Strange life

Een week van zachte verbazing. Het alsmaar vreemder wordende nieuws dwarrelt door mijn winterende hoofd. Onze veel te dikke honden en katten moeten met spoed op dieet en in Lelystad kunnen ze naar een heuse dierendiëtiste. In Duitsland is een datingbureau voor eenzame en depressieve papegaaien, een enorm succes. In China kan je een gezonde nier bestellen. De donor moet alleen nog even worden doodgeschoten. Dan is de nier wel vers. Ik heb liever een verse scharrelnier dan een uit de diepvries. Meestal is de donor een afgeknalde crimineel. Hoe klopt het hart van een moordenaar? Vreemd leven.

Over vreemd leven gesproken! Volgens het Algemeen Dagblad worden vrouwen onder narcose massaal gevingerd door gynaecologen, assistenten en co-assistenten. Als ik de krant moet geloven staan ze dagelijks in rijen van vier opgesteld voor de diverse operatietafels. Het anaal toucher wordt vaak gelijktijdig ook nog even meegepakt. De patiënte weet meestal van niks. Die hoopt van haar pruttelende eierstokken of bloeiende vleesboom verlost te worden en weet niet dat ze door de medici en hun leerlingen eerst even gebruikt wordt als oefenpop. De meeste vrouwen die ik ken, verlangen doorgaans naar een vrolijke vinger als ze níet in coma liggen, maar dan komt het er zelden van. Vreemd leven.

En opeens denk ik: moet ik Gretta een gelukstelegram sturen nu Hamas met Palestijnse vlag en wimpel de verkiezingen heeft gewonnen? Is het zondag feest in de Nederlandse voetbalstadions, waar men maar al te graag Hamas, Hamas, Joden aan het gas mag zingen? Ziet de gemiddelde hooligan het ook een beetje als zijn overwinning? Vreemd leven.

En een vreemde dood. Vorige week overleed de oud-burgemeester en ex-voetbalbobo Jos Staatsen. Gezien het grote aantal rouwannonces hield de man wel van een schnabbeltje. Eén advertentie sprong er echter uit en dat was die van de firma Boer & Croon. Jos heeft daar een aantal jaren gewerkt. Schaamteloos vertelt dit bedrijf in deze rouwadvertentie wat voor geweldig werk het allemaal doet. Het is een zogenaamde Strategy and Management Group, doet het goed op het gebied van corporate finance en executive interim management en heeft daar, zoals het zelf borstkloppend schrijft, erg veel succes mee. Strategy and Management Group en corporate finance en executive interim management is de straattaal van Rita Verdonk. We hebben het over een rouwadvertentie. De aankondiging dat er iemand is heengegaan. Een mens, een inspirerend en integer collega. Dit alles is opgeschreven door volwassen mensen. Sommigen hebben zelfs gestudeerd en geven serieus leiding! Vreemd leven? Af en toe verbijsterend zelfs.

Voor de grap ben ik even naar de website www.boercroon.nl gegaan en moest doorlopend gniffelen om woorden als riskmanagementimplementaties, practice healthcare en corporate communication. Wat een schatjes.

Ajax-voorzitter Jaakke werkt er ook. Misschien kan hij zijn club adviseren om zich niet meer te richten op het verkopen van Ajax-koffie of het verstrekken van Ajax-leningen, maar op het maken van doelpunten. Vreemd? Lijkt mij niet.

Over dood gesproken. Deze week overleed de gerenommeerde platenproducer Rine Geveke. Zij was tot eind jaren zeventig in dienst van Phonogram en produceerde daar duizenden platen, waarvan er werkelijk tientallen miljoenen verkocht zijn. Van Wim Sonneveld tot John Woodhouse tot Willy Alberti tot het Volendams Operakoor tot Conny Vandenbos tot alle musicals van Annie M.G. Schmidt. Noem een artiest uit die tijd en zij zorgde ervoor dat zijn of haar werk goed werd vastgelegd. In 1964 ontving zij de Gouden Harp. Haar laatste plaat was mijn eerste. Zij ging met pensioen en ik begon aan een vrolijke carrière. Toen ze afscheid nam, werd er voor haar een receptie in het Amsterdamse Concertgebouw gegeven en stond er een geduldige rij tot ver voorbij Bodega Keizer. Iedereen wilde deze bijzondere en aardige vrouw de hand schudden. Daarna heeft ze nooit meer een stap in een platenstudio gezet. Afgelopen week is ze op negentigjarige leeftijd overleden en bij haar crematie was op haar verzoek, behalve een paar familieleden, niemand. Mooi contrast met de rij bij het Concertgebouw. Vreemd? Nee! Mooi? Hartstikke mooi zelfs.

Klok kijken

Als ik deze week iets over Allah wil schrijven, kan ik deze pagina uit veiligheidsoverwegingen beter maagdelijk leeg laten, hoewel de fundamentalist dat kan uitleggen als het ontkennen van zijn God. Wie weet word ik dan alsnog aan een kromzwaard geregen.

Nee, ik ga het hele weekend aan Boris Dittrich en de parmantige Pechtold zitten denken. Wat zijn dat een natte winden. Ze zijn niet eens uitgelachen, maar uitgehoond, gek gegierd en weggeproest. Het schijnt dat de leden van de Tweede Kamer hebben afgesproken dat ze vanaf nu per keer dat een van deze twee D66’ers aan het woord komt met zijn allen heel hard gaan bulderen. Waar het over gaat maakt niet uit. Alle leden gaan heel hard lachen en zwaaien. Uitbundig zwaaien. En dat houden ze vol tot de heren overspannen zijn vertrokken. Boris heeft dat moment niet afgewacht en heeft inmiddels zijn gehavende biezen gepakt. Nu de parmantige Pechtold nog.

Pim Fortuyn had het vaak over politici met meel in de mond, maar afgelopen woensdag zag ik Pechtold in Den Haag Vandaag met de hele wintervoorraad van de Koopmans meelfabrieken in zijn kakelende waffel. Hij tetterde iets politiek corrects over allochtonen en hoe die in de toekomst in de politiek geïntegreerd moeten worden, waarop de interviewer vroeg hoeveel allochtonen er eigenlijk in de regering zitten. Het antwoord was grappiger dan grappig. De parmantige Pechtold gaf toe dat dat er nul waren, maar dat het kabinet wel veel vrouwen telde. Gelukkig had ik het opgenomen zodat ik de videoband een aantal malen terug kon spoelen om het antwoord nog een keer goed te controleren. Maar hij zei het echt. Op woensdag 1 februari in het jaar 2006 antwoordde onze minister van Spek & Bonen op de vraag hoeveel allochtonen er in de regering zaten dat dat er nul waren, maar dat we wel veel vrouwen in de regering hadden. Ik hoopte nog dat hij zou zeggen dat we ook nog een homoseksuele staatssecretaris hebben en die telt als allochtoon waarschijnlijk dubbel.

En Jan Peter en Piet Hein? Allochtoon? Ik versta ze zelden. Balkenende brabbelt opgewekte zondagsschoolwoordjes en Donner spreekt in stijve wetboekzinnen. Mijn Uruzgaanse werkster versta ik beter.

Als Pechtold de ministers Kamp en Remkes allochtoon had genoemd dan had ik dat overigens goed gerekend. Ik ben redelijk elitair ingesteld en alles voorbij Abcoude, Diemen en Purmerend wordt bij ons thuis allochtoon genoemd. Als wij over Drenten spreken dan hebben wij het zelfs over inboorlingen. Ik treed nooit op in Hoogeveen, maar ga ze daar bekeren.

Wat moeten deze twee sneue jongens nou nog? Ik heb een advies. Ze moeten gaan praten met de Zuid-Limburgse veehouder Jef Flamand, die er in zijn eentje voor gezorgd heeft dat de progressieve partijen in de gemeente Margraten komende verkiezingen niet mee mogen doen. Waarom niet? Omdat de fractievoorzitter van de combinatielijst PvdA-D66-GroenLinks in een file zat en zijn kandidatenlijst dertien minuten te laat inleverde. En Jef heeft zo’n gezonde schijt aan de plaatselijke politici met hun gezever over stankcirkels, een wel of niet illegaal vakantiewoninkje op zijn erf en wat vage stalletjes in zijn wei dat hij heeft besloten om glashard protest aan te tekenen tegen deze verschrikkelijke tijdsoverschrijding. De burgemeester wilde het nog door de vingers zien, maar de Raad van State heeft inmiddels beslist. Voor progressief Margraten valt niets te kiezen. Jef memoreert dat een burger laatst voor de rechter is gesleept en toen ging het om seconden. Of een fax voor of na twaalven binnen was gekomen. Dus in dit geval vond hij dertien minuten een eeuwigheid. Prachtkerel die Jef. Man naar mijn hart. Bij deze inheemse veeboer moeten ze maar eens een cursusje rug recht houden, consequenties trekken en een lesje klok kijken gaan volgen. Vooral dat laatste is voor de parmantige Pechtold belangrijk. Die schat loopt namelijk geen dertien minuten achter, maar dertienhonderd jaar.

Oelikoeli

Mijn God heet Oelikoeli en Oelikoeli heeft maar één gelovige en die gelovige ben ik. Hoe ik Oelikoeli ken? Door zijn profeet Jean-Marie, een hoogbejaarde zwerver die mij ooit over hem vertelde. Jean-Marie is inmiddels dood. Hij is 3 februari 1981 zeer bewust onder een auto gelopen in het Parijse tunneltje waar zestien jaar later prinses Diana zou omkomen. Zij heette toen nog gewoon Diana Spencer en ging juist op die dag in op het huwelijksaanzoek van de saaie prins Charles, niet wetende dat dat simpele woordje yes haar dood- en doodongelukkig zou maken.

Jean-Marie is afgevoerd naar een gemeentelijk mortuarium. Een ambtenaar heeft naar familie van hem gezocht en niet gevonden. Dat kon ook niet, omdat hij een paar jaar daarvoor al zijn papieren had verbrand. Uiteindelijk is hij ergens in de bevroren grond van een Parijs kerkhof gestopt. Geen toespraken, geen bloemen. Hoe het met het lijk van de onfortuinlijke Diana is gegaan, hoef ik niet uit te leggen. Haar einde ontwrichtte de bloemenveiling van Aalsmeer. Zelfde dood, zelfde tunneltje.

Jean-Marie ontmoette ik op 29 juli 1971 aan de oever van de Seine. Tien jaar later trouwde dezelfde Diana precies op die dag met de saaie Charles. Allemaal toeval.

Jean-Marie was ooit priester, kon het celibaat niet aan en werd verliefd op de vrouw van de plaatselijke notaris. Deze gegoede burger kon daar weinig van zeggen, omdat hij jarenlang al zijn buitenechtelijke escapades bij Jean-Marie gebiecht had. Toen de notaris hem op een goede dag in het openbaar uitschold voor ‘vieze vuile smeerlap’ kreeg hij van Jean-Marie alleen een glimlach. Het biechtgeheim bleef gelden. Zijn huwelijk duurde niet lang, omdat zijn mooie vrouw het nodig vond om ziek te worden en dood te gaan. Haar rijke kinderen ruzieden met hem over de erfenis, waarna hij de boel de boel liet en naar Parijs vertrok. Daar doolde hij drinkend door de spelonken van de metro tot hij zich in 1981 voor die auto gooide.

Hij vertelde mij in juli 1971 over Oelikoeli en legde mij uit dat dit een persoonsgebonden God is, die niet meer dan één gelovige mag hebben. Anders is de lol eraf. Ieder mens zijn eigen God is de beste manier om het leven door te komen. Voor je het weet krijg je Urk met zijn vijftig kerken en komt er een op het idee dat alle vrouwen een hangslot op hun kut moeten hebben, of zegt er eentje dat je op zondag niet mag neuken, of op zaterdag geen vuur mag stoken, of op dinsdag geen varkens maar wel uilskuikens mag slachten, of dat je hem niet na mag tekenen, of dat hij ooit over het water wandelde en brood en vissen tevoorschijn toverde, of dat hij water in wijn kon veranderen, of dat je geen televisie mag kijken...

Jean-Marie nam een ferme slok en vertelde proestend dat Oelikoeli niet over water, maar over wijn kon wandelen en dat je het van hem vooral leuk moest hebben. Oelikoeli was geen dicterende angsthaas met allerlei gietijzeren regeltjes en wat het belangrijkste was: je mocht in hem geloven, maar je mocht voor hetzelfde geld niet in hem geloven. Dat maakte Oelikoeli niks uit. En hij hoopte dat niemand uit zijn naam geweld ging gebruiken.

Jean-Marie zou zelfmoord plegen op de dag dat een Brits meisje inging op het aanzoek van haar sprookjesprins en over tien jaar met hem zou trouwen.

Daarna zou het meisje door het klootjesvolk ziekelijk aanbeden worden en opgejaagd door de hufters van de roddelpers zou ze sterven en om dat te bewijzen zou dat gebeuren op de plek waar hij ook zou sterven.

Ik mocht dit pas na 3 februari 2006, dus 25 jaar later, verder vertellen, maar moest weten dat niemand me zou geloven. Ze zouden me voor gek verklaren. Maar ik hoefde ze niet te overtuigen. Geloof is namelijk een stok om op te leunen en niet om mee te slaan. Vorige week vrijdag viel het fotoalbum met de foto van Jean-Marie spontaan uit mijn boekenkast. Alle foto’s bleven zitten. Op eentje na!

Te doen

Heb zo te doen met dat sneue volk dat kaarten heeft voor het abn-tennistoernooi in het Rotterdamse Ahoy. Alles wat een beetje kon tennissen heeft inmiddels afgebeld en het gerucht gaat dat het muurtje als eerste is geplaatst. De nos gaat al die tweedehands potjes uitzenden. Het publiek hangt met een lauwe sancerre in de hand rond de lopende buffetten, de spelers slenteren zich voor veel te veel geld door de partijen en de reporters geeuwen hun verslagen in de microfoon. Mooi beeld van een ontredderde welvaartsstaat. Maar goed: iedereen is weer een paar uur van de straat. Hoop dat ze ook nog een keer gaan waven.

