneel: de zingende communicaties tussen de grote sterrenmeren. Op die manier konden ze de traditionele kennis van oeroude tijden oogsten en deelhebben aan de convergerende bestemming van andere Sterrezwermers.
Het Resumé, de samenvatting van al het beste in het universum, zou volgen.
De Tukar'ramin vervolgde de eeuwenoude tekst, die door de Verlichten was doorgegeven:
°... alle draaddelers, dichtbij en ver, plat en dun, vlak en dichtgesnoerd. Allen zullen daarvan samen likken. Dat sublieme ogenblik komt zeker. Dan beheerst de geest eindelijk de materie en wendt die voor de doelen van de Zwermers aan. De wedloop naar de entropiedood komt tot stilstand. De geest regeert. Zoals de atomen van onze botten in de eerste sterren zijn gekookt, zo zullen wij terugkeren naar de eenheid met het universum en... °
Iets in Quath kronkelde. In de spiraalarmen die opvlamden met feloranje supernova's zag ze geen sterren uit het niets komen, maar zwart stof dat alles opvrat, een onstuitbare vuilvloed die de gloeiende, robijnrode zonnen verstikte...
°Maar wíj dan?°
Haar stem verbrijzelde de Waarheden. De confluentieceremonie verviel in geschokt stilzwijgen. Quath merkte dat ze uit haar kniestand overeind was gekomen.
°Heb je een vraag? Dat is gepast, draaddeler.°
Maar bij een confluentie stelde niemand ooit vragen, en dat wist iedereen.
°Waarom zegt u dat we bij het Resumé weer allemaal samenkomen?°
°Al het leven vindt zijn wedergeboorte.°
°Waar verschuilen we ons intussen?°
°We wachten.°
°Zullen wij dat weten?°
°In zekere zin.°
°Zelfs als we dood zijn? Zoals Nimfur'thon?°
°Het zal zijn of we slapen.°
Glanzend en aan haar zijdezachte draden verankerd torende de Tukar'ra-min hoog boven haar uit. Quath hoorde een ontevreden gemompel om zich heen. Maar ze hield aan.
°Wij allemaal samen?°
°Als wij de gapende kaken van de entropie kunnen vermijden, gaat geen enkele informatie in het universum werkelijk verloren. Dat is ons doel.°
°Maar dat hebben we nog niet bereikt! We beginnen nog maar net als Sterrezwermers. °
°Quath'jutt'kkal'thon... ° Bij dit gebruik van Quaths volledige naam liet de Tukar'ramin turend een snuit zakken die met vruchtbare sensoren was bekorst. Haar trilharen rimpelden bezorgd. °Het is beter je het Resumé voor te stellen als iets veel groters dan jezelf. Want dat is het.°
°Natuurlijk, dat weet ik, maar... °
°We leven voort in de zin dat onze werken voortleven. Wat we zijn, leeft
voort. Onze vectorsom blijft in het universum eeuwig bestaan.°
°Maar zijn we ons daarvan bewust?
°Dat is, denk ik, onbekend.°
°Maar daar gaat het nu precies om!°
°Dat geloof ik niet.°
Dat de kern van de zaak werd teruggebracht tot... tot een mening, verbijsterde Quath. Zonder dit sluitstuk stortte het hele bouwwerk ineen.
°Zullen de Verlichten eeuwig leven?° °Het is niet aan ons dat te weten.°
Diverse oudere talrijkpoters zonden discrete, laagfrequente signalen naar Quath en drongen erop aan dat ze ophield. Andere veelpoters mompelden en ritselden.
°Vergeet niet dat de essentie van ons wordt doorgegeven.° Nog meer gepreek. Quath voelde een plotselinge opwelling van verlegenheid omdat ze zo kwetsbaar was. Iedereen aanvaardde het zwijgend. Iedereen. Ze bleven zwijgen. Wat betekende dat niemand het echt geloofde. Alleen de domme, blinde Quath vroeg door.
°Dit is een bijzonder bloeiend gesprek gebleken. Zijn je kwellende vragen opgehelderd?° °Ik...ja.°
°Ik vermoed dat Nimfur'thons verscheiden jou dieper heeft beroerd dan de rest van ons. Weet dat we dat begrijpen.°
°Ik... ik weet het.° Om haar vrees en verwarring te verbergen nam ze haar toevlucht tot het °Ik zeg dank°-ritueel en ging weer raak, raak in de schuine kniestand staan.
Meerpoters in de buurt knepen hun ademspleten afkeurend dicht. Beq'qdahl stak openlijk de draak met haar.
De unfalum, hun gezamenlijke heilige voedsel, werd van schaar tot schaar doorgegeven. Quath nam verdoofd een streng, slokte hem op en begon de kleverige massa tot draden te trekken. De werkpootjes in haar bek drukten op de zoete draden en verbreedden ze tot vellen, zodat het oppervlak werd vergroot. Fijngewervelde uitsteeksels drukten ze tegen haar papillen, zodat de smaak versterkt werd. Quath bewoog net als de anderen haar mond heen en weer.
Waarom ging zij als enige onder deze twijfels gebukt? vroeg Quath zich af. Toch kon ze die niet van zich afschudden.
Ze verslonden de laatste unfalum, en de confluentie eindigde met zingende en smakkende geluiden. Quath kneep met veel vertoon haar borststuk dicht, maar hoe dun ze de unfalum ook perste, om een of andere reden kon ze niet slikken en het wezen van hun gezamenlijke visioen niet opeten.
6
Die avond beende ze weg van de Korf, die als een schaduw boven een verwoeste, droge vlakte zweefde. Ze zwierf door de heuvels ten noorden van de Sifon. Morgen zou ze terugkeren naar de onrust van de arbeid, maar nu dreef iets haar de veilige broedplaats uit.
