Met lege handen…



Gebroken harten



Hij stak zijn hand naar haar uit en sierlijk legde ze die van haar erin. Samen liepen ze naar de dansvloer en even later zweefden ze in het rond. Haar jurk ruiste fijner en zachter dan die van de andere dames, haar huid glansde in het goudkleurige licht en de lichtblauwe organza deed haar ogen oplichten...



“U hebt gereserveerd?”

Graaf Florian van Leeuwenstein keek verbaasd op. “Moet ik tegenwoordig ook al voor de lunch reserveren?”

De receptioniste keek hem vriendelijk aan. “Het is zo druk dat we geen andere keus hebben, meneer...”

“Van Leeuwenstein, van Kasteel Leeuwenstein.”

De jonge vrouw die ogenblikkelijk begreep met wie ze van doen had, keek snel de lijst na. Het geroezemoes in het chique restaurant klonk boven het beschaafde bestekgekletter uit. Florian trommelde geïrriteerd met zijn vingers op de balie.

“Ik heb een zakenlunch, mevrouw,” zei hij. “Met Mevrouw Vlaarding.”

“Mevrouw Christina Vlaarding? Die is al aanwezig, meneer Van Leeuwenstein. De ober gaat u meteen even voor. Het spijt me voor het oponthoud.”

Florian, die gewend was overal en altijd ogenblikkelijk geholpen te worden, knikte minzaam. Ondertussen probeerde hij zich al te concentreren op het gesprek dat hem te wachten stond. Via een vage bekende was hij in contact gekomen met Christina Vlaarding, die hem persoonlijk had willen ontmoeten. Het zou een interessant gesprek worden, had ze hem telefonisch verzekerd. Een gesprek dat hem geen windeieren zou leggen en voor dat laatste argument was hij gezwicht.

In tegenstelling tot wat hij verwacht had, was Christina Vlaarding geen bejaarde dame met een pukkel op haar neus, ze was niet grijs, niet gezet, niet gerimpeld. Integendeel, schoot het in een flits van een seconde door hem heen.

Dit was een beauty van een vrouw. De schoonheid stond meteen op en stak haar hand uit. Een zeer gesoigneerde zakenvrouw, concludeerde hij. Een koraalrood mantelpakje dat haar als gegoten zat, een perfect opgemaakt gezicht, charmant opgestoken haar en een krachtige handdruk. Daar was niets mis mee.

“Florian van Leeuwenstein,” stelde hij zich voor.

“Mevrouw Vlaarding. Aangenaam kennis met u te maken. Ik heb al het een en ander van u gehoord.” Voordat hij zelf ging zitten, duwde hij voor de vorm haar stoel aan. “Ik zou het prettig vinden als u mij wilt tutoyeren?”

“Heel graag, Florian. In dat geval ben ik Christina.”

“Je drinkt water?”

Ze had hem in een enkele seconde van top tot teen opgenomen. Florian van Leeuwenstein was een tikje pafferig, vond ze, maar wel mooi bruin. Hij droeg een duur horloge en zijn kostuum was waarschijnlijk van Armani. Deze man had het typische voorkomen van de adel. Niet echt knap, maar wel tot in de puntjes verzorgd. Goed gekleed, maar niet opvallend: de juiste das, goede schoenen en een keurig overhemd.

“Bij het eten drink ik een glaasje wijn.”

Florian wenkte een ober en bestelde een whisky on the rocks. Hij was makkelijk in de omgang, merkte Christina, die hem tersluiks gadesloeg. Echt een man van de wereld. Een bon-vivant. Ze zou hem niet alleen zakelijk, maar ook privé wel willen strikken, schoot het door haar heen.

“Je had een zakelijk voorstel, Christina?” begon hij, nadat hij het glas had geheven en een slokje had genomen.


“Ik heb geen idee waarover het gaat. Vertel eens?”

Ze knikte en begon op professionele manier te praten. “Ik heb de ontwikkeling van Leeuwenstein Farma de laatste maanden met grote interesse gevolgd. De preparaten die jullie op de markt brengen, zijn zonder meer goed te noemen. De financiële ontwikkeling verloopt zeer positief en dat is in deze moeilijke tijd een compliment waard.”

Hij knikte en er speelde een glimlach om zijn mond. Je bent een snoepje, dacht hij ondertussen. Het toetje van de lunch, besloot hij al. 

“Preparaten op natuurlijke basis hebben naar mijn idee de toekomst. De consument wordt zich meer bewust van zijn eigen verantwoordelijkheden. Bovendien is de markt wat dat betreft zeer gunstig.”

“Inderdaad, ja. Waar gaat jouw belangstelling specifiek naar uit, Christina?”

“Ik heb een preparaat dat voor Leeuwenstein Farma zeer interessant kan zijn.”

Dus dat was het, begreep hij. Dit snoepje had geld nodig. Hun geld! Hij had het kunnen weten natuurlijk. Het familiekapitaal bleef nou niet onopgemerkt in de financiële wereld en daarom was het oppassen geblazen. 

“Zullen we eerst wat bestellen, zodat we rustig kunnen praten.”

“Graag…”

Nadat de aspergebouillon en de gepocheerde zalm waren geserveerd, pikten ze de draad weer op.

“Je sprak over een preparaat dat voor ons zeer interessant kon zijn?”

Christina knikte. “Een afslankmiddel op puur natuurlijke basis.”

Florian schudde meteen het hoofd. “Wij brengen al een dergelijk artikel op de markt.”

“Florian, wacht nou even.” Ze boog zich vertrouwelijk naar hem toe. “Ik spreek hier over een revolutionaire ontdekking. Een middel dat rechtstreeks uit de Zuid-Amerikaanse jungle komt.”

“Werkelijk?”

Hij luisterde graag naar haar melodieuze stem. Haar parfum was zeer bescheiden, maar toch duidelijk aanwezig. Ze droeg dure sieraden, waarschijnlijk om hem te overtuigen van haar betrouwbare, financiële achtergrond.

“Een vriend van mij is antropoloog. Coen ten Dam, om precies te zijn. Enfin, Coen was voor wetenschappelijk onderzoek in de regenwouden van Brazilië. Langs de Amazone wonen indianenstammen die nog nauwelijks met blanke mensen in aanraking zijn geweest.

“Interessant.”

“Het wordt nog veel interessanter. Coen is altijd wat gezet geweest. Wat hij ook deed, hij raakte die tien, elf overtollige kilo's niet kwijt. Tot hij de Chimo-indianen ontmoette. Hij probeerde zich hun taal eigen te maken en verdiepte zich in de levenswijze van dat natuurvolk. Tegen zijn verwachting in werd hij volkomen geaccepteerd en mocht hij met de mannen mee op jacht. Tijdens een van die reizen werd hij gebeten door een slang. Het deed ontzettend veel pijn en hij lag kronkelend op de grond, totdat hij geholpen werd. Een van de krijgers zocht een plant, kauwde het sap uit en spuugde dat in de beet.”

“Ik dacht dat je over vermageringspillen zou vertellen?”

“Dat komt zo, Florian.” Ze depte haar mond met haar servet en nam een klein slokje wijn. Daarna vertelde ze verder. “De pijn verdween en achteraf begreep Coen dat hij door het oog van de naald was gekropen. De slang was zeer giftig en als medicijn moest hij drie keer per dag op de stengels van die bewuste plant kauwen totdat hij volledig genezen was. Dat duurde tien dagen. Tien dagen waarin hij ruim vijftien kilo verloor!”

“Omdat hij niet at.”

“Integendeel. De Indianen voorzagen hem van zeer calorierijk voedsel. Hij moest sterk zijn om het gif de baas te blijven. Toch viel hij zienderogen af.”

“Door het sap van die plant?”

“Inderdaad. Kijk,” zei ze, terwijl ze een foto van zichzelf uit haar handtas pakte, “dit ben ik, vier weken geleden. Zie je het verschil?”

Grote borsten, zag hij. Veel groter dan nu. Dat kan oplichterij zijn, wist hij. De kleding, het licht, een bepaalde invalshoek kunnen een heel ander mens van iemand maken. Maar haar gezicht is magerder, dat is zeker...

“Ik heb hetzelfde middel gebruikt,” ging Christina enthousiast door en na een week was ik zes kilo kwijt.”

“Dat is niet mis...”

“Inmiddels zijn we overgegaan tot de productie, maar zoals je begrijpt, heeft een jonge firma financiële ondersteuning nodig.”

“Van ons.”

“Bijvoorbeeld. Mochten jullie geen belangstelling hebben, dan zoek ik een ander bedrijf. Ik hoop niet dat het hoeft, want jullie hebben mijn duidelijke voorkeur.”

“Bedankt voor het vertrouwen, Christina.”

Ze zaten nu dichter bij elkaar. Het ijs was gebroken. Hij glimlachte nu openlijk naar haar en toen ze daarnet haar benen over elkaar had geslagen, had ze even zijn knie geraakt.

“Mocht je eventueel belangstelling hebben, dan kan ik je enkele doosjes meegeven. Zoals je begrijpt, is het volkomen onschuldig. Een honderd procent natuurproduct dat de verbranding stimuleert en de vetopname blokkeert. Je zou het zelf eens kunnen proberen.”

Hij grinnikte hoofdschuddend. “Vind je dat nodig?”

“Ik? O nee, zeker niet. Ik zeg het alleen maar omdat wij niets te verbergen hebben. Chimosan helpt.”

“Chimosan?”

“Naar de indianenstam,” glimlachte ze charmant.

“Goed, ik geef je het voordeel van de twijfel. Mocht het inderdaad interessant zijn, dan kunnen we misschien wel met elkaar in zee gaan.”

“Ik neem aan dat je dat figuurlijk bedoelt?” Haar ogen boorden zich in die van hem. Verrekt verleidelijk type, stelde hij vast, terwijl hij het glas naar zijn mond bracht en haar over de rand heen aankeek.

“Hoeveel monsters heb je bij je?”

Ze rechtte haar rug en haalde diep adem. “Vooralsnog is het een geheim product. En geheime producten draag ik niet mee in mijn handtas.”

Graaf Florian van Leeuwenstein grinnikte begrijpend. Dit ging precies zoals hij al verwacht had. Onder dit zakelijke voorkomen school een wulpse vrouw met een prachtlijf en zachte handen. Alleen al bij de gedachte aan haar zachte aanrakingen, moest hij een siddering onderdrukken.

“Waar bewaar je je opzienbarende preparaat, Christina?”

Ze glimlachte. Als dit geen man van adellijke komaf was, zou ze denken dat dit een dubbelzinnige opmerking was. Maar zo mocht ze de graaf niet inschatten.

“Thuis,” antwoordde ze. “Als je belangstelling hebt, kunnen we direct een paar doosjes halen.”

Hij knikte. “Prima. Laten we maar meteen spijkers met koppen slaan.”

Ze bestelden koffie en even later liepen ze samen naar buiten. De receptioniste keek hen met een effen gezicht na. Het lag niet op haar weg om een oordeel over de clientèle te uiten. Maar diep in haar hart had ze zo haar eigen ideeën.



Charlotte van Leeuwenstein scheurde de envelop open. Haar nichtjes Mariëlle en Frederique deden hetzelfde.

“Alweer een uitnodiging zeker,” mompelde Charlotte, die niets van bals, diners of premières wilde weten. Met haar vrienden en vriendinnen ging ze graag een keertje stappen, maar van plichtmatige bijeenkomsten moest ze niets hebben. Ze was een graag geziene verschijning, jong, knap en met een natuurlijke charme die ook in de hoogste kringen als verfrissend werd gewaardeerd, maar Charlotte hechtte weinig waarde aan het uiterlijk vertoon op die deftige party's, waar het er vooral om ging om gezien te worden.

“Een bal in Parijs!” riep Frederique, haar nicht uit, “dat is wel even iets anders dan Zaltbommel.”

Gravin Emma van Leeuwenstein, die er prijs op stelde haar kleindochters eens per maand te ontvangen, keek de kring rond.

Ze was gezegend met zo'n mooi stel meiden. Charlotte was een intelligente schoonheid, de tweeling Mariëlle en Frederique kwam na de dood van hun moeder eindelijk weer een beetje los. Alleen haar jongste kleindochter, Bianca, was een krengetje.

Het was dan ook Bianca die verongelijkt haar grootmoeder aankeek.

“Waarom zij wel en ik niet?”

“Een bal bij de comte LeMarteau, Bianca,” reageerde zelfs Charlotte enthousiast, “daar ben jij toch veel te klein voor.”

“Te klein? Ik ben haast groter dan jij, Charlotte.”

“Te jong,” verbeterde Frederique haar, “je bent pas twaalf. Je hoort nog niet op bals te verschijnen. Wacht maar tot je achttien bent.”

“Dat was vroeger,” mokte de vadsige tiener een rode lok van haar voorhoofd vegend. “Tegenwoordig geldt dat niet meer. Vroeger waren jullie stomme pubers op mijn leeftijd, maar dat is nu heel anders.”

“Dank je, liefje,” glimlachte Frederique, “je bent erg vriendelijk.”

“Geen ruzie, meisjes,” greep de grootmoeder beminnelijk in. “Charlotte en de tweeling hebben een uitnodiging gehad voor een soiree bij de comte LeMarteau, liefje,” wendde ze zich tot Bianca. “Zo’n uitnodiging krijg jij over een paar jaar ook.”

“Maar ik wil nu mee!”

“Geen sprake van. Je kunt nog niet eens dansen.”

“Ik kan housen, oma.”

“Ik heb het over de wals en de foxtrot, Bianca. Niet over swingen op primitieve popmuziek.”

“Primitief,” schimpte de kleindochter, “je moet met je tijd meegaan, oma.”

“Bianca!” greep Charlotte in, “gedraag je alsjeblieft. Je weet niet wat je zegt.”

“Tuurlijk wel. Ik ben niet gek. Trouwens, jullie kunnen me niet tegenhouden. Als ik ga, dan ga ik.”

“Je hebt geen uitnodiging.”

“Met mijn naam heb ik die niet nodig, Frederique.”

“Je hebt nog niet eens een baljurk,” bracht Mariëlle in het midden.

“Die kan ik kopen…”

“Je kunt niet dansen.”

“Ik doe wel alsof, Charlotte.” En jij, oma? Heb jij ook nog iets stoms op te merken?”

“Gedraag je, liefje. Je bent erg onaardig.”

“Ja, nogal logisch! Mijn nichtjes mogen naar Parijs en ik moet hier op die stomme rotschool blijven.”

“Ik ga niet met je in discussie,” reageerde Emma vastbesloten, “vraag maar of je ouders je meenemen naar Disneyland. Daar ben je meer op je plaats dan in een balzaal.” 

Zelfs de verwende Bianca begreep dat ze nu niet meer verder hoefde te zeuren. Gravin Emma zou haar volstrekt negeren of zelfs wegsturen en dat risico wilde ze niet lopen.

Gewoontegetrouw was de visite stipt om tien uur afgelopen. De grootmoeder trok zich terug in haar slaapvertrekken waar ze nog een glaasje cognac dronk voor ze in bed stapte.

Zo ging het al jaren in de Van Leeuwenstein-dynastie. En als het goed was, zou het nog jaren zo blijven.



Tegen half vijf stapte Florian weer fluitend in zijn Porsche. Het bezoekje aan Christina Vlaarding was een beetje uitgelopen, hoewel hij de doosjes Chimosan al meteen na aankomst overhandigd had gekregen. Christina had echter voorgesteld nog wat te drinken en hij had geen nee gezegd.

Zijn eigen Felicia was al tien dagen met haar vriendin Sanne op de Bahama's. Hij wist niet wat zij uitvoerde, zij hoefde dat omgekeerd net zo min te weten.

Enigszins verbaasd had hij de verandering die Christina had ondergaan, gadegeslagen. Terwijl hij zich op de bank met een glaasje champagne ontspande, stelde zij van alles in het werk om zijn belangstelling te wekken. Een volkomen overbodige actie als ze had geweten dat hij dwars door haar heen keek.

Een man van de wereld zoals hij, wist wat hij kon verwachten in dergelijke situaties. Zij had zijn geld nodig en verkeerde in de veronderstelling dat met seks te moeten bemachtigen. Ook als ze hem geen champagne had gegeven, of gewoon haar rode mantelpakje had aangehouden, was haar dat gelukt, was het door zijn hoofd geschoten. Maar hij liet zich met plezier verleiden. Zonder een spier te vertrekken, had hij gezien hoe ze, slechts gekleed in een Chinese kimono, naast hem op de bank was gaan zitten.

Al snel was ze haar spel begonnen. Eerst sloeg ze haar blote benen over elkaar, daarna viel de zwarte zijde open en vervolgens streek ze zwoel door zijn haar. Van de zakenvrouw was weinig meer over. De vrouw die nu naast hem zat, was een seksbom die wist wat ze wilde. Hij had niets gevraagd en zij niets gezegd.

Al snel waren ze samen op de grond gegleden en aangezien hij maar weinig hoefde te doen, liet hij zich gaan op de golven van genot. Ze had inderdaad een prachtig lijf en vlak voor de climax liet ze hem beloven alles in het werk te stellen om Chimosan op de markt te brengen. Kermend had hij toegegeven en toen hij hijgend zijn ogen sloot, herinnerde ze hem nogmaals aan hun afspraak.

Daarna was het snel in zijn werk gegaan. Zij was in de badkamer verdwenen, hij had zich aangekleed en na een vluchtige zoen was hij vertrokken.

De volgende stap betrof de familie. Hij zou hen moeten overtuigen. Om te beginnen zijn broer William, de jonge Don Juan van de Van Leeuwensteins. Hoewel William uiterlijk meer van een playboy dan van een boekhouder had, maakte hij zich toch als zodanig nuttig. Op voortreffelijke wijze zelfs. William was een kanjer op zijn gebied en de vraagbaak voor hem en zijn oudste broer Twan, die onlangs weduwnaar was geworden.

Ook Twan was een minutieuze zakenman, die de verantwoordelijkheid droeg voor de toename van het familiekapitaal en daarom nooit onverantwoorde stappen nam. Alles wat hij deed, was weloverwogen en goed overdacht. Lieke transactie werd van alle kanten bestudeerd, eventuele risico's waren ingecalculeerd, kortom, Twan wist precies wat hij deed.

Toen Florian het gaspedaal diep indrukte, schoot zijn wagen de snelweg op. Ondertussen schoven de doosjes Chimosan op de passagiersstoel over de zitting heen en weer.

Er was maar één manier om de familie over te halen en dat was zelf rigoureus afvallen. Als hij persoonlijk kon bewijzen dat Chimosan een wondermiddel was, zou hij Christina kunnen geven waarom ze gevraagd had. En aangezien hij nu wist wat ze in huis had, zou hij ervoor zorgen zijn zin te krijgen!

Lieke, een van de dienstmeisjes op Kasteel Leeuwenstein, stak haar hand op. Wouter deed een stap opzij en gebaarde haar toen af te remmen. Ze draaide haar raampje open en keek hem vragend aan.

“Is er iets?”

Hij knikte, terwijl het hart in zijn keel klopte. Hij had er niets mee te maken natuurlijk, maar toch wilde hij graag weten waar ze naartoe ging. Het was slecht weer vanavond en haar autootje had zijn beste tijd gehad. “Ga je weg?”

“Stappen,” glunderde het dienstmeisje. “Even naar de stad.”

Aangezien de stalmeester een oogje op haar had, kon hij er niets aan doen dat zijn gezicht een moment vertrok. Maar daar trok Lieke zich niets van aan. Wouter was al over de dertig, bijna tien jaar ouder dan zij. Hij was leuk, zag er goed uit en beschikte over dezelfde humor als zij, maar toch was ze niet verliefd op hem. De vonk was niet overgesprongen en hij wist het.