Heb zo te doen met de sportjournalisten die aan Ireen Wüst moesten vragen naar welke muziek ze op haar iPod luisterde. Dus je bent journalist, je moet naar dat aardige meisje, stelt de vraag en daarna moet je het ook nog opschrijven of in een camera vertellen. Je moet aan het klootjesvolk melden dat Ireen Wüst naar Jan Smit luisterde. Indrukwekkend moment. De journalist zal nu stotteren: de mensen willen dat nou eenmaal weten. En dan ga je het vragen. Zouden de journalisten namens mij nog willen vragen wat ze zoal ontbijt en of ze thuis een dekbedovertrek van de Hema heeft en wat haar lievelingsvla is? De mensen willen dat zo graag weten.

Het absolute hoogtepunt van de Olympische Spelen is het weergaloze dichtwerk van Ivo de Wijs dat hij vrolijk voordraagt in het nos-programma Café Torino. Juweeltje na juweeltje is er uit zijn pen gelopen en ik zou hem willen smeken of hij ze wil bundelen. Ze zijn prachtig. Het is werkelijk olympisch goud. En is er misschien een sportjournalist die aan Ivo wil vragen welke inkt, wat voor soort pen en hoeveel grams papier hij gebruikt heeft en welke muziek hij doorgaans in de auto draait? Ook wil ik weten of hij katoenen sokken draagt en wat voor kleur de deur van zijn schuurtje heeft. De mensen willen dat zo graag weten.

Wat ik nog meer leuk vind aan Turijn? De bloopers en de tragiek. Het Chinese kunstschaatsmeisje in spagaat op het ijs, de Nederlandse ploeg die onderuit gehaald wordt door Sven Kramer, de valse starter van Marianne Timmer en de mevrouw op het rodelsleetje die bewusteloos over de finish kwam. Ik had het mooi gevonden als ze was overleden en toch goud had gehaald. En dat de familie daarna had besloten dat ze in het olympisch vuur gecremeerd zou worden. Mooi heroïsch slot van een verder zinloos leven.

En ik heb te doen met Bram M., de niet afgeperste advocaat van Willem Holleeder. Bram is boos op de mislukte politicus Fredje Teeven die tegenwoordig weer officier van justitie is en die allerlei kroegpraat en achterklap over Bram in het strafdossier heeft opgenomen. En die er niet uit wil halen. Er zouden compromitterende beelden van Bram in omloop zijn en op basis daarvan zou hij afgeperst kunnen worden. Ik denk dan aan het beruchte dansje met de o zo frisse Desi Bouterse. Verder zou Willem kantoor bij hem houden, zijn hele gebouw hebben volgehangen met spionageapparatuur en zijn vrouw zou iets buitenechtelijks hebben met een misdaadjournalist. Bij ons thuis hebben we al een pooltje gemaakt met wie ze bijklust. Mijn kinderen denken aan de onberispelijke Peter R. de Vries, terwijl ik het houd op die kale van De Telegraaf.

Of ik Bram zijn boosheid begrijp? Natuurlijk. Een privé-leven hoort niet op straat. Maar uit zijn mond klinkt het een beetje ongeloofwaardig. Hij zit namelijk zelf bij het roddelprogramma rtl Boulevard waarin ook mijn NRC-collega Albert Verlinde dagelijks drie kwartier gezellig kakelt over de schaamlippen van Patty Brard, de prostaat van Gerard Joling en de aambeien van Emile Ratelband. Persoonlijk vind ik het voor een zogenaamde topadvocaat sowieso een gênant schnabbeltje. Je bent of dom of ijdel of allebei als je aan dit soort steunkousprogramma’s meedoet. Wat hij nu moet doen? Ik denk een goede advocaat erop zetten. Of een paar zware jongens langs sturen. Maar die moet je dan wel kennen.

Zwitsers frank en vrij

Het gerucht gaat dat Heleen van Royen dit jaar bloot in het kerstnummer van de Playboy komt. Bij thuiskomst gaan mijn zoon en ik onmiddellijk de kerstboom opzetten zodat we er elke dag aan herinnerd worden. Heleen bloot! Als dat geen zalig kerstfeest wordt.

Ik schrijf dit stukje in een mondain Zwitsers skioord waar heel veel celebrity’s schijnen rond te sjouwen. Ik zie ze niet. Tot nu toe ben ik duidelijk de beroemdste. Wel veel bont en strakgetrokken vrouwenvlees dat alleen nog maar blauwe pistes durft te nemen uit angst dat bij de eerste de beste jump de tietprotheses verschuiven. Hoorde de ene nerts aan de andere vos vertellen dat ze niet meer skiede omdat vorig jaar na een gitzwarte buckelpiste haar ene borst rond haar sleutelbeen zwierf en ze de andere vlak boven haar lies terugvond.

Wel grappig zo’n rijkemensendorpje. Twee stokbroden kosten een tientje en als je voor je gezin naar de supermarkt bent geweest, kun je vanaf de kassa mobiel met de humane Dirk Scheringa bellen. Die wil je tegen een gereformeerde woekerrente wel verder door de winter helpen. Wat wel opvalt, is dat die Zwitsers onbegrijpelijk chagrijnig zijn. Ik zou die onbedaarlijke hoeveelheden franken gierend van het lachen in ontvangst nemen. Maar hier gebeurt dat niet. Streng en humorloos staan ze je te woord.

Soms lucht een weekje afstand wel op. Als je leest dat Ivo Niehe in zijn geheel vernieuwde TV-show Linda de Mol als gast heeft en dat diezelfde Linda het nieuwe boek van Heleen van Royen ten doop heeft gehouden en dat bij deze presentatie Jan Mulder een praatje hield en dat Jan binnenkort ook gast is bij Ivo Niehe of het misschien al is geweest en dat dezelfde Heleen van Royen weer aan de tafel bij Jan Mulder zit, dan begrijp ik dat schnabbelkeizer Charles Groenhuijsen staat te trappelen om bij Talpa in dienst te treden. Wat een warme familie en wat een interessante zender. Daar zou ik als cabaretier graag willen werken.

Ook is het lekker om Smeets-loos schaatsen te kijken. Er wordt niet voor je ingevuld wat Marianne denkt bij het ingaan van de laatste binnenbocht, laat staan dat je je kan laten afleiden door de troebele analyses en voorspellingen van zijn echtgenote Ria Visser. Wat een keuvelechtpaar. Hier laten ze gewoon de rit zien en vallen ze je niet lastig met allerhande weetjes. Hier is men trouwens ook zeer benieuwd welke couturier de Nederlandse schaatspakken heeft ontworpen. Dat moet echt een nicht als een paard zijn geweest. Het café waar wij naar de 1500 meter mannen keken, schoot spontaan in de lach toen onze Erben zich bij de starter meldde. Een Engelsman vroeg me of hij zijn reuzenchiquita voor de rit op een bankje zou leggen. Dit moest een prothese zijn. De uitslag van de rit interesseerde niemand meer. Men was het erover eens dat mevrouw Wennemars sowieso al goud had.

Ook heerlijk dat ik niet naar het Holland Heineken House hoef te kijken. Iedereen die met welke sport dan ook de finish heeft gehaald, wordt daar door de straalbezopen oranje meute toegezongen of rondgehost. De twee bobdames hadden vast geoefend. Hoorde laatst van een gouden topsporter die het ritueel haatte dat het verplicht is om je daar te laten toebrullen. Ik zou toch echt een hele dikke middelvinger naar dat klootjesvolk opsteken. Was wel blij dat ik hoorde dat onze kroonprins heeft gezegd dat bij sport ook een stukje emotie komt kijken. Dát zijn woorden! Kan niet wachten tot hij koning wordt. Zoveel visie!

Ook heerlijk om in het buitenland te lezen dat Gerrit Zalm heel ruiterlijk door het stof gegaan is en dat zijn ‘sorry’ door het parlement uiteindelijk is geaccepteerd. Dat is nou niks voor onze Tweede Kamer om openlijke excuses van een bewindsman te aanvaarden. Doen ze anders nooit. Gerrit schokte mij zeer toen ik las dat hij heeft overwogen om af te treden. Gewetenswroeging. Innerlijke strijd. Aan het eind van zijn loopbaan zal hij zich deze drie minuten nog haarscherp herinneren.

Vandaag mag ik weer terug naar ons heerlijke land. Juichend zit ik in de vliegmachine! Op naar huis om de kanarie in te enten!

Stervende waan

De stervende zwaan werd nog even laf aangevallen door de Duitse poes, die nu klapperkotsend van de koorts ligt dood te gaan.

‘Spuitje?’ vraagt de papegaai, maar de poes murmelt dat ze vrijgemaakt gereformeerd is en derhalve van de Schepper iedere farmaceutische hulp moet weigeren.

De papegaai vraagt aan mij of hij, als de poes dood is, eindelijk uit zijn kooi mag. Om de poes zat hij daar namelijk in. Voor zijn zogenaamde eigen bestwil. Ik moet hem vaak uitleggen dat het de natuur is dat poezen vogels willen grijpen en dat hij daarom in een kooi moet.

De papegaai vindt dat de poes in een kooi hoort en niet hij. De poes is in dit geval de agressor. Verder is hij van mening dat hij niks in Nederland te zoeken heeft. Hij smacht naar een rechtlijnige vogelverdonk, een rigoureuze Rita die alle papegaaien meedogenloos terugstuurt naar hun subtropische moederlanden. Daar waar ze horen. Wat is er de lol van dat mensen een vogel in een kooi willen? Dat de kantoorslaaf thuiskomt en denkt: het kan erger? Hebben mensen daarom een vogel in een kooi, een vis in een kom of een schildpad in een terrarium?

Hij vraagt de poes om nog een paar keer hard te niezen opdat het virus zich goed verspreidt en een groot deel van de mensheid meesleurt naar de hel.

‘Voeger was ik blij met een dooie mus’, murmelt de poes. ‘Maar de dooie mussen zijn op. Uitgestorven!’ Zij vertelt de papegaai dat ze niet dood wil. Ze had nog zoveel plannen. De Hiswa, de komende Huishoudbeurs, het wk-curling, het slot van het zinderende Big Brother Hotel en ze had na haar pensionering in een Seniorenstad willen gaan wonen. Jagen op oude, grijze rollatormuizen. Maar God heeft anders beslist.

De papegaai stelt de poes gerust met de mededeling dat de dood ook voordelen kan hebben. Ze hoeft dan niet te zien dat het socialistische kopspijkermancabaretje niet alleen wordt onderbroken door reclame, maar dat het zelfs tijdens het maken van de grapjes een aankondiging voor een ander Talpa-programmaatje in beeld moet dulden. Terwijl Jack zijn meedogenloze satire bedrijft, laat John de Mol glashard weten dat er een hele belangrijke soap op komst is.

‘Het is maar goed dat bijna niemand meer naar het programma kijkt, zodat maar heel weinig mensen deze vernedering hoeven te zien’, stelt de papegaai de stervende poes gerust. De poes bidt tot haar gereformeerde Here dat de vogelgriep ook veel batterijkippen mee zal nemen.

‘Om ze te verlossen uit hun Veluwse concentratiekampomstandigheden?’ vraagt de papegaai, die af en toe niest om mij nerveus te maken.

‘Nee’, fluistert de poes. ‘Omdat er veel zondaars tussen zitten. Scharrelkippen die gewoon op zondag eieren leggen. Geld, geld en nog eens geld. Open die eitunnel en persen maar! Die losbandige scharrelaars verdienen de doodstraf!’

De papegaai vraagt of ik bang ben voor de dood. Ik vertel dat dat niet het geval is. Maar ik ben er absoluut nog niet aan toe! Ik wil nog zoveel meemaken. Kalou in oranje en Ivoorkust wereldkampioen. Dat lijkt me echt grappig. En ik wil naar de o zo veilige en swingende gayparade van Kabul vol burkahomo’s. Rita in string en kwastjes buikdansend op de eerste praalwagen. Ajax in de nacompetitie geeft ook weer wat spanning. Er is zoveel om het leven zo lang mogelijk vol te houden. Wat te denken van het feit dat de aanhangwagenwegenbelasting is afgeschaft en dat ik mijn excuus heb aangeboden aan Marco Pastors voor het feit dat ik de Rotterdammer aanzag voor een kortzichtige, krampachtige namaakpim, die net als zijn grote roerganger zijn geld ontving van criminele vastgoedtypes! Goed dat ik aan dat domme generaliseren een einde heb gemaakt.

Onderhand stuiptrekt de poes haarzelf naar de eeuwige jachtvelden en ligt de zwaan koud en stijf voor donzig lijk. De papegaai fluit vrolijk I will survive in de versie van de Hermes Houseband. En ik? Ik ga mezelf oppimpen. Hoe? Ik ga twaalfjarige meisjes vragen of ze in mijn auto willen rijden. In ruil voor? Dat zeg ik niet. Maar ik doe het onder de naam Gary Glitter.