Het land trilde alsof de planeet ademhaalde. Als dat zo was, dacht Quath afwezig, zou de wereld snel genoeg zijn laatste adem uitblazen. Onverklaarbaar genoeg was dat een verontrustend beeld.
Een wolkendek met dikke blauwe buiken regen dreef boven haar. Een vage gloed van de ondergaande zon drenkte het landschap in lui oranje en rode tinten. Quath schakelde naar transoptiek en zag de Kosmische Cirkel in zijn baan - traag en dof zonder de sonderende magnetische velden van meerpoters.
Ze snakte ernaar daar te mogen werken en de ongelooflijke scherpte van de Cirkel in de borst van deze stervende bal modder te drijven. Dát was glorie, eer, lotsvervulling.
De Cirkel was de kostbaarste natuurlijke hulpbron van haar ras. De namen van de meerpoters die de Cirkel hadden gevonden en gevangen, zouden tot in de eeuwen der eeuwen blijven weerklinken. Dank zij de Cirkel konden de meerpoters hele werelden de keel afsnijden. Ze hadden hem ook tegen de mechs gebruikt, die zich tegen hun verhuizing naar het Galactisch Centrum hadden verzet.
Hij kon met immense snelheid naar mechbouwsels worden geslingerd. Als hij de schepen eenmaal had gespleten, bestond er een manier om hem plotseling enorme stoten elektromagnetische straling te laten uitbraken, waarbij alle onbeschermde mechs in een heel zonnestelsel werden gebakken.
In de geschiedenis van de meerpoters waren de Cirkelmeesters weldoeners en strijders zonder evenknie. Quath was trots dat zij de gescheurde grond onder hun handwerk mocht betreden.
Op deze gekreukte vlakte waren de ravijnen met mechruïnes verstopt. Verpletterde mechfabrieken gaapten als rotte tanden. Mechkarkassen uit vroegere veldslagen rookten nog steeds. Uit andere hadden meerpoters de nuttige delen gesloopt, zodat alleen het pantser restte. Quath zwol van trots bij de verwoesting die haar ras tot stand had gebracht. Zelfs voor deze licht verdedigde wereld waren de beste meerpoters nodig geweest. Ze stuitten erop toen de plaatselijke mechs in interne strijd verwikkeld waren. De Verlichten hadden tekenen van een uitzonderlijk agressieve concurrentie tussen mechsteden vastgesteld. Die wijze schepsels hadden de Korven toen bevolen af te dalen. Toen eenmaal genoeg terrein was veroverd voor de bouw van de magnetische klemstations, was de Kosmische Cirkel ingezet. Hun overwinning hier had de weg vrijgemaakt om versterkte mechsterren binnen te dringen die nog dichter bij die buitengewoon aanlokkelijke kern van de melkwegkolk lagen. Een kudde grazende dieren kreeg Quath in het oog en verspreidde zich in paniek. Zelfs voor dieren leken ze dom en onhandig. En dan te bedenken dat Nimfur'thon één kostbaar moment te lang had geaarzeld uit zorg vanwege deze primitieve creaturen! Dit was een grove planeet, niet bij machte in zijn vuil van zee en lucht meer voort te brengen dan Nullen.
Een paar verspreide Nullen — simpele, aan de planeet gebonden schepsels met primitieve gereedschappen — waren hier nog steeds. Pas na de nederlaag van de mechs hadden de meerpoters hen ook maar opgemerkt. Met het leeghalen van hun wereld kwam aan deze onbeduidende wezens een eind.
Toch sneuvelden nog steeds meerpoters bij hun aanvallen. Zelfs dit soort lagere schepsels konden meerpoters in een duister slingeren dat — naar Quath nu wist — overal en achter elk vast voorwerp aanwezig was. Zoals het Nimfur'thon had opgeslokt, zou het onvermijdelijk ook Quath opzuigen, en de Tukar'ramin, iedereen, iedereen en alles, en een lange neus maken naar de continuïteit.
Quath plukte geïrriteerd een rotsblok van de grond en smeet het in een boog omhoog naar de verre kudde stompzinnige grazers. De steen sloeg grote gaten, maar stuiterde er doorheen en doodde er een paar. Kleinere dieren sprongen in paniek uit hun holen. Ze versmolten met de beschaduwde avondschemering, en Quath wendde zich weer vermoeid tot de zwevende berg van albast die de Korf was.
Opnieuw wees de Sifon hemelwaarts. Ditmaal bleef de Kosmische Cirkel gestaag op koers en de Sifon golfde niet zijwaarts. Er viel geen brandende zweep en er kwam geen gouden vloedstroom vrij. Bij deze eerste succesvolle lancering waren de meerpoters bijzonder zorgvuldig. Door pezige velden gestreeld draaide de Cirkel volmaakt. Ze zouden deze oefening nog vaak moeten herhalen voordat ze deze ellendige wereld konden verlaten, en elke volgende keer werd iets moeilijker vanwege de verschuivende drukkrachten beneden naarmate de planeetmantel verder instortte.
Quath vluchtte in de drukte van het werk. Ze maakte vrijwillig overuren bij de feedback-stabilisatiemonitor. Schuin naar voren hangend om het groene rimpelscherm in zich op te nemen voelde ze de neerdrukkende holte van het leven wegdrijven. De dingen hadden dan misschien geen verlossend aspect, maar dit was er in ieder geval wel: gonzende activiteit verborg het feit dat die activiteit uiteindelijk niets betekende. Naarmate de stroom kernmetalen door de Sifon regelmatiger werd, verhief de Korf zich hoger. Quath keek vanuit een kijkblaas toe. De grond onder haar zwoegde en brak en er spoten stoffonteinen uit. Het land kreunde. Steentjes ratelden tegen de onderbuik van de blaas. Dieren wankelden in paniek weg terwijl heuvels inzakten. Onder hun poten openden zich afgronden.