“Kijk je uit?”

“Wat dacht je dan?”

“Er gebeurt zoveel ellende tegenwoordig...”

“Maak je geen zorgen. Ik ben al een grote meid,” lachte ze vrolijk.

Ze was mooi opgemaakt, constateerde hij ondertussen. Ze was veel te verleidelijk, veel te knap en wat erger was, er liepen veel te veel idioten rond.

“Heb je je gsm bij je?”

Demonstratief hield ze het knalgele toestelletje omhoog.

“Als er iets is, kun je bellen, hè? Als je met pech langs de weg staat of zo...”

“Weet ik toch...” Ze gaf gas en bij de brug toeterde ze nog een keertje. Gekke Wouter, dacht ze glimlachend. Soms lijkt hij mijn vader wel. Hij is veel te bezorgd.

Ze reed over de kronkelweggetjes, langs het donkere bos en de oude zandafgraving naar de stad. Ze moest er inderdaad niet aan denken om hier midden in de nacht met pech stil te staan. Alleen al bij de gedachte liepen de kriebels haar over de rug.

Via de buitenwijk ging ze naar het centrum, waar Cindy op haar wachtte in De Tempelier, het populairste café van het moment. Ze had er zin in vanavond. Vorige week had ze een keer overgeslagen omdat Margot, het derde dienstmeisje, met griep in bed had gelegen.

Eenmaal binnen verstreek de tijd snel. Ze dronk een paar biertjes, lachte, zong mee, sprak met de bekenden die ze tegenkwam en wisselde met Cindy de laatste nieuwtjes uit.

“Hoi,” werd ze staande gehouden toen ze naar de bar liep. “Ken ik jou niet?”

“Inderdaad. Jij kent me niet.”

“Nog niet, moet je zeggen.”

“Ik zeg wat ik wil,” sneerde ze. Ze hield niet van die zogenaamd interessante types zoals deze jongen met zijn iets te lange haar, het magere gezicht en zijn slobberkleren.

“Ik ook,” zei hij. “Gelukkig maar. Ik ben Sebastiaan.”

“O. Dag Sebastiaan. Mag ik een cola en een biertje van je, Roy?” wenkte ze de barkeeper. De jongen die zich als Sebastiaan had voorgesteld, nam een slokje uit zijn glas en keek haar vriendelijk aan. Deze tante was bepaald niet op haar bekkie gevallen. Anders zou hij het wel weten.

“Mag ik je iets aanbieden?” vroeg hij op het moment dat ze afrekende.

“Goed getimed,” zei ze. “Je ziet toch dat ik al heb?”

“Sorry...” 

Ze liep door, maar voelde dat hij naar haar bleef kijken. Daarom danste ze uitdagend. Wetend dat hij zijn blikken over haar heen liet dwalen, sloofde ze zich nog meer uit dan anders. Ze danste verleidelijk zonder hem aan te kijken, ze schoof langs hem heen zonder hem aan te raken, ze lachte, maar niet naar hem.

Hij grinnikte geamuseerd. Ze boeide hem. Het was een lust om alleen al naar haar te kijken. Deze jonge vrouw beschikte over een mysterieuze schoonheid en had ontegenzeggelijk een sterke uitstraling.

“Hoe heet je?” vroeg hij toen ze hem voor de derde keer passeerde. Hij greep haar pols en ze keek hem uitdagend aan.

“Hoezo?”

Hij haalde zijn schouders op. “Laat ook maar.”

Hij is anders dan de anderen, schoot het door Lieke heen. Apart en eigenlijk ziet hij er wel artistiek uit. Niet modern, maar speciaal, anders. Hij verloor haar geen moment uit het oog, hij keek niet naar andere vrouwen.

“Ik ben Lieke,” antwoordde ze.

“Hoi Lieke.”

“Dag Sebastiaan...” Ze schoten allebei in de lach en Lieke liep vervolgens naar Cindy om naast haar aan de bar een sigaretje te roken.

Niet dat ze vaak rookte. Eigenlijk had ze de laatste zes maanden geen peuk meer aangeraakt, maar nu was het opeens anders dan anders. Misschien kwam het door die Sebastiaan?

“Leuke vent,” reageerde Cindy al voordat ze over hem gesproken had. “Beetje apart type.”

“Hmm.”

“Ik heb hem weleens eerder gezien hier.”

Liekes wenkbrauwen schoten omhoog. “Echt? Ik niet.”

“Ik weet het wel zeker. Hij staat altijd naast de band, tegen die pilaar geleund. Altijd alleen.”

“Alleen?”

“Altijd,” bevestigde Cindy, “alsof hij zich niet interesseert voor meisjes.”

“Het is geen homo.”

“Bepaald niet, nee. Daarvoor durf ik mijn hand in het vuur te steken. Hij is gewoon nergens op uit, lijkt het wel.”

“Hij wilde anders wel mijn naam weten.”

“Misschien valt hij op jouw type.”

Cindy ging terug naar de dansvloer en zo kreeg Lieke de gelegenheid om Sebastiaan langs de dansende hoofden heen, gade te slaan. Cindy had gelijk. Hij leunde tegen die pilaar, nam af en toe een slokje bier en keek geamuseerd om zich heen. Hij sprak met niemand. Keek niet naar de passerende meisjes, alleen naar haar.

Op een of andere manier was ze gestreeld door zijn belangstelling en toen hij uiteindelijk in beweging kwam, wist ze dat hij naar haar toekwam. Om zich een houding te geven stak ze een tweede sigaret op en bracht ze het glas cola naar haar mond. Twee, drie minuten verloor ze hem uit het zicht en toen opeens stond hij achter haar.

“Drink je alleen cola?”

“Light, ja.”

“Daarstraks dronk je bier.”

“Ik moet nog rijden. Vandaar.”

“Je bent niet van hier?”

“Ik ben wel van hier, maar mijn werk is verderop.”

Hij stond naast haar, met zijn linker elleboog op de bar en het glas nonchalant in zijn hand. “Verpleegster,” raadde hij. “Heb ik gelijk of niet?”

“Niet.”

Hij grinnikte hoofdschuddend. “Wat dan?”

“Je raadt het nooit, daarom zal ik het maar zeggen. Ken je Slot Leeuwenstein?”

“Holy moses! Je bent toch niet van adel?”

Haar ogen vlogen over zijn interessante gezicht. Hij had uitstekende junkbeenderen, een forse kin en mooie ogen waarin pretlichtjes blonken. Zijn haar was donker en krulde tegen de kraag van zijn openstaande overhemd. Een paars hemd met een lichtblauwe sjaal die vanaf beide schouders naar beneden hing.

“En als ik wel van adel zou zijn?”

“Dan zou het me verbazen dat je met me sprak.”

“Waarom? Het zijn ook maar gewone mensen, hoor.”

“Geen idee. Ik heb nooit met ze te maken gehad. Wat doe jij dan op dat slot?”

“Ik werk er. Als dienstmeisje, hetgeen veel meer inhoudt dan iedereen denkt.”

“Dat geloof ik best. In zulke kringen moet je natuurlijk precies weten hoe je je gedragen moet en wat er van je wordt verwacht. Het zal best een verantwoordelijke baan zijn.”

Er vloog een glimlach over haar gezicht. Er werd een langzaam nummer gespeeld, zodat ze elkaar beter konden verstaan.

“Eindelijk iemand die me begrijpt,” merkte ze daarom op. “Ik krijg altijd van die stomme opmerkingen naar mijn hoofd als ik over mijn werk vertel. Over hitsige graven die me in de stallen bespringen, je kent dat wel.”

“Die mensen hebben te veel romans gelezen.”

“Precies. Wij, het personeel bedoel ik, hebben een hele goede band met onze werkgevers. Het is een kwestie van respect over en weer. Ik heb het er enorm naar mijn zin.”

“En betaalt het een beetje?”

“Heel goed, ja.”

Hij bracht het glas weer naar zijn mond en dronk de laatste druppels eruit.

“Het is leeg, hoor.”

“Weet ik,” zei hij. “Maar ik heb geen geld voor een tweede.”

Ze lachte. “Zal wel.”

“Ik meen het. Ik ben maar een arme kunstenaar.”

“Zoiets dacht ik al. Je bent geen doorsnee type.”

“Gelukkig niet. Ik heb weliswaar nauwelijks te eten, maar ik zou doodgaan als ik elke dag achter een computerscherm zou moeten zitten. Met een pakje brood naar kantoor, allemachtig. Nee, dan maar liever hongerlijden in mijn koude atelier.”

“Het klinkt waarschijnlijk romantischer dan het is.”

“Absoluut!” grijsde hij.

Als vanzelf gleed zijn hand even over haar rug, maar Lieke had het meteen in de gaten. Je mag wel meer, hoor, dacht ze. Ik vind je leuk. Je mag me wel vasthouden of een kus geven, maar zo was Sebastiaan blijkbaar niet. Hij bleef geïnteresseerd en vriendelijk, toch deed hij verder niets.

Alleen bij het afscheid, zo'n anderhalf uur later, drukte hij een kus op haar voorhoofd. Hij opende haar portier en wachtte totdat ze was weggereden. Toen ze bij de hoek omkeek, was hij al verdwenen.

Shit! dacht ze. Dat heb ik weer. Een armlastige kunstenaar die ik nog een tientje heb gegeven ook. En wat doet hij? Niets. Die laat natuurlijk nooit meer iets van zich horen.



Matthieu verwelkomde de familie op gepaste wijze. Margot nam de mantels aan en bracht die naar de garderobe. Beneden in de keukens was Antoinette bezig met de cake, de soesjes en de krakelingen. De koffie was vers en werd in zilveren kannen overgeschonken. De dienbladen stonden klaar, de suikerpotjes waren gevuld, de room werd in sierlijke kannetjes gegoten.

“Zijn ze er allemaal al?” Antoinettes voorhoofd glom van inspanning.

Het was altijd veel werk als de familieraad bijeenkwam. Iedereen verwachtte dat alles op rolletjes liep en dat deed het ook, mede door haar strakke organisatie. Alles was precies getimed. Het serveren van de koffie en de bijbehorende versnaperingen, daarna de cognac en de whisky, de port of de likeur. De glazen en de karaffen glansden, de kaaskoekjes lagen op kristallen schaaltjes.

“Nog niet allemaal, Antoinette. Josette is nog bij Wildfire in de stallen. Alexandra en Ruben zijn nog op het bordes en de oude graaf rookt zijn sigaar in de blauwe salon.”

“De vergadering zou toch om acht uur beginnen?”

“Zoals gewoonlijk,” mompelde Wouter de stalmeester, die Lieke vanuit zijn ooghoeken gadesloeg. Ze zag er anders uit dan gewoonlijk. Ze leek vrolijker, spontaner. Ze lachte en scheen bijzonder goed gehumeurd.

Ondanks de spanning was het gezellig in de grote keuken van Kasteel Leeuwenstein. Het was er knus, ondanks de oplopende spanning.

“Alles goed, Lieke?” vroeg hij de krant openslaand.

“Prima, Wouter. Met jou ook?”

“Was het gezellig zaterdagavond?”

“Yep,” reageerde ze, terwijl ze een blonde lok van haar voorhoofd blies, die vervolgens precies op dezelfde plaats terugviel, zag hij.

“Wanneer ga jij eens stappen?”

“Ik?” grinnikte hij.

“Waarom niet? Je bent toch geen oude...”

“Mag ik heel even jullie aandacht,” viel Antoinette hen in de rede, “straks kunnen jullie verder praten. Lieke, ga jij alvast met de koffie naar boven? En Mina, wil jij erop toezien dat iedereen krijgt wat hij of zij hebben wil? Hier staat de thee en de tweeling zal wel weer appelsap willen. Die drinkt nooit koffie.”

Mina, de wat oudere huishoudster, keek Antoinette onverschillig aan. Hoe nerveuzer de kokkin was, des te rustiger zij juist werd. Hoewel ze wist dat er een grote verantwoording op haar schouders rustte, trok ze zich daar niets van aan.

Als huishoudster stond ze een treetje lager dan de kokkin, die verantwoordelijk was voor de belangrijkste gebeurtenissen van de dag: de maaltijden. Van het ontbijt tot de soupeetjes die bij verschillende gelegenheden gegeven werden. Van de lichte lunches tot de borrelhapjes. De eenvoudige avondmaaltijden tot de uitgebreide diners tijdens de feestdagen. Dat alles werd in overleg met gravin Emma beslist. Antoinettes directe contact met de adel was daarom veel intensiever dan dat van haar.

“Rustig, Antoinette,” zei ze dan ook. “Maak je niet druk. Het komt allemaal best in orde.”

Matthieu, de butler, moest de hele gang van zaken altijd in goede banen leiden, hetgeen hem altijd weer lukte.

“Iedereen is aanwezig,” kwam hij melden. “Ze gaan van start. Zo te zien wordt het een lange vergadering. Graaf Florian heeft een dik dossier bij zich.”

Hij dronk snel een kop koffie en ging toen weer naar boven. Mina kwam terug. “De tweeling wil druivensap. Geen appelsap. En Josette mineraalwater.”

De flesjes werden uit de koeling gehaald en ontkurkt. De spanning was van de ketel. Boven begon de vergadering, beneden was alles onder controle.

Wouter wachtte tot Lieke terugkwam, maar ze had het druk. De tweede koffieronde moest voorbereid worden.

De lege kopjes werden opgehaald en afgewassen onder heet water. Ondertussen volgde de stalmeester het knappe dienstmeisje met zijn ogen.

Lieke, dacht hij. Zie je me dan niet eens staan?



“Wat mij zo in jou aantrekt, is je openheid.”

Ondertussen spoelde hij zijn kwasten uit. De scherpe lucht van terpentine verspreidde zich door het atelier. Gitte knipperde met haar ogen. Ze werd gek van de kou. Het straalkacheltje aan haar voeten was lang niet genoeg om haar warm te houden.

“Heb je nog een wijntje voor me?” vroeg ze zonder van houding te veranderen. “Dan word ik tenminste een beetje warm.”

“Nog heel even,” schilderde hij jachtig verder. Hij keek van het model naar zijn doek, van zijn doek naar het model. Hij mengde zijn kleuren, bracht de verf op, veegde mislukte partijen snel weg.

“Ik heb het koud, Sebastiaan.”

“Weet ik, liefje. Straks zal ik je verwarmen, oké?”

“Met je hete kussen en je strelende handen?” sneerde ze.

“Met een deken,” klonk het nuchter. Hij hield wel van Gitte, maar alleen als het hem uitkwam. Ze moest niet gaan zeuren, zoals Anna gisteren had gedaan. Hij was een kunstenaar en liet zich niet lijmen. Niet door zijn vriendinnen, noch door zijn opdrachtgevers. Hij was eigenzinnig en juist die eigenschap maakte hem sterk.

Het was zelfs zijn taak om tegendraads te zijn, overdacht hij. Als kunstenaar had hij zichzelf die taak opgelegd. Hij had een boodschap, een missie. Ook al vonden zijn ouders het onzin en moest hij vooral met zijn benen op de grond blijven staan, zelf vond hij het machtig interessant om zich dusdanig aan de buitenwereld te presenteren.

“En als ik nou met je naar bed wil?”

“Ik heb hoofdpijn,” mompelde hij.

“Vrouwen horen hoofdpijn te hebben,” sneerde Gitte. Alweer niet, dacht ze. Had hij soms een ander met wie hij het deed? Ze had verondersteld dat hij haar trouw was. Dat hij een tikje contact gestoorde artiest was, die zich vastklampte aan de sterke vrouw die hij zo hard nodig had. “Mannen hebben nooit hoofdpijn.”

“Ga jij maar eens de hele dag boven de terpentine hangen. Dan merk je vanzelf dat ik gelijk heb. Die arm ietsje hoger, liefje.”

“Ik moet naar de wc.”

“Straks.” Zijn ogen schitterden, zag ze. Dat gebeurde altijd als hij bijna in trance was. Direct was het over. Dan was zijn laatste restje kracht verdwenen en zou hij bijna uitgeput naast haar op de versleten bank ploffen.

Ze besloot haar mond te houden en neuriede in gedachten een verzonnen melodietje. Ze kreeg kramp in haar linkerbeen. Haar arm kreeg ze bijna niet meer omhoog, zo koud had ze het. Haar ledematen waren verkrampt, maar de schilder werkte door.

Veel later dan ze verwacht had, legde hij zijn kwasten neer en pakte de verfdoek om zijn handen schoon te maken.

“Klaar?”

“Kijk zelf maar.”

Hij deed een paar passen achteruit om het resultaat van afstand te bekijken en Gitte schoot in haar ochtendjas en gympen. Daarna kwam ze naast hem staan.

“Mooi,” zei ze, omdat hij dat van haar verwachtte. Zelf hield ze helemaal niet van die abstracte portretten waarin ze zichzelf nauwelijks herkende. Maar ze stelde hem nooit teleur en reageerde dus zoals hij dat graag had. “Erg mooi... Interessant.”

“Je vindt er geen bal aan.”

“Jawel,” deed ze heel overtuigend, “maar ik moet er altijd eerst aan wennen. Jij werkt al die tijd aan je doek, jij ziet het groeien. Ik niet.” Ze kleedde zich aan, ging naar de wc, schonk een limonadeglas wijn in en warmde zich bij het kacheltje..

“Vond je mijn soep lekker?”

“Ik vind alles lekker van jou.”

Dat antwoord stemde haar hoopvol. Ze wilde bij hem blijven vannacht. Lekker lang vrijen, morgenochtend samen wakker worden.

“Ik blijf slapen,” zei ze daarom. “Goed?”

“Als je dat wilt,” antwoordde hij haast ongeïnteresseerd, “vind ik het best.”

“Dat klinkt niet erg romantisch.”

“Ik ben een kunstenaar, liefje. Ik ben niet romantisch, maar ik kan je wel geven waarnaar je verlangt.”

Hij knipoogde nu weer en zij schudde het hoofd.

“Ik kan werkelijk geen hoogte van je krijgen. Je reageert nooit zoals ik verwacht. Hoe ziet jouw leven er over tien jaar uit, Sebastiaan? Zit je dan nog steeds hier in dit atelier?”

Hij kwam naast haar zitten, draaide een jointje en bood haar die aan. Ze inhaleerde diep zoals ze geleerd had en voelde de ontspanning bezit van zich nemen.

“Ik hoop van wel. Het is een prima ruimte met goed licht.”

“En ben je dan nog steeds vrijgezel?”

Hij zakte onderuit en viel met een verzaligde glimlach tegen haar aan. “Geen idee, liefje...”

“Ken je mij nog over tien jaar?” vroeg ze verder.

“Dat hangt van jou af.”

“Dat hangt van ons samen af,” weerlegde ze licht geïrriteerd. “De liefde kan niet van één kant komen.”

“De liefde komt van alle kanten,” droomde hij hardop. “Er zijn zoveel vrouwen, er is zoveel liefde. Ik weet niet of jij daar tegen kunt.”

“Misschien verander je ooit.”

“Nee,” klonk het resoluut, “dat zou ik niet willen.”



“Ik ben tegen,” klonk Twans lage stem, “we hebben al een soortgelijk preparaat op de markt gebracht. We hebben geen enkele behoefde aan Chimosan.”

Florian, die een dergelijke reactie wel verwacht had, bleef rustig. Twan was niet zo snel te overtuigen. Dat wist hij maar al te goed.

“William? Jij?”

“Ik ben eventueel bereid om Chimosan te laten testen. Eventueel zeg ik, Florian.”

“Vader?” richtte de graaf zich nu tot zijn vader, “wat is jouw mening?”

