Mysterieuze vrouw
De overname
Nu en dan stopte ze kreunend van pijn. Het was het nummer dat ze had gezongen toen ze optrad voor de familie tijdens het maandelijkse diner. Hij maakte toen kennis met haar. De klanken van haar lied bereikten zijn oren als een warme golf van hoop te midden van deze nachtmerrie. Ze beseften hoeveel ze eigenlijk van elkaar hielden. Ze lachte zwakjes en keek Oscar aan. “Ik heb me aan mijn belofte gehouden.”
De avond was gevallen op slot Wellenburgh. De laaghangende zon gaf de kasteelmuren en -torens een rode gloed. Het immense kasteel stond als een onneembare vesting te midden van het groenwelvende landschap. Het leek wel of alleen de zon het privilege had om binnen de kasteelmuren te komen.
De stralen schenen door de ramen de salon in en bereikten het gezicht van gravin Margot Wellenburgh. Ze keek terug op de afgelopen dag in haar favoriete stoel, vlakbij het raam. Ze knipperde met haar ogen. Wat een dag was het vandaag. Ze had zelfs geen tijd gehad om naar WellJewels te gaan. Vandaag was er nota bene een heel belangrijke diamantcollectie uit New York binnengekomen. Ach, Brigitte regelde het wel. In al haar achtenzestig jaren was ze nog nooit zo'n betrouwbaar persoon tegengekomen als Brigitte, de manager van haar juwelierszaak.
Margot veegde een lange, kastanjerode lok uit haar gezicht.
Haar zoon Oscar was nog steeds druk bezig met de voorbereidingen voor de overname van Herba-Fit. Het bedrijf, dat eens zo zwaar concurreerde met de voedingstak van het Wellenburgh-concern, was nu ten dode opgeschreven. Haar man Leopold had altijd al baat gehad bij het opkopen van zieltogende bedrijfjes en hun zoon had dat voortgezet. Het Wellenburgh-concern maakte nog elk jaar een enorme winst. Ook al zou ze al haar juwelencollecties weggeven aan haar tienkoppig personeel, dan nog zou ze baden in weelde.
Eigenlijk maakte ze zich meer zorgen om Oscar zelf. Hij moest zo onderhand maar weer eens aan de vrouw, vond ze, Hij werkte steeds vaker en langer. Oscars dochters, haar kleinkinderen, de tweeling Valerie en Eline hadden een stabiele factor nodig in hun leven. Helemaal na het vreselijke ongeluk dat hun moeder Christine was overkomen. Ze voelde goed aan dat de meisjes er nog lang niet overheen waren, ook al behaalden ze goede resultaten op de universiteit en in het bedrijf.
Maar wat een dag toch. Toen Margot vanochtend zoals altijd de paarden begroette, had ze het al gemerkt. De oren van Thunder, de favoriete hengst van haar dochter Daniëlle, hadden plat naar achteren gelegen in plaats van vrolijk omhoog zoals elke ochtend. De andere paarden hadden onrustig met de hoeven over vloer geschraapt.
De gedachte aan Daniëlle deed haar glimlachen. Vanmiddag kwam ze nota bene met een enorme deuk in haar knalrode Chevrolet Corvette de oprijlaan oprijden. Had ze weer een 'beetje te hard gereden', zoals ze dat met een nonchalante lach kon zeggen. Ze was dol op haar jongste dochter. Haar man Leopold kon de levensstijl van hun dochter nog wel eens afkeuren, maar Daniëlle deed Margot altijd denken aan haarzelf op jongere leeftijd. Vrolijk, ongecompliceerd en zonder zorgen.
Door de jaren heen waren de zorgen toch wat toegenomen. Zorgen namen gelijk toe met de welvaart, had ze geleerd. Toch wist ze de situatie keer op keer te overzien met haar nuchtere, creatieve kijk op de zaken. Ze wist ook het nodige af van de verschillende bedrijfstakken van het Wellenburgh-concern en was altijd op de hoogte van het laatste nieuws.
Dat laatste nieuws was dat Herba-Fit overgenomen zou worden door Wellenburgh. Eigenlijk kende ze het bedrijf wel van vroeger, toen het nog een glorieuze tijd beleefde. Verschillende directeurs waren elkaar opgevolgd. De huidige directeur kende ze niet meer. Er waren zoveel bedrijfjes in de voedingssupplementenbranche dat ze door de bomen het bos niet meer zag. Ze voelde altijd een beetje medelijden met de overgenomen bedrijfjes, maar business was business. Zo ging dat nou eenmaal in de zakenwereld. De sterkste overleefde altijd.
Haar overpeinzingen werden ruw onderbroken toen opeens de deur opensloeg en Oscar binnenstormde. Zijn rijzige gestalte lichtte op door wat streepjes zon. Het viel Margot op dat hij al aardig grijs begon te worden aan de slapen.
“Wanneer gaan we eten, ma? Vanavond is het toch weer zover? Ons maandelijkse Wellenburgh-diner?”
Margot moest lachen. Gelukkig had hij onthouden dat de maandelijkse bijeenkomst van de familie vanavond plaatsvond. Ze had nog een verrassing in petto.
“Lieverd, normale mensen zeggen elkaar eerst gedag. Wanneer zag ik je voor het laatst? Gisteren?”
Oscar liep de acht passen die hij van zijn moeder verwijderd was, omhelsde haar en gaf Margot een zoen op haar voorhoofd.
“Sorry, ma, u heeft gelijk. Ik heb ook zoveel aan mijn hoofd. Heeft u trouwens al gehoord van Daniëlle? Mijn zusje heeft echt begeleiding nodig,” grapte Oscar.
“Hou jij je nou maar bezig met je eigen zaken. Trouwens hoe staat het met de overname?” vroeg zijn moeder, fronsend met haar wenkbrauwen.
Oscar trok zijn stropdas losser en zuchtte. “Het gaat. Morgen heb ik een maandelijkse Wellenburgh-supplements aandeelhoudersmeeting en dan komt een extern adviseur van Herba-Fit een nieuwe pil aanprijzen. Je zou het kunnen zien als een laatste stuiptrekking van het bedrijf Ik heb helemaal geen zin in die vergadering. Maar goed, ik gun ze toch ook wel hun laatste poging op herstel. Alhoewel ik er donder op kan zeggen dat ze morgen ten onder gaan,” merkte Oscar met een knipoog naar zijn moeder op. “Zullen we een borreltje nemen? Waar zijn Valerie en Eline trouwens?”
“Lieverd, één vraag tegelijk. Ik word een dagje ouder, hoor.” Margot drukte op het vergulde knopje onder de vensterbank. Enkele seconden daarna zwaaide de deur open en Klaas, de butler, kwam binnen.
“Het gebruikelijke, Klaas,” zei Margot.
“Tot uw dienst, gravin.” Klaas was alweer verdwenen.
“Eline komt zo dadelijk. Ze is denk ik bijna klaar met haar tennisles. Valerie is op haar kamer. Ik denk dat ze aan het studeren is. Maar goed, misschien kijkt ze wel weer naar haar favoriete serie. Of belt ze met een nieuwe vlam. Je weet nooit met die meiden. Ik heb met iedereen afgesproken in de bibliotheek, zeven uur.”
“Zullen we daar dan maar heengaan?” zei Oscar.
Margot stond kwiek op en liep achter haar zoon aan.
Het tweetal wandelde de familiesalon uit, de gangen van het slot door. Aan de hoge muren hingen portretten van inmiddels overleden familieleden. De donkerhouten lambrisering paste perfect bij de notenhouten lijsten van de portretten. De onregelmatige, natuurstenen muren deden een beetje spookachtig aan, maar Margot had zich altijd op haar gemak gevoeld in ‘haar kasteeltje’, zoals ze het immense Wellenburgh-slot meestal noemde.
Butler Klaas botste bijna tegen het tweetal aan.
“Zal ik het maar overnemen?” zei Oscar met een glimlach.
“U prefereert de bibliotheek?” vroeg Klaas beleefd.
“Je hebt het haardvuur toch al aangestoken?”
“Natuurlijk, meneer.”
Oscar pakte het zilveren dienblad over van de butler. Met zijn moeder aan de andere arm wandelde hij verder. Het was nogal een stukje lopen van de salon naar de bibliotheek en Margot maakte daar altijd grappen over. Als haar man haar weer eens wilde overhalen om te gaan golfen, zei ze altijd dat haar kasteeltje haar sport was.
De afmetingen van het slot hielden haar inderdaad jong. Voor haar leeftijd zag ze er erg mooi uit met haar kastanjerode haar, levendige, donkerbruine ogen en modieuze kleding.
Ze passeerden enkele conferentiezalen en ontvangsthallen. Het kasteel was perfect ingedeeld. Op de tweede verdieping lagen alle studeer-, slaap- en badkamers. De eerste verdieping was een mengeling van privévertrekken en zakelijke ruimtes. Hier bevonden zich ook de sauna, het zwembad en de massageruimte. Op de begane grond was er ruimte voor het personeel, de keuken en ook een aantal ontvangstruimtes. Ze zat ook erg graag in de glazen serre, licht en vol met planten, aan de achterkant van het kasteel. Heel soms gaf ze beneden een diner, als ze de behoefte had om wat dichter bij haar personeel te zijn of als er mensen langskwamen die het personeel kenden. Die band met haar personeel had ze door de jaren heen opgebouwd. Margot vond het altijd een vereiste dat haar personeel net zo lekker in hun vel zat als zijzelf. Dan pas kun je tot goede werkresultaten komen, was haar mening.
Na een stevige wandeling zag Margot de vertrouwde eikenhouten deur. Ook hier, wist Margot, hoefde ze maar één keer op het vergulde knopje op ooghoogte naast de deur te drukken en de zware deur opende zich mechanisch. Een groot en stijlvol vertrek lag verborgen achter deze indrukwekkende toegangspoort. Margot slaakte een zucht en zoals altijd kreeg ze bij het zien van deze ruimte een flashback van wat er zich allemaal had afgespeeld. Niet alleen kende Margot er vele gezellige en intieme momenten met haar familie, ook waren hier spijkers met koppen geslagen. Ruzie of onenigheid kende de familie Wellenburgh zeker, maar het was een soort taboe geworden om ruzie te maken in de bibliotheek. Dat is heiligschennis, vond ze. Liep het uit op woorden, dan gingen ze meestal naar een ander vertrek.
Ze nestelden zich in de behaaglijke fauteuils voor de open haard. Oscar zette het zilveren dienblad op de antiek Chinese bijzettafel voor het haardvuur. Ze nipten van hun drankje, allebei hadden ze hetzelfde favoriete drankje, een martini met ijs.
Oscar had trouwens zo'n beetje alle eigenschappen van zijn moeder geërfd, behalve de drang om steeds maar harder te willen werken. Maar dat kwam, Margot beseft het maar al te goed, door het vreselijke lot dat haar zoon was overkomen. Ze kon zich goed voorstellen dat je in zijn geval niets anders deed dan werken, werken en werken.
Margot trok haar benen onder haar billen. Het wachten was op de rest van de familie. Voordat die kwamen, was het even ontspannen genieten. Van het knisperende haardvuur, van het samenzijn met haar zoon en van de stilte, die niet vaak voorkwam op slot Wellenburgh.
De bibliotheek. Je bent wat je leest, werd er zo vaak gezegd in de media, in boeken. Misschien was daarom dit vertrek de meest favoriete van het kasteel. Alle familieleden voelden zich hier op hun gemak. Niet alleen de enorme wandkasten met boeken maakten deze ruimte tot een heerlijk walhalla van regels en woorden, ook de Chinese antieke spullen, door haar man en haar zorgvuldig uitgezocht, zorgden voor een complete sfeer. Zonder dat je hier ook maar een boek opensloeg, voelde je je sterk, alsof je alle wijsheid van de wereld bezat. Margot dacht vaak dat dit kwam doordat de Chinese wijsheid en traditie doordrongen in dit vertrek. In de hoek stond ook nog de glanzend zwarte vleugel, waar ze bij tijd en wijle een sonate op speelde. De mineralen in de grote, glazen vitrinekast glommen en glansden.
“Hoi, oma! Dag, pa.”
Omdat de deur geluidloos opensloeg hadden Margot en Oscar niet gezien dat Eline was komen binnenwandelen.
“Dag, lieve Eline.”
“Waar is Valerie?”
“Ach, die belt met een vriendje. Komt zo.”
Eline was het evenbeeld van haar tweelingzus Valerie. Allebei hadden ze lange, blonde lokken en een sportief figuur. Beiden waren het gebekte meiden met een enthousiaste kijk op het leven. Valerie studeerde nog. Eline had gekozen voor een opleiding binnen het Wellenburgh-concern.
“Wat zie je er goed uit, schat,” zei vader Oscar. “Ben je al een stukje verder gekomen met de voorbereidingen?”
Eline zag er inderdaad oogverblindend uit. Het maandelijkse diner zou er niet saaier op worden. Ze droeg haar haren opgestoken, net als haar oma. Een zwarte, lange rok met gewaagde zijspit contrasteerde perfect met haar, blonde haren.
“Je bedoelt de overname? Dat is een zware kluif. Ik denk dat we het beste kunnen afwachten tot morgen. Tijdens de aandeelhoudersvergadering moeten we knopen doorhakken. Het gaat vast en zeker lukken, pa!”
Het was een gezellige drukte in de bibliotheek. Het hele gezelschap was bij elkaar en converseerde over luchtige dingen. Klaas verzorgde samen met kokkin Olga een uitgelezen diner voor het twaalfkoppige gezelschap. Hij had de grote, antiek Chinese eettafel tegenover het haardvuur voorzien van servies, tafellinnen en -zilver. Olga wist als geen ander de smaak van de Wellenburghen. Vanavond had ze een licht doorbakken kogelbiefstuk met truffelgarnering gemaakt.
Niet alleen opa en oma Wellenburgh, hun oudste zoon Oscar, de tweeling en Daniëlle, ook Daniëlles oudere zus, gravin Claudette en haar man Floris waren van de partij. Samen met hun dochter Anna en zoon Thomas. Zelfs Rudolf en Sabina hadden aangeschoven. De jongste zoon van Leopold en Margot, Lucas, was op zakenreis voor het concern en kon er vanavond niet bij zijn.
Klaas diende ondertussen de soep op.
Rudolf was de tweede zoon van Leopold en Margot Wellenburgh. Hij kon het maar niet verkroppen dat Oscar als oudste zoon altijd naast hun vader mocht zitten. Hij moest genoegen nemen met een tweede plek naast zijn broer. Sabina was er altijd behoorlijk chagrijnig over. Haar man had hoofd van het Wellenburgh-concern kunnen zijn, in plaats van Oscar. In ieder geval had Rudolf er de beste eigenschappen voor. Ze omklemde haar soeplepel. Dat schaapachtige gedoe van Oscar. Hard moest je zijn in de zakenwereld. Ze keek naar Rudolf. Hij zag er eigenlijk bespottelijk uit, vond ze, met zijn gouden kettingen en Rolex. Altijd die dure pakken over zijn plompe lichaam. Maar ach, hij was een Wellenburgh en daar ging het haar om.
Margot was het gewend, de eeuwige competitie tussen de twee broers. Haar man Leopold wist daar heel goed mee om te gaan, zorgen maakte ze zich er allang niet meer over. Ze voelde nu een ander soort spanning. Alsof er iets ging gebeuren, iets onverwachts. Margot had dit soort voorgevoelens wel vaker. Meestal kwamen ze nog uit ook.
Tijdens het hoofdgerecht kwamen de gesprekken los.
Gravin Claudette was zoals altijd bezig met het corrigeren van dochter Anna. “Wanneer leer je nou eens fatsoenlijk te eten?” verzuchtte ze.
“Als u geen gravin meer bent!” zei Anna sarcastisch. Ze had een ontzettende hekel aan de stijve etiquette die haar door haar moeder opgelegd werd.
Margot lachte in zichzelf. Anna was haar protegé. Alles wat enigszins van invloed was op Anna’s tienerleven, besprak ze met haar oma. Eigenlijk was ze daar best trots op. Anna werd al een behoorlijk volwassen dame met haar nauwsluitende jurk en ravenzwarte haar dat tot haar middel reikte. Een doorzichtige gloss maakte haar lippen heel verleidelijk.
Klaas had het maar druk vanavond. Hij schonk meer wijn dan op andere avonden. Het kon nog wel eens heel gezellig worden, was zijn gedachte.
“En, broer, hoe zit het met de overname?” Rudolf keek schijnheilig naar Oscar.
Normaal gesproken stak Oscar enthousiast van wal. Vooral als het om zaken ging. De spelletjes van zijn broer had hij meestal snel door. “Kunnen we het over wat anders hebben? Morgen is een nieuwe dag. Trouwens, je bent allang op de hoogte van de gang van zaken. Soms is het net alsof je overal je mannetjes hebt zitten.”
“Ik wist niet dat deze zaak je zo opwindt. Mijn excuses.” Rudolf nipte even zuinig aan zijn wijn. “Maar ik moet je zeggen dat het me na aan het hart ligt je zo te zien ploeteren met deze overname, beste broer. Mocht je hulp nodig hebben dan ben ik beschikbaar!”
“Ik heb genoeg aan mijn personeel, Rudolf. En zoals je weet, doet je nicht Eline het bij ons bijzonder goed.”
Eline knipoogde naar haar vader. Ze deed het inderdaad niet slecht voor een meid van drieëntwintig. Morgen zou ze haar vader door de moeilijke vergadering loodsen. Vandaag had ze samen met hem een plan van aanpak gemaakt. Het beviel haar wel, die samenwerking. Het speelde zich af in een zakelijke entourage, maar zo was ze in ieder geval wat dichter bij haar vader en kon hij haar opvangen als ze iets niet begreep of verkeerd aanpakte.
Graaf Leopold bemoeide zich er nu mee. Het grijzende hoofd van de familie had er genoeg van. “Rudolf, hou je koest. Je hebt nog nooit bewezen dat je het beter kunt dan je broer. Mocht dat het geval zijn, dan wil ik wel verder met je praten.”
Rudolf mompelde wat, sneed een groot stuk van zijn biefstuk af, dat hij vervolgens in zijn mond propte.
Oscar richtte het woord nu tot zijn vader. “Ik heb begrepen dat we een adviseur van Herba-Fit ontmoeten. Ze schijnen een belangrijke ontdekking te hebben gedaan. Een afslankpil. Ze garanderen een gewichtsverlies van vijf kilo in twee weken. Ik vermoed dat het blufpoker is. De laatste stuiptrekking van Herba-Fit. Ze denken waarschijnlijk dat ze die pillen in eigen beheer kunnen gaan maken en het dan toch nog redden. Wie zij is, weet ik niet.”