Quath voelde haar rustende draden huiveren en keerde de chaos buiten de rug toe. Beq'qdahl wikkelde zich handig in een web en zei: °Een mooi schouwspel.°
°Ja.°
°Ik denk dat we morgen aan de mijnbouw beginnen.°
Quath gunde zich een blik op Beq'qdahls grote, harige massa. °Daar kijk je naar uit?°
°Dat doet toch iedereen? Dan kun je tonen wat je zelfstandig waard bent.° Quath had nog nooit op die manier aan mijnbouw gedacht, maar Beq'qdahls zelfverzekerdheid maakte dat punt duidelijk. Bij elke keer dat de Sifon zoog, werd de korst opgewoeld en kwamen nieuwe lagen zeldzame mineralen bloot. Voor het thermoweb, dat in een baan rond de planeet geweven werd, waren vele ertsen nodig. Het vlechten van de enorme banden koudgeprofileerd nikkelijzer vereiste hechtingen en lassen, zodat vrachtschepen een voortdurende stroom gemengde materialen van het oppervlak omhoog brachten.
Daarbij hielpen veroverde mechschepen en een groot station in een baan rond de planeet. Quath en Beq'qdahl waren allebei zo bevoorrecht geweest dat ze vluchten naar het veroverde mechstation mochten uitvoeren, en nooit waren ze dichter bij de plek geweest waar de baanwevers hun behendige magie bedreven.
Maar op dat soort hooggeplaatste arbeid mocht Quath nu niet meer hopen. Alle meerpoters op de planeet dienden nu de nieuw aangeboorde, rijke lagen op te sporen. Iedereen die gemist kon worden, werd prospector.
°Vervelend werk,° zei Quath.
°Dat zeggen degenen die het niet goed kunnen.°
°Ik concentreer me liever op de Sifon.°
°Dat is alleen maar gepuzzel. Daar zit geen pit in.°
°Intellectueel is het moeilijker om...°
°Je intellectuele geloofsbrieven zou ik nooit in twijfel durven trekken.°
Beq'qdahl liet haar slurf sarcastisch hangen en prikte er brommend spuugvoedsel aan. °Vooral niet na je briljante ondervraging van de Tukar'ramin.°
Quath zette haar voelsprieten op. °Ik zocht antwoorden.°
°Op larfstomme vragen. Wat kan het je schelenr° Beq'qdahl plukte een mijt van een vochtige gladdraad.
°Dat kan me alles schelen.°
°Geklets, alleen maar geklets. We zijn hier om iets te doen.°
°Maar waaróm, als... °
Beq'qdahl boog zich gracieus en met zoemende hydrauliek naar haar toe. °Het doel, spleetoog, is in een planeetbaan te komen. Om te weven, en niet om als een larve op de grond te kruipen.°
Quath bedacht een antwoord en zag toen plotseling dat Beq'qdahl bestemd was voor het succes. Beq'qdahls gladde, succesvolle, onscrupuleuze gedrag kostte haar geen enkele moeite omdat ze in contact stond met diepere bronnen. Zij voelde hoe de dingen werkelijk waren. En in die glasheldere wereld was de Synthese geklets en het Resumé de belofte van een schep suiker om kinderen zoet te houden, niet iets dat meerpoters erg lang serieus namen. Die wereld was echt. Meedogenloos echt.
7
Oproep tot verzamelen, luidde het piepen dat Quaths concentratie doorsneed. Krakend liep ze over verkruimelende slak op zoek naar zilvergroene strepen.
Oproep tot verzamelen.
Ze liet een naald in het afschilferende zilvergroen glijden, voerde een meting uit en klepperde gefrustreerd met haar oorbeentjes. Geen palazinia. De vondst van een ader palazinia, de zeldzaamste van alle hechtpasta's, zou fantastisch zijn geweest. Dit afval met zijn valse glans was - Quath gaf er een trap tegen — waardeloos.
Oproep tot verzamelen.
Ze antwoordde met bange voorgevoelens.
Samenkomst!De nobele Beq'qdahl heeft een diepe ader...
Woest zette ze de boodschap uit. Een nieuw wapenfeit van Beq'qdahl. Dit was de vijfde belangrijke vondst sinds het begin van hun prospectie en mijnbouw - allemaal van Beq'qdahl. De meeste andere meerpoters werden aan het werk gezet om Beq'qdahls vondsten te exploiteren, waardoor Beq'qdahl ruim baan kreeg om nog meer te vinden en zich nog verder op de voorgrond te werken. Quath had erover gepeinsd de prospectie op te geven — zij was niet goed in speurwerk en kloste en dwaalde waar ze als een fret heen en weer zou moeten schieten om in elke spleet te loeren - en mijnwerker te worden. Maar iets in haar binnenste maakte dat ze doorging en bleef proberen om Beq'qdahl te overtroeven. Zó makkelijk gaf ze het niet op. Als ze alleen maar...
Quath'jutt'kkal'thon. Oproep!
°Ik werd opgehouden. Ben op weg naar... °
Nee. Geen samenkomst. Ga terug naar de Korf. Naar de Tukar'ramin.
Langs glibberige draden gleed de Tukar'ramin — een grote, glinsterende massa gepolijst staal en korrelig pantser — omlaag. Gutsen warm welbehagen verspreidden zich door Quath toen voeldraden in haar geest drongen en alles voelden. Nerveuze, trillerige spanningen werden gladgestreken.