“Ik heb me uit de zaken teruggetrokken, jongen. Maar als je mijn mening vraagt: ik ben tegen. Het is wat Twan zegt. We hebben er geen behoefte aan om met onszelf in concurrentie te gaan. Gentiron is een uitstekend middel, dat goed verkoopt. Never change a winning team, Florian.”

“Chimosan heeft een toevoegende waarde, pa.”

De oude graaf haalde enkel de schouders op. De familieraad was weliswaar interessant, maar eerlijk gezegd speelde hij tegenwoordig liever een goede partij schaak met zijn vrouw Emma. Ze waren aan elkaar gewaagd en konden urenlang over het bord gebogen zitten.

“Alexandra? Wat zeg jij?”

“Het is eventueel de moeite van het proberen waard. Ik sta achter William,” antwoordde Florians oudste zus.

“Ik ook,” was de mening van haar man Ruben Hoogstraeten, die sinds hun huwelijk meewerkte aan de expansie van het familiebedrijf.

“Tegen,” meldde Josette bedaard. “Waarom zou je investeren in een product dat je al hebt? Dat is toch onzin?”

“Mama?” wendde Florian zich tot de volgende in de kring.

“Ik sta achter William. Je kunt het laten testen. Misschien is het wel beter dan Gentiron. Het is een preparaat op natuurlijke basis. Wat weten we nou helemaal van de natuur en van de medicinale werking van sommige planten? Niets!”

“Ik kan jullie melden dat ik Chimosan intussen een tijdje gebruikt heb. En...” Florian deed hij zijn colbertje uit en draaide demonstratief in het rond. “Zie hier het resultaat. Vier kilo eraf.”

“Ik dacht al. Ik zag iets aan je.”

“Chimosan, Josette. Niets anders dan Chimosan.”

“Geen vier kilo,” bracht Florians vrouw Felicia op het verkeerde moment naar voren, “nog geen twee, Florian.”

De dodelijke blik naar zijn enigszins naïeve echtgenote trof geen doel. Ze bracht net het likeurtje naar haar mond en stond er verder niet bij stil. De hoogblonde ex-nachtclubzangeres begreep heel goed wat haar man tot de introductie van dit nieuwe preparaat dreef. De krassen op zijn rug waren de stille getuigen van die zogenaamde zakelijke bespreking. Ze zou daarom niets nalaten om hem tegen te werken.

“Dankjewel, Felicia,” reageerde hij zoetsappig. Desondanks sprak hij enthousiast verder over de veelbelovende werking van Chimosan.

“Zo'n klein, roze pilletje per dag,” toonde hij nu tussen duim en wijsvinger. “Dat is alles om een aanzienlijk gewichtsverlies te garanderen. De werkzame stoffen van de plantensoort zijn hier in het westen nog totaal onbekend. Vandaar dat Chimosan een revolutionair middel genoemd mag worden. Onze concurrenten zullen versteld staan. Zo makkelijk, zo natuurlijk en toch zo effectief.” Bij die woorden keek hij triomfantelijk de familie rond.

“En de contactpersoon is?”

“Vlaardingen, Twan.”

“Een man of een vrouw?”

“Pff, moet je dat nog vragen?” hoonde Felicia duidelijk hoorbaar voor iedereen. “Je kent je eigen broer toch, Twan? Zou hij zich zoveel moeite getroosten als het hier een gebochelde eenoog betrof?”

“Liefje, alsjeblieft. Dit zijn zaken, ja? Bemoei je er niet mee.”

Emma fronste haar wenkbrauwen. Was het nu alweer mis met het huwelijk van haar op een na oudste zoon? Hij had ook nooit met dat vrouwtje moeten trouwen. Felicia noemde zich wel gravin, maar ze had bepaald geen blauw bloed.

Desondanks bleef ze haar schoondochter vriendelijk bejegenen zoals dat van haar verwacht mocht worden. De adel verplicht nou eenmaal. Er waren lusten en lasten aan hun status verbonden.

Florian ging door met zijn betoog: “Christina Vlaarding neemt binnenkort weer contact met me op. Natuurlijk is ze benieuwd naar onze bevindingen. Ik zal haar met plezier informeren van onze interesse.”

“Vanaf dit moment neem ik de zakelijke besprekingen van je over, broer,” besloot Twan echter.

Florian keek hem ontsteld aan. Dit was een flinke streep door de rekening. Was hij nou helemaal bedonderd? Al was Twan honderd keer de oudste zoon, hij had dit contact verdomme binnengebracht.

“Jij? Ik zie niet in waarom.”

“Omdat hij wel objectief is, Florian,” fleemde Felicia in haar nopjes. De teleurstelling stond duimendik op het gezicht van haar man te lezen. “Jij niet.”

“Hou je er toch buiten, liefje! Waarom, Twan? Chimosan is mijn inbreng!”

“Een reden te meer om de eventuele verdere afwikkeling aan mij over te laten.”

“Daar sta ik helemaal achter,” bromde de oude graaf Anton, omdat hij Florian door en door kende. Felicia zou nooit zijn favoriete schoondochter worden, toch had ze op dit punt groot gelijk. Florian liet zich door lust en niet door zakelijke kennis leiden. Hij was in de fout gegaan en wilde hij het middel een kans geven, dan zou hij zich terug moeten trekken. Het was niet anders.

“Maar vader! Ik ben...”

“Je vader heeft gelijk, Florian,” viel Emma haar man bij. “Twan heeft een objectieve kijk op de zaak.”

“O ja? Ik niet?”

Zijn moeder deed er verder het zwijgen toe en daarmee was de zaak afgedaan.

Snuivend en met op elkaar geklemde kaken van woede, zocht hij zijn spullen bij elkaar. Met zijn gezicht op zeven dagen onweer nam hij weer naast zijn vrouw plaats.

“Dank je,” mompelde hij. “Ik ben je bijzonder erkentelijk.”

“Mag ik nog een glaasje, Lieke?” Felicia hield haar glas omhoog, hetgeen in deze kringen hoogst ongebruikelijk was, maar niemand die zich er nog aan stoorde. Felicia zou toch nooit veranderen. Ze moesten haar accepteren zoals ze was met al haar voor- en nadelen.

“Dankjewel,” klonk het, toen het volle glas voor haar werd neergezet. “Proost, Florian. Op je succes, hè?”

“Nu weet ik van wie Bianca die valse trekken heeft,” siste hij woest, “je bent een kreng, Felicia.”

“En jij een overspelige echtgenoot met krassen op je rug.”

“Krassen?”

“Wist je dat niet? Kijk dan maar in de spiegel, liefje. Dan snap je meteen wat ik bedoel.”

Shit, dacht hij in zichzelf. Die stomme Christina. Zoiets deed je een getrouwde vent toch niet aan? Hij moest haar snel weer persoonlijk spreken.



Nicolai Petrov was ontegenzeggelijk de belangrijkste gast op het bal. De jonge Rus met zijn knappe gezicht, zijn lange, slanke gestalte en zijn onweerstaanbare glimlach arriveerde vroeg in de middag.

Comte Philippe LeMarteau trad hem met uitgestoken armen op het bordes tegemoet. De begroeting was allerhartelijkst en ook gravin LeMarteau was zichtbaar opgetogen.

Nicolai Petrov was een verre nazaat van de laatste Russische tsaar. Hij kwam uit een zeer aristocratische familie met een enorm familiekapitaal, een schitterende kunstcollectie en vele landgoederen.

De jonge markies leidde hun zakenimperium vanuit een sjiek pand op dé Champs Elysées in de Franse hoofdstad. Hij bewoonde een duur appartement met uitzicht op de Seine, dicht in de buurt van de Eiffeltoren.

“Welkom Nicolai...” Veronique LeMarteau glimlachte charmant. “Het is altijd weer een bijzonder genoegen om je te mogen ontvangen.”

“Mijn ouders zijn morgenavond eveneens van de partij, lieve Veronique. Tenminste, als Philippe en jij dat toestaan?”

Veronique sloeg haar handen in elkaar. “Die eer is bijna te groot, Nicolai!”

“Ze zijn gisterochtend uit Leningrad overgekomen en willen jullie soiree voor geen geld ter wereld missen. Dus als je mij toestaat, zal ik hen van jullie goedkeuring op de hoogte brengen.”

“Doe mij een plezier, mijn beste Nicolai, laat me hen zelf uitnodigen,” baste Philippe LeMarteau die in zijn jonge jaren nog een vluchtige affaire met de beeldschone Helga Olga Wacek had gehad. De van oorsprong Poolse prinses had echter plaats moeten maken voor zijn grote liefde, Veronique Marie-France comtesse Roussez met wie hij drie kinderen kreeg.

“Je kamers zijn klaar, Nicolai. Ik veronderstel dat je je terug wilt trekken en genieten van onze landelijke rust?”

“Heel graag, Veronique.” Hij maakte een lichte buiging, zoals hem vanaf zijn vroegste jeugd geleerd was.

“We zullen de gele salons voor je ouders in orde laten maken. Hebben ze een goede reis gehad?”

“Heel goed, naar ik heb begrepen. Ik hou van Château de la Mer.” Hij keek genietend om zich heen. “Het verandert hier nooit. Het uitzicht op de druivenranken, de geur van het frisse gras, de vette koeien op het land. Dit is een goed onderkomen, Philippe.”

“We hebben de stallen uitgebreid, Nicolai. Als je niet te moe bent, zou ik je die graag willen laten zien...”

Na deze officiële ontvangst spoedde Veronique zich naar haar werkkamer in de zuidelijke toren, waar de voorbereidingen voor het bal van morgenavond getroffen werden. De organisatie was in handen van de strenge butler Bernard, wiens vader al bij de familie werkzaam was geweest.

Veronique nam plaats aan haar secretaire en ging de lijst nog eens na. Met de komst van Nicolai's ouders moest het schema aangepast worden.

De meisjes Van Leeuwenstein, die aanvankelijk ieder een eigen kamer toegewezen hadden gekregen, zouden nu een suite moeten delen. En de jonge baronnen DiGuilini uit Rome zouden hetzelfde moeten doen om plaats te maken voor de markies en markiezin Petrov. Het was een heel geregel, het personeel moest ogenblikkelijk op de hoogte gesteld worden, het aantal stoelen aan de dinertafel moest worden aangepast. Veronique belde haar assistente: “Hélène, er is weer een verandering opgetreden. Kom even boven, alsjeblieft.”

De knappe Veronique wierp een vluchtige blik naar buiten. Haar man Philippe toonde Nicolai hun veelbelovende hengst en liet hem stappen over het grind. Het was een prachtdier dat hoog op de benen stond en glom van gezondheid. Veronique glimlachte toen de markies het dier bewonderend op de flanken klopte.

Ze had een goed leven hier op Château de la Mer en vergeleken met de zorgen van de burgerbevolking waren die van haar te verwaarlozen, ook al rustte er een grote verantwoording op haar schouders.

De naderende voetstappen van haar assistente op de gang trokken haar aandacht. Ze haalde de lijst weer naar zich toe en verdiepte zich in haar probleempjes. Het bal moest een groot succes worden.

Er kwamen veel ongebonden jonge mensen, allemaal uit het hoogste milieu. Het was altijd weer spannend. Op dergelijke bijeenkomsten werd men niet zelden verliefd. Het werd tijd dat het hart van de lieve Nicolai door een mooie vrouw veroverd zou worden...



Met de armen om zichzelf heengeslagen liep Lieke verder. Nieuwsgierig speurde ze om zich heen. Ze keek

haar ogen uit. De geur van verf en terpentine was allesoverheersend.

“Wat is het hier koud!”

Hij grinnikte. “Ik heb geen geld voor verwarming, het spijt me. 's Zomers is het hier heerlijk koel vergeleken met buiten.”

“Maar 's winters? Dan moet je toch bevriezen van de kou?”

“Ik heb een straalkacheltje, maar dat gebruik ik meestal voor mijn modellen en ik heb een deken.”

“O,” lachte ze, “dat dus wel.” 

“Ik heb nog veel meer. Een deken en een bed, en drie ezels en honderden tubes verf. Ik heb een bank en wijnglazen, ik heb ontbijtbordjes en bestek. Ik heb zelfs een douche.”

“Met warm water?”

Hij stond vlak voor haar. “Proberen?”

“Nee, dank je.”

“Ik heb een kooktoestelletje en pannen.”

“Maar geen eten.”

“Niet altijd. Hindert niet, de kou verdrijft de honger.”

Ja, dacht ze. Hij is bijzonder. Geen doorsnee type zoals haast iedereen.

“Hoe oud ben je eigenlijk, Sebastiaan?” vroeg ze opeens.

“Zesentwintig. En jij?”

“Drie jaar jonger.”

“Mooie leeftijd. Kijk,” toonde hij zijn laatste doek, “deze is nog nat.”

Ze hield haar hoofd scheef. Eerst naar links. Toen naar rechts. Vervolgens keek ze hem vragend aan. “Is het de bedoeling dat ik er iets in zie?” 

“Het is tamelijk abstract, hè” Hij stond vlakbij haar. Ze kon zijn lichaamswarmte voelen. Ongelooflijk zo warm als hij nog was. Zij was al tot het bot verkleumd. 

“Het is een vrouw, kijk maar.” Hij toonde de lijnen van billen en borst en Lieke knikte onzeker.

“O ja, vaag,” moest ze toegeven, “alleen omdat je het zegt. Heeft die mevrouw hier geposeerd?” 

“Met het kacheltje aan haar voeten. “Wat wil je drinken. Rode wijn?”

“Lekker,” loog ze, omdat ze anders nooit wijn dronk. Een biertje of een colaatje tic, maar geen wijn. “Is dat een beroepsmodel?” Hij knikte, terwijl hij de kurk uit de fles trok. 

“Ik werk alleen maar met beroeps.” 

Op een of andere manier was ze gerustgesteld. Niet dat ze iets met had, maar voordat ze eventueel ergens aan begon, wilde ze wel weten hoe hij over bepaalde zaken dacht. 

“En hoelang duurt zoiets dan?” 

“Dat verschilt.” Hij spoelde de glazen en droogde ze met een vuile theedoek. Als Antoinette dit zou zien, begon ze meteen te gillen, dacht Lieke. Maar zij accepteerde het. Waarom niet. Het was anders dan ze gewend was, maar maakte dat iets uit?

“Soms de hele nacht. Soms een paar uur,” vertelde Sebastiaan ondertussen. 

“Werk je alleen 's nachts?”

“Meestal wel. In tegenstelling,” hief hij zijn glas, “tot jou. Proost.”

Dat klonk haar als muziek in de oren en daarom nam ze een iets te grote slok. Ze hoestte niet, maar kreeg wel tranen in haar ogen. Dat scheelde, dacht ze haar keel schrapend, anders had ze echt een flater geslagen.

“Vertel eens iets over je werk?”

“Nee.”

Haar wenkbrauwen schoten vragend omhoog. “Niet?”

“Ik zou je er maar mee vervelen en dat wil ik niet. Ik wil dat je het naar je zin hebt.”

Ze werd warm vanbinnen. Ook dat klonk vriendelijk. Lief haast.

“Ik vind het altijd vervelend als mijn vader met mijn broer over politiek praten, net zo min als jij iets van kunst weet. Toch?”

“Niet zoveel, nee.”

“Dat bedoel ik maar.”

“Ik heb er nooit mee te maken gehad. Mijn vader is machinist en mijn moeder heeft altijd voor de kinderen gezorgd. 

Hoewel ze niet zeker wist of het de bedoeling was, nam ze naast hem op de bank plaats. Meteen leunde hij vertrouwelijk tegen haar aan. Met zijn beide handen om het glas, schouder tegen schouder.

“Hoe ben jij in hemelsnaam op het kasteel terechtgekomen?”

“Heel stom. Via een advertentie in de krant…”

Al pratende dronken ze stevig door en Sebastiaan schonk keer op keer het glas vol. Ze kreeg behoorlijk de hoogte en vroeg zich af hoe ze straks thuis moest komen. Rijden kon ze niet meer. Alleen als ze nu over ging op sterke koffie, zou ze misschien genoeg ontnuchterd zijn.

Maar Sebastiaan dronk nooit koffie. Wel kamillethee, zei hij, waarna hij beloofde straks een taxi te bellen. Ze hoefde zich heus geen zorgen te maken. Ze gleed knus tegen hem aan. Een andere jongen had allang iets geprobeerd, maar Sebastiaan zat rustig te praten en genoot van haar gezelschap. Hij draaide rustige achtergrondmuziek, terwijl Lieke de wereld zag draaien.

“Ik ben een beetje tipsy,” giechelde ze en dat was het laatste wat ze zich kon herinneren.

Toen ze de volgende ochtend naast hem in bed wakker werd, had ze een knetterende koppijn. Sebastiaan sliep met open mond. Hij snurkte en meteen kwam ze overeind.

“Shit!” bracht ze geschrokken uit, maar ze had alles nog aan, alleen haar schoenen had hij keurig naast het bed gezet. Haar mond was kurkdroog en het hart bonkte tegen haar ribben. Zonder geluid te maken, kwam ze overeind en besloot hem te laten slapen.

Wat zou hij wel van haar gedacht hebben? Ze had geen idee hoe ze in zijn bed terecht was gekomen. Had hij haar opgetild? Was ze er laveloos naartoe gewankeld?

Ze schaamde zich, legde een briefje op de aanrecht en verdween. Eenmaal buiten snoof ze de frisse buitenlucht diep op. Gelukkig startte haar auto meteen. Binnen een half uur reed ze over de slotgracht de binnenplaats op.

Het was pas half acht. De familie sliep nog op deze zonnige zaterdagochtend. Opgelucht stapte ze uit en meteen hoorde ze snelle voetstappen achter zich.

“Godzijdank, je bent er!”

“Wouter?” Ze draaide zich om en keek in zijn bezorgde gezicht. “Wat is er?”

“Wat er is? Dat kan ik beter aan jou vragen! Je bent niet thuis geweest vannacht!”

Ze knikte. “Ja?”

“Mijn hemel, Lieke! Ik was ongerust!”

“Waarom?”

Hij deed een stap naar haar toe en wilde haar het liefst in zijn armen trekken, maar hij bedacht zich. Ze wist niet wat hij voor haar voelde. Nooit eerder had hij over zijn gevoelens gesproken en hij wist ook niet of het er ooit van zou komen.

“Omdat... Weet ik veel! Ik was gewoon ongerust.”

Ze keek hem geërgerd aan. “Ik zou niet weten waarom. Je bent mijn vader toch zeker niet?”

“Dat weet ik ook wel.”

“Nou dan.” 

“Was je bij een vriendin?” probeerde hij voorzichtig, omdat het hem inderdaad helemaal niets aanging. Ze was zijn collega, niets meer dan dat. Ze werkten allebei op het kasteel en waren nog niet eens dik bevriend.

“Nee,” reageerde ze triomfantelijk, “bij een vriend.”

“Oh...” Zijn linkervoet maakte een halve cirkel in het grind. Opeens wist hij zich geen houding te geven. Je bent een idioot, dacht hij op hetzelfde moment. Marijke is verliefd op je. En Sandra is gek op je, maar Lieke wil niets van je weten, man!

“Ik was te dronken om nog te rijden.”

“Te dronken?” herhaalde hij ontsteld.

“We zaten te kletsen en opeens zag ik de hele wereld voor een doedelzak aan.”

“Mooi is dat.”

Ze haalde haar schouders op. “Ach wat. Het gebeurt toch niet elke dag? Nou doei. Ik ga douchen.”

“Doe dat,” merkte hij bitter op. “Daar zul je van opknappen.”



Christina zat aan haar bureau. Vandaag droeg ze een roomwit mantelpakje, afgezet met een donkerblauwe bies langs de mouwen en revers. Haar blauwe schoenen hadden een hoge hak en het donkere haar had ze opgestoken.

