Voorwoord

Iedere vrijdag zet ik mij aan mijn werktafel. Thuis in Amsterdam, in mijn buitenhuis aan zee of ergens op een hotelkamer wanneer ik op tournee ben. Er moet teletekst zijn, een stapel kranten, een internetverbinding, een paar liter koffie en een telefoon zodat ik dingen kan verifiëren. En ik moet alleen zijn. Helemaal alleen. Geen muziek. Geen kindergekakel. Geen stofzuiggeluiden. Niks.

Om tien uur ’s ochtends moet ik zitten. Het nieuws heb ik goed tot me genomen en dan is het een kwestie van boetseren. Woordje weg. Woordje erbij. Ander begin? Begin als laatste zin. Andere titel. Niet te veel woordspelen. Ook weer niet te weinig. Het moet mooi klinken. Het moet leuk zijn. Of juist niet. Alleen maar grimmig is af en toe ook goed. Of alleen mooi mag ook. Het mag niet te betweterig zijn. Mag heel dicht op mijn huid zitten, maar moet toch iedereen raken. Je mag mijn hart horen kloppen.

Het is een ingewikkeld maar leuk proces. Hartstochtelijk doe ik mijn best en realiseer me dat de column de ene week beter is dan de andere. Heeft met mijn vorm te maken, maar ook met de wereld. Soms gebeurt er te weinig. Of juist te veel.

Hoe vaak ik opnieuw begin? Vaak. Heel vaak zelfs. En soms ook niet. Soms staat ie in een keer op het scherm. Maar dat is echt heel soms. Eigenlijk nooit.

Hierbij weer een nieuwe bundel. Nummer 13 in de rij! Met plezier aan gewerkt en ondertussen alweer bezig aan een volgend boekje. Waarom? Het is mijn werk. Leuk werk? Ik vind van wel!

 

Youp van ’t Hek

Herfst 2006

Mannen aan de lijn

Zachtjes blader ik door de kranten. Zoek tussen de drijflijken in New Orleans en Bagdad naar wat verstrooiing. En ik vind berichten die me na de regenzomer een beetje opvrolijken:

De bbc heeft zich moeten verontschuldigen voor een serie met een verborgen camera. De Britse omroep kreeg tweehonderd boze reacties na een uitzending waarin vrouwen hun echtgenoten trainen alsof het honden betreft. In Bring your husband to heel probeerde hondentrainer Annie Clayton met op honden beproefde methodes het gedrag van mannen te verbeteren.

Fantastisch nieuws. Je ziet zo’n veldje Engelse theemutsen in de weer met hun geliefden. Wat voor mannen doen daaraan mee? Of liever gezegd: moeten daar van hun vrouw aan meedoen? En wat moesten de mannen doen? Pootjes geven? Gaan liggen als het vrouwtje zei: Lig? Kregen ze af en toe een brokje als beloning?

Veel vrienden van mij hoeven die cursus niet te doen. Die zijn in de loop van hun huwelijk langzaam maar zeker aangelijnd en doen al jaren keurig wat het vrouwtje commandeert. De liefste exemplaren zijn mannen die in de vertrekhal van Schiphol de beautycase van hun vrouw dragen.

Het leukste nieuws kwam deze week uit Limburg waar het dagblad De Limburger per ongeluk een rouwadvertentie van een verbolgen familielid had geplaatst. De man was boos omdat hij in de advertentie voor zijn dode moeder stond. Hij was met het mens gebrouilleerd en vond haar helemaal geen ‘rots in de branding,’ laat staan ‘ons zonnestraaltje.’ In zijn eigen advertentie meldde hij dat hij níet rouwt om de dood van zijn moeder. Veel Limburgers vonden het harteloos, maar de man zelf vond dat hij zich nog mild had uitgedrukt. Het is interessant: waarom wel ‘zonnestraaltje’ en ‘rots in de branding’ en niet ‘saaie muts’ of ‘volgevreten vetzak’? Ik zou het wel leuk vinden als er in een advertentie staat dat de familie opgelucht is omdat onze twee pakjes per dag paffende Theo volkomen terecht aan longkanker is gestorven. Nooit meer die gore rooklucht in de kamer. Heerlijk! Of een zoon van rijke ouders, die bij de dood van zijn vader boven de advertentie zet: Ik ben binnen! Of dat een vrouw na een slecht huwelijk schrijft: Jammer dat zijn lijdensweg ten einde is! Hij had van mij nog langer mogen creperen. Ik zou de pagina met nog meer belangstelling spellen.

Verplichte kost is de pagina met rouwadvertenties in het vernieuwde ad. Een of andere smakeloze vormgever heeft bedacht dat het rustgevend is als je onder de advertenties een foto van een gebergte zet. De advertenties zwemmen diagonaal door het beeld. Dit is van een dusdanig burgerlijke en provinciale wansmaak dat ik vrees dat de ad-lezers allemaal ouder worden dan Hendrikje van Andel. Uit angst dat ze op die wanstaltige pagina moeten.

De Volkskrant maakte mij gisterochtend vrolijk en droevig tegelijk. Ik las: ‘Na het fistfucken moet je wel je handen kunnen wassen.’ Aan het woord was een homoconsumentenbondmeneer die een aantal sekslocaties op hygiëne had beoordeeld. Zelf ben ik niet zo thuis in de wereld van het vuistneuken, maar het lijkt me prettig als je na afloop even de knuistjes mag afspoelen bij een fonteintje. Stukje zeep lijkt me ook geen overbodige luxe. En wat te denken van een nagelborsteltje. Het koekt zo aan.

In een van de televisierecensies las ik over de komende bevalling in Big Brother. Ik heb het programma even bekeken en ik weet nu al dat het kindje een randdebieltje wordt. Erfelijk bepaald.

Persoonlijk vind ik een bevalling een beetje tuttig. Burgerlijk zelfs. Waarom geen fijne euthanasie? Dat je iemand binnen brengt die terminaal is. Mooie kale, uitgemergelde kankerkop. Stoned van de chemo en afatisch door de hersentumor. Hij slaat dezelfde onzin uit als de bewoners. Of doen we eerst een abortus, de keer daarop een fijne zelfmoord en komen we dan pas met de euthanasie? Dat we het beter opbouwen. Wat mij leuk lijkt? Een hevige Katrina die dat huis in één keer wegvaagt en dat we al die bewoners spartelend zien verzuipen. Krijsend van angst. Alleen het pasgeboren mongooltje mag het overleven.

De Mols hoop

Dus als ik de Volkskrant moet geloven gaf procureur-generaal Dato Steenhuis opdracht aan zijn chauffeur, een politieman nog wel, om vlak voor andere automobilisten keihard op de rem te gaan staan en liet hij dezelfde man regelmatig met hoge snelheid en blauw zwaailicht over de vluchtstrook zoeven. Heerlijk nieuws. Zat Dato werkelijk achterin? Is er dna van hem gevonden? Of wordt er later door een officier van justitie verzwegen dat het dna niet van hem is omdat deze per se wil dat Dato het gedaan heeft? Wie raakt in dit geval zijn rijbewijs kwijt? En hoe komt Dato tot dit gedrag? Is het het oersaaie stukje snelweg tussen Assen en Zwolle dat hem aanzet tot dit baldadige gepuber? Zat er een jonge stagiaire bij hem in de auto op wie hij indruk wilde maken? Of is het gewoon machtswellust? Kijken tot hoever je je chauffeur kan laten gaan!

Als John de Mol – uit pure frustratie om zijn mislukte zendertje – zich op dit moment zo zou laten rijden dan zou ik het snappen. Want wat is dat Talpa vrolijk aan het mislukken. Niemand wil die onzin zien. En terecht. Ex-vpro-coryfee Harmke Pijpers leest bij dit kliekjeskanaal zonder enige ironie berichten uit de Privé voor. Sommigen gaan al heel jong dementeren. Op zondagavond heeft de vroegere vara-cabaretier Jack Spijkerman samen met Humberto Tan een sportprogramma en daar schijnen tot nu alleen de families Spijkerman en Tan naar te kijken. Met Barend en Van Dorp is het niet veel beter. Er is al een voorstel om hun gasten voortaan gewoon bij Frits Barend thuis te ontvangen en de bijeenkomst niet eens meer uit te zenden. Qua kijkers maakt dat weinig uit. Zouden ze nog steeds iemand na een reclameblok laten roepen: ‘Hé, zijn jullie er nog?’ Of hebben ze dat geschrapt? Frits Barend hoort overigens bij de journalistieke top van Nederland. Wie dat zegt? Dat zegt Frits Barend zelf. ‘Als niemand je kietelt, dan moet je het zelf doen’, zei mijn vader altijd in zo’n geval. Ik vind mezelf ook de beste cabaretier en columnist van Nederland, maar uit mijn mond zult u dat niet horen.

En dan te bedenken dat heel Hilversum deze zomer trilde op zijn grondvesten omdat John met zijn Talpa ging uitzenden. Deze mol zou het medialandschap ondergraven en Hilversum zou nooit meer hetzelfde zijn. Angst, beven, huiduitslag, staatssecretaresse Medy die in haar paniek een volledige verstandsverduistering kreeg en dat allemaal om big brother John. En wat zien we? We zien niks want we kijken niet. Het is ook niet om aan te zien. Heel even viel ik in een keukentafelprogramma met een bejaarde Dolly Dot en een voortdurend om zichzelf schaterende Gordon die het erover hadden of homo’s ook in de overgang raken. Een geur van te lang doorgekookte spruitjes meurde uit mijn televisie. De Mols hoop is nu zijn zus Linda die vanaf morgenavond met hockeybal Beau een praatprogramma krijgt. Die Van Erven Dorens kan er niks aan doen, maar sinds hij in string op billboards door ons land heeft gehangen zie ik de schat steeds in alleen een ballenknijper. En dat beeld wordt nooit meer anders. Tot je dood in uitsluitend Jansen & Tilanus! Wat een leven.

Misschien had Johnnie een betere naam voor zijn speeltje moeten kiezen. Talpa betekent namelijk niet alleen ‘mol’ in het Latijn, maar is ook nog eens een verstopte haartalgklier. Ofwel: een gore, smerige mee-eter, een met pus gevulde puist, eentje met zo’n gele etterkop die klein lijkt maar heel veel pijn kan doen. De enige manier om jezelf ervan te verlossen is een stinkende trekzalf of door hem door te prikken. En dan komt er een heleboel smurrie naar buiten.

Spijkerman vertelde ooit in een interview dat hij vroeger regelmatig voor puistenkop werd uitgemaakt. En waarvan is Jack nu het gezicht? Sommige dingen verzin je niet.

Als ik Spijkerjack was, zou ik in mijn geblindeerde bmw-terreinwagen heel hard op de rem trappen en daarna heel vlug wegwezen. Zonder zwaailicht, maar wel met minimaal 220 kilometer per uur en uiteraard via de vluchtstrook!

Bridge

Het Gooi rouwt. Het geld is op. Mama’s cabrio staat al in de Via Via, de wintersport in Verbier is afgebeld en volgende week komen de Larense en Blaricumse villa’s massaal in de verkoop. In de kantines van de hockeyclubs zullen komend weekend weinig rondjes worden gegeven. Eén zwarte koffie en daarna snel naar huis. Op de koude zolderkamer wonden likken, eindjes aan elkaar knopen en voorzichtig verder puzzelen met de accountant. In ziekenhuis Gooi-Noord zijn een aantal extra rouwkamers ingericht omdat men rekening houdt met een golf van zelfmoorden.

Wat er gebeurd is? Er is 140 miljoen euro kakkersgeld verdampt. En die 140 miljoen is een optimistische schatting. Als je het zwarte geld erbij rekent, mag je zelfs uitgaan van een kwart miljard. Grappig? Enorm grappig. Vooral als je weet hoe het gegaan is.

Ik ben al 33 jaar weg uit die contreien, maar heb begrepen dat er nog niks veranderd is. De hebzucht regeert. Sterker nog: de hebzucht is daar de absolute dictator en heeft dokters, advocaten en andere kakkers volslagen blind en doof gemaakt. Met vrachtwagens brachten ze hun zwarte en witte geld naar René van den B., de financiële Jomanda van Hilversum. Deze charlatan beloofde de hebberds het geld binnen een uurtje te verdubbelen. Je hebt beleggen en beleggen. Een Turkse eigenaar van een Hilversumse broodjeszaak belegde al jaren pistoletjes en ciabatta’s en wilde net als zijn patserige klanten ook wel eens wat verdienen. Hoe? Door goed te liegen. Hij verkocht voor drie miljoen euro een schraal stukje Turks berglandschap, waar je van de gemeente nog geen kreupele olijfboom op mag verbouwen, aan geldwolf René. Hij had er zelf amper dertigduizend euro voor betaald. Grappig? Heel erg grappig.

Afgelopen donderdag heeft het hele Gooi in spanning zitten wachten op een Joegoslaaf van wie niemand de naam en het adres weet. De man zou zeventig miljoen euro in contanten komen brengen. Dat bedrag had wonderbelegger Van den B. een tijdje geleden aan hem meegegeven. Hij zou er grond voor kopen. Waar? Ergens in Tsjechië. Waar in Tsjechië? Ergens in Tsjechië. Kwitantie? Was niet nodig. En zal ik u eens iets vertellen? Die Joegoslaaf kwam niet. Gek hè? Niet aardig van die Joegoslavische meneer. Vooral niet omdat hij het geld wel beloofd had. Hij had het echt beloofd.

Jaren werd de charlatan René door alle Gooise geldwolven op een schild door de lommerrijke lanen gedragen. René was de held, de koning, de absolute weldoener. Hij sponsorde de tennisclub, gaf rondjes, nam iedereen mee naar de skybox... De maan was the limit. Daar schijnt het geld nu ook heen te zijn. In de rechtszaal heeft een maand geleden een handvol kakkers nog luidkeels geprotesteerd tegen de detentie van hun held, maar men heeft inmiddels door dat het geld weg is. Op! Verdampt. Verdwenen. Grappig? Onbedaarlijk grappig. Ben toch al redelijk verslaafd aan leedvermaak, maar dit vind ik zo vrolijk. Je ziet de zweetplekken in die tuttige poloshirtjes. Hoe konden ze zo stom zijn? Waarom moest die in hun zware leven bij elkaar gesappelde twee miljoen zo nodig vier miljoen worden? Ja, waarom? Ik weet het ook niet. Maar ik vind het zo grappig. Ik ga zondagmiddag luid toeterend door Bikbergen rijden, loop schreeuwend met een megafoon door de Bussumse villawijk Het Spieghel en maak een salto op alle in de tuin staande trampolientjes. Of zal ik ze ’s nachts wakker houden? Ze liggen toch te woelen. Aanbellen, wachten tot ze een raam open doen en dan keihard uitlachen. Alleen maar lachen. Lachen, lachen en nog eens lachen. Of zullen ze niet open doen? Ze zijn bang dat ik de deurwaarder ben.

Ik vrees dat ze inderdaad heel boos binnen blijven. Weken. Wat ze doen? Ze bridgen. Dat is een mooie, stille, beschaafde sport. En daar valt nog wat mee te verdienen. Zeker nu de familie Melchers deze week een meevaller van driehonderd kilo had. Dat kan ik natuurlijk ook nog doen: het Gooi inrijden, raampjes open, keihard de stereo aan. Welk lied? Bridge over troubled water! En verder lachen. Heel hard lachen!

Weisklas

Gisternacht werd ik wild wakker. Radeloos en doordrenkt van het zweet. Mijn vrouw vroeg wat er was. Ik vroeg haar of het al kerst was. Nee. Het was net 23 september dus ik moest nog een dikke negentig nachtjes slapen. Ik bestreed dat omdat het kerstnummer vaak al voor sinterklaas in de schappen ligt. Daarbij komt dat een vriend van mij bij de drukker van het afwasbare prachtblad werkt en hij heeft de foto’s misschien half oktober al in huis. Hij zal ze dan met spoed naar me mailen. Mijn vrouw vond alles goed als ik nu maar mijn kop hield en lekker ging slapen. En niet een uurtje, maar gewoon net als vroeger: een hele nacht. Uit de kamer van mijn zoon klonk gestommel. Ik vroeg of hij ook wakker was geworden van de spanning, maar hij had nog helemaal niet geslapen. Pure stress!

Het is de hele week al bonje bij ons thuis. Sinds mijn zoon en ik weten dat Vanessa, zoals wij Connie Breukhoven nog altijd noemen, bloot in de Playboy komt zijn we echt onhandelbaar. Een natte jongensdroom komt uit. Vanessa in haar blote hupsakee! Alle mannen worden gek bij het idee. Het schijnt financieel nog niet helemaal rond te zijn, maar de hoofdredacteur van het blootblad mag mij zo bellen. Ik geef met het grootste plezier een benefiet in de Amsterdam Arena. Ik babbel zo een miljoen bij elkaar. Als het maar doorgaat.

Het huis van de Breukhoventjes in Wassenaar is op dit moment een bloemenzee. Duizenden dankbare fans stuurden boeketten. Soms lijkt het bijna of er iemand voor de deur is doodgereden, maar dat kan op dit moment niet eens. Voor de deur staat namelijk al dagen een opgewonden file vol hongerige mannen. Er wordt getoeterd, geroepen, wildvreemden doen een spontane high five met haar man Hans en iedereen kijkt met spanning naar de schoorsteen van de prachtvilla. Witte rook is ja en bij zwarte rook is het helaas! Dit weekend valt de beslissing.

Het werd ook tijd voor een beetje sensatie in mijn leven. Het is zo saai bij ons thuis. Mijn vrouw stelde laatst voor om alvast een deel van mij te cremeren en van de as wilde ze dan een vrolijke tattoo laten maken. Louter balorigheid.

Zou het daarom deze week ook zo’n zootje in de Tweede Kamer zijn geweest? Ook uit balorigheid? Schoolmeester Frans kon het amper aan. Witheet probeerde hij de geachte afgevaardigden tot de orde te hameren, maar zonder succes. Zelden heb ik zo’n kinderachtig klasje pubers bij elkaar gezien. Femke Halsema en Harry van Bommel schijnen het ergste te zijn. Die twee kakelen het hardst en het domst in het kippenhok. Ik snap ze wel. Het is ook oer- en oersaai. De voorgekauwde mening van de oppositie tegenover de hapklare verdediging van Jan Peter. Snurk snurk! Het waren trouwens niet alleen de Kamerleden die zich zo puberaal gedroegen. De ministers waren zeker net zo erg. Die zaten te geeuwen, in hun neus te grutten, te sms’en. Hansje Hoogervorst maakte het helemaal bont door een corpsbrallerig kotsgebaar te maken. Hij vatte het betoog van Woutertje even kort samen. Schitterend moment. Minister uit het kabinet dat ons suf lult over normen en waarden maakt een studentikoos kotsgebaar.

Ik hoorde onlangs dat het niet nieuw is en dat het er in de ministerraad regelmatig nog veel heter aan toe gaat. Het schijnt dat Alexander Pechtold twee weken geleden, toen Jan Peter het functioneren van deze spek- en-bonenminister openlijk belachelijk had gemaakt, zijn broek heeft laten zakken om aan de minister-president zijn blote reet te laten zien, waarna Balkenende een gestrekte middelvinger aan de sneue d66’er heeft getoond. Ik vind het allemaal wel leuk. Van mij mag het wel wat feller allemaal. Van mij mag Marijnissen tegen Verdonk best roepen: ‘Hé suffe heks, begrijp je nou waarom ze een orkaan naar je genoemd hebben?’ Dan ga ik weer kijken. Dat lijkt me leuk. Nu heb ik zo’n saai leven. Nou ja, voorlopig. Tot kerst. Want dan gebeurt het. De nieuwe Playboy. De nieuwe Playboy met bejaardenbloot! Hou me vast. Ik word gek.

Wie nu?

Terwijl in de Parijse metro de affiches voor een homobeurs met daarop twee zoenende nichten werden verwijderd omdat dat te choquerend was, hing de ns excuusposters in de Nederlandse stations. Omdat ze in de oorlog aan gratis groepsvervoer hadden gedaan. Op een van die posters prijkt de tekst: Toen moesten de joden oprotten. Wie nu? Bij dat pamflet staat een lange rij actievoerders. Marokkanen en andere negers schreven twee skinheads. Bioboeren voegden dierenactivisten eraan toe. Homo’s kalkten twee radicale moslims. Dierenactivisten en andere Volkerts kladde een bioboer. En toen hing het pamflet nog maar een uurtje. Een jonge Ajax-supporter vroeg aan mij waarom de joden in de oorlog moesten oprotten. Hadden ze lopen rellen tegen de ME of zo?

Het is een rare actie van de NS en ik vraag me dan ook af waarom die excuses nu gemaakt moeten worden. Zestig jaar heb je de tijd gehad om ‘sorry’ te zeggen en heb je er niks aan gedaan en nu de familieleden van alle slachtoffers dood zijn, kom je met een paar lullige posters. Ik snap er niks van. Waarom in godsnaam nu? Daarbij had ik er iets meer humor in gegooid. In ’40-’45 reden we wel op tijd of Toen kon je zwartrijden! zou mij meer aanspreken.

Maar dat de posters van de huigje tikkende nichten uit de Parijse metro weg moeten is ook interessant. Ik mis altijd de Parijse metro omdat ik op het perron word afgeleid door de affiches met de heerlijkste vrouwen die bloedgeil op motorkappen van ordinaire terreinwagens hangen. Of door dames die je aankijken of ze net langdurig door een roedel Chippendales zijn klaargemaakt, terwijl ze alleen maar een simpel kauwgumpje tot zich hebben genomen. Wil je trouwens zo sensueel loeren dan moet je wel een halve Claudia Melchers aan coke in je neus geduwd hebben. Dat heb ik van Kate Moss begrepen. Of kwam het doordat zij de tuttige Schotse ruit van Burberry moest aanprijzen? Daar zou ik ook enorm van aan de geestelijke hulpmiddelen gaan. Daar schijnt niemand zich aan te storen. Maar twee suffe nichten die met elkaar op de bek gaan, mogen niet aan het volk getoond worden. Vreemd. Filmposters waarop je ziet hoe soldaten elkaar met bajonetten doorboren? Geen punt. Affiches voor Ricard of andere alcoholische versnaperingen, die worden gadegeslagen door duizenden door de drank verwoeste clochards, zijn voor niemand een probleem. Maar een foto van twee vrijende homo’s stuit op onoverkomelijke bezwaren.

In Nederland zou ik een foto van twee bridgende mannen ter discussie stellen. Want dat is toch wel een risicosport. De grote sponsor van de nationale bridgebond Hans Melchers is een van de weinigen die weten waar Saddam Hussein de mosterd haalde, Maup Caransa had een avondje gezellig gekaart toen hij via een ontvoering tien miljoen guldens lichter werd gemaakt en nu werd de man van de dochter van de sponsor afgeleid door Lorenzo M., die hem aanraadde zijn mobieltje uit te zetten. Fijne types.

En wie nog meer even op een zijspoor mogen? Dierenactivisten! Niet dat ik, bij het zien van een martelboerderij met dertigduizend opgehokte kippen hun walging niet deel, maar ze worden zo gewelddadig van al dat gras. Nu werd minister Rita Verdonk weer door een kleine Broer Konijn in haar gezicht gespuugd. Waarom dat geweld? In Engeland hebben dierenactivisten het lijk van een familielid van een caviafokker ontvoerd. Waarom? Omdat de man van vlees is? En je mag ze natuurlijk niet allemaal over één hanenkam scheren, maar ik krijg toch de neiging om in een restaurant enorme biefstukken te bestellen. Niet omdat ik voor het slachten van dieren ben, maar omdat ik bang ben dat ik van het consumeren van al dat groen zo raar ga doen. Dat ik er zo agressief van word. Maar moet ik wel namens dieren actievoeren? Volgens mij kunnen de dieren dat zelf heel goed. De vogelpest is onderweg en zal waarschijnlijk 150 miljoen slachtoffers maken. Wat een actie. En die hoeven later geen excuusposters op te hangen. Grappig!

Blootjob

Opeens ligt er een Playboy in mijn kleedkamer. Cadeautje van een van mijn technici. Waarom? Omdat hij het blad ook weer cadeau had gekregen! Van wie? Van een winkel waar hij iets technisch voor de voorstelling kocht. Hoezo? Die winkel is onderdeel van een keten en deze keten wil zichzelf profileren. Dit bedrijf heeft een aantal pagina’s in de Playboy gekocht en vijf vrouwelijke personeelsleden staan er bloot in afgebeeld. Dus je ziet een naakte dame met een televisie voor haar doos en dan staat er bij dat zij de caissière van het filiaal Broek op Langedijk is. Zoiets. Uiteraard deden ze dat geheel vrijwillig. Er stond niet in hun contract dat ze op straffe van ontslag op staande voet hun tieten aan eenzaam Nederland moesten tonen.

Hoe kom je op zo’n idee? Ik zie de directievergadering. Mannen. Ik vrees buikige vijftigers, uitgeschoten met de aftershavefles. Na veel discussies komt een van de krijtstrepen met het brutale voorstel om de lekkerste wijven van de zaak in hun blote reet in de Playboy af te drukken. Vrijwillig uiteraard. Geschrokken van zijn eigen woorden kijkt hij de anderen aan. Het valt niet verkeerd. Integendeel. De directeur weet zo al vijf mokkeltjes die hij graag uit de kleren ziet. De gereformeerde in het gezelschap distantieert zich onmiddellijk en zegt de vergadering te zullen verlaten als ze hier serieus over door gaan praten. Een uur later verlaat hij het pand. De rest zegt een paar lelijke dingen over hem en vergadert verder. De plannen worden gaande de middag heter en heter.

Uiteindelijk komen ze bij het punt wie het aan de dames durft te vragen. En wie vragen ze?

Niet Corry van de administratie. Daar is men het meteen over eens. Die hebben ze op een bedrijfsweekend in het zwembad van een bungalowpark een keer in bikini gezien en de bomen verloren meteen hun bladeren. Zelfs de dennen lieten hun naalden moedeloos vallen.

‘Toen zij een bommetje maakte was het zwembad leeg’, grapt de een.

‘Het was meteen een zoutwaterbad’, toept de ander eroverheen.

‘En Anja van de kantine uit Dokkum komt ook niet in aanmerking. Een paar pukkels zijn met de computer nog wel weg te poetsen, maar bij dit Twentse driekoningenbrood is dat totaal zinloos. En die zeekoe uit het magazijn in Wolvega mag ook niet. Anders moeten we een pagina maken die je zeven keer kan uitklappen’, proest het Hoofd Inkoop over de vergadertafel.

‘En wat doen we met onze islamitische personeelsleden?’

‘Die mogen deze keer zonder hoofddoek’.

‘En mevrouw Van Loon? Die is 66!’

‘Die kan in plaats van Vanessa in het kerstnummer. Rollatorseks.’

De stemming zit er lekker in en uiteindelijk mag gladde Leo, die niet weet dat hij zo genoemd wordt, de dames benaderen. Eerst per mail en daarna een persoonlijk gesprek. Hij denkt dat ze voor het geld wel zullen zwichten.

En ik maar denken aan Elsje van de afdeling marketing, de schat die zo gehoopt had dat ze ook gevraagd zou worden. Anorexia gehad, tieten al een keer laten bijvullen, kop genadeloos strak getrokken, laat nog elke dag haar gepiercete navel zien, ook in de winter. Ze had zo gehoopt dat zij op haar vierenveertigste nog een keer de kans zou krijgen om haar goddelijke sportschoollijf aan de mensheid te tonen. Elke ochtend opende ze nerveus haar mailbox, steeds maar hopend op een berichtje van gladde Leo. Maar helaas. Ze zal zich deze dagen murw roddelen over vriendinnetjespolitiek en dat de mensheid niet deugt. Ze bijt zich door dit weekend en heeft principieel geen blootblad mee naar huis genomen. Wel verkondigt ze tegen iedereen dat als ze gevraagd zou zijn dat ze dan snoeihard geweigerd zou hebben. Een geur van medelijden hangt rond de koffieautomaat.

Het blad ligt in de winkel en ik vrees dat de directie van de keten zeer tevreden is. Zowel over de stunt als over de getoonde tieten. Ik vrees schaamteloze trots. En ik ruik provincie. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het 2005 is. En ik weet dat ik er nooit zal kopen. Waarom niet? Niks meer te fantaseren aan de kassa.

Gockey

‘Gewonnen’, riep mijn blije neef en tophockeyer een week of wat geleden, ‘en ik nodig jullie vanavond uit voor een bescheiden etentje in de stad. Ik kom jullie wel halen!’

Twee uur later belde er een man aan. De chauffeur van mijn neef, eerste-elftalspeler bij de Amsterdamse hoofdklasser Pinoké. Mijn vrouw en ik waren enigszins verbaasd. Zeker toen de man ons vertelde dat hij al een halfjaar in vaste dienst was van deze tot nu toe eeuwige fietsstudent. En of we dan niet wisten dat mijn neef een optie had genomen op de villa van Loek en Miep Brons op de Apollolaan. In het Amstel Hotel troffen wij een opgetogen neef, die ons die zondagavond volledig dicht timmerde met kaviaar, foie gras, kreeft en andere schitterende spijzen, begeleid door champagne, een Puligny-Montrachet en een Château Petrus 1988, die hij een prettig pomerolletje noemde. Het schitterende dessert spoelden we weg met een Château d’Yquem 1964. Bij het afscheid hoorden we zowel de gerant als de portier ‘tot morgen’ mompelen. Hij was daar duidelijk stamgast.

Het diner verliep grappig. Zeker toen ik vertelde dat ik niet helemaal begreep dat hij gewonnen had, omdat er op teletekst stond dat hij met 6-0 klop had gekregen van het gerenommeerde Bloemendaal.

‘Bloemendaal heeft verloren’, vertelde mijn neef ‘die hadden ingezet op 5-0, de scheids had 4-0 ingevuld en ik had vier ton op 6-0 gezet. Daarom tilde onze keeper vlak voor tijd zijn poot op. Krijgt hij overigens vier ruggen voor. Die scheids is een verre neef van Dick Jol en hij heeft ons ooit als eerste gewezen op die Duitse website’.

En toen brandde hij los over de gokfraude in het tophockey. Jeroen Delmee, die nu alles ontkent, had afgelopen seizoen een extra inkomen van zes ton zwart. Teun de Nooijer verdiende door een niet te missen bal naast te pushen in één keer veertigduizend euro en het team van Laren had vorige week bij de importeur 23 Porsches besteld. Ook een voor de fysio en de schoenenpoetser.

‘Dus alle uitslagen zijn gemanipuleerd?’ vroeg mijn vrouw voorzichtig. Daarna kregen we van mijn neef te horen waarom de internationale hockeyfederatie om het kwartier een Champions Trophy organiseert en waarom er zo vaak Europese en wereldkampioenschappen worden gehouden. En of wij wisten waar die wanstaltige promodorpen van gefinancierd werden. Hij vertelde ook dat zijn club Pinoké vorig seizoen bijna gedegradeerd was, maar dat dat niet kon omdat er dan niks meer te verdienen viel. Dat was niet alleen voor hem nadelig, maar ook voor de tegenstanders. Daarom hadden ze het in de laatste wedstrijd gered. Dat was nog even lastig, want de scheids had zijn geld op een andere club gezet en had zeventien geheide strafcorners niet gegeven.

Woensdag las ik in alle kranten over de fraude en de snoeiharde maatregelen van bondsdirecteur Wackie. Hij heeft keihard gesteld: spelers en scheidsrechters mogen niet meer op hun eigen wedstrijden gokken! Dat zijn nog eens maatregelen.

Nerveus belde ik mijn neef, die onlangs nog heel lacherig anderhalf miljoen aan René van den Berg verloor. Hij schaterde het uit. Alsof er ooit een speler onder zijn eigen naam gegokt had! Wat een onzin. Hij speelde al jaren op naam van zijn vriendinnetje, haar ouders, zijn eigen ouders en een stuk of wat vrienden. De meeste van deze gokkers wisten overigens zelf van niks. Of ik overigens geïnteresseerd was in de eindstand van de competitie.

Enigszins verbijsterd liep ik de stad in. In mijn stamkroeg vertelde ik het verhaal. Daar was niemand verbaasd. Of ik echt zo naïef was. Ze hadden me slimmer ingeschat. En toen hoorde ik alles. Nederland is een groot gokpaleis. Je kan op alles wedden. Het aantal doden in Kasjmir, hoeveel miljoen slachtoffers de vogelgriep volgend jaar maakt, wanneer Talpa failliet gaat, het kijkcijfer van Spijkerman en of de hsl voor 2012 wel of niet zal rijden. En de penalty die Van der Sar stopte, leverde Blatter drie ton op!

‘Niet waar’, opperde ik verbaasd.

Het kroegantwoord was simpeler dan simpel: Wedden?

Ajaakkes

John Jaakke had geen idee hoe je Ajax schreef toen hij voorzitter van deze club werd. Aajaks met Kruif, Rinus Michiels en Jacques Zwart, gokte hij. John was een lieve advocaat, die volgens Johan Derksen vaker de gereformeerde kerk dan een voetbalstadion van binnen had gezien. Hij was vooral aangetrokken omdat hij redelijk objectief boven alle partijen stond. Daar had Ajax volgens Michael van Praag behoefte aan. De supporters waren oprecht verbijsterd. Vooral toen John in interviews verklaarde dat hij als jongen wel eens een wedstrijdje in De Meer had bezocht. Aandoenlijk. Maar zowel voor de club als voor John vond ik het zielig. John is een lieve corpsbal, een gezonde ijdeltuit, die met een beetje tuttige echtgenote naar een veilige opera in Het Muziektheater moet gaan. Of met de rest van het Gooi naar de donderdagavondserie in het Amsterdamse Concertgebouw. Zoiets. Maar die lieverd moet zich niet in kringen begeven waar hij niets te zoeken en zeker niets te vinden heeft. Ik zag hem een keer staan tussen wat voetbalpenose met hun opgespoten dames en een zacht medelijden schoot door me heen. Gooise kakker doet zijn best.

Michael van Praag had een rode paplepel omdat dat volgens zijn ouders mooi kleurde bij zijn witte griesmeel. Michael had nog een balletje getrapt met Jopie, wist meer dan alles van de club en sprak net zo fel met de fifa als met de F-side. In de artiestenfoyer van de Haarlemse Stadsschouwburg heb ik met hem nog eens tot diep in de nacht gediscussieerd over de zielloze Arena. Over de meeste dingen waren we het niet eens, maar de liefde voor de club spatte uit onze woorden. En er werd gelachen. Jaakke is de humorloze diplomaat.

In eerste instantie dacht ik dat het wel goed zou komen. Uiteindelijk zat Klaas Nuninga ook nog in het bestuur. En Klaas ken ik als een degelijke spits die weet hoe rond een bal is en ik ken hem als een aardige man met verstand van voetbalzaken. Een clubman. Een supporter. Een man die met spelers kan praten en tegelijk weet waar het over gaat omdat hij zelf gespeeld heeft. Hij kent de geur van een trainingskamp, de lamlendigheid van het spelershome en de rock & roll van de roem. Een man die kan luisteren naar trainer Blind omdat hij als oud-speler Danny heeft zien komen, zien groeien tot vedette en hem nu kan volgen als trainer. Maar Jaakke? Tsja. Geen vleugje voetbalgeur. Ik ruik statenbijbels en godvrees. En volgens mij is de man zielsongelukkig.

Natuurlijk probeert hij wat zielsverwanten binnen de club te halen en waarschijnlijk daarom wordt directeur Arie van Eijden, een Ajacied in hart en nieren, opgevolgd door het broodje hockeybal Maarten Fontein, een kakker met een mud hete aardappelen in zijn keel. Ik vrees dat ze van Ajax meer een merk dan een club willen maken en dat het meer om de marketing dan om de wedstrijd gaat. Hij zal van Ajax een product maken. Maar Ajax is geen product. Ajax is een Amsterdamse voetbalclub, die met spoed van de beurs moet worden gehaald. Toen ik die cricketer hoorde blaten, spoten de tranen uit mijn hart.

Toen ik gistermiddag hoorde dat John de laatste deskundige Klaas Nuninga uit het bestuur heeft gewerkt, schrok ik me dood. Het gaat toch al zo slecht met de club. Gelukkig las ik in Het Parool dat John bereid is om zelf ook af te treden. Mijn advies? Doen! Is beter voor Ajax en beter voor John. Hij is een prima ouderling, kan vast een bourgogne feilloos van een bordeaux onderscheiden, maar op het tikkie ordinaire voetbalveld heeft hij niks te zoeken. John, doe me een lol, hou de eer aan jezelf en vertrek. Laat het voetbal aan de kenners over. Je bent een schat, maar je moet terug naar je villa. Niemand is boos op je, maar laten we het de chemie noemen.

Wie je op moet volgen? Klaas Nuninga natuurlijk. En als die niet wil? Alexander Pechtold. Waarom? Die heeft echt overal verstand van! En die heeft binnenkort echt alle tijd!

Schiphel

Op het moment dat Ruud Lubbers en Willem-Alexander in polonaise door een Rotterdams hockeyclubhuis lalden om het eerste kunstgrasveld in Kasjmir te vieren, brak er brand uit op Schiphol. Een mensenverzengend inferno. Dierlijk krijsende vluchtelingen alarmeerden het amper aanwezige ongeschoolde personeel. De meeste bewakers deden gezellig herfstvakantiewerk.

Natuurlijk komt er een onderzoek. Eén? Wel tien. Schiphol zelf benoemt een commissie, maar de gemeente Haarlemmermeer zal zeker een onafhankelijk comiteetje in het leven roepen, terwijl de ministeriële gevangenisveiligheidscommissie al begonnen is met rondbellen, evenals de Commissaris van de Koningin van de provincie Noord-Holland, terwijl de regering er sowieso geen gras over zal laten groeien. Mooi presesklusje voor Tineke Netelenbos of Winnie Sorgdrager. En wat te denken van de Stichting Brandpreventie Overheidsgebouwen en van Vluchtelingenwerk Nederland, evenals de Stichting Asielzoekend Congo en de Arubaanse slikkersvereniging Ik wil bolletje? De tegenwoordig onafhankelijke Paul Rosenmöller is al vijf keer gepolst of hij zo vriendelijk wil zijn om tegen een beschaafd socialistisch honorarium de voorzittershamer een half dagdeel per week ter hand te nemen. En uiteraard zal de antirooklobby zich ermee gaan bemoeien. Zij willen weten of er tegen de voorschriften in toch gerookt is in dit overheidsgebouw.

Het samenstellen van de diverse commissies zal nog wat problemen opleveren, omdat enkele brandpreventiebobo’s niet door één deur kunnen met een aantal deskundigen op het gebied van de vluchtelingenophokplicht. Dan komen er nog een stuk of wat lange vergadersessies om precies te formuleren wat de diverse commissies exact gaan onderzoeken, en ontstaat er nog een tijdje gelazer omdat er volgens de diverse emancipatieorganisaties te weinig vrouwen in de diverse commissies zijn benoemd, terwijl ook de moslims vinden dat zij, terwijl het merendeel van de slachtoffers islamitisch was, te mager vertegenwoordigd zijn.

Daarna ontstaat de vraag wie uiteindelijk aan wie rapport uitbrengt en de vroegere Enschedese vuurwerkdeskundige Jan Mans zal te zijner tijd een rapportencoördinatiecommissie gaan voorzitten en deze commissie zal de belangrijkste conclusies van de diverse rapporten samenvatten in een kort en bondig overzicht van een kleine driehonderd pagina’s met diverse grafieken. En over dit rapport zal met de ministers Verdonk en Donner van gedachten worden gewisseld, voordat er een definitief debat in de Tweede Kamer over deze stuitende zaak zal plaatsvinden. Deze commissie heeft de opdracht om de boel niet te laten versloffen. Het debat moet plaatsvinden vóór 2008. Dat wordt dus nog een huzarenstukje.

Wat de conclusies zullen zijn? Dat de gedetineerden beter gefouilleerd hadden moeten worden op lucifers, aanstekers en ouderwetse vuursteentjes en dat de celdeuren centraal ontgrendeld hadden moeten kunnen worden. Dit laatste had de Detentieveiligheidscommissie 1999 in 2001 al geconstateerd, maar dit rapport lag nog op de stapel bij de directeur-generaal Vluchtelingenzaken, die omkomt in het vele, vele werk. Hij zit ook nog in de koffieautomatenjury van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Vandaar!

Verder zal men concluderen dat er alerter op rapporten en de daarin opgenomen commissieconclusies moet worden gereageerd en dat rapporten niet al te gauw in een stoffige la of een grauw archief moeten verdwijnen.

Ongetwijfeld wordt er een werkgroep benoemd die erop zal toezien dat de conclusies van de Commissie-Mans worden gehonoreerd en een speciale commissie zal de werkgroep terzijde staan. Deze werkgroep zal bestaan uit een evenredig aantal moslims, christenen en allochtone vrouwen en de hoofddoek zal er wel, maar de burka niet worden getolereerd. En de mannen mogen wel en vrouwen niet besneden zijn.

Na het definitieve debat tussen de Kamer en de regering zal iedereen het erover eens zijn dat de zaak tot op de verruilde bodem is uitgezocht en dat de Schipholbrand alleen maar verliezers kent. Tot de volgende ramp!

Krakeelweek

Café ‘De murmelende Monnik’. Het is druk. Heel druk zelfs. Aan een tafeltje legt Rita uit dat er door de bewaking tegenover de vluchtgevaarlijke asielzoekers adequaat gehandeld is door het pistool op hen te richten. Zelf draagt ze een kogelvrij vest. De asielzoekers droegen op het moment van de brand een vogelvrij vest.

In een hoekje zitten Frits Barend en de weduwe Holman te kakelen over Theo van Gogh. Als Van Gogh aan iemand een nakende hekel had, was het aan Frits. Ik vrees dan ook dat Theo zichzelf van ergernis uit zijn urn heeft geniesd toen hij woensdag zag hoe zijn zelfbenoemde beste vriend Holman aan de Talpa-borreltafel zat uit te leggen dat Cohen op de herdenking in de Linnaeusstraat niks te zoeken had. Wie heeft waar niks te zoeken? De heren drinken op Theo. Ik proost in mijn eentje zachtjes op Job!

Door het café scharrelen onderhand twee baardige mannen in een jurk rond die op zoek zijn naar het herentoilet. Het herentoilet is tot ergernis van de heren bezet. Daar staat Jan Peter namelijk met Biotex te proberen om de bloedspatten uit zijn hagelwitte overhemd te wassen. Zondag moet hij dat hemd aan naar de kerk en dan moet het schoon zijn. Toen ik hem aan het begin van de avond vroeg hoe hij aan die bloedvlekken kwam, vertelde hij dat hij naast Poetin aan het banket zat en dat de president uitschoot bij het snijden van zijn vlees. Vandaar. Verder vond hij, net als de Russische president, de speech van onze koningin zo mooi. Zij prees Poetin omdat hij zo adequaat optrad tegen het terrorisme. Toen ik aan onze minister-president vroeg of hij het daarmee eens was, beaamde hij dat onmiddellijk. Daarop vroeg ik hem of de verzetshelden in ’40-’45 terroristen waren.

‘In Duitse ogen wel!’

‘En door welke ogen kijkt onze vorstin?’

Dit werd duidelijk te moeilijk voor onze goedgelovige vriend, die mij wees op een tafeltje met toepende middenstanders, die het steeds over de najaarsopruiming hadden. Ik legde hem uit dat het geen toepende middenstanders waren, maar bridgende criminelen, die alle vier net als Rita een kogelvrij vest droegen.

Aan de grote tafel bij het raam zit een club kankerpatiënten ‘Lang zullen we leven’ te zingen. Connie Breukhoven heeft ze net uitgelegd dat haar nieuwe drankje met recht een wonderdrankje genoemd mag worden. Wat je er van krijgt?

‘Hoop’, antwoordt de Wassenaarse Botoxdiva en int duizenden euro’s per patiënt. Op de vraag of dit geen oplichting is, vertelt ze dat hoop onbetaalbaar is.

Holman komt mij vertellen dat hij de beste vriend van Theo was en dat dat tegenwoordig zijn beroep is. Hij staat ook ingeschreven bij de Amsterdamse Kamer van Koophandel als De Beste Vriend Van Theo BV. De baardige mannen vragen of hij inderdaad de beste vriend van Theo is. Theodor aarzelt en belt angstig de politie. In de deuropening verschijnt Erik de Vlieger in politie-uniform. De baardige jurkmannen vertellen lachend dat zij als Taliban naar carnaval gaan en vragen of ze op de elfde van de elfde met Erik kunnen meerijden. Erik geeft de Quote 500 aan de bridgende criminelen. Hij ziet eruit als een heilsoldaat die de Strijdkreet uitdeelt. De bridgers zijn geïrriteerd omdat ze niet in de Top 500 staan.

‘Het gaat alleen om wit geld’, spreekt Erik namens Jort.

‘Gelul’, roept de bridgetafel in koor. ‘De helft van het blad deugt niet!’

Jan Peter komt het toilet uit en vraagt aan de bridgers of ze verstand hebben van bloedvlekken.

‘Spic & Span wisten daar alles van, maar helaas...!’

Ik leg de weduwe Holman uit waarom de Bijbel de NS Publieksprijs heeft gewonnen. Dat is logisch omdat de reizigers dagelijks massaal bidden of God de bomen niet te hard wil laten herfstbladeren opdat ze diezelfde week nog thuis kunnen komen. De weduwe wil alleen over Theo praten en wijst totaal paranoia op de rugzakjes van de baardige jurken.

‘Daar zit zeep in’, stel ik de weduwe gerust.

Dan roept een van de bridgers de ober en vraagt of hij even mag afrekenen.

Rakketakketak

De Amsterdamse buurvrouw van een van de neergemaaide criminelen omschrijft het geluid prachtig op de radio. ‘Ik was gewoon in mijn huis en opeens hoorde ik rakketakketakketakketakketakketak’. Vooral de Amsterdamse tongval kriebelt mijn ziel. En ik moet lachen om de terloopsheid waarmee ze het vertelt. Alsof ze daarna gewoon weer doorgaat met het opvouwen van de was. Niet meer verbaasd over een liquidatie. Kan ook niet meer. Weet nog dat Mieremet voor het kantoor van Hingst werd neergehaald en dat een bekakte Amsterdammer mij op golftoon mededeelde dat het knap lastig was omdat zijn auto daar voor de deur stond en hij nu een uurtje door de politie werd opgehouden. Crimi-overlast! Niet meer dan een geïrriteerd zuchtje.

Begin jaren tachtig woonde ik aan het Amsterdamse Singel boven een juwelier en tegenover het creditcardbordeel Yab Yum. Op een middag werd de juwelier overvallen door een stelletje hele zware jongens, die het voltallige personeel in een heel nauw toiletje opsloten. Ze propten hun zakken vol met diamanten en wilden vluchten, maar buiten stond de gewaarschuwde politie hen op te wachten. Omdat de agenten niet wisten hoe de situatie binnen was, bleven ze op de gracht wachten. Het pand werd door tientallen agenten onder schot gehouden. Een van de daders vluchtte binnendoor naar boven, sloeg alle ruiten uit het trappenhuis om te kijken hoe hij het beste weg kon vluchten, betrad mijn zolderkamertje en verdween via de goot van de achterhuizen naar een paar zolders verderop. Daar sloeg hij een ruit in, ging naar beneden en probeerde daar via de voordeur weg te komen. Omdat er meerdere bedrijven in het pand zaten, wist niemand dat hij een van de gezochte criminelen was. Men zag hem aan voor een relatie van een klein reclamebureau dat op de bovenste etage gevestigd was. Men zei nog dat hij even moest wachten omdat er een overval gaande was. Dat deed hij keurig, tot het hem echt te lang duurde, waarop hij een fiets uit het halletje pakte en verdween. Toen pas zagen de verbaasde achterblijvers dat zijn zakken uitpuilden van het betere glimwerk. Op de brug bij de Herengracht werd hij overmeesterd. Later was hij een van de weinige criminelen die uit de Bijlmerbajes zijn ontsnapt. Wie hij was? De inmiddels omgelegde Arkan, jarenlang een van de meest gevreesde Joegoslaven. Hij was ook nog eens een beruchte oorlogsmisdadiger.