°Verheug je, kleintje.°
°Allen loven uw aanwezigheid.°
°Geen formaliteiten, alsjeblieft; die bedrukken de geest met een schijn van betekenis. Verheug je, want je hoeft niet langer door het verkruimelde land te sloffen. Ik weet dat je daarvan niet houdt.°
°Is dat... zo makkelijk te zien?°
De Tukar'ramin trok Quath dichterbij en overspoelde haar met troost en vergiffenis.
°Je twijfels maken elke stap die je zet, slepend.°
°Ik heb me op mijn taak gericht.° Haar woorden klonken stijver dan ze bedoeld had, maar vanuit een gevoel van waardigheid klampte Quath zich aan haar zin vast.
°Waarom hul je je altijd in zoveel ernst?°
°Ik...° Ze aarzelde. Hoe kon ze dit meest omvattende van alle schepselen zeggen dat het knusse universum een draaikolk was die hen allen omlaag zoog naar het niets? °Ik ben maar een gewone vierpoter en werk zonder anderen.°
°Maar ook Beq'qdahl werkt zonder anderen en zoekt zeldzame aarden. Haar poten schuifelen niet zoals de jouwe.°
Alweer Beq'qdahl! Ze zei preuts: °We hebben allebei onze eigen manier.°
°Maar niemand van jullie is alleen!° Zwak, afkeurend, geïrriteerd. °Allen zijn we gebonden aan onze grote, uiteindelijke taak. De thermo-weefsels die we rond deze ster aanbrengen, zullen zijn brandende energie stevig vasthouden. Onze medemeerpoters zullen de knetterend-razende elektrodynamica van het Galactisch Centrum hier in de buurt spoedig aan zich onderworpen hebben. Spoedig zullen we al die energieën combineren. Zodra we aldus bijeen zijn en de mechs zijn verjaagd - en wie twijfelt na onze grote overwinning hier nog aan het welslagen daarvan? - kunnen wij die getemde kracht gebruiken om met andere Sterrezwermers in verre melkwegen te communiceren.°
°Dat bevat ik volledig. Toch...°
°Ik zie dat je dat niet doet. Wij omspannen de melkweg om de materie betekenis te geven. Niet simpelweg in onze eigen geest - in de kastelen van de belegerde rede - maar in de sterren zelf.° Ze gaf het achtpotige teken. Quath schuifelde onrustig en wist niet wat ze moest zeggen. °Ik voel dat je onbehagen is gebleven.°
Quath zond een scherp bevel naar haar porrende ondertaakbrein en probeerde diens zenuwachtige dans tot bedaren te dwingen. °Ik, ik heb geen vector.°
Toen de Tukar'ramin opnieuw het woord nam, gaven bonte hormoon-gutsen een nieuwe zwaarte aan haar galmende woorden. °Jij bent een uiting van een zeldzame karaktertrek in ons ras, Quath'jutt'kkal'thon.° Uit angst dat alles aan het licht zou komen, antwoordde ze: °Mijn twijfels zijn maar tijdelijk. Dat verzeker ik u... °
°Nee. Het diepe geheim achter onze expansie vanuit ons thuisstelsel zal ik je nu onthullen. Lang geleden ontmoetten we een ras van kleine wezens, die ons de aard van de komende mechaanval uitlegden. Onze wijzen uit die tijd begrepen wat onze eigen luie aard betekende: dat we voor de mechs zouden vallen. Dus combineerden we genetisch materiaal met dat van de kleine wezens om onze agressieve kant te versterken.°
°Dan moeten ze heel fel zijn geweest.°
°Dat waren ze ook. Ik weet niet welke fysieke verschijningsvorm ze aannamen, maar ze waren zowel listig als vasthoudend. Toen we die subtiele karaktertrekken uit hun DNA selecteerden - want allebei bezaten we die fundamentele spiraaldrager — namen we noodzakelijkerwijs ook andere aspecten van hen over. Een daarvan is het vermogen tot twijfel, tot vragen stellen.°
°Maar ik heb ook hun felheid,° zei Quath met valse bravoure.
°Misschien. Maar je bent beslist de zeldzame vorm die we Wijsgeer noemen. De conventionele wijsheid van de Synthese, zoals doorgegeven door de Verlichten, is voor de meesten voldoende. Zelfs degenen die er niet in geloven - zoals Beq'qdahl - functioneren in die context goed. Maar het leiderschap van ons ras hangt van de Wijsgeren af.°
°Leiderschap?°
°Uiteindelijk, ja - als je de zoekende geest bezit die we nodig hebben.°
°Ik... ik... °
°Die diepe karaktertrek is de reden dat je na Nimfur'thons branddood in zo'n diepe wanhoop bent gestort. Dat brengt pijn, maar kan ook wijsheid brengen.°
°Die erfenis is een vloek,° zei Quath bitter.
Op de grote gerimpelde huid van de Tukar'ramin flitste een hormooncode op. °We zullen je een nieuwe korst geven. Een kleine toevoeging voor je nieuwe taak.°
°De prospectie...°
°Is geestelijk ongeschikt voor je. Vanwege de mijnbouw komen we in de Korf arbeid te kort. Hier voel ik je beter terwijl je werkt. Daar... heb je de code? Wend je tot het Factotum en laat je met je nieuwe gereedschap bekorsten.°
Een gebaar maakte Quath duidelijk dat de audiëntie ten einde was. Ze snelde weg. Van prospectie bevrijd! En een bekorsting... !
Afgezien van promotie - wat de toevoeging van een poot betekende -was bekorsting het hoogste eerbewijs aan een meerpoter. Quath kon er in de broedplaats mee pronken en haar toevoeging vertonen zonder die stoutmoedig te hoeven aankondigen. Heel beslist een plus. Ja. Haar stemming verbeterde.