Jenny kwam haar kamer in. Haar partner was even smaakvol gekleed. Net zoals Christina was ze een zeer aantrekkelijke verschijning en samen veroverden ze de zakenwereld.

“Ik heb Johnson uit Londen aan de lijn gehad. Hij wilde een afspraak en die heb ik gemaakt. Over tien dagen in zijn kantoor.”

“Samen of alleen?”

“Ik ga alleen.”

“Oké, dan neem ik Van Leeuwenstein voor mijn rekening.”

Jenny Jacobs nam plaats en sloeg haar slanke benen over elkaar. “Komt er een beetje schot in?”

Christina zuchtte demonstratief, leunde achterover en rekte zich uit. Als ze samen waren, liet ze haar goede manieren varen. Net zoals iedereen, trouwens. Ze had geleerd om zich in de hoogste kringen te bewegen, maar privé trok ze zich niets aan van het protocol.

“Je kent de adel. Dat gaat allemaal langzaam, langzaam. Het schiet niet op.”

“Je bent toch met die Florian naar bed geweest?”

“Ja, en dat was nog best de moeite waard, ook. Ik dacht dat hij daarna meteen zou toehappen, maar hij moest Chimosan eerst nog verdedigen bij de familie.”

“Pff, wat ouderwets. Zo kun je tegenwoordig toch geen zaken doen?”

“Het is niet anders. De adel heeft zijn eigen regels en wetten. Ze stippelen hun eigen weg uit en laten zich door niets of niemand afleiden. Ze zijn immers machtig genoeg.”

“Ik zou een tweede afspraak voor je kunnen maken.”

Christina knikte. Daar had ze ook al aan gedacht. De tijd begon te dringen. De bank werd ongeduldig. Er moest binnenkort een forse storting worden gedaan, wilde ze hun kredietwaardigheid behouden.

“Doe maar.” Christina schoof het toestel naar haar toe en las het nummer op.

Jenny luisterde naar de bel die maar twee keer overging.

“Meneer Van Leeuwenstein?”

“Daar spreekt u mee...”

“U spreekt met de secretaresse van Mevrouw Vlaarding. Ze zou graag

een tweede afspraak met u maken.”

Dat is pech, schoot het door Florian heen. Dat gaat dus mooi mijn neus voorbij. Die verrekte Twan ook.

“Ik heb deze zaak gedelegeerd aan mijn oudste broer,” hield hij de eer aan zichzelf. “Wegens mijn drukke werkzaamheden ben ik helaas niet in staat om me verder met deze zaak bezig te houden.”

Jenny en Christina wisselden een verbaasde blik.

“Dat is bijzonder spijtig. Mevrouw Vlaarding had groot vertrouwen in uw capaciteiten,” merkte Jenny op, zodat Christina op haar lippen moest bijten om het niet uit te proesten bij deze dubbelzinnige opmerking.

“Dat is bijzonder vriendelijk van haar,” hield Florian zich keurig op de vlakte. “Ik zou het echter op prijs stellen als u rechtstreeks met mijn broer contact op wilt nemen. Ik zal u zijn

nummer geven.”

“Natuurlijk, meneer Van Leeuwenstein. U hoort zo snel mogelijk van haar.”

Toen de verbinding verbroken was, schoot Jenny spontaan in de lach. “Wat een ongelooflijk stijve hark! Wat formeel en afstandelijk.”

“Hij kronkelde anders onder mijn handen.”

“Dat kan ik me niet voorstellen.”

“Mannen zijn mannen, Jenny. Het is allemaal uiterlijk vertoon. Zodra ze in je bed liggen, gehoorzamen ze slaafs aan hun driften. Ik vraag me af waarom ik afgescheept ben. Naar mijn idee ging het goed.”

“Te goed, misschien?”

“Geen idee,” peinsde Christina hardop, “any way, als ik nu de oudste broer moet verleiden, dan heb ik geen keus. De een of de ander, het maakt me niet uit.”

“Denk aan de bank.”

“Daarom! We hebben nog maar veertien dagen. Voor die tijd moet Van Leeuwenstein geïnvesteerd hebben.”

“Anders zijn we er geweest. Financieel gezien dan.”

“Niet als het aan mij ligt. Wacht maar, het gaat me lukken. Ik ga er wel weer op af.”



Charlotte droeg een jurk van lichtblauwe organza die haar schouders vrijliet. De wijde rok ruiste en ritselde bij elke stap. Ze voelde zich niet alleen mooi. Ze was mooi. Ook de tweeling had zich met zorg gekleed.  Mariëlle trok ieders ogen naar zich toe in haar baljurk van roomwitte zijde en Frederique was een schoonheid in de wolk van smaragdgroen brokaat.

Hun sieraden schitterden in het zachte licht van de kroonluchters. Ook de andere dames droegen romantische creaties van beroemde couturiers. 

De heren waren in gala-uniform met zijden biezen langs de broekspijpen en goudkleurige tressen op de schouders. De balzaal glom en schitterde van alle kanten. De aanwezigen zagen zichzelf tientallen malen in de grote spiegels, er stonden manshoge palmen en het orkestje had plaatsgenomen op een speciaal gebouwde verhoging.

Overal hingen guirlandes van verse bloemen, de champagne werd in handbewerkte glazen geschonken en toen de gastheer met aan zijn arm zijn lieftallige echtgenote zijn entree maakte, liepen de gasten bescheiden applaudisserend naar de kant. 

“Het is Veronique en mij een grote eer dat u in zulke grote getale ons Château de la Mer hebt willen bezoeken. U hebt zich moeite getroost om verre reizen te maken om naar Parijs te komen. U bent uit Italië gekomen. Uit de Schotse Hooglanden, België en de Lage Landen. U komt uit Griekenland, Spanje en Portugal. En onze eregasten, mijn lieve vrienden,” de graaf keek even de grote kring rond, “komen uit Rusland.”

Er werd gemompeld. Rusland? Wie dan? Charlotte en de tweeling trokken verbaasd hun wenkbrauwen op. De jonge vrouwen waren zichtbaar nieuwsgierig.

“Het doet ons bijzonder groot plezier om vanavond de markies en markiezin Petrov en hun Nicolai te mogen ontvangen.”

“Nicolai,” mompelden de jonge vrouwen beduusd. Nicolai Petrov was de aantrekkelijkste, de rijkste en de meest begeerde vrijgezel van deze generatie. Lieke vrouw lag aan zijn voeten en toen het drietal zijn opwachting maakte, klonk er voor de tweede maal een beschaafd applaus op.

“Pff,” wuifde Frederique zich koelte toe. “Moet je zien!” Dat witte uniform! Wat een kanjer!”

“Die ogen,” zwijmelde haar zus eensgezind. “Die glimlach.”

“Knijp me even, ik droom!”

Bijna elke vrouw slaakte een bewonderende zucht. Markies Nicolai Petrov trok alle blikken naar zich toe. Met links zijn vader en zijn moeder aan zijn rechterzijde liep hij statig langs de aanwezigen de dansvloer op. De muziek begon. De gasten kwamen in beweging. Nu de spanning gebroken was, begon iedereen druk te praten. Iedereen behalve Charlotte van Leeuwenstein. Evenals de jonge markies, die langs alle aanwezigen heen zijn blik op haar liet rusten. Ze keken elkaar onbeweeglijk aan. De paren leken over de dansvloer te zweven. Jonge mannen vroegen hun adellijke leeftijdsgenoten ten dans.

Er verstreken enkele seconden. Seconden waarin Nicolai en Charlotte hun blikken niet van elkaar af konden wenden. Er was een wonder gebeurd. Precies zoals Philippe en Veronique LeMarteau gehoopt hadden...



“Ga zitten. Ik heb alleen kamillethee in huis.”

“Maar ik niet. Ik heb twee flessen wijn bij me. Ik heb kaas en stokbrood. Ik weet wel wat een kunstenaar toekomt.”

“Ik heb sinds gisteren niets gegeten.”

“Ik ook niet.”

“Jij hebt ontbeten.”

“Wie zegt dat? Ik had gisteravond een party. Ik ben nauwelijks thuis geweest, laat staan dat ik tijd had om te ontbijten. Bovendien zegt het ontbijt me niets. Ik ben een nachtmens.”

Hij haalde zijn schouders op. Kelly deed zo verschrikkelijk haar best om zich aan hem aan te passen, dat het bijna gênant was. Sinds ze met hem omging, had ze haar donkere haar oranje geverfd, een neuspiercing laten aanbrengen en droeg ze alleen nog maar zwarte kleren. Alsof uiterlijk vertoon soms zo belangrijk was.

“Toen ik je pas kende, was je juist een ochtendmens.”

“Shit Sebastiaan, mensen veranderen, ja? Vroeger blowde ik ook nooit. Nu wel. Je moet openstaan voor nieuw indrukken, weet je? Je moet niet vast blijven zitten zoals ik vroeger deed. Dat was onwijs balen. Hoe wil je me hebben. Naakt?”

“Natuurlijk.”

“Om te schilderen, bedoel ik.” Ze hield de rook van het jointje lang in haar longen.

“Ik ook.”

“Ik bedoel, ik ga niet met je naar bed vannacht.”

“Dat komt goed uit.”

Ze wachtte op een verklaring, maar die kwam niet. Het was bijna onmogelijk om Sebastiaans interesse vast te houden. De ene keer was hij verliefd de volgende keer was hij alleen maar aan het werk en daarna was ze niet meer dan een kameraad.

Hoe kon ze hem strikken? Door een kind te krijgen? Door hem emotioneel afhankelijk te laten zijn? Ze wist het niet. Sebastiaan Van Pol leefde zijn eigen leven en trok zich verder van niemand wat aan.

“Hoezo? Heb je een wilde nacht achter de rug?” -

“Helemaal niet. Maar mijn hooft staat niet naar seks.”

“Omdat?”

Hij haalde zijn schouders op. “Geen idee. Het is niet belangrijk. Wat is seks nou eigenlijk? Een hoop gedoe en een paar seconden genot.”

“O? Denk je er zo over?”

“Nu wel,” hield hij zich op de vlakte, hetgeen haar woest maakte. Een paar maanden geleden had hij zoveel werk van haar gemaakt. Hij had haar versierd met gedichten en een portret, waarin ze zichzelf overigens niet herkende. Urenlang hadden ze samen zitten kletsen, ze had hem geld en eten gegeven, warme soep gebracht, zelfs zijn was gedaan.

Met als resultaat? Niets! Hij was nauwelijks onder de indruk en nam het leven zoals het zich aandiende. Was ze bij hem, dan was het goed. Was ze weg, dan was het ook prima. Hij leek zich amper van de buitenwereld bewust en was haast niet te bereiken. Het leek wel of hij in andere sferen leefde, waar geen plaats was voor aardse emoties en verlangens.

“Heb je een nieuwe vriendin?” Het was recht op de man af, een manier die ze tot nu toe nog niet gebruikt had.

Hij stond op, brak een stuk stokbrood af, besmeerde het dik met de dure brie en overhandigde dat aan haar.

“Dank je. Nou?”

“Of ik een nieuwe vriendin heb? Die heb ik toch altijd?”

Ze haalde diep adem en streek door haar oranje haar. “Shit!”

“Hoezo?” reageerde hij niet-begrijpend. “Je moet juist blij voor me zijn.”

“Shit Sebastiaan! Heb je dan helemaal geen gevoelens?”

“Hoe kun je dat nou vragen, liefje? Natuurlijk heb ik gevoelens: Juist heel veel. Niet alleen voor jou, maar voor iedereen. Ik houd van de hele wereld.”

“Dus je kunt me niet trouw zijn?”

Verdomme, dacht hij. Krijgen we dat weer! Al die vrouwen waren ook

hetzelfde. Ze wilden allemaal dat hij zich zou aanpassen. Dat hij een brave huisvader zou worden, de vader van hun kindjes, de trouwe echtgenoot die in zijn vrije tijd schilderijtjes maakte.

“Waarom zou ik je trouw zijn?” Het klonk hard en onverschillig en zo was het ook bedoeld. “Ik heb ook nog andere vriendinnen, dat weet je. Dat heb ik je vanaf het allereerste begin verteld. Ik ben eerlijk tegen je.”

“Dus het is nog steeds niet uit met die stomme Gitte?”

Hij keek haar stomverbaasd aan. “Waarom?”

Ze keek hem snuivend aan. “Omdat je mij hebt, bijvoorbeeld?”

Hij stak nu zelf een stuk stokbrood in zijn mond en dat gaf hem even de tijd om na te denken. Hij moest duidelijk zijn. Dat was het allerbeste. Alleen dan kon hij hun vriendschap in stand houden. Als ze een verkeerd beeld van hem had, was dat onmogelijk.

“Ik heb jou en Gitte.”

“Gitte,” klonk het bitter, “stom wijf.”

“En Anna”

“Kijk eens aan.” Nee, dacht ze. Geen tranen nu. Dat was hij niet waard. “Anna? Mooie naam...”

“En Lieke.”

“Toe maar. Ga je nog lang zo door?”

“Niet op dit moment. Lieke is net nieuw.”

“Arm kind. Het klinkt lief, Lieke,” zei ze schor.

“Ze is ook lief. Een beetje naïef nog, maar dat is juist leuk. Dat amuseert me.”

“En ik? Amuseer je je ook nog met mij?”

“Natuurlijk, liefje!” riep hij uit, waarna hij naast haar kwam zitten en zijn hand in haar nek legde. Hij streelde haar niet, hij maakte geen aanstalten om haar te kussen, nee, hij legde alleen zijn hand in haar nek. Dat was alles. Het was een neutraal gebaar, waaruit geen enkele genegenheid sprak.

“Zou je me missen als ik niet meer zou komen?”

“Ik denk van wel, ja,” antwoordde hij peinzend. “Ja, ik zou me wel afvragen hoe het met je ging.”

“Tjonge. Moet ik nou blij zijn?”

“Ik heb geen zin meer. Kleed je je uit? Dan ga ik aan het werk.” Hij was al bij zijn werktafel en kneep de verf uit de tubes. Hoewel ze het hem eigenlijk betaald wilde zetten, deed ze wat hij vroeg. Ze stapte uit haar kleren en nam haar pose aan.

Met kunstenaarsogen keek hij naar de naakte gestalte op de sofa. “Je rechterbeen iets hoger, kan dat?”

“Voor jou wel,” reageerde ze bits.

“Alleen als je zin hebt, hoor. Anders doe je het niet.”

“Jij bent de kunstenaar, toch? Jij mag het zeggen.”

Hij grinnikte en zei verder geen woord. Lange tijd was er niets anders te horen dan het penseel op het doek. Hij kneep zijn ogen samen en Kelly weigerde hem aan te kijken. Hoe langer hij zweeg, des te vijandiger werd de stemming.

Tenminste, dat vond zij. Maar toen hij uitgewerkt was, scheen hij haar opmerkingen totaal te zijn vergeten. Hij kwam naast haar zitten, legde zorgzaam een plaid over haar heen en stopte een stukje stokbrood in haar mond.

“Eigenlijk zou ik het toch prettig vinden als je vannacht bleef,” fluisterde hij en ogenblikkelijk verscheen er een glimlach op haar gezicht. “Al is het alleen maar om me warm te houden.”

De glimlach verstrakte en teleurgesteld bracht ze het glas naar haar mond. Mocht ze ooit een vaste relatie met hem krijgen, dan moest ze hem accepteren zoals hij was. Maar of ze dat kon? Ze betwijfelde het.



Mariëlle en Frederique zagen het tegelijk gebeuren. De manier waarop Nicolai naar hun nichtje Charlotte keek, sprak boekdelen. Zonder zijn blikken van haar af te wenden liep hij naar haar toe. Zonder iets of iemand te zien.

De freules maakten vergeefs een sierlijke revérence. Hun moeders moesten met lede ogen toezien dat de populaire markies geen enkele belangstelling voor hen had. De vaders volg den zijn blikken en konden hem geen ongelijk geven.”

Charlotte van Leeuwenstein had zich ontwikkeld tot een uitzonderlijke knappe vrouw met een geweldige uitstraling en een hartveroverende glimlach. De manier waarop ze haar hoofd boog, was allercharmantst. De lijn van haar nek en de aanzet van haar zwarte haar was een lust om te zien en toen hun ogen elkaar vonden, sprong de vonk bijna zichtbaar over.

“Charlotte... Ik heb je lang niet gezien...”

Haar lippen weken langzaam vaneen, terwijl ze even knipperde, maar desondanks haar trots niet verloor.

“Dag Nicolai, het is inderdaad een tijd geleden...”

“Te lang, als je het mij vraagt. De laatste keer was je nog maar een meisje en nu ben je een vrouw. Een bijzonder aantrekkelijke vrouw.”

Hoewel het hart tegen haar ribben bonkte, nam ze dit compliment met een aristocratische glimlach in ontvangst. Haar huid glansde in het goudkleurige licht en de lichtblauwe organza deed haar ogen oplichten.

Hij stak zijn hand naar haar uit en sierlijk legde ze die van haar erin. Samen liepen ze naar de dansvloer en vervolgens zweefden ze in het rond. Haar jurk ruiste fijner en zachter dan van de andere dames. Het prachtige paar vormde het stralende middelpunt van het bal en iedereen volgden hen met hun ogen. Na afloop van de wals bedankte hij haar met een lichte buiging en leidde hij haar terug naar haar plaats.

“Het spijt me, Charlotte,” fluisterde hij, zodat ze naar hem op moest kijken, “ik moet helaas aan mijn verplichtingen voldoen en de andere dames ten dans vragen.”

Ze knikte. “Dat weet ik, Nicolai.”

“Mag ik straks bij je terugkomen?”

“Heel graag,” antwoordde ze glimlachend.

Met bonkend hart en droge mond begaf hij zich, zoals het hoorde, weer tussen de gasten. Maar er was iets gebeurd, iets dat ook de tweeling met geen mogelijkheid had kunnen ontgaan.

“Hoe danst hij?” wilden ze weten, “is hij sterk? Hoe is hij van dichtbij? Waar hebben jullie over gesproken?”

Al had Charlotte gewild, dan nog had ze geen woord uit kunnen brengen. Tot nu toe had ze nooit geloofd in liefde op het eerste gezicht. Maar sinds de hernieuwde kennismaking met markies Nicolai Petrov, was haar mening volkomen gewijzigd...



De afspraak met Twan, Graaf Van Leeuwenstein, was snel gemaakt Zijn assistent was beleefd, maar terughoudend. De ontmoeting zou plaatsvinden in het Business Centre. Christina bereidde zich voor op een pittig gesprek en besloot alles in de strijd te gooien. Jenny en zij stonden immers met de rug tegen de muur.

Gekleed in een zeer zakelijk, zwart mantelpak en lage lakschoentjes kwam ze door de draaideur. Precies vijf minuten te laat, zoals het hoorde. Twan was alleen en kwam met uitgestoken hand op haar af.

“Mevrouw Vlaarding?”

“Graaf Van Leeuwenstein?”

“Meneer Van Leeuwenstein, alstublieft. Ik heb een tafel gereserveerd in het restaurant. Mag ik u een lichte lunch aanbieden?”

Daar had ze al op gerekend. In dit milieu werden de zaken meestal onder het eten gedaan. Ze namen tegenover elkaar plaats en Twan keek haar serieus aan. Dus dit was de dame die Florian tot de verkoop van Chimosan wilde aanzetten. Op het eerste gezicht maakte ze een zeer betrouwbare indruk. Haar make-up was niet overdreven, haar parfum net zo min en ze was bijzonder verzorgd gekleed.