“Zij? Die adviseur?” Leopold trok zijn wenkbrauwen op.
“Ja, ‘ze’, een vrouw. Ik ken haar niet. Ze schijnt nog maar pas bij Herba-Fit te werken.” Oscar keek vragend naar zijn dochter.
Eline plantte haar ellebogen op tafel. “Ik heb onderzoek gedaan naar deze vrouw, haar naam is Gwendoline de la Rochelle. Ze werkt in opdracht van Herba-Fit.”
Margots adem stokte in de keel, Gwendoline! Zo heette de vrouw die ze voor vanavond geboekt had! De verassing! Ze had alleen geen idee wat haar achternaam was. Nee, dit moest toeval zijn. Er liepen wel meer Gwendolines rond. Toch vreemd dat ze op één dag twee keer dezelfde naam moest tegenkomen. Ze zou maar niets zeggen. Zo dadelijk verpestte ze de verassing nog. Ze spitste haar oren. Eline was nog steeds bezig met haar uitleg over de adviseuse.
“Het vreemde is dat ik haar naam nergens terugvind. Niemand binnen ons concern kent haar en niemand die ik ken daarbuiten. Het is niet voor het eerst dat we te maken hebben met iemand van buitenaf die we niet kennen.”
“Toch vreemd.” Graaf Leopold plantte bedenkelijk zijn hand onder zijn kin. “Misschien moeten we het haar morgen zelf even vragen.”
“Goed idee,” zei Oscar enthousiast. “Na afloop hebben we een receptie gepland voor de Herba-Fitdirectie. Ik zal haar zeker uitnodigen, hoewel ik benieuwd ben wie er komt opdagen na zo'n ondergang.”
“Ik zou niet te vroeg juichen, zoon. In één dag kan er een hoop gebeuren.”
Margot was in dubio. Haar gevoel zei haar dat ze aanwezig moest zijn bij deze aandeelhoudersmeeting. Morgen werd het echter ook hoog tijd dat ze zich weer eens liet zien in haar juwelierszaak. Misschien kon ze 's ochtends naar WellJewels en 's middags naar de vergadering gaan. “Hoe laat is die meeting eigenlijk, toch niet ’s morgens, hè?” vroeg ze dan ook.
“Nee, om twee uur morgenmiddag.” Oscar keek haar vragend aan. “Mam, sinds wanneer hebben we een aandeelhoudersvergadering in de ochtend? Je weet toch wat we van pa geleerd hebben? Dat je nooit maar dan ook nooit 's morgens zaken moet doen?”
Margot lachte. Gelukkig, ze kon erbij zijn. Ze wenkte naar Klaas, zodat deze de wijnglazen nog eens volschonk. Ze stond op, schoof haar stoel opzij, hief haar glas en tikte ertegen met haar diamanten ring om de aandacht van het gezelschap te krijgen. Iedereen keek verbaasd. Normaal had Leopold zijn traditionele toespraak na het diner. Anna keek vrolijk. Het verbreken van welke traditie dan ook kreeg bij haar altijd een warm onthaal. In tegenstelling tot gravin Claudette, die niets snapte van haar moeder en het liever zag zoals het altijd was geweest.
Margot schraapte haar keel. “Lieve familie, jullie hebben het nooit bijgehouden, maar ik wel. We zijn hier nu voor de zeshonderdste keer bij elkaar. Dat betekent dat we al voor het vijftigste achtereenvolgende jaar maandelijkse familiebijeenkomsten houden. Jullie zijn ze gewend, al vanaf jullie kinderjaren waren jullie erbij aanwezig. We hopen dat als wij er niet meer zijn, jullie de traditie in ere houden. Er zijn familieleden gestorven en geboren. Leopold en ik zijn bijzonder tevreden over de situatie zoals deze nu is. We zijn trots op jullie prestaties. We houden veel van onze kleinkinderen. We hopen nog heel lang van jullie gezelschap te mogen genieten.”
Bijna iedereen glimlachte. Wat was de tijd toch snel verstreken!
“Dan is het nu tijd voor vermaak!” De gravin klapte in haar handen.
De deur zwaaide open en een mooie vrouw betrad de bibliotheek. Iedereen was stil. Ze was adembenemend. Door de wolk van tule en satijn kon je zien dat ze een lang en gracieus figuur had. Met adellijke stappen liep ze langs de familie en knikte vriendelijk. Bij het passeren keek ze Oscar recht in het gezicht. Deze hield zijn adem in. Deze vrouw… ze… ze leek als twee druppels water op zijn overleden vrouw! Oscar kon het niet geloven. Zijn mond zakte open van verbazing. Misschien maakte de wijn zijn zicht troebel. Hij keek snel om zich heen. Aan de uitdrukking op de gezichten van de anderen kon hij aflezen dat hij zich niet vergiste. Ze leek sprekend op Christine! Hetzelfde goudblonde, golvende haar, dezelfde bruine ogen, de kleine, rechte neus, de manier van lopen en vooral hetzelfde figuur, alles was Christine!
Gwendoline zette zich achter de vleugel in de hoek. De glimmend, zwarte vleugel met daarachter deze schoonheid in haar avondjapon was een lust voor het oog van de aanwezigen.
Ook Margot was het natuurlijk niet ontgaan dat deze zangeres een sprekende gelijkenis vertoonde met haar overleden schoondochter. Ze had Gwendoline geboekt naar aanleiding van lovende recensies van een bevriende baron wiens kennis van muziek befaamd was. ‘Een stem als een nachtegaal,’ had hij gezegd. Ze stond perplex.
Voordat zij of iemand ook maar één opmerking kon maken, begon de zangeres te spelen en te zingen. Alle aanwezigen hielden hun adem in.
Gwendoline was niet alleen een opvallende verschijning om te zien, ze had ook nog eens een stem als van een engel. De baron had niets te veel gezegd. Ze speelde een stuk uit de musical 'My Fair Lady', daarna een sonate van Mozart, gevolgd door het nummer 'The First Time Ever I Saw Your Face'. Alle aanwezigen waren bijzonder gecharmeerd van haar geweldige zangkunst, maar daarbij had ze een uitstraling die dwars door de dikke muren van het kasteel heenging en ook dwars door het hart van Oscar. Hij was als aan de grond genageld. Alle belangrijke zaken van die dag hadden geen betekenis meer voor hem. Deze vrouw hier voor hem, die zo fabelachtig goed zong en als twee druppels water op Christine leek. Dit had hij nooit durven dromen. Hij moest en zou haar leren kennen. Ook al hadden ze nog geen woord gesproken, hij voelde nu al iets voor haar. En dat voor een man die zich eigenlijk nooit liet verleiden door welke vrouw dan ook. Als steenrijke ondernemer had hij dagelijks van doen met vrouwen van allerlei pluimage die hem probeerden over te halen. Diverse huwelijksaanzoeken had hij geweigerd sinds de dood van zijn vrouw.
Oscar klapte enthousiast na elk nummer dat ze zong. Ondertussen probeerde hij weer oogcontact te zoeken met Gwendoline, maar ze was volledig geconcentreerd op het zingen en pianospelen. Pas toen ze na een half uur haar laatste noot had gezongen en alle aanwezigen luid applaudisseerden, keek ze nog even naar Oscar. Hij ving haar blik op en bleef haar net iets langer aankijken dan men hoort te doen bij een onbekende.
Ze boog en nam het applaus in ontvangst. Daarna spoedde ze zich de bibliotheek uit met dezelfde adellijke stappen als waarmee ze de ruimte had betreden.
Iedereen stond nog steeds perplex. Wat een vrouw, wat een stem, wat een verschijning. Oscar kon nog steeds geen woord uitbrengen.
Rudolf keek hem spottend aan. “Zo, broer, dat is wat je met recht noemt een déjà vu.”
Margot keek Rudolf bestraffend aan.
Eline en Valerie wierpen elkaar een verbaasde blik toe.
“Knijp me eens, zus, droom ik of is het de waarheid?”
Eline lachte. “Gelukkig heeft ze een andere stem dan mama, anders kon je me meteen naar het sanatorium brengen.”
Oscar kon nu eindelijk ook lachen. Inderdaad, gelukkig kon deze vrouw zingen. Zijn eigen vrouw Christine had niet bepaald een zangtalent, zij reed liever paard.
“Mams, waar in godsnaam heeft u deze vrouw vandaan?”
“Van onze vriend de baron, hij raadde haar aan. Ze schijnt trouwens naast haar zangeressenbestaan een succesvol bedrijfsleidster te zijn. Maar waar precies dat weet ik niet. Dat ze zo sprekend op Christine lijkt, dat wist ik ook niet, lieverd. En er is nog iets: haar naam is Gwendoline. Maar hoe ze van haar achternaam heet, dat is me ontgaan.”
Eline lachte nu ook. "Dat kan niet waar zijn! Straks heet ze nog De la Rochelle!”
Het hele gezelschap zag er de humor wel van in en lachte mee met Eline.
Rudolf moest natuurlijk weer sarcastisch doen. “Nou, dan kan het morgen nog een fikse kluif worden. Als ze net zo goed is in zingen als in het presenteren van een nieuw product, dan zou je het nog wel eens moeilijk kunnen krijgen, Oscar.”
Oscar zat met zijn gedachten op een totaal andere golflengte. “Mam, waar is ze? Ik moet haar spreken!”
“Ze zal zich wel aan het omkleden zijn beneden. Ga nou niet achter haar aan. Je ziet morgen vanzelf wel of het hier om Gwendoline de la Rochelle gaat of niet.”
“Ja, maar als ze niet een en dezelfde persoon zijn, dan vind ik de zangeres Gwendoline nooit meer!” Hij rende snel de bibliotheek uit.
Eline en Valerie keken elkaar weer verbaasd aan. Hun vader, altijd zo’n wijze en nuchtere man, liet zich nu compleet van zijn stuk brengen door een vrouw. Ze kenden hem niet meer terug.
Oscar haastte zich de trap af naar beneden. Hij passeerde in vliegende vaart een van de dienstmeisjes, die net de tafel had afgeruimd, haar armen vol kopjes en schotels. Ze schrok en liet bijna het serviesgoed uit haar handen vallen.
“Sorry, Saskia, ik heb haast.”
Hij rende de gang door naar de ontvangstruimtes.
Wilma, het hoofd huishouding, liep net de deur uit van het eerste vertrek.
“Wilma, goedenavond,” bracht Oscar hijgend uit. “Heb je de zangeres gezien?”
“We hebben haar net uitgelaten.” Wilma wees naar buiten, naar de grote brug over de gracht rondom het slot. “Ze staat buiten te wachten op haar chauffeur.”
“Waarom heb je haar niet binnen laten wachten en iets te drinken aangeboden?”
“Ze wilde liever buiten zijn.”
Oscar spurtte alweer de gang door naar de enorme ontvangsthal. Daar aangekomen drukte hij op de bel. “Doe de poort open, snel,” schreeuwde hij in de intercom.
Iemand van het dienstdoende personeel opende de grote poort en Oscar liep nu wat langzamer de brug over. Een paar meter verderop stond de vrouw die zijn hart sneller deed kloppen. Ze stond met haar rug naar hem toe. Ze leek wel een engel. Even dacht Oscar dat hij droomde. Hij bleef stokstijf staan en was gebiologeerd door het schitterende beeld voor zich.
Oscar haalde even diep adem.
“Gwendoline?”
“Ja?” De vrouw keerde zich om.
“Eh… ik…, ik bedoel, wij vonden u prachtig zingen en ik wilde u nog even persoonlijk komen bedanken voor uw optreden, namens de hele familie.”
“Dank u wel, dat is aardig van u.” Gwendoline glimlachte enigszins verlegen. Ze sloeg haar bontmantel wat dichter om zich heen. Toen keek ze Oscar recht in het gezicht.
Oscar smolt en kon geen woord uitbrengen. Het enige wat hij kon, moest eigenlijk, was haar diep in haar ogen kijken. Toen herstelde hij zich. “Mag ik u iets vragen?”
“Natuurlijk.”
“U moet dit niet verkeerd opvatten, maar uw gezicht… uw ogen, uw hele voorkomen doen me denken aan mijn vrouw. Mijn familie bevestigde dat zojuist nog. U lijkt sprekend op mijn overleden vrouw Christine. Neem me niet kwalijk dat ik u zo overval, maar ik moest dit aan u kwijt. Het is alsof ik droom als ik u zie.”
Gwendoline glimlachte. Ze reageerde alsof het een alledaagse opmerking was. “Dank u wel. Ik hoop dat ik dat mag beschouwen als een compliment?”
“Eh… Oh, natuurlijk, ja. U zou dat kunnen zien als een zeer groot compliment. Mijn echtgenote was een erg mooie en charmante vrouw. Mijn familie was bijzonder aan haar gehecht.” Oscar kon zijn ogen maar niet afhouden van deze vrouw met haar perfecte gezichtje.
Met haar grote, reebruine ogen bleef ze de verwarde man aankijken.
Hij had de onweerstaanbare drang om dat gezicht te strelen, de lokken uit haar gezicht te strijken en haar lippen te proeven.
Luid getoeter van de aankomend chauffeur bracht hem in één klap te rug in de werkelijkheid. De kopklampen van de Rolls Royce schenen fel en meedogenloos in zijn ogen.
“Ik moet gaan. Dank u wel dat u speciaal naar beneden gekomen bent. Ik apprecieer dat enorm. Tot ziens.”
“Mevrouw, u moet iets weten. Ik heb morgen…”
Voordat hij zijn zin kon uitspreken, was Gwendoline al in de auto gestapt en reed ze de oprijlaan af, de duisternis in.
Oscar probeerde nog een glimp van haar op te vangen, maar tevergeefs. Hij slaakte een diepe zucht en maakte aanstalten om naar binnen te gaan.
De volgende dag stond Oscar, zijn ochtendjas nog aan, in de salon met een hete kop koffie wakker te worden. Hij had de hele nacht niet kunnen slapen.
Eline was al in de grote conferentiekamer, een zijvleugel van het slot, waar de aandeelhoudersvergadering zou plaatsvinden. Oscar besloot het die ochtend maar rustig aan te doen en zich te ontspannen. Alles was tot in de details voorbereid. Hij zou Eline en het personeel alleen maar voor de voeten lopen. Oscar belde naar beneden om te vragen of de masseur langs kon komen. Een stevige massage zou hem wat ontspannen.
Hij wandelde onrustig naar zijn slaapkamer. Gwendoline. Alleen de naam al klonk hem als de klank van een schitterend orkest in de oren. Hij probeerde zich voor te stellen hoe hij haar ooit weer eens te zien zou krijgen. Hij zag haar verfijnde gezichtje voor zich en de rillingen liepen hem over de rug bij de gedachte dat hij haar zachte huid bijna kon aanraken. Hij moest toch de baron maar eens vragen waar hij haar kon bereiken. Dat ze dezelfde persoon zou zijn als Gwendoline de la Rochelle, die naar de aandeelhoudersmeeting kwam vanmiddag, kon hij amper geloven.
Oscar trok zijn zwembroek aan en liep naar het grote inpandige zwembad. Het was nog iets te fris om buiten te zwemmen. De koude, zwartmarmeren vloer om het zwembad heen bezorgde hem zoals altijd de rillingen. Het ijskoude water van het zwembad maakte hem alert. Hij bedacht zich opeens dat hij ook de baron kon bellen en vragen hoe ze van haar achternaam heette. Meteen verwierp hij die gedachte. Hij had al begrepen dat haar artiestennaam Gwendoline was. Hoe ze in het echt heette, zou de baron waarschijnlijk ook niet weten. Fanatiek zwom hij zijn veertig baantjes zoals hij elke dag deed.
In de fitnessruimte naast het zwembad stond de massagetafel al klaar. Oscar ging op zijn buik liggen en probeerde zich over te geven aan de monotone bewegingen die de masseur over zijn rug maakte. Hij was altijd een sterk persoon geweest met overredingskracht. Nooit liet hij zich ompraten, nooit verleiden. Doordachte beslissingen, een strategische aanpak, daar hield hij van, maar nu was hij murw geslagen. Hij was in de ban van die vrouw. Verliefd? Diep in zijn hart moest hij toegeven dat dat het geval was. Hij voelde zich er niet prettig onder. Sinds de dood van Christine kon hij niet meer toegeven aan de liefde voor een vrouw, bang als hij was om haar opnieuw te verliezen. Een mysterieuze kracht duwde hem in de armen van Gwendoline. Wat er ook gebeurde, hij moest en zou haar leren kennen.
“Deze zijn groot! Volgens mij hebben we nog nooit zo’n schitterende collectie in huis gehad!” Margot sloeg haar handen ineen bij het zien van de enorme, geslepen edelstenen, die de dag ervoor vanuit New York waren ingevlogen.
Ze stortte zich altijd meteen op een nieuwe collectie, zodra die binnen was. Ze had door de jaren heen een verfijnd oog gekregen voor de schoonheid van deze juwelen.
Ook Brigitte, de manager van haar juwelierswinkel, wist als geen ander de waarde van de diamanten te schatten. Margot en Brigitte onderzochten ze stuk voor stuk. Deze bezigheid vereiste grote concentratie.
Na anderhalf uur precisiewerk keek Brigitte op. “Ik denk dat deze hier met recht de naam Well-diamond mag dragen.”
Margot knikte en keek haar aan. “Je hebt gelijk, Brigitte, deze hier dopen we om tot Well-diamond.” Ze hield de enorme diamant tegen het licht. “We gaan hem verwerken in een schitterend familiesieraad.”
Margot zuchtte. Eindelijk, eindelijk hadden ze dan een familiesieraad. Het had jaren geduurd voordat ze een diamant kon vinden die perfect genoeg was om de titel 'Well-diamond' te verdienen.
“Wat zullen we ervan maken? Een hanger lijkt me het meest geschikt, maar we kunnen haar ook in een mooie kroon verwerken.” Brigitte keek haar bazin vragend aan. Ze was benieuwd naar haar antwoord.
Margot twijfelde even. “Nee, we zetten haar in een hanger.” Een kroon vond ze eigenlijk een beetje ouderwets. “Een hanger zal tijdloos zijn. Brigitte, schrijf jij een persbericht?”
Brigitte maakte meteen aanstalten om achter haar bureau te gaan zitten. De pers zou blij zijn met dit bericht. Een nieuw familiejuweel. Het zou het Wellenburgh-concern goeddoen. Positieve berichtgeving in de media zou meer zakenmensen aantrekken.
Margot hield ervan snelle beslissingen te nemen. Ze was dan ook erg blij met deze gang van zaken. Hopelijk liep het vanmiddag met de onderhandelingen betreffende de overname ook zo soepel. Ze keek met een blik van tevredenheid rond in haar juwelierswinkel. De vitrines met sieraden, edelstenen, alles leek haar toe te lachen. Sommige mensen zouden in paniek raken als ze dit pand, waar voor ettelijke miljoenen aan juwelen lag, alleen al zouden betreden. Sommige mensen zouden hebberig worden en steeds meer van al dat moois willen. Margot niet, ze voelde zich thuis bij haar juwelen en wist precies wat de balans moet zijn.
Eline, Oscar en Leopold waren onder de indruk. Het personeel had zijn best gedaan. De zaal was volledig aangekleed voor de meeting. Overal hingen affiches met het logo van Wellenburgh-supplements, de bedrijfstak van het Wellenburgh-concern dat zich bezighield met de verkoop en ontwikkeling van voedingssupplementen. Het sprekersgedeelte torende uit boven de gegroepeerde tafels en stoelen. De tafels waren per stuk voorzien van een prachtig boeket orchideeën.
Wat Eline en Leopold betrof, kon de vergadering beginnen. Het wachten was op de aandeelhouders.
Oscar was nog steeds onrustig. Hij zag op tegen deze bijeenkomst. Hij wist heel goed waarom.
“Zullen we dan eerst maar lunchen?” stelde Eline voor, terwijl ze haar vader en opa vragend aankeek. “Oma komt zo dadelijk.”
Leopold lachte geheimzinnig. Hij wist iets wat de anderen niet wisten. “Hebben jullie het al gehoord? Ze heeft één van haar diamanten tot Well-diamond omgedoopt. Ze belde me daarnet.”
“Wat een geweldig nieuws!” Oscar liet zich door zo'n opmerking wel uit zijn overpeinzingen halen.
Graaf Leopold keek trots. “We moeten elkaar eigenlijk feliciteren. Weet je wat? We doen eerst deze meeting en op de receptie heffen we het glas op de allereerste Well-diamond. Eindelijk is ze er dan in geslaagd een passende diamant te vinden. Het heeft lang geduurd. Het zal ons de moed geven, deze zware overname te bewerkstelligen.”
De anderen knikten blij en bevestigend.
Butler Klaas had het er maar druk mee. Als hoofd van zijn tien man personeel had hij al een behoorlijke taak. Nu met deze drukbezochte aandeelhoudersvergadering was het een gekkenhuis voor hem. Margot had hem niet voor niets aangenomen. Hij wist het hoofd koel te houden, zelfs onder de druk van deze bijeenkomst. Hij stond bij de zij-ingang van het slot, die leidde naar de zijvleugel waar de grote conferentiekamer was gebouwd. Aanvankelijk bestond deze vleugel niet. Toen bleek dat het Wellenburgh-concern letterlijk en figuurlijk uit haar voegen barstte, had de familie besloten om een extra gebouw toe te voegen. De zijvleugel was geheel in de stijl van het slot gebouwd. Margot had destijds architecten van over de hele wereld laten aanrukken om de tekeningen te maken. En, het moest gezegd, het maakte het slot tot een nog imposanter geheel.
Klaas verwelkomde de gasten, die in hun grote auto's het plein voor de zijvleugel opreden. Femke en Saskia, de twee dienstmeisjes, leidden ze naar hun plaats. Voor deze gelegenheid waren de meisjes in een prachtig grijs mantelpak met wit overhemd gestoken. Ze deden dit soort gelegenheden met veel plezier en dat straalde van hun gezichten af.
Oscar liep op Klaas af. “Als er een grijze Rolls Royce aankomt, waarschuw je me dan even? Ik ben boven in de salon aan het lunchen met de familie.”
Klaas knikte. Hij wist waar het Oscar om ging.
Nadat de garnalencocktails waren opgediend in de salon, schrok de familie op door het gerinkel van de telefoon.
“Voor mij!” Oscar stond op en rende naar de interne telefoon die aan de muur was bevestigd. “Ja? Oké.” Oscar legde de telefoon op de haak en richtte zich tot zijn familie. “Ik ben beneden. Een belangrijke gast is gearriveerd. Gaan jullie rustig door met eten.”
“Doe je zelf wel rustig aan?” Margot, die ondertussen ook was aangeschoven, maakte zich een beetje zorgen. Ze voelde aan dat haar zoon zenuwachtig was en wilde niets liever dan hem beschermen.
Oscar had de deur al achter zich dichtgetrokken. Het hart klopte in zijn keel terwijl hij naar beneden liep. Er waren niet veel gasten die in een Rolls Royce komen opdagen. Misschien één of twee. De grijze Rolls die hij de dag ervoor gezien had, en hij had duidelijk tegen Klaas gezegd dat hij gewaarschuwd moest worden bij een Rolls Royce in die kleur, daar kon er maar één van zijn. Het duizelde hem voor de ogen. Zou het dan toch zo zijn dat hij binnen een paar seconden zijn zangeres zou ontmoeten? Zou ze dan toch één en dezelfde persoon zijn?
In de gang stond Klaas druk te praten met een prachtige vrouw in tweedelig mantelpak met een knalrode hoed. Aan haar figuur zag hij het al. Toen ze even haar hoofd hief, keek hij vanaf de trap recht in het gezicht van zangeres Gwendoline.
Klaas was alweer druk in de weer met nieuwe gasten.
“Gwendoline, eh, wat doet u hier?”
“Hallo, meneer Wellenburgh.” De vrouw keek bedeesd naar boven. Van onder haar hoed leken haar ogen nog groter, haar gezicht nog mooier.
“U bent Gwendoline de la Rochelle?”
“…én de zangeres Gwendoline, u kent mijn geheim nu.” Met omfloerste ogen keek ze hem bedeesd aan. “Ik had gisteren geen tijd om alles uit te leggen. Ik hoop dat u mijn excuses wilt accepteren.”
“Maar natuurlijk.” Oscar kon het bijna niet geloven. Datgene waar hij zo’n angst voor had, werd nu bewaarheid. Zangeres en adviseuse in één. De zangeres kende hij nu al: een heerlijke vrouw waar hij voor smolt. Maar de adviseuse Gwendoline, zou hij daar ook voor smelten? Zou hij haar wel aankunnen die middag? Er stond veel op het spel, een compleet bedrijf nota bene.
Gwendoline nam haar hoed af, gaf hem aan één van de dienstmeisjes en liep naar Oscar, die nog steeds als een marmeren beeld op de trap stond. “Zo, meneer Wellenburgh, ik zou veel liever door u begeleid worden dan door iemand van uw personeel. Wilt u me de weg wijzen in dit indrukwekkende gebouw?”
Voordat hij het zich realiseerde, had hij al ja gezegd. Een paar seconden later liepen ze samen naar de grote conferentieruimte.
Ze stak haar arm in de zijne en keek triomfantelijk naar de nog steeds beduusde man. “U heeft zich toch wel goed voorbereid op deze vergadering? Ik kan u zeggen dat Herba-Fit er een behoorlijke presentatie van heeft gemaakt. U zult onder de indruk zijn.”
Oscars zakeninstinct nam het nu over van zijn verbazing. “U, als afgevaardigde van Herba-Fit, begeeft zich wel op glad ijs. Zoals u weet is Herba-Fit bijna zo goed als van ons. We moesten uw aanbod wel aannemen, anders zouden we in de pers afgeschilderd worden als inhalige wolven. U weet hoe de media zijn tegenwoordig. Uw presentatie van een nieuw soort afslankpil moet wel heel goed zijn, wilt u de overname teniet kunnen doen.”
Gwendoline gooide haar hoofd naar achteren en lachte. “Meneer Wellenburgh, als wij een presentatie doen, dan doen we die vol overgave. Zet u maar schrap, want ik heb zo het idee dat uw aandeelhouders het afslankplan van Herba-Fit met open armen zullen ontvangen. We hebben het ook verdiend, vinden wij. Herba-Fit bestaat net zolang als Wellenburgh-supplements en wil net als uw bedrijf op eigen krachten verder.”
Oscar keek opzij. Niet alleen kon deze vrouw goed zingen, ze was ook behept met een scherp zakeninstinct. Nog nooit was hij een vrouw tegengekomen die zoveel sterke eigenschappen bezat. De rillingen liepen hem nog steeds over de rug toen hij haar aankeek. Hij zou bijna denken dat Christine een tweelingzus had.
Gwendoline vervolgde, hem schuin aankijkend: “Niet alleen doe ik presentaties met volle overgave.”
“U zingt ook geweldig,” vulde hij aan.
“Dat bedoelde ik eigenlijk niet.” Gwendoline trok zich los van de verbouwereerde man en liep op een groepje mensen af waarvan ze er een paar begroette. Ze keek nog om en zei: “Zet u maar schrap, meneer Wellenburgh!” Toen mengde ze zich onder de andere gasten.
Toen de familie Wellenburgh de zaal betrad, barstte er een applaus los van alle aanwezige aandeelhouders. Ze liepen naar een tafel vooraan.
Gwendoline zat schuin achter de familie en was druk in de weer met haar laptop.
Oscar keek nog even opzij voordat hij de trap opliep naar het sprekersgedeelte. Het applaus bleef aan. Met een houten hamertje klopte hij twee keer kort op tafel. “Stilte graag.”
Margot had het ook gezien. Gwendoline van de dag ervoor was Gwendoline de adviseuse. Ze was blij dat haar voorgevoel haar niet had bedrogen. Ze had allang gezien dat Oscar als een baksteen viel voor deze vrouw. Wie was ze? Wat stond er te gebeuren die middag?
“Geachte aanwezigen. Het doet me goed u in zo'n grote getale bij elkaar te zien. Het Wellenburgh-concern groeit. Vele bedrijven hebben wij zien opgaan in ons concern. Dat is niet altijd zonder kleerscheuren geweest, maar uiteindelijk hebben de meeste organisaties beseft dat het Wellenburgh-concern alleen maar goed voor ze is geweest. Onder u zitten ook mensen die van die bedrijven afkomstig zijn. Het applaus van daarnet bevestigt mijn vermoeden dat u tevreden bent over de gang van zaken.”
Oscar keek de zaal even rond en zag dat verschillende mensen bevestigend knikten. Anderen keken hem alleen maar afwachtend aan. Iedereen was benieuwd wat er deze middag gezegd zou worden.
“Onder ons bevindt zich een afgevaardigde van Herba-Fit,” ging Oscar verder met zijn verhaal. “Zoals u weet, zijn wij de laatste weken drukdoende geweest met de overname van dit bedrijf. Op het laatste moment is daar iets tussengekomen. U heeft in de kranten kunnen lezen dat Herba-Fit met een nieuwe afslankpil op de markt wil komen en daarmee ‘het vege lijf wil redden’. Ik citeer daarmee directeur Bruinsma van Herba-Fit. Hij kon hier niet aanwezig zijn vanwege deze afslankpil. Hij is nu in China om de ingrediënten voor deze pil te testen. Ik moet zeggen dat een bedrijf dat door het Wellenburgh-concern worden overgenomen, het ‘vege lijf’ niet hoeft te ‘redden’. We willen Herba-Fit ervan overtuigen dat bij een overname alleen de naam Herba-Fit verdwijnt. De omstandigheden voor alle werknemers blijven hetzelfde. Ik moet ook zeggen dat ik het moedig vind van Bruinsma om niet hier aanwezig te zijn. Hij moet wel erg veel vertrouwen hebben in zijn adviseuse, Gwendoline de la Rochelle, die hier in ons midden is. Zij zal ons proberen te overtuigen van het nut van deze afslankpil. We begrijpen het natuurlijk dat een bedrijf onder een eigen merknaam een eigen product wil uitbrengen. Maar moet deze missie weer op niets uitlopen, net zoals bij de lancering van hun vorige product? Wij zijn hier om Herba-Fit ervan te overtuigen dat ze beter onder de vertrouwde vleugels van Wellenburgh-supplements kan schuilen dan een individuele en gevaarlijke onderneming te beginnen. Herba-Fit is hier om ons duidelijk te maken dat het bedrijf kans van slagen heeft. Ik geef nu het woord aan Gwendoline de la Rochelle van Herba-Fit.”
Gwendoline stond op, knikte naar de aanwezigen met dezelfde gratie als de dag ervoor en liep zelfverzekerd het podium op. Haar donkerblonde lokken had ze zakelijk opgestoken. Haar witte blouse stond uitdagend open.
De hele zaal was onder de indruk van deze verschijning. Dat was te merken aan de plotselinge stilte, iedereen hield zijn adem in. De aandeelhouders, omdat ze erg benieuwd waren naar wat deze vrouw te vertellen had. De familie Wellenburgh ook, maar eigenlijk meer vanwege de sprekende gelijkenis met Christine en het feit dat ze haar de dag ervoor al in een andere sfeer hadden ontmoet.
et maakte haar alleen maar mysterieuzer en aantrekkelijker, Oscar moest het toegeven. Hij was blij dat hij zijn speech probleemloos tot een goed einde had gebracht. Hij gaf Gwendoline een hand en keek haar diep in de ogen. Niet omdat hij haar wilde overtroeven, zoals een bokser zijn tegenstander aankijkt, maar omdat hij niet anders kon.
Gwendoline glimlachte vriendelijk naar Oscar en nam zijn plaats over achter het sprekersgedeelte. “Goedemiddag, geachte aanwezigen. Een bedrijf als Herba-Fit, dat tot in de kleinste details fantastisch draait, is fier op zichzelf. Elke keer als we de naam Herba-Fit weer horen uitspreken of tegenkomen in de media, voelen we ons trots als een pauw. Herba-Fit heeft bewezen een allround bedrijf in de voedingssupplementenbranche te zijn. Dat laten we niet zomaar van ons afnemen. We bestaan net zolang als Wellenburgh-supplements en we hebben onze sporen verdiend. Dat we een kleine misstap hebben begaan, wil nog niet zeggen dat we onbekwaam zijn om winst te maken. Ikzelf ben hoofd van de laatste onderzoeksgroep binnen ons bedrijf en we hebben met de volgende resultaten bewezen dat we wel degelijk tot de top van de afslankproducten-branche behoren. Ik wil u laten kennismaken met ons nieuwste product, Herb-slim."
De lichten in de zaal gingen uit. Er werd een film vertoond van een afslankpil, die in twee weken tijd vijf kilo gewichtsverlies garandeerde. Geen verlies van vocht, immers veel afslankproducten gingen uit van waterafdrijving, maar vetverlies. Door middel van een kruid, gevonden en ontwikkeld in China, was het mogelijk om zeer snel vet te verbranden. Diverse proefpersonen, die de pil een maand gebruikt hadden, toonden zich erg enthousiast over de resultaten. De film liet een 'voor' en 'na' zien van de mensen die de pil geslikt hadden.
Oscar keek geïnteresseerd. Hij moest toegeven dat het hele concept goed was doordacht. Zelfs de stoffen waaruit het Chinese kruid bestond, werden door middel van chemische structuurtekeningen aangegeven. Hij kreeg dus precies te zien hoe de pil werkte. Als hij het een goed concept vond, vonden zijn partners, zijn aandeelhouders, dat ook. Koortsachtig zocht hij naar een fout. Misschien vond hij een zwakke schakel in het geheel en kon hij daarmee de hele zaak onderuithalen.
Opeens voelde hij een arm in zijn zij. Alhoewel het erg donker in de zaal was, zag hij vaag het gezicht van Gwendoline. Ze keek hem, voor zover dat mogelijk was, diep in de ogen aan en fluisterde: “Nou, wat vind je ervan?”
“Gwendoline!” fluisterde Oscar hees. “Eh, ik moet zeggen dat Herba-Fit geen slechte beurt maakt.” Hij haalde adem om aan de volgende zin te beginnen, maar werd daarin aangenaam belemmerd door twee zachte lippen op zijn mond. Twee warme, volle lippen die hem een seconde vasthielden. Hij snakte naar adem en tegelijkertijd voelde hij de drang om haar kus te beantwoorden. Opeens besefte hij dat hij in de conferentiezaal zat, te midden van zijn aandeelhouders.
Opeens was ze alweer weg. Het licht ging aan en een daverend applaus raasde door de zaal. Het was duidelijk dat Herba-Fit een uitstekende indruk had gemaakt.
Gwendoline liep het podium op en nam het applaus in ontvangst.
“Dank u wel, het was me een waar genoegen de nieuwste pil op het gebied van afslankproducten te mogen presenteren. Het is onze eer te na om dit product niet in eigen beheer te ontwikkelen en produceren. Met andere woorden: zou het niet vreemd zijn als we deze en volgende ontwikkelingen onder de naam Wellenburgh-supplements moeten uitbrengen? Wij doen deze ontdekkingen en niemand anders. Wij zijn trots op onze naam en willen die nog jaren dragen. Dank u wel.”
Alweer klonk er een daverend applaus.
Oscar voelde zich verslagen. Dubbel verslagen door deze vrouw en haar bedrijf. Het eerste was eigenlijk wel een prettige manier om verslagen te worden, maar hij besefte dat met de komst van Gwendoline ook de zakelijke kant in gevaar kwam.
Razendsnel bedacht hij wat hij moest zeggen en klom het podium op. “Dank je wel, Gwendoline, dank je wel, Herba-Fit. Ik denk dat iedereen met mij onder de indruk is van de getoonde beelden. De vraag is nu: is Herba-Fit capabel genoeg om deze zware taak op zich te nemen? Natuurlijk is de pil een vondst van het bedrijf zelf, maar zonder die pil was Herba-Fit al overgenomen. Kan het bedrijf het aan? Zoals gebruikelijk wordt er nu gestemd. Wie vindt dat Herba-Fit onder de vleugels van Wellenburgh-supplements moet komen, steekt nu zijn hand op.”
Van de tweehonderd aandeelhouders staken vier mensen aarzelend hun hand op. Het was weer doodstil in de zaal.
Oscar begon te zweten. Dit was hem nog nooit overkomen. Het was altijd een peulenschil voor hem. Even met de vingers knippen en er was alweer een bedrijf opgekocht. De hele zaak glipte hem langzaam door de vingers. En ergens maakte het hem ook helemaal niets meer uit. Hij wil Gwendoline spreken! Snel raffelde hij zijn toespraak af.
“"Niemand verder? Ik denk dat de zaak beslecht is. Herba-Fit blijft onder eigen naam voortbestaan. Ik wil er wel een grote 'maar' aan toevoegen. Mocht het bedrijf weer falen, dan staat Wellenburgh-supplements jullie op te wachten. Ik geef het woord aan mijn dochter Eline, die jullie een aantal huishoudelijke mededelingen doet en jullie inlicht over de projecten waar we mee bezig zijn. Eline, ga je gang.”
De familie Wellenburgh was verbouwereerd. Dit hadden ze nooit verwacht. Zoiets was nog nooit voorgekomen in de geschiedenis van het Wellenburgh-concern.
De vechtlust van Oscar was totaal verdwenen. Hij liep de gang op en bestelde een glas champagne bij Klaas. Hij had grote behoefte om deze nederlaag van zich af te schudden en kon alleen maar denken aan… Gwendoline. Voor het eerst in zijn leven wonnen deze vrouw en de enorme behoefte om haar te leren kennen het van zijn zakeninstinct. Hij plofte neer in de grote fauteuil die in een hoek van de gang stond. Hij bracht het glas naar zijn mond. Het koele vocht gleed in zijn keel. Hij sloot zijn ogen. Wat nu?
“Gaat het?”
Hij wist niet meer hoelang hij daar in de gang zat, maar toen hij zijn ogen opende, zag hij een stralende vrouw met een trotse glimlach voor zich staan. Hij keek precies tegen haar lange, in glanzende panty’s gehulde benen aan.
“Gwendoline!”
“Ik ben erg tevreden met de gang van zaken, maar ik kan me voorstellen dat u er anders over denkt.”
“Lieve Gwendoline, wat doe je me aan?”
Gwendoline fronste haar wenkbrauwen en kreeg bijna medelijden met de man voor haar. “Trek het je niet aan. Kijk naar wat je al voor elkaar hebt gekregen. Iedere andere directeur zou trots zijn op zichzelf.”
“Gwendoline, het gaat niet om de mislukte overname, dat weet je zelf ook wel. Ik voel iets voor je. Je bent met me aan de haal gegaan. Ik sta perplex van mezelf, maar ik zou niets lieven willen op dit moment dan je in mijn armen nemen en vol overgave zoenen.”
Gwendoline glimlachte. Ze boog zich voorover naar de terneergeslagen man, waarbij haar heerlijke geur Oscars neus bereikte en fluisterde: “Ik denk dat je eerst je verplichtingen moet nakomen. Moet je me niet uitnodigen voor de receptie? Ik hoorde vlak voor aanvang van de vergadering dat er zo meteen een gezellig onderonsje tussen jou, je familie en je aandeelhouders gaat plaatsvinden?”
“Ach, ja, natuurlijk. Hoe laat is het eigenlijk?”
Gwendoline keek op haar horloge. “Drie uur, bijna. Hoezo?”
Oscars ogen begonnen te glanzen. “Om half vier begint de receptie.”
Hij keek naar Gwendoline. Een heimelijk, gewaagd plan kwam in hem op. Zijn dochter Eline zou de aandeelhouders wel even bezighouden. Hem hadden ze op dit moment niet nodig.
“Ga je mee?”
Een paar minuten later reden ze samen in de Rolls Royce van Gwendoline door het vroege voorjaarslandschap. Het was al wat warmer geworden. De zon scheen over het zich ontluikende groen. Voor Oscar was het een makkie geweest om de aandeelhouders en zijn familie te ontlopen. Als kind had hij al gebruikgemaakt van de verschillende sluipwegen die het slot rijk was. Gwendoline hoefde alleen maar haar chauffeur op te piepen en vragen of hij de Rolls Royce wilde voorrijden. Niet op het plein voor de zijvleugel, maar ergens achteraf, aan de andere kant van het slot. Gwendoline had nu en dan een kreet van opwinding geslaakt toen ze zich door de sluipgangen spoedden. Oscar kon zien dat ze wel van een avontuurtje hield. Onderwijl hadden ze een fles champagne en twee glazen meegesmokkeld. Oscar kon zich niet bedwingen. Hij wilde alleen zijn met deze ongelooflijke vrouw.
Bij een meertje even buiten de landerijen van het slot, beduidde Oscar de chauffeur te stoppen. Hij stapte uit, liep om de grote auto heen, opende de deur aan de kant van Gwendoline en pakte haar hand vast. “Zullen we een eindje wandelen?”
“Graag,” antwoordde ze.
De zon weerkaatste zijn stralen over het meer. Enkele rietvogels zongen hun lokroep en Oscar kon het mis hebben, maar het leek alsof de natuur veel mooier, groener, schitterender was dan hij ooit had gezien. Het leek alsof hij er nu pas oog voor had gekregen.
Strak omklemde hij de handen van Gwendoline en keek haar diep in de ogen. “Lieve Gwendoline, wil je bij me blijven?”
“Eh, op dit moment zeker. Zullen we klinken op een toch nog geslaagde afloop?”
Oscar lachte. Hij ontkurkte de fles en schonk twee glazen vol tot het bruisende schuim over de rand liep. “Ja! Zaken zijn zaken en het kan niet altijd goed gaan. Voor alles is een moment vastgelegd. Nu ik hier met je samen ben en de zaken zijn beslecht, wil ik me alleen nog maar wijden aan jou. Wat denk je? Kun je daarin meegaan?”
Voordat Gwendoline een woord kon zeggen, zette Oscar het glas aan haar mond. De bubbels prikkelden op een aangename manier haar keel. Meteen daarna voelde ze de lippen van Oscar op de hare. Ze kuste hem terug met volle overgave, sloeg haar armen om hem heen en drukte hem tegen zich aan. Oscar rilde terwijl hij haar schouders en rug streelde, langzaam naar beneden schoof en haar billen aanraakte. Door de fijne stof van haar mantelpakje heen kon hij voelen hoe zacht haar huid was. Ze zoenden alsof ze jaren moesten inhalen. Oscar trok de speld uit haar haar en de goudblonde lokken tuimelden over haar rug en langs haar wangen. Hij streelde ze en rilde opnieuw. Onwillekeurig moest hij weer denken aan Christine.
“Hoe heb ik jou gevonden? Waarom heb ik je nog nooit eerder gezien?” vroeg hij hees.
“Shhht,” Gwendoline legde een vinger op zijn lippen. “Geniet van het moment. Laat je meevoeren. We hebben het er later over.”
“Ik ga je elke dag boeken. Je moet elke dag voor me zingen.”
Gwendoline lachte. “Dat kan toch niet, rare. Ik zal nog een keer voor je zingen, dat beloof ik je. Zoals je weet, krijg ik het erg druk met Herb-slim.”
Bij het horen van dat woord, Herb-slim, kwam Oscar weer bij zijn positieven. Kon hij wel een relatie aangaan met iemand van de concurrentie?
“Hoe gaan we dit doen?” vroeg hij aarzelend.
“Je loopt te hard van stapel, lieve Oscar. Laten we het nemen zoals het komt. Het is trouwens tijd om terug te gaan.” Gwendoline trok haar kleren recht en schoof de speld weer in haar haar. “Kom, tijd voor je verplichtingen, knappe graaf.”
De grote conferentiekamer had een totale metamorfose ondergaan. De tafels waren aan de kant gezet en bedekt met damasten tafelkleden en allerlei heerlijkheden. Het licht, zo-even nog fel en zakelijk, was nu zacht en vriendelijk. Het personeel liep af en aan met dienbladen vol champagne en lekkernijen. Eén kamerorkest op het podium, waar het spreekgestoelte stond, zorgde voor de muzikale noot.
De aandeelhouders praatten in groepjes na over het gebeurde van die middag. De familie Wellenburgh mengde zich onder de gasten.
Terwijl Margot wat oppervlakkig met enkele aandeelhouders stond te kletsen, zette ze haar gedachten op een rijtje. Er was niks mis met die Gwendoline van Herba-Fit, of vergiste ze zich? Op de een of andere manier klopte er iets niet. Normaal kende ze altijd iedereen van de concurrentie. Deze vrouw was haar totaal onbekend. Het feit dat de directeur van Herba-Fit niet aanwezig was, maakte haar onrust alleen maar groter. Waar was haar zoon? Ze verontschuldigde zich en liep naar Klaas. “Weet jij waar Oscar is?”
“Een half uurtje geleden heeft hij bij mij nog een glas champagne besteld. Toen ik even later terugkwam, zag ik hem niet meer zitten.”
Op dat moment wandelde een wel heel gelukkige Oscar de gang op. “Hallo, lieve ma.”
“Waar was je? Je bent net op tijd!”
“Ik was even een luchtje scheppen.” Oscar keek naar de grond en daarna weer naar Margot. “Ik, eh, je begrijpt misschien dat ik alles moest overdenken na de nederlaag van daarnet.”
“Waar is Gwendoline?” vroeg Margot en ze keek haar zoon onderzoekend aan.
“Geen idee,” loog Oscar, “ik heb haar uitgenodigd voor de receptie.” Snel veranderde hij van onderwerp. “Je gaat toch zo de Well-diamond bekendmaken?”
“Ja, ik was al bang dat je er niet bij zou zijn.”
“Mam, ik moet je nog feliciteren.” Oscar omhelsde zijn moeder en kuste haar op haar wangen. “Gelukgewenst, moeder, ik ben trots op je.”
Margot glimlachte naar haar zoon. Ze bekeek hem nog eens goed. Hij deed zo anders dan anders. Eigenlijk had ze hem veel bezorgder verwacht. Wat ze zag was een man met stralende ogen, alsof hij zojuist tien bedrijven had overgenomen. Niemand kon Margot voor de gek houden. Ze wist dat Oscar in de ban was van Gwendoline. Aan de ene kant vond ze dat prachtig. Eindelijk had een vrouw het hart van haar standvastige zoon gestolen, maar aan de andere kant stak haar iets, ze moest er maar snel achterkomen wat die vrouw in haar schild voerde. Of zag ze spoken?
Gearmd liepen ze de grote conferentiezaal binnen. Even verderop stond Gwendoline druk te converseren met Eline en Valerie. Valerie was net teruggekomen van college en had zich aangesloten bij het gezelschap. Ook Daniëlle, de jongste zus van Oscar en broer Rudolf met vrouw Sabina waren van de partij. Iedereen van de familie was inmiddels aanwezig. Gravin Claudette, de oudste dochter van Margot en haar man Floris met hun twee kinderen Anna en Thomas gaven ook acte de présence. Oscar slaakte een zucht van verlichting bij het zien van Gwendoline. Het was haar gelukt om de sluipgangen terug te nemen en zich ongemerkt tussen de gasten te begeven. Het deed hem veel haar zo druk te zien praten met zijn dochters Eline en Valerie. Hij bedacht dat het voor hen heel vreemd moest zijn om met deze vrouw te praten, alsof 'mama' weer terug was. Hij en Margot liepen op de familie af en begroetten iedereen. Ook zeiden ze Brigitte gedag, de manager van Margots juwelierszaak. Deze stond met een glimlach op haar gezicht te nippen aan haar champagne.
Margot liep op haar af en vroeg haar of alles in orde was voor de grote onthulling van straks.
“Alles is voorbereid. Ik heb de Well-diamond in de kluis gestopt,” antwoordde ze.
Margot liep vervolgens naar haar man en fluisterde hem iets in het oor, waarop de oude graaf het woord tot Oscar richtte.
“Ik heb je gewaarschuwd, zoon. Er was een kans dat het verkeerd zou aflopen vanmiddag.”
“Pa, u weet net als ik dat Herba-Fit gedoodverfd was om ten onder te gaan. Dit kwam voor iedereen als een donderslag bij heldere hemel. Laat dit moment hun triomf zijn, het kan heel goed zijn dat ze weer een fout maken, net als de vorige keer. En daarbij, pa, is het zo belangrijk eens een keer een bedrijf door de vingers te zien glippen?”
Leopold keek zijn zoon met verbazing aan. “Zo’n opmerking heb ik nog nooit van je gehoord. Jij die altijd maar blijft vechten tot het bittere eind.”
“Er zijn soms belangrijkere dingen in het leven dan een overname. Bijvoorbeeld de Well-diamond.” Oscar keek zijn vader lachend aan en gaf hem een klopje op de schouder. “Pa, gefeliciteerd, laat de diamant het hoogtepunt van de dag zijn vandaag en laten we de rest vergeten.”
“Ik ken je niet meer terug, Oscar. Wat is er met je gebeurd?”
“Niets. Ik zie de dingen wat positiever in vanaf vandaag.”
Graaf Leopold fronste zijn wenkbrauwen. “Wat je wilt. Als je maar je best blijft doen. Ik heb altijd op je gerekend. Wanneer wil je trouwens dat je moeder de aankondiging doet?”
“Zullen we de spanning er nog even inhouden, beste pa?”
“Prima, ik zal doorgeven aan Margot dat ze over een uurtje kan gaan speechen.” Hoofdschuddend liep Leopold naar zijn druk babbelende vrouw.
Oscar liep op zijn kinderen af en knipoogde heimelijk naar Gwendoline. Hij was zichzelf alweer de baas geworden. Nu hij Gwendoline zo zag kletsen met zijn familie, leek het wel alsof ze er al jaren bij hoorde. Eigenlijk was het ongepast om een afgevaardigde van een bedrijf aanwezig te laten zijn op een receptie van de concurrentie. Ach, de familie kende haar al van de dag ervoor en iedereen had toch respect voor deze vrouw met haar strijdlust en passie voor Herba-Fit. Passie had ze, dat had Oscar daarstraks gemerkt. Eigenlijk had ze alles wat een vrouw in zijn ogen moest hebben. Ze was mooi, nee, oogverblindend, van top tot teen. Ze wist van wanten, was een vechter en had een zakelijk talent. Ze was een levensgenieter en daarnaast kon ze ook nog eens pianospelen en zingen!
Wie of wat had ervoor gezorgd dat deze vrouw in zijn leven kwam? Wie was deze vrouw eigenlijk? Met beide benen kwam hij opeens weer op de grond terecht. In al zijn bewondering voor Gwendoline vergat hij steeds naar haar achtergrond te vragen. Niemand van de familie Wellenburgh wist wie ze eigenlijk was, niemand had haar ooit ontmoet. Zijn dochter Eline was alleen maar te weten gekomen dat ze een extern adviseur bij Herba-Fit was en er nog niet zo heel lang werkte.
Alsof Margot zijn gedachten kon lezen, vroeg ze hem: "En, ben je er al achter wat de achtergrond van deze vrouw is?" Daaraan toevoegend: "Je valt door de mand, lieve zoon, je ogen staan op verliefd. Mij maak je niks wijs."
"Eh, mam, nee ik ben er nog niet achter. We moeten ons best doen. Misschien een zaak voor onze privédetective?"
"Tja" bedenkelijk wreef Margot met haar hand over haar kin. “Dat kunnen we doen. We kunnen haar natuurlijk ook zelf vragen, waar ze vandaan komt. Waarom laten we Rudolf dat klusje niet opknappen? Hij weet als geen ander informatie van iemand af te troggelen.”
“Ik doe het liever zelf,” antwoordde Oscar snel en hij liep naar Gwendoline, die nog steeds druk stond te praten met zijn dochters. Hij maakte een hoofdgebaar naar de dirigent van het orkest en pakte toen Gwendolines hand. Het orkest zette een uptemponummer in.
“Ik had net zo’n leuk gesprek met je dochters,” zei Gwendoline. “Ik hoorde dat jullie de Well-diamond gaan introduceren, gefeliciteerd.”
“Dank je, mag ik deze dans van je?”
“Natuurlijk!” Gwendoline glimlachte naar Oscar.
Hij legde zijn arm om haar middel en trok haar naar het midden van de zaal. “Wie ben je nou eigenlijk, mooie Gwendoline?” vroeg hij.
Ze keek hem recht in de ogen. “Ik ben Gwendoline de la Rochelle, adviseur bij Herba-Fit. Zoals je weet, werk ik er nog maar sinds kort en…”
“…dat weet ik allemaal al. Wat is je achtergrond? Waar kom je vandaan? Waarom ben je bij Herba-Fit gaan werken en niet bij ons?”
Gwendoline moest weer lachen. “Je stelt te veel vragen tegelijkertijd, maar ik denk dat je precies weet wat je weten moet. Je weet dat ik zo nu en dan optreed en dat ik een zakenvrouw ben. Ik dans nu met je, dat is, denk ik, het belangrijkste op dit moment.” Ze trok Oscar wat dichter naar zich toe.
Het zien van een dansend paar maakte de anderen enthousiast en al snel was de dansvloer gevuld met dansende paartjes. Margot en Leopold zwierden langs hen heen en zelfs de altijd op negatieve ontwikkelingen bedachte Rudolf en Sabina konden de verleiding niet weerstaan. Het orkest zette het ene na het andere nummer in en de toon was gezet.
Oscar kon het eigenlijk ook niets meer schelen. Sinds jaren had hij niet meer zo heerlijk gedanst met een vrouw. De overname was niet gelukt, dus waarom zou hij Gwendoline het hemd van het lijf gaan vragen? Hij voelde zich compleet, met deze vrouw tegen zich aan. Dit moment kon wat hem betreft zijn leven lang duren. Zij had hem duidelijk gemaakt dat er naast zaken doen ook een ander leven bestond en dat beviel hem prima!
Toch besefte hij dat hij niet al te opvallend veel aandacht voor Gwendoline moest hebben. Vooral niet omdat zij iemand van de concurrentie was. Het kwam hem dan ook goed uit dat Gwendoline zich even excuseerde.
“Ik ben zo terug, moet even iets regelen.”
Ook Rudolf en Sabina zagen, al dansend, dat Gwendoline zich losmaakte van Oscar.
Sabina mocht Gwendoline al vanaf het begin niet en kneep Rudolf in zijn arm. “Ga achter haar aan,” siste ze. “Probeer erachter te komen wat ze in haar schild voert!”
Rudolf greep zijn kans, maakte zich los van zijn vrouw en schoof zo onopvallend mogelijk lang de tafels met delicatessen achter haar aan. Het was moeilijk voor een gezette, ietwat pafferige man als hij om onopvallend zulke manoeuvres te maken, maar hij zag vanuit zijn ooghoeken dat niemand oplette.
Gwendoline liep de deur uit de gang op, richting damestoiletten. Hij volgde haar tot vlak voor het toilet. Nu moest hij absoluut geen geluid maken. Zijn stappen zouden normaal gesproken goed hoorbaar zijn op de marmeren vloer, maar de muziek vanuit de grote conferentiezaal overstemde dat geluid. Gelukkig waren zij de enige die hier aanwezig waren. Hij gluurde door een kier van de deur. In de grote, barokke spiegel tegenover de toiletten zag hij haar gezicht weerspiegeld. Ze stiftte haar lippen. Toen ze daarmee klaar was, pakte ze haar telefoon. Ze keek even opzij. Snel dook hij achter de deur. Hij hoorde haar nu op gedempte toon praten.
“Ja, met mij. Het is gelukt, ze zijn er allemaal voor gevallen. Hij helemaal. Het was een makkie.”
“…Eh, nee, hoor. Receptie, we blijven nog wel een tijdje doorgaan.”
“…Hoe we dat met die film oplossen? Ach, dat is van later zorg, ik heb een veel leuker nieuwtje voor je. Het heeft te maken met stenen. Snap je wat ik bedoel?”