Quath haastte zich kletterend langs Danni'wer naar de dichtstbijzijnde terminal. Ze toetste het codenummer in en wachtte met zoemende servo's op het nieuws. Later, als ze meer tijd had, kon ze peinzen over het vreemde nieuws van haar karakter. Ze was immers een Wijsgeer — wat die vreemde aanduiding ook mocht betekenen.
Het scherm flikkerde rimpelend ivoorkleurig op. Het beeld van een nieuw stuk gereedschap kwam op.
Braaksel steeg in Quath op, een bijtend blauw dat langs haar borstschild schuurde. Voor haar ogen zweefde een nietpistool. Een simpel, hersenloos stuk gereedschap. Een korst voor onnozelen, zó nederig dat het een belediging was.
8
De dagen gingen voorbij, maar elk uur schrijnde.
Quath maakte af en toe nuttig gebruik van haar nietpistool door machines en kratten tegen de wanden van de Korf te nieten in gezelschap van een bende robots die ze leidde. De kleine Korf-schepsels piepten en protesteerden in hun stotterende minitaal. Steeds als toevallig een bekende voorbijkwam, voelde Quath een steek van verlegenheid. Maar mettertijd vervaagde dat. Ze was immers aan het werk, net als alle andere meerpoters, en langzamerhand begon ze te beseffen dat dit de juiste plaats voor haar was. De feiten waren best hard, maar stevig genoeg om op te slapen.
Quath trok zich niets aan van de manier waarop sommige talrijkpoters gesprekken met haar tegenwoordig opzettelijk vermeden. Er was tenslotte altijd wel iemand om mee te praten. Eigenlijk waren de talrijkpoters ook afstandelijk en saai: ze stelden alleen belang in hun rijke mechanische opsmuk en in hoe er nog één bij te krijgen.
Eonen geleden had dit vast een goed idee geleken, bedacht Quath: breid ouder wordende meerpoters uit, zodat je hun ervaring kunt blijven gebruiken en hun stijver wordende ledematen stutten. Maar tegenwoordig pronkten die bekorste mammoeten meer dan dat ze werkten. En voor Quath haalden ze hun neus op; een vierpoter die tussen breinloze robots ploeterde, liepen ze ongezien voorbij — maar diezelfde Quath wist dat deze glimmende talrijkpoters onvermijdelijk voor eeuwig zouden verdwijnen, hoeveel pezige spieren en verstopte aderen ze ook vervingen. Toen Quath op een avond door grijze verbindingsaderen alleen terugkeerde naar het gemeenschappelijk web, passeerde ze een ploeg mijnwerkers en prospectoren. Een van hen riep: °Kom je opwachting maken!°
°Bij wie?° vroeg Quath moe.
°Beq'qdahl! De Tukar'ramin heeft onze vriendin daarnet gezespoterd!° °Vanwege wat?° Quath hoorde nooit nieuws. °Je spot, muurnieter. ° °Nee. Vanwege wat?°
°Ze vond vandaag een nieuwe, rijke ader palazinia.°
°Ik begrijp het. Een fortuinlijke vondst.°
°Meer dan alleen fortuinlijk! Vakmanschap! Trilharen die het zeldzame opsnuffelen. Dat gaan we vieren!°
Beq'qdahl kwam in zicht. Drie meerpoters begeleidden haar. De nieuwe poot glom zilver en Beq'qdahl boog er zich naartoe. Ze gebruikte haar gewrichten goed en vertoonde kleurvlekken op haar keel die bijna overtuigend nederig waren. Maar haar benevelde blik dreef, onbeheerst door haar verzadigde brein, willekeurig in het rond. °Ga met ons mee, Quath'jutt'kkal'thon.° Haar stem was dik van overmatige viering.
°Ik ben nogal moe... °
°Wll je soms niet vieren?° riep een vierpoter. °Beq'qdahl is dubbel bevorderd, cicada. Een zeldzame eer!°
°Dat besefik.°
°Jij bent nijdig omdat Beq'qdahl nu zespoter is, en jíj nog steeds vierpoter! Dát is het, nietwaar?°
°Ik ben echt niet in de stemming... °
°Larve! Rotte cicada° De waggelende vierpoter strompelde dreigend naar Quath.
Quath schoot opzij. Iemand anders liet een zure, minachtende wind en spuwde een gele, bijtende wolk uit. Beq'qdahl wendde onverschilligheid voor en bestudeerde de korrelige wanden.
Quath dook een zijgang in en vluchtte naar de vochtige, zachte, gemeenschappelijke legerstede om te slapen. Slaap.
Maar de slaap kwam slechts bij vlagen en werd achter haar ogen met hete bliksems doorschoten.
Quath woelde en omklemde haar gladde bedweefsels. Af en toe werd ze wakker en dan was het net de lange Droomtijd, toen ze op ver beneden de lichtsnelheid van hun thuiswereld vertrokken. Ze hadden toen in zwaaiende paarlmoeren zakken gehangen, reisden door hun nietslaap met vertraagde lichamen en geesten, en dreven tussen door mist geteisterde visioenen die later maar het best vergeten konden worden... Vlak voordat het dag werd, stierven de verre geluiden van Beq'qdahls viering eindelijk weg. Quath verwachtte eindelijk te kunnen slapen. In plaats daarvan werd ze algauw met tintelende voelsprieten wakker en werd ze door een visioen overspoeld.
Een oude en verschrompelde Tukar'ramin die onderricht gaf. Niet de taaie, omvattende Tukar'ramin die ze kende, maar een bevende, oude meerpoter die mechanisch de wijsheid uit een dood verleden herhaalde. Ondanks de technische magie die toestond dat de Tukar'ramin heelde en de afgrond tussen breinen overspande, was ze alleen nog maar oeroud.