Een op en top zakenvrouw, tot dusverre. Hij moest toegeven een totaal ander beeld van haar gehad te hebben. Op zijn minst veel frivoler dan deze nuchtere vrouw die een zelfverzekerde indruk maakte.

“Chimosan,” zei hij, waarna hij haar reactie afwachtte.

“Een must,” daagde ze hem vervolgens uit.

“Omdat?”

“Dit,” zei ze, terwijl ze haar aktetas opende, “is het rapport dat mijn firma door een onafhankelijk onderzoeksbureau heeft laten opstellen. Het spreekt voor zich.”

Hmm, dacht hij. Professionele aanpak. Ziet er goed uit. Hier is over nagedacht.

“Van der Horst en Lehman,” las hij. “Een uitstekend bureau.”

“U kent de heren Van der Horst en Lehman persoonlijk?”

“Helaas, nee.”

“Uiterst betrouwbaar en dat zeg ik niet alleen vanwege hun positieve oordeel over Chimosan.”

De kaart werd gebracht, ze kozen beiden voor een kruidenomelet en een koel glas witte wijn. Al wachtend op de maaltijd spraken ze over koetjes en kalfjes en Christina viel geen moment uit haar rol.

Ze was zeer geconcentreerd aan het werk en begreep dat deze aantrekkelijke weduwnaar een totaal andere aanpak vereiste dan zijn jongere broer Florian, die een beetje de playboy had uitgehangen.

Twan Van Leeuwenstein was een imposante verschijning met een dito stem en haast koude ogen. Ze zou zichzelf moeten overtreffen om hem wild van lust te maken. Deze graaf had zichzelf volkomen in de hand, maakte een kille indruk en scheen geen moment onder de indruk van haar optreden, al deed ze nog zo haar best.

Pas toen ze het glas hadden geheven, kwam hij op het zakengesprek terug. “Ik zal het rapport van Van der Horst en Lehman met grote aandacht lezen, maar misschien is het raadzaam om mij eerst persoonlijk van het nut ervan te overtuigen.”

Dat was een mooie zin, dacht ze. Hij wilde dus gewoon weten of het verslag de moeite waard was, omdat hij zich anders de moeite kon besparen. Ze stak dus van wal, net zoals ze Florian had uitgelegd wat er van haar preparaat verwacht kon worden, maar deze keer liet ze de foto achterwege. Deze graaf was daarin absoluut niet geïnteresseerd, dat wist ze zeker.

Twan at met kleine hapjes en scheen in zowel haar verhaal als in de omelet te zijn geïnteresseerd.

“U weet dat wij Gentosil al in ons assortiment voeren?”

“Chimosan is vele malen beter. En betrouwbaarder.”

“U spreekt uit eigen ervaring?”

“Ik ga af op het objectieve oordeel van Van der Horst en Lehman, meneer Van Leeuwenstein,” glimlachte ze, maar ook nu gaf hij geen krimp. Hij bleef uiterst correct en zakelijk en bij het afscheid schudde hij haar koeltjes de hand.

Wat een vrouw, dacht hij echter toen zijn Jaguar werd gehaald. Een vrouw die wist wat ze wilde, ook al was hij niet op haar haast onmerkbare avances ingegaan. Hij begreep heel goed hoe het gesprek met Florian was verlopen en diep in zijn hart kon hij zijn broer geen ongelijk geven, hoewel het verre van praktisch was om op die manier te onderhandelen. Zijn auto, die ondertussen gewassen en van binnen helemaal was schoongemaakt, hield vlak voor hem stil.

De graaf stopte een fooi in de hand van de behulpzame portier en stapte in. Hij floot een melodietje op weg naar huis. In Chimosan had hij geen enkel vertrouwen, maar de middag was uiterst plezierig verlopen.

“Waar is Charlotte?”

Bianca keek haar nichtjes bestraffend aan. Mariëlle haalde haar schouders op. De treinreis had haar vermoeid en haar bagage was bijna zoekgeraakt. Frederique had een beter humeur.

“Nog op het château.”

“Van de LeMarteaus?”

“Hoezo?” wilde Alexandra, de moeder van Charlotte weten. “Waarom is ze niet met jullie meegekomen?” Bij voorbaat was Alexandra het al met haar dochter oneens. Charlotte was altijd een druk en uitgelaten kind geweest, niet bepaald zoals van een adellijke jongedame verwacht mocht worden.

“Omdat ze verliefd is,” giechelde Mariëlle, die blij was weer thuis te zijn. Sinds het overlijden van haar moeder Paula, had ze samen met Frederique de halve wereld afgereisd. Ondanks de bezwaren van hun vader Twan, die na het heengaan van zijn echtgenote door een diep dal was gegaan. Gelukkig had de hele familie de drie achterblijvers met raad en daad bij gestaan en krabbelden ze met vallen en opstaan weer langzaam omhoog.

“Charlotte? Verliefd?” schoot Bianca’s stem uit. Ze kon het nog steeds niet uitstaan dan zij op school had gezeten toen haar drie nichtjes naar Parijs waren afgereisd. Ze vond het niet eerlijk. Twaalfjarigen waren tegenwoordig al haast volwassen, vond ze. Het was onzin om haar nog steeds als kind te beschouwen.

“Nogal ja.”

“Tot over haar oren.”

“Hopeloos, redeloos en reddeloos verliefd.”

Alexandra ging zitten. Grootmoeder Emma kwam de salon in. De thee werd over tien minuten geserveerd en de geur van versgebakken koekjes was tot in de salon te ruiken.

“Dat klinkt serieus?”

“Dat is het ook, oma.”

“Mag ik vragen wie de gelukkige is?”

“Pff,” reageerde Frederique, “ze zijn alle twee gelukkig, zou ik denken. Charlotte net zo goed als haar verovering.”

“En dat is?”

“Jullie raden het nooit.”

“Ik wil niet raden, Mariëlle. Ik wil het horen.”

“Jullie hadden erbij moeten zijn,” hield ze haar tante nog even in spanning. “De manier waarop ze naar elkaar keken. Iedereen zag het! Iedereen kon de vonk zien overspringen. Dit is pure liefde.”

“Mooi was het,” mijmerde Frederique, “ja, het was echt mooi om te zien. Eerst was ik stikjaloers natuurlijk. Maar daar na, toen ik zag dat Charlotte steeds knapper werd in zijn nabijheid, kon ik alleen

maar blij voor haar zijn.”

“Wie!” riep Alexandra nu ongeduldig uit, “wie is het, meisjes?”

“Zoals hij binnenkwam,” hield Mariëlle de anderen nog steeds in spanning. “Tussen zijn ouders in. Het was een sprookje.”

“En knap dat hij is. Ongelofelijk! Trouwens, Charlotte ook, tante Alexandra.”

“Terg ons niet langer, kinderen,” merkte Emma nu op. “Om welke jongeman gaat het?”

“Hij komt uit Rusland.”

Alexandra's wenkbrauwen schoten omhoog. De Russische adel stelde niet veel meer voor, wist ze. Het was dus waarschijnlijk iemand van lage komaf.

“Een jonkheer?”

“O nee, tante!”

“Lieve Mariëlle,” kwam haar grootmoeder tussenbeide, “wees zo

vriendelijk en laat ons niet langer in spanning.”

De tweeling keek elkaar aan.

“Goed,” besloten ze. “Zijn voornaam is Nicolai.”

Zowel Emma als Alexandra sloeg haar hand voor de mond. “De jonge markies Petrov? Nee toch?”

“Ja toch, tante.”

“Nicolai Petrov?”

“En geen ander, oma.”

Dat was nog eens goed nieuws! De familie Petrov werd tot de allerhoogste adel gerekend. Hun familiekapitaal was gigantisch, de kunstschatten vermaard. Het waren oude aristocraten die alle oorlogen en politieke stormen met trots hadden doorstaan.

“En wie is dat dan wel?”

“Een zeer knappe vrijgezel, Bianca. Een man uit de allerhoogste kringen.”

“Pff, nou en? Misschien is het wel een etter van een vent.”

“Integendeel,” droomde Frederique hardop, “als je zag hoe charmant hij was. En hoe verliefd hij naar onze Charlotte keek.”

Ze konden hun ogen niet van elkaar afhouden.”

“Wat moet je nou met zo'n stomme Rus. Je kunt hem niet eens verstaan.”

“Hij spreek heel goed Frans en Engels.”

“Ik vind het allemaal overdreven gedoe. Charlotte is maar een paar jaar ouder dan ik. Als ik een invitatie had gekregen, was hij misschien wel op mij verliefd geworden.”

Alle ogen waren nu op de mollige tiener gericht. Bianca had donkere sproeten in een matte huid, te kleine ogen en knalrood, springerig haar. Als er iemand was waarop Nicolai niet verliefd zou worden, dan was zij het wel. De markies kon kiezen uit de mooiste vrouwen ter wereld, maar had slechts oog voor Charlotte.

“Trouwens, Charlotte heeft hem volgende week uitgenodigd.”

Alweer wisselde Emma een snelle blik met haar dochter. “Hier? Op Leeuwenstein?”

“Ja, tante. Daarom is Charlotte nog enkele dagen gebleven. Het personeel heeft natuurlijk tijd nodig om alles in orde te maken.”

“Een formeel bezoek, Mariëlle?”

“Nee, tante. Zuiver informeel. Charlotte wilde graag een diner in kleine kring, alleen de familie en enkele genodigden. Een man of dertig, dacht ze. En ze wilde graag dat de blauwe kamer voor hem in orde gemaakt wordt. En, dat moesten we erbij zeggen, de markies is dol op kaviaar. Russische kaviaar, natuurlijk.”

“Dat spreekt,” beaamde Alexandra, die ogenblikkelijk opstond om maatregelen te treffen. Emma volgde in haar kielzog. De rest van de familie moest op de hoogte gesteld worden. De blauwe kamer moest gelucht en schoongemaakt worden. De kleden moesten worden geklopt, het matras gekeerd, de gordijnen gelucht.

Kortom, de komst van de markies had heel wat voeten in de aarde.



Met zijn handen in de zakken van het versleten, leren jack floot hij door zijn tanden. 

“Te gek,” mompelde hij vervolgens. “Gaaf.”

Wat een kasteel. Ongelofelijk. Die torens, de poort, de binnenplaats. Bewonderd liep hij verder over de binnenplaats. Stallen, zag hij. Voor de paarden natuurlijk. Twee Mercedessen en een Jaguar. Een Porsche zag hij ook nog! In de stallen hoorde hij de paarden stampen. Een dienstmeisje liep door de tuin. Er kwam een vent op hem af. Een ruiter, zo te zien. Hij droeg een rijbroek, een vlot hemd en laarzen.

“U bent?”

Hij grinnikte. “Dat klinkt niet erg vriendelijk, man.”

“U bevindt zich op privéterrein.”

“Weet ik.”

“Bent u hier op uitnodiging?”

“Jazeker. Anders zou ik hier toch niets te zoeken hebben?”

“Van wie, als ik vragen mag.”

“Als je me eerst zegt wie jij bent.”

“Wouter, stalmeester van Slot Leeuwenstein.”

“Paardenjongen, dus. Staljongen.”

“Stalmeester.” Wat een rotjoch, dacht hij. Bleek, mager, slecht gekleed. Te nonchalant, met verfspatten op zijn schoenen. Wat dacht hij wel? Dat hij de familie zo kon bezoeken? 

“Voor wie kom je?”

“Relax, man. Niemand van adel.”

Wouters wenkbrauwen schoten omhoog. “Je komt toch niet voor Lieke?”

Zijn angst werd bewaarheid.

“Heb je er iets op tegen?” luidde de wedervraag.

Nogal ja, dacht Wouter. Als jij die knul bent met wie ze stomdronken is geworden, dan knikker ik je het liefst de slotgracht in.

“Waar is ze?”

“Geen idee. Ergens aan het werk. Heeft ze je uitgenodigd?”

“Moet dat dan?”

“Kun jij nooit eens gewoon een vraag beantwoorden? Lieke vraag beantwoord je met een wedervraag.”

“Gaat jou dat wat aan? Nee toch? Nou dan.”

Op zijn gemak sjokte hij verder. Met het hoofd tussen zijn opgetrokken schouders. Nieuwsgierig om zich heen kijkend. 

“Shit, die auto's zijn gloednieuw!”

“Ik zal je naar de keuken brengen. Als dit bezoek is afgelopen, dien je het terrein zo snel mogelijk te verlaten.”

“Ik wist niet dat staljongens ook zoveel kouwe kak hadden.”

“Loop maar met me mee.”

Eenmaal in Antoinettes domein aangekomen, plofte hij op de bank neer “Dus zo vijandig gaat het er hier aan toe. Belachelijk.”

Antoinettes ogen werden groot van nijd. Wat deed die junk hier? In haar brandschone keuken, waar de pannen glommen en waar je van de vloer kon eten? Hij had smerige laarzen aan, hij stonk, hij had vuile nagels!

“Scheer je weg, jongmens!”

“Hoor nou toch!” grijnsde hij breed, “zelfs het personeel spreekt met een aardappel in de keel! Stel je niet zo aan, vrouwtje. Je bent maar een gewone huishoudster, hoor. Niets meer of minder dan een arme kunstenaar, zal ik je portret maken?”

“Ga hier weg, of ik roep de politie.”

“Roep Lieke liever. Die kent me. Ze weet dat ik geen ordinaire junk ben, want dat denken jullie van me, hè? Dat ik een smerige spuiter ben. Waar of niet?”

Hoewel Wouter in de stallen verwacht werd, piekerde hij er niet over om Antoinette onder deze omstandigheden alleen te laten. Hij hoopte maar dat Lieke snel kwam om deze knaap linea recta terug naar huis te sturen. Daarna moest Matthieu maar eens een hartig woordje met haar praten. Waar moest dat heen gaan, als ze klakkeloos al haar vriendjes hier uitnodigde? Dan was het hek van de dam.

“Het kasteel is privébezit,” zei hij daarom maar, wetend dat dit geen enkele indruk zou maken.

“Weet ik toch, man.”

“Als Lieke je niet herkent, dan zullen we de politie moeten inschakelen.”

“Dacht je dat ik daarvan onder de indruk was?”

Op dat moment stoof Lieke de trap af. Ze had de stem van Sebastiaan ogenblikkelijk herkend. Met open mond van verbazing bleef ze midden in de bijkeuken staan. Daarna liep ze door.

“Wat doe jij nou hier?”

“Op bezoek,” glunderde hij. “Ik was benieuwd waar je werkte. Leuke mensen, hier. En lekkere koffie!”

“Vlegel,” riep Antoinette met opgestoken hand alsof ze hem een pets in het gezicht wilde verkopen.

Lieke voelde Wouters verwijtende ogen op zich gericht. Ze begreep dat hij boos was en kon hem dat moeilijk kwalijk nemen. Dit had nooit mogen gebeuren.

“Ik heb je nooit uitgenodigd.”

Sebastiaan stond op en liep grijnzend op haar af. “Ik heb mezelf uitgenodigd. Leuk, hè?”

“Je kunt hier niet blijven, Sebastiaan. Dat is echt niet mogelijk. Daar krijg ik moeilijkheden mee.”

“Ook als ik een portret maak van die mevrouw?”

“Van Antoinette?”

“Ik heb nu al zo lang naar haar gekeken dat ik het uit het hoofd kan. Ze hoeft niet eens te poseren,” en al staand pakte hij een verfrommeld schetsboekje uit zijn borstzak en zette met enkele rake lijnen het boze gezicht op papier.

“Alstublieft, mevrouw,” overhandigde hij het met een zwierige buiging. “Jij ook?” richtte hij zich tot Wouter die met demonstratief grote stappen de keuken verliet. Lieke moest het zelf maar uitzoeken. Hij bemoeide er zich verder niet mee. Zijn ferme voetstappen dreunden op de trap en hij keek niet om.

Antoinette nam het schetsje van de jongen aan. Weliswaar met tegenzin, maar ze deed het toch. Vervolgens werden haar ogen groot van verbazing. Want wat ze zag, was haast niet te geloven. Hoewel de tekening maar uit enkele lijnen bestond, keek ze ontegenzeggelijk naar haar eigen gezicht.

“Nog één?” probeerde Sebastiaan het ijs te breken en zonder een antwoord af te wachten, maakte hij een dubbelportret. Zowel Antoinette als Lieke werd geportretteerd. In mum van tijd was het af en legde hij de schets lachend op tafel. 

“Wacht,” zei hij, “ik doe die vent toch ook nog even. Die jongen uit de stallen.

“De stalmeester,” corrigeerde Lieke hem, omdat ze het niet kon hebben dat hij zo oneerbiedig over Wouter sprak. 

“Die kouwe kakker, ja.” En weer ging zijn hand over het papier en zag Lieke het bekende gezicht verschijnen.

“Ongelofelijk,” zei Antoinette fluisterend. Ze was inmiddels hevig onder de indruk. “Dat je dat kunt.” Je bent een echte kunstenaar, hè?”

Sebastiaan haalde zijn schouders op. 

“Ach, ik doe mijn best. Maar de mensen weten je talent vaak niet op waarde te schatten. Dat is nog weleens jammer.”

“Dus je verkoopt niet veel?”

“Haast nooit.”

De kokkin sloeg haar dikke armen over elkaar. Eigenlijk viel dit jongmens best wel mee. Hij was helemaal niet zo onbeschoft als ze aanvankelijk had gedacht. En die kleren hoorden nou eenmaal bij een artiest. Ze had nog nooit een schilder in driedelig grijs gezien.

Ze zag hoe Lieke naar hem keek en kon zich opeens best voorstellen dat ze voor hem gevallen was. Sebastiaan was een apart type, dat kon ze niet ontkennen. Hij beschikte over een bepaalde vrijmoedigheid die waarschijnlijk niet bij iedereen even goed in de smaak viel.

“Dus je hebt niet veel geld?”

“Ik heb nooit geld,” glimlachte hij. “Maar dat hindert niet. Ik ben eraan gewend. Ik leef van wat de mensen me geven. Mijn uitkering gaat helemaal op aan de huur van mijn atelier.”

“Heb je honger, jongen?” hoorde Antoinette zichzelf zeggen. Hoe was het mogelijk, dacht ze, dat ze zo snel overstag ging? Sebastiaan hoorde niet in haar keuken, maar toch schonk ze hem een mok koffie in en sneed ze een paar plakken cake af.

“Ik moet naar boven,” zei Lieke, met een snelle blik op de etende Sebastiaan. Ze moest met hem praten en hem duidelijk maken dat dit nooit meer mocht gebeuren. Hij kon niet op het slot om eten komen bedelen. Ze zou zich geen raad weten als de oude gravin opeens in de keukens zou verschijnen. Ze zou door de grond gaan van schaamte!

“Ik wacht wel tot je klaar bent, liefje.”

Antoinette hapte naar adem. Het was niet te hopen dat Lieke serieus verliefd was op deze arme sloeber. Ze kon wel iets beters krijgen.

“Nee, Sebastiaan. Je kunt hier niet blijven,” zei Lieke resoluut. Dit is niet zomaar een kasteel, dit is een bedrijf waar alles op rolletjes moet lopen. Als Matthieu straks binnenkomt, moet je weg zijn.”

“Is dat de graaf? Matthieu?”

“De butler,” antwoordde Antoinette al, die zag hoe hongerig hij was en eigenlijk nog een paar eieren voor hem wilde bakken. Maar het dienstmeisje had gelijk. Hij moest hier zo snel mogelijk weer verdwijnen. Ook al had ze best begrip voor zijn situatie, hij moest zijn eigen problemen maar oplossen.

“De butler,” hoonde Sebastiaan ondertussen, “is dat een soort chef van jullie?”