De sigaar

Wat Jozias van Aartsen zo sneu maakte, was zijn amechtige kwispelgedrag richting de deze week van zijn sokkeltje gestruikelde Hans Wiegel. Als een bang hondje danste hij al die tijd in de schaduw van de vroegere liberale voorman. Alle vvd’ers hadden overigens last van chronische Wiegelstress. En niet alleen de vvd’ers. De totale parlementaire pers. Het Orkakel van Diever hoefde maar een spreekbeurt te houden in een met rollators en gehoorapparaten gevuld achterafzaaltje van een zorgcentrum in Smilde of de cameraploegen van Netwerk, nova, rtl en Twee Vandaag togen met zwaailicht en loeiende sirene die kant op. En de volgende dag stond het door zichzelf o zo zorgvuldig gebeitelde standbeeld Hans Wiegel weer voorop het liberale clubblad De Telegraaf. Hij wist nog niet of hij premier zou worden. Het zegt meer over de armoe van de landelijke politiek dan over Wiegel. Jozias was een kerel geweest als hij op een goede dag had geroepen: ‘En nou opzouten met je bejaarde geneuzel. Diever heeft een hele beroemde amateurtoneelvereniging waarin je prachtig kan figureren in een of ander Shakespeare-drama. En premier word je toch nooit want die wordt geregeld door de grootste regeringspartij en niet door een roedel middenstandskakkers. Niet lullen, maar poetsen!’ Maar Jozias durfde niet. Net als de rest van de vvd. Bang! Waarvoor? Voor een man die een leven lang heel goed voor zichzelf zorgde. Normaal zou een op een zijspoor gerangeerde politicus genieten van een erebaantje als Friese Commissaris van de Koningin en lekker soezen als Eerste Kamerlid, maar Wiegel deed of het heel wat was. Het zal heel wat zijn geweest, maar hij had net als die andere ploeteraars alle tijd voor een breed scala aan commissariaten en adviseursbaantjes. Lekker lezen achterin de auto, terwijl de chauffeur je door het land zoeft. Waar de Wiegelverering toch vandaan kwam weet ik niet, maar om de zoveel jaar stond er wel een treurig provincielid op en die begon dan zenuwachtig te roepen om de Dieverse Messias. Ik hoop voor de vvd zelf dat dat nu toch echt voorgoed voorbij is. Ook Jozias hoeft niet meer te keffen. Die wordt burgemeester van Delfzijl. Duobaan met Dittrich. Afgelopen week vermorzelde de icoon Wiegel zichzelf. Wat overblijft is een zielig hoopje scherven. Een dorpsnotabel uit het Land van Ooit. De roddel gaat dat hij, toen hij in Groningen iets te overmoedig uithaalde naar de parmantige Pechtold, een slokje te veel ophad. Het zal. Als hij iemand niet hoefde aan te vallen dan was het Pechtold, een coalitiegenoot nota bene. Daarbij: niemand hoeft Pechtold onderuit te halen, dat kan die lieve Alexander heel goed zelf.

Donderdag stond er een interview met Wiegel in de Volkskrant en de goede Hans sprak met de journalist in zijn werkkamer bij de Zorgverzekeraars Nederland in Zeist. En wat deed Wiegel? Hij stak tijdens het gesprek een dikke, vette sigaar op. Kantoorgebouw in 2006. De verslaafden staan tijdens hun koffiepauze bij de deur al kleumend aan hun nicotinestaafjes te zuigen en wat doet de baas? Die steekt een dikke Pantanella in zijn rechtse hoofd en hult zichzelf in liberale nevelen. Als ik daar zou werken dan zou ik het wel weten. Drie Franse Gauloises in mijn hoofd en heerlijk bellen met mijn linkse vrienden over de locatie waar we het overwinningsfeest van onze SP gaan vieren. En als iemand er iets van zou zeggen, zou ik hem met een grote smile naar Hans verwijzen. Ga daar maar klagen. Weinig kans, omdat de Messias al paffend met een journalist over zijn hobby de vvd zit te babbelen. Goed voorbeeld doet goed volgen. Wie zichzelf zo hoogmoedig boven de wet plaatst, moet niet meer meedoen en zijn keffer Jozias meenemen. Zal er iemand maandag durven? Ik bedoel daar bij die verzekeringsboeren in Zeist. Zonder kloppen de kamer van Hans binnenstormen en zeggen: ‘Uit die peuk! Als je wilt roken ga je lekker in je duffelse jas bij de kleumende klerken staan. En anders gewoon oprotten!’ Hoe oprotten in vvd-taal klinkt? Gewoon bekakt. Oprutte dus.

Slippertje

De sportman Michael Boogerd stoeit met zijn zoontje en breekt zijn middenvoetsbeentje. Hele voorseizoen weg. Oorzaak? Hij schoot uit zijn slipper. Uit zijn wat? Uit zijn slipper! Ik kan niet anders denken dan: terecht! Volkomen terecht! Die blessure had veel erger moeten zijn. Een verschrikkelijke straf had de aardige Boogerd moeten treffen. Waarom? Die slippers. Man loopt in huis op slippers! Het kan niet, het mag niet, het hoort gewoon niet. Het is mensonterend en verschrikkelijk. Michael Boogerd fietste in zijn sportieve leven miljoenen euro’s bij elkaar, is getrouwd met de beeldschone Miss Nederland 1998 en loopt op slippers in huis. Het is een detail, een gruwelijk detail. Straks horen we ook nog dat hij witte badstof sokken in die slippers droeg. Dan is voor mij het beeld compleet en mag hij van mij nooit meer een etappe of klassieker winnen. Ik kan niet tegen mannen en vrouwen die thuis op slippers sjouwen. Pantoffels zijn erg, maar slippers zijn erger. Veel erger!

Op de lagere school had ik een vriendje en als je daar thuis kwam dan moest je je schoenen uitdoen. Ze hadden zelfs gastenpantoffels. Dan kreeg je van die geruite trutdingen aan je voeten. Ik weigerde en mocht op mijn sokken. Op een dag had ik gevoetbald en hingen er grote vochtige klonten gitzwarte modder aan mijn sokken, die de naar boenwas en chloor ruikende moeder niet had gezien. Tot ze het modderspoor op de trap zag. Een hartverzakking kreeg ze. Rode vlekken, hysterisch gillen, waarna de kast met schoonmaakspullen openging. Ik wist niet dat mensen zoveel verschillende sponsjes, flesjes, borstels, dweilen en spuitbussen in huis konden hebben. Daarbij was de moeder niet de slimste – en in haar paniek helemaal niet – en wreef ze in een paar minuten tijd de voetbalveldmodder diep in de vezels. Onderhand schold ze mij jankend uit. Hier was het laatste woord nog niet over gesproken. Ik kon het bij die mensen nooit leuk hebben door die eeuwige boenwaslucht. Nooit rook je een lamsbout in de oven of de hemelse geur van een dampende appeltaart. Altijd boenwas, terpentine, Dreft, Glorix en andere smeerlapperij. Als je wat te drinken kreeg (en ik zeg ‘als’ omdat die momenten zeer schaars waren) dan was het meestal iets dat niet kon vlekken. Water dus. Het volwassen bezoek kreeg twee onderzettertjes onder elk glas en twee onderzettertjes onder elk flesje. Verder kreeg iedereen een eigen bakje muffe zoutjes. Anders werd het zo’n rommel.

Het zijn van de beelden die ik had verdrongen tot ik zelf kinderen kreeg. Die vertellen mij weer dezelfde verhalen. Want ook in 2006 bestaan er nog altijd naar schoonmaakmiddelen riekende huizen waarin je ongeschoeid moet schuifelen en waar de onderzettertjes tijdens het borreluur regeren. Dat zijn ook vaak gezinnen waar je als kind nooit kan mee-eten, omdat de moeder er niet op gerekend heeft. Alsof je als kind iets spontaans als mee-eten drie dagen vantevoren schriftelijk moet aanvragen. Ze rijden vaak in auto’s van tien jaar oud en die ruiken nog altijd naar de showroom. Ouders van een vriend van mij gooien de krant die ze gelezen hebben in de vuilnisbak. Oude kranten geven rommel. Nooit lege flessen. Ook geen volle trouwens.

‘Jongens, opruimen want we gaan eten!’ riep de moeder van het vriendje. Alles moest terug in de doos. Ik keek verbaasd en verbijsterd, omdat ik uit een gezin kwam waar de Trixtrein en de Fallerbaan in de kerstvakantie altijd gewoon volledig uitgestald op de eettafel bleven staan. De juskom stond naast de spoorwegovergang, het vlees leunde tegen het station en de sla schampte de pits van de autoracebaan. En soms begon de trein te rijden om het zout richting mijn zusje te brengen.

Opgeruimde huizen en dan ook nog de familie op pantoffels of slippers. Het is God al jaren een doorn in het almachtige oog. En Hij moest een voorbeeld stellen. Een voorbeeld dat de krant zou halen. Boogerd werd zijn slachtoffer. En hoewel ik het zelden met God eens ben moet ik Hem nu gelijk geven. In huis geen slippers!

Wanneer wel? Nooit! Helemaal nooit!

Auswitz

Dus in het Drentse Ruinen staat er ‘Auswitz’ op een monument. Volgens mij is Auschwitz een woord dat je niet verkeerd kunt schrijven. Waar ligt Ruinen? Vlakbij Westbork? Hoeveel ogen van notabelen hebben die gedenksteen gecontroleerd? Hoe schaamrood kleurde het comité bij de onthulling? Was er graag bij geweest om die boeren onbedaarlijk hard uit te lachen om deze auswitz van de eeuw.

Vergissen is menselijk. Ik merkte dat vorige week zaterdag toen ik bijna een paar klappen mocht ontvangen. In een buurtwinkel werd ik lang en vijandig aangestaard. Nou ben ik als zogenoemde Bekende Nederlander wel gewend dat het volk schaamteloos naar me loert, maar meestal zijn het korte besmuikte blikken. Dit keer niet. De man bleef heel lang kijken. Ik verdiepte mij in de toonbank, maar als ik opkeek, staarde hij me aan. Toen ik iets verder de winkel inliep om wat te zoeken, moest ik langs hem. Terwijl ik dit deed, stak hij zijn poot uit en struikelde ik bijna. Hij stak lispelend van wal. Waar ik de gore moed vandaan haalde om het restaurant van zijn vriend de grond in te schrijven. Hoe ik erbij kwam dat er aan het interieur niets veranderd was, terwijl zijn vriend voor vijftigduizend euro geïnvesteerd had.

Ik keek totaal verbaasd en zei dat ik zelden of nooit over restaurants schreef. En ik voegde eraan toe dat ik me het bewuste stukje niet kon herinneren. Nu was ik helemaal een lafbek. Nog ontkennen ook. Omdat ik niet erg sterk ben, hou ik me verre van geweld en dus deed ik een paar stappen achteruit. Toen ik later aan een vriendin vertelde wat me overkomen was, wist ze onmiddellijk te vertellen om welke zaak het ging die afgekraakt was door Johannes van Dam. Door wie? Door Johannes van Dam! Johannes is onze Amsterdamse culinaire dorpsjournalist die wekelijks in een plaatselijk blad over een restaurant in de stad schrijft. Hij kan een zaak maken of breken.

Ik mag te breed voor mijn lengte zijn, maar lijk in de verste verte niet op de grijs bebaarde Johannes van Dam. Ik wil ook best wel wat klappen opvangen voor een collega, maar ik wil niet sterven om de smaak van de coquilles of de kalfsoester in een slechte eettent. Dit liep uiteindelijk goed af. Maar stel dat een fundamentalistische vriend van Mohammed B. mij aanziet voor Theodor Holman en mij met geweld duidelijk wil maken dat hij dat dagelijkse gezever over mijn beste vriend Theo zat is. Moet ik dan sterven voor Holman? Straks denkt de beste vriend van Holleeder dat ik Jort Kelder ben, omdat ik vroeger ook wel eens bretels droeg en moet ik uitleggen waarom ik die foto met Endstra in mijn blaadje heb gezet.

U kunt zeggen dat dit soort vergissingen onmogelijk is, maar sinds ik in een televisieprogramma zag dat men aan de relnicht Gordon uit ging leggen dat de eveneens aanwezige Gerrit Komrij net als hij een ridder van de bruine ster is, verbaast helemaal niets mij meer. Inmiddels is aan Gordon ook verklapt dat niet alleen Komrij, maar ook Albert Verlinde, Paul de Leeuw en zijn collegaatje Gerard Joling zo ruig als een kokosmat zijn. Volgens mij is het handiger om in mijn business de hetero’s aan te wijzen. Dan ben je in elk geval vlugger klaar.

Jaren geleden sprak, ook in een winkel, een man met een hondje mij aan. Hij was een groot fan en wilde me graag een bepaald boek sturen. Of hij mijn adres mocht. Dat kreeg hij niet. Maar hij moest en zou het sturen. Ik gaf hem het adres van de vara. Als hij het te mijner attentie daarheen stuurde, dan kwam het vanzelf aan. De man bleef maar hameren hoe een grote fan hij wel niet was en dat hij al mijn werk kende. Hij volgde mij al jaren en ik was absoluut de beste van allemaal! Ik werd gek van de complimenten en was blij toen ik de zaak kon verlaten. Bij het weggaan groette ik hem beleefd. Op de drempel hoorde ik hem nog net zeggen: ‘Dag meneer Büch!’

Afcoolen

Dus de sneue Edwin wil via een Hema-string met aangekoekte vaginale koninklijke afscheiding van Margarita en een door een kapster gejatte haar van haar overleden oma Juliana aantonen dat Trix ten onrechte op de troon zit. Is de afscheiding oranje?

Ondertussen hield onze koningin een speech in Argentinië en daar jokte ze glashard dat de mensenrechtenzaak in de tijd van Videla in ons land diepe indruk heeft gemaakt. Viel wel mee toch? We gingen in die tijd in datzelfde Argentinië vrolijk voetballen zonder ook maar een schaamhaartje wroeging. Je was een geitenwollen zak als je er iets van zei en Bram & Freek moesten niet zo zeuren. Ik hoopte nog even dat onze vorstin uit solidariteit met de Dwaze Moeders tijdens haar speech zo’n wit hoofddoekje zou dragen. Maar dat zou de moslims in ons land waarschijnlijk weer te veel verwarren.

Daarbij was het voor Trix al moeilijk genoeg met haar onschuldige schoondochter Máxima onder haar gehoor. Het gaat toch over haar vader. Dezelfde vader die deze dagen op de kleinkinderen past. Het schijnt dat Willem-Alexander tegen zijn schoonvader heeft gezegd dat hij wel verstoppertje met ze mag spelen, maar dat hij ze tegen zijn gewoonte in ook weer tevoorschijn moet toveren. Gevoel voor humor kan je onze kroonprins niet ontzeggen.

Verder gaat het gerucht dat de Argentijnse president Kirchner onze koningin heeft aangesproken op de mensenrechtensituatie in Nederland. Hij vroeg haar of het waar is dat de fijnzinnige pacifist en rapper Lange Frans tijdens een optreden getroffen is door een ijsklontje en dat het land nu in rep en roer is. Zelfs de viering van Bevrijdingsdag schijnt te wankelen. De koningin, op paleis Noordeinde steevast Baas B. genoemd, heeft het incident inmiddels op internet gezien en zij had het liefst een hele emmer ijsklonten over de ranzige rapper gegooid. Een smeerlap die Meppelse pubermeisjes een lesje tandeloos pijpen voor beginners geeft, mag volgens de vorstin blij zijn dat hij slechts één enkel klontje naar zijn lege hoofd heeft gekregen. Afcoolen zo’n viespeuk.

Iemand vroeg mij wat ik zou doen als ik tijdens een optreden iets naar mijn hoofd gegooid kreeg. Geen idee.

Moest door het ijsklontjesincident denken aan Alfred Brendel, die afgelopen zondag een magistraal recital gaf in een zich onbedaarlijk misdragend Amsterdams Concertgebouw. Het zogenaamd nette concertpubliek zat te blaffen als een stel hongerige honden in een dierenasiel. Het ‘hand voor je mond als je moet hoesten’ schijnen ze in die beschaafde kringen niet te kennen. Achter mij rochelde een bejaarde dame een hele Turkse vogelgriepepidemie in mijn nek, waarna ze in een knisperend cellofaan zakje een wederom in krakend plastic verpakt snoepje ging zoeken. Waarschijnlijk had ze ook nog parkinson, want het snoepje uit de ritselzak halen duurde ruim een kwartier. Dit alles werd begeleid door het afgaan van een tweetal mobiele telefoons elders in de zaal, het uit-en-in-lopen van diverse toiletgangers en het langdurig piepend rondzingen van een gehoorapparaat.

Toen vond Brendel het genoeg en zei tegen de zaal: ‘Of jullie stoppen met hoesten of ik stop met spelen!’ De kleuterklas vol intellectuele cultuurminnaars werd doodstil. Opeens kon het wel. Mag ik de concertgangers vragen om volgende keer van tevoren een stuk of wat hoestbonbons in te nemen? Word je nog knetterstoned van ook en dat maakt de muziek alleen maar mooier.

Tip voor Lange Frans: doe niet als Brendel. Zeg niet dat je voor straf gaat stoppen als ze blijven rommelen. Je hebt namelijk grote kans dat men dat als een verlossing ziet en dan kan je inpakken met je muffe pornopraatjes.

En de koningin? Die belde mij vannacht wanhopig.

‘Weet je wat ik hoop?’ vertrouwde ze me zachtjes toe. ‘Dat Edwin wint, het sprookje uit is en wij op staande voet ontslagen worden! Wij willen dit land niet meer regeren.’

‘En dan?’ vroeg ik voorzichtig.

‘Dan ga ik los’, lachte de vorstin. ‘Eerst een dag of wat hangen op een officiële hangouderenplek en daarna laat ik me door Rita persoonlijk deporteren. Samen met Máxima. Als iemand niet aan de norm voldeed, was zij het wel!’

Amerikaatje

‘Hoe lang heeft die homo aan je zitten frunniken? En waarom? In godsnaam waarom? Gaan we nu ook botoxen? En trilplaten? Gaan we je op premières van Joop zien? Krijgen we die Vanessa over de vloer? En gaan we vanaf nu naar de P.C. Hooftstraat voor de kleertjes? Is de oude trouwe Zeeman te min voor mevrouw? Leg me uit waarom. Jij, mijn vrouw, mijn trots in de branding, mijn alles, moeder van mijn kind, de vrouw die het domme en blinde voetbalminnende deel van de natie koel trotseerde, die zelfs de heilige Cruijff liet sidderen en stotteren, die mensen zonder verhoor over de grens zet, jij die je niks aantrekt van de publieke opinie, die schijt heeft aan die buitenhuissocialisten, jij laat je door de eerste de beste campagneleider die ‘Amerikaatje bij de Sluis’ wil spelen omtoveren tot een Gooise trol, een geschminkte muts. Besef je dan niet dat het juist je deodorantloze imago was dat je zo sterk maakte? Heel Nederland denkt al jaren: Die Rita! Die wil ik als werkster. Die veegt het vuil niet onder het kleed, maar sopt en boent met Andy, Cif en de allerdikste Glorix. Die zet de ramen tegen elkaar open. Die wil ik achter de bar van de voetbalkantine. Die kan zonder één rijles een bulldozer aan. Altijd lulde je in gewoon Nederlands. Er zat geen woord Engels bij, en nu stond je te stamelen en te stotteren. Let’s go! Hoe lang heb je geoefend op je zinnetjes ‘Niet links, niet rechts, maar recht door zee’? Wat een kansloos gestamel! En wie verzon in godsnaam de Bouw rai? Daar loopt voor vier miljard fraude bij elkaar! Greppelgravers, putjesscheppers, cementboeren en hardhoutcowboys die hele oerwouden omleggen. Dat vond Kay stoer? Je hoort de vergadering: Laten we een mannenplek zoeken! Goed idee, Kay! Fijne imagobouwer. Heb je gezien hoe je ‘Ik doe het!’ zei? Heb je dat magere applausje gehoord? Wie klapten er? Kay? En wie nog meer? Die mislukte zus van hem? Zit Jan Nagel ook al in het team? En wat ruik ik? Wat is dat voor smerigs? Hoe heet die rotzooi? Jij, mijn vrouw, die altijd gewoon naar mens rook. Naar werk. Naar dossiers lezen! Naar loodgieterstassen sjouwen! Jij ruikt nu opeens naar een of andere Chanel nummer nogwat! Gadverdamme. Ga je wassen! Moet je je gezicht zien. Helemaal dichtgeplamuurd! Je lijkt Bassie wel. In godsnaam, Rita: waarom, waarom en nog eens waarom? Jij, mijn vrouw, mijn wijf uit één stuk, mijn mokkel met de uitstraling van een roedel hooligans, de vrouw met de meest gietijzeren ruggengraat van Nederland, jij laat je zonder een lettergreep tegenspraak oppimpen door een stelletje tweedehands kappers en visagisten? Gaan we nu ook je gebit bleken en je tieten bijvullen? Gaan we voor kokette lingerie in plaats van je degelijke badstof Hema-slip? Ga je op naaldhaklooples? Wordt het sancerre in plaats van Jack Daniels? Gaan we bij Parkheuvel knagen in plaats van een lekker open ruggetje bij snackbar De Smurrycorner? Je dochter is totaal overstuur gaan slapen! ‘Mama’, huilde ze, ‘wat is er in godsnaam met mama?’ Ken je die Unox-reclame? Dat joch met die omgebouwde moeder? De poes is, sinds ze je op tv zag, naar de zolder gevlucht! En heb je er al over nagedacht dat ik morgen gewoon naar kantoor moet? Wat zullen mijn collega’s zeggen? De hele supermarkt schoot vanmiddag in de lach. Ben met een halfje hopjesvla via de snelkassa weggevlucht! Dit kan je mij toch niet aandoen? Moet ik binnenkort ook mee naar Ivo Niehe en die Oerlemans om de happy family te spelen? Als ik je nog één keer zo zie, dan bel ik een advocaat en regel ik nog voor het volgend weekend een flitsscheiding! In twee minuten televisie heb je je hele imago naar de filistijnen geholpen! Politieke Spijkerman!’

Vrolijk Pasen

In de loop van mijn leven heb ik een kleine driehonderd brieven aan Gerard Reve geschreven. Nooit gepost uiteraard, maar daar ging het ook niet om. Ik had die brieven net zo goed aan iemand anders kunnen schrijven, maar dat bundeltje zou op den duur niet verkopen. Vandaar.

Lieve Gerard gaat het heten en volgens mijn uitgever wordt het dé cadeautip voor de komende Sinterklaas. De volledige titel wordt: Lieve Gerard, epistels aan een volksschrijver. Of ik na zijn dood gestopt ben met het schrijven van mijn brieven? Absoluut niet. Ik schrijf nog een week of wat door. Veel te leuk om hem te vertellen wat er allemaal gebeurt nu hij is heengegaan. Hoe ene Ad Fransen, een riolerig journalistje van HP/De Tijd, het nodig vond om ons kond te doen van een totaal demente Gerard, die vastgebonden in een kinderstoel zijn eten zat te prakken. En hoe ene Holman een gedicht verkrachtte door het te zingen en ook nog eens met twee vingers op een piano te begeleiden. De vertoning was ontluisterend en gênant. Kalou kan naar de rechter als hij komisch en commercieel wordt uitgebuit door een verzekeringsboer, maar als demente en/of dooie volksschrijver moet je alles over je kant laten gaan. Maar ik vrees dat Gerard op zijn ezeltje door de hemel rijdt en in overleg met de Heilige Maagd Maria wel iets regelt. Dat deze twee niksnutten minimaal een goede gordelroos krijgen. Een chique psoriasis zou ook nog kunnen. En wat te denken van een mooie niersteenaanval? Ik denk dat Gerard wel iets verzint.

Of ik naar Machelen ga? Ik zit er al. Ik dool in een matrozenpakje op de door de Postbank gefinancierde Vespa van zijn oude liefje Antoine Bodar door dit Belgische gehucht. In dit geval een meer dan symbolische scooter. Ik hang wat rond het verpleeghuis waar onze Gerard zijn laatste luiers vol poepte, wandel langs de oude pastorie waar hij zijn laatste dagen met zijn Joop sleet en heb vast een kijkje genomen in de kuil waar hij vanmiddag in gaat. Hij komt te liggen naast een jongen die op zijn achttiende verdronk toen hij een kind probeerde te redden. En in de plaatselijke frituur schrijf ik dit alles op. Ik vraag in mijn laatste brief aan Gerard of niet alle jongelingen op hun achttiende een heldhaftige verdrinkingsdood zouden moeten sterven. Ver voor het verval.

Of ik naar de teraardebestelling ga? Nee. Ik dool op dat moment in een tuincentrum van het prachtige Gent en verdiep mij in de diverse spades, grondboren en ander tuingereedschap. Want? Ik heb het plan opgevat om de heer Reve in de nacht van zaterdag op zondag op te graven, in mijn Volvo te laden en ergens anders te herbegraven. Het kerkhofhek zal knarsen, de roeken zullen fladderen, de maan zal me bijlichten en een zachte bries zal mijn kippenvel strelen. Voorzichtig zal ik de kist uitgraven, nog voorzichtiger in mijn auto laden en dan zal ik kiezen voor zijn oude Franse landgoed of een weiland bij Greonterp. Waarom? Omdat ik hem voor mij alleen wil hebben? Ook! Maar vooral omdat het me prachtig lijkt. In deze tijd discussiëren we met Rita Verdonk over de vervolging van homoseksuelen en bekeerde christenen voor wie in ons land geen plaats zou zijn. Gerard was beide. Én nicht én bekeerd! Dus het lijkt me prachtig als deze man op paasochtend 2006 is verrezen! In één klap is hij het symbool van deze tijd.

De wereldpers zal toestromen en tot diep in de Oeral zal iedereen weten dat de grote volksschrijver is opgestaan! Machelen wordt een internationaal bedevaartsoord, de prachtboeken van de volksschrijver zullen de oplagen van Dan Brown verpletteren en Matroos Vos wordt de absolute held en hogepriester van de Reviaanse kerk. De Mariabeeldenindustrie maakt overuren, de kroontjespen wordt het symbool der Revianen en een rondje op een ezel door het Belgische dorp wordt de attractie voor alle toeristenkinderen. Gerard als de absolute Messias.

Of het moeilijk is iemand onvindbaar te herbegraven? Valt wel mee. Even Aruba bellen!

Anti-reclame

Grappige man, die gereformeerde rentewoekeraar Scheringa. Hij is boos omdat hij niet meer welkom is bij Willem II, omdat hij die club ooit helemaal heeft leeggekocht. En dat deed hij met de voorkennis van de daar weggekochte Martin van Geel. En daar houden ze in Tilburg niet van. Onderhand gonst het gerucht door voetbalminnend Nederland dat diezelfde Scheringa zijn personeel allerbelabberdst betaalt. Echt slecht. Neem nou Louis van Gaal. Die schijnt voor een fooi te werken. Een dusdanig laag bedrag dat de man zich moet verlagen tot tenenkrommend fröbeltoneel in Sterspotjes. Eerst trok hij met een blocnote door een intens burgerlijke keukenshowroom en sinds een kleine twee weken speelt hij zichzelf voor een televisieboer. Louis vangt in Alkmaar een soort veredelde bijstand en hij probeert op allerlei manieren het hoofd boven water te houden. Sinds hij acteert in de reclamespotjes hoeft hij geen gebruik meer te maken van de voedselbank.

Vaak doolt dat door mijn hoofd. Waarom reclame? Waarom misbruikt een Robert ten Brink zijn hele gezin voor Liga? Waarom? Betaalde dat SBS zo slecht? Moesten de dochters anders van de hockeyclub? Kon mama de trilplaat niet meer betalen? Was de rekening bij de visboer te hoog opgelopen? Waarom? Kunnen zijn kinderen hem later aanklagen wegens misbruik?

Als Ronaldinho voor een voetbalschoenenspotje komt opdraven dan snap ik dat. De man toont lachend zijn onnavolgbare balkunsten. De spotjes zijn een genot om naar te kijken en worden bij ons thuis op de computer meer dan eens herhaald. En niet alleen bij ons. De hele wereld smikkelt en smult van deze voetbalmessias. Het is het enige wat hij in huis heeft en laat dat zien. Net als Bridget in de Playboy. Als ze maar niet gaat praten, vind ik alles best.

Maar waarom gaat Louis van Gaal in een jeukerig keukenspotje staan? Waarom? Is het een kwestie van eer? Is hij er trots op dat de een of andere ideeënloze reclameman hem belt met de vraag of hij zichzelf wil acteren? Denkt Louis dat hij dat wel kan? Wat zegt zijn doorgaans realistische Truus? Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat ze heeft gezegd dat hij dat moet doen. Als ik Antoine Bodar op een postbankscooter door het beeld zie geilen dan snap ik het. Gezonde ijdeltuit. Man maakt het niks uit. Als hij maar op de buis is. Is Antoine katholiek of is het voor hem gewoon een manier van leven? Ik denk het laatste. Op deze manier komt hij af en toe op televisie en in de krant, maar verder doet het er allemaal niet zoveel toe. Misschien gelooft hij wel in God, maar niemand gelooft nog in Antoine Bodar. In mijn Bijbel ranselde Jezus dit soort types persoonlijk uit het voorportaal van de synagoge. Hij mag blij zijn dat de roomsen geen fundamentalisten hebben.