In de droom had de Tukar'ramin beschreven hoe de mechs zouden vallen voor de meerpoters en de snijdende Kosmische Cirkel, door het triomferende leven verslagen.
In de droom had Quath geroepen: U weet dat onze opdracht leeg is! en de geschokte Tukar'ramin viel krakend uiteen in koper en keramiek en kraakbeen en stukken verschrompeld bot. Haar borstschild en antennes kletterden op de vloer van de broedplaats. Ze viel en viel en viel... eindeloos, en onder het gewicht van de meedogenloze tijd werd haar gezag vermalen tot niets.
Bij het wakker worden zag Quath één opflikkerend moment lang dat haar obsessie voor de dood een sleutel bevatte. Op een of andere manier had die te maken met alle gebeurtenissen hier in het Galactisch Centrum. Maar hoe? Daarop gaven de spoortjes Wijsgeer waarmee ze dun doorschoten was, geen antwoord.
9
Opnieuw zoog de Sifon hard. Opnieuw kraakte de schil van de planeet en spuwde enorme pluimen bruine rook uit.
Ze hadden geluk dat deze wereld geen grote oceanen bezat; anders zou, steeds als de Sifon brandde, een ander deel van de verfrommelde korst overstroomd zijn geraakt, wat mijnbouw verhinderde. Dat feit was een van de criteria geweest om deze wereld uit te kiezen voor het thermoweefsel - belangrijker dan de afwezigheid van manen, wier scheurende werking handige bouwmaterialen zou hebben opgeleverd. En bovendien draaide een vreemd, oeroud bouwsel in een baan rond de evenaar, en voor de meerpoters zou dat later nog nuttig kunnen zijn. Maar op dit moment was er nieuws van verstoringen op grote hoogte. De meerpoters gebruikten het veroverde mechstation als vrachtstation. Maar iets was het depot binnengedrongen en vertraagde de transporten. Dat nieuws maakte voor het gewoel van de Korfarbeid niet veel uit. Quath dacht over problemen op deze schaal niet na, hoewel ze nog steeds snakte naar werk in de ruimte - boven het zieden van stof en zwaartekracht. Ze verrichtte haar taken en zocht troost in haar verwondering over hun voortgang buiten haar Korf.
De meerpoters hadden het licht van deze gele ster al voor een klein deel gevangen. Hun weven vond in de ruimte plaats en bracht brede vlakken tot stand met ribben van lichtgevoelig silicium. Als het weefsel gereed was, diende het natuurlijk alleen maar als geraamte voor latere expedities. Ze zouden de planeten tot licht-absorberende materialen scheuren - een saaie taak, maar voorbereiding voor het temmen van de totale sterreflux.
Tegen de tijd dat dat gebeurde, verwachtte Quath allang dood te zijn, en de droom van Sterrezwermers die tijdens het Resumé de melkwegen overbrugden, was wat Quath betrof allang stof. De anderen zagen dat niet, of hadden er geen belangstelling voor. Weten dat je ooit op een dag zou sterven, was tot daar aan toe; erger was 's nachts wakker worden en je harten voelen bonzen. Diep in je subtaakbreinen duiken en voelen hoe prikkelende zuurstof je bloedstroom binnendrong, hoe weefsels langzaam en traag zoemend hernieuwd werden, hoe titanium en kraakbeen elkaar met een rukje ontmoetten, hoe opgeslagen calorieën doforanje verbrandden... en weten dat dat eens ophoudt en dat je dan in duisternis stort.
De herhaling van die sombere momenten nam iets van hun scherpte weg. Quath begon zichzelf te zien als een simpel wezen dat zich nederig boog voor de harde feiten van het leven. Ze zwoegde met de ratachtige robots, gebruikte haar zware nietpistool als grote kracht vereist was, volgde bevelen op en bemoeide zich nergens mee. Uit gemompelde transmissies in de gangen van de Korf ving ze berichten op over Beq'qdahls successen. Beq'qdahl is in opkomst, merkten de talrijkpoters op. Alsof Beq'qdahl een zoet gebak was dat in de oven stond te rijzen en zijzelf indirect de bakkers waren. Voor Quath deden die zaken geen pijn meer.
Ze was dus ook niet verstoord toen de werkploegen gereorganiseerd werden en de Tukar'ramin haar bevel gaf Beq'qdahl als gereedschapdrager te begeleiden. Een jonge Wijsgeer zijn betekende nog geen bevrijding van het harde leven.
De omvangrijke Beq'qdahl liep ratelend en met krabbelende poten op de stenen voor haar uit.
Haar halvemaantjes van fosfor maakten vlekjes daglicht in de nacht. Quath wankelde achter haar aan en schrok van elke trilling van de rots
— bang dat een nieuwe aardverschuiving begon. Boven hun hoofd hing de Kosmische Cirkel met een doffe aura omdat hij niet in werking was. De scherp omlijnde sterren waren ogen die uit een opslokkende afgrond staarden.
°Schiet op. Ik wil dit uitsteeksel sonderen.° Beq'qdahl zond alleen afgebeten, efficiënte boodschappen.
Beladen met akoestische sensoren werkte Quath zich moeizaam naar voren. De Tukar'ramin had Beq'qdahl een volledig analytisch laboratorium gegeven, zodat ze in het veld proeven konden doen. De onderdelen
daarvan waren omvangrijk. Quath droeg ook Beq'qdahls extra aanjaagraketten, zodat ze konden ontsnappen als magma over de verkreukelde heuvels spoot.
°Snel... een differentiaalspectrometer.°
Quath haalde hem voor de dag. De dag brak aan met een zon die achter steeds dunnere wolken rijpte. Quath dacht aan Nimfur'thon en hun dartele uitstapje in dit land, dat toen nog groen bespikkeld was. Vreselijk lang geleden.
Van achter een schuinhangende rotsplaat kwam een kudde dieren aan-gekuierd. Het was verwonderlijk, dacht Quath, dat zij het deinen van de grond overleefd hadden. Bij de volgende ronde van de Sifon kwam zeker een einde aan het leven op deze wereld. Iets jankte voorbij Beq'qdahls hoge toren.
°Geef me geen duw.°
°Deed ik niet.°
°Ik zei... °
De dieren verspreidden zich snel tussen de wirwar van rotsblokken. Iets bonsde tegen Beq'qdahls flank. Een poot gaf een ruk van pijn. °Gooien ze stenen?° vroeg Beq'qdahl.
°Nee, dat zijn wapens.° Quath voelde een hete pijnscheut. Een nieuw schot zoemde langs Beq'qdahls bronzen toren. °Dat zijn meer dan dieren.°
°Een redelijke veronderstelling,° antwoordde Quath mild.
°Maar volgens de Tukar'ramin waren er geen belangrijke Nullen! Geen
beschaving. Geen bouwwerken. Alleen mechs.°
°Inderdaad.°
Twee snelle schoten raakten Quaths zij. Ze trok een gekwetste voelspriet omhoog. Daaruit droop zoutig pus.
°De inspectie was kennelijk oppervlakkig,° zei Quath kalm. Jij walgelijke arachnide! Ze hebben wapens.°
°Ja, en zelfs met een sterk doordringende kracht. Eenvoudig, maar... °
Beq'qdahls schrille kreet doorsneed de lucht. Haar vijfde poot barstte als
een vrucht open en er boerde smerige rook uit.
°Ik ben gewond! Ik ben gewond! Help me met de raketten.°
°Een onbelangrijke breuk.°
°Onbelangrijk? Ik heb pijn.°
°Je afvalsysteem is gebarsten.°
°Geef me de extra raketten!°
Quath viel plotseling voorover. Haar achterschot rimpelde rond twee stomende gaten. °Overeind! De raketten!°
°H-hier.°
Beq'qdahl gespte de blauwe cilinders om. Scherpe projectielen rinkelden op haar pantser.
°Als je boven die Nullen bent... ° Quath sprak langzaam, °laat dan je uitlaat over de grond spoelen. De vlammen zullen... °
°Zo manoeuvreren dat ze mijn onderbuik kunnen raken?° Ze lachte wrang. °Jij bent een échte larve.°
°Blijf dan. We kunnen misschien over hen heen rijden en hen verpletteren...
°Vlucht, dwaas! Dit is onze taak niet. Nullen verwijderen vraagt echte wapens.° Beq'qdahls infraroodantennes wiebelden en werden met een schrapend geluid weggeschoten. °Ach, wat een pijn. Ik ga weg!°
°Ik... ik zit hier vast.°
°Ik ga vooruit en haal hulp. Ga jij... zover als je kunt en wacht.° Haastig beëindigde ze haar zin en maakte zich klaar. Vlak om haar heen zoemden schoten.
Quath voelde iets stekends in haar derde poot dringen. Die grijze dieren - nee, Nullen, verbeterde ze zichzelf - kwamen dichterbij. Ze verspreidden zich. In hun kleine voelsprieten glom metaal.
Toen Quath weer naar de hemel keek, was Beq'qdahl nog maar een geel puntje dat een boog naar de verre Korf beschreef. Zelfs als Quath raketten had gehad, zou ze kostbare tijd verliezen aan het overwinnen van haar eigen subbreinen. Haar vliegangst was bijna onbeheersbaar. Gelaten zonder wapens om hen te verdrijven wijdde ze zich weer aan haar studie van de Nullen. Kleine hagelkorrels vraten - snik!ping!- aan haar huid. Ze hees haar eigen aanjagers op, sloot ze tot bussen, en schudde de felle projectieltandjes af waarmee de Nullen in haar leken te bijten. Klein, maar heel veel.
Toen ze haar gelede telescooparm bewoog, viel haar blik op iets. Haar nietpistool glansde in het vroege ochtendlicht.
Het nederige pistool dat gevorkte nieten in de rots van de Korf dreef. Geen enkel wapen...
Quath begon te rennen. En bleef toen staan. De Nullen konden haar immers volgen. Als ze bleef staan, bewaarde ze in ieder geval haar waardigheid, zij het misschien niet haar leven.
Quath draaide zich om en zag het tij van piepende Nullen haar insluiten. Iets in haar verlangde daarnaar.
Ze hief het nietpistool en keek met drie ogen door het vizier. Midden in haar brandpunt viel een Nul aan, en ze schoot. De niet spleet een rotsblok maar miste de Nul. Ze stelde bij. Schoot. Opnieuw mis. Quath voelde een vreemde, geruststellende kalmte. Schoten raakten haar voelsprieten, en een ervan brak weg. Rustig kalibreerde ze en richtte. Het pistool bokte. Een Nul zakte ineen en viel in een greppel.
Het volgende grijze doelwit sprong zigzaggend op en neer. Quath compenseerde, raakte het ding met haar derde schot en schoot het doormidden. Onder de grijze huid droop vocht.
De Nullen brachten een hoog, koortsachtig gepiep voort. Vele zochten dekking achter rotsblokken. Quath schoot er snel drie neer. Hun wapens bestookten haar en die prikken vraten aan haar concentratie. Ze doodde er nog vijf.
Nu kwamen ze massaal opzetten en schoten als mijten van de ene beschaduwde dekking naar de andere. Nieten ploegden door de zachte, ongepantserde Nullen.
Haar zijkant rimpelde en een harde pijngolf schoot door haar heen. Ze wankelde hijgend. Uit twee poten borrelde olie. Haar afstandbediende hydraulische cilinders reageerden niet meer. Ze zat in de val. Ze schoot opzij om een vijandelijke uitval te ontwijken en een zwaar salvo sloeg haar tegen een rots. Haar lenzen raakten beslagen. Zuurstofprocessors raspten. Vurige vingers rukten aan haar ingewanden.
Hier is het, dacht Quath. Ik heb het ontmoet. Zwartheid drong op.
Drijvend...
Zwemmend...
De duisternis kwam... langzaam... langzaam.
Maar de tijd tikte door.
In haar vage zintuigmoeras voelde Quath een bries koele lucht zoals de plasmawind die de stofwolken tussen zonnen in beroering brengt. Waterige beelden dreven in haar ogen. Ze oxydeerde suikers met salpeterzuur en spleet haar eigen inwendige slijmblazen om het mengen te verhaasten. Ze zwoegde...
Met een steeds toenemend lawaai sloegen haar aanjaagraketten aan en de gele vuurkolommen zongen. Een koude, felle vreugde barstte in haar los. Ze landde onvast. De Nullen zwermden achter haar aan. Ze bracht zichzelf met koele zekerheid in positie en richtte. Schoot. Gevorkte nieten beten in de Nullen. Rinkelend, rommelend, opspringend bewoog ze zich voort — en vloog opnieuw al schietend op haar raketten verder.
De Nullen in hun grijze kleding ontploften als de nieten hen raakten. Ingewanden spatten over verpletterde rots.
Terwijl zij onder haar nietenregen sneuvelden en met minuscule stemmetjes schreeuwden en raspend naar een laatste ademtocht hijgden, welde een prettige koorts in haar op.
Quath dwong hen achterwaarts het terrein over. Hun schieten vertraagde en hield op. Ze vluchtten. Quath draaide rond en en zocht de laatste paar overgebleven grijze vlekken. Blatend van angst en weinig hoger dan dieren doken ze in hun schuilholen ineen.
Elk van hen werd een klein, afzonderlijk detail waarmee Quath met een snel, scherp gestotter van haar nietpistool afrekende. Allemaal kwamen ze met een kleine uitroep aan hun einde - alsof wat hen te wachten stond, een verrassing was.
Toen ze de laatste doormidden had gesneden, bleef Quath hijgend en met verwarde geest staan. Ze maakte een haak en een lijn aan een Nullichaam vast dat nog heel was en hees het op om het beter te kunnen bekijken. In de doodse stilte van het slagveld kraste haar aandrijfservo en eiste olie. Haar gewrichten beefden van inspanning. Het Nullichaam draaide aan de haak. Quath plukte aan de grijze huid. Die was vliesdun en scheurde weg.
Het grijze pak werd afgepeld op dezelfde manier zoals deze wereld spoedig een lege dop werd. De Nul gleed eruit.
Aanvankelijk zag Quath alleen de bungelende aanhangsels met hun onhandige, gespleten uiteinden. Twee om te lopen en twee om te werken. De gewrichten waren tot op zekere hoogte draaipunten en konden beslist niet veel druk weerstaan.
Maar terwijl Quath het schepsel bestudeerde, kon ze aan de rimpels en knoopwerken van de huid zien hoe het ding leefde. Plekken stremsel op de middelste gewrichten van de kortere poten bewezen slijtage. Een schimmelachtige groei boven en onder de ogen diende om rond het kleine brein de warmte vast te houden. Een andere donkere plek, nog lager, om een wirwar van gereedschap vast te houden.
Quath speurde het fijne vachtpatroon af dat rond het lichaam was geweven en volgde de lijnen die op waterlijnen leken als het ding zwom. Een mooi ontwerp. Deze Nul was dus een zwemmer, maar kon in zekere zin ook lopen.
Ze klemde de schedel vast en draaide het ruggegraatgewicht tot ze een klik hoorde. Ze stuurde een subsonisch gezoem door het lijk. Zorgvuldig trok ze de schedel omhoog. Het skelet kwam los en gleed uit het vlees.
Voor Quath bracht dit gebaar een nieuw en prachtig visioen met zich mee. De kalkachtige botten waren niet grof en zwaar. Ze leken verfijnd gedraaid en pasten mooi in elkaar — dun waar een overmaat het beest zou vertragen, en sterk waar draaimomenten en andere krachten hun as vonden.
Het midden bestond uit een dunne kooi van kalkroeden. Ribben. Die liepen uit in een bros en nauwkeurig afgesteld weefsel: een lied van gedetailleerd ontwerp en schitterende orde dat Quath door alle webkruisingen voelde trillen.
Toch was dit Nulding ongedierte. Het kroop over de grond en zag waarschijnlijk nooit de sterren. Het had op zijn hoogst de verwaarloosbare rijkdommen van zijn zielige kleine planeet in bedwang gekregen. Zijn primitieve wapens waren nauwelijks beter dan de tanden en hoeven van stompzinnige dieren.
Quath draaide het skelet vol verbazing rond. De zwakke, twijfelende stemmen binnen in haar werden door een koor overspoeld. Ze veegde het sombere landschap van bekrompen logica opzij, en daarmee de angsten die haar geregeerd hadden.
Hier werd dan eindelijk de waarheid geopenbaard. Haar geloof keerde terug.
Hier weergalmde rede. Een universum dat zoveel zorg besteedde aan walgelijke, nutteloze Nullen zou dat hele drama zeker niet van zijn zin beroven door alles weer weg te gooien, door het duister alles te laten opslokken, door Quath'jutt'kkal'thon uiteindelijk te laten falen en sterven.