“Inderdaad. Hij voert hier het personeelsbeleid.”

“Tjonge, wat een dure woorden. Enfin, gelukkig heb ik alleen maar met zijn kwasten te maken. Die zeggen tenminste niets. Hartstikke bedankt voor de cake, mevrouw.”

Hij stond al op, sloeg even een arm om Antoinettes schouders en drukte pardoes een kus op haar voorhoofd. De arme vrouw wist niet wat haar overkwam. Mopperend duwde ze hem weg en boog zich vervolgens met een rood hoofd over haar pannen.

Lieke keek hem niet-begrijpend aan en hij haalde verontschuldigend zijn schouders op. “Zo ben ik nou eenmaal. Ik kan er ook niets aan doen. Zie ik je vanavond?”

“Acht uur?”

“Wat jij wilt. Ik ben gewoon thuis.”

“Goed,” glimlachte ze, opgelucht omdat hij aanstalten maakte om weg te gaan. “Tot vanavond.”

Eenmaal op de binnenplaats voelde hij de ogen van Wouter in zijn rug. Geinig wel hier, dacht hij ondertussen. Dat kon hij weleens vaker doen. Als hij Lieke nou te vriend hield, dan had hij er weer een eetadresje bij.

Hoe vaker hij kwam, des te sneller ze aan hem zouden wennen. Misschien zou hij ooit de adel op het doek kunnen vastleggen. Dat zou onwijs gaaf zijn. Dan had hij niet alleen gratis te eten, maar kon hij hier ook nog iets verdienen!

Eenmaal buiten draaide hij zich om.

“Dat dacht ik wel,” mompelde hij in zichzelf, “die staljongen kan mijn bloed wel drinken. Hij is waarschijnlijk verliefd op Lieke.”

Hij stak zijn hand groetend omhoog, maar Wouter reageerde niet. Hij wachtte totdat de kunstenaar uit het zicht verdwenen was en toen pas draaide hij zich om.

“Rotvent,” mompelde hij op zijn beurt, “die geeft helemaal niets om Lieke. Hij gebruikt haar alleen, maar maak haar dat maar eens wijs. Dat gelooft ze in geen honderd jaar.”

De rest van de dag verdween zijn slechte humeur niet. Hij was kortaf en verscheen tijdens de lunch niet aan tafel. Hij at wel waar hij hoorde: in de stallen.



Zowel Mariëlle als haar zusje Frederique liep de werkkamer van hun vader in. De knappe weduwnaar zat aan zijn bureau. Zijn dochters omhelsden hem en snoven meteen de kruidige aftershave op. Dat verbaasde hen. Sinds de dood van hun moeder had papa zich alleen geschoren omdat het moest, at hij omdat zijn lichaam moest voeden en dronk hij uit lijfsbehoud.

“Vertel me alles over Parijs.”

Hij ging er eens rustig voor zitten en hoorde de enthousiaste verhalen van zijn dochters geamuseerd aan. De bals, de diners, de picknicks, op die leeftijd was alles nog spannend. Het kleiduiven schieten, de ritten met je geliefde door het bos.

“Nicolai Petrov?” herhaalde hij even verbaasd als de anderen. “Komt hij hier?”

“Volgende week, pap. Ik wil er wel bij zijn.”

“En je colleges dan?”

“Haal ik later wel weer in. Wat jij, Frederique?”

Frederiques antwoord ging verloren in het rinkelen van de telefoon.

“Met Van Leeuwenstein.”

De tweeling zuchtte. Papa's zaken waren altijd belangrijker dan hun gesprekken. Ze wachtten geduldig tot hij ophing, maar blijkbaar ging dat deze keer niet zo snel. Onwillekeurig rechtte Twan namelijk zijn rug en streek hij enkele keren door zijn haar.

“Natuurlijk, mevrouw,” hoorden ze hem zeggen. “Dat is geen enkel probleem.”

Met gefronste wenkbrauwen volgden ze het gesprek. Papa klonk charmanter dan anders. Veel toeschietelijker dan ze van hem gewend waren.

“Acht uur in de bar van hotel Imperial. Prima.”

Ze keken elkaar aan. In de bar van een hotel gebeurden soms rare dingen. Dat hadden ze op hun lange reizen na mama's overlijden zelf vaak genoeg meegemaakt. Dat was helemaal niets voor papa!

“Een zakenbespreking,” legde hij daarna wat schutterig uit. Mevrouw Vlaarding had precies op het verkeerde moment gebeld. De meisjes zouden er nog iets achter zoeken! Dat wilde hij voorkomen. Ook al had hij verschillende malen teruggedacht aan de lunch in het Business Centre, het was en bleef natuurlijk een puur zakelijke aangelegenheid.

“Met een vrouw?”

“Ja, Mariëlle.”

“In een bar?”

“Ja, Frederique,” gaf hij toe.

“Maar papa, je doet toch geen zaken in een hotelbar?”

“Het is onze tweede ontmoeting. De vorige keer...”

“O? Ik dacht dat jij altijd zo resoluut was als het zaken betrof?”

“Het gaat om Chimosan.”

“Dat nepmiddel van oom Florian? Ik begrijp je niet, papa. Je gaat altijd zo zorgvuldig met je tijd om. Het is toch onzin om dan een hele avond te verdoen met een mevrouw aan een bar?”

“Twee mevrouwen zelfs,” glimlachte hij fijntjes. “Mevrouw Vlaarding neem haar partner mee. Een zekere,” hij keek op de gemaakte aantekening, “mevrouw Jenny Jacobs.”

“Nou zeg! Twee?”

“We gaan praten, lieverds. Niets meer en niets minder.”

“Ik weet het niet, hoor... Jenny is echt zo'n stoeipoezennaam.”

“Hoe kom je daar nu bij! Jenny is een keurige naam, beschaafd en apart.”

“Je verdedigt ze nu al!” reageerde Frederique met flitsende ogen. “Ik vind het nergens op slaan, pap. Zaken bespreek je niet om acht uur 's avonds.”

“En zeker niet in een hotelbar,” voegde haar zusje daaraan toe.

“Ik vind het niets.”

“Ik ook niet,” Mariëlle sloeg demonstratief haar armen over elkaar. “Straks willen ze je nog verleiden.”

“Dat willen ze misschien wel, maar dat lukt ze niet.”

“Je bent mama toch zeker niet vergeten?”

Er verscheen een oneindig trieste blik in zijn ogen en meteen hadden ze spijt van hun woorden. Ze wilden niet dat hun vader van een andere vrouw zou gaan houden, maar nu ze zijn reactie zagen, begrepen ze weer dat die angst volkomen ongegrond was.

“Mama was mijn maatje,” klonk het zachtjes. “Mijn grote liefde. Ik hield van haar zoals ik nooit meer van een vrouw zal kunnen houden.”

Tijdens het spreken nam hij de matgouden lijst in zijn handen en keek hij naar haar vrolijke beeltenis. “Ze is altijd bij me,” mompelde hij, “ook al kan ik haar niet zien, ik weet dat ze me nooit alleen laat. En jullie ook niet. Jullie hoeven je geen zorgen te maken, lieverds. Er komt niemand voor haar in de plaats.”

De zusjes depten hun ogen droog. Ook al was Paula al een paar jaar dood, het verlies deed nog altijd pijn. Ontroerd schraapten ze hun keel.

“Dat weten we ook wel, pap. Frederique en ik voelen het net zo. Mama is altijd bij ons.”

“Ze houdt nog steeds van ons.”

Twan knikte. “Natuurlijk doet ze dat...”

Toen de tweeling zijn kamer verlaten zat, zette hij peinzend de foto terug op zijn plaats. Want ondanks alles bleef hij een man van vlees en bloed. Hoe moest dat dan in de toekomst? Hij kon toch niet altijd alleen blijven?



Het was een mooie dag geweest en de warmte hing nog in het atelier. Het was minder koud dan de vorige keer, toen de ijskoude wind door de stad gefloten had. Deze keer had Sebastiaan zelfs boodschappen gedaan, zag ze. Er stond een fles wijn, er lag een stokbrood en er was zelfs brie in huis! Dat had ze nooit verwacht. Kennelijk gaf hij meer om haar dan ze had durven hopen. Als hij dit speciaal voor haar gekocht had, had dat toch iets te betekenen.

“Heb je geld?” vroeg ze dan ook, maar hij gaf geen antwoord en legde haar jack op het bed.

“Ga zitten en veeg me maar meteen de mantel uit. Dan hebben we dat ook weer gehad,” begon hij.

“Hoezo?”

Hij glimlachte en ging knus naast haar zitten, want hij had zin in haar. Misschien was ze nog maagd, had hij opeens bedacht. Het zou hem niet verbazen. Lieke was een keurig type dat wel hield van een flirt, maar niet zomaar met iedereen tussen de lakens kroop. Het gaf hem wel een kick om de eerste te zijn. Een maagd had hij nooit eerder gehad.

“Ik zag het aan je gezicht, liefje.” Hij draaide zich naar haar toen en legde zijn hand op haar dij. Niet op haar schouder, zoals dat hoorde bij een voorzichtige ontdekkingstocht, maar hoog op haar dij. Ze vond het wel prettig en bleef rustig zitten.

“Je was boos om me op je werk te zien.”

“Niet echt boos, maar wel verbaasd.”

“Je jokt,” grinnikte hij, “maar dat hindert niet.”

“Het is nou eenmaal niet de gewoonte dat het personeel bezoek ontvangt. Dat kun je niet maken.”

“Dus?”

“Dus wat?” Hij trok haar hoofd naar zich toe, maar zoende haar niet. Hij streek even door haar haren en zag dat ze er klaar voor was. “Je moet niet bang zijn om eerlijk tegen me te zijn. Als je niet wilt dat ik ooit nog een voet over de kasteeldrempel zet, dan moet je dat gewoon zeggen.”

“Oké, bij deze.”

“Zeg het dan?” daagde hij haar uit, waarna zijn hand nonchalant naar beneden gleed en haar rechterborst omvatte. 

“Mooi,” mompelde hij. “Zware borsten heb je. Daar houd ik van. Nou, zeg eens?”

Ze was in de war. Hij streelde haar op plaatsen die haar verlegen maakten, hij gedroeg zich alsof ze elkaar al lang kenden, hij raakte haar aan zonder haar nog maar gezoend te hebben. Was zij nou gek? Was dit niet de omgekeerde volgorde? “Wat moet ik zeggen?”

Hij duwde haar voorzichtig achterover en kwam naast haar op de sofa liggen. “Ben je nog maagd?”

“Eh...” het duizelde haar. Het ging allemaal zo vreemd. Heel anders dan ze zich altijd voorgesteld had. Er gebeurde van alles zonder dat ze er grip ophad.

“Zeg het dan,” fluisterde hij in Haar oor. “Dat je me niet meer wilt zien op het slot.”

“Precies,” beaamde ze, omdat ze dat tenminste begreep, “ik kan het niet maken.”

“Behalve als ze me leren kennen.”

“Dan ook niet.”

“We zien wel, oké? Nou? Ben je nog maagd of niet?” .

Ze had hier geen zin in. Dit was niet romantisch. Bovendien stonk hij uit zijn mond en kneep hij te hard in haar borsten.

“Sebastiaan, wacht... ik...”

“Gaat het te snel, liefje?”

“Ik weet niet eens wat je wilt!”

“Dan ben je nog maagd,” grijnsde hij. “Anders zou je het wel begrijpen.”

“Maar je kunt me toch niet zomaar achterover duwen?”

Hij kwam overeind en zat op zijn knieën naast haar. “Waarom niet?” “Je moet toch eerst iets tegen me zeggen? Een beetje sfeer maken?”

Hij legde zijn hand langs haar gezicht. “Je bent een romantisch popje, hè? Je wilt eerst horen dat ik gek van je ben, nietwaar? Dat ik naar je verlang, dat ik me haast niet meer kan beheersen, dat je alles voor me bent?”

Ze haalde even diep adem. “Als je het zo zegt, klinkt het zo cynisch.”

“Ik ben zoals ik ben, lieve Lieke. Probeer me niet te veranderen, want dat lukt je toch niet. Je bent een mooie vrouw, maar dat weet je zelf al. Moet ik het dan nog een keer hardop uitspreken alleen omdat jij dat wilt horen? Dat zou toch onzin zijn?”

“Vind je?” Ze twijfelde aan zichzelf. Was ze echt zo kinderachtig? Onvolwassen? Was het onzin om een paar complimentjes te willen horen voordat je voor het eerst met elkaar ging vrijen?

“Je vindt me burgerlijk, hè?”

“Welnee, ik neem je zoals je bent. Ik accepteer je zonder een oordeel te hebben. Ik denk niet na over zulke dingen.”

“Maar,” ze twijfelde een moment, “geef je dan wel iets om me? Ik bedoel, seks is toch een uiting van liefde?”

“Voor een vrouw, ja. Niet voor een man.”

“Maar ik ben een vrouw, Sebastiaan.”

“Daar heb je een punt, dat moet ik toegeven. Ik denk er natuurlijk anders over, maar dat is weer typisch mannelijk. Ik vind je leuk. Zó leuk dat ik naar je verlang.”

Nou, dacht ze, als dat alles is, zou ik meteen mijn boeltje moeten pakken en weggaan. Leuk was niet voldoende. Hij moest op zijn minst toch verliefd op haar zijn, maar haar nieuwsgierigheid was inmiddels gewekt.

“Ja,” fluisterde ze, “ik ben nog maagd. Tenminste, ik heb het nog nooit echt gedaan.”

“Een beetje geklooid in de fietsenstalling op school, zeker.”

“Hoe weet je dat?” maar hij knoopte haar bloes al open. Snel en handig. Zonder enige romantiek vlogen zijn ogen over haar blote borsten, waarover hij zijn wijsvinger liet glijden zonder zich iets van haar onzekerheid aan te trekken.

Vond hij haar mooi? Wat dacht hij nu? Was ze aantrekkelijk? Geen idee, maar ze was te laat. De opwinding had al bezit van hem genomen en nog geen kwartier later viel hij hijgend op haar neer. Al die tijd had ze naar het plafond gekeken. Hij had nog niet eens de moeite genomen om zijn broek uit te doen!

“Gaaf,” was het enige dat hij zei, “dat was gaaf. Voor jou ook?”

“Nee, ik vond er niets aan.”

“Volgende keer beter dan. Het is even wennen voordat je de slag te pakken hebt. Net zoals bij schilderen. In het begin is het modderen, later wordt het beter. Seks of kunst, het is allemaal een pot nat. Daar ligt je bloesje.”

Hij stond op, ging naar de keuken en dronk een glas water. Daarna schonk hij de wijn in en kwam weer knus tegen haar aanzitten. Alsof er niets was gebeurd, dacht ze. Alsof je elke dag een meisje ontmaagdt...



Het gezelschap van markies Nicolai Petrov deed allen plezier. Zijn conversatie was beschaafd, maar humoristisch. Zijn houding voorkomend en charmant, ook al kon hij zijn ogen bijna niet van Charlotte afhouden.

Charlotte, op haar beurt, was schuchter. Ze keek vaak naar de grond en had hoogrode blosjes van opwinding. Haar moeder kende haar eigen dochter nauwelijks terug en Ruben, haar vader, keek geamuseerd toe. Zijn kleine meisje was zo verliefd dat ze zich geen houding wist te geven.

Bij aankomst had ook Nicolai duidelijk in tweestrijd gestaan. Moest hij haar omhelzen of de hand schudden? Hij koos voor een charmante middenweg door voor haar te buigen en zijn lippen op haar vingers te drukken.

Op dat moment echter, had Bianca misprijzend gesnoven. “Achterlijk gedoe,” had ze tegen haar moeder gefluisterd. “We leven niet meer in de middeleeuwen, hoor. En zo knap is hij nou ook weer niet. Ik dacht dat hij meer op Brad Pitt zou lijken.”

“Gelukkig niet,” mompelde Felicia dromerig, “wat een man...”

“Doe niet zo ouderwets, mam. Die vent ziet er toch niet uit?” maar haar moeder liep al naar hem toe en maakte een sierlijke revérence.

Bianca wist nog van toeten of blazen. Net zoals haar leeftijdsgenoten adoreerde ze blindelings de bekende tieneridolen.

De lunch verliep ongedwongen en toen de markies en de jonge gravin naar de stallen verdwenen, werden ze door iedereen gadegeslagen. Eenmaal bij de box van Wildfire aangekomen, bleven ze onwennig staan. 

Wouter, die weliswaar nieuwsgierig was, maar zijn plaats wist, liep naar zijn kantoor. De fax ratelde en er waren drie telefoontjes binnengekomen.

“Charlotte...” Nicolai's lippen bewogen nauwelijks, maar zijn ogen schenen zich diep in die van haar te boren. Haar wimpers knipperden even op haar blanke huid en het hart bonkte in haar keel. Zou hij haar kussen? Net zoals bij het afscheid? Dat was een kus die ze nooit meer zou vergeten.

“Nicolai, ik...” maar wat wilde ze eigenlijk zeggen? Dat ze elke nacht van hem gedroomd had? Dat hij de eerste was aan wie ze 's ochtends moest denken? Dat hij geen moment uit haar gedachten was?”

“Ik heb aan je gedacht als ik naar de sterren keek,” klonk het romantisch. Zijn stem was laag en het timbre was opwindend. “En als ik de zon over het land zag schijnen. Ik dacht aan je tijdens mijn ritten door het bos en tijdens het kleiduiven schieten, lieve Charlotte... Ik dacht aan je tijdens de gesprekken met mijn ouders, of tijdens het zakendoen. Kortom Charlotte, je bent geen moment uit mijn gedachten geweest...”

“O Nicolai... Ik heb ook veel aan jou gedacht...”

Hij nam haar beide handen in die van hem en deed een stap naar haar toe. Ze slikte, omdat ze wist wat er komen ging. Hij zou haar weer kussen, precies zoals ze gehoopt had. Ze zou zijn mond op die van haar voelen en zijn lichaamsgeur mogen opsnuiven. Nooit eerder had ze geweten dat de liefde zo puur en zuiver kon zijn. Langzaam kwam zijn hoofd naderbij en al die tijd keek hij haar ernstig aan.

Ze moest haar hoofd naar hem opheffen en bij die beweging openden haar lippen automatisch voor hem. Opeens voelde ze de zachte strelingen van zijn handen op haar rug.

Vlinderlichte aanrakingen waren het, die haar deden huiveren van genot. Met ingehouden adem wachtte ze af en toen opeens was zijn mond op die van haar.

Ze kusten elkaar verlegen eerst, maar daarna lieten ze hun reserves varen. Hun omhelzing werd inniger en hun kus hartstochtelijker, maar opeens deed hij geschrokken een stap achteruit.

“Het spijt me, Charlotte... Je mag niet denken dat ik je niet respecteer... Dat ik alleen aan mijn eigen genoegen denk... Ik mag me niet zo laten gaan, neem me niet kwalijk...”

Ze glimlachte en wist precies hoe ze moest reageren.

“Mijn respect is even groot als dat van jou, Nicolai... Denk alsjeblieft geen verkeerde dingen van me...”

Hij glimlachte teder en intens verliefd. “Nooit,” fluisterde hij, “in geen duizend jaar...” Ze kusten elkaar weer en pas na lange tijd lieten ze elkaar spijtig los. “We moeten naar buiten, mijn liefje,” prevelde hij, “je familie mag geen verkeerde dingen gaan denken...”

Al had ze liever nog uren met hem in de stallen doorgebracht, toch was het verstandiger om te doen wat hij had voorgesteld. Vlak naast elkaar, niet met de armen om elkaar heen geslagen, niet hand in hand, liepen ze de binnenplaats op.