“…Juist, dat bedoel ik. Wanneer? Zo dadelijk, om een uurtje of vijf. Ik denk dat ze hem dan laten zien ook, dat ding. Ik heb al een plan bedacht, maar ik moet ophangen. Je hoort nog van me.”
Rudolf had geen tijd om verbaasd te zijn en liep zo snel als hij kon en zo geruisloos mogelijk het herenurinoir in. Ze kon elk moment uit het toilet komen. Hij drukte zijn dikke rug tegen de muur. Zijn hart klopte in zijn keel. Had hij echt goed gehoord wat ze zei? Bliksemsnel flitsten zijn gedachten over en weer. Als een speer probeerde hij te verwerken wat ze zojuist gezegd had. Ze had het over een 'makkie' en over 'stenen'. Was het wat hij dacht dat ze zei? Was Gwendoline een bedriegster? En wat bedoelde ze eigenlijk met 'dat met die film oplossen'? Razendsnel maakte hij een overweging. Aan Oscar vertellen zou hij dit nooit. Dan nog liever jarenlang naast hem aan tafel zitten en zich ergeren aan zijn broer. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes. Ja! Hij had de oplossing. Snel rende hij het toilet uit de gang op. Hij was nog niet te laat. Gwendoline liep net de gang op, richting conferentiezaal. Hijgend rende hij achter haar aan en greep haar bij de arm. “Ik zou toch maar even meekomen als ik jou was, meisje.”
Gwendoline schrok en keerde zich om. “Hé, wat moet je…”
“Ik weet precies wat jij van plan bent en ik zou niet tegenstribbelen of moet je willen dat ik Oscar erbij roep? Ik kan natuurlijk ook de hele zaal informeren over jouw foute zaakjes.”
Gwendoline keek Rudolf verbijsterd en geschrokken aan, gaf geen antwoord en liep gedwee mee. Hij had haar telefoongesprek afgeluisterd!
Rudolf trok haar de gang door. Aan het eind daarvan opende hij een kleine, maar zware houten deur die nu eens niet mechanisch openging door middel van een druk op de knop. Dit was een van de toegangspoorten naar de sluiproutes waarvan er zoveel in slot Wellenburgh voorkwamen. Natuurlijk wist ook Rudolf van het bestaan ervan. Hij was net als broer Oscar geboren en getogen in dit gebouw en kende het kasteel als zijn broekzak.
Eenmaal buiten het oog van familie of personeel, in één van de gangen, duwde Rudolf Gwendoline tegen de muur en zei spottend: “Gwendoline, mooie, lieve, talentvolle Gwendoline, je valt door de mand! Maar wat een geluk dat mijn oren gespitst stonden op het moment dat je cruciale informatie doorgaf. Denk je nou echt dat je de hele familie Wellenburgh voor je karretje kunt spannen? Misschien mijn broer wel of mijn ouders, maar er is er één die je altijd weer tegenkomt: Rudolf. Weet je wie Rudolf is? Kijk me eens goed aan… juist! Dat ben ik!" De opgewonden man klemde zijn handen stevig om Gwendolines schouders. Het zweet stroomde over zijn pafferige gezicht.
Ze begon nu kwaad te worden. “Luister eens, mannetje…”
Rudolf snoerde haar onmiddellijk de mond. “Niks geen 'mannetje', je moet nu even goed naar mij luisteren. Waar jij mee bezig bent, daar heb ik heel veel belang bij. En ontken nou maar niets. Ik heb daarnet genoeg gehoord om iedereen in de grote conferentiezaal binnen één minuut helemaal van slag te brengen. Ik weet wat je plannetjes zijn. Ik heb er ook belang bij dat jullie bedrijf uit handen van mijn broer blijft. Jij wilt dat, ik wil dat. We werken vanaf nu samen.”
Gwendoline werd nu iets rustiger. Snel ordende ze haar gedachten. Deze rare broer van Oscar kwam niet eens met zo'n gek voorstel. Ze beet op haar lip. Of werd ze erin geluisd? Nee, dan zou hij allang naar zijn familie zijn gestapt. Ze kon maar beter meewerken. Een andere keus had ze eigenlijk niet. Ze liet haar hoofd even hangen. Daarna keek ze Rudolf aan en zei met bedeesde stem: “Laat me eerst los, dan zal ik naar je luisteren. Vertel op, wat is je plan?”
Rudolf liet Gwendoline los. “Luister goed. Ik ben een goede zakenman, een uitstekende zelfs. Ik wil dat aan mijn familie laten zien, zodat de hele wereld erachter komt dat Rudolf Wellenburgh het beter doet dan zijn broer Oscar. En daar ga jij me mee helpen. Ik heb allang gemerkt dat jouw belangen niet zozeer bij het redden van je bedrijf liggen, maar bij de Well-diamond. Herba-Fit zal je worst wezen. Je werkt er nog maar pas. Het is de diamant waar het je om gaat. Die mag je van mij hebben. Ik zou hem toch nooit kunnen krijgen. Als ik hem zou stelen, wat moet ik er dan mee? De hele familie weet straks om welke steen het gaat. Ik help jou dat ding in handen te krijgen als jij ervoor zorgt dat ik Herba-Fit binnensleep.”
Gwendoline keek bedenkelijk. “Mmm, en wat als je je niet aan de afspraak houdt?”
“Die steen interesseert me niet, dat moet je maar van me aannemen. Mij interesseert roem en eer, gerespecteerd worden door de familie. Ik ben altijd al het zwarte schaap geweest, daar moet nu maar eens een eind aan komen. Als jij je trouwens niet aan de afspraak houdt, dan zorg ik er voor dat je nooit maar dan ook nooit meer een baan krijgt in de wijde omtrek. Maar je moet me eerst vertellen wat je bedoelde met die film.”
Gwendoline aarzelde een moment, maar Rudolf had gelijk, ze wilde die diamant koste wat kost. Ze gaf een grote zucht en stak van wal. “Ik ben bij Herba-Fit komen te werken omdat ik wist dat de overname eraan zat te komen. Omdat ik zelf hoofd ben van de onderzoeksgroep die het afslankkruid in China heeft gevonden, was het een makkie om mijn directeur naar de laboratoria in dat land sturen. Zo kon hij zich overtuigen van het feit dat dit plantje werkte. Mijn doel is altijd geweest om ooit eens een overval te plegen op de juwelierszaak van Margot. Ik begreep dat dit een veel te moeilijke opgave is en heb me inmiddels gericht op wat naar ik begrepen heb, de meest kostbare diamant in de collectie: de Well-diamond. Om daaraan te komen, zo werd me al snel duidelijk, moest ik dichtbij je familie komen en je broer om mijn vinger winden. Dat is me totnogtoe aardig gelukt.” Ze lachte. Diep in haar hart vond ze Oscar helemaal zo slecht nog niet. “En omdat ik als twee druppels water op zijn overleden vrouw lijk, wist ik dat het niet moeilijk zou zijn om het hart van jullie Wellenburghen voor me te winnen. De film die jullie eerder zagen over de afslankpil is een farce. Iedereen is er ingetuimeld. Die afslankpillen van tegenwoordig beloven van alles, maar negenennegentig procent werkt niet. Niemand zou erachter komen dat ook deze pil niet werkte. Ik heb in China een paar van mijn mensen zitten die mijn directeur laten geloven dat het allemaal fantastisch werkt. Ondertussen kan ik me hier concentreren op de diamant.”
Rudolf moest toegeven dat het plan helemaal niet slecht en zelfs goed in elkaar zat. Hij pakte een zakdoek uit zijn broek en wiste het zweet van zijn voorhoofd. “Oké, Gwendoline, vanaf nu zijn we partners. Ik zorg ervoor dat het schandaal met de neppil door mijn eigen doortastendheid en kennis van zaken boven water komt. Het bedrijf kan na zo'n blunder meteen worden overgenomen door ons. Jij vertelt later aan Oscar dat je onder druk van je directeur deze nepfilm moest maken en deze nep-afslankpil op de markt moest brengen. Niet meteen natuurlijk, maar zodra ik alles boven water laat komen. Je zult zien dat Oscar je gaat beschermen en nog meer hoteldebotel van je wordt. Hij kan niet tegen onrecht. Jij kunt dan je gang gaan, wie weet geeft hij je wel de sleutel van WellJewels, de juwelierszaak van mams, zodat je je zakken kunt vullen.” Rudolf lachte sarcastisch. “Nou, wat vind je ervan?”
Gwendoline hoefde er niet eens over na te denken. “Dat is dan geregeld, partner. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar mijn toekomstige bron van inkomsten, de Well-diamond. Laten We teruggaan, dan kan ik hem bewonderen.”
“Ho, niet zo snel, dame. Op dit moment kun je dat ding toch niet verdonkermanen, er zijn te veel mensen aanwezig. Jij bezorgt me eerst de informatie over Herb-slim en Herba-Fit, daarna zorg ik ervoor dat je vertrouwen gewekt wordt bij de familie.”
Gwendoline keek verbaasd lachend naar Rudolf. Dit had ze nooit verwacht, dat een broer van Oscar haar zou helpen met dat wat ze het meest begeerde: de Well-diamond. Alles zou op zijn plek vallen. Zodra ze die diamant in handen had, kon ze van haar luie leventje gaan genieten ergens in het buitenland. Dat ze haar baan zou verliezen, vond ze totaal geen probleem. Het leek een klein onnozel iets vergeleken met de onschatbare waarde van de diamant.
Het orkest speelde niet meer. De paartjes hielden op met dansen en keken richting orkestleider. Het geroezemoes verstomde.
Graaf Leopold stapte het podium op en glimlachte naar de mensen in de zaal. “Beste aandeelhouders, beste familie. Misschien hebben jullie het al in de wandelgangen gehoord en gedacht dat het een grap was. Niets is minder waar. Ondanks de wat minder goede resultaten van deze dag wil ik afsluiten met een enorme verassing. Verassing is eigenlijk het goede woord niet. Het is meer een gigantische aanwinst. Een item waar de familie Wellenburgh trots op is en dat ook graag aan jullie wil laten zien.”
Gwendoline was ondertussen helemaal naar voren gelopen. In het voorbijgaan had ze Oscar lief toegelachen. Hij wenkte haar, maar dit was voor haar belangrijker. Ze wilde die diamant van dichtbij bekijken.
Ook Rudolf begaf zich weer tussen de menigte en lichtte zijn vrouw Sabina in over het plan dat hij met Gwendoline bekokstoofd had. Sabina was er helemaal voor te vinden. Ze droomde er al jaren van om directeursvrouw genoemd te worden. Dat zou binnenkort wel eens werkelijkheid kunnen worden.
De familie en alle aanwezigen keken vol verwachting naar het podium. Onder begeleiding van Brigitte kwam gravin Margot het podium opgewandeld met een glazen stolp in haar handen, waarover een roodfluwelen doek was gedrapeerd.
Ondertussen had butler Klaas de pers binnengelaten. Journalisten en cameramensen stonden al uren te trappelen op het plein voor het slot. Met hun fotocamera's, film- en geluidsapparatuur drongen ze naar voren. Het gezoem van die apparaten maakte het gebeuren tot een spectaculaire aangelegenheid. Gwendoline stak haar nek uit om niets te missen.
Margot nam het woord. “Beste aanwezigen. Mijn man heeft niets te veel gezegd. Vanochtend in onze juwelierswinkel,” Margot keek van opzij naar haar manager Brigitte, “wisten we zonder ook maar één seconde te twijfelen dat het zo moest zijn. Wat ik hier vasthoud, hebben we een naam gegeven. Omdat zoiets moois, iets wat zo oogverblindend is, een belangrijke plaats moet krijgen. Althans, dat vinden wij. Ik denk dat wanneer u gaat zien wat hieronder verborgen zit, u zult begrijpen waarom we haar gedoopt hebben tot Well-diamond!"
Met een korte ruk trok Margot het doek van de stolp. Gwendoline stond nu op haar tenen. Een enorme diamant schitterde van onder het glas de aanwezigen toe. Applaus steeg op. Gwendoline kreeg kippenvel.
“De Well-diamond wordt in de komende week verwerkt in een hanger. Volgende week zal ik hoogstpersoonlijk dit sieraad dragen tijdens een familiebanket. De uitnodigingen hiervoor zullen u binnen enkele dagen bereiken.” Margot stak haar trots niet onder stoelen of banken.
Gwendoline spitste haar oren. Een banket. Ze moest heel snel zorgen dat ze ook een uitnodiging kreeg, dan zou ze volgende week misschien al…
Oscar stond naast haar. Hij legde even zijn hand op haar heup. Ze keek hem van opzij aan en glimlachte. Eigenlijk was het zo'n onaantrekkelijke man nog niet. Die grijzende slapen, die oplichtende ogen, die lange, statige verschijning van hem: ze moest toegeven dat ze in een andere entourage allang voor hem gevallen zou zijn. Het maakte het spelletje er voor haar aan de ene kant gemakkelijker op, ze hoefde in ieder geval niet te doen alsof. Aan de andere kant toch ook moeilijker. Stel dat deze man haar hart won? Ze besefte dat ze goed op haar tellen moest passen.
Margot knikte naar het orkest en de muziek zette weer in. Ze knipperde met haar ogen vanwege de flitslichten van fotocamera's. Journalisten wachtten hun beurt af om haar te interviewen.
Gwendoline bleef in hun buurt staan en luisterde aandachtig.
Eén journalist stelde haar vragen over de beveiliging van de diamant. Ze hoorde Margot zeggen dat deze in een zware kluis in één van de slaapkamers werd opgeborgen. Margot zei lachend dat toch niemand erachter kwam waar de diamant werd verstopt, gezien het grote aantal slaapkamers dat slot Wellenburgh bezat.
Het was maar goed dat ze even meeluisterde. Op de tweede verdieping in één van de slaapkamers moest ze dus zijn. Ze kreeg een geniale ingeving.
Graaf Leopold sloot de persconferentie af door middel van een: “Gaat u rustig verder met feest vieren, mensen,” en mengde zich vervolgens weer onder de gasten. Het feest was weer in volle gang.
“Wil je me naar mijn auto begeleiden, Oscar? Ik denk dat het tijd wordt om te gaan.” Gwendoline keek hem vragend aan.
“Ja, natuurlijk. Neem je nog afscheid van de anderen?”
“Natuurlijk.” Ze liep naar Eline en Valerie, die haar lachend aankeken.
“Wat fantastisch, hè, die diamant,” zei Eline, daarbij Gwendoline stralend aankijkend.
“Ik ben erg blij voor jullie. Ik moet er onderhand vandoor. Trouwens, wat doen jullie morgen?”
“Eh, niets eigenlijk. Beetje paardrijden, misschien wat studeren,” zei Valerie. “Het is morgen zaterdag en dan doen we meestal waar we zin in hebben.”
“Zouden jullie het leuk vinden om met mij te gaan winkelen? En misschien wat kleins eten daarna.”
Dat leek de tweeling wel wat. De meiden keken hun vader vragend aan, waarop die antwoordde: “Dat lijkt me hartstikke leuk. Ga gerust je gang.”
“Dat is dan geregeld. Ik doe normaal gesproken ook niet zoveel op de zaterdag. Ik kom jullie wel ophalen, morgenochtend. Als jullie me dan nu willen excuseren. Tot dan.”
De tweeling zei Gwendoline gedag.
De vrouw liep naar graaf Leopold en feliciteerde hem met zijn nieuwe aanwinst. Margot was nog steeds druk in de weer met de pers. Ook van de anderen nam ze afscheid met Oscar in haar kielzog.
Bij Rudolf aangekomen deed ze net alsof ze hem beleefd gedag zei. Toen ze net even de kans kreeg, fluisterde ze hem in het oor: “Jij zorgt voor een uitnodiging voor het banket van volgende week. Ik zorg voor de informatie over Herba-Fit.”
“Afgesproken.”
Triomfantelijk keek ze Oscar aan. “Laten we gaan.”
Hij begeleidde haar naar buiten, waar de Rolls Royce inmiddels keurig op het plein stond, alsof hij nooit van zijn plek was geweest. Gwendoline knikte met haar hoofd richting chauffeur. Deze reed de auto voor de ingang. Verschillende gasten die naar huis gingen, liepen buiten.
Oscar moest onopvallend fluisteren. “Ik ga je nu niet zoenen, alhoewel ik niets liever doe. Waar moet je eigenlijk heen? Woon je in de buurt?”
“Ik woon hier niet zo ver vandaan, in een kleine villa aan de rand van de stad.” Gwendoline draaide haar hoofd om naar Oscar. “Ik kom morgen je dochters terugbrengen. Misschien heb je zin om daarna met mij mee te komen voor een gezellig avondje in mijn nederige stulpje?”
Oscar wilde niets liever. “Ik zal je opwachten. Ik zorg voor de champagne. Ik beloof je, het wordt heel gezellig.” Hij knipoogde naar de betoverende vrouw en hielp haar instappen. Toen ze wegreed, speet het hem dat hij haar niet had overgehaald om nog wat langer te blijven. Misschien was het wel beter zo. Hij slaakte een diepe zucht en liep naar binnen.
De lucht was strakblauw. In de vroege ochtendzon, die elke ochtend een beetje feller scheen, wandelde Margot naar de stallen. Ze kon het voorjaar al ruiken. Ze inhaleerde de frisse lucht en keek opgewekt om zich heen. De struiken in haar rozentuin kregen al knoppen. Kleine, groene puntjes waren het, meer niet, maar ze hielden de belofte in van een schitterende kleurenpracht in de zomer. Ze dacht aan haar oudste zoon. Hield het ontluikende voorjaar de belofte in van iets moois, een nieuwe relatie op slot Wellenburgh? Het zou fantastisch zijn om komende zomer een groot feest ter ere van het jonge stel te mogen geven. Margot schudde met haar hoofd, want ze besefte dat ze te hard van stapel liep met haar gedachten.
Bij de stallen aangekomen hoorde ze het zacht ritselende geluid van hooi. Rinus, de stalmeester, was met zijn personeel druk in de weer om de paarden van een schoon onderkomen en vers stro te voorzien. De geur van paarden, stro en hooi had haar altijd bekoord. Het leek ook net alsof de hengsten en merries, die braaf buiten stonden te wachten, er kalmer van werden.
De laatste paar dagen waren ze wel erg onrustig geweest. Alleen Thunders oren lagen vandaag weer plat op zijn hoofd. Hij gooide zijn manen naar achteren en hinnikte. Misschien werd het zo langzamerhand tijd om de paarden overdag in de paddock te zetten, zodat ze wat meer bewegingsvrijheid hadden, dacht ze. De hele winter hadden ze al op stal gestaan, waar overigens ruimte en luxe genoeg voor ze was.
Ze liep een van de stallen binnen. Rinus was het tuigwerk aan het poetsen. “Goedemorgen, Rinus, wat denk je, zullen we de paarden maar eens een dagje buiten doen?”
Rinus keek op. “Goedemorgen, gravin. Toevallig had ik het er net over met één van de stalknechten. Een compliment voor uw oplettendheid, want het is inderdaad prima weer om het erop te wagen.”
“Maak de paddock maar gereed.”
“Tot uw dienst, gravin. Ik heb begrepen dat uw kleindochters zo dadelijk komen rijden?"
“Ik geloof van wel. Misschien willen Oscar en Daniëlle ook wel een ritje maken. Laten we zeggen over een uurtje, dan moeten er drie gereed staan. Zadel Thunder maar niet op, dat doet Daniëlle zelf wel, zoals je wellicht begrijpt.”
Rinus lachte naar de gravin. Thunder was onhandelbaar. Hem uit zijn box halen lukte nog net, maar de enige met wie de vurige hengst het kon vinden was Margots jongste dochter.
Margot liep naar de andere paarden en begroette ze. Daarna wandelde ze weer naar binnen. Ze had Klaas al de opdracht gegeven een ontbijt te verzorgen in de serre. Nu het zulk mooi weer was, moesten ze er maar van genieten. Ze liep de grote, donkere gangen door naar de lichte, ruime serre. De tafel was al gereed. Kristallen glazen, gevuld met verse jus d'orange, flonkerden in de zon. Op verzilverde dienbladen stonden croissants, toast en sterke koffie. Boeketten geurende narcissen en mooie planten maakten deze serre tot een geliefde plek, vooral in het voorjaar, als de zon niet al te sterk door de talrijke ramen scheen. De schuifpuien stonden half open en boden uitzicht op een uitgestrekte achtertuin met zwembad en allerlei inheemse planten en struiken.
Haar man zat, genietend van de zon, het ochtendblad te lezen. Toen hij Margot zag, hield hij, enigszins opgewonden, de krant omhoog: “Kijk, schat, heb je het al gezien? Je pronkstuk staat op de voorpagina. Is het niet fantastisch? Mooie foto, toch? We slaan er twee vliegen mee in één klap. Alle aandacht van de mislukte overname wordt zo afgeleid. Je had geen beter tijdstip kunnen uitkiezen!”
Margot glimlachte, keek geïnteresseerd naar de foto en legde een hand op zijn schouder. “Lieverd, je weet toch dat ik altijd trouw mijn intuïtie volg? Nog nooit ben ik daar bedrogen uitgekomen.” Margot dacht even, na en vervolgde: “Over intuïtie gesproken, hoe denk jij over Gwendoline de la Rochelle? Ik vind haar namelijk een charmante persoonlijkheid en ik ben erg onder de indruk van deze vrouw, maar er wringt iets, ergens. Heb jij dat gevoel ook?”
Graaf Leopold keek glimlachend omhoog. Het vroege zonlicht bescheen zijn gezicht. “Margot, ik denk dat je het dit keer mis hebt. Jouw wantrouwen komt doordat ze van de concurrentie
is. Zij heeft gewonnen, gisteren. Wij zijn verwend met onze overnames. Als er dan opeens iemand komt opdagen die beter is dan wij, denk je dat er iets niet klopt. Maar we moeten haar respecteren. Gwendoline heeft een gigantische prestatie neergezet gisteren.”
Opeens viel er een schaduw in het vertrek. Rudolf kwam binnenwandelen. Hij had de laatste zinnen van het gesprek opgevangen. “Dat vind ik nou ook! Laten we Gwendoline uitnodigen op het banket ter ere van de Well-diamond volgende week. Ze zou kunnen zingen voor ons. Nou, wat vinden jullie ervan?”
Graaf Leopold sloeg de handen ineen. “Dat vind ik nou eens een goed idee zo op de vroege morgen. Dat ben ik niet van je gewend, Rudolf.”
Margot stemde er uiteindelijk ook mee in. “Feit is en blijft dat ze goed kan zingen. Ik stuur haar wel een uitnodiging. Kennen jullie dat nummer: 'Diamonds Are A Girls Best Friend'? Ik zal haar vragen of ze dat wil zingen. Wel zo toepasselijk.” Lachend schoven de drie aan de ontbijttafel.
Ook Oscar en de tweeling kwamen even later binnenlopen. “Wat een zalige dag vandaag,” begroette Oscar zijn familie. Hij wreef in zijn handen, bekeek de voorpagina van het ochtendblad en smeerde hongerig zijn toast, terwijl Klaas de familie van koffie voorzag.
Kijkend naar Oscar zei graaf Leopold ironisch: “Vreemd toch, dat een nederlaag de familie Wellenburgh zo goed stemt.” Margot lachte en zei: “Ik denk dat vooral één lid van de familie zo goed gestemd is. Oscar, wat zijn je plannen vandaag?”
"Paardrijden natuurlijk en vanavond ga ik naar Gwendoline om met haar de relatie tussen Wellenburgh-supplements en Herba-Fit door te nemen.”
“Je bedoelt jullie relatie door te nemen,” grapte Rudolf licht ironisch.
“Wat je wilt, mijn beste broer.” Oscar richtte zich tot zijn moeder. “Eline en Valerie gaan straks met Gwendoline op stap. Ze komt ze ophalen voor een middagje shoppen.”
“Leuk, meiden. Dan kunnen jullie alvast een nieuwe jurk uitzoeken voor het banket volgende week. Denk om je creditcards. Die zul je wel nodig hebben. Kom anders ook even langs bij WellJewels. Dan geef ik Gwendoline een rondleiding. Lijkt jullie dat wat? Dan kunnen jullie meteen even uitrusten van al dat winkelen.”
De familie at rustig verder, genoot van de ochtend en keuvelde wat met elkaar.
Een half uurtje later stonden Oscar en de tweeling in rijtenue voor de stallen. De lange, leren laarzen en strakke paardrijbroek stond zowel de tweeling als Oscar erg goed. Het benadrukte de lange, ranke gestaltes die in de genen van de familie zaten.
Daniëlle was druk in de weer met Thunder. Het was een veel voorkomend ritueel. Als familieleden met Daniëlle wilden gaan paardrijden, moesten ze altijd even wachten tot Thunder startklaar was. Ze bleven angstvallig uit de buurt van het beest, vurig als het dier was. Het werd meestal een wilde rit met Thunder in volle galop voorop. De andere paarden werden aangestoken door het enthousiasme van de hengst. Ook dit keer was dat het geval. Zodra ze de paarden hadden bestegen, vlogen ze langs het slot over ruiterpaden, de zon tegemoet. Oscar en zijn dochters waren door de wol geverfd en een beetje snelheid maakte hen niet bang. Genietend van de dynamiek van de paarden en het landschap vervolgden ze hun weg door het groen.
Ze kwamen langs het meertje waar Oscar de dag ervoor zijn nieuwe vriendin hartstochtelijk had gekust. Hij glimlachte bij zichzelf. Dit was, zij het voorlopig, zijn geheim. Het was beter de familie niet al te snel van zijn nieuwe liefde op de hoogte te stellen. Eerst vanavond maar eens zien hoe het liep. Vanavond! Hij kon bijna niet wachten tot het zover was. Hij greep zijn leren zweepje wat strakker beet, gaf zijn paard een kort tikje en voerde zo het tempo nog meer op. Hij haalde Thunder bijna in.
In volle galop keek Daniëlle Oscar schuin van opzij aan. “Hé, wat doe je? Uitslover!”
Oscar lachte voluit. Alle spanningen van de afgelopen dagen gleden van hem af. Harder en harder ging het tot het zweet iedereen tussen de schouderbladen liep en de paarden schuimbekten.
Daniëlle vond het welletjes en maande haar paard tot stoppen. “Zullen we terug?”
Nagenoeg uitgeput galoppeerden de dieren, inclusief hun berijders, richting slot Wellenburgh.
Oscar kon de stallen al zien vanuit de verte. Hij kneep zijn ogen samen. Zag hij het nou goed?
“Hé, daar staat Gwendoline.” Daniëlle nam zijn twijfels weg. Inderdaad, Gwendoline stond bij de stallen met Rinus te praten. Hij zag dat ze hen hadden opgemerkt. Gwendoline liep lachend en zwaaiend hun kant op.
Daniëlle hield de teugels strak om Thunder van galop tot draf over te laten gaan, maar het dier wilde niet luisteren. Koppig galoppeerde hij door, briesend en snuivend, richting Gwendoline.
Oscars hart, dat al vrij snel klopte, roffelde nu dubbel zo snel. “Pas op, Gwendoline!” schreeuwde hij uit.
Ook Eline en Valerie begonnen te gillen en met hun armen te zwaaien. Thunder veranderde geen centimeter van koers. Verbeten trok Daniëlle aan de teugels. Het leek erop alsof het paard een doel voor ogen had en daarvan niet afweek.
Gwendoline, die eerst dacht dat de paarden enthousiast op haar en Rinus af kwamen rennen, besefte nu dat er iets aan de hand was. Oscar bleef schreeuwen. Nog vijfentwintig meter en het beest zou haar…
Gwendoline moest nu heel snel handelen. Ze keek bliksemsnel om zich heen. De stal kon haar redding zijn. Nog een paar meter was Thunder van haar verwijderd. Ze nam een snoekduik de stal in, voelde de hoef van het paard pijnlijk hard tegen haar voet aankomen en belandde op het zojuist ververste stro.
Thunder hield eindelijk in.
Daniëlle was woedend. “Stom beest, je moet luisteren naar mijn bevelen, verdorie! Wat bezielde je?”
Oscar zwaaide zijn been over het zadel en sprong van zijn paard af richting stal. Rinus ontfermde zich over zijn paard. Een stalknecht nam het schuimbekkende paard van Daniëlle over, die trillend van haar zadel gleed.
Gwendoline lag gekromd op het stro in de stal, terwijl ze met een pijnlijk en wit weggetrokken gezicht haar voet vasthield. Hijgend boog Oscar zich over de geschrokken vrouw. “Gaat het? Moet ik een dokter halen?”
“Eh, nou, ik denk dat het wel meevalt.”
Oscar trok haar pump uit en bekeek haar voet. Deze was enigszins gezwollen.
Gwendoline keek Oscar aan en zei verbaasd: “Doen jullie paarden altijd zo als er een bezoeker langskomt?”
“Gelukkig niet, anders hadden we ze moeten afmaken denk ik. Het spijt me, lieve Gwendoline. Dit is nog nooit voorgekomen.” Hij streelde haar blonde haar om haar gerust te stellen. “Ik zal ijs voor je laten halen.”
Geholpen door een stalknecht droeg Oscar Gwendoline naar de keuken. De tweeling liep er achteraan, Rinus en de andere stalknechten lieten de paarden, inclusief Thunder afkoelen in de manege.
Daniëlle praatte bestraffend op hem in. Zoiets had ze nog nooit meegemaakt in de paar jaar dat ze Thunder had. Verschillende vriendjes van haar hadden tevergeefs geprobeerd Thunder te berijden; hij had ze er allemaal afgeworpen. Het was een vurig beest, maar dit… dit sloeg werkelijk alles. Kon een paard echt een antipathie hebben tegen een bepaald persoon? Dat bestond toch niet! Daniëlle zou het snel met haar moeder over dit voorval hebben.
Met haar gezwollen voet stevig ingepakt in ijs en een glas koud water in haar hand zat Gwendoline bij te komen van de schrik. De kleur op haar wangen kwam alweer terug.
Oscar pakte haar voet voorzichtig beet en legde die op de keukentafel. “Ziezo, dat is beter. Moeten we er echt geen dokter bij halen?” Oscar keek bezorgd naar Gwendoline.
“Nee, ik denk dat ik alleen een tik heb gehad van Thunders hoef. Het valt wel mee. Je hebt me gered, mijn prins. Mag ik je bedanken?” Ze trok zijn hoofd naar zich toe en gaf hem een tedere kus op zijn mond.
Op dat moment kwamen Eline en Valerie binnen.
“Hoe gaat het? Heeft u nog wel zin om met ons te gaan winkelen?” vroeg Eline bezorgd.
“Ja, natuurlijk! Ik kwam jullie niet voor niets ophalen, alhoewel ik me de volgende keer zelf laat ophalen. Of misschien moet ik de route via de stal maar vermijden.” Gwendoline kon alweer grapjes maken.
“Kunt u wel lopen dan?” Valerie keek sceptisch naar de voet.
“Dat moeten we eerst maar eens uitproberen.” Gwendoline stond op en nam een paar stappen. Dat ging helemaal niet slecht. Ze hinkte wel een beetje.
“Weet je wat we doen? We nemen mijn Rolls Royce en laten ons lekker langs de winkels rijden.”
“Goed idee. Kom!” Eline trok Valerie mee. “We gaan ons omkleden. Tot straks.”
Met aan de ene arm Eline en aan de andere arm Valerie, liep Gwendoline slechts licht hinkend door de winkelstraten van de stad. Ze had geluk. Het voorval met Thunder kwam haar goed uit. Ze kreeg meer aandacht en kwam nog dichter bij de familie. Ze had lekker gewinkeld met de meiden en ze zag dat ze er plezier in hadden. Ze was aardig op weg de harten van die twee te stelen.
Samen hadden ze zich in de vreemdste kledingstukken gewurmd en over de grond gerold van het lachen. Het drietal was een opvallende verschijning op straat. Auto's gingen langzamer rijden en chauffeurs floten. Ze vingen blikken op van geïnteresseerde voorbijgangers. Het gaf de drie vrouwen een gevoel van saamhorigheid en plezier.
“Houdt u het nog wel vol met uw zere voet?” Eline keek Gwendoline schuin opzij aan.
“Met jullie kan ik de hele wereld aan. Kijk maar snel voor je, anders mis je die daar nog.” Lachend wees ze naar de overkant, waar een opgeschoten jongen de straat overstak. “Moeten jullie niet eens aan de man?”
“Houdt u zich nou maar bezig met uw eigen relaties.” Valerie keek Gwendoline ondeugend aan. “We hebben u wel gezien, hoor, in de keuken met paps. Wij zijn niet van die schatjes als het gaat om de vriendinnen van onze pa. Niet dat hij er veel heeft, hij heeft eigenlijk nooit een vriendin. Met u kunnen we het wel vinden, niet, Eline?”
Haar zus knikte instemmend.
Gwendoline besefte dat ze met haar neus in de boter was gevallen. Maar ze moest oppassen dat ze de tweeling niet te aardig ging vinden, net als hun vader. Ze bedacht ondertussen dat het voor deze meiden helemaal niet zo erg was als zij er met de Well-diamond vandoor zou gaan. Trouwens, voor wie was het eigenlijk erg? De familie Wellenburgh had geld als water. En zelfs dat was nog te zacht uitgedrukt. Eén zo'n edelsteen, ook al was het wel de mooiste, de duurste, konden ze toch wel missen? Het leek alsof al het geluk van de wereld met haar was sinds de vervelende gebeurtenis met Thunder, want Eline zei: “Zeg, Gwendoline, je komt toch ook op het feestdiner ter ere van de Well-diamond volgende week? Ik hoorde mijn oma zeggen dat ze je zou uitnodigen.”
Vanaf dat moment was Gwendoline ervan overtuigd dat geen enkel obstakel haar plan meer zou verijdelen.
In een luxe koffiehuis in het centrum van de stad babbelde het trio nog wat na met een ieder een grote Irish Coffee voor de neus. Eline en Valerie snoepten van de petit fours. Ze zaten lekker bij het raam in behaaglijke fauteuils en lieten elkaar hun aankopen van die middag zien. Ze waren aardig geslaagd voor het grote banket van volgende week. Eline had gekozen voor een eenvoudige, groene jurk met spaghettibandjes. Ze hield een mooie, lichtgroene crêpe shawl omhoog die er prachtig bij paste. Valerie was erg trots op haar rode jurk met lange mouw en goudkleurig borduursel. Daarbij had ze een paar sexy goudkleurige pumps gekocht. De jongedames waren er helemaal klaar voor.
“Het is tijd om naar WellJewels te gaan, meiden.” Gwendoline betaalde de ober en liep met de tweeling het koffiehuis uit.
Het was maar een klein eindje lopen. WellJewels was gevestigd in een klein, schitterend achttiende-eeuws pand. Het had een complete renovatie ondergaan. Met goudkleurige, barokke letters was de naam op de voorgevel geschilderd. In de etalage lagen de mooiste sieraden, edelstenen en juwelen, geïmporteerd vanuit verre windstreken.
Gwendoline keek haar ogen uit. Bij het zien van al dat glimmende moois kreeg ze bijna zin om nu al haar slag te slaan. Ze was altijd dol geweest op alles wat schittert en glanst, maar ze hield zich in.
Margot stond hen al op te wachten. “Kom erin, dames. Zijn jullie een beetje geslaagd in de stad. Gwendoline, welkom, wat vind je ervan?”
“Ik moet zeggen dat alles wat ik hier zie mijn stoutste verwachtingen overtreft. U moet er een flinke dagtaak aan hebben om al die sieraden van over de hele wereld te laten aanrukken. U heeft een verfijnde smaak, gravin. Mijn complimenten.” Gwendoline vond het eigenlijk jammer dat de Well-diamond niet hier ergens in een kluis zat. Toch moest ze maar even checken of het klopte. Alsof ze niet had gehoord dat de diamant in een kluis op slot Wellenburgh lag, vroeg ze:
“Zou ik misschien de Well-diamond mogen zien?”
“Helaas, Gwendoline, die ligt op het kasteel. Morgen gaan ze ermee aan de slag. Zoals je weet, verwerken we haar in een sieraad voor het banket van volgende week. We kwamen trouwens op een geweldig idee. Zou jij willen optreden tijdens het feestdiner?”
“Oh, maar natuurlijk. Met alle genoegen. Ik had al iets gehoord van deze twee.” Gwendoline wees op de tweeling en lachte vriendelijk naar de gravin.
Margot zei: “Kom, ik laat je de rest zien.”
Hoe meer Gwendoline zag schitteren, hoe gretiger ze werd. Haar snode plannen zouden volgende week worden uitgevoerd. Ze moest gewoon nog een beetje geduld hebben en dat was helaas niet haar sterkste punt. Terwijl de juwelen een magische aantrekkingskracht op haar uitoefenden, vertelden Eline en Valerie van het incident met Thunder.
Margot sloeg haar handen ineen. “Vandaar dat je een beetje loopt te trekken met je voet. Wat ontzettend vervelend voor je. Hoe kan ik het goedmaken?”
Gwendoline glimlachte en zei: “Ik mag zingen op jullie feestdiner, dat is voor mij al een hele eer. Het maakt veel goed. Mocht Thunder zijn uitgenodigd, dan blijf ik weg, maar ik neem aan dat er alleen tweevoeters op het banket aanwezig zijn.”
Ze schoten alle vier in de lach.
“Proost.” Terwijl Oscar en Gwendoline het glas hieven, keken ze elkaar diep in de ogen. Eindelijk waren ze alleen in haar villa. Gwendoline genoot van zijn gezelschap, alhoewel ze op iets heel anders uit was.
Oscar was zich van geen kwaad bewust. Hij had Gwendoline opgewacht bij de brug over de gracht van het slot. Ze had de tweeling gedag gezegd en hij was bij haar in de auto gestapt, op weg naar haar villa. Daar aangekomen, verbaasde het hem hoeveel zilver en goud ze bezat. Er stonden enkele vitrinekasten met zilveren snuisterijen en ze had hem haar juwelencollectie laten zien, die niet mis was. Bij alle sieraden die ze liet zien had ze wel een grappige anekdote of spannend verhaal. Tijdens haar leven had ze deze verzameld van over de hele wereld.
Voor de grap had Oscar gezegd dat ze wel kon fuseren met WellJewels. Zijn moeder zou deze collectie met open armen ontvangen.
Gwendoline had hard gelachen en vol trots gezegd dat ze haar sieraden aan niemand zou verkopen, ook al zou ze er miljoenen voor krijgen. Oscar had goed begrepen dat haar juwelen haar heilig waren.
De woonkamer van haar villa was een gezellige, grote L-vormige ruimte met een aantal nissen in de wanden. In het midden was een grote, ronde poort gemaakt. Behaaglijke divans met grote kussens stonden bij het raam. De open haard brandde. Oscar moest toegeven dat ze smaak had. Hij voelde zich meteen op zijn gemak in haar huis.
Met een zacht muziekje op de achtergrond praatten ze over de relaties die ze ooit hadden gehad. Ze kwamen erachter dat ze beiden verschillende keren gekwetst waren. Geen enkele relatie had goed uitgepakt.
“Maar je relatie met Christine dan?” vroeg Gwendoline.
Oscar keek bedrukt. “Eh… het kost me nog altijd veel moeite om daarover te praten. Je mag best weten dat het een fantastische relatie was. De enige die ik ooit heb gehad waarbij ik me volkomen op mijn gemak voelde. Ik weet zeker dat zij de rest van mijn leven bij me zou zijn gebleven, maar het lot besliste anders. Je weet hoe het is afgelopen.” Zijn gezicht klaarde op. “Maar nu ben ik met jou, Gwendoline. Jij bent het hier en nu. Ik moet ook door. En de goden zijn me goed gezind, want ik had nooit durven dromen dat ik zo iemand als jij zou tegenkomen. Ik had me al voorgesteld om later als een oude, eenzame grijsaard door het leven te gaan. Nu ik jou heb leren kennen, is dat mijn toekomstvisie niet meer.” Oscar nam nog een slok champagne en ze keken elkaar intens aan. “Ik zal heel eerlijk zijn. Het beangstigt me allemaal. Mijn keel wordt dichtgeknepen als vrouwen dichter bij mij komen. Nu met jou is dat anders. Misschien omdat je zo op mijn overleden vrouw lijkt, ik weet het niet. Je geeft me rust en laat me inzien dat er ook andere dingen zijn dan zakendoen.” Hij nam haar hoofd in zijn handen en keek haar diep in de ogen. “Lieve Gwendoline, wil je me alsjeblieft nooit kwetsen?”
Ze trok haar hoofd opzij en kuchte. Ze stond op en schonk nog een glas in. “Eh, ik ken je nog niet zo lang. Wat moet ik zeggen? Ik zou je nooit willen kwetsen, dat is één ding wat ik zeker weet.” Ze keek de andere kant op, besefte dat dit wel een heel moeilijke situatie was. Ze kon maar beter heel snel van onderwerp veranderen. “Zal ik je een paar van mijn optredens laten zien?”
“Dat lijkt me nou leuk.”
Ze stond weer op en liep naar de tv. Even later zag hij beelden van schitterende optredens, in concertzalen, schouwburgen en bij verschillende baronnen en baronessen, graven en gravinnen. Ze zong als een nachtegaal.
Hij kreeg de behoefte haar te zoenen. Hij pakte haar hand en trok haar naar zich toe. “Geef je over, lieve Gwendoline, laat je meevoeren door je muziek.”
Zijn lippen raakten de hare en ze lieten zich allebei betoveren door elkaar en de sfeer van dat moment.
De rillingen liepen haar over haar lichaam. Er was geen weg meer terug, ze moest zich volledig overgeven. De muziek zwol aan, terwijl de twee minnaars helemaal in elkaar opgingen.
Margot klapte in haar handen. “Jongens, schiet op, we hebben niet de hele dag de tijd.”
Haar personeel was druk in de weer met het versjouwen van tafels en stoelen van de salon en andere ruimtes naar het zwembad. Er moest een goede ambiance worden gecreëerd voor het feestdiner van die avond. Alle beschikbare middelen werden aangewend om het diner tot in de puntjes te verzorgen.
Margot had een cateringbedrijf in de arm genomen om kokkin Olga te ondersteunen bij dit gigantische project. De koks waren druk bezig in haar keuken. Het hele kasteel rook naar gerookte zalm, bouillon en allerhande delicate aroma’s.
Margot had persoonlijk en zorgvuldig de gasten uitgekozen en een tafelschikking gemaakt. Lang had ze nagedacht over de locatie. De salon was wel groot, maar niet zo feestelijk om een banket te houden. Ze was op een schitterend idee gekomen. Rondom het inpandige zwembad op de eerste verdieping was enorm veel ruimte. Boven het zwembad was een grote, glazen koepel aangebracht. Deze zou de gasten een schitterend zicht geven op de sterrenhemel. Het zwembad was lang en rechthoekig. De zwartmarmeren, stenen vloer zou perfect zijn voor het feestdiner.
De zwembadverlichting stond al aan. Net als bij de aandeelhoudersvergadering zette het personeel de tafels in groepjes, met palmen en andere grote, inheems planten eromheen. De marmeren traptreden, die onder water in het zwembad doorliepen, had Mary bedacht, zouden een mooie plaats zijn om een speech te houden. Er stond al een microfoon op een standaard klaar. Het begon er al aardig op te lijken.
Oscar had zich de rest van week helemaal op zijn werk gestort, wetende dat hij Gwendoline tijdens het banket weer zou terugzien. Met dat besef in zijn achterhoofd was de week voorbijgevlogen.
Gwendoline had zich beziggehouden met haar optreden en elke dag geoefend in haar villa. Ze had Rudolf alle informatie over Herba-Fit en Herb-slim, de afslankpil, toegestuurd in een onopvallende enveloppe. In een café ergens aan de rand van de stad had haar chauffeur de informatie overhandigd aan Rudolf. Hij had zich aan zijn belofte gehouden, dus kon zij het ook niet laten mislukken. Ze was benieuwd hoe Rudolf Herba-Fit zou gaan aanpakken. Ze was zelf de afgelopen week maar één keer op haar werk geweest. Haar collegae had ze verteld dat ze thuis verder zou gaan met het onderzoek naar de afslankpil. Haar directeur zat nog steeds in China. In haar villa had ze een groot kantoor, dus zo vreemd kwam het niet op haar medewerkers over dat ze zich niet veel liet zien die week. Ze wisten niet dat Gwendoline zich totaal niet meer bezighield met de afslankpil. Alles had ze aan Rudolf overgebriefd. Via haar chauffeur had ze een briefje van hem gekregen. Daarin stond dat hij tijdens het banket het een en ander zou bekendmaken met betrekking tot Herba-Fit. Ze moest hem gedurende dat diner maar eens aan de tand voelen. Het moest natuurlijk wel echt lijken en ze wilde geen flater slaan. Maar als het fout ging, was zij er allang vandoor met de Well-diamond. Daarnaast was ze niet aanwezig op het feest onder het mom van zakenpartner, maar als zangeres. Wie kon haar wat doen?
Brigitte, de manager van Margots juwelierswinkel, was allang voordat het feestmaal begon op het slot aanwezig. Ze had die dag de Well-diamond opgehaald van een geheime locatie waar het 'piece de resistance' in een hanger was geplaatst. Zorgvuldig had ze een hanger uitgekozen die de tand des tijds zou kunnen weerstaan. Het werd een vierentwintig karaats gouden schakelketting met inscriptie. De diamant werd in een gouden kapsel gezet. Op het omhulsel had ze de inscriptie laten zetten. Ze had er lang met Margot over gebrainstormd. Uiteindelijk hadden ze gekozen voor de inscriptie ‘Wellenburgh, voor eeuwig en altijd’. De steen was nu veel meer waard. In een gepantserd busje en onder zware begeleiding van gemotoriseerde beveiligingsmensen had ze de diamant naar het slot laten vervoeren. Daar had zij samen met Margot en Leopold het juweel in Oscars safe gestopt in zijn slaapkamer. Niemand wist hiervan, alleen zij.
De tweeling Eline en Valerie, Daniëlle, Rudolf en Sabina. Ook gravin Claudette en haar man Floris en de kinderen waren zich inmiddels aan het opmaken voor het grote evenement. Dit was niet zomaar een diner. Dit feestbanket, waarbij het juweel centraal stond, zou in de familiekronieken beschreven worden als een historische gebeurtenis. Nooit had de familie Wellenburgh een gepast familiejuweel kunnen vinden. Vanavond was het zover. De Well-diamond zou overgaan van geslacht op geslacht tot in de eeuwigheid. Deze diamant stond voor de oneindigheid van de Wellenburgh-dynastie. Het was een teken van verbintenis en kracht tussen de familieleden.
Oscar verkeerde in dubio. In zijn riante slaapkamer op de tweede verdieping van het kasteel liep hij te ijsberen. Wat moest hij aantrekken? Hij wilde er perfect uitzien voor Gwendoline vanavond. Ze zou zo dadelijk arriveren en hij had Klaas gezegd dat hij hem moest waarschuwen zodra ze voorreed. Hij liet zich op zijn kingsize bed met baldakijnen vallen en legde zijn armen achter zijn hoofd. Nooit eerder had hij geworsteld met zo'n triviale kwestie en hij moest lachen om zichzelf. Er was wel heel veel mis met hem. Of was verliefd zijn voor veel mensen een normale gemoedsgesteldheid?
Zijn kleding werd zorgvuldig voor hem uitgekozen door verschillende kleedsters. Hij was het gewend. Voor vanavond wilde hij toch liever zelf een keuze maken. Ook omdat dit 'de avond van de diamant' was. Oscar besefte maar al te goed hoe belangrijk dit was voor de familie. Hij waagde het er nog eens op en slenterde met tegenzin zijn inloopkast in. Uiteindelijk koos hij voor een zwart kostuum met knalrode camberband en dito kleurige vlinderstrik, wetende dat Gwendoline vaak rood droeg. Toen hij zichzelf in vol ornaat in de grote passpiegel naast zijn inloopkast zag weerspiegeld, kon hij er de humor van inzien. Hij had het record kleren uitzoeken gevestigd.
Schuddend met zijn hoofd en nog steeds om zichzelf lachend, liep hij naar beneden. Hij voelde zich best ontspannen. Geen zaken vanavond en de vrouw van zijn dromen die voor hem, correctie, de familie zou zingen.
Rudolf had zich intussen ook al verkleed. Nu eens een keer niet in een glanzend pak dat hij elke dag droeg, maar in rokkostuum. Zijn plompe figuur was niet te verbergen, ook al mat hij zich het duurste pak van de wereld aan. Met zijn korte beentjes en uitpuilende buik haastte hij zich naar beneden.
In de grote ontvangsthal stootte hij Klaas aan. “Klaas, zorg je ervoor dat ik Gwendoline te spreken krijg voordat ze met wie dan ook een woord wisselt? Het is belangrijk!”
Klaas knikte voorkomend.
Rudolf tuurde ongeduldig door de grote poort, die openstond en zag dat de Rolls Royce van Gwendoline precies op dat moment kwam voorrijden. “Als je het over de duvel hebt,” mompelde Rudolf en rende naar buiten. Hij duwde de portier opzij en opende eigenhandig de deur van de wagen. “Gwendoline,” sprak hij zenuwachtig en op gedempte toon, terwijl hij zich naar haar toe boog. “Heb je mijn brief gehad?”
Ze knikte bevestigend.
“Gelukkig krijg ik je nog net te pakken. We doen het zo: ik ga vanavond ook een speech houden en maak dan bekend dat Herba-Fit met een neppil op de markt is gekomen. Jij kunt je dan verschuilen achter de grote, brede schouders van mijn geliefde broer. Je doet net alsof je dit allemaal voor het eerst hoort en ik ben de held van de avond. In de paniek die is ontstaan, kun jij de diamant wegnemen. Begrepen?”
“Wat je wilt, Rudolf.” Gwendoline glimlachte naar de man. Ze had zo haar eigen plannetjes en deed alsof ze het spel van Rudolf volledig meespeelde.
Rudolf merkte niets. Hij was alweer verdwenen.
Gwendoline verliet de wagen en liep naar de ingang. Oscar, die het heimelijke onderonsje tussen haar en Rudolf net was misgelopen, begroette haar uitbundig. Ze was eigenlijk ook best blij om hem te zien. Hij stak zijn arm uit en begeleidde haar naar het zwembad.
Andere gasten waren inmiddels ook al gearriveerd. Bij het zwembad op de eerste verdieping aangekomen, zagen ze dat de ruimte al behoorlijk gevuld was met mensen in de mooiste avondkleding. Een orkest speelde een aantal niemendalletjes. Het zwembad zag er indrukwekkend uit door de onderwaterverlichting. De zwartmarmeren vloer stak perfect af bij het helderblauwe water. Onder de sterrenhemel dansten verschillende paartjes. Obers liepen af en aan. Margot, Leopold, de hele familie was aanwezig. De tweeling zag er oogverblindend uit in hun pas verworven avondkleding en flirtte met de aanwezige jongemannen.
Margot stootte Oscar aan en Gwendoline luisterde mee. “Wat een geweldige avond, vind je niet? Ik zal je een geheimpje verklappen.” Ze legde haar hand om zijn rechteroor en fluisterde iets.
Oscar keek haar lachend aan. “Dat had je me nog niet verteld! Wat een eer!” Hij keek naar Gwendoline en knipoogde naar haar.
Gwendoline vroeg zich af wat Margot haar zoon zojuist had toegefluisterd. Zou het zo kunnen zijn dat ze vertelde dat de diamant in zijn slaapkamer lag? Als dat het geval zou zijn, dan zou het de uitvoering van haar plan nog gemakkelijker maken. Ze besloot eerst te genieten van de avond. Het zou een makkie worden.
Toen alle gasten waren gearriveerd en iedereen zijn plaats had gevonden, liep Margot naar de marmeren trappen voor het zwembad. Het was een indrukwekkend gezicht. Ze stond daar met een zee van oplichtend water voor zich, glimmend van trots. Klaas had ervoor gezorgd dat de eerste gang van het diner was opgediend, een zalmmousse met bieslook.
Margot testte de microfoon en opende de avond. “Geachte aanwezigen. Deze avond wordt een avond om nooit te vergeten. Even geduld nog, dan kunnen jullie beginnen aan een banket dat jullie nog lang zal heugen. Aan het eind van het diner zal ik de bewerkte diamant laten zien. We houden de spanning er nog even in. Ik wil eerst het woord geven aan mijn zoon Rudolf.”
De aanwezigen applaudisseerden. Margot wist niet beter dan dat Rudolf een verhaal zou opsteken over de waarde van de familiediamant en hoe belangrijk deze voor het nageslacht was. Rudolf nam haar plaats in, hield zijn hoofd opzij en kuchte even.
Gwendoline hield haar hart vast. Ze zat tegenover Oscar aan een tafel vlakbij het water. Snel nam ze een slok. Niemand mocht zien hoe zenuwachtig ze was. Ze ging rechtop zitten en luisterde.
“Goedenavond, mensen. Het gebeurt niet vaak dat de tweede zoon van de familie Wellenburgh zo vroeg op de avond een praatje houdt. Meestal mag ik aan het eind van de avond, als iedereen uitgepraat was en de meeste gasten al naar huis zijn.”
De gasten lachten.
“Nu heb ik een plekje bemachtigd op een tijdstip dat iedereen luistert. De meeste van jullie denken misschien ‘laat hij het kort houden, dan kan ik eten’. Ik moet zeggen dat ik precies hetzelfde zou hebben gedacht met zo'n overheerlijke zalmmousse voor de neus. Maar ik heb jullie iets heel belangrijks te vertellen.” Hij haalde heel diep adem en tuurde over het water richting Gwendoline. Toen vervolgde hij zijn speech. “Zoals iedereen weet, heeft het Wellenburgh-concern vorige week een behoorlijke nederlaag geleden. Net zoals we vanavond geschiedenis gaan schrijven met de verwelkoming van de Well-diamond in de familie Wellenburgh, schreven we vorige week ook geschiedenis. Nog nooit hadden we ons een bedrijf door de vingers laten glippen. Vorige week was dat wel het geval.” Rudolf pauzeerde even en ging toen verder: “Ik heb research gedaan naar de pil met de naam Herb-slim die binnenkort op de markt komt, in eigen beheer uitgebracht door Herba-Fit. Let goed op wat ik nu zeg: Herba-Fit is van het Wellenburgh-concern. Het bedrijf is van ons.”
Een golf van verontwaardiging overspoelde de aanwezigen. Gemompel steeg op. Oscar kon zijn oren niet geloven. Hij stond op en liep richting Rudolf. Gwendoline, Margot, Leopold, iedereen hield zijn adem in.
Rudolf gebaarde Oscar dat hij beter kon blijven zitten. De verbouwereerde oudste zoon keek naar Gwendoline, ging weer tegenover haar zitten en luisterde koortsachtig.
“Ik heb hier de bewijzen dat Herb-slim een pil is, die niet werkt.” Hij zwaaide met de papieren die Gwendoline hem had gegeven. “De directeur van Herba-Fit heeft ons erin geluisd. Ik moet met nadruk zeggen dat Gwendoline de la Rochelle, die hoofd is van de onderzoeksgroep binnen het bedrijf, hier niets mee te maken heeft. Zij handelde volgens orders van haar directeur.”
Iedereen keek nu naar Gwendoline, die zich ontpopte als een groot actrice en duidelijk een hevige ontsteltenis veinsde. Oscar zag haar mond openvallen van verbazing. Ze hief haar handen omhoog, boog zich naar Oscar en fluisterde: “Hoe kan dit nou? Ik wist van niets! Mijn directeur is nog steeds in China.” Daarna stond ze op en liep richting Rudolf, griste de papieren uit zijn handen en deed net alsof ze deze bestudeerde.