Maar terug naar Louis. Waarom reclame? In zijn Ajax-jaren heeft hij aardig gevangen, waarna hij mocht opdraven bij Barcelona en Oranje. Zover ik weet krijg je daarvoor een meer dan modale vrijwilligersvergoeding. En inmiddels werkt hij alweer een tijdje bij Dirk, van wie het gerucht gaat dat hij persoonlijk met Jort Kelder belt als hij vindt dat hij te laag in de Quote 500 staat. Dus ik vermoed dat Dirk wel iets voor de ooit zo succesvolle trainer overheeft.

Dus geld kan het motief niet zijn voor Louis. Maar waarom doet hij het dan? Heeft hij geen vrienden? Waren er geen mensen die na dat keukenspotje belden dat hij dat nooit meer moest doen? Dan was deze laatste afgang hem bespaard gebleven. Of is hij de man van de brede loopbaan? Hij heeft het ook ooit nog eens als dichter geprobeerd. Iedereen kent de onsterfelijke regel: Dan is de cirkel weer rond... Gaat Louis misschien ook nog eens als een Peter R. de politiek in? Wil hij een eigen talkshow bij Talpa? Daar zijn ze tot nu toe niet zo kritisch! Wat is het motief?

Inmiddels zag ik een blooperband van de opnamen. Daarin zegt hij per ongeluk: ‘Zijn jullie nou zo dom of ben ik zo goedkoop?’ Beter had de schat het niet kunnen samenvatten.

Ten Cater

Blind moet weg. John Jaakke zucht nog maar eens diep. Het wordt hem als hockeyer allemaal te veel. Hij vindt het o zo moeilijk om alle voetbalnamen uit elkaar te halen. Gio is Van Bronckhorst, Pipo is Inzaghi en Truus is niet van Van Hanegem, maar van Van Gaal. Of van Van Geel? Dat moet hij commercieel directeur Fontein vragen. Hoewel? Weet die het? Dat is meer een cricketmannetje. Waar is Maarten eigenlijk? O ja, die is het product Ajax wegzetten in Azië. Dat is hem met de ijsjes van Unilever ook gelukt. Heel Azië likt aan Magnums en Raketjes! Ajax gaat leven in Seoel en Hongkong. Daar gaat het om. Onderhand piekert John verder. Blind moet weg. Na anderhalf jaar voorzitterschap kwam hij erachter dat Milaan twee clubs heeft. AC en Inter. En die spelen ook nog eens in hetzelfde stadion. Moeilijk hoor. En Van Persie speelt niet bij Manchester, maar bij Chelsea. Toch?

Sinds zijn aanstelling praat technisch directeur Van Geel de Ajax-preses voor alle belangrijke vergaderingen even bij. En dan vertelt hij aan Martin de laatste hockeynieuwtjes. Dat Laren degradeert, Teun de Nooijer heel goed is en Delmee een beetje de Berry van Aerle van het hockey is. Op het moment dat hij het zegt denkt hij: Wie was Van Aerle ook alweer? Speelde die niet in de spits met Theo Maassen?

Blind moet weg. Pijnlijk onderwerp, maar wat moet moet. Blind heeft een Ajaxhart. Twintig jaar doolt hij op de club rond. Twintig jaar?

‘Is hij al zo lang trainer?’ Van Geel legt uit dat Danny ook bij Ajax heeft gespeeld en zelfs met de club de Champions League heeft gewonnen.

‘Maar toen was ik er nog niet!’ verontschuldigt de aardige voorzitter zich. Jaakke is een beschaafde jongen, die dan ook oppert om Danny nu meteen te bellen en hem de vervelende mededeling te doen. Kwestie van duidelijkheid en beschaving. Van Geel legt hem uit dat het zo niet werkt in de voetballerij.

‘Wel achterbaks blijven’, legt hij de voorzitter uit. ‘Voetballen doe je met je kicksen en besturen met je ellebogen. Daarom wilden we zo graag een gereformeerde voorzitter. Die hebben eelt op hun ellebogen!’ John begrijpt het. Ze gaan Danny niks zeggen, laten hem een beetje zwemmen en na de bekerfinale in De Kuip gaan ze het hem vertellen. Maandagochtend 8 mei wordt hij op kantoor geroepen. En dinsdag presenteren we Henk.

‘Henk Kesler?’ oppert John.

‘Nee, Ten Cate. Henk ten Cate gaat het doen!’

‘Werkt die al bij ons?’

‘Nee, die is nu assistent van Frankie bij Barça!’

‘En gaat dat Barça goed?’

‘Die worden Spaans kampioen en spelen tegen Arsenal in de Champions League-finale. In Parijs’.

‘Maar Barcelona wordt toch kampioen van Spanje? Met die Ronaldo?’

‘Ronaldinho! Barça en Barcelona is hetzelfde! Barcelona wordt Barça genoemd’.

‘Maar Arsenal komt toch niet uit Parijs?’ John weet niet beter dan dat ze uit Liverpool komen! Verwarrend, dat voetbalwereldje.

Het suist in het drukke hoofd van de voorzitter. Dus Blind was eerst speler, toen trainer en moet er nu uit. En hij moet hem ontslaan. Want hij is de voorzitter. De voorzitter van Ajax. De club van Saigon en Jakarta. Wat zal hij zeggen? Dat de voetballerij hard is? En dat het niet anders kon? Misschien moet hij Scheringa eens bellen. Hoe lost die dat op? Zal Martin het nummer van Scheringa hebben? Dus volgende week moet hij nog gewoon mooi weer spelen tegen Danny. Hoe is het met de vrouw? Hoe gaat het met de kinders? Vakantieplannen, Danny? En dan niet per ongeluk zeggen: ‘Knoop er nog maar een paar weekjes achteraan. Tijd zat!’ Dat zou niet handig zijn.

En de naam Ten Cate moet hij opschrijven. Ten Catemarkt is een leuk ezelsbruggetje. Ten Cate, Henk, assistent van Frank (geinig dat dat rijmt!). Die gaat het doen. En Charisteas is weg. Of was dat nou die andere Griek?

Hij kijkt Martin waterig aan. Weet je: ik ga gewoon zeggen dat hij wel verstand van voetbal heeft, maar niet genoeg. Ten Cater. Die wordt het. De assistent van Frank de Boer!

Groene hijger

Als ik burgemeester van Blaricum was, zou ik ook straalbezopen naar mijn werk gaan. Lijkt me verschrikkelijk om je de hele dag bezig te moeten houden met de oprijlaanproblemen van allerlei Paarlbergjes en andere witwassers. Ik zou ook eerst een paar stevige neuten nemen voor ik me naar mijn werk sleepte. Burgemeester van een dorp waar elke bewoner een Appeltje voor de dorst aan zijn wand heeft hangen. De Appeltjes die dit weekend door de dood van de schilder in waarde zijn verdubbeld. Wat dat betreft valt zijn dood goed in die kringen. Maar in zo’n dorp burgemeester spelen. Dat kan niet nuchter.

Moest wel vreselijk lachen om de Noord-Hollandse Commissaris van de Koningin Harry Borghouts, die onmiddellijk met het voorstel kwam dat alle burgemeesters een chauffeur moeten hebben. Het is volgens Harry toch verschrikkelijk dat een burgemeester niet eens rustig kan zuipen tijdens zijn werk. Wat een wantoestand. Heel goed dat GroenLinkse Harry dit probleem aan de kaak stelt. Ik wil daar graag op drinken.

Over wantoestanden gesproken. Begreep dat cruisende homo’s in het Amsterdamse natuurgebied De Nieuwe Meer veel overlast ondervinden van de daar neergestreken groene reiger. Dit vogeltje trekt veel bekijks en dat is vervelend voor de privacy van de elkaar anoniem bespringende bosjesnichten. Staan ze net even lekker aan elkaar te hutseflutsen, komt er twee bomen verderop een zeldzaam reigertje zitten! Dan zeg ik: Wie was hier het eerst? Precies! Dus wie moet er wegwezen? De groene reiger. Daarbij hoort dat vogeltje in Midden- en Noord-Amerika. Misschien is een vogelverschrikker een idee. Een pop van een nog niet opgepimpte Rita Verdonk die het asielzoekende vogeltje de stuipen op het bange lijfje jaagt. Nee, de natuur gaat voor alles. Eerst de hijger dan de reiger.

Over Kroesen gesproken. Neelie zit politiek en financieel in de shit door ene Jan-Dirk Paarlberg. Ik begrijp dat de eerste miljoenen van deze miljardair een indirect erfenisje van mijn overleden collega Wim Sonneveld waren. Door Willem bij elkaar gezongen centen. Dus die Paarlberg is gewoon weer een of andere rijkeluiskakker met aangewaaid geld. In zijn geval had ik dan toch mijn naam veranderd in Willem Parelberg. Uit respect voor mijn oorspronkelijke mecenas.

Jan-Dirk Paarlberg is volgens de politie gelieerd aan de heer Willem Holleeder. Een naam die bij ons in Amsterdam overigens wonderen doet. Ik wilde vorige week op Koninginnedag mijn oude meuk verkopen, maar had geen zin om al te vroeg op te staan. Dus had ik op de hoek van de Leidsestraat en de Prinsengracht met vette letters op de stoep gekrijt: Gereserveerd Familie Holleeder. En inderdaad. Geen enkel probleem. Toen ik tegen twaalven met mijn muf meurende zolderinhoud kwam aanlopen, was er een strook van zeker honderd meter trottoir geheel vrij. Mijn buurman vroeg of hij tien procent van zijn opbrengst moest afstaan. Heerlijke dag.

Over een heerlijke dag gesproken. Morgen neemt Danny Blind groots afscheid van Ajax. Guus Hiddink heeft zijn psv opdracht gegeven de wedstrijd met 4-0 te verliezen. Uit solidariteit met de ras-Ajacied Blind. Twintig jaar is Danny aan de Amsterdamse club verbonden geweest. Twintig jaar! Lief en leed heeft hij daar gedeeld. Dat hij, gezien het belabberde voetbal van zijn team, eruit moet kan hij misschien nog begrijpen. Dat snap ik zelfs. Maar de manier waarop is zo beneden alle peil. Een wekenlang zwijgend bestuur van kiekeboe spelende mannen. Een man als Blind zo bot de deur wijzen! Het kan niet en het mag niet. Een man als Jaakke heeft niks te zoeken bij een voetbalclub. Hij moet terug naar de contreien van het o zo keurige Gooi vol makke kakkers. Met een icoon als Blind ga je beschaafd om. Over ontslag valt altijd te discussiëren, maar over de manier waarop niet. Het is Danny Blind, meneer Jaakke. Een man in de categorie Swart, Cruijff en Keizer. Maandag begint het Leidseplein te zingen en de Arena zal komend seizoen doorzingen tot Jaakke huilend vertrekt. Het wordt de eerste fluwelen supportersactie. Waar hij heen moet? Richting Blaricum. De buurt waar hij hoort. En daar lekker zuipen met de burgermoeder en haar chauffeur. Proost!

Doorzonsukkels

Hoe zal de gepensioneerde doorzonsukkel, die zijn paar gespaarde tonnetjes in Ahold had gestopt, naar de huilbui van Cees van der Hoeven hebben gekeken? Zijn geld is door de oplichterspraktijken van Cees & Consorten verdampt en verdwenen. De vrolijke werkloosheid moest anders besteed. Met alleen een aoweetje kom je niet ver. Geen droomhuisje, niks te reizen en zelden nog naar een goed restaurant. En boodschappen bij de Aldi. Want Appie is te duur.

In de verklaring van Cees las ik een lauw tussen-neus-en-lippenexcuus aan de gepensioneerde doorzonsukkel. Maar je moest echt vier keer lezen om te weten dat hij het ook echt gezegd had. Het ging vooral over Cees. Hij was aan de schandpaal genageld, door het slijk gehaald, met zijn hele familie door een hel gegaan en eigenlijk was hij al genoeg gestraft. Een diep collectief medelijden zou door het volk moeten gaan. Even dacht ik dat hij excuses zou eisen van de journalisten, columnisten en cabaretiers die hem met hun woorden zo’n pijn hadden gedaan. Zo erg wat hij allemaal had meegemaakt. Het Boonstragevoel zal ik maar zeggen.

Toen ik zijn betraande woorden las, vroeg ik me af hoeveel geld Cees zelf op het moment van de vrije val in Ahold had zitten. Of was hij er met voorkennis bijtijds uitgestapt? Waar woont hij nu? Driehoog achter in de Haagse Schilderswijk? In een tweedehands caravan in de schaduw van een snelweg? Of dobbert hij nog lekker ergens in de Quote 500? Volgens mij is Cees zijn geld niet kwijt en woont Michiel Meurs ook nog steeds in dezelfde villa. Het is de heren gegund, maar afgelopen maandag was het wel wat netter geweest als ze iets langer bij de gepensioneerde doorzonsukkel hadden stilgestaan in plaats van zolang bij zichzelf. Als je een sideletter tikt, weet je dat je illegaal bezig bent, en als je hem tekent ook. Als je vervolgens miljoenen aan premies int op basis van deels verzonnen winst, dan weet je dat het gewoon niet deugt. Als je ordinair beloond wordt voor die klus, weet je ook dat je publiekelijk aan de beurt bent als het zaakje ploft. Maar dat je door je eigen blinde hebzucht duizenden gepensioneerde doorzonsukkels hebt geruïneerd, is wel zó kwalijk dat je daar langdurig bij stil had moeten staan. Het was mooi geweest als de heren zich solidair hadden verklaard met de bestolen sukkels. De in de vette jaren vergaarde miljoenen naar een goed doel en net als de sukkels terug naar nul. Kamperen in plaats van vijfsterrenhotels. En ordinair McDonald’s snacken. Dus niks Librije of Oud Sluis. Dat zou een mooie straf zijn. Voelen wat je anderen hebt aangedaan. Beeveetjes opdoeken, vette leaseauto’s weg, villa in de verkoop, tuinman in de ww au pair in de bijstand, chaletje inleveren, het Franse vakantiehuis van de hand doen, de Amsterdamse appartementjes voor de studerende kinderen opofferen en mama weer gewoon in c&a-outfit.

De P.C. Hooftstraat is onhaalbaar. Daar mag je op een moment van zelfkastijding met de hele familie etalages kijken. Zelf loop je dan in een Zeeman-smoking, ofwel in een gezellig nylon trainingspak. Gewoon weer met het volk naar een Hollands strand, boterhammen mee en er is niks mis met water uit de kraan. En mama ook gewoon weer werken. Villaatje schoonmaken. Doet zwart twintig euro per uur. Lijkt me wel leuk, zo’n bekakte werkster met wie je over de hockeycompetitie kan babbelen.

En de golfbaan is natuurlijk ook taboe. Alleen als caddy. En zelf weer gewoon aan het werk. Handjes laten wapperen in een voedselfabriek. Gezellig tussen de Polen uien snijden of sinaasappels persen. Asperges steken mag ook. Niet meer eten. Alleen steken. Niks zelfmedelijden. Op mij had het een averechtse werking. Toen ik hun praatjes las, dacht ik: het cachot in met die types. Lang? Ja, dan zijn we ook van hun gemekker af.

Forza Ayaan

Hier in Italië is Nederland het lachertje van de week. Eerst de zaak Huntelaar en daarna Ayaan. Elke Italiaan die iets met voetbal heeft – en zoals u weet zijn dat alle Italianen – vraagt of ik nog één keer wil vertellen hoeveel doepunten Klaas-Jan dit seizoen gemaakt heeft.

‘Vijftig’, lach ik dan.

‘Gekocht?’

‘Nee, gemaakt!’ En vervolgens leg ik uit dat hij het jaar van het ooit zo grote Ajax heeft gered.

‘En hij gaat niet mee naar het wk? Wie dan wel?’

Vervolgens ben ik een kwartier bezig om uit te leggen wie Vennegoor of Hesselink is en dat dat niet twee spitsen zijn.

‘Hij is een breekijzer en scoort gemakkelijk in de laatste seconde?’ vragen mijn verbaasde dorpsgenoten.

‘Nee, dat doet Huntelaar!’

Ik krijg het niet uitgelegd. Er gaan nu serieus geruchten dat de hier nog altijd heilige Marco is omgekocht door de Italiaanse bondscoach Lippi. Twintig miljoen voor het thuislaten van Klaas-Jan. Anders kan het niet. Of ik het geloof? Nee! Hoewel? Waarom niet? Hier is alles te koop. Juve bepaalde jarenlang wekelijks alle uitslagen in de competitie. Na Italië, Duitsland en België schijnt het in Nederland ook niet helemaal koosjer te zijn. Een ex-spelersvrouw heeft justitie getipt. Ik vrees dat haar ex-geliefde een dusdanige ziekenfondsspits is dat ze na zijn zoveelste oliedomme misser in het dorp heeft rondgebazuind dat hij hem voor geld over of naast schoot. Of het is gewoon pure rancune.

Maar het Huntelaarstormpje ging al gauw liggen. Of liever gezegd: Het werd overstemd door de Ayaanorkaan, die ook hier de kranten op het terras deed opwaaien. Ik heb de Italianen eerst verteld wat de vvd is. Dat is niet zo moeilijk. Ze zijn in het land van Berlusconi op het gebied van dom rechts veel verder dan wij. Maar het wedstrijdje Rutte-Verdonk met alle gevolgen van dien is ingewikkeld uit te leggen. Zeker nu Verdonk de zaak Hirsi Ali heeft ingezet. Ik leg uit dat Ayaan had gesjoemeld met haar naam en leeftijd.

‘Maar dat doet toch elke vrouw?’ opperen alle Italiaanse mannen. ‘Eerst ouder willen lijken om de disco in te kunnen en later jonger willen zijn om nog wat sappigs aan de haak te slaan. En van naam wissel je voortdurend zodat je minnaar niet weet met wie je getrouwd bent.’

Ik leg hun uit dat de ophef me ook verbaast omdat ik geboren, getogen, gepokt en gemazeld ben in het veel te rijke Gooi, waar de vvd dicteert. In mijn jeugd hebben alle hockeypapa’s mij onvermoeibaar uitgelegd hoe je je belastingformulier moet invullen en hoe je de boel tilt met bv’s, verzonnen aftrekposten en andere praktijken. Elke vvd’er laat zijn huis schilderen door illegale Poolse winterschilders die louter zwart witten. Mevrouw Kroes, een icoon van de partij die rondhangt op de Brusselse Kermis, wordt openlijk gesteund door de Amsterdamse maffia. Dus ook ik ben verbaasd dat iemand binnen die partij raar opkijkt van een beetje rommelen met een naam en een geboortedatum.

Verder leg ik uit dat Ayaan weggepest is door buren die bang waren dat hun lullige appartementje door de overlast van de streng beveiligde politica minder geld waard werd. Die buren weten niet dat ik het appartement inmiddels gekocht heb en dat ik er de komende jaren wilde midlife-feesten ga geven. Snollen, snuiven, hoeren en snoeren tot de zon opkomt. Ik zal ze krijgen, die kleinburgers.

Dan wordt het de pastoor, die er later bij gekomen is, duidelijk. Het gaat om Ayaan! Dé Ayaan! Dezelfde vrouw die op de vlucht is voor de moslimfundamentalisten! Die als een van de weinigen openlijk ageert tegen het besnijden en uithuwelijken van vrouwen! Die dit alles met gevaar voor eigen leven aan de kaak gesteld heeft! De vrouw aan wie de brief op de buik van Van Gogh gericht was!

Beschaamd moet ik toegeven dat het een en dezelfde vrouw is. Er valt een lange, lange stilte. Waarop de slager zegt: ‘Die Huntelaar. Kan die voor 1 juni nog Italiaan worden?’

‘Regel ik wel’, zegt de burgemeester, gewoon op mijn manier. Beetje rommelen met de naam en de datum... Geen punt!’

We heffen zacht het glas. Forza Ayaan!

Bezoekbejaarden

Mijn oude tante woonde bijna tachtig jaar in de Amsterdamse binnenstad. Geboren in de Jordaan en getogen aan het Singel. Ze heeft de Jordaan zien veryuppen en de grachten zien vergordelen. Op een paar groentejuweliers en slagerettes na zijn alle levensmiddelenwinkels verdwenen. De straatjes zitten vol met winkeltjes met cadeautjes voor mensen die alles al hebben. Mexicaanse pleeborstels, maffe oezepoezeplacemats en andere overbodige hebbedingetjes.

Het oude Amsterdam heeft niks meer met het oude Amsterdam te maken. Er wonen nog weinig oude tantes. De meesten zijn dood en hun huizen zijn overgenomen en doorverkocht door handige vastgoedjongens. De prijzen van de huizen en appartementen zijn dusdanig hoog dat de meeste mensen die er wonen zelden of nooit thuis zijn. Ze moeten knoeperhard werken om hun stulpje te kunnen financieren.

Daarbij is het voor de bewoners beter dat ze er nooit zijn, omdat ze niet in het bezit zijn van een parkeerkaart. Er is voor dit felbegeerde document een wachtlijst van enkele jaren en die wachtlijst wordt alleen maar langer, omdat elke bezitter van zo’n kaart de meest ingewikkelde trucs uithaalt om die kaart te kunnen behouden. Ze worden voor veel geld doorverhuurd aan derden. De handel in illegale parkeerkaarten tiert welig. Logisch, want de parkeertarieven zijn onbetaalbaar en derhalve staat je autootje beter in de gratis parkeergarage van je advocatenbunker aan de Zuidas dan naast een geldslurpende automaat op de Herengracht.

Mijn oude tante had er last van. Niet van de parkeertarieven. Zij was slecht ter been en had een welverdiende invalidenkaart. Maar ook weer wel van de parkeertarieven. Zij kreeg steeds minder bezoek. Haar vriendinnen, die stuk voor stuk waren aangewezen op hun aoweetje plus een bescheiden pensioentje, konden het parkeren bij haar voor de deur niet betalen. Als ze kwamen, wilden ze een aantal uren blijven en dat werd echt te kostbaar. Op een gegeven moment kon mijn tante het huis niet meer uit en het bezoek het huis niet meer in. Ze kon wel bellen met de bejaardenwerker van de binnenstad. Die kwam dan langs. Met de auto? Ik geloof het wel. Was het parkeren voor hem dan niet te duur? Nee, want hij had een zogenaamde hulpverlenerskaart op zijn achterruit en hij kon zijn auto neerzetten waar hij wilde. Zijn organisatie betaalde de veertig euro die aan de kaart verbonden waren. Wie zo’n kaart allemaal hebben? Dokters, verpleegkundigen, mensen van de thuiszorg, vroedvrouwen en andere hulpverleners. En prinsen! De zoontjes van Van Vollenhoven en hun prinsesjes! Zij rijden voor Tafeltje dekje, verwisselen steunkousen bij oudjes die niet meer kunnen bukken, brengen medicijnen rond, herstellen gehoorapparaten, helpen oma’s om op het internet te komen, kijken met opa’s naar het wk-voetbal en bij sommige ouderen klussen ze wat bij. Maken hun huisje drempelvrij zodat ze iets later dan gemiddeld hun heup breken. Ik wist het ook niet. Maar dat doen ze al jaren. Daarom hebben ze ook zo’n hulpverlenersparkeerkaart. Ze brengen bij bijna alle bejaarden wekelijks een vers bloemetje, draaien hier en daar een wasje en ze doen sommigen zelfs af en toe in het bad. Je denkt toch niet dat een Van Vollenhoven, familie nota bene van Trix & Lex, de gore moed heeft om een hulpverlenersparkeerkaart te regelen omdat hij anders op een wachtlijst zou komen? Of dat hij het zou doen omdat hij te veel zou moeten betalen? Of dat hij geen zin zou hebben om de auto op een desolaat industrieterrein te zetten? Een Van Vollenhoven is goed voor miljoenen per persoon en daarbij staat Trix altijd garant. Dus die 500 euro voor die maandkaart is echt geen punt. Nee, ze dweilen, soppen, voeren, wassen, poetsen, schrobben en timmeren voor de laatste gordelbejaarden. Daarom doet mijn tante, die al lang dood is, een goed woordje voor ze in de hemel. Dat ze daar als ze na zoveel liefdadigheid op aarde in de hemel komen, ook nog eens een mooie parkeerplaats krijgen.

En als ze hem per ongeluk toch ten onrechte hebben, dan zal dit nobele volk grootmoedig zijn kaarten afstaan. Aan wie? Aan bezoekbejaarden. Bezoekbejaarden die de visite aan de laatste oude tantes niet meer kunnen dokken.

Middel-leeuwen

Sprak zondag een journalist die met het eerste Nederlandse konvooi mee naar Uruzgan was gereisd en hij vatte het leven daar kort samen: middeleeuwen! Hij voorspelde een hoop doden. Donderdag las ik over de eerste gevechten en inderdaad: het belooft niet veel goeds. Zal Wouter Bos de ouders van de eerste gesneuvelde soldaat condoleren? Zal Balkje zijn medeleven betuigen? En wat doet Boris Dittrich? Hij twijfelt. En wat doen we met de gewonden? Misschien wil de tros een Mister Holland Verkiezing voor gehandicapten organiseren. Dat Lucille Werner en Koos Alberts de prijs uitreiken aan een jonge soldaat die zijn benen daar voor de goede zaak heeft moeten laten!

Uruzgan! Zal ik er in mijn hoedanigheid van komiek heen gaan om die jongens een hart onder de riem te steken? Dat wij broodnodige cabaretiers er een traditie van maken! Dat ik onze jongens ga uitleggen dat ze aan die lieve Afghanen moeten vertellen dat ze onze westerse vrijheid komen brengen. Onze democratie! Onze moraal. Dat we daar net zo lang blijven tot ook de Taliban hun eigen jaarlijkse Gayparade hebben en de Free Record Shop in Kabul dildo’s van het model Vanessa verkoopt. Moeten we al zo ver gaan dat we willen dat ze net als wij een heuse pedopartij krijgen? Misschien is het leuk om de oprichter van deze nvd te sturen. Zag dat de man in een caravan woont. Dus hij kan zijn huis meenemen. Wie weet kan ik nog wat woordspelen met het begrip trekhaak. Zag ook dat de oprichter voldeed aan alle criteria die wij stellen aan dit soort viespeuken. Dik, over de zestig, een afgebladderde caravan, badslippers en een groezelig gebit. Als dat als kind je eerste seksuele ervaring wordt... Dat je je onschuldige pielemuis in dat meurende fietsenrek moet parkeren. Toen ik die kamelenbek zag, begreep ik onmiddellijk waarom de goede man ook seks met dieren wil toestaan. Voor de zekerheid.

Moeten we een onderzoek tegen deze partij beginnen? Dan vragen we officier van justitie Joost Tonino of hij dat wil leiden. Kijken of de bestuursleden kinderporno in hun bezit hebben. Vrees dat ik de einduitslag wel weet. De mannen hadden geen kinderporno in hun bezit, maar hun computers wel. Dat zijn namelijk hele geile computers. Die downloaden dat ’s nachts als de mannen dromen van een veld vol Wiener Sängerknaben!

Het lijkt me een leuk optreden in Uruzgan. Misschien kan ik in het Afghaans ook nog wat schnabbelen bij een van de plaatselijke krijgsheren thuis. Dat ik uitleg welk onderwijs wij in Nederland hebben. Dat dat helemaal niet zo soft is als iedereen zegt. Als voorbeeld zal ik het Amsterdamse Geert Groote College geven. Daar worden de kinderen nog ouderwets spartaans opgevoed. Als je ouders het geld van je schoolreisje niet hebben betaald en je toch in de bus zit, word je er als vijftienjarige jongen gewoon uitgezet. Bij een station? Nee, op een parkeerplaats langs de snelweg. Helemaal alleen in de vrije natuur. Het Geert Groote College is dan ook een vrije school! Hun onderwijs is gebaseerd op de leer van de racist Rudolf Steiner!

Misschien is het ook aardig om die mensen glashard te vertellen dat ze inderdaad nog in de middeleeuwen leven en misschien is het leuk om wat foto’s van Nederland te laten zien. Een voetbalstadion vol oranjesupporters. Voetbal is ook oorlog. Zeker in bierbrouwersland. Grolsch heeft dertigduizend Nederhosen moeten terugnemen omdat ze het idee gejat hadden van een zakenman van wie ze ook een aanzienlijke schadeclaim aan hun bierbroek kunnen verwachten.

Bavaria verloor een kort geding omdat de knvb uitgedeelde Leeuwenhosen had afgepakt en niet heeft teruggegeven. De leeuwenhose is een oranje plastic lederhose met opblaasstaart. De staart moet je zelf opblazen! De knvb heeft een contract met drugsdealer Heineken en die levert aan het legioen al groene jagershoedjes met een oranje roeptoeter erin. Nu zit Bavaria met tienduizenden leeuwenhosen. Wat doen we ermee? Ik stel voor dat de brouwer ze aan het ministerie van defensie geeft. En dat minister Kamp ze dan persoonlijk naar Uruzgan brengt. Als bodybag. Dat onze dode jongens als oranje helden terugkeren! Met opblaasstaart!

Doolboten

Broodmagere haring schiet door de zee. Met hun Angolalijfjes vluchten ze door de mazen van het net. Weight Watchersvissen zijn het. Voor dit uitgehongerde zootje hou je geen Vlaggetjesdag. Misschien is het beter om de vlaggetjes massaal halfstok te hangen. Rouwen om de laatste haring.

De vissersboten zijn tegenwoordig hele visfabrieken. De vis wordt met sonar opgespoord en dan massaal en meedogenloos gevangen. Kansloze dieren. Vluchten kan niet meer. De boten zijn zo duur dat ze pas rendabel zijn bij miljoenen kilo’s gevangen vis. De investering moet eruit. De bank hijgt de vissers in hun nek. De zee raakt leger en leger. Eens zullen de boten werkeloos wegroesten. Hun werk is dan gedaan. De zeeën zijn compleet leeg. De biologisch dode rivier de Jangtse mondt erin uit. De andere rivieren volgen dit voorbeeld.

Op diezelfde zeeën dolen boten vol radeloze vluchtelingen. Met zijn vijfentachtigen in een tienpersoonssloep. Gelukzoekers voor de Spaanse kust van Gran Canaria. Geen papieren, geen identiteit. Als niemand willen ze ergens opnieuw beginnen. Weggevlucht uit hun kansloze omgeving. Ze zoeken werk, eten, toekomst. Maar de Verdonken zijn op hun hoede.

Op de Noordzee dobberen supersonische zeilschepen hun Volvo Ocean Race uit. Ze wachten op de wind die een eind moet maken aan de martelende wedstrijd. Zelden is een tocht zinlozer geweest. De winnaar is inmiddels bekend. Net als de verliezer Hans Horrevoets. Alle boten varen in de schaduw van deze onfortuinlijke jongen. Wie durft nog een glas te heffen? Wat valt er nog te juichen? Begreep dat er in Rotterdam nog festiviteiten zijn. Sponsordiners en zo. Wie gaat daar zitten? Waarom? Ik denk dat men doorvaart en zegt dat Hans dat gewild zou hebben. Maar eigenlijk wil niemand meer. Onderhand zien de vissen de naam van de bank op het zeil. Dezelfde bank die de vissersboten aanspoort om meer te vangen. Doolboten zijn het.

Ook op het Naardermeer doolt een boot. Een protestboot. Een poging om de aanleg van een weg door het prachtige natuurgebied te voorkomen. Het laatste stukje groen wil men behouden. Maar de weg moet er komen. Met nadruk op moet! De economie moet groeien, de file moet opgelost, de Almeerder moet probleemloos naar Schiphol kunnen rijden. Zonder oponthoud naar de Canarische eilanden kunnen vliegen. Braden op een Spaans strand. Zwemmen in een lege zee. Zwaaien naar de boten vol met vluchtelingen. Wordt het een tunnel onder het meer of een weg op palen? Dat laatste plan kwam van de vvd. Waarom leggen we Schiphol niet naast Almere? Dan is alles opgelost.

Zelf dobber ik ook op een bootje. Ik zwerf door de grachten en over het IJ. Op zoek naar een ligplaats. Amsterdam is overvol. Geen leeg stukje kade te vinden. Hoorde een mevrouw zeggen: ‘Nee, we gaan niet varen, anders ben ik mijn ligplaats kwijt!’ Kort samengevat gordelleed. Zoekend naar een plek denk ik na over de vier weken voetbalterreur. Gisteren is het feest begonnen. In mijn dobberdromen zie ik Heitinga opzettelijk naast koppen, Vennegoor of Hesselink rolt de bal heel zacht richting Argentijnse keeper, Dirk Kuijt weigert te spelen, Van Nistelrooij simuleert een blessure en Huntelaar is openlijk blij dat hij niet hoeft mee te doen. Van der Sar laat drie terugspeelballen door zijn vingers glippen, Cocu schiet opzettelijk in eigen doel en Wesley speelt de bal continu over de zijlijn. Het Nederlands Elftal wil naar huis. Ze willen niet door. Niet verder. En wiens schuld is dat? Van Basten? Jansma? Jorritsma? De hele knvb? Niemand weet het, maar er heerst een grafstemming in Freiburg. Het gaat niet om de slogan op de bus. Het ligt ook niet aan het eten. Hotel is prima. Prachtig grasveld om te trainen. De vrouwen komen bijtijds over, er is geen ruzie in de groep, de kamers zijn prachtig, de stemming is top! Wat er dan is? Er is iets verschrikkelijks. Alle motivatie is uit de jongens geramd. Ze slapen niet en kijken ongelovig de wereld in. Al die tijd voor niks getraind. Als Nederland de achtste finale haalt, dan wordt de selectie getrakteerd op een optreden van Dries Roelvink. En men kan een hoop hebben, maar er zijn grenzen.

Arme Neelie

Straatarme Neelie kan je beter zeggen. Ik heb het over Neelie Kroes, die binnenkort best wel eens als Neelie K. in de krant zou kunnen komen. Als ik haar was, zou ik Maurice de Hond nu alvast bellen.

Heeft ze iets crimineels gedaan? Niet echt. Daarbij: wat is crimineel? Ze heeft zaken gedaan met types die scharrelen in de periferie van wijlen Willem Endstra en andere cowboys. Jongens die worden genoemd in het proces-verbaal van de gevreesde Willem Holleeder. Neelie zegt dat ze niet wist dat de heer Paarlberg de klusjesman van Willem Endstra was. Paarlberg was gewoon een vriend. Vanaf het moment dat ze hoorde dat hij in de problemen zat, heeft ze alle banden met hem onmiddellijk verbroken. Dat doe je met vrienden! En het waren nogal wat banden. Zo mocht ze jarenlang in zijn kasteeltje gratis kantoor houden, kreeg ze er voor nul komma niks een heuse secretaresse bij en stond de multimiljonair garant voor haar schulden bij de bank. Dit laatste deed hij ook voor nop. Nou ja, voor nop... Neelie moest wel voor kruiwagen spelen. Zij moest deuren openen die normaal voor de gemiddelde vastgoedcrimineel gesloten blijven.

Uit haar Rotterdamse snoepreisjestijd met Bram Peper weet ze natuurlijk als geen ander hoe je een wethouder uit die stad binnen een paar minuten te pakken krijgt. Als wij gewone burgers een gemiddeld Nederlands gemeentehuis bellen, dan hangen we een dag of drie in een of ander klantvriendelijk keuzemenu. (Bent u wanhopig? Toets een 1! Zit u al meer dan drie uur aan deze telefoon? Toets een 7! Denkt u: krijg allemaal de vinkenteringtyfus maar? Hang op.) Maar Neelie heeft de rechtstreekse doorkiesnummers van alle wethouders en hoge ambtenaren uit die stad, dus zij hoeft nog geen seconde in de wacht. En ze heeft natuurlijk niet alleen de nummers van de Rotterdamse elite. Ook alle hoge Haagse jongens en meisjes zitten opgeslagen in haar mobieltje. Gewoon overgeschreven uit een oud adressenboekje van haar ex Bram P. Als ik vastgoedcrimineel was, zou ik haar ook als vriendinnetje kiezen.

Wat de zaak zo droevig maakt, is het kruimelgehalte. Rijk leven, maar het eigenlijk niet zijn. Toen ze nog met Bram was, kwam er al een ontluisterend beeld naar buiten. Juridisch bleek het achteraf allemaal redelijk te kloppen, er was niet echt gesjoemeld, maar het was van een financiële benauwdheid. Wasmachinedozen aan bonnetjes moesten maandelijks her en der gedeclareerd worden. Anders kon het huis in Wassenaar niet bewoond worden.

En nu blijkt dat de oud-minister en Nijenrodebaas voor haar zure centjes vernederend moest lobbyen. Ordinair de boer op. Proberen binnen te komen bij de toenmalige Rotterdamse wethouders Pastors en Van Sluis. Dit treurige werk deed zij voor vastgoeddesperado Paarlberg, zetbaas van een van de grootste witwasserijen van ons land. Het doet me zo denken aan Frits Bolkestein. Mooi bekakt spreken over Europese problemen, chique stukjes daarover schrijven, maar op zondagavond zat de schat op zijn koude zolderkamer namens een Amerikaanse pillenboer heel nerveus Beste Elsbriefjes te tikken, omdat hij anders zijn stacaravan niet kon betalen. Ook hij verdween, net als Neelie, op een gegeven moment als eurocommissaris naar Brussel. Zie nog in welke bochten ons kabinet zich moest wringen om Neelie op deze vuilnisbelt van aangeschoten politici te kunnen storten. Bij elke beslissing die ze nu neemt, moet ze uitgebreid uitleggen dat zij met het desbetreffende bedrijf officieel niks meer te maken heeft. Officieus wel, maar dat regelt ongetwijfeld een type van het kaliber Paarlberg.

Nu blijkt dus dat ze in ruil voor wat bankgaranties, een kantoortje en een secretaresse heel vernederend moest lobbyen voor de maffia. Ze geeft het in de Volkskrant van afgelopen donderdag ruiterlijk toe. Ze noemt het zelf: er ingetuind zijn!

Intuinbaar. Omkoopbaar. Welk begrip gebruik je? Ik kies voor het laatste. Als je je als politicus laat betalen, dan ben je omkoopbaar. Aftreden? Ben je gek. Ze past prachtig binnen de vvd en nog beter in het Brusselse. Daar zit ze veilig tussen hetzelfde soort corrupte Italianen, Spanjaarden en Portugezen. Omgeven door tienduizenden lobbyisten. Leve Europa en leve Neelie.

Afkijken

Vrolijk word ik van het feit dat De Telegraaf-redactie in de war is omdat twee journalisten zijn afgeluisterd door de aivd. De redactie was te klein toen men er achter kwam en Remkes kreeg onmiddellijk een proces aan zijn broek. Moet denken aan de begrafenis van Toon Hermans. Op verzoek van de verdrietige familie was deze plechtigheid besloten. Door alle media werd dit uiteraard gerespecteerd. Bijna alle media. Alleen namens De Telegraaf lag er een zerkgrijze griezel vanachter een graf aantekeningen te maken. De lezers moesten weten welke verdrietige woorden zoon Hermans had gesproken. Teruglopend van het graf probeerde de viespeuk mij een paar vragen te stellen. Ik bood hem de keuze: rennen of een graf uitzoeken. Deze reactie heb ik nooit teruggezien in het ochtendblad van wakker Nederland. Toen ik later bij de toenmalige hoofdredacteur Olde Kalter mijn beklag deed, werd ik door de man vierkant uitgelachen. Toon was een publieke figuur, Youp van ’t Hek ook, dus had hij het recht om Toon tot in en mij tot op de rand van het graf te volgen. Zo simpel was dat. Ik was verbaasd en verbolgen en heb me toen voorgenomen dat ik tijdens zijn begrafenis vrolijk in het zicht van de familie aantekeningen ga zitten maken.

Zelf word ik door het Telegraafconcern regelmatig afgelegd. Niet door het krantje zelf, maar door het weekblad Privé. Wie roept dat dat blaadje wat anders is dan De Telegraaf liegt, want de periodiekjes werken meer dan innig samen. Regelmatig hangen ze rond mijn buitenhuis om te kijken met welke mevrouw Van ’t Hek ik mijn beschuitje deel. Dat is namelijk nieuws. Het smerige gevoel dat je daaraan overhoudt is dat je later merkt dat ze je urenlang in de smiezen hebben gehad. Dat mag dus wel. Niemand op de Amsterdamse Basisweg die daar bezwaar tegen aantekent. Het zou de journalisten Joost de Haas en Bart Mos sieren als ze ontslag zouden nemen bij deze krant. Je wilt toch niet werken bij een bedrijf dat zich van dezelfde praktijken bedient als de aivd? Ik zou Remkes dan ook willen smeken om door te gaan met het afluisteren, maar het zou nog beter zijn als hij per week publiceert wat daar allemaal gezegd wordt. Wij hebben daar namelijk recht op.

Bij mij om de hoek woont de hoofdredacteur van het weekblad Privé. Onlangs werd zijn vriend door een agent gearresteerd omdat hij die politieman na een verkeersovertreding voor iets verschrikkelijks had uitgemaakt. In diezelfde tijd werd ik geïnterviewd door een journalist van het ad en het leek me leuk om de heren op een broodje van eigen deeg te trakteren. Dus de arrestatie kwam in de krant. Diezelfde middag stond de vriend van Evert Santegoeds voor mijn deur te schreeuwen en sprak de onvergetelijke woorden: ‘Jij hebt helemaal niets met mijn privéleven te maken!’ Het is lang geleden dat wij met de hele familie zo hard gelachen hebben en draaien het door een vriendje van mijn zoon opgenomen hilarische videofilmpje regelmatig af.

Maar wat ik maar zeggen wil: je mag het toch een regelrechte gotspe noemen als journalisten uit de Telegraafstal bezwaar maken tegen afluisteren? En niet alleen uit die hoek. Afluisteren hoort sowieso bij de journalistiek. Als Marco van Basten een besloten training afkondigt, dan hangt het hele journaille in de hoogste bomen rond het voetbalstadion van Freiburg om te kijken wie de hesjes krijgt, naar wie de fysio het zakje ijs brengt en welke teennagel er door de bondspedicure wordt bijgevijld. Nou is dit maar voetbal, maar toch. Je zou de alom bewonderde bondscoach ook kunnen respecteren en hem rustig kunnen laten werken. Maar nee, wij kijkers en lezers hebben recht op een verslag van de training.

Zou erg lachen als Nederland morgenavond verliest en dat de Portugese trainer na afloop zegt dat hij alle Nederlandse trucjes al wist. Hoe? Hij had gewoon goed naar nos Sportzomer gekeken. Voor Villa bvd zou uitschakeling een zegen zijn. Waarom? Als de supporters naar huis zijn, kan ik Jan, Henk en Frits eindelijk verstaan. Nu kan ik ze niet afluisteren. Afkijken ook niet!

Kakelcratie

Wat een zegen dat de oranjekoorts voorbij is. Want wat kan een land raaskallen en ijlen. Totale razernij doolde er de afgelopen weken door de hoofden van de inwoners. Iedereen was volledig de weg kwijt. Vorige week zaterdag schreef een collega van mij een stuk op de opiniepagina van de Volkskrant. Volgens hem moest de bondscoach Mark van Bommel opstellen. Waarom hij dat schreef? Geen idee. Hij had als dienstdoende bn’er een dag of drie in de periferie van Jack van Gelder gescharreld en aldaar in het roddelcircuit vernomen dat er een kans was dat Mark niet zou spelen. Volgens de komiek was dat desastreus voor het Nederlands elftal en hij probeerde via de Volkskrant de bondscoach te bereiken. Deze krant drukte de onzin af. Of de bondscoach het ontluisterende artikeltje gelezen heeft weet ik niet, maar tegen de Portugezen stond Mark wel in de basis. Met alle gevolgen van dien. Hij begon met een hele domme overtreding op Christiano Ronaldo, waarop Boulahrouz dacht: Dat kan ik beter. De kannibaal, zoals hij in Duitsland genoemd wordt, pleegde vervolgens een regelrechte moordaanslag op de Portugese spits en mocht blij zijn dat de arbiter op dat moment nog mild gestemd was. Het werd geel, maar een schaamrode kaart was de enige terechte straf geweest. De toon was gezet en zelden zag ik in een stadion een ordinairdere schoppartij dan zondagavond in Neurenberg. Ohne Holland fahren wir nach Berlin zongen de Duitsers en opeens merkte ik dat ik het liedje zachtjes meeneuriede. Er was maar één conclusie mogelijk: Nederland had met dit team op het wk niets te zoeken.

Ondertussen ijlde men door. Johan Cruijff was waarschijnlijk nog stomdronken van de bruiloft van zijn zoon. Hij liet via zijn column in een ander ochtendblad weten dat hij eigenlijk vond dat minister Verdonk na de uitschakeling haar consequenties moest trekken en af moest treden. Zij had Salomon Kalou een Nederlands paspoort moeten geven zodat hij in een oranje shirt had kunnen meespelen. Even dacht ik: Johan begint in mijn wijk te klussen. De verlosser wordt grappenmaker. Nog even en hij doet de oudejaarsconference. En Marco geeft hem op de laatste dag van het jaar via de opiniepagina van de Volkskrant nog wat tips. Denk aan Ayaan! Fik Lousewies af. Pak Rita stevig aan! Vergeet de parmantige Pechtold niet.

Wat maakt het allemaal uit. Als de komieken zich serieus met de opstelling van het Nederlands elftal gaan bemoeien, dan mogen de voetballers toch proberen lollig te doen?

De tragische uitspraken van Cruijff waren niet meer dan een stormpje in een glas oranjebitter. Iedereen leek weer over te gaan tot de orde van de dag. Leek! Want toen begon het parlement te debatteren over Rita en Ayaan. Rita had in een oude kleikoker een stuk perkament uit 1603 gevonden en daarop stond dat Ayaan over haar naam had mogen jokkebrokken. Vervolgens werd mevrouw Magan wel gedwongen een excuusbrief te tekenen zodat Rita haar chagrijnige gezicht kon redden. Ayaan, die uit haar land gevlucht is voor de vreselijkste bedreigingen en martelingen, tekende dit vodje klakkeloos en begon daarna te mekkeren. Een mooi moment voor de zwaar gefrustreerde Lousewies om te scoren. De rest weet u. Zowel D66 als de vvd en het cda dachten: Nu de komiek voor bondscoach gaat spelen nemen wij in die tijd het cabaret wel op ons. Het werd een tragische try-out waarin de oenige Jan Peter zich dramatisch versprak. Gereformeerden mogen niet liegen en kunnen het dan ook niet. Zelfs niet om bestwil. Laat dat maar aan asielzoekers over.

En nu? Nu niks. We liggen er uit in zowel Duitsland als in ons eigen Nederland. We zijn op alle gebieden het lachertje van Europa met onze oranje nazi-helmpjes en dito hitler-snorretjes. De wuppie was de laatste weken ons vrijwillig gekozen nationale symbool. Beter hadden we onszelf niet kunnen samenvatten.

Als iemand de komende weken tijdens mijn Franse vakantie vraagt uit welk land ik kom, roep ik voor de zekerheid maar: België! Hoewel? Dan jaag je alle kinderen weer de stuipen op het lijf.

Uitlachlach

Furieus was de vorstin. Vloekend en tierend schreeuwde ze zich afgelopen donderdag door haar vakantieverblijf. ‘Dus nou moet ik eerst weer met Lex, Max en de kleintjes poseren voor de roddelfotografen om de randdebielen en de bejaarden tevreden te stellen en dan mag ik terugvliegen om met Balkenende III op de foto te gaan. Ik word nu al misselijk als ik aan ze denk. De schater van Zalm, die chagrijnige kop van Rita, dat gereformeerd zuinige mondje van Donner, dat ziekenfondsgebit van Remkes en dat verschrikkelijk onderdanige toontje van JP. Ik ga nu alweer gruwen als ik aan ze denk. Het enige voordeel van zo’n val is dat ik Ruud weer even zag. Heerlijk om die ouwe roomse gek weer even op het paleis te hebben. Wat een man. Toen hij wegging, keken we samen even of er niemand op de gang stond en ja hoor, toen deed hij het weer. En hij kan het als geen ander. Hoe hij het doet doet hij het, maar hij doet het heerlijk. Ik zal nooit een aanklacht indienen! Een zachte siddering ging door mijn lijf. Zelfs mijn kapsel knetterde weer even. Mag gerust stellen dat ik jaloers ben op Ria. Wat heb ik hem gemist. Maar goed: ik ga even heen en weer en dan is het echt vakantie. Zondag met de kinderen en de buren finale kijken en dan is dat gelukkig ook weer klaar. Weg met dat voetbal. Ik kan geen Barend, Van Dorp, Mulder of Van Gelder meer zien. En hun gasten ben ik helemaal beu. Wie heeft er niet aan een van die tafels zitten kwaken over de wissels van de bondscoach, de brief van Davids, het missen van Huntelaar, de kaarten van Ivanov, de sympathie van de moffen, de schwalbe van de corrupte Italianen, de moordaanslag van Boulahrouz? Wie zat er niet? Dat toontje van die soapacteurs, de humor van de cabaretiers, de serieuze blik van de analytici! Waarom? Waarom die blik? Waarom praten alsof het echt ergens over gaat. We hebben het over voetbal! Proberen een bal in een netje te krijgen! Ben zo blij dat het allemaal weer een paar jaar naar Talpa verdwijnt. Dan kijkt er gelukkig alleen nog een select clubje. Een heel select clubje zelfs. Ik ben moe. Ik ben onbedaarlijk moe. De Deventer moordzaak, de pedopartij, Uruzgan, Kluun, de hooligans, het kan me allemaal gestolen worden. Ik kan geen inwoner meer zien. Als ik aan mijn onderdanen denk, dan zie ik een brullende meute in het oranje. Vieze vette mannen met een Volendammer mutsje op, krijsende bouwvakkers met een oranje bh. Ik schaam me dood voor mijn volk. Collega’s belden met de vraag of het echt zo erg is met ons land. Albert van België schoot spontaan in de lach toen hij me zag. Geen welkomstlach. Nee, een regelrechte uitlachlach. Bood daar later zijn excuses nog voor aan. Ik heb gezegd dat het niet gaf. Het kwam door de val van het kabinet en het gedrag van onze voetballers, vertelde hij. Ik heb gezegd dat ik er ook niks aan kon doen. Juan van Spanje stuurde een sms’je. ‘Keep smiling.’ En: ‘What’s a wuppie?’ En dan natuurlijk nog het ergste van deze week: Jan Blokker weggepest bij de Volkskrant. Niet te geloven. Paar weken geleden had de Volkskrant een bijlage met op de cover de mededeling dat Hans Wiegel verliefd was. De Story bij de ooit zo linkse Volkskrant. En dan nog geen drie weken later dit. Jan Blokker weg. Foutje van de redactie. Hoofdredacteur Broertjes geeft zijn blunder toe. Neem ontslag man. Word ergens bondscoach. Ga ramen lappen in Madurodam. Maar je kan Jan Blokker toch niet laten gaan. Van mij mag hij in Soestdijk wonen.

Toen pakte ze de telefoon en sprak streng: ‘Ik kom niet. Kabinet gewoon naar binnen laten gaan, glaasje bubbels geven en een half uur later afvoeren. Gewoon zeggen dat we dit jaar geen bordesfoto doen!’ Daarna scheurde ze de zomerjurk van haar lijf, rende naar het zwembad en maakte in haar schitterende lingerie een voor Amalia onvergetelijk bommetje! Heerlijk! Wat een lieve oma.

Wereldcupstoot

Wie wil als vrouw niet zo’n broer? Een broer die het niet pikt als jij en je moeder voor hoer worden uitgemaakt. Een broer die zich onmiddellijk omdraait en de gluiperd met een welgemikte stierenstoot op de grond legt. Een broer die heel simpel denkt: Je blijft met je gore woorden van mijn familie af. Zo’n broer. Wie wil dat niet? Een broer die schijt heeft aan de plek waar het is. Die niet een aantal maanden gaat lopen piekeren hoe hij diegene terug zal pakken. Die niet diplomatiek roept dat wraak koud gegeten dient te worden. Integendeel. De wraak mag gloeiend heet zijn. Zijn moeder en zus zijn geen hoeren en zeker geen terroristenhoeren. En wie denkt dat hij dat ongestraft kan roepen, krijgt een kopstoot voor zijn kippenborst.

De zus van Zizou glimt van trots. Haar broer deed het. Hij nam het voor haar op. In het Berlijnse Olympisch Stadion. Daar waar Jesse Owens zeventig jaar geleden vier keer goud pakte. Waar Hitler zich toen lafhartig uit de voeten maakte, omdat hij de zwarte hand van de magische atleet niet durfde te schudden. Daar stond haar broer in een bijna volledig zwart team en liet hij voor haar de wereldbeker lopen. Omdat een of andere Italiaan haar uitschold. Materazzi is zijn naam. Marco Materazzi. Een jongen die zijn geringe woordenschat op zijn lijf getatoeëerd heeft zodat hij altijd kan spieken. Een jongen die niet beter weet. Alle voetballers schelden elkaar gewoontegetrouw uit voor hoerenzoon, dus doet hij dat ook. Hoerenzoon is voetbaltaal bij uitstek. Het was het eerste Spaanse woordje dat Cruijff kende. Ook hem kostte het ooit rood toen hij een scheids met dit woord vertroetelde. De domme Materazzi denkt dat het bij het spel hoort. Net als de corner en de ingooi. Maar opeens was daar Zidane, een klein half uur voor het afsluiten van zijn glansrijke carrière. Drie keer tot beste speler van de wereld gekozen en ook nu, aan het eind van zijn schitterende loopbaan, had hij het toernooi volledig naar zijn hand gezet. De Italianen stonden onder druk, de kans op een tweede wereldtitel was groot. Zidane pikte het domweg niet. Deed het niet weg als iets dat erbij hoort. Schelden doet wel pijn en zijn zuster is geen hoer! Natuurlijk had Zinedine zich er niets van aan moeten trekken, een lange neus naar de domoor moeten maken en hem met een paar schitterende acties alle hoeken van het veld moeten laten zien. Natuurlijk had hij moeten doorvoetballen, de druk op de Italiaanse defensie moeten verhogen om met een prachtige goal de Azzuri’s met lege handen richting Rome te sturen. Maar dat deed hij niet. Zidane draaide zich om en haalde uit. Geen stiekeme elleboog à la Rossi, geen zaktrap als die van Rooney, maar gewoon met zijn hoofd. Hard en meedogenloos. Namens zijn moeder en namens zijn zus.

Ooit komt er een dag. Een bejaardenhuis in Marseille. Laten we zeggen in 2056. De zus van Zidane is dik in de tachtig. Zij vertelt over haar broer. Haar broer die het ooit glorieus voor haar opnam. Nee, niet in een dronken kroeg, ook niet in een zompig steegje. Vijftig jaar geleden in het voetbalstadion van Berlijn. Tijdens de finale van het wk 2006. Onder het oog van miljarden televisiekijkers kegelde hij een Italiaan omver, omdat die haar en haar moeder voor terroristenhoer had uitgemaakt. De naam van de Italiaan is ze kwijt. Of ze doet alsof omdat ze weigert om hem uit te spreken. En ze vertelt dat de hele wereld daarna zijn naam prevelde. Dat het incident wekenlang over het internet gonsde. Haar broer werd de droom van alle vrouwen. In hetzelfde jaar werden er duizenden Zidanes geboren. Ouders die hoopten dat hun zoon net zo’n man zou worden als de grote Zizou.

Vanaf zondag 9 juli 2006 had ze uitsluitend gezweefd. Gezweefd op het trotse gevoel voor haar broer, de grote Zinedine Zidane, die voor de totale wereldbevolking niet pikte dat zijn zus voor hoer werd uitgemaakt. Dat zijn mannen!

Columnbundels van
Youp van ’t Hek

Rijke Meiden

Ik schreeuwlelijk

Majesteit

Het zal me jeuken

Zaterdag

En het bleef nog lang onrustig in mijn hoofd

Amah Hoela

Iedereen is in de war

Het Platte Land

Liegangst

Hartjeuk & zieleczeem

Het leven is wél leuk