Heimelijk gadegeslagen door alle betrokkenen, tot Lieke aan toe. Ja, dacht ze, dat is pas romantiek. Zoals ze naar elkaar kijken en proberen elkaar niet aan te raken, hoewel ze beiden niets liever willen. Dat is pas liefde, Sebastiaan, niet dat onverschillige gedoe van jou. En vandaag of morgen kom ik langs om je dat te vertellen!

Zodra het jonge paar uit het zicht verdwenen was, kwam opeens iedereen weer in beweging. De heren liepen terug naar hun bureau, de dames zochten elkaar op om hun ervaringen uit te wisselen en in de keukens was men druk in de weer met de voorbereidingen voor de middagthee. Het mocht markies Nicolai Petrov immers aan helemaal niets ontbreken...



Het moest toch wel heel gek gaan, dacht ze, als hij vanavond niet zou toehappen. Discreet had ze informatie ingewonnen die haar nu goed van pas zou komen. Twan van Leeuwenstein bleek namelijk weduwnaar en al was hij honderd maal van adel, ook graven hadden zo hun behoeftes.

Dat kwam dus goed uit. Ze kende haar sterke punten en die zou ze gebruiken ook. De bank werd steeds lastiger. Het werd werkelijk tijd voor een fikse investering.

Om half acht keek ze tevreden in de spiegel. “Perfect, al zeg ik het zelf.”

Ze streek over haar heupen. Dit klassieke jurkje met de boothals en korte mouwtjes, kleedde superslank af. Het zwarte fluweel stond haar uitstekend. Ze droeg slechts een eenvoudige parelketting en had haar nagels naturel gelakt.

“En? Ben je er klaar voor?” klonk de stem van Jenny aan de andere kant van de lijn. “Wat draag je?”

“Mijn zwarte jurkje.”

“Met je pumps?”

“Nee, nieuwe schoenen. Een lagere hak dan mijn pumps.”

“En je haar?”

“Opgestoken.”

“Gelukkig, ik dacht even dat je het los had.”

“Natuurlijk niet. Een afspraak met een graaf vraagt om opgestoken haar.”

“Het gaat vanzelf wel los,” lachte Jenny, “tenminste, als het goed gaat.”

“Als ik hem zover krijg, inderdaad. Dit is een nuchtere vent, een echte zakenman. Maar er is een lichtpuntje. Hij is weduwnaar.”

Vol zelfvertrouwen liep ze een half uurtje later de lounge in. Het was een bijzonder chique hotel. Uit de eetzaal steeg een beschaafd geroezemoes op, er werd zachtjes gelachen en beleefd geproost. In de bar speelde een pianist een keurig achtergrondmuziekje. Er zaten enkele heren aan de bar, twee dames zaten aan een tafeltje en achter haar aan liep een bejaard echtpaar op de bar af.

Graaf Twan van Leeuwenstein was al aanwezig. Met uitgestoken hand en haar charmantste glimlach liep ze op hem af. Ze was een plaatje, schoot het door hem heen. Een beeldschone vrouw die waarschijnlijk altijd haar zin kreeg.

“Mevrouw Vlaarding,” begroette hij haar glimlachend, terwijl hij opstond en haar de hand schudde. “Gaat u zitten. Wat mag ik voor u bestellen?”

“Een glaasje witte wijn, alstublieft.”

Ze voelde hoe hij naar haar keek. “Uw partner komt nog, neem ik aan.”

Hij keek demonstratief naar de ingang van de bar.

“Het spijt me, mevrouw Jacobs is verhinderd. Haar toestel had vertraging en aangezien ik deze afspraak te belangrijk vond om te verzetten, ben ik alleen gekomen. Ik hoop dat u daar geen bezwaar tegen hebt?”

Dat is fraai, dacht hij. Ze zaten hier dus alleen. Blijf alert, jongen, sprak hij zichzelf toe. Laat je niet in de luren leggen. Geef deze juffrouw geen troeven in handen, want die speelt ze ogenblikkelijk uit. Dit is een geraffineerde tante die recht op haar doel afgaat. Kijk maar naar Florian.

“Geenszins,” antwoordde hij niettemin charmant, waarna ze het glas hieven.

“Op een succesvolle afhandeling, meneer Van Leeuwenstein.”

“Dat is in dit stadium misschien nog te voorbarig, mevrouw. We zullen eerst de verschillende aspecten van de zaken moeten belichten. Ik heb het rapport gelezen.”

“Dat doet mij plezier.” Ze zat dicht naast hem. Als ze zich bewoog, dan zou haar knie die van hem raken. Maar ze bewoog niet. Daar was het nu nog veel te vroeg voor. 

“Mag ik weten wat uw oordeel is?”

“Ik heb nog een paar vragen.”

“Ik had niet anders verwacht,” loog ze. De moed zakte haar in de schoenen. O shit, hij ging toch niet moeilijk doen? Een paar ton was immers niets voor de Leeuwenstein-dynastie. Ze werden er werkelijk niet armer van. Alleen al hun kunstschatten vertegenwoordigden een honderdvoud van dat luttele investeringsbedrag.

“Ik heb,” zei hij, terwijl hij een dossier uit zijn aktetas viste en op de bar legde, “wat vragen opgesteld aan de hand van eerder afgesloten transacties.”

Hij schoof de stukken naar haar toe en quasi geïnteresseerd bladerde ze het door. “U hebt uw huiswerk gedaan, meneer Van Leeuwenstein.”

“Zoals gewoonlijk, Mevrouw Vlaarding.”

“Chimosan zal u niet teleurstellen.”

“De financiële investering die u vraagt, rechtvaardigt een grondig onderzoek.”

“Vanzelfsprekend,” glimlachte ze, waarna ze een grote slok wijn nam. Ze had de pest in. En goed ook. Hij moest eens weten dat ze met de rug tegen de muur stond! Verdomme, ze zat hier toch niet voor de lol?

“Bovendien zal ik de zaak met mijn achterban moeten bespreken. Mochten wij inderdaad tot investeren overgaan, dan is dat zeker niet op korte termijn.”

Shit! Verdomme shit, man! Dat kun je niet maken! Ik heb geld nodig en snel ook!

“Dat is volkomen begrijpelijk, meneer Van Leeuwenstein,” reageerde ze echter. “U hebt Chimosan wellicht zelf al geprobeerd?”

“Waarom denkt u dat?”

De pianist hield even pauze. Hij dronk een kop koffie aan de bar en maakte grapjes met een heer die van een cognacje aan het genieten was.

“Neemt u mij niet kwalijk, maar ik vind u er beter uitzien dan de vorige keer.”

Hij strekte zijn rug en als vanzelf ging zijn hand naar de knoop van zijn das, die hij even heen en weer bewoog.

“Dank u zeer, mevrouw.” Toegegeven, dit complimentje streelde hem. Het was lang geleden dat hij zoiets gehoord had. Sinds de dood van Paula was hij niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk lange tijd uit balans geweest.

“U lijkt me bijzonder vitaal. Alsof de toegevoegde vitaminen van Chimosan hun werking niet gemist hebben.”

Hij glimlachte slechts en pakte zijn glas. Drinken deed hij evenwel niet. Mevrouw Vlaarding ging door met hem stroop om de mond smeren.

“Voor een man van uw leeftijd beschikt u over een bijzonder charisma.”

Ja, ze wist het. Die deed het altijd goed. Charisma was een woord dat ze anders nooit gebruikte, maar dat in deze situatie bijzonder toepasselijk was. Mannen hielden van die uitdrukking, dat had ze in de loop der jaren wel geleerd.

“Dat is erg vriendelijk van u.”

“U doet waarschijnlijk veel aan lichaamsbeweging?”

“Veel te weinig, ben ik bang. De grote werkdruk staat ontspanning nauwelijks toe.”

Hij bleef verdomd formeel, stelde ze vast. Dat betekende nog meer haar best doen. Nog harder werken. Het was nu of nooit.

“Natuurlijk maak ik dagelijks een rit op mijn hengst door de bossen. En ik tennis enkele keren per week, maar ik vrees dat het daar wel zo'n beetje bij blijft.”

“U hebt een opmerkelijk gezonde en energieke uitstraling.”

“Dank u,” nam hij ook dit compliment met een glimlach in ontvangst, waarna ze even ging verzitten zodat hij haar knie tegen die van hem voelde.

Het is niets, sprak hij zichzelf toe. Het ging per ongeluk. Je moet er niets achterzoeken.

Dat Christina hele andere plannen had, zou hij even later merken.

Ze had immers geen keus. Het was alles of niets. En zij koos voor het eerste. Ze zou werkelijk alles wat ze had in de strijd moeten gooien.



Nou ja, dacht ze, hij leek weliswaar weinig op Brad Pitt, maar eigenlijk mocht hij er best zijn. Ze had hem al verschillende malen gadegeslagen. Tijdens het eten, bijvoorbeeld. Of als hij in de bibliotheek het ochtendblad las. Of tijdens de middagthee. Dat Charlotte en hij waanzinnig verliefd waren, dat wist inmiddels iedereen.

Dat kon ze niet uitstaan. Charlotte stond toch altijd al in de belangstelling. Haar stomme nicht was bij iedereen geliefd. Zelfs bij haar moeder. Iedereen wenste haar veel geluk met markies Nicolai Petrov, de schatrijke, intelligente en knappe vrijgezel.

Nou, daar ging zij dus mooi verandering in brengen. Uit nijd had ze een list bedacht, die een streep door Charlottes rekening zou zijn. Zij, Bianca, had thuis moeten blijven, terwijl haar drie nichtjes lekker in Parijs waren uitgenodigd? Mooi, dan zou zij wraak nemen ook. Ze stond immers toch al als kreng bekend. Goed, dat zou ze waar maken ook! Het kon haar niets schelen, helemaal niets.

“Hoi Nicolai,” begroette ze hem in de blauwe salon, waar hij op de sofa een boek las. Niet dat hij zich kon concentreren, want hij wachtte met smart op de thuiskomst van Charlotte, die voor een tandartsbezoek naar de stad was. “Mag ik even bij je komen zitten?” Op hetzelfde moment plofte ze al naast hem op de bank.

Enigszins verbaasd schoof hij een stukje opzij. Hij had niet veel op met dit roodharige tienermeisje, dat altijd een slecht humeur scheen te hebben. Ze had weinig meer dan een grauw en een snauw voor haar medemens over en was bepaald geen toonbeeld van tact of elegantie.

Hoewel, dacht hij haar van opzij aankijkend, wat niet is, kon natuurlijk nog komen. Bianca moest zich nog ontwikkelen, misschien draaide ze wel bij.

“Wat gezellig,” merkte hij welwillend op, “wij hebben nog niet zo vaak met elkaar gesproken, sinds ik hier ben.”

“Daarom ben ik nu hier. Ik moet je iets vertellen.”

“Jij? Mij?”

“Charlotte en jij zijn verliefd, hè?”

Ze trok de kauwgum uit haar mond en de lange sliert viel op haar sweater. “Shit.”

Inderdaad dus nog een kind, beaamde hij in zichzelf.

“Charlotte en ik koesteren inderdaad speciale gevoelens voor elkaar. Dat klopt, ja.”

“Maar jullie kennen elkaar toch pas kort?”

“Inderdaad, Bianca.”

“Dus dan weet je nog niet alles van elkaar. Toch?”

Hij sloeg zijn benen over elkaar en vroeg zich af welke kant Bianca op wilde.

“Dat is een kwestie van tijd. We praten veel.”

“En jullie vrijen ook, hè?”

Hij grinnikte hoofdschuddend. “Ik begrijp niet precies waar je heen wilt.”

“Ikke wel. Want dat laatste is juist erg belangrijk. Vrijt Charlotte met jou?”

“Dat is privé, Biancaatje,” probeerde hij zich op luchtige toon ervan af te maken, “dat begrijp je best.”

“Ik begrijp het heel goed. Maar er is iets dat zij je niet verteld heeft. Dat weet ik honderd procent zeker.”

Nee, dacht hij. Ik luister hier niet naar. Dit meisje probeert kwaad bloed te zetten. Ik heb geen idee waarom, maar ik weet het. Ik voel het en ik zie het aan de manier waarop ze nu naar me kijkt.

“Dit is Nederland, Nicolai.”

“Dat weet ik.”

“In Nederland zijn bepaalde dingen heel gewoon die in andere landen raar of vreemd zijn.”

“Zoals?”

“Iets waarover men bij de adel haast nooit praat, maar natuurlijk wel bestaat.”

“Ik heb geen idee wat je bedoelt.”

“Laat ik het anders zeggen.” Ze draaide naar hem toe en keek hem recht aan. Zonder met haar ogen te knipperen, merkte hij. Zonder ook maar een spoortje onzekerheid in haar stem.

“Onze hele familie is blij met jou, nietwaar? Je bent met open armen onthaald, je kamers werden meteen in orde gemaakt, iedereen kijkt je naar de ogen.”

“Dat zou ik vervelend vinden.”

“Geloof me, het is de waarheid. Waarom denk je dat onze familie zo gelukkig met je is?”

Hij haalde zijn schouders op. “Geen idee.”

“Niet alleen omdat je een goede partij bent. Een uitstekende partij zelfs. Nee, het gaat om iets heel anders.”

“Mijn lieve Bianca, ik geloof dat ik geen zin meer heb om naar je te...”

“O ja, dat wil je juist wel! Je wilt juist heel graag luisteren omdat je nieuwsgierig bent. Je wilt weten wat ik je in vertrouwen wil vertellen.”

“Als het om Charlotte gaat, dan wacht ik liever totdat zij zelf zo ver is.”

“Dat zal ze nooit zijn.”

“In dat geval is het voor mij niet van geen enkel belang.” Hij wilde opstaan, maar zij pakte zijn hand en hield hem tegen.

“Luister nou, Nicolai. Achteraf zul je me dankbaar zijn. Ik ben de enige Van Leeuwenstein die het je durft te vertellen. Charlotte houdt namelijk meer van vrouwen dan van mannen.”

Hij keek haar hoofdschuddend aan. “Dat is pure onzin, Bianca.”

“Geen onzin. Dit is Nederland, het gebeurt hier aan de lopende band. Ook bij de adel, wij zijn echt geen uitzondering. Er wordt hier wel heel gewoon over gedaan, maar in Charlottes positie is het natuurlijk best lastig. Ze staat in de publieke belangstelling, dat begrijp je. Daarom is de familie zo blij met jou. Kennelijk is ze in staat om voor jou wel bepaalde gevoelens te ontwikkelen. Op die manier kan ze voor de buitenwereld de schijn ophouden.”

Nu stond hij wel op. Dit kind ging te ver! Hoe haalde ze het in haar hoofd! Dit was pure nonsens!

“Ik wil er liever niets meer over horen, Bianca!”

“Dat begrijp ik ook wel. Je bent je rot geschrokken natuurlijk. Wacht maar af. Eerst zul je denken dat ik een potje zit te liegen, later word je nieuwsgierig. En stukje bij beetje zul je zien dat ik gelijk heb. Nou, ik ga. Ik zie je nog wel, hè?”

Fluitend liep ze de salon uit, hem geërgerd achter latend. Zin om nog langer binnen te zitten, had hij opeens niet meer. Hij wilde naar buiten, de frisse lucht diep inademen. De Hollandse lucht was zuiver en gezond, hij zou een paard laten zadelen en een lange rit maken. Tegen die tijd was Charlotte vast weer terug.

Met de handen in zijn zakken liep hij de binnenplaats over. En dan! vroeg hij zich opeens af. Moest hij haar vertellen wat Bianca had gezegd? Of moest hij erboven staan en haar woorden zo snel mogelijk te vergeten? Hij wist het niet. Nog niet, tenminste.



O nee, hij vergiste zich niet. Dit was nu al de tweede keer dat ze hem aanraakte. Eerst met haar knie, daar re zogenaamd per ongeluk met haai hand. Hij klemde zijn kaken op elkaar. Hoe makkelijk zou het zijn om zich te laten verleiden, zoals Florian overkomen was. Het was geen kunst om met haar mee te gaan naar de hotelkamp die ze waarschijnlijk voor dit doel gereserveerd had.

Ze zouden champagne kunnen drinken en uiteindelijk in bed terechtkomen. Het zou een volkomen logisch gebeurtenis zijn, per slot van rekening waren ze beiden volwassen en hadden ze elkaar genoeg te bieden.

Hij was een vent van vlees en bloed en seks met deze juffrouw zou niet met liefde te maken hebben. Hij zot zichzelf een pleziertje gunnen en vervolgens zonder schuldgevoel kunnen vertrekken. De tweeling hoefde er niets van te weten. Ook Florian ging het niets aan, sterker nog, hij had met niemand iets te maken.

Christina zag de twijfel in zijn ogen en wist dat ze niet langer moest aarzelen. Het was een kwestie van de juiste timing, dan had ze het spel gewonnen! Ze bevochtigde haar lippen met haar tong en glimlachte.

“Meneer Van Leeuwenstein,” ze liet haar stem dalen, “wat ik eigenlijk wilde zeggen, is dat ik u een bijzonder aantrekkelijke man vindt.”

Ze legde haar hand over die van hem. De barkeeper die het allemaal zag gebeuren en het spel al honderden keren had aanschouwd, poetste de glazen. Ze had hem bijna zover, constateerde hij inwendig grinnikend.

Tot haar tevredenheid trok Twan zijn hand niet terug. Hij leek zelfs even te glimlachen.

“Is dat zo, Christina?”

Zijn droge lippen bewogen nauwelijks onder het spreken en hij keek haar strak aan.

“O ja, zeker. Vanaf het eerste moment dat ik u zag...”

Hij glimlachte even. Ze bleef correct en dat amuseerde hem. Ze beheerste het spel tot in de finesses en trok het bijbehorende gezicht.

“Ik voelde me meteen geweldig tot u aangetrokken. Laten we de zaken even vergeten, meneer Van Leeuwenstein. Laten we het over andere dingen hebben.”

“Zoals?”

“De liefde?” opperde ze met haar gezicht vlakbij dat van hem. Hij rook haar parfum die als een onzichtbare waas zijn uitwerking niet miste. Twan van Leeuwenstein was uitermate gevoelig voor sensuele geuren, zoals deze. Bovendien had ze mooie ogen, een werkelijk prachtige kleur groen, zag hij.

“De lust, Christina? Bedoel je dat?”

“Liefde en lust, misschien wel,” fluisterde ze, terwijl ze zichzelf feliciteerde. Hij hapte toe. Het was gelukt. Van pure opluchting begon ze te stralen.

“Naar mijn idee gaat lust aan de liefde vooraf.”

“Er bestaat ook liefde op het eerste gezicht, Twan,” fluisterde ze zachtjes.

De pianist had weer plaatsgenomen. De klanken zweefden door de ruimte en ze schoof nog dichter naar hem toe. “Geloof jij, daarin?”

“Op liefde op het eerste gezicht? Ja, ik denk van wel, ja...”

“Voel jij dan nu wat ik voel?”

“Misschien wel, Christina.” Hij glimlachte nu fijntjes, precies zoals een edelman betaamt, schoot het door haar heen. Als ze niet oppaste, ging ze hem nog echt leuk vinden ook.

“Wie zal het zeggen? Ik weet niet wat jij nu denkt...”

“Mag ik je dat laten zien, Twan?” Ze legde haar handen om zijn bovenarm en drukte haar borsten ertegenaan.

“Waar?”

“Ik heb een kamer gereserveerd. Hier, op de eerste etage. Het uitzicht met zijn honderden lichtjes in de donkere nacht is zo romantisch. Misschien heb je zin om van dat uitzicht te genieten? Samen met mij?”

“Misschien wel, ja.”