Ik mag dit sterke verhaal graag vertellen, zij het dat ik weinig gevaar liep tijdens deze overval, daar ik met een mooie dame langs een strand liep te stamelen. Toen ik thuiskwam, werd ik gewaarschuwd dat de overvaller een enorme teringzooi van mijn huis had gemaakt. Ik zag echter dat hij niks gedaan had. Het was altijd zo’n rommel.

De volgende dag kwam er een rechercheteam voor een sporenonderzoek. De ruitsplinters werden geteld en mijn hele huis werd ingesmeerd met cocaïne zodat ze de vingerafdrukken konden opnemen. Ik sloeg het gade en vond het eerlijk gezegd zeer spannend. Zeker toen de agenten vertelden dat het om een hele grote jongen ging. Ze keken naar de rotzooi waarin ik leefde en vroegen wat ik zoal deed voor de kost. Ik vertelde dat ik schrijver en/of cabaretier wilde worden en dat dat heel voorzichtig begon te lukken. Ze keken enigszins verbaasd. Ze herhaalden dat een van de zwaarste jongens uit het circuit gebruik had gemaakt van mijn zolderraam en het daaronder gelegen gammele gootje.

De wildste taferelen gingen door mijn kop en ik vroeg de aardige rechercheurs wat er gebeurd zou zijn als ik thuis was geweest. Was ik dan gegijzeld? Meteen neergeknald in zijn vluchtpaniek? Als menselijk schild meegevoerd? De besnorde chef van het team keek me rustig aan en zei: ‘Jij wilt schrijver worden...’

De ruiten werden hersteld, de rotzooi opgeruimd, de krant heb ik bewaard en voorzichtig kwam het gewone leven in het geschrokken juweliershuis weer op gang. Wel weet ik dat ik nachten slecht sliep, de raarste dromen had en telkens oog in oog stond met zwaar bewenkbrauwde Joego’s. En elke keer eindigde de droom maar met hetzelfde geluid. Rakketakketakketakketakketakketak!

Kruismus

Ruzie met mijn vrouw. Waarom? Om het boek van Rob Oudkerk. Wie het het eerst mocht lezen. Lezen? Verslinden! Met de ogen gulzig opzuigen. Om een grote ruzie te voorkomen, ben ik naar de boekhandel gerend om een tweede exemplaar te kopen. Dan konden we het allebei tegelijk verorberen. Dat was nog een hele klus. Bijna overal uitverkocht. Uiteindelijk heb ik een exemplaar gevonden.

Inmiddels heb ik het uit. En? Te kort. Te dun. Te weinig. Het is maar 425 pagina’s en alles in me schreeuwt om meer. Ik zou Rob ook willen smeken om dit weekend nog achter de computer te kruipen en te beginnen aan een nieuw meesterwerk. Maar nu dikker. Meer Oudkerk. Het is zo goed, zo menselijk, zo to the point! Ga door Rob. Ga tot het gaatje. Laat heel politiek Den Haag en Amsterdam trillen van de zenuwen. Maak ze gek.

Wat ik alleen niet begrijp, is dat je je in de schaduw van deze politieke bestseller zo bescheiden hebt opgesteld. Waarom niet een kleine presentatie van het werk? Waarom geen interviews? Waarom zo verschrikkelijk timide? Je had er in de media toch wel iets over kunnen zeggen? Je zwijgen maakt me wel nieuwsgieriger. Steeds denk ik: wat voor ziel huist er in deze man? Wat zijn zijn drijfveren? Vanwaar dit politieke idealisme? Waarom geen sprankje zelfzucht? Waarom zo dienstbaar aan de mensheid? Denk je wel genoeg aan jezelf Rob? Cijfer je jezelf niet te veel weg?

In een droom was ik in het Centraal Boekhuis in Culemborg waar men gek werd van de stress. Zowel de nieuwe Harry Potter als de nieuwe Oudkerk was binnen. De boeken stonden achter elkaar opgesteld en het was er wat je noemt Domino Day. Een lief klein musje fladderde door het gebouw en deed telkens een aanval op de achter elkaar opgestelde boeken. De mus had het vooral op het werk van Rob gemunt en werd door het personeel dan ook kruismus genoemd.

Uiteindelijk verscheen er een crimineel met een integraalhelm en die knalde het domme beestje af. Ik kreeg het warme vogellijkje in mijn handen met de vraag of ik het wilde laten opzetten. De martelaar werd een trofee. Een prijs. De gouden kruismus. Onderweg naar de opzetter vertelde het lijkje mij dat het de reïncarnatie van een doodgespoten heroïnehoertje was en dat ze het heel erg vond dat haar lief nu alleen was. Haar lief was het roodborstje dat bij Rita Verdonk op het raam had getikt. Lief vogeltje dat de minister wakker wilde schudden. Hopende dat de minister naar hem zou kijken en zou denken: Schepsel, dom schepsel! Medebewoner van deze aardkloot. Ik zal je redden! Nooit meer zal ik iets levends opsluiten. De wereld is grenzeloos en van ons allemaal.

Maar de minister keek niet, luisterde niet, hoe lang het vogeltje ook tikte. Uiteindelijk was het raam beschadigd en begon ze moord en brand te schreeuwen. Er was een aanslag gepleegd. Er moest een kogelvrij vest worden gebreid. Totaal onthutst heeft het vogeltje asiel aangevraagd in het Wassenaarse Bos waar ze niet echt dol zijn op roodborstjes. Te links, vindt men. Walgelijke kleur, volgens de daar in meerderheid wonende eksters.

Het vogellijkje piepte zacht dat het ook bang was voor haar activistennichtje in Leeuwarden, dat een pacifistische aanslag op Endemol voorbereidde. Ik vroeg waar het om ging. ‘Iets volslagen debiels voor sbs’, zuchtte het vogeltje, waarna het mes erin ging en ze werd opgevuld met houtwol en chemicaliën.

Wie de trofee krijgt? De Mexicaanse Raquel Chávez. Zij heeft een piepkleine kruidenierswinkel in een sloppenwijk van Mexico-City en mocht van Coca-Cola geen andere cola verkopen zolang ze Coca-Cola verkoopt. Ze diende een klacht in bij de Mexicaanse overheid, won en de frisdrankengigant werd veroordeeld tot een boete van 68 miljoen dollar! Heerlijk nieuws. Zij krijgt de trofee! En ik bid God om rare vogels te blijven sturen. Het kapitaal zal op ze schieten, maar niks van aantrekken. Volhouden. De zelfmoordguerrilla is nog maar net begonnen!

Niet best!

Eindelijk! Het herfst! Druilregen, bliksem, stevige storm, natte sneeuw, tweeduizend kilometer file, stilstaande treinen en met paraplu’s vechtende mensen. Heerlijk! Het begon donderdagnacht. Ik reed terug uit Eindhoven, waar ik twee weemoedvoorstellingen op voor mij historische grond had gespeeld. Waarom weemoed? Omdat de Globezaal van de Stadsschouwburg gaat sluiten. In die zaal heb ik heel veel kilometers liggen. Vooral zenuwkilometers in mijn begintijd. Onzekere jongen beklom toen met een cabaretgroepje het behoorlijk heilige podium. Veel grote namen hadden daar gestaan. Publiek moest door mij nog veroverd worden. De eerste keer zaten er twaalf, daarna honderd en het jaar daarop was het telkens uitverkocht. Vijfhonderd per keer. Eerst een weekend, later een week! Een week geluk.

Was er nu lang niet geweest. Speelde de laatste jaren in de grote schouwburgzaal, maar toen ik vorig jaar hoorde dat de Globezaal ging sluiten, vroeg ik beleefd of ik nog een avondje... Het mocht!

Na zestien jaar terug! De kleedkamer rook nog hetzelfde en de rare ijzeren trap naar het podium was er ook nog steeds. Het zaaltje zelf was niet veranderd. Dezelfde stoelen. Zo gedateerd dat ze weer bijna hip zijn. Donderdag puilde het twee keer uit en ik was gelukkig. Zielsgelukkig omdat ik weer even dertig was. Ik was weer even de Youp van toen. De jongen net verliefd op het vak waar ik inmiddels jaren mee getrouwd ben. Ik swong toen. Swongen bestaat niet, maar in de poëzie van de herinnering mag alles! Donderdag swong ik weer. En het publiek vonkte mee. Snelle zaal. Goed publiek!

Soms valt alles samen in je hoofd. Lelijk weer en ondefinieerbaar geluk. Het kan niet hard genoeg regenen. Laat het maar tochten en waaien. Ik wil striemende regen, hard op mijn bril. Doorweekte jas en dito broekspijpen. De haard moet aan. Koffiegeur in een zwijgend huis. Terwijl ik dit stukje tik, weet ik dat ik naar Beverwijk mag! Beverwijk! Een droom. Guur herfstweer en dan letterlijk onder de rook van de Hoogovens je kunstje vertonen. Ik hoop dat het een beetje smogt en dat ik mensen in een poncho bij een frietkraam zie staan. Bij die frietkraam moeten ze hele vieze dingen eten. Iets frikadellerigs met heel veel kledder. Vette kledder. En laten ze er maar een lauwe sinas bij drinken.

Ik schuif mijn auto richting Velsertunnel, hoor over het kinderachtige politieke geneuzel van Hirsi en Hans. Het gaat over wel of geen bijzonder onderwijs. Tussendoor meldt de aardige Monique van der Ven namens Unicef dat onderwijs in de derde wereld sowieso bijzonder is. Dus waar zeuren we over? Mijn auto gaat meter voor meter en de verkeersinformatie vertelt dat het alleen maar erger en erger wordt. Bij Rotterdam en Hoevelaken moeten de automobilisten rekening houden met overnachtingen. Er gaan voedselpakketten die kant uit. Ik hoop op de eerste uitgedroogde filedoden. Romantisch.

Ik wil nog een toefje slagroom op de treurigheidstaart en krijg die door de mededeling dat de vijfde Beatle George Best is overleden. Heerlijk nieuws. Hij was 59 en zijn lever waarschijnlijk iets jonger. Hij had al een tijd een inruilexemplaar omdat hij zijn eigen lever iets te stevig getest had. Best is een jeugdheld die prachtig ten onder is gegaan aan drank en vrouwen. Ik vertel mijn kinderen de beroemde anekdote dat hij met een of andere beeldschone miss het bed deelde en dat op datzelfde bed zijn gokwinst van 60.000 Engelse ponden in contanten lag. Hij had bij de roomservice een fles uiterst dure champagne besteld. De ober die deze fles en twee glazen bracht vroeg aan de voetballer: ‘Meneer Best, waar ging het mis?’

Paar weken geleden balanceerde hij al op het randje. Hij redde het, werd ontslagen uit het ziekenhuis en gaf bij thuiskomst een onbedaarlijk heftig feest. Hij dronk op dat feest zoveel dat hij binnen een paar dagen weer in hetzelfde ziekenhuis in dezelfde coma lag. Prachtige treurigheid. Past bij het weer, de herfst, de tunnel, de Hoogovens en mijn keihard werkende ruitenwissers. Alle sport moet dit weekend worden afgelast en iedereen moet bij zijn schoonouders op visite. Schoonouders met beslagen ramen!

Verdrito

De foto van de lachende Dito was aangrijpend. Een vrolijke Fransman, onschuldige jongen van 26, vader van een kindje, man van een meisje, zoon van twee ouders, broer van zijn broer, voetballer van een club. In slaap gevallen en niet meer wakker geworden. Zo kan dat dus gaan. Vrijdagnacht zag ik in het sportjournaal een stukje van de rouwdienst in het stadion van FC Utrecht en ik schoot vol. Overvol zelfs. De lieve stamelwoorden van aanvoerder Jean-Paul de Jong en trainer Foeke Booy zorgden voor kokendhete tranen in mijn ogen. Ik beet hard op mijn onderlip. Veertienduizend mensen in diepe rouw om de onbegrijpelijke dood van een jongen. Zijn veel te jonge radeloze weduwe kreeg het shirt met nummer vier. Niemand zal dat ooit nog dragen. Indrukwekkend gebaar. Veertienduizend verdoofde supporters keken doodstil toe. Zomaar een jongen, dood in zijn slaap. Hartstilstand!

Ik vond het vooral mooi dat er geen hotemetoten spraken. Gewoon de voorzitter, de trainer en de aanvoerder. Precies zoals het hoort. En alle drie waren ze even verdrietig en verbijsterd. En alle drie konden ze de juiste woorden niet vinden. En het niet kunnen vinden van de juiste woorden is op zo’n moment nou precies het enige juiste. Het enige juiste bij zoveel niet te bevatten verdriet. Of ze nou voetbalhelden zijn, dakdekkers, puntlassers of loodgieters. Jongens van 26 mogen niet dood!

Het was mooi en opeens werd ik weer boos toen ik dacht aan de wanstaltige herdenkingsdienst van Hazes in Ahoy. Het schijnt dat hij diezelfde avond dat zijn as in vuurpijlen de lucht in ging, in de hemel weer aan de drank is gegaan. Lijkt me een mooi koppel: George Best en André Hazes, zacht neuriënd aan de bar van de hemel!

Ondertussen dwaalden mijn gedachten af naar Emile Ratelband. Vorige week hoorde ik dat je hem kan inhuren als rouwclown. Dus dan krijg je Ratelband op je begrafenis of crematie! Hoe zal dat gaan? Krijg je een positieve preek met veel tsjakka’s? Gaat hij met zijn blote voeten over de crematoriumkolen lopen? Staat hij op je kist te springen? Waar moet je kijken als deze sneue goeroe opeens begint te kakelen? Wat zal hij vragen voor zo’n klusje? Kan het ook zwart? Het is voor mij een reden om ouder te worden dan Emile. Zeker weten dat hij niet op mijn kist komt kloppen!

Gister las ik dat het slecht gaat in de uitvaartbranche. Er wordt te weinig gestorven en ontslagen dreigen zelfs als er op korte termijn geen stevige griepgolf of een onverwachte kou komt. De beroepskraaien schijnen ruiterlijk toe te geven dat ze handenwrijvend uitkijken naar de komende jaren als de babyboomers massaal aan de beurt zijn. Dus beleggers: gezien de hoge bejaardenberg willen we u wijzen op het feit dat het nu een goed moment is om te investeren in de uitvaartbranche. Hoog rendement en wat ook aantrekkelijk is: als aandeelhouder krijgt u korting op uw eigen uitvaart!

De jaren 2004 en 2005 waren catastrofaal voor de doodgravers. Het is serieus de vraag of het personeel dit jaar een kerstpakket krijgt.

En daar had ik nou nooit over nagedacht. Een kerstpakket van je uitvaartbaas! Hoe ziet dat er uit? Wijn in een kistje! Hoe ziet zo’n kistje er dan uit? Een lijkkistje met een magnum champagne? Of gevuld met wat fijne delicatessen? En wie brengt de geschenken rond? De chauffeur van de lijkwagen? Dus dat je ingehaald wordt door zo’n lijkauto met niet één grote, maar tachtig kleine kistjes?

Las dat Henny Huisman alvast door een bevriende architect een grafhuisje heeft laten ontwerpen. Henny is niet ziek, voelt zich een vrolijke opa, hoopt nog steeds op werk bij de Viagra-omroep Max en zet dan toch al zo’n stap op weg naar het definitieve einde. Zal hij Jan des Bouvrie er ook bij gehaald hebben? Dat het binnen ook een beetje gezellig is. Een vrolijke prijzenkast voor zijn televisietrofeeën! Een zitje voor langskomende familieleden! Zijn band heette ooit Lucifer en zijn enige hit House for sale. Ik vind het knap van Henny, maar merk zelf dat ik bij een kerkhof altijd even gas geef. Heel veel gas zelfs. Wegwezen hier!

Geil doel

Zomaar even een wandelgangenverhaal. Er bestaat een stichting die de laatste wens vervult van doodzieke kinderen. Het gaat om kinderen die nog maar heel kort te leven hebben. Een mevrouw van die stichting belde de manager van een zeer bekende Nederlandse artiest en vroeg of het mogelijk was dat een ten dode opgeschreven jongen, die een grote fan was van deze zanger, hem kon ontmoeten.

De manager vroeg of er publiciteit bij was. De mevrouw vertelde dat dat niet de bedoeling was. Dan had de artiest geen tijd. Omdat de betreffende zanger in de media nogal veel menselijkheid uitstraalt, begreep de stichtingsmevrouw de afwijzing niet helemaal en drong ze toch nog even voorzichtig aan. Het bleek zinloos en de manager eindigde met de prachtige woorden: ‘Ach mevrouwtje, er gaan zoveel kinderen dood!’

Dat de manager zijn artiest beschermt tegen een té overvolle agenda, snap ik. Dat hij zegt dat zijn artiest hier niet aan begint, begrijp ik ook. Maar de vraag of er publiciteit bij is, vind ik zo grappig. En ook zo tekenend. Niet alleen voor de man, maar ook voor deze tijd.

Afgelopen zondag werd ik in de rust van de wedstrijd Ajax-RKC heftig gehinderd door een overspannen Katja Schuurman, die door veertigduizend man spontaan werd uitgefloten. Wat ze kwam doen? Schreeuwen dat ik naar een bepaald nummer een sms moest sturen. Dat kostte mij één euro vijftig en van dat bedrag ging een euro naar iets zieligs in Pakistan.

‘Wat doet die Schuurdoos met die vijftig cent?’ schamperde een cynische Amsterdammer achter me.

‘D’r tieten bijpompen’, opperde zijn vriend.

Ik zag niets anders dan een intens treurige vertoning en begreep er eerlijk gezegd niks van. Ik zag wel aan alles dat het die Katja een zorg zou zijn hoe het met die mensen in Pakistan ging. Het ging hier om Katja en niks anders dan Katja.

De volgende dag werd het me duidelijk. Toen las ik in de krant dat er een of ander kinderprogramma van bnn is en daarin doet zij een wedstrijdje met een andere dame wie het meeste geld voor een goed doel ophaalt. De andere mevrouw is bereid om voor zielige zwerfpuppy’s in het Oostblok in haar niksie in de Playboy te gaan liggen. Begrijp ook dat ze er een beetje opgewonden bij zal kijken. Ik verheug me nu al en heb diverse mails richting Rusland gestuurd met de vraag of ze in godsnaam willen doorgaan met het doodmartelen van babyhondjes. Dan gaan misschien nog meer lekkere wijven in hun blote hupsakee in het mannenblad staan. Voor ons jongens een mooi excuus om te loeren. Een erectie voor het goede doel.

Wat mijn bezwaar is? Dat er van de schrijnende situatie in Kasjmir stuitend amusement wordt gemaakt. Vorig jaar rond deze tijd gingen de vara-diskjockeys Giel Beelen, Claudia de Brey en Wouter van der Goes in hongerstaking in een glazen huis in Utrecht. Ze maakten vijf dagen lang non-stop radio en nodigden luisteraars uit om naar Utrecht te komen en geld te storten. Zij vestigden met hun marathonuitzendingen de aandacht op Darfur en stelden er met hun hongerstaking nogal wat tegenover. Ik vond het een bewonderenswaardige actie, omdat je aan alles voelde dat het niet om de deejays, maar om Darfur ging.

En dat is in dít geval niet zo. Nu gaat het om Katja en die blote mevrouw. Het zal ze jeuken hoe die mensen in de bergen van Kasjmir ingesneeuwd doodvriezen. Kijkcijfers! En niks anders dan dat!

Mijn voorstel? Beide dames in hun blote reet in de sneeuw in een vluchtelingenkamp in Kasjmir. De in schamele lappen gehulde tandeloze mannen en vrouwen met hun hongerbaby’s kijken wanhopig in de lens en de twee bnn-opblaaspopjes liggen er geil kijkend naakt tussen. Toefje sneeuw op de tepels lijkt me heerlijk!

Die foto veilen we op de Miljonairs Fair en hangen we daarna massaal op billboards door ons land. Heerlijk. bnn wenst op die manier iedereen een vrolijk kerstfeest. En vooral veel vrede. Heel veel vrede. Daar zijn Katja en die blote hondjesmevrouw namelijk ook heel erg voor. En misschien wil die zanger er nog wel een liedje bij zingen!

Kwetsbaar

Viola Holt heeft een aanklacht ingediend tegen een zekere Robert Jensen. De laatste is een omhooggevallen deejay met een eigen dagelijkse talkshow en daarin toont hij grote moed door iets te vertellen dat grappig bedoeld is, waar vervolgens alleen hij en een machine om lachen. De machine is er in de montage aan toegevoegd. Door wie? Door Jensen zelf.

Waarom Viola een aanklacht heeft ingediend? Jensen schijnt haar doorlopend te beledigen en de arme schat pikt dat niet meer. Ik denk dat ze Robert eerder dankbaar moet zijn. Hij is waarschijnlijk de laatste die haar überhaupt nog noemt. Toen ik gisteren over de aanklacht las, dacht ik alleen maar: Viola Holt? Leeft die nog?

Ik dacht eerlijk gezegd dat ze al dood was en alleen nog als wassen beeld stond te schitteren in het Ria Valkmuseum. Dit is een verzamelplaats voor gevallen B-sterren.

Zo vond ik dat Anneke Grönloh een aantal jaren geleden ook liederlijk blij moest zijn dat ze op kosten van de ncrv door mijn collega Paul de Leeuw nog eens genoemd werd. Ik wist niet beter dan dat zij én dood én begraven én gecremeerd was. Maar dat kwam waarschijnlijk door haar hitje ‘Brandend Zand’. Dit liedje is lang geleden op briljante wijze zeer vrolijk en dodelijk geanalyseerd door Wim Kan. Dat was pas kwetsen met een grote K!

Stel nou dat de rechter Viola gelijk geeft en Jensen haar met zijn bulderende lachmachine niet meer mag beledigen. Wat dan? Dan noemt nooit meer iemand haar naam. En dat is toch dodelijk?

Kwetsen hoort toch bij het bestaan. Deze week noemt de Belgische vice-premier een aantal van onze bewindslieden stijf, truttig en kleinburgerlijk. Waarom? Omdat ze dat vond. Ze zag foto’s van Balkenende, Zalm en Donner en reageerde spontaan: Stijf, truttig en kleinburgerlijk! Zelf blijkt ze nog stijver, truttiger en kleinburgerlijker te zijn. Want wat doet de muffe muts? Ze neemt de woorden terug. Toen ik dat hoorde, schoot ik onbedaarlijk in de lach. Wat een achterbaks schepseltje, dacht ik. Wat een ellebogentype! Eerst de waarheid roepen en vervolgens zeggen dat je het niet zo bedoeld hebt. Dat is gek. Vanavond zit ze aan een etentje met vrienden en zegt ze in de veilige privé-sfeer dat het niet handig was om haar Nederlandse collega’s stijf, truttig en kleinburgerlijk te noemen, terwijl ze het natuurlijk nog steeds vindt. Waar is ze bang voor? Dat ze naar Congo wordt gestuurd en Rita Verdonk haar visumpapieren invult?

Kwetsen kan enorm opluchten. In zijn huidige theaterprogramma pakt mijn collega Freek de Jonge mij stevig aan. Ik heb onlangs even scheef geschaatst in de liefde en hij heeft daar een mening over. Natuurlijk rekende hij op een antwoord en afgelopen zondag kreeg hij dat. Ik analyseerde het vioolspel van zijn vrouw. Hierop verscheen hij met zijn vrouw bij Barend & Van Dorp en speelden ze een riedeltje. Ze mogen van geluk spreken dat er bijna niemand meer naar dat Talpa-programmaatje kijkt. Hun optreden was namelijk een regelrechte bevestiging van mijn belediging. Ze waren met hun muzikale act nog niet door de voorronde van Idols gekomen. Sterker nog: zelfs de Jostiband had hen geweigerd.

Of ik een rechtszaak van mijn collega aan mijn lolbroek krijg? Natuurlijk niet. Hij van mij? Absoluut niet. Het is spel en niks meer dan dat. Hij heeft in zijn leven zoveel mensen beledigd dat hij zelf ongetwijfeld een groot incasseringsvermogen heeft. Net als ik.

En woorden terugnemen zoals de muffe Belgische politica? Natuurlijk niet. Vroeger telde je als politicus niet mee als je in de oudejaarsconference van mijn illustere voorganger Wim Kan niet genoemd werd.

Dus Viola: trek die aanklacht tegen die dwerg in. Te veel eer. Hij zit gierend achter zijn bureau en lacht zich samen met zijn lachmachine het schompes omdat je boos bent. Hij is serieus genomen en gaat glunderend naar de rechtbank. Of hij wint of verliest maakt niet uit. Hij wint altijd. Wat je tegen hem moet zeggen? ‘Ik kijk nooit en ik heb er ook nog niemand over gehoord!’

Je wordt gekwetst, dus je bestaat!

www.kerstmis.nl

Vond het zo grappig om een aantal straalbezopen Aussies op het strand van Sydney op in hun ogen irritante Libanezen te zien inhakken. Waarom grappig? Omdat het onder het motto ‘Australië is van ons’ ging. Sinds wanneer is het van ons? Op welk moment is een land van jou?

In Zweden zijn de ambtenaren van de immigratiedienst in een schandaal verwikkeld omdat ze na het uitzetten van een Russische familie aan de champagne zijn gegaan! Paar dagen later knielen dezelfde ambtenaren in de nachtmis voor een dolend gezin op een ezel. Het kind werd geboren in een stal. De priester preekt verdraagzaamheid en de dominee kwaakt over tolerantie. Als de Rus een goede voetballer was geweest, een vedette die de Zweden op het komende wk van dienst zou kunnen zijn, dan ging de champagne open op het moment dat zijn naturalisatie tot Zweed geregeld was. Voetbal is God en in Gods dienst mag alles.

Ondertussen las ik verder over de juridische haken en ogen van een eventueel burkaverbod. Clitorisloos en goed verpakt door het leven. Welke God wil het zo? Het lijkt me een droevig bestaan. In die burka’s (of is het burqaas? Boerkaas? Heilige speller help mij!) wonen de mooiste meisjes en ik wil de regering dan ook vragen om dit carnavaleske kledingstuk uit naam van mijn mannelijkheid te verbieden. Dat veraangenaamt het stadsbeeld. De Schepper heeft ons de meisjes toch gegund? Zoals de meisjes graag naar leuke jongens willen kijken. Vroeg me af of het een idee is om dit gewaad voor een aantal Nederlandse vrouwen wel degelijk verplicht te stellen. Dat je van je nieuwe zorgverzekeraar een burkatabel krijgt en dat je daarop kunt zien of je wettelijk verplicht bent om zo’n ding aan te trekken. Het gaat om de verhouding tussen hoogte en breedte.

Ik neem een slokje van mijn wijn en lees dat er bij een oude dame een nieuwe hartklep is geplaatst via haar lies. Hierop besluit ik niet meer te drinken. Hartklep via lies! Ik herhaal de regel een keer of tien. Hartklep via lies. Het kan! De hartklep was ook nog afkomstig van een varken. Wat zeggen de dierenbeschermers hiervan? Is het varken afgemaakt voor zijn klep? Of was hij toch al geslacht voor de karbonaadjes? Is het een scharrelklep? Hoop niet dat de vrouw in kwestie Joods is. Anders heb je dat probleem weer.

Ik blader door de kerstkaarten en moet steeds lachen om de kaart van een vriend. Hij heeft zijn totaal demente ouders een kerstmuts opgezet en voor een heel schraal boompje gefotografeerd. Moeder hangt gebitloos in een rolstoel en vader kijkt senieler dan ooit in de lens. ‘Wij zijn jullie vergeten en jullie ons blijkbaar ook’ heeft hij onder de foto gedrukt. Verder wenst hij iedereen vooral financieel een goed 2006. De kaart is echt prachtig. En de ouders hebben er geen last van. Die hebben geen idee meer. Mijn vriend wenst ze al jaren elke dag vrolijk Pasen.

Ik kijk wat er nog ontbreekt in ons huis en na lang denken zie ik het. Een kerstboom! Waarom? Omdat bij ons de kerstboom nog steeds een kerstboom is en pas op de 24e wordt neergezet. Ik geef toe dat het laat is. De meeste Nederlanders zetten hem tegenwoordig half augustus neer. Ze komen terug uit Toscane, gooien de koffers in de gang en zetten de kerstboom op. De winter is begonnen.

In de Verenigde Staten is een rel ontstaan omdat een blad een foto heeft afgedrukt van de Maagd Maria waar een condoom overheen is getrokken. De kunstenaar wilde protesteren tegen het pauselijk verbod op voorbehoedmiddelen. Het brengt mij op een idee. Ik heb alle beelden in ons stalletje in een condoom gehesen, behalve Maria. Haar heb ik een burka aangedaan. En de boom blijft strakgespannen in zijn netje. Hier en daar een bal eraan.

Hoe treurig het met ons welvarende land gesteld is? Het is zo warm dat ik zonder jas over straat loop. En hoe het met het geluk staat? Er staan files voor de Efteling. De werkelijkheid vat in dit geval de droefheid beter samen dan de cabaretier. Kortom: Vrolijk kerstfeest.nl!

De zaak flessen

Vorige week belde een aardige postbode bij ons aan. Met heel veel excuses overhandigde hij mij een kistje wijn. Een kapot kistje wijn. Bij elkaar gehouden door breed tape bungelden er zes prachtige flessen Italiaanse topwijn aan elkaar. De flessen waren nog heel. Niks aan de hand dus. Eén ding was vervelend: doordat de bodem uit de kist was gedonderd, was ook het kaartje van de afzender verdwenen. Op het papier van de postbode kon ik niets ontwaren. Wie moet ik hiervoor bedanken? Ik staarde in de haard en dacht diep na.

Mijn Amsterdamse huisschilder, omdat ik voor heel veel euro’s afgelopen jaar mijn huis heb laten schilderen? Zou kunnen. Maar de aannemer kon het ook zijn. Hij heeft ons vakantiehuis grondig verbouwd. Het kan echter ook de schilder van dat huis zijn. Moeilijke keus. Ik besloot ze alle drie een vriendelijk bedankbriefje te sturen.

Mijn gedachten gingen verder. Wie was zo aardig om mij een kist superwijn te sturen? De uitgever omdat ik ook in 2005 weer heel erg veel boekjes heb verkocht? Opeens wist ik zeker dat het van hem kwam. Hoewel? De platenmaatschappij is over het aantal verkochte cd’s ook niet ontevreden. Of zou het van de dvd-boer zijn? Mijn laatste verzamelbox is een absolute hit. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Ook zij kregen allemaal een oprecht bedankje.

Natuurlijk moet ik de vara niet vergeten. Vera Keur was twee weken geleden erg tevreden over mijn oudejaarsconference, die toen nog in de steigers stond. Ik ben het met haar eens. Het is een erg leuke conference geworden. Maar ik denk dat zij geen zes, maar minimaal twaalf flessen stuurt. Dus haar stuurde ik voor de zekerheid géén briefje.

Wie zouden het verder nog kunnen zijn? Ik heb her en der wat ideologische aanvaringen met collega’s gehad en wie weet hebben zij de koppen bij elkaar gestoken om met mij met een schone lei het nieuwe jaar in te gaan. Kistje met zes prachtflessen voor de kleine man met de veel te grote mond. Op het kaartje heeft ongetwijfeld iets gestaan in de trant van ‘Zand erover!’ Dus ook maar een bedankbriefje naar zeven collega’s gestuurd. Ik twijfel of zij het zijn, omdat eentje in de theaters als een enorme krent te boek staat. Kan geen fooitje af in de artiestenfoyer! Dus zeker geen zes flesjes voor mij.

De theaters zelf! Die vergat ik bijna! Het kistje kwam natuurlijk van de Nederlandse Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecteuren omdat dit jaar alle zalen weer tot de laatste stoel waren uitverkocht. Ook deze club heb ik een bedankje gestuurd.

Wie zijn er nog over? Mijn dankbare personeel zou het natuurlijk ook kunnen zijn. Omdat ik ze weer een kleine tweehonderd dagen van de straat heb gehouden en daarbij heb ik ze daarvoor vorstelijk beloond. Hun heb ik geen briefje maar een mailtje gestuurd.

En uiteraard heeft deze krant een bedankbrief gekregen. Het zou heel goed kunnen dat de hoofdredactie heeft gedacht: Deze veelgelezen vedette moeten we koesteren voordat hij wordt weggekocht door John de Mol. Dit briefje aan hoofdredacteur Folkert Jensma was vlot geschreven.

Verder nog wat bedankjes naar de drukker van mijn affiches, naar het schoonmaakbedrijf dat mijn kantoor dagelijks reinigt, naar de arme Afrikanen die ik het een en ander heb geschonken, de mensen van Giro 555 die ik in de tijd van de tsunami zo goed geholpen heb en mijn vriend X, die ik na een zakelijk debacle financieel ruimhartig heb geholpen. Alle briefjes heb ik vorige week gepost en het resultaat was overweldigend. De mooiste kisten kwamen binnen. De heerlijkste bourgognes, maar ook de lekkerste bordeaux, sancerres en chablietjes. Op dit moment zit ik op 156 flessen en een paar relaties moeten nog sturen. Zij waren waarschijnlijk skiën tussen kerst en nieuwjaar, dus die vinden het briefje pas volgende week. Hen kennende zullen ze zeker niet achterblijven.

Rest mij nog één probleem: van wie waren de eerste zes flessen? Nog steeds geen idee, maar in elk geval dank en verder voor iedereen een meer dan prachtig 2006.

Bandje

Laten we zeggen dat het een oestertje was of het straatcrêpje bij de ingang van de metro. Het kan ook een virus zijn geweest. Mijn moeder zei vroeger: ‘Het heerst’. In elk geval was ik een dag hondsberoerd in Parijs en kinderlijk blij met het drukke behang op de hotelkamer. Heerlijke combinatie: beetje ziek en drukke fantasiemuren. Koortsig dromen, ogen open en gezichten fantaseren. Ik telde de plafondbalken, probeerde structuren te ontdekken en was zielsgelukkig met raar skiën op Eurosport, de griepzender bij uitstek. Daar zenden ze sporten uit die je alleen met een flinke dosis koorts kunt consumeren. Curling, bandy, biatlon.

Terug in de Thalys was ik nog steeds wankel. Zowel in het hoofd als in de maag. En tot mijn vreugde zat ik ook nog eens met mijn neus naar Parijs. Achteruitrijden dus. Tot Brussel met driehonderd kilometer per uur. Daarna gewoon weer in het postkoetstempo van de NS. In ons treinstel zat tachtig procent met zijn rug naar Amsterdam en ik vroeg me af hoeveel moeite het is om de trein in de buurt van Gare du Nord even te draaien. De Thalys schreeuwt in alle folders over haar service en reisgemak, maar niets maakt misselijker dan met driehonderd kilometer per uur achteruitrijden.

Mijn maag kreunde als een hardwerkende computer en mijn hoofd probeerde in vlagen wat krant tot zich te nemen. Die Sharon had maar mazzel. Lekker in coma, nergens last van. Verder las ik dat de burgemeester van Arnhem de hoerenbuurt heeft gesloten. Leuk als je zelf Krikke heet. Nomen est omen.

Alleen al de mededeling dat de bar in rijtuig veertien open was, maakte me nog brakker en toen mijn dochter begon over de heerlijke magnetronlasagne die ze daar zojuist gegeten had, probeerde ik aan andere dingen te denken. Gelukkig viel ik in een ondiepe slaap en droomde over een blote Mat Herben die tot gejuich van een vol Carré weggetoverd werd door Hans Klok. Op het moment dat de illusionist liet merken dat hij de politicus terug wilde halen, ontstond er oproer. Vechten zelfs.

Toen verscheen er een stem in mijn oren. Een Belgische dankte in vier talen op tuttige stewardessentoon via een bandje alle reizigers die ons in Brussel-Zuid zouden gaan verlaten en dankte hen hartelijk voor het reizen met de Thalys. Ik keek door de coupé en zag weinig bejaarden en zeker geen demente bejaarden. Waarom dan toch die toon? In welke directievergadering is er besloten om de clientèle op zo’n kleuterniveau toe te spreken? We zijn toch volwassen mensen met een normale afspraak? Zij rijden en wij betalen ervoor. Dan hoef je ons reizigers toch niet via een in een geluidsstudio ingesproken bandje toe te spreken alsof we een roedel verstandelijk gehandicapten zijn, onderweg naar de opname van Knoop in je zakdoek? Na Brussel-Zuid werden alle nieuwe reizigers aan boord op dezelfde fröbelmanier hartelijk welkom geheten. Ik nam mij voor om over mijn buurman te gaan kwijlen. Als je wordt toegesproken als randdebiel mag je je volgens mij ook zo gedragen. De bandjesmevrouw keerde nog een aantal malen terug en ik werd er eerlijk gezegd alsmaar vrolijker van. Vooral omdat ze het steeds had over de mensen die ons gingen verlaten. Ons!!! Alsof we een groep waren. Een club met een missie. In Den Haag wilde ik opspringen om de treinverlaters op hun schouders te slaan. Ik wilde mijn medereizigers vragen of ze iets voelden voor een fijne reünie. De Belgische bandjesmevrouw zou dan ook komen.

‘Waarom huil je?’ vroeg mijn zoon toen we het Amsterdamse Centraal Station binnen boemelden.

‘Omdat we uit elkaar gaan en we deze mensen nooit meer terugzien’, snikte ik en zweeg abrupt om de bandjesmevrouw ons te laten danken voor het achteruitreizen met de Thalys. Ik ben nog van de generatie die een ander niet in de rede valt.

In de taxi naar huis vroeg de chauffeur of ik een fijne vakantie had gehad. Ik wilde net zeggen dat Parijs leuk was, toen hij zei: ‘Ik zei niks, dat was een bandje!’

Fietsclubje

Lang geleden zag ik onze minister Brinkhorst op televisie. Hij zat op een fiets en hij had een helm op zijn doorgaans goedlachse hoofd, waar altijd van die bekakte taal uitkomt. Het maakte op zijn zachtst gezegd een beetje tuttige indruk. Vooral omdat onze bewindsman niet op een racefiets zat, maar op een oude Fongers met terugtraprem. Met handremmen kan je – als je heel dom knijpt – nog over de kop slaan en dan is zo’n helm te snappen, maar met een terugtraprem? Daarbij was het ook nog zo’n sneue helm. Aan de kust zie je vaak Duitse gezinnen met zo’n suf ding op hun hoofd op huurfietsen de duinen in verdwijnen.

Zo’n helm zegt iets over Laurens Jan. Geen risicojongen. Integendeel. Als je op de fiets al een helm draagt dan ben je geen ruig levend beest, geen stevige zuipschuit met een eigen glasbak voor je deur. Ik zie pantoffels, een streepjespyjama en op zijn ontbijtbordje een dagelijks bejaarden-davitamonnetje. Door mevrouw Brinkhorst persoonlijk neergelegd. Tegen de ontkalking.

Op de een of andere manier denk ik bij Laurens Jan die helm er altijd bij. Of ik hem nou op een partijcongres zie, in Buitenhof, Den Haag Vandaag of debatterend in de Tweede Kamer: hij heeft altijd die suffe fietshelm op zijn vrolijke hoofd. Ik herinner me een foto bij een of ander koninklijk huwelijk waarop mevrouw Brinkhorst een ridicuul groot rood hoofddeksel droeg. Ze had een soort Evoluon op haar hoofd. Zonder parachute had ze met dat ding zo uit een vliegtuig geflikkerd kunnen worden. Ze zou zacht zijn geland. En toch keek ik toen op die foto meer naar haar man. Ik zag een jacquet, een corsage en een helm. Het jacquet droeg hij wel, de corsage ook, maar de helm niet. Toch zag ik hem. Bij mij draagt hij die helm namelijk altijd. Het is een symboolhelm. Het zegt alles over onze minister, maar nog meer over D66. Fietsclubje met verplichte helm.

Dus ook toen hij samen met de parmantige Pechtold verklaarde dat D66 heel erg tegen de missie naar Uruzgan was, zag ik uitsluitend de fietshelm en kon ik mijn lachen niet houden. Parmantige Pechtold heeft daar geen helm voor nodig. Deze schattige spek-en-bonenminister is sowieso aandoenlijk en werkt altijd op mijn glimlachspieren. Als hij in beeld is, zie ik steevast een moeder die roept: ‘Alexander, binnenkomen. Eten!’

De heren hadden voor deze principiële zaak graag een kabinetscrisis over. Dat zeiden ze. Iedereen wist dat het zo’n vaart niet zou lopen. Het clubje is zo regeergeil. Wie kan vergeten hoe het ijdele windvaantje Boris Dittrich zich verdedigde toen zijn splinterpartijtje zitting had genomen in deze regering? Het was meelijwekkend. Zoveel stotterwoorden in een betoog. Een beetje cda’er had zich geschaamd. Toen hij in zee ging met cda en vvd heeft Boris de partij officieus opgeheven. Ooit hadden ze 24 zetels en nu in de peilingen nog 5. Als Nederland eenmaal afgereisd is naar de Afghaanse provincie zou ik ze aanraden niet meer aan de peilingen mee te doen. Het was gisteren vrijdag de dertiende. De tranen sprongen in de ogen van de oude Hans van Mierlo. Veertig jaar geleden, om precies te zijn op 14 oktober 1966, is de partij opgericht en wát toevallig dat deze datum dit jaar op een zaterdag valt. Zaterdag is een schitterende congresdag. Prachtig moment om het splintertje op te heffen. Alle twaalf leden kunnen dan. En wat ze moeten doen als de eerste Nederlandse doden daar in de woestijn vallen? Roepen dat ze eigenlijk tegen waren? Ik zou lekker onderduiken. Opgaan in de massa. Sinds deze week zijn er hele vrolijke oranje plastic nazi-helmen te koop. Bedoeld voor voetbalsupporters. Ze kosten nog geen vijf euro. Onderduiken in een Duits voetbalstadion. En dan lekker mee waven met de oranje massa. Olé-olé-olé-olé!

Laurens Jan kan lekker vutten en fietsen, maar wat doen we met Boris en Alexander? Die kunnen nu nog snel ergens burgemeester worden. Wel benoemd. Gekozen redden ze het niet.

Karremansgevoel

Ze sidderen in Afghanistan. Osama heeft al een bestand geopperd, maar de Amerikanen ruiken zijn niet altijd op tijd gezuiverde bloed en willen er niets van weten. Het is een kwestie van dagen of misschien zelfs uren. Gegrom in de grotten van Tora Bora, maar het is te laat. Nog even en dan geeft Al Qaeda zich massaal over. De handen gaan omhoog, de witte zakdoeken wapperen aan de geweerlopen en we zien een lang lint angstige baarden om genade smeken.

Eerst was er de dreiging van Bush.

‘Pas op of we grijpen naar zwaardere middelen’, dreigde de gelovige president van de Verenigde Staten. De even vrome Bin Laden piekerde zich suf. Wat zou George W. bedoelen? Napalm? Een atoombom? Dat zou hij nooit durven. Maar wat dan wel?

In november werd het steeds duidelijker. Bush dreigde met harde maatregelen. Keiharde maatregelen zelfs. De patstelling had lang genoeg geduurd. Er moest iets gebeuren. En nu had hij eindelijk een troef in handen. En wat voor troef.

Het begon met een ontmoeting tussen Jan Peter en George. De laatste vroeg onze minister-president hoe het ging en deze antwoordde oprecht dat hij nog steeds last had van het Karremansgevoel. De Amerikaanse president was dat incidentje eerlijk gezegd vergeten en troostte onze dappere Balkenende met de mededeling dat het ongelukje inmiddels meer dan tien jaar geleden was, dus... Daarbij maakte hij nog een misplaatst moslimgrapje, maar hij zag dat onze JP er niet om kon lachen. In eerste instantie dacht Bush dat onze minister-president hem niet begrepen had en daarom herhaalde hij het ranzige mopje nog maar eens. Maar er kon weer geen lachje af.

Balkenende legde uit dat een beetje militair het geheugen van een kudde olifanten heeft en dat hij zijn leven als volledig mislukt beschouwt als hij zich niet kan revancheren...

‘Waar denk je aan?’ vroeg Bush.

‘Dat wij Nederlanders richting Afghanistan afreizen en een definitief einde maken aan de terroristische dreiging van Al Qaeda’.

Onze JP keek zo serieus dat Bush er onmiddellijk Donald Rumsfeld bij riep. Het werd duidelijk menens. Een konkelend gefluister volgde. Woorden als specialisten, eenheid en dreiging vielen meerdere malen. Rumsfeld was duidelijk onder de indruk en belde met Dick Cheney en Condoleezza Rice, die binnen enkele ogenblikken opgewonden de kamer binnenstormden. Ook zij vonden het plan fantastisch. Vooral omdat het zo simpel was.

De Verenigde Staten zouden ons vragen om te helpen in Afghanistan en onze regering zou daar positief op reageren. Men was zich bewust dat het op wat parlementaire tegenstand kon stuiten, maar dat zou worden opgelost door eerst D66 in een spagaat te leggen en door de Kamerleden aan te bieden daar zelf te gaan kijken.

‘Dat durven die doorzonschijterds toch niet’, lachte onze Jan Peter.

‘Maar als het niet door jullie parlement komt?’ vroeg Rice bezorgd.

Dit bezwaar wimpelde Balkenende luchtig weg door te stellen dat ons leger helemaal niet naar Afghanistan gaat.

‘We regelen het veel eerder. We zeggen dat we willen en voor het zover is, gaan we oefenen met ons uiterst geheime wapen’.

‘En dat is?’ vroeg Bush met een wantrouwende glimlach.

JP trok het hoofd van de Amerikaan naar zich toe, legde zijn handen om het presidentsoor en fluisterde iets zeer geheimzinnigs. De president werd rood van opwinding en gaf het op dezelfde wijze door aan zijn kompanen Cheney, Rice en Rumsfeld.

‘Bij ons of bij jullie?’ vroeg Donald.

‘Half januari bij ons,’ lachte JP. ‘We hebben nog een klein stukje bos in het noorden en daar loopt een snelweg dwars doorheen. Daar ontsteken we er een paar en dan zullen jullie eens zien wat er gebeurt... Ik voorspel een gigantische kettingbotsing met alle gevolgen van dien... Brandende auto’s, kermende mensen, een gigantisch slagveld!’

‘Was het maar januari’, verkneukelde de president zich. ‘Ik kan niet wachten... En dan?’

‘Dan is het een kwestie van uren. De beelden gaan over de wereld en komen via de satelliet ook in die grotten en dan moet jij eens kijken...! Totale overgave en wel onmiddellijk. En dan hebben we alleen nog maar geoefend en zijn we voorgoed verlost van ons verschrikkelijke Karremansgevoel!’