Het was doodstil. Niemand durfde zich te bewegen. Dit moment leek wel een eeuwigheid te duren.
Daarna pakte ze de microfoon en zei, met haar hoofd naar beneden. “Beste aanwezigen. Het klopt wat meneer Wellenburgh zojuist zei. Ik ben bang dat de overname toch door zal moeten gaan.”
Een luid gejuich steeg op vanuit de hoek waar de familie Wellenburgh zat.
“U kunt zich voorstellen dat ik zeer geschokt ben. Wilt u mij nu excuseren.” Gwendoline gaf de papieren terug aan Rudolf en holde weg, langs het zwembad, de gang op.
Iedereen staarde haar na.
Rudolf pakte snel de microfoon. Hij was de held van de dag. “Mensen, rustig alstublieft. Morgen kunt u de details in de kranten nalezen. Ik heb al een persbericht gestuurd. Ik dacht steeds dat er iets niet klopte en heb de zaak grondig onderzocht. We mogen trots zijn op onszelf. Herba-Fit is van ons!”
Iedereen applaudisseerde. Margot keek vol trots naar haar zoon Rudolf.
Oscar liep naar hem toe en las de papieren snel en aandachtig. Het klopte allemaal. De afslankpil was pure afzetterij. Zijn gevoelens waren tweeslachtig. Aan de ene kant was hij dolblij dat het toch gelukt was met de overname. Aan de andere kant zat hij met Gwendoline in zijn maag. Hij excuseerde zich bij zijn ouders en rende haar achterna.
Gwendoline was de trap opgerend, naar de tweede verdieping van het slot. In de grote gang aangekomen, dacht ze na. Welke ingang moest ze hebben om bij de diamant te komen? Waar lag Oscars slaapkamer? Koortsachtig vloog ze door de gang. Oscar had haar wel eens verteld dat hij uitzicht had op het buitenzwembad aan de achterkant van het slot. Ze wist daardoor in ieder geval dat ze aan de rechterkant van de gang moest zijn, maar welke deur was het? Er waren wel twintig deuren aan deze kant. Wat nu?
Het antwoord kwam al snel in de vorm van gestommel op de trap. Ze zag Oscar achter haar aankomen.
“Oh, gelukkig, Oscar, ik voel me vreselijk!” Ze viel in zijn armen. “Ik denk dat ik even moet gaan liggen.”
Oscar troostte haar en streek de lokken uit haar gezicht. “Maak je maar niet te druk, liefste Gwendoline, je kunt meteen bij ons komen werken. Ik zou niets liever willen. Iedereen staat achter je. We gaan die directeur van je morgen meteen aangeven bij de politie. Kom.” Hij trok haar mee naar zijn slaapkamer, waar hij haar op zijn bed neerlegde. “Wil je een glas water?”
“Graag,” antwoordde Gwendoline en wreef met de rug van haar hand over haar voorhoofd. “Hoe kon hij me zo vernederen,” stamelde ze. “Ik kon nog zo goed met hem opschieten.”
“Je moet het eerst goed tot je door laten dringen, lieverd.” Oscar liep naar de badkamer.
Bliksemsnel keek Gwendoline om zich heen. De safe zat aan het hoofdeinde van het bed, onder de baldakijnen. Ze kon de zware, metalen kluisdeur niet zomaar openen. Ze had de code nodig.
Oscar kwam uit de badkamer en overhandigde haar het glas. “Drink nou maar eerst rustig op. Haal diep adem.”
Hij ging naast haar zitten en sloeg een arm om haar heen. Ze dronk het glas met grote teugen leeg. Dat kon ze nu wel gebruiken.
“Lieve Oscar, weet je wat ik nu het liefste zou willen? De diamant zien. Ik heb afleiding nodig, anders draai ik nog door. Je weet dat ik dol ben op juwelen. Ik zou zo graag de hanger met de Well-diamond erin als eerste willen zien.”
“Nu, liefste? De diamant is hier in deze kamer, dus dat hebben we zo geregeld!” Oscar aarzelde geen moment en kroop over het grote bed naar de safe. Hij draaide de combinatie van de kluis.
Gwendoline keek mee over zijn schouders, ondertussen deed ze alsof ze nog een beetje nahuilde. Haar hart klopte in haar keel. Het was zover!
Oscar opende de zware, stalen deur en haalde een zwartfluwelen doosje uit het gat erachter. Hij haalde het deksel er vanaf en beiden zagen ze een juweel van een hanger, die hen tegemoet schitterde.
Gwendoline had nog nooit zoiets moois gezien. Ze hoefde haar verbazing dan ook niet te veinzen, maar ze werd ook ietwat ongeduldig nu. Ze wilde de diamant hebben! Het liefst zo snel mogelijk. Om daarna geruisloos te verdwijnen. “Ongelofelijk mooi. Mag ik hem om?”
Oscar haalde de hanger uit de verpakking en maakte de sluiting los. Gwendoline trok haar rug recht. Oscar ging achter Gwendoline zitten en deed de hanger om haar nek. Toen ze het koude edelmetaal tegen haar huid voelde, liep er een huivering door haar lichaam heen. Wat een sensatie! Nu moest ze maken dat ze wegkwam. Ze stond op, keek nog één keer naar Oscar. Een seconde had ze spijt dat ze hem nooit meer zou zien, maar ze zette door. Ze rende de slaapkamer uit, de gangen op, richting de uitgang van het kasteel.
Oscar zat nog steeds op het bed toen tot hem doordrong wat er op dit moment onder zijn ogen gebeurde. Als door de bliksem geraakt, sprong hij op. Hij rende achter haar aan, maar het was tevergeefs. Ze was in geen velden of wegen meer te bekennen. Wat moest hij nu doen? Als hij nu naar zijn familie zou lopen en alarm zou slaan, zou iedereen in paniek raken. Hij gunde zichzelf geen seconde langer bedenktijd en rende in volle vaart de trap af. Dit had hij een tijdje geleden ook al eens gedaan. Toen rende hij ook achter dezelfde persoon aan omdat hij haar zo graag wilde zien. Nu rende hij achter haar aan om haar als dievegge te pakken. Het tolde en suisde in zijn hoofd.
Buiten aangekomen keek hij snel om zich heen. Hij zag Gwendolines Rolls Royce net de oprijlaan uitrijden. Ze sloeg linksaf. Hij sprong snel in zijn sportauto, die gelukkig dichtbij stond en reed haar als een dolle achterna.
Ondertussen drong het langzaam tot hem door. Deze vrouw was een oplichtster, een ordinaire dief. Hoe had hij zo blind kunnen zijn! Met het gaspedaal volledig ingedrukt, reed hij achter haar aan, de weg op. Ze was hem op zijn minst een uitleg verschuldigd. Verbeten reed hij door.
Gwendoline sloeg een zijweggetje in. Ze reed de opkomende duisternis tegemoet. Gwendoline had in haar haast om weg te komen, vergeten de lampen van de auto te ontsteken. Ze zag een auto achter haar snel dichterbij komen. Dat moest Oscar zijn, hij zat haar op de hielen. Haar Rolls Royce was lang niet zo snel als de sportwagen waarin hij zat.
Hij kon nu bijna haar bumper raken. Het zweet gutste van zijn voorhoofd. Hij moest en zou haar te pakken krijgen. Het landweggetje waarop ze in volle vaart reden, zat vol kuilen en bobbels. Oscar zag Gwendolines auto vervaarlijk naar de linkerweghelft zwenken en op dat moment schenen de koplampen van een tegenligger hem recht in de ogen. Hij zag het silhouet van Gwendoline afsteken tegen het licht en claxonneerde om haar en de tegenligger te waarschuwen. Hij minderde vaart.
“Pas op!” Nog nooit had hij zo hard geschreeuwd.
Het was al te laat. Met een duizelingwekkende vaart klapte Gwendoline tegen de tegemoetkomende auto. Oscar stond vol op zijn rem, gaf een zwieper aan zijn stuur en kon nog net de twee botsende auto's ontwijken. Met kloppend hart kwam hij in de berm tot stilstand. Het geluid van de botsing klonk lang na in zijn oren.
Dit was de ergste nachtmerrie die hij zich kon voorstellen. Als in een roes sprong hij de auto uit en rende naar de Rolls Royce, die onherkenbaar was beschadigd en dwars op de weg stond. Rook kwam onder de motorkap vandaan. Hij forceerde de deur. Door de ruit heen zag hij Gwendoline op haar rug liggen met de benen naar hem toe. Het bloed stroomde uit haar neus en oren. In haar haast had ze geen gordel omgedaan. Ze was keihard door de voorruit gevlogen.
Hij boog zich over haar heen en voelde haar pols. Haar hart klopte zwakjes. Ze ademde moeilijk.
“Gwendoline, lieve Gwendoline, waarom? Waarom?” stamelde hij.
Gwendoline opende haar ogen en keek hem aan. Ze kreunde: “Ik begon echt van je te houden. Geloof je me?”
“Je hield meer van het juweel dan van mij.” Snikkend begroef hij zijn hoofd in haar schoot. “We hadden het zo goed kunnen hebben.”
“Ik zou nog voor je zingen. Dit is mijn laatste lied voor jou,” fluisterde Gwendoline.
Hij hief zijn hoofd op.
Zachtjes zong ze de eerste zinnen van het liefdeslied 'The First Time Ever I Saw Your Face'. Nu en dan stopte ze en kreunde van de pijn. Het was het nummer dat ze had gezongen toen ze optrad voor de familie tijdens het maandelijkse diner. Hij maakte toen voor het eerst kennis met haar. De klanken van haar lied bereikten zijn oren als een warme golf van hoop te midden van deze nachtmerrie. Ze beseften hoeveel ze eigenlijk van elkaar hielden.
Ze glimlachte zwakjes en keek Oscar aan. “Ik heb me aan mijn belofte gehouden.” Toen viel haar hoofd opzij. Ze ademde niet meer.
Oscar omarmde het lichaam van deze mooie vrouw en huilde hete tranen van verdriet. Eenzelfde verdriet als hij jaren geleden had gehad bij de dood van zijn vrouw Christine. Hij was een gebroken man. Ondanks haar criminele gedrag hield hij van deze vrouw. Als hij geweten had dat ze uit was op de diamant, had hij haar deze persoonlijk cadeau gedaan.
Hij kwam weer bij positieven. Niemand zou te weten komen dat Gwendoline een dief was. Hij besloot haar op die manier de laatste eer te bewijzen. De ketting met de Well-diamond erin hing nog om haar hals. Met een korte ruk trok hij hem er vanaf. Het was maar één beweging, maar Oscar zorgde er zo wel voor dat Gwendoline na haar dood niet als dief werd herdacht. Dat was het minste wat hij voor haar kon doen. Nog één keer keek hij naar haar mooie, gehavende gezicht en liep toen terug naar zijn auto.
Vanuit de verte loeiden de sirenes. Oscar zat verslagen in zijn auto, de hanger in zijn handen geklemd.
Een boer in de buurt had de klap gehoord en een ambulance gebeld. Het ambulancepersoneel ontfermde zich over het lichaam van Gwendoline en over de andere bestuurder, die met zware verwondingen in het ziekenhuis moest worden opgenomen.
Terug op slot Wellenburgh liep hij eerst naar boven, naar zijn slaapkamer. Hier had hij Gwendoline voor het laatst aangeraakt. Dit was de plek waar hij voor het laatst met haar gesproken had. Hij kon haar geur nog ruiken. Overmand door verdriet wierp hij zich op zijn bed. Hij had een dure prijs moeten betalen voor de overname van Herba-Fit. Maanden had hij zijn zinnen gezet op het bedrijf. Dankzij zijn broer nota bene was het gelukt. Gelukkig was hij er niet van geworden.
Een kwartier lang bleef hij liggen. Toen stond hij op en legde de hanger terug in de safe. Het werd tijd om naar beneden te gaan en iedereen het droevige nieuws te vertellen. Hij liep verslagen de gang door naar het zwembad.
“Hoe is het met Gwendoline?” Margot liep bezorgd op haar zoon af.
“Ze leeft niet meer.”
“Wat?”
“U heeft het goed gehoord, ma, ze is dood.”
“Wat is er gebeurd?”
Verschillende mensen om hen heen beseften dat er iets aan de hand was.
Oscar liep naar de microfoon en haalde diep adem. “Beste mensen. Nadat Gwendoline de la Rochelle het voor haar zeer tragische nieuws van de overname heeft gehoord, is ze overhaast vertrokken en helaas tijdens de rit naar huis verongelukt. Het spijt me zeer dat ik u dit moet mededelen.”
De zaal was geschokt.
“Waarschijnlijk kon ze het nieuws niet aan en is overstuur weggereden. Ze had haar lampen niet aan en haar gordel niet om. Een tegenligger reed op haar in, daardoor ontstond de botsing die haar noodlottig is geworden. Ik reed achter haar en ik kon absoluut niets meer voor haar doen. Het spijt me verschrikkelijk dat dit moest gebeuren. Ik vraag twee minuten stilte van jullie. Laten we Gwendoline de la Rochelle herdenken als een dappere vrouw die stond voor haar bedrijf. Laten we haar ook herdenken als de vrouw met de vele gezichten. Ze kon meer dan zakendoen. Ze zou vanavond optreden. We moeten het zonder haar doen. Het is een trieste avond. Ik vraag nu twee minuten stilte.”
Een pijnlijke stilte vulde de ruimte.
De hele zaal, ook Rudolf, was geschokt. Nu Gwendoline er niet meer was, zou niemand ooit te weten komen dat Rudolf zijn informatie via Gwendoline had vergaard. Die zekerheid had hij. Toch voelde het zelfs voor iemand als hij wrang aan. Hij besefte dat niet hij de held van de avond was, maar Gwendoline, de mysterieuze vrouw die al haar geheimen met zich mee het graf innam. Hij vond dat ze het verdiend had.
Margot, Leopold en de tweeling waren diep onder de indruk van de vreselijke gebeurtenis. Margot besloot meteen de presentatie van de Well-diamond naar een andere dag te verplaatsen, uit respect voor Gwendoline.
De gasten maakten aanstalten om naar huis te gaan. Morgen zouden ze in de kranten het nieuws kunnen lezen. Er was hier niets meer te zoeken, geen enkele reden meer om feest te vieren.
De volgende dag zat Margot in haar favoriete stoel in de salon en dacht na over wat er gebeurd was. Ze had de rest van de avond in de bibliotheek in het gezelschap van Oscar, haar man en de tweeling doorgebracht. Veel woorden hadden ze niet meer uitgewisseld. Vannacht hadden ze slecht geslapen. Er was zoveel gebeurd. De mislukte overname die uiteindelijk toch gelukt was dankzij Rudolf, het voorval met Thunder en dan de tragische dood van Gwendoline.
Het leek net alsof kasteel Wellenburgh geen plaats voor haar had. Ze keek naar de opkomende zon. Voor Oscar zou het een moeilijke periode worden, maar hij zou er wel weer overheen komen. Net zoals elke dag de zon weer opkwam, zo was er elke dag weer een kans om opnieuw te beginnen. Een nieuwe dag hielp de vervelende gebeurtenissen van de vorige dag te verwerken.
Margot zuchtte en stond op. Ze zou Oscar een beetje in de gaten houden de komende weken. Voor de tweede keer in zijn leven kreeg hij de tragedie van een groot verlies te verwerken. Ze voelde sterk met hem mee en zou even naar zijn slaapkamer wandelen om hem een hart onder de riem te steken. Ze had negatieve voorgevoelens gehad en die waren uitgekomen. Eigenlijk was het dan al met al nog goed gekomen met de familie. Niet alleen waren ze nu een bedrijf rijker, ook bezaten ze de Well-diamond. Als deze nog in de kluis zat, tenminste. Ze besloot tijden haar bezoek aan haar zoon meteen te kijken of de hanger nog wel in de safe zat. In alle chaos van de dag ervoor kon er best wel eens wat mee gebeurd zijn.
Ondertussen lag Oscar in zijn bed te woelen en te draaien. Geslapen had hij nauwelijks. De zon scheen alweer en het werd tijd om op te staan. Hij hief zijn hoofd op en keek naar de safe boven zijn bed. Niemand zou te weten komen wat er met het familiejuweel gebeurd was. Dat was zijn eerbetoon aan Gwendoline.
Hij draaide zich om en glimlachte. De Well-diamond had voor hem een speciale betekenis gekregen. Welke precies, dat wist alleen hij. Hij voelde een grote behoefte om de hanger aan te raken, vast te houden. Hij kroop uit zijn bed en opende de safe. Met de hanger in zijn hand geklemd, schoof hij weer onder de dekens. Hij werd er een stuk rustiger van. Het leek alsof de energie van Gwendoline en daarmee ook die van Christine in zijn lichaam stroomde. Een gevoel van totale ontspannenheid overkwam hem. Langzaam vielen zijn ogen dicht. Eindelijk kon hij zich overgeven aan zijn vermoeidheid en raakte hij in een diepe slaap.
Margot liep de trap op naar de tweede verdieping. Ze kwam bij Oscars deur aan en klopte er zachtjes op. Toen ze geen reactie hoorde, opende ze de deur geruisloos en zag Oscar op bed liggen. Ze liep voorzichtig naar hem toe en legde een hand op zijn voorhoofd. Hij had zijn kleren van de vorige dag nog aan. Ze probeerde zonder Oscar wakker te maken zijn rode vlinderstrik los te krijgen, zodat hij wat aangenamer zou rusten. Zijn rechterhand lag als een vuist op zijn borst. De knokkels waren wit.
Margot werd nieuwsgierig. Wat had hij in zijn hand geklemd? Ze draaide zijn vuist om en zag nog net een stukje van de gouden schakelketting waar de Well-diamond aan vastzat. Ze zuchtte diep. Als moeder begreep ze meteen hoe Oscar zich voelde. De hanger was in ieder geval veilig en Oscar zou er wel weer bovenop komen. De rust was weergekeerd op slot Wellenburgh, het kasteel dat een wel heel bijzonder familiejuweel rijker was.
Op het moment dat de eerste Kasteelromans van Favoriet in de winkels lagen, was een deel van de lezeressen nog niet eens geboren! Voor hen, maar natuurlijk ook voor de fans die nog altijd dol zijn op de romantiek van de adel, bewerkte en actualiseerde Uitgeverij Marken de beste Kasteelromans van vroeger, om ze uit te brengen in een aparte serie: BLAUW BLOED.
Haal BLAUW BLOED nummer 38 over VIER WEKEN bij uw tijdschriftenhandelaar, de kiosk, het warenhuis of uw supermarkt.