Hij legde een bankbiljet op de bar en liep met haar mee door de lounge. Vervolgens stapten ze samen in de lift. Het oudere echtpaar van eerder die avond stond naast hen. De deuren zoefden geruisloos open en Christina moest op haar lippen bijten om niet in lachen uit te barsten. Ze wilde dat ze Jenny kon bellen. Vertellen dat ze uit de zorgen waren. Dat de financiële ellende voorbij was!

“Sta mij toe,” hoorde ze hem zeggen toen ze de chipkaart door het gleufje wilde halen. Als een ware gentleman nam hij die taak van haar over. Hij opende de deur en deed toen een stap naar achteren.

“Kom binnen, Twan,” zei ze hees toen ze langs hem heen naar binnenstapte. “Maak het je gemakkelijk, terwijl ik me even opfris.”

Hij deed echter geen stap over de drempel. “Eerst een korte mededeling van huishoudelijke aard, Christina.”

Hij keek haar aan. Koud, zag ze opeens, maar ze liet haar schrik niet merken. Ze pakte zijn beide handen en glimlachte met een schuin gehouden hoofd naar hem.

“Ik houd zaken en privé altijd strikt gescheiden. Je begrijpt dat zoiets in mijn positie noodzakelijk is.”

Ze liet zijn koude handen los. “Wat bedoel je precies?”

“Als ik hier naar binnen ga, zie ik van alle transacties af.”

“Pardon?”

“Je hebt het goed gehoord, Christina. Chimosan had een kans, totdat jj me wilde verleiden. Vanaf dat moment ben je in de fout gegaan. Het spijt me dat ik je even in de waan heb gelaten. Ik ben man genoeg om een moment nieuwsgierig te zijn naar je spel. Het spijt me,” glimlachte hij charmant. “Je zult een andere geldschieter moeten zoeken.”

De dreun waarmee de deur in het slot knalde, sprak boekdelen. Opgelucht en met kwieke stap liep de graaf naar zijn auto. Dit zaakje was tenminste ook van de baan. Nu kon hij zijn aandacht weer aan belangrijkere kwesties wijden. Maar toch... Toch was het jammer van een mooie vrouw als Christina.



Ze wilde hem zoveel vertellen dat ze haar speech eindeloos herhaalde. Telkens weer maalden de woorden door haar hoofd. Ze probeerde zich aan al le kanten in te dekken en nam ziet voor zich niet te storen aan zijn nonchalante houding en zijn desinteresse. Hij moest weten dat ze zich bedt ogen voelde. De manier waarop hij met haar gevrijd had, kon werkelijk niet door de beugel. Lieke raakte steeds meer overtuigd van het feit dat hij haar gebruikt had. Er was geen sprankje emotie of liefde aan te pas gekomen. Hij had niets gedaan om haar op haar gemak te stellen of lief voor haar te zijn. Integendeel. Het leek wel of het hem nauwelijks iets gedaan had!

Met haar gedachten bij Sebastiaan in het koude atelier, reed ze langs de bossen en de oude zandafgraving. Het was half negen, over een kwartier kon ze er zijn.

Ze was benieuwd hoe hij zou reageren als ze onverwacht voor zijn neus stond. Waarschijnlijk was hij aan het werk en stonk zijn atelier naar olieverf en terpentine.

Nog steeds haar woorden herhalend reed ze de stad in. In de verte hoorde ze de sirenes van een ziekenwagen. De tram kwam rinkelend om de hoek en toen ze parkeerde, zag ze zijn oude fiets aan de ketting naast zijn deur staan.

Hij was dus thuis. Gelukkig maar. Als hij echt iets om haar gaf en als hij wilde dat ze een echte verhouding zouden krijgen, dan moest hij haar vanavond overtuigen. En anders, nam ze zich voor de zoveelste maal voor, anders moest ze het uitmaken. Hoe jammer dat aan de ene kant ook was. Dan zou ze hem vertellen dat ze hem nooit meer wilde zien. Misschien zou hij dan spijt krijgen en over zijn daden nadenken.

Ze drukte op de bel. Het duurde even voordat ze zijn sloffende voetstappen hoorde. Kennelijk droeg hij weer die afgetrapte gympen. Als hij een beetje aardig was vanavond, zou

ze hem meenemen naar de stad om kleren te kopen.

“Hoi?” lachte ze. Hij droeg slechts een spijkerbroek. Zijn bovenlichaam was bloot en zijn haar zat in de war.

“Hai!” grinnikte hij. “Kom je binnen?”

“Als het mag?”

“Van mij wel.” O, die onverschilligheid, dacht ze. Liet hij maar iets merken! Dat hij het leuk vond dat ze langskwam, bijvoorbeeld. Dat hij verrast was.

“Ben je niet verbaasd?” gooide ze daarom zelf maar een balletje op.

Hij haalde zijn schouders op. “Jawel.”

Ze bleef staan en knoopte haar jas los. “Zeg het dan? Dat je het leuk vindt om me te zien.”

“Ik vind het leuk dat je hier bent.”

“Dat is tenminste iets,” verzuchtte ze. “Ik moet met je praten.” Zonder zijn reactie af te wachten, liep ze langs hem heen en duwde de deur van het atelier open. Op de groene sofa, precies waar zij altijd zat, hing een halfnaakt meisje tegen de leuning aan. Ze hield een zijden lap voor haar borsten

“Doe snel de deur dicht, joh! Ik verrek van de kou.”

“Kelly, Lieke, Lieke, Kelly,” stelde Sebastiaan de twee aan elkaar voor.

Lieke stond als aan de grond genageld. “Ik wist niet dat je aan het werk was?”

“En hoe,” giechelde Kelly, “dus jij bent nou Lieke.”

“Ja. En jij?”

“Kelly dus. Sebastiaans vriendin.”

De schilder kruimelde de hasj zorgvuldig over de tabak en likte daarna de joint dicht. “Dit heb ik even nodig,” zei hij. “Praten jullie ondertussen maar gewoon door.”

Lieke snapte er niets van. Deze oranje pluizenbos met haar piercings was Sebastiaans vriendin? Hoezo dat?

“Ik dacht dat ik je vriendin was?” Ze draaide zich naar hem toe, juist op het moment dat hij de rook diep inhaleerde en vasthield in zijn longen.

“Ook,” giechelde Kelly. “Heeft hij je nooit over zijn andere vriendinnen verteld?”

“Andere vriendinnen?” herhaalde Lieke ongelovig, terwijl ze zich onsterfelijk belachelijk voelde. En zij had met hem willen praten? Over zijn gevoelens voor haar? Over zijn onverschillige houding? Over de manier waarop hij de liefde had bedreven? “Hoezo andere vriendinnen.”

“Nou ja,” reageerde Kelly, terwijl ze de joint aannam en op dezelfde manier te werk ging. “Anna, jij en ik.”

“Drie?”

“Ja, hij is een kunstenaar, hè? Artiesten hebben andere behoeftes dan gewone mensen.”

“Je vergeet Gitte, trouwens.”

“Wel verdomme, Sebastiaan! Je zou het uitmaken met Gitte!, Heb je dat nog steeds niet gedaan? Komt die hoer nog steeds hier over de vloer! Klootzak!”

Liekes mond viel open van stomme verbazing. Dit had ze nog nooit meegemaakt! Waar was ze in hemels naam in verzeild geraakt? Zij, het dienstmeisje van de adellijke familie Van Leeuwenstein, was in een asociale bende terechtgekomen. En wat erge was, ze had zich er nog laten ontmaagden ook!

“Eh... je was hier gekomen om met me te praten?” wendde Sebastiaan zich nu rechtstreeks tot haar. “Kan dat hier, of moet het even in de keuken?”

Lieke schudde haar hoofd. “Doe geen moeite,” zei ze. “Ik heb alle antwoorden op mijn vragen al gekregen. Het spijt me dat ik je gestoord heb, Sebastiaan. Ga gerust verder met je bezigheden, mij zul je hier niet meer terugzien.”

“Ach, toe nou!” 

“Ik meen het!”

“Wat maakt het nou uit, joh! Leven en laten leven, zeg ik altijd.”

“En je laat het uit je hoofd om ooit nog op het slot te komen!”

“Ik vond het juist leuk daar.”

“Ik wil je niet meer zien. Nooit meer.”

“Misschien als je niet meer boos bent?”

“Nooit meer. En ik meen het. Dag Kelly, prettige avond nog.”

Het meisje stak haar hand op, nam een trekje en blies de rook pas uit toen Lieke vertrokken was. 

“Wat een tut.”

“Maar wel lief,” klonk het enigszins spijtig. “Ze was nog maagd.” “En dat heb jij wel even veranderd?”

“Wat dacht je.”

“Arm schaap. Als ze daar nog maar overheen komt.”



Er was iets veranderd, dat voelde Charlotte onmiddellijk. Het leek wel alsof Nicolai afstand probeerde te bewaren.

“Is er iets gebeurd, Nicolai?” vroeg ze daarom.

“Nee, of... Nou ja, ik heb nog een gesprek gehad met je nichtje Bianca.”

Charlottes gezicht betrok meteen.

“O? Bianca?”

“Ze kwam opeens naast me zitten toen jij naar de tandarts was.”

“Dat klinkt niet goed. Bianca zoekt alleen iemands gezelschap om kwaad te spreken, te liegen of te roddelen.”

“Dat heeft ze dus ook allemaal gedaan.”

“Over mij?”

“Ze heeft een kwalijk verhaal verteld, Charlotte.”

“Ik deug zeker niet?”

“Zoals zij het zegt, niet bepaald.”

“Ze is een leugenachtig kreng, Nicolai. Je moet haar niet geloven.”

“Nee, natuurlijk niet maar... Je bent heel lang weggebleven, Charlotte. Je was toch wel naar de tandarts?”

“Ja, natuurlijk en daarna nog even bij Renate, een vriendin van me.”

“Zo... juist... Een vriendin dus.” Daar had je het al, schoot het door Nicolai heen. Ze is liever bij een vriendin dan bij mij!

“Wat heeft Bianca je eigenlijk wijs willen maken?” vroeg Charlotte bits. Het leek verdorie wel alsof hij haar niet geloofde!

“Ze suggereerde dat je meer van vrouwen dan van mannen zou houden.”

Met een ruk bleef de jonge gravin staan. “Wat!”

“Jouw liefde voor mij zou slechts schijn zijn om je ware gevoelens te maskeren.”

“Ze is gek!”

“Ze beschikt in elk geval wel over een fantasievolle geest. Ze beschuldigt je ervan onze relatie te gebruiken om je ware gevoelens te verbergen en zodoende de schijn op te kunnen houden voor de buitenwereld.”

Charlotte balde haar vuisten en perste woedend haar lippen op elkaar. “En jij gelooft haar!” wist ze uit te brengen.

“Nee, nee, natuurlijk niet. Maar ja, toen je vanmiddag maar niet terugkwam, dacht ik even...”

“Ik ben jou geen rekenschap verschuldigd, Nicolai Petrov! Als je zo weinig vertrouwen in mij hebt, dan... dan...” Charlotte was zo verontwaardigd en teleurgesteld dat ze niet meer uit haar woorden kon komen.

“Hoor eens, Charlotte, in mijn familie is het gebruikelijk dat een vrouw onvoorwaardelijk achter haar man staat. Wij genieten veel aanzien en schandalen accepteren we niet. Jullie Nederlandse vrouwen zijn vaak zo... zo onafhankelijk, zal ik maar zeggen. Jullie gaan veel meer je eigen gang.”

“Precies, Nicolai en dat zal ik blijven doen. Overigens, ook mijn familie geniet veel aanzien en bij ons is het gebruikelijk dat de mannen net zo achter hun partner staan als omgekeerd. Als jij me niet kunt vertrouwen, dan is het beter dat onze wegen zich hier scheiden. Ik laat me door jou de wet niet voorschrijven, nooit! Als je dat niet kunt accepteren, is het over...” Met een ruk draaide Charlotte zich om en rende de trap op naar haar vertrekken.

“Charlotte, liefste wacht!”

Charlotte luisterde niet. Ze wilde voorkomen dat hij haar tranen zou zien. Totaal ontgoocheld wierp ze zich op haar bed en liet ze haar tranen de vrije loop. Had ze zich werkelijk zo in Nicolai vergist?



Florian keek uit het raam. O jee, dacht hij. Daar komt hij. Precies zoals hij een dezer dagen al verwacht had. Hoe moest hij het uitleggen. Als Chimosan het niet haalde, dan zou Christina geen gelegenheid onbenut laten om Twan van zijn slippertje op de hoogte te stellen.

Idioot, die hij was. Door aan haar verleidingskunsten toe te geven, had hij zich in een chantabele positie gemanoeuvreerd en dat zou bepaald niet in goede aarde vallen. Als Twan dat wist, kon hij het wel vergeten. Hij had hun goede naam op het spel gezet en dat was onvergeeflijk.

De twee broers begroetten elkaar in het statige kantoor van de jongste Twan zette zijn attachékoffertje op de grond en nam plaats.

“Koffie broer?” probeerde Florian het ijs te breken en Twan knikte 

“Laten we daarna de koe maar meteen bij de horens vatten.”

“Prima.” Florian schonk omstandig de hete koffie in de dunne, porseleinen kopjes. Daarna pakte hij het suikertangetje en liet de klontjes in de zwarte vloeistof zakken. Keurig, zonder een druppel te morsen. Daarna nam hij plaats achter zijn bureau en keek Twan afwachtend aan..

“Het gaat om Chimosan,” begreep hij al en Twan knikte.

“Inderdaad.”

“Je neemt het preparaat op in ons assortiment.”

“Nee.”

“Niet?” vroeg Florian verbaasd, terwijl hij de bui al voelde hangen.

“Al zou het één van de beste producten zijn, dan nog zou ik met Mevrouw Vlaarding geen zaken willen doen.”

Florian kreunde inwendig. “nee?”

“En jij weet heel goed waarom, nietwaar?”

“Geen idee, Twan.”

“Ach kom, Florian? Ze heeft jou verleid!”

“Waarom denk je dat?”

“Omdat het haar strategie is. Ze heeft het ook bij mij geprobeerd.”

Enige tijd was er niets anders te horen dan het tikken van de pendule op de marmeren schouw. Florian voelde zich uiterst ongemakkelijk en klemde zijn kaken op elkaar.

“Ze heeft stomweg geprobeerd om haar zaken tussen de lakens af te wikkelen. Ik neem aan dat jij haar geen weerstand hebt kunnen bieden. Nietwaar?” drong hij aan toen zijn broer niet reageerde. “Florian? Heb ik gelijk?”

“Eh… enigszins wel, ja.”

“Dat dacht ik al. Verdomme, hoe vaak moet ik het nou nog zeggen? We mogen hopen dat mevrouw het fatsoen heeft om haar mond te houden.

Maar wat gebeurt er als dat niet zo is, Florian? Heb ik gelijk”

Wat gebeurt er als in de zakenwereld bekend wordt dat wij via het bed tot zaken doen, te verleiden zijn? Dat we ons laten lijmen door goedkope seks?”

“Ik dacht dat ik zelf de zaak verder zou afwikkelen, maar jij hebt het mij uit handen genomen.”

“Terecht, lijkt me. Jij was gezwicht, dat weet ik zeker.”

“Ik ook,” verzuchtte Florian, terwijl hij opstond en met de handen in de zakken van zijn corduroy broek naar buiten keek. “Je hebt groot gelijk, Twan. Het had nooit mogen gebeuren. Ik heb een grote fout begaan.”

“Dat heb je zeker.”

“Ik vertrouw erop dat dit onder ons blijft.”

“Vanzelfsprekend, broer.”

“Dank je, Twan. Ik had dit gesprek al verwacht. Vandaag of morgen moest het uitkomen, dat kon niet anders. Ik ben blij dat je het nu weet.”

De twee keken elkaar aan. De zaak was afgedaan. Er was geen ruzie, geen verwijt. De graven bleven beschaafd, ook al was er een onvergeeflijke fout gemaakt.

#

Nicolai bleef nog twee dagen. Hij en Charlotte hadden hun ruzie weliswaar bijgelegd, maar hun romance was over. Bianca had goed werk geleverd. De twijfel die ze had gezaaid, was het breekpunt geweest. Behalve Bianca keek iedereen in het kasteel met lede ogen toe hoe het eerst zo verliefde stel opeens koeltjes met elkaar omging. Ook het afscheid verliep nogal vormelijk.

“Het spijt me echt, dat het zo gelopen is, Charlotte,” zei Nicolai zacht. “Ik vind je echt geweldig, maar…

“Maar misschien passen we toch niet zo goed bij elkaar als we in het begin dachten,” vulde Charlotte met verstikte stem aan.

De droom was voorbij en dat deed hen allebei pijn.

“Helaas, maar misschien is het wel beter dat we er zo snel mogelijk achter zijn gekomen.”

“Misschien wel,” zuchtte Charlotte. “Het ga je goed, Nicolai.”

“Jou ook, Charlotte,” hij ham haar uitgestoken hand en drukte er een vederlichte kus op. Abrupt draaide hij zich om en stapte in de wachtende taxi. Hij keek niet meer op of om toen de auto de oprijlaan afreed.

Alleen Wouter en Lieke, die de dierenarts koffie had gebracht, hadden het afscheid gadegeslagen.

“Wat is dat nou jammer,” fluisterde Lieke ontroerd. “Het was zo'n mooi paar.”

“Dat kan ik van jou en die vriend van je anders niet zeggen.” Het klonk kortaf, bijna vijandig.

Lieke deed alsof ze die opmerking niet had gehoord. “Charlotte heeft er echt verdriet van,” wist ze te vertellen.

“Huilen moet jij straks ook,” zei Wouter.

“Nee hoor,” merkte Lieke rustig op. “Helemaal niet.” 

“Ik was al bang, dat je het niet van me zou aannemen, meisje. Ik kan je niet overtuigen, dat begrijp ik heus wel. Maar die knul maakt gebruik van de situatie. Je kunt hem niet vertrouwen, geloof me alsjeblieft. Hij zal je verdriet doen.”

“Niet meer,” reageerde ze.

“Niet meer?”

“Het is uit, Wouter,” zei ze zacht, “mijn ogen zijn opengegaan. Ik wil hem niet meer zien. Nooit meer!”

Er vloog een glimlach over zijn gezicht. De opluchting stond in zijn ogen te lezen. Dat was pas goed nieuws! “Meen je dat?”

“Elk woord. We verschilden veel te veel van elkaar. Ik verwachtte een toegewijde vriend te krijgen. Iemand die echt iets om me gaf.”

“Die vriend is er misschien wel, maar je ziet hem niet staan,” kon hij niet nalaten op te merken.

Ze keek hem onderzoekend aan. Haar blikken gleden over zijn gezicht. Het gezicht dat ze zo goed kende. Die forse kin, de lippen, het slordige, donkerblonde haar. Ze rook de geur van paarden die hij in zijn kleren droeg. “Wat bedoel je?” vroeg ze nieuwsgierig. Hij glimlachte, maar zei niets. Opeens gaf hij haar een knipoog en draaide hij zich om. 

“De dierenarts roept me,” verzon hij. Lieke keek hem na toen hij de stallen weer inliep. Vreemd, ik heb niets gehoord, dacht ze nog. Ik hoorde helemaal niemand roepen. Lieke schudde medelijdend het hoofd toen ze zag dat Charlotte met gebogen hoofd weer naar binnenliep. Arme Charlotte, het deed pijn als je zo teleurgesteld in de liefde werd, daar kon zij over meepraten. Maar we komen er wel overheen, Charlotte, dacht ze hoopvol. Vroeg of laat vinden wij ook onze ware jakob!


Met lege handen… & Mysterieuze vrouw
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml