Gevaarlijke vader



Toneel en toverkunsten



Jacqueline Dobbelaar 



Het leek alsof ze op dat moment allemaal stopten met ademhalen. Lidy voelde hoe ze kippenvel kreeg. De man liep vlak langs haar auto. Wat te doen als hij in de auto keek? Om zijn aandacht niet te trekken, startte ze de auto nog niet en wachtte met nog steeds ingehouden adem tot hij voorbij was.

“Blijf zo zitten, Rick!” fluisterde ze en ze startte de auto.



“We doen deze scène nog eens over, Petra!”

Er was niets wat Petra Kruisberg liever wilde. De regisseur van de toneelclub waar ze zich pas bij aangesloten had, keek op een bijzondere manier naar haar en bovendien hielp hij haar vaak met haar houding en haar positie op het toneel. Daarbij schroomde de knappe man dan niet om haar bij de schouders vast te pakken of een enkele keer zelfs zijn handen in haar lendenen te zetten. Naast het toneelspelen, wat ze leuk vond, genoot ze volop van de belangstelling van Diederik Halsema, de regisseur. Dat de andere vrouwen in het toneelgezelschap het niet altijd even goed konden waarderen, had ze niet in de gaten. Tijdens het toneelspelen ging ze zo op in haar spel en in de aandacht van de regisseur, dat ze signalen buiten het toneel niet altijd meekreeg.

Petra, assistente van de kinderarts Lidy van de Poel in het dagelijks leven, was toevallig bij de toneelclub terechtgekomen. Een verre nicht had altijd bij ‘Club Brederode’ gespeeld en moest wegens een ver gevorderde zwangerschap dit seizoen verstek laten gaan. Anja had uiteindelijk aan haar knappe blonde nicht gedacht en eigenlijk leek het Petra wel eens iets om bij zo’n toneelgezelschap te gaan kijken. Er was immers meer op de wereld dan werk alleen. En ja, het toneelspelen bij een amateurgezelschap was meteen aangeslagen. Ze had niet geaarzeld en had meteen de eerste avond meegespeeld ook al kende ze de tekst van het nieuwe stuk natuurlijk nog niet. Petra wist al meteen die avond dat ze toneelspelen heel leuk vond, maar ze wist ook dat dat werd bevorderd door Diederik. De regisseur was knap en charismatisch en had veel aandacht voor deze nieuwe speelster.

Dit jaar speelde ‘Club Brederode’ een serieus, romantisch toneelstuk. Petra had graag de hoofdrol gespeeld, maar ze begreep ook wel dat ze als nieuwelinge niet direct vooraan kon staan en zich tevreden moest stellen met een minder prominente rol. Niet dat ze daar dan niet haar best op deed. Ze studeerde fanatiek haar tekst in en gaf zich tijdens de repetities voor tweehonderd procent. De goedkeurende glimlach van Diederik was voldoende beloning.

Ze deden de desbetreffende scène nog eens en Diederik kwam weer naast haar staan, sloeg zijn arm om haar heen en maakte duidelijk wat hij van haar verlangde. Petra’s concentratie werd enige momenten aanmerkelijk minder en ze dacht even alleen maar aan zijn brede schouders, zijn heerlijke aftershave en zijn bronzen stem.

“Begrijp je wat ik bedoel, Petra?”

“Sorry, ik was even niet mee Diederik. Kun je het nog eens uitleggen?” 

Diederik vond het absoluut niet problematisch, maar de andere speelsters wierpen elkaar blikken van irritatie toe.

Hier en daar werd zuchtend gefluisterd dat het prettig zou zijn als Anja weer gewoon beschikbaar was.



De volgende morgen haastte Petra zich naar haar werk. De geleerde regels van het toneelstuk zaten nog in haar hoofd. Ze probeerde zich stukjes tekst in te prenten tijdens haar rit naar de praktijk van kinderarts dokter Lidy van de Poel. 

“Ik zal van je houden tot onze laatste dag, liefste,” declameerde ze. “En dan zeg ik weer… Tja, wat zeg ik dan ook weer?”

Omdat ze achter het stuur zat, kon ze niet zomaar haar tekstboek erbij pakken. Haar gezicht betrok. Die ene zin wilde er maar niet in komen. En Diederik had nog gezegd dat het echte spelen pas begon als je de tekst goed kende.

Ze zuchtte. Ze wilde zo graag een goed figuur bij hem slaan. Natuurlijk wist ze ook wel dat hij haar toch wel aandacht schonk, of ze nou goed was of niet. Maar ze wilde zijn aandacht ook zo graag verdienen. Ze wilde zich graag onderscheiden van de rest zodat hij haar volgend seizoen wellicht zou vragen voor de hoofdrol. En dan zou hij de hele winter voornamelijk met haar bezig zijn!

“Maar eerst moet die zin er in!” Snauwde ze hardop tegen zichzelf. Petra was een ambitieuze meid, niet alleen in haar werk maar ook in haar hobby’s. Als iets eenmaal in haar hoofd zat, dan was het er zomaar niet uit.

Toen ze haar auto geparkeerd had voor de praktijk, pakte ze meteen haar tekstboek erbij.

“Laat onze laatste dag nog ver, ver weg zijn, lieveling! Waarom wist ik dat nu weer niet?” deed ze boos op zichzelf.

Ze deed haar auto op slot en zei de tekst nog eens hardop tegen zichzelf.

“Ik zal van je houden tot onze laatste dag, liefste.”

Ze liep het pad op en was geconcentreerd bezig. Ze wilde die volgende zin nu perfect uitspreken om hem goed in te prenten.

“Laat onze laatste dag nog ver, ver weg zijn, lieveling!”

Halverwege deze laatste zin had ze de voordeur geopend waardoor Corine en Lidy deze nog hoorden.

“Dat je één van ons lieveling noemt is tot daar aan toe, Petra, maar wat moet er ver, ver weg zijn?” vroeg Corine plagend. Lidy lachte en Petra keek verstoord op.

“Heel leuk, maar dit is mijn tekst in het toneelstuk waarin ik meespeel. Het is een ernstige zaak.”

“Ik begrijp het, lieveling!” grapte Corine. Ze overhandigde Petra een kop koffie nadat deze haar jas had uitgetrokken.

“Denk maar niet dat het gemakkelijk is. Je moet de tekst niet alleen goed kennen, maar je moet ook weten wanneer je hem moet uitspreken. Verder moet je natuurlijk de juiste toon hebben en je moet weten waar je moet staan en welke houding je moet aannemen. Om nog maar te zwijgen van expressie.

“Expressie?” vroeg Lidy.

“Je lichaamstaal. Bodylanguage noemen ze dat tegenwoordig. Je moet bij toneel een beetje overdrijven met de blik in je ogen en je houding wanneer je duidelijk wilt maken hoe je je voelt, of wat voor impact iets op je heeft.”

Lidy en Corine keken bewonderend naar hun collega. Petra was een ondernemend type. Waar zij nog wel eens twee keer na zouden denken over de vraag om iemand te vervangen, had Petra eigenlijk zonder aarzelen de sprong in het diepe gewaagd.

Petra besloot niets over Diederik te zeggen, want ze zag alweer voor zich hoe Lidy en Corine daarop zouden reageren.

Corine nam de agenda door.

“Eerst Jamie Doorwerth, Lidy. Dat kereltje heeft geloof ik een oogprobleem.”

“Zo te zien, komt hij daar al aan met zijn moeder,” knikte Lidy naar het raam. Buiten stapte een vrouw uit met haar kleine zoontje.

“Ik ga mijn computer aanzetten. Als je hun gegevens genoteerd hebt, stuur je ze maar door.”

Corine knikte. Ze waren al jaren een team en dus goed op elkaar ingespeeld.

Mevrouw Doorwerth liet er geen twijfel over bestaan toen ze even later met haar kindje de spreekkamer van Lidy binnen kwam.

“Meestal heb ik het niet op de reguliere geneeskunde, maar ik heb lovende woorden over u gehoord. Eigenlijk alleen maar lovende woorden. Daarom besloot ik met Jamie naar u toe te komen. Ik wil graag dat u eens naar hem kijkt. Volgens mij staan zijn ogen niet goed.”

Lidy liet de waterval even over zich heen komen. De opmerkingen over de reguliere geneeskunde liet ze maar voor wat ze waren. Lidy liet zich niet zo snel tot discussies verleiden. 

“Laat mij eens in jouw ogen kijken, Jamie,” vroeg ze vriendelijk aan het mannetje. Jamie liet zich door Lidy bij de schouders nemen en keek haar braaf aan.

“De ogen kijken inderdaad niet dezelfde kant op. Hebt u het idee dat hij niet goed ziet?”

“Nee, dat kan ik niet zeggen. Het is dat anderen mij erop geattendeerd hebben dat zijn ogen niet in de goede stand staan, maar ik kan verder niets aan hem merken. Ik geloof ook niet dat hij mij twee keer ziet of zo!”

“Als een kind op zo jonge leeftijd al loenst, kan hij dat zelf nog corrigeren. Bij mensen die na hun achtste levensjaar gaan loensen, is dat veel moeilijker.”

“Dus hij heeft er zelf geen last van?” stelde mevrouw Doorwerth bijna opgelucht vast.

“Tot nu toe waarschijnlijk niet, maar er is een grote kans dat dit oog door deze stand onderontwikkeld blijft en later lui wordt. Zo noemt men dat.”

“Lui?”

“Een lui oog blijft in een iets afwijkende stand staan en kan op latere leeftijd niet meer gecorrigeerd worden. Het heeft bovendien een slecht ontwikkelde functie.”

“Wat bedoelt u precies, dokter?”

“Ik bedoel dat als u niets aan het oog van Jamie laat doen, dat zijn rechteroog dan waarschijnlijk lui wordt en dat hij daar dan levenslang slecht door zal zien.”

“Wat kunt u daar aan doen?”

“Ik niets, maar een goede oogarts wel. Zeker in dit stadium nog. Ik verwijs u door naar dokter Berk van het Sint Joseph–kinderziekenhuis.”

“Oh nee, daar komt niets van in. Zoals ik al zei, ik moet niets van de reguliere geneeskunde hebben. U bent daarop een uitzondering. Als u hem kunt helpen, dan graag, maar andere artsen komen niet aan mijn ventje.”

Mevrouw Doorwerth trok een zuinig mondje en nam een houding aan waaruit bleek dat haar standpunt niet meer gewijzigd zou worden. 

Expressie, dat bedoelde Petra dus, dacht Lidy.

“Ik ben geen oogarts, mevrouw. Mogelijk moet Jamie een bril, of een therapie waarbij hij speciale oogoefeningen moet doen, of misschien moet hij wel geopereerd worden. Dat is werk voor vakmensen. Dokter Berk staat goed bekend. Hij heeft al heel wat kinderen van hun oogafwijkingen af geholpen.”

“Kan wel zijn, dokter Van de Poel, maar mijn zoon gaat niet naar zo’n arts toe. Ik ben zelf zo vreselijk verkeerd behandeld door een arts in een ziekenhuis, dat ik dat mijn kinderen niet toe wens. Ik wil niet dat mijn kind terechtkomt in de bureaucratie van het ziekenhuis waarin specialisten saampjes veel geld verdienen over de rug van arme, onwetende patiënten.”

“U kunt ook naar een particuliere oogarts gaan als u dat liever wilt. Ik kan u helpen aan het adres van een kliniek in de regio die heel veel goed werk verzet op het gebied van de oogheelkunde.”

“Ik dank u hartelijk voor uw adviezen,” sprak mevrouw Doorwerth resoluut en ze begon het jasje van de kleine Jamie dicht te knopen.

“Mag ik weten wat u dan gaat doen?” vroeg Lidy ongerust.

“Mijn man en ik, trouwens ook mijn beide schoonouders, hebben goede ervaringen met het medium Anastasia. We kennen haar zelfs goed,” bracht de moeder met een trotse glimlach te berde. “Zij zal onze Jamie wel helpen. We hebben helemaal geen arts nodig. En weet u wat zo grappig is? Anastasia doet dat voor heel weinig geld.” Ze knikte Lidy triomfantelijk toe en verliet de spreekkamer met het jongetje aan haar hand. 

Lidy liep achter hen aan naar de receptie.

“Maar een medium als Anastasia kan Jamie geen therapie bieden en ook geen goede bril. Laat staan dat Anastasia hem kan opereren als dat nodig is. Er moet iets aan zijn oog gedaan worden voor het te laat is. Op een bepaalde leeftijd heeft behandeling geen nut meer!”

“Ik hoor al dat u Anastasia nog nooit aan het werk hebt gezien, dokter van de Poel. Zieken die bij haar komen, worden acuut genezen. Dat is geen medische prietpraat, het gaat hier om wonderen!”

Met een brede glimlach verliet mevrouw Doorwerth de praktijk. Lidy en Corine keken haar verbijsterd na.

“Had ze het nu over Anastasia, het medium?” vroeg Corine.

Lidy knikte.

“Ze wil de reguliere genezers niet aan haar zoontje laten zitten terwijl duidelijk is wat hem mankeert en de reguliere geneeskunde een pasklaar antwoord op het probleem van Jamie heeft. Hoe kan iemand zijn kind nou willen overleveren aan zo’n medium?”

“Heb je wel eens zo’n show op tv gezien, Lidy?”

Lidy schudde het hoofd. Ze keek sowieso al weinig tv, maar als ze keek, dan was het naar zinvolle programma’s en niet naar een show.

“Tijdens zo’n show worden er tientallen mensen met de meest uiteenlopende kwalen naar voren gehaald en Anastasia praat even met hen en wrijft vervolgens over het hoofd van zo iemand. Die mensen gaan allemaal genezen weg!”

“Corine, je gelooft zulke dingen toch niet?”

Op dat moment kwam Petra haar lab uit gelopen.

“Waar hebben jullie het over? Jullie kijken zo verontwaardigd allebei?” Corine keek voorzichtig naar Lidy.

“We hebben het over het medium Anastasia. Die mevrouw die daar wegloopt met haar zoontje, laat hem liever door haar behandelen dan door een reguliere arts.”

“Waarom kwam ze dan naar ons?” vroeg Petra praktisch.

“Ze wilde bij wijze van uitzondering wel even een kinderarts horen over de stand van de ogen van Jamie,” vertelde Lidy. “Ze sloeg mij iets hoger aan dan de andere artsen uit de reguliere geneeskunde. Toen ik haar wilde verwijzen naar een oogarts in het Sint Joseph, kapte ze het gesprek af. Dan ging ze liever naar die Anastasia.”

“Ik heb Anastasia een paar keer op tv bezig gezien, Lidy. Ze was werkelijk geweldig!” deed Corine dweperig. 

Petra keek haar collega boos aan. “Je gelooft toch zeker zelf niet in die flauwekul, Corine? Ik heb het ook een keer gezien, maar ik heb weg gezapt omdat ik er onpasselijk van werd.”

“Maar die mensen op het podium werden allemaal genezen, dat zag je toch zelf?” reageerde Corine fanatiek.

Petra wilde erop ingaan, maar Lidy brak de discussie af.

“We laten het verder rusten. Hoofdzaak vind ik dat Jamie de juiste hulp krijgt, maar dat zit er op deze manier niet in. Ik moet er nog eens over nadenken wat voor actie ik hier op onderneem.”

Even later kondigde de volgende patiënt zich aan. Jan en Ria Rossems hadden het kindje bij zich dat ze pas in Colombia hadden opgehaald. Luisa was klein voor haar leeftijd, maar bovendien had het kindje een stapel papieren meegekregen die veel zorg veroorzaakten. Jan legde de papieren op tafel.

“Uiteraard zijn de rapporten in het Spaans, maar er zit een gebrekkige Engelse vertaling bij,” legde Jan uit.

Hij leek Lidy een vriendelijke man. Ook Ria, die met het kindje in haar armen zat, maakte een lieve indruk.

“Als we het goed begrijpen, heeft Luisa een ernstige afwijking aan de heupen. Het is zeer de vraag of ze wel zal kunnen lopen. We houden er rekening mee dat ze heel haar leven in een rolstoel moet doorbrengen,” vertelde de kleine adoptiemoeder terwijl ze liefdevol naar het kindje bleef kijken.

“Wist u dat al toen u haar adopteerde?” vroeg Lidy, die graag alle omstandigheden van een patiënt kende. Als de ouders door deze afwijking achteraf verrast waren, kon teleurstelling wel eens een rol spelen in hun beslissingen over het kind.

“We zijn zes weken in Colombia geweest voor we haar meekregen en een week voor we haar in onze armen mochten sluiten, werd ons verteld over haar handicaps. Nou ja, we kregen door een bediende van het tehuis deze papieren in handen geduwd. We hebben ze gelezen en hebben daarna alleen tegen elkaar gezegd dat ons kind geen gemakkelijk leven zou hebben. Of we haar zouden meenemen of niet, dat is geen moment punt van discussie geweest.”

Lidy kreeg een warm gevoel bij dit verhaal. De ouders hadden besloten van dit kind te gaan houden, hoe deze kleine Luisa ook zou zijn.

“Als ze in Colombia was gebleven, had ze het nog moeilijker gekregen. Als gehandicapt kindje ben je daar helemaal niets.”

Lidy knikte. “Dat zou weleens kunnen kloppen. Door jullie krijgt ze een kans om er het optimale uit te halen.”

“Maar sinds ze hier is, heeft nog geen arts haar gezien. We willen graag dat er iemand naar haar kijkt en ons helpt om een weg uit te stippelen hoe het verder moet met haar.”

Lidy nodigde de moeder uit het kindje op de behandeltafel te leggen. Samen kleedden ze Luisa uit en Lidy onderzocht haar zover als dat mogelijk was.

“Ik kan zo eigenlijk niets afwijkends aan Luisa zien. We zullen röntgenfoto´s moeten maken. Dat kan hier in de praktijk niet. U zult daarvoor naar het Sint Joseph–kinderziekenhuis moeten. Corine zal zo dadelijk een afspraak voor u maken. Dan bekijk ik die foto´s samen met dokter Van Hoorn, een orthopedisch chirurg in het kinderziekenhuis.”

“Wat denkt u van haar, dokter?”

“Ik denk dat jullie een heel mooie dochter hebben en dat we alles uit de kast gaan trekken om het beste voor haar te regelen. Met minder nemen we geen genoegen.”

De kleine vrouw glunderde.

“We wisten wel dat we er goed aan deden om naar u toe te gaan, dokter Van de Poel. Verschillende mensen hebben ons aangeraden om naar u te gaan.”

“Ik kan u natuurlijk niets beloven voor we weten wat de kleine meid mankeert. We moeten eerst een duidelijk beeld hebben. Corine zal haar best doen om op zeer korte termijn foto´s te laten maken. Dan kunnen we al snel zien wat er aan de hand is en actie ondernemen.”

Toen de familie Rossems was vertrokken, las Lidy de papieren uit Colombia nog eens door. Ze had het hele verhaal gekopieerd. Het was net alsof er iets niet klopte, vond ze, maar ze wist niet wat.



Aan het eind van de middag stonden ze nog even samen bij de receptie. 

“Als het goed is, heeft Jan een heerlijke spaghettischotel gemaakt. Ik heb er nu al zin in!” verheugde Corine zich.

“Rosy was van plan iets met rijst en avocado klaar te maken. En jij, Petra?”

“Het zal een magnetronmaaltijd worden. Ik heb gewoon weinig tijd. Ik wil scène zes deze week helemaal uit het hoofd kennen.” Bijna had ze de naam van Diederik genoemd, maar ze kon het nog net voorkomen.

“Het is nogal serieus, nietwaar Petra?” vroeg Lidy.

Ze knikte.

“Ja, je wilt toch ook niet voor gek staan tijdens zo´n uitvoering!” 

Dat konden haar collega´s zich levendig voorstellen.

“Wanneer is het precies? We willen komen kijken als het zover is.”

“Oh jee, dat maakt me wel een beetje nerveuzer dan ik al was.”

“Nou, je zult je tekst toch wel kennen. Je leert zoveel.”

“Ja, maar als er bekenden in de zaal zitten, dan legt dat een grotere druk op je om het goed te doen. Dat kan stress veroorzaken, waardoor je in de fout gaat.”

“Weet je wat,” opperde Corine, “dan gaan we incognito. Dan weet je het niet.”

“Nu dus wel Corine,” concludeerde Petra en ze draaide met haar ogen.

Ze lachten en wensten elkaar een fijne avond. Corine beloofde de praktijk af te zullen sluiten. Petra trok haar jas aan en ging naar huis, terwijl Lidy het gangetje tussen de praktijk en haar woonhuis nam.

In de grote woonkeuken van het huis naast de praktijk snoof Lidy genietend de heerlijke geuren op, die uit de potten en pannen van het fornuis kwamen.

“Tante Rosy, wat ruikt dat weer veelbelovend!”

Rosy glimlachte.

“Ik heb eens flink geëxperimenteerd met dit recept en ik weet zeker dat de maaltijd van vanavond een topper wordt!”

“Jouw maaltijden zijn altijd toppers!” complimenteerde Lidy de tante van Alex.

Samen dekten ze de tafel en de kinderen kwamen binnen.

“Mam, ik moet je iets vragen!” viel Andy direct met de deur in huis.

“Nou, vragen staat vrij, lieverd.” Lidy nam haar zoontje in haar armen. Een houding waar hij zich onder andere omstandigheden een beetje te groot voor voelde, maar nu protesteerde hij niet.

“De moeder van Rick is ziek en nu moet hij een paar dagen het huis uit. Hij vroeg of hij hier mag komen slapen!”

Lidy slikte. Ze kende Rick en zijn gezinssituatie. 

“Natuurlijk mag hij hier komen slapen. Wat mij betreft vanavond al!”

“We hebben afgesproken voor morgen. Dus het mag?”

“Ja, het mag zeker. Misschien bel ik zo dadelijk zijn moeder wel even.”

Met een brede grijns verdween Andy naar zijn kamer.

“We gaan zo eten hoor!” riep Lidy hem nog na. 

Tante Rosy keek haar aan. “Moet dat ventje zelf voor een opvangadres zorgen?”

Lidy knikte. “Rick komt uit een probleemgezin. Zijn vader is gewelddadig en nadat hij de moeder van zijn kind langdurig heeft mishandeld, zijn ze gescheiden. Maar vader bedreigt zijn ex-vrouw nog regelmatig, waardoor de moeder psychisch op het randje balanceert. Soms kan ze de situatie niet meer aan en moet ze tijdelijk naar een inrichting om een beetje op adem te komen. Waarschijnlijk is er nu weer zo’n periode aangebroken.”

“Wat vreselijk!” zuchtte Rosy.

“Dat is het inderdaad. Dat je als moeder geen veilige haven aan je kind kunt bieden en hem af en toe weg moet sturen, is zo ongeveer het ergste dat een moeder kan overkomen. Ze heeft geen familie meer, die het kereltje kan opvangen.”

Er heerste ineens een beetje een verslagen sfeer in de keuken.

“Dan gaan we de komende dagen dus extra lekker koken,” nam Rosy zich vastberaden voor. Lidy legde haar hand een moment op de schouder van de vrouw die een baken was in haar huishouden. Ze wist dat Rosy op deze manier haar steentje wilde bijdragen aan enig geluk van een kind dat het niet goed getroffen had in het leven.

“Ik ga de moeder van Rick bellen om te zeggen dat we hem vanavond al op komen halen. Ik vraag Alex straks om het logeerbed op de kamer van Andy te zetten.”

“Word ik al meteen weer aan het werk gezet?” klonk de opgewekte stem van Alex. Hij kwam de keuken in, zette zijn diplomatenkoffer neer en nam zijn vrouw in de armen.

“Het gaat niet goed met de moeder van Rick. Daarom komt hij een paar dagen logeren. Wil jij het logeerbed bij Andy op de kamer zetten?”

“Ja, natuurlijk. Ik doe alles voor je, nadat je me een heerlijke zoen hebt gegeven.”

Lidy aarzelde geen moment en zoende hem op de mond. Ze kende Alex Snijdewind al erg lang en wist dat hij geen bezwaar zou hebben tegen een logeerpartij als deze. Hij had een hart van goud, net als zijn tante, en zou iemand in nood nooit enige hulp weigeren. Integendeel, hij stond altijd voor anderen klaar. Omdat Lidy nogal eens voor kinderen in nood in de bres sprong, werd hij daar ook vaak bij betrokken. Soms sputterde hij voor de vorm een beetje tegen, maar hij hielp meestal naar zijn beste kunnen.

Hij wierp een blik op de pannen op het fornuis die nog volop stonden te pruttelen.

“Ik ga het wel meteen halen en neer zetten,” beloofde hij, gaf Lidy nog een kus en verdween ook naar boven.

“Wat een lieverd is hij toch!” lachte Lidy.

Tante Rosy knikte. “Hij doet echt alles voor je, Lidy. Mijn neef is al gek op je, zo lang als hij je kent.”

Lidy wist dat allemaal wel, maar kreeg nog altijd een warm gevoel als het door iemand anders werd gezegd. Ze wist dat ze geluk had, dat hij in haar leven gekomen was. Nadat haar eerste man, Werner van de Poel, bij een auto-ongeluk om het leven gekomen was, had Alex haar met raad en daad bijgestaan en weer zin aan haar leven gegeven.

Even later was het eten klaar en verzamelden alle gezinsleden zich weer in de keuken.

“Het bedje staat,” meldde Alex zakelijk.

“Mooi, dan zal ik het zo dadelijk opmaken,” vulde tante Rosy aan.

“Niet meer nodig, dat heb ik ook al gedaan,” grijnsde Alex.

“Je bent een held, Alex Snijdewind,” glimlachte zijn tante.

“Nu hoor je het ook eens van een ander,” grapte hij naar Lidy, die verliefd naar hem keek.

“Voor mij ben je altijd al een held, lieverd!”

Ze namen allemaal plaats en zelfs de kinderen keken uit naar de inhoud van de dampende schalen nu het in de keuken zo heerlijk rook.

“Weet jij wat Rick graag eet?” vroeg tante Rosy aan Andy.

“Pannenkoeken zijn zijn lievelingseten. Dat zegt hij vaak, maar hij krijgt ze niet vaak omdat zijn moeder het niet ziet zitten om ze te bakken. De moeder van Rick is vaak ziek,” legde Andy begripvol uit. Hij trok er een serieus gezicht bij.

“Daar kan zij niets aan doen natuurlijk,” bracht Lidy in.

“Maar het betekent wel dat we morgen dus pannenkoeken eten, met stroop en spek en suiker,” besloot tante Rosy.

Na het eten ruimde Lidy met tante Rosy de tafel af en vulde de vaatwasser.

“Ga jij maar naar die vrouw bellen,” drong Rosy aan.

Lidy maakte het werk zo ver mogelijk af en nam haar telefoon om in de huiskamer te bellen.

“Met Karin de Bruin!”

“Met Lidy. Karin, Andy vroeg of Rick een tijdje kan komen logeren. Ik wil je even laten weten dat hij natuurlijk mag komen. Wat mij betreft, haal ik hem nu al op. Gaat het niet goed met je?”

Het was even stil en Lidy wist dat Karin nu vocht tegen haar tranen. Ze verloor die strijd natuurlijk en Lidy hoorde een huilerige stem.

“Nee, het gaat niet meer! Bart is hier een paar keer aan de deur geweest en heeft de vreselijkste dingen gezegd. Ware dreigementen! Ik ben zo bang, dat ik al een paar nachten niet heb geslapen. Ik ben op van de zenuwen en de angst! Ik breng Rick naar school en haal hem daar op, omdat ik bang ben dat Bart hem iets zal aandoen of zal ontvoeren. En intussen ben ik dan bang dat hij mijn huis in brand zal steken. Ik heb de brievenbus dicht laten maken omdat ik bang ben dat hij benzine naar binnen gooit. ´s Avonds doe ik de gordijnen dicht, maar ik ben gewoon bang dat hij een keer een ruit inslaat. Als hij wat gedronken heeft, blijft het niet meer bij bedreigingen alleen. Ik weet waar hij toe in staat is.

Ik ben er zo overspannen van, dat de huisarts het tijd vond om me naar de inrichting te sturen, waar ik al vaker opgenomen ben geweest.”

“Het zal je in ieder geval goed doen om al eens een paar nachten goed te kunnen slapen. Jammer alleen dat nu dus de verkeerde achter slot en grendel gaat!”

“Inderdaad. Ik ben altijd degene die zich moet laten insluiten terwijl hij eigenlijk achter de tralies zou moeten zitten. Die man maakt mijn leven tot een hel!”

“Is het goed dat ik nu langs kom om Rick op te halen?”

“Ja, dat is goed. Hij verheugt zich op een logeerpartij bij Andy. Ze zijn immers goede vrienden. En als hij de deur uit is, heb ik al een zorg minder.”

“Ik kom eraan!” beloofde Lidy en terwijl ze de verbinding verbrak, nam Alex haar vast.

“Ik ga met je mee liefje!”

“Dat is gezellig!”

“Niet zozeer voor de gezelligheid, maar meer voor je veiligheid. Die kerel kan daar langskomen op het moment dat jij daar aan de deur staat.”

Ze gaf hem een zoen.

“Daar had ik eigenlijk niet eens aan gedacht, lieverd.”

“Gelukkig maar dat ik eraan denk. Kom, laten we maar gauw gaan.”



Het was een oude buurt waar Rick met zijn moeder woonde. Toch was er geen verpaupering. De keurige rijtjeshuizen werden goed onderhouden en hadden nette tuintjes. Toen Alex de auto voor de deur van Karin zette, zagen ze hoe Rick al voor het raam stond te wachten.

“Eigenlijk heb ik niet graag dat hij voor het raam staat,” sprak Karin toen ze de deur opende en Lidy zag zwaaien naar het ventje.

“Stel je voor dat zijn vader in de straat komt en hem ziet zitten. Ik moet er niet aan denken wat dan er allemaal kan gebeuren!”

Lidy wierp een blik naar Alex. Het viel hen allebei op dat Karin beefde en nerveuze bewegingen steeds herhaalde. Haar ogen waren rood.

De tas van het jongetje stond al klaar. Zijn teddybeer lag er bovenop. Lidy slikte. Het zag er zo aandoenlijk uit.

“Ik ga lekker bij Andy slapen,” deed Rick uitgelaten. Zijn vrolijkheid stond in contrast met de uitstraling van zijn moeder.

“Normaal is hij nooit zo,” vertelde zijn moeder alsof ze zich voor zijn vrolijkheid verontschuldigde, “maar sinds hij weet dat hij bij Andy gaat logeren, is hij door het dolle heen!”

Lidy glimlachte naar Rick en wreef door zijn haar.

“Ik zie dat je je spullen al klaar hebt staan, Rick. Jij bent er dus helemaal klaar voor?”

Rick knikte en trok zijn jas aan.

“Neem hem maar mee. Dat ventje heeft het hier ook niet prettig met zo´n zenuwzieke moeder!”

“Je moet jezelf niet zo hard vallen, Karin. Je doet wat je kunt voor hem. Is er nog iets wat ik voor je kan doen?”

Karin schudde het hoofd en er verscheen een traan in haar oog.

“Als hij maar onder dak is, dan heb ik het gevoel dat de rest niets meer uitmaakt.” Lidy keek weer naar Alex en deze begreep de hint.

“Zullen wij vast je tas naar de auto brengen, Rick?”

“Ja, ik draag mijn beer wel!”

Het ventje kuste zijn moeder ten afscheid en de twee vrouwen keken hen na.

“Karin, zo mag je niet denken. Je bent er zelf ook nog!”

“Het maakt me allemaal niet meer uit. Ik overleef alleen voor hem,” zei ze en knikte naar Rick die met Alex in de auto was gaan zitten.

“Je krijgt daar in de inrichting toch wel begeleiding van een psycholoog?”

“Voor mij hoeft het niet meer. Ik heb heel mijn verhaal wel eens verteld aan zo´n zielenknijper. Ze kunnen niets voor me doen zolang Bart vrij rondloopt. Die man treitert en terroriseert me tot ik mijn hoofd op een dag neer zal leggen. Ik hoop alleen maar dat dat pas zal zijn als Rick groot genoeg is om voor zichzelf te zorgen.”

Lidy begreep dat verder inpraten op Karin weinig zin had. Ze had zich afgesloten voor meningen van anderen. Ze had haar eigen visie en was daar niet meer van af te brengen.

“Ga je weer naar de Munnike-kliniek, net als de vorige keer?”

“Ja, daar ben ik intussen bekend.”

“Is Van Dijck daar nog altijd directeur?” vroeg Lidy belangstellend.

“Ja, die is daar al jaren directeur. Aardige man, hoor!” 

“Zal ik je morgen brengen, Karin? Ik zou Van Dijck nog wel eens willen zien. We hebben vroeger samen gestudeerd.”

Karin keek vermoeid op.

“Ik was van plan om gewoon met de bus te gaan. De Munnike-kliniek ligt aan de andere kant van de stad.”

“Ze geven voor morgen regenachtig weer af. Ik vind het geen fijn idee dat je dan een paar keer over moet stappen en op de bus moet wachten bij een kille halte. Ik sta om negen uur bij je voor de deur, afgesproken?”

“Als het niet te veel moeite is. Ik ben je niet graag tot last.”

“Dat ben je heus niet, Karin. Afgesproken dus, morgenochtend negen uur.”

“Ik wil je nog iets vragen, Lidy. Hoe gaan die jongens naar school?”

Lidy begreep meteen welke angst Karin had.

“´s Morgens zal Alex hen brengen en ´s middags haal ik hen op. Goed?”

Karin knikte en begon te snikken. Lidy nam de magere vrouw in haar armen.

Karin legde haar hoofd op Lidy´s schouder en snikte.

“Ik ben zo bang! Ik ben dag in dag uit bang!”

“Wil je mee naar ons huis? Je kunt die ene nacht net zo goed bij ons overnachten!” bood Lidy aan.

Karin schudde heftig het hoofd.

“Nee, als Rick maar veilig is. Ik kan niet steeds blijven vluchten.”

“Weet je het zeker? We hebben plaats genoeg hoor!”

Karin knikte.

Lidy drukte de moeder van Rick nog eens tegen zich aan.

“Tot morgen, negen uur!” nam ze afscheid. Ze stapte naast Alex in de auto en ze zwaaiden alle drie naar de vrouw in de deuropening, die al snel angstig de deur sloot.

Lidy slikte en zweeg enige momenten. De emoties namen de overhand en dat hoefde Rick niet te merken.

Alex begreep het. Hij maakte grapjes tegen Rick en het ventje had er plezier in. Blijkbaar kon hij gemakkelijk overschakelen naar een andere situatie en een andere stemming.

Onopvallend legde Alex zijn hand een moment op die van zijn vrouw.

Toen ze thuiskwamen, rende Rick naar de deur. Tante Rosy, die al stond te wachten, opende de deur.

“Kom binnen, Rick. Andy zit al op je te wachten en er staat limonade en koek voor je klaar.”

Lidy glimlachte om de zorg van de tante van Alex.

Rick en Andy dronken hun limonade en verdwenen naar boven om op de kamer van Andy te gaan spelen.

Lidy legde haar hand op de arm van tante Rosy toen deze met de punt van haar schort een traan wegveegde.

“Ach Lidy, ik vind het toch zo vreselijk, dat zo´n kind moet worden weggebracht. Zo´n kereltje moet zijn moeder misschien een week of langer missen!”

Lidy zuchtte.

“Thuis is de situatie zo langzamerhand ook onhoudbaar. Ik denk dat Rick hier veel meer ontspannen is dan daar. Zijn moeder is ontzettend bang en overspannen.”

“Vreselijk! Op zulke momenten wil je alles doen om die mensen te helpen.”

“Ik weet precies wat je voelt, Rosy. Je zou al die vreselijke zorgen willen wegnemen.”

“Kan er dan niets tegen die man worden ondernomen?”

“Ik geloof dat dat nog niet zo gemakkelijk is. Ik herinner me dat hij wel eens een straatverbod heeft gekregen, maar dat overtrad hij dagelijks en de politie had ook geen tijd om die man daar steeds weg te halen.”

“En op die manier kan zo´n kerel maar doorgaan met zijn getreiter. Hij maakt die vrouw en dat kind het leven onmogelijk en niemand doet er wat aan.”

Lidy legde haar hand op de schouder van Rosy.

“Waarom kom je niet bij ons in de kamer zitten om een kopje thee te drinken?”

Tante Rosy bracht de avonden heel vaak door in eenzaamheid op haar kamer waar ze een tv had en een stapel boeken. Ondanks herhaalde uitnodigingen van de kant van Lidy, verkoos ze meestal de rust van haar eigen vertrek.

“Nee, dank je Lidy. Mijn favoriete serie komt straks. Dat lijkt me een goede ontspanning.”

“Je hebt gelijk. Ik ga Karin morgenochtend naar de inrichting brengen.”

“Jij staat ook altijd voor anderen klaar, Lidy.”

“Wat dat betreft, bevind ik me in goed gezelschap, Rosy,” zei Lidy hartelijk en ze zoende de oudere dame liefdevol op de wang.

Later op de avond, toen Alex het tijd vond worden voor een glas wijn, nam Lidy haar plaats naast hem in. Ze deed haar schoenen uit en schoof haar voeten onder zijn benen.

“Breng je de kinderen morgenochtend naar school? Karin durft Rick niet alleen naar school te laten lopen.”

“Dan begin ik wel gewoon wat later op de zaak. Haal jij hen dan weer op?”

“Ja, zo heb ik het beloofd aan Karin.”

“En wat staat daar tegenover, dokter Van de Poel?”

Zo sprak hij haar altijd aan als hij haar plaagde.

“Ik weet niet wat Karin er voor over heeft,” plaagde ze terug.

“Je weet heel goed wie ik bedoel, dokter Lidy!”

Hij kuste haar op de mond en Lidy genoot van zijn liefdevolle kus.

“Nou, je hebt je beloning al gehad, Alex Snijdewind!” lachte ze. Ze voelde zich warm worden omdat die man haar altijd gelukkig kon maken.

“Dat was pas deel één. Wacht maar af.”

Lidy legde haar hoofd op zijn brede schouder.

“Was voor zulke mensen als Karin en Rick ook maar een gelukkig gezinsleven weggelegd. Als die vreselijke man eens uit hun leven kon verdwijnen en er een ander voor in de plaats kon komen, die hen wat geborgenheid zou kunnen bieden.”

“Het ziet er niet naar uit dat die man voorlopig bij hen uit de buurt blijft. Hij heeft blijkbaar een boze inborst en hij viert zijn woede altijd op hen bot.”

“Zijn er geen mogelijkheden om die man uit te schakelen, Alex?” 

“Ik geloof dat dat niet zo gemakkelijk ligt, maar ik zal het eens nakijken.”

“Als je ziet wat hij zijn gezin aandoet, moet er toch iets geregeld kunnen worden om hen in veiliger vaarwater te brengen, Alex?”

“Je kunt die veiligheid alleen maar garanderen als de vader in de gevangenis zit. De wet voorziet vaak pas in oplossingen als er iets ergs gebeurd is.”

“Dus als hij haar en haar zoontje echt iets heeft aangedaan.”

“Ja Lidy, het is eigenlijk een kwestie van het kalf en de put, zeg maar.”

“Afschuwelijk!”



De volgende morgen legde Lidy een briefje op de receptiebalie waarin ze aan Corine liet weten dat ze iets later kwam. Ze wist uit haar hoofd dat ze weinig patiënten had die ochtend en dat ze dus best even zonder haar konden doen.

Intussen waren de kinderen zover dat ze al hun spullen bij elkaar hadden en naar school konden. Ook Alex pakte zijn koffer op en wachtte tot Lidy terug was.

“Wij zijn er klaar voor!” deed hij guitig.

Lidy gaf hem een kus en de kinderen ook. Ze deed net alsof Rick ook van haar was en zoende hem net zoals Andy en Steffie op de wang.

Ze hadden er zin in en stapten lachend de auto in. Lidy zwaaide en stapte vervolgens in haar eigen auto. Alex opende zijn raampje.

“Voorzichtig, doktertje!”

“Uitkijken advocaatje!” glimlachte ze terug. Ze zag dat Rick moest lachen om het gekke taalgebruik van de ouders van zijn vriendje. Terwijl Lidy verder reed, dacht ze weer aan de gezinssituatie van het ventje. Zou Rick nu niet eens verlangend aan zoiets denken? En hoe zou die jongen over zijn vader denken? Kon hij net zo´n hekel hebben aan zijn eigen vader als zijn moeder had? Ondanks de vele moeilijkheden met die man, bleef het wel zijn bloedeigen vader! Het was een nare situatie voor een kind. Hoe kon je op die manier opgroeien tot een evenwichtig mens? Hoe kon die vader ooit zo geworden zijn?

Toen ze stopte voor het huis van Karin, stond deze al met haar jas aan te wachten. Voor Lidy de motor van de auto goed en wel afgezet had, was Karin al buiten en sloot ze de deur achter zich. Enkele tellen later zat ze in de auto en groette ze Lidy.

“Je was al klaar!” keek Lidy haar verbaasd aan.

“Ik was al een tijdje klaar en ik wilde niet dat je zou moeten wachten. Het is al gek genoeg dat je al je kostbare tijd gebruikt om mij weg te brengen.”

“Dat is helemaal niet gek, Karin. Mijn tijd is niet kostbaarder dan die van wie dan ook. Ik ben blij dat ik iets voor je kan doen, ook al betekent het nog zo weinig.”

“Nou ja, eigenlijk betekent het meer voor me dan jij misschien denkt. In de bus en de tram blijf ik steeds angstig om me heen kijken of hij niet ineens achter me staat. In deze auto voel ik me relatief veilig.”

Daar had Lidy nog niet eens aan gedacht. Ze realiseerde zich dat het helemaal niet vreemd was dat een mens overspannen werd als je continu in angst leefde en daar in alles rekening mee moest houden. Ze merkte dat Karin een beetje beefde.

“Ik zal blij zijn als ik daar ben. Het duurt sowieso een paar dagen voor ik die angst helemaal kwijt ben. Ik heb Rick een gsm gegeven zodat we elkaar altijd kunnen bereiken. Hij weet dat dat ding altijd aan moet staan buiten schooltijd.”

“Ik zal je straks even met mijn gsm bellen zodat je mijn nummer ook op kunt slaan. Als er dan iets is waarover je in zit, dan kun je mij altijd bellen!”

“Dank je, je doet zoveel voor me, Lidy. Ik zou niet weten hoe ik dat allemaal voor je terug kan doen!”

“Karin, er is toch geen sprake van terug doen? Zo werkt het nu eenmaal niet. Ik zou me niet prettig voelen als jij bij alles wat een ander voor je doet, het gevoel had dat je daar iets voor terug moest doen.”

Lidy concentreerde zich op het verkeer en merkte dat Karin zachtjes huilde.

“Straks zijn we er, dan kun je beginnen met ontspannen!” stelde ze de jonge moeder gerust en ze legde een moment haar hand op de arm van Karin. Deze nam haar zakdoek en snoot haar neus.

“Het is toch gewoon geen leven zo?”

Lidy bleef het antwoord schuldig omdat ze vond dat ze die vraag niet kon bevestigen, maar ontkennen was ook geen optie. Karin had inderdaad op deze manier geen leven en haar zoontje eigenlijk ook niet.

Ze arriveerden op de parkeerplaats van de kliniek en Lidy zocht een plekje voor de auto. Enkele minuten later stapten ze de hal binnen en meldden ze zich bij de receptie.

“Mevrouw De Bruin, we verwachtten u al. Ik zal iemand bellen om u op te komen halen.”

“Ik moet waarschijnlijk op afdeling 3B zijn. Ik weet de weg.” De receptioniste glimlachte.

“In dat geval kunt u er natuurlijk op eigen gelegenheid naar toe gaan. Ik zal bellen om te zeggen dat u onderweg bent.”

“Mag ik meegaan?” vroeg Lidy.

“Als je nog tijd hebt,” antwoordde Karin.

“Ja, natuurlijk,” zei Lidy terwijl ze de lange gang in liepen.

“Zie je wat een prachtige tuinen ze hier hebben!” vertelde Karin enthousiast. Het was voor het eerst dat Lidy haar zag lachen.

“Inderdaad. Hopelijk is het mooi weer de komende dagen, zodat je daar lekker van kunt genieten.”

“De tuin is helemaal omheind en er zijn altijd mensen om je heen, zodat er niets kan gebeuren.”

Weer die angst, die behoefte aan een veilige plek. Wat vreselijk, dacht Lidy.

Een broeder kwam hen tegemoet.

“Karin?”

“Eddy. Fijn je weer te zien!” groette Karin de verpleger. “Je ziet dat ik mijn toevlucht weer moet zoeken bij jullie.” Lidy hoorde hoe de stem van Karin brak halverwege de zin.

“Daar zijn we voor, Karin,” reageerde Eddy kalm en legde zijn hand op haar schouder. Samen liepen ze de afdeling binnen. Tot Lidy´s opluchting maakte de afdeling een prettige en gezellige indruk. Het zag er niet bepaald klinisch en ziekenhuisachtig uit. De nadruk lag hier natuurlijk niet zozeer op steriliteit als in andere ziekenhuizen. Er stonden planten, er lag vloerbedekking en het geheel was ingericht als een aantal huiskamers bij elkaar. Het leek helemaal niet vervelend om hier een tijdje te moeten blijven.

Samen met Eddy en een begeleider dronken ze koffie waarbij de situatie van Karin werd besproken. Ook Rick kwam aan de orde en Karin benadrukte hoe belangrijk het voor haar was, te weten dat hij de komende tijd veilig onder dak was.

Na de koffie nam Lidy afscheid en bedankte Karin haar voor alle goede zorgen.

“Als het mag, komen we je al snel opzoeken. Is dat goed?”

“Ja, natuurlijk. Ik wil Rick ook graag zien. Ik mis mijn kereltje nu al zo.” Weer kwamen er tranen en Lidy nam de geplaagde vrouw in haar armen.

“Het komt op een dag allemaal goed, Karin. Je bent een sterke vrouw. Je komt sterk uit de strijd. Ik weet het zeker!”

Broeder Eddy keek toe met een glimlach.

“Is de directeur ook aanwezig?” vroeg Lidy aan hem. “Meneer Van Dijck?”

Eddy knikte.

“Ik heb hem zojuist nog gezien. Hij is in ieder geval aanwezig. Vraag bij de receptie maar naar hem.”

Dat deed Lidy. De receptioniste vroeg of het dringend was.

“Ik ken meneer Van Dijck nog van vroeger, maar er is ook iets wat ik met hem wil bespreken over de patiënte die ik zojuist heb binnengebracht,” motiveerde Lidy haar vraag naar hem.

“Nou, dat lijkt me dringend genoeg,” sprak de receptioniste vriendelijk en ze toetste zijn nummer in op de telefooncentrale die ze voor zich had staan.

“Wie kan ik zeggen dat er is, mevrouw?”

“Dokter Lidy van de Poel!”

Lidy hoopte maar dat Leo van Dijck zich haar nog wist te herinneren. Ze herinnerde zich Leo als een sympathieke jongen.

“Dokter Van Dijck, dokter Lidy van de Poel is hier voor u!” sprak de dame in de telefoon, waarna ze neerlegde.

“Hij klonk verrast en zei dat hij er meteen aan zou komen.”

Amper een minuut later kwam er een lange rijzige gestalte de hal binnen lopen.

“Lidy!” galmde het opgewekt langs de stenen muren van de hal.

“Leo?” vroeg Lidy. Ze herkende hem direct ondanks zijn bril en wat grijzere haar.

“Wat geweldig dat ik jou weer eens zie. Wat brengt jou hier?”

Lidy wilde antwoorden, maar Leo sloeg zijn arm om haar heen en praatte verder voor ze ook maar een woord kon zeggen.

“Trouwens, dat gaan we uitgebreid bespreken bij een kop koffie op mijn kamer.”

“Heb je daar tijd voor dan?” vroeg Lidy verbaasd.

“Nee, natuurlijk niet. Ik heb nergens tijd voor, net als jij waarschijnlijk, maar het is zeker tien of vijftien jaar geleden dat ik je heb gezien. Dus maken we maar even tijd. Ik ben hier eigenlijk nooit voor acht uur ´s avonds weg en dat zal vanavond niet anders zijn. Daar hebben we voor gekozen, Lidy. Ik vermoed zomaar dat het er bij jou precies zo aan toe gaat!”

Binnen een paar minuten zaten ze in de kamer van Leo en deze kletste genoeglijk. 

“Natuurlijk weet ik dat je een praktijk hebt hier ergens in de stad. Je bent kinderarts geworden, dat weet ik ook. Je trouwde natuurlijk met Werner, want jullie waren in destijds al onafscheidelijk. Ja, natuurlijk heb ik gehoord van dat tragische ongeval waarbij hij om het leven is gekomen. Ik heb vaak aan je gedacht in die tijd, Lidy. Ik hoop dat je me niet onkies vindt als ik vraag of je intussen een andere partner hebt?”

Lidy glimlachte om zijn spraakwaterval.

“Dat is niet onkies en ja, ik heb een partner gevonden. Alex Snijdewind, de advocaat.”

“Jammer!” deed Leo, “dus Alex is advocaat geworden? Hij was vroeger al goed bevriend met Werner, is het niet? Ik begrijp wel dat hij jou niet alleen wilde laten. Je bent nog altijd net zo mooi als toen, Lidy!”

“Vleier!” lachte Lidy, “ik ben net zo goed ouder geworden als ieder ander.”

“Het is niet zichtbaar. Maar even wat anders, je hebt een behoorlijk reputatie opgebouwd als kinderarts. Ik hoor zo hier en daar wel eens over je praten. Mensen gaan graag met hun kinderen naar je toe. Ben je alleen voor particulieren?”

“Ik ben er voor ieder kind dat een kinderarts nodig heeft, Leo!” reageerde Lidy misschien wel feller dan ze bedoelde. Er werd wel eens vaker geopperd dat ze met haar eigen praktijk alleen kinderen ontving waarvan de ouders een dure verzekering hadden. Dat was nog nooit aan de orde geweest. Ze had altijd regelingen getroffen waardoor iedere ouder die dat wilde, met zijn of haar kind naar haar toe kon komen.

“Ik wilde je niet boos maken,” deed Leo afwerend, “ik weet toevallig dat de meeste specialisten die een eigen praktijk hebben, voor de beter gesitueerden werken om de rekeningen van een dure eigen praktijk te kunnen betalen.”

“Dat is onzin, Leo. Met een beetje beleid kunnen alle rekeningen goed betaald worden en het personeel ook. Je moet als arts niet willen graaien over de rug van zieke kinderen!”

“Je bent werkelijk nog geen spat veranderd, Lidy. Tegenwoordig hoor je helaas vaak anders. Ik had toen al bewondering voor je en dat heb ik nu nog!”

“En hoe gaat het eigenlijk met jou, Leo? We hebben het alleen maar over mij gehad.”

“Een weinig verheffende geschiedenis, Lidy. Ik ben twaalf uur per dag hier in de kliniek. In de weekends ben ik hier ook vaak nog. Mijn huwelijk is dus op de klippen gelopen. Mijn vrouw kwam jaren geleden een fijne sportinstructeur tegen op de fitnessclub, die meer tijd voor haar had. Ik kan haar nog altijd geen ongelijk geven. We hebben nog steeds een goed contact, maar pijn doet het me wel. Toch heb ik het haar nooit kwalijk genomen. Hoe kun je een goede vrouw zijn voor een man die er nooit is?”

“Dat klinkt allemaal niet leuk, Leo.”

“En toch ben ik niet ongelukkig hoor. Ik ga helemaal op in mijn werk. De kliniek is mijn leven. Ik kan er heel veel vakkennis en creativiteit in kwijt.”

“Dat geloof ik direct. Ik wil je overigens ook nog spreken over Karin de Bruin, die ik vandaag hier heb binnen gebracht.”

“Karin de Bruin? Hmmm… die naam zegt me iets. Ik meen dat het iets te maken heeft met een gewelddadige man?”

“Leo, je kent toch niet iedere patiënt in dit huis?”

“Kennen is een groot woord, Lidy. Maar ieder geval komt aan mij voorbij, op papier dan natuurlijk. Ik wil alles weten. Wat de problemen zijn, wat het behandelingsplan is et cetera.”

“Op die manier vind ik twaalf uur per dag nog weinig, Leo!”

“Tja, je hebt gelijk. Dat is nu eenmaal je lot als je directeur van zo´n kliniek wordt.”

“Karin raakt regelmatig in psychische nood omdat haar gewelddadige ex-man haar vaak bedreigt. Ze hebben samen een zoontje dat aan haar is toegewezen en dat nu tijdelijk bij mij logeert. De constante angst voor haar zoontje en voor zichzelf maakt haar natuurlijk overspannen.”

“Terwijl een depressie op de loer ligt,” vulde Leo aan, “een zo uitzichtloos bestaan dat doorlopend gefrustreerd wordt door angsten, dat houd je psychisch niet vol.”

“En daar wilde ik het juist over hebben, Leo. Karin zegt tegen mij dat een gesprek met een psycholoog wat haar betreft, niet meer nodig is. Ze overleeft alleen nog voor Rick. Voor de rest hoeft het voor haar allemaal niet meer, zegt ze. Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling.”

Leo nam een schrijfblok en maakte een paar aantekeningen.

“Goed dat je dat bij mij meldt, Lidy. De betreffende psycholoog weet dan op welk niveau hij haar moet inschalen. Dat scheelt heel wat spreekuurtjes. Bovendien moeten we haar in de gaten houden. Nu haar zoon bij jou veilig onder dak is, zou ze wel eens het gevoel kunnen hebben dat dit het moment is om… Nou ja, om een onherroepelijke stap te nemen, zeg maar.”

“Je begrijpt me helemaal, Leo. Ik had ook niet anders verwacht. Beloof je me dat je goed voor haar zult zorgen?”

“Reken maar, Lidy. Ik ga meteen met deze gegevens naar haar afdeling toe en ik zal het vandaag nog bespreken met haar behandelende psycholoog.”

“Dank je, Leo. Ik ben blij dat ik mijn zorgen bij iemand heb kunnen onderbrengen.”

“Zorg jij voor dat kereltje, dan zorg ik voor de moeder,” vatte Leo de situatie samen en hij begeleidde haar naar de receptie.

“Doe vooral de groeten aan Alex en als je hier weer bent, wip dan zeker even binnen!”

“Daar kun je op rekenen. Het was leuk je weer eens te zien, Leo!”

Lidy had niet in de gaten hoe de directeur van de kliniek haar dromerig na keek.

“Wat een vrouw!” mompelde hij tegen zichzelf.



Toen Lidy laat op de ochtend in de praktijk arriveerde, wierp Corine een veelbetekenende blik naar het lab waar Petra aan het werk was.

“Ik weet niet wat er loos is, maar er zit Petra iets dwars.”

“Zou het met het werk te maken hebben, denk je?” vroeg Lidy geschrokken. Een goede sfeer op het werk was haar veel waard en ze voelde zich verantwoordelijk voor haar personeelsleden.

“Dat kan ik me niet indenken. Ze ging gisteren goed gemutst weg. Vanochtend leek het ineens foute boel.”

“Somber of sacherijnig?” vroeg Lidy om een duidelijk beeld te krijgen.

“Eerder somber. Ze praat gewoon tegen me maar af en toe dwalen haar gedachten af.”

Lidy zuchtte.

“Ik loop even bij haar binnen. Misschien wil ze het kwijt, maar de ervaring heeft ons geleerd dat het er meestal toch wel een keer uit komt.”

“Ja dat is zo, maar ik zou willen dat ze eens leert om het direct te zeggen. Het kost haar zoveel energie om eerst een tijdje te lopen somberen. Dat vertellen lucht haar meestal erg op.”

“Je hebt gelijk Corine, maar dat is nu eenmaal de aard van het beestje. Dat verander je zomaar niet meer.”

Lidy liep het lab binnen waar de knappe, blonde assistente geconcentreerd bezig was.

“Goedemorgen Petra!” groette Lidy opgewekt.

“Goedemorgen,” reageerde Petra tam.

“Waar ben je mee bezig?”

Petra legde geduldig uit wat ze aan het doen was en Lidy luisterde aandachtig. Ze hoorde aan de toon van haar werkneemster dat deze down was.

“Is er iets, Petra?”

“Ach welnee!”

“Je mag het er gerust uitgooien, dat weet je toch? Bij mij of bij Corine. Wat je wilt.”

“Het mag geen naam hebben, Lidy. Het is niets.”

“Als het toch ineens een naam krijgt, dan kom je maar. Beloofd?”

Petra glimlachte zwakjes.

“Dat is lief van je, Lidy.”

Lidy wierp nog een blik op de gebogen schouders van Petra en verliet het lab.

Na enkele patiënten ontvangen te hebben, stelde Lidy vast dat het alweer twaalf uur was. Ze zouden gedrieën een boterhammetje eten. Lidy hoopte maar dat Petra dan minder somber zou zijn. 

Corine maakte thee en toen ze even later samen aan de lunch zaten, begon Petra te praten.

“Weet je dat er in een toneelvereniging altijd meer vrouwen zitten dan mannen?”

Lidy en Corine schudden het hoofd. Ze hadden er zelfs nog nooit bij stilgestaan.

“Heeft dat voordelen of nadelen?” vroeg Corine.

“Wat denk je?” deed Petra cynisch en Lidy schoot in de lach.

“Aan jouw humeur te merken, wil je ons attenderen op een negatieve invloed die daar van uitgaat.”

“In het gezelschap waarin ik meespeel, zijn zes vrouwen en twee mannen actief. Die twee mannen zijn allebei al een aardig eind boven de vijftig.”

“Voor jou niet meer echt interessant dus?” concludeerde Lidy voorzichtig.

“Inderdaad. De regisseur daarentegen is eenendertig en heel erg leuk!”

Lidy en Corine begonnen te glimlachen. Ze begrepen waar dit verhaal ongeveer heen zou leiden en waar het slechte humeur van Petra vandaan kwam.

“Gisteren heb ik Diederik, de regisseur dus, thuis gebeld en hem gevraagd om wat extra lessen te mogen krijgen van hem. Ik ben tenslotte nog onervaren en ik wil het heel goed doen.” Corine en Lidy knikten weer. Zo kenden ze Petra, die wilde alles goed doen.

“Maar toen heeft Diederik me dus voorzichtig duidelijk gemaakt dat er bij de andere dames nogal wat weerstand bestond tegen extra aandacht van hem voor mij. Toen ik vroeg waarom dat was, bleef hij vaag. Intussen begrijp ik het wel. Er is gewoon jaloezie in het spel!” 

“En blijkbaar geeft Diederik toe aan de emoties van de dames, want hij geeft jou die extra lessen dus niet!” stelde Lidy vast.

“Ik begrijp het gewoon niet. Ik wil alleen maar deskundige begeleiding van hem. Meer niet!”

Corine en Lidy keken Petra vorsend aan.

“Nou ja, een beetje extra aandacht is natuurlijk wel leuk.”

De andere twee proestten het uit.

“Tijdens die extra lessen zou je toch wel met hem alleen moeten zijn, Petra?” vroeg Corine nog nahikkend.

Petra knikte.

“Ja, zo had ik dat in gedachten. Om optimaal van zijn deskundigheid te kunnen profiteren zeg maar!”

Corine en Lidy konden het nu echt niet meer houden en moesten vreselijk lachen.

“Optimaal van zijn deskundigheid profiteren, wat kun jij toch mooie termen geven aan zoiets,” lachte Lidy. Ook Petra moest nu van de weeromstuit lachen.

“Wie verwacht er nu ook dat zo´n kerel zich laat manipuleren door een stel mutsen.”

“Die Diederik van jou is eigenlijk wel een watje, Petra,” waagde Corine er op.

“Toch is hij wel heel leuk, hoor Corine.”

“Je bent verliefd!”

Petra kleurde.

“Des te vervelender is het dat hij zo reageert! Ik voel me zo gegeneerd. Als hij mijn gevoelens ook maar een klein beetje beantwoordde, zou hij de ergernissen van die andere vrouwen toch zeker aan zijn laars lappen!”

Lidy en Corine knikten in een pijnlijke stilte. Ze wilden niet verwoorden dat het er op leek dat van dergelijke beantwoording dus blijkbaar geen sprake was. En dat terwijl Petra gewend was om de ogen op zich gericht te krijgen.

“Misschien is hij na de volgende repetitie ineens wel genegen om wat meer aandacht aan je te schenken?” probeerde Corine voorzichtig.

“Je bedoelt als die feeksen allemaal een hele avond woedend naar ons hebben gekeken?” reageerde Petra furieus.

“Of als je met een strak truitje aan eens een paar keer liefjes naar hem gekeken hebt!”

“En met je ogen geknipperd hebt,” vulde Lidy aan.

“Jullie bedoelen dat ik in de aanval moet gaan?”

De twee knikten.

“Als je verliefd bent, geef je niet zomaar op Petra.”

Petra overdacht de situatie.

“Met mijn roze truitje,” fantaseerde ze.

“En je haar opgestoken, dat maakt je altijd nog knapper dan je al bent,” hielp Lidy.

“Dank je wel. Jullie zijn zo lief voor me.”

“Na de volgende repetitie ben jij het meisje van de regisseur!” voorspelde Corine.

“Vooral als hij lacht, is hij heel lief,” zwijmelde Petra en ze staarde dromerig voor zich uit. Lidy en Corine wierpen elkaar een blik van verstandhouding toe.

“Stil eens!” onderbrak Petra hun gemijmer over Diederik. Ze luisterden allemaal naar de radio die op de achtergrond aan stond en waar het radiojournaal juist werd uitgezonden.

“Anastasia zou enkele patiënten ervan hebben overtuigd dat de reguliere geneeskunde hen niet zou helpen. Van deze vier patiënten zijn er inmiddels twee overleden. De rechter bepaalde in een kort geding dat het medium voorlopig iedere behandeling van zieke mensen moet staken, tot het onderzoek helemaal is afgerond. Het medium Anastasia gaat tegen de uitspraak van het geding in hoger beroep.”

De drie vriendinnen keken elkaar met open mond aan.

“Twee mensen overleden!” riep Petra uit. “Zulke mensen denken maar dat ze alles kunnen maken. Ze gaat zelfs in hoger beroep! Dat mens is gewoon schaamteloos!”

“Ik vraag me af wat de ouders van Jamie gaan doen als Anastasia hem niet kan behandelen. Als ze te lang wachten, wordt de schade alleen maar erger.”

“Ik snap zulke mensen niet. Je kunt het aan me uitleggen, maar ik snap die mensen echt helemaal niet. Dat soort mensen is toch onverantwoord bezig? Je stelt je kinderen toch niet bloot aan zo´n toverkol?” raasde Petra.

Lidy zuchtte.

“Ik hoop dat dit een aanleiding is voor de ouders van Jamie om toch terug te keren naar de reguliere geneeskunde. Eigenlijk zou het pas goed zijn als al die patiënten terug zouden keren naar hun huisarts en specialisten. Bij de meesten zal er al een keer iets fout gegaan zijn bij een arts, maar toch hebben ze altijd nog meer kans op genezing dan wanneer ze naar zo’n medium gaan!”

“Mensen die ongeneeslijk ziek zijn, hopen dat een medium de ziekte wel kan bestrijden!” wist Corine.

“En in zulke gevallen kan ik daar ook wel begrip voor hebben. Wie de boodschap heeft gekregen dat hij zal sterven, wil graag iedere strohalm aangrijpen. Ik ben de laatste om daarover te oordelen, maar je geeft je zelf en je omgeving valse hoop,” sprak Lidy. “Maar goed, ik ga straks naar het Sint Joseph–kinderziekenhuis om de uitslagen van Luisa Rossems te bekijken met dokter Van Hoorn.”

“Ja, als het goed is, zijn die foto’s vanochtend gemaakt. Gelukkig kon de familie Rossems er nog net tussen,” vertelde Corine. Ze kende veel personeel in het kinderziekenhuis doordat ze vrijwel dagelijks telefonisch contact met hen had en kon zodoende nog wel eens iets bereiken.



Korte tijd later liep Lidy al in de lange gang van het kinderziekenhuis waar ze een bekende verschijning was. De directeur van het ziekenhuis, dokter Hans Bonnema, had haar zelfs al verschillende keren gevraagd bij hem in dienst te komen, maar dat had Lidy tot nu toe altijd geweigerd. Hoewel ze zich er prettig voelde, was ze toch te zeer op haar zelfstandigheid gesteld die ze kende als arts met een eigen praktijk.

Edward van Hoorn werkte intussen alweer een tiental jaren in het kinderziekenhuis en kende Lidy dus ook goed. Ze hadden een wederzijds respect wat betreft vakkennis en persoonlijkheid.

“Lidy, goed je weer eens te zien. Je ziet er goed uit!”

Lidy lachte om de complimenten. Ze was gewend aan opmerkingen over haar uiterlijk. Ze was dan ook een mooie vrouw met een sympathieke uitstraling, zoals Alex vaak zei.

“Kom binnen, dan kunnen we het geval Luisa Rossems eens bekijken.”

Binnen in de spreekkamer van Edward knipte hij de lamp aan waarop de röntgenfoto’s van het kleine meisje hingen.

“Kijk eens Lidy,” sprak Edward terwijl hij zijn bril opzette.

Lidy keek geconcentreerd naar de foto’s.

“Wat bedoel je, Edward?”

“Ik zou graag willen dat je me vertelt wat je ziet, Lidy…” vroeg van Hoorn.

Lidy bekeek de foto’s nog eens uitgebreid.

“Ik moet je eerlijk bekennen dat ik niets zie, Edward. Ik ben natuurlijk ook niet deskundig op jouw vakgebied. Waarschijnlijk zie ik iets niet wat jij wel ziet!”

“Toch niet, Lidy. Er is namelijk niets te zien!”

Ze keken elkaar een moment aan.

“Je bedoelt dat Luisa geen afwijkingen vertoont?”

“Precies! Ik weet niet wie al die dingen op papier heeft gezet, maar dat het kind ernstige afwijkingen zou vertonen, is in ieder geval niet waar.”

“Vind je dit niet vreemd, Edward?”

“Ja, natuurlijk is het vreemd. Heb jij de papieren gezien?”

Lidy knikte.

“Ja, ik het gelezen. Ik had het gevoel dat er iets niet klopte, maar kon niet precies duiden waarom.”

Edward haalde de papieren erbij en ze namen plaats aan zijn bureau. Het dossier van Luisa was in het Engels vertaald, maar ook de originele versie was aanwezig.

Edward las de Engelse versie nog eens door terwijl Lidy naar het originele dossier keek dat in het Spaans was geschreven.

“Edward, hier staat Luisa Maria Lopez. Wordt op de Engelse versie geen andere naam genoemd?”

Edward bekeek de namen op de papieren die hij in handen had.

“Luisa Anna Ramires,” las hij voor. Weer keken ze elkaar aan.

“Het lijkt er op dat de gegevens van twee meisjes verwisseld zijn.”

Ze bekeken de tekst op de beide dossiers maar kenden geen van tweeën voldoende Spaans om te kunnen beoordelen of er in die taal hetzelfde stond als in het vertaalde document.

Lidy wist raad.

“Op de verbandafdeling werkt een Spaanse vrouw. Ik ga naar haar toe.”

“Ik heb patiënten, Lidy. Ik hoor wel hoe het zit!”

Lidy liep met de beide dossiers naar de verbandafdeling waar ze naar de Spaanse vrouw vroeg.

“Conchita? Ja, die is koffie gaan drinken in het restaurant.”

Lidy repte zich naar het restaurant en daar aangekomen nam ze meteen ook maar een kop koffie aan het buffet. Ze zag Conchita al zitten aan een tafeltje met nog een paar collega’s.

Lidy ging bij hen zitten en vertelde het verhaal aan de Spaanse vrouw die overigens uitstekend Nederlands sprak.

“Laat me kijken,” zei ze en nam de dossiers van Lidy over. Ze legde de twee eerste bladzijden van de dossiers voor zich en las.

“Ze beginnen in ieder geval allebei anders,” mompelde ze terwijl ze verder las. Op een gegeven moment legde ze de beide dossiers voor Lidy neer.

“Het Spaanse dossier meldt dat het meisje gezond en wel is afgeleverd en dat de moeder arm was en de vader onbekend.” Lidy keek haar dankbaar aan.

“Terwijl het Engelstalige dossier melding maakt van een heleboel lichamelijke aangeboren afwijkingen. Bovendien staat boven het Engelse dossier een andere naam dan boven het Spaanstalige. Ik vermoed dat er twee meisjes uit één weeshuis zijn geadopteerd die allebei Luisa heetten en dat iemand hun dossiers heeft vertaald en die vertalingen per ongeluk heeft verwisseld. Dat is fijn voor de Nederlandse ouders van Luisa hier, maar heel naar voor de ouders van de andere Luisa,” begreep Conchita.

Lidy knikte. “Ik denk dat ik maar even naar de ouders van Luisa toe ga. Bedankt Conchita.”

“Graag gedaan, dokter Van de Poel!”



In de auto belde Lidy naar Corine om het adres van de familie Rossems. Ze typte het even later in in haar navigatiesysteem.

“Dat ligt in de buurt van de school van de kinderen. Dan kan ik hen mooi ophalen als ik klaar ben bij de ouders van Luisa,” mompelde ze.

Ze startte haar auto en reed de parkeerplaats af. Ze realiseerde zich dat ze goed gehumeurd was. Ze had natuurlijk ook gewoon goed nieuws te melden aan de ouders van haar patiëntje, maar Conchita had heel terecht opgemerkt dat er natuurlijk een naar bericht in zat voor de ouders van een ander kindje.

Ria Rossems keek geschrokken op toen ze Lidy voor haar voordeur zag staan.

“Komt u binnen dokter, zei ze met een uitnodigend gebaar.

“U hebt vast en zeker slecht nieuws als u het persoonlijk komt vertellen.”

“Integendeel,” antwoordde Lidy toen ze de woonkamer binnen kwam waar Jan juist de kleine meid uit de wagen tilde.

“We hebben juist een fijne wandeling gemaakt. Ik heb altijd geleerd dat het goed is als kinderen iedere dag even buiten komen. Is het niet dokter?”

“Dat is zeker goed voor een kind. Trouwens ook voor volwassen mensen.”

Nu leek ook Jan zich te realiseren dat er wel eens slecht nieuws aan kon komen bij het bezoek van de kinderarts.

“U komt ons niet zomaar opzoeken, is het wel?”

“Ga toch zitten, dokter Van de Poel,” deed Ria beleefd.

Lidy ging zitten en wachtte tot de ouders met hun kindje op schoot tegenover haar zaten.

“Ik kom direct van het kinderziekenhuis vandaan, waar ik samen met dokter Van Hoorn de röntgenfoto’s heb bekeken. We kunnen helemaal geen afwijkingen zien en het is vrijwel zeker dat Luisa een heel gezond kindje is.”

“Maar… dat is toch juist goed nieuws?” bracht Ria aarzelend uit.

“Dat is inderdaad goed nieuws voor jullie. We denken echter dat er ergens papieren met elkaar verwisseld zijn en dat het hele verhaal over de afwijkingen bij een ander meisje hoort. Namelijk bij Luisa Anna Ramires.”

De twee jonge ouders keken elkaar aan.

“Dat meisje hebben we daar ook gezien. Zij is in dezelfde periode geadopteerd als onze Luisa. Door een echtpaar uit Groningen. De stad Groningen bedoel ik,” vertelde Jan.

“We hebben niet zoveel contact gehad met die mensen,” vulde Ria het verhaal aan, “ze waren wel aardig hoor, maar een beetje op zichzelf.”

“Ik zou toch graag willen dat de papieren bij die mensen komen. Hoe kan ik hen bereiken?”

“Wij hebben er geen adres of telefoonnummer van, maar het adoptiebureau natuurlijk wel.” Ria stond op om in een secretaire een kaartje te pakken waar de adresgegevens van het adoptiebureau op stonden.

“Daar weten ze natuurlijk de namen en adressen van die mensen.”

“Bedankt. Die mensen zullen misschien niet blij zijn met het slechte nieuws over hun dochtertje, maar de artsen die haar onderzoeken, hebben misschien wel iets aan de informatie.”



Nadat ze afscheid had genomen van de familie Rossems, reed Lidy eerst naar de basisschool om de kinderen op te halen. Ze parkeerde de auto op het kleine parkeerterreintje en betrapte zichzelf erop dat ze om zich heen keek. Was die Bart niet ergens in de buurt? Wat zou ze eigenlijk moeten doen als hij hier ineens bleek te zijn om zijn zoon mee te grissen? Ze besloot de school in te gaan zodat ze met het ventje aan haar hand naar buiten kon komen. Mocht de vader dan aanwezig zijn, zou de aanblik van een volwassene die zijn kind escorteerde, hem er misschien van weerhouden zo’n actie te ondernemen.

Precies op het moment dat ze het schoolgebouw binnen liep klonk de bel luid. Van diverse lokalen vlogen de deuren open en er kwamen kinderen naar buiten gerend, blij dat de schooldag voorbij was. Ze herkende Andy en Rick.

“Hier bij mij blijven, jongens!”

De twee voegden zich braaf bij hun moeder.

“We wachten hier op Steffie zodat we allemaal samen naar de auto kunnen lopen.”

De juf van de jongens zag Lidy staan en sprak haar aan.

“Ik heb begrepen dat Rick een tijdje bij jullie logeert?”

“Ja, dat klopt,” antwoordde Lidy. Ze vond de juf van Andy erg sympathiek.

“Rick heeft de laatste tijd wat concentratieproblemen. Om hem een beetje te ontzien in deze moeilijke periode, geef ik hem de helft van het werk van andere kinderen op. Op die manier krijgt hij wel alle stof te verwerken, maar geen al te grote achterstand.”

“Ik ben erg blij met je begrip,” glimlachte Lidy, “het is inderdaad een moeilijke tijd voor Rick. Over een tijdje zal het allemaal wel weer beter gaan.”

“Dat denk ik ook wel,” beaamde de juf. Ze glimlachten naar elkaar en beseften allebei dat ze dit laatste zeiden omdat het kereltje erbij stond en ze niet al te pessimistisch wilden klinken als hij het kon horen. De juf had nog een vergadering en groette de jongens en Lidy. Op dat moment kwam Steffie erbij.

“Gaan we?”

Lidy gaf haar oudste kind een seintje dat zij Rick bij de andere hand moest nemen. Samen verlieten ze de school en op het schoolplein keek Lidy behoedzaam om zich heen. Ze realiseerde zich nu nog meer hoe moeilijk het leven voor Karin was. De angst voor die man hield echt nooit op!

Ze stapte met de kinderen in een flink tempo over het schoolplein naar de auto toe. Sneller dan anders liet ze de kinderen instappen en nam zelf achter het stuur plaats.

Toen ze haar gordel aangespte, hoorde ze Rick met een muizenstemmetje iets zeggen.

“Daar is pappa!”

Lidy schrok en keek op. Twee auto’s van haar vandaan was juist een grote auto gestopt en er stapte een lange, brede man uit die spiedend om zich heen keek. Er ging een boosheid van die man uit, zozeer dat Lidy huiverde. Ze wilde tegen Rick zeggen dat hij moest bukken, maar in haar spiegel zag ze dat het jongetje zich al klein had gemaakt tussen Steffie en Andy in. Het leek alsof ze op dat moment allemaal stopten met adem halen. Lidy voelde hoe ze kippenvel kreeg. De man liep vlak langs haar auto. Wat te doen als hij in de auto keek? Om zijn aandacht niet te trekken, startte ze de auto nog niet en wachtte met nog steeds ingehouden adem tot hij voorbij was.

“Blijf zo zitten Rick!” fluisterde ze en ze startte de auto. Ze bleef kijken naar Bart die, met zijn ogen tot spleetjes geknepen, over het schoolplein uitkeek. Intussen draaide ze de auto en reed zo onopvallend mogelijk van het parkeerterreintje af. In haar spiegel zag ze Bart nog staan uitkijken over het plein. Ze hoopte maar dat hij niet naar binnen zou gaan om de leerkracht lastig te vallen, maar ze herinnerde zich weer dat die in een vergadering zat en dus in ieder geval niet alleen was. Lidy haalde opgelucht adem en reed naar huis. Ze bleef zich de hele rit niet lekker voelen. Dat kwam door de spanning en door de wetenschap dat zoiets steeds kon gebeuren en door het feit dat Rick deze angstige momenten had moeten meemaken.

Eenmaal thuis bracht ze de kinderen tot in de keuken en vertelde aan tante Rosy wat er was gebeurd.

“Laat de kinderen niet buiten. Het is gelukkig toch niet zulk lekker weer. We moeten maar geen risico nemen!”

De kinderen waren op dat moment met limonade naar hun kamer verdwenen, zodat ze Lidy’s waarschuwing niet meekregen. Tante Rosy veegde een traan uit haar ooghoek.

“Wat vreselijk dat dat ventje zulke dingen moet meemaken. Dat hij wegduikt als hij zijn vader ziet, betekent dat hij dus heel goed weet wat er aan de hand is.”

Lidy knikte.

“Ja, dat begreep ik ook toen hij die snelle reactie vertoonde. Het zit er behoorlijk in gebakken.”

Ze staarden enige momenten verslagen voor zich uit.

“Ik moet nog even naar de praktijk. Het is nog te vroeg om te stoppen. Wat eten we trouwens?”

“Friet met appelmoes, dat vindt Rick een lekkernij!”

“Als het aan jou ligt, gaat Rick in ieder geval dik terug naar huis, zodra zijn moeder wat opgeknapt is.”

“Als het aan mij lag, kwam die slampamper van een vader achter de tralies, levenslang!”

Lidy keek op van deze uiting van opgekropte boosheid. Ze was zulk woordgebruik niet gewend van de tante van Alex!

“Ik wilde je net gaan bellen,” zei Corine toen Lidy de praktijk binnenkwam.

“Is er iets dringends?”

“Nou ja, de oma van Jamie Doorwerth heeft gebeld en ze klonk nogal boos.”

“Zei ze ook waarom?”

“Het had te maken met Anastasia. Ik heb gezegd dat je haar terug zou bellen.”

“Goed, dat zullen we dan meteen doen! Bel je haar en zet je haar op mijn telefoon.”

Lidy trok zich terug in haar werkkamer en deed haar jas uit. 

Toen ze ging zitten, belde Corine.

“Ik heb die mevrouw voor je onder de knop. Hier komt ze.”

“Met Lidy van de Poel.”

“Met Alfonsine Kranenburg. Ik ben de grootmoeder van Jamie Doorwerth en ik wil u mijn ontzetting te kennen geven over het feit dat u mijn dochter met haar zoontje heeft doorverwezen naar die oplichtster van een Anastasia, of hoe dat gekke mens zich dan ook mag noemen! U speelt met mensenlevens, dokter Van de Poel. Met kinderlevens nog wel! Dat vind ik, geloof ik, nog erger. Ik zal me richten tot het Medisch Tuchtcollege en er bij vertellen dat u waarschijnlijk financieel gewin hebt bij het verwijzen van zieke kinderen naar dit zogenaamde medium. Jammer dat een arts zoals u haar reputatie op het spel durft te zetten.”

Het was enige seconden stil omdat mevrouw Kranenburg in haar opwinding een beetje adem tekort kreeg en naar lucht moest happen.

“Mevrouw Kranenburg. Er klopt hier iets niet. Ik heb uw dochter geadviseerd naar een oogarts in het Sint Joseph–kinderziekenhuis te gaan, wat zij pertinent weigerde. Zij en haar man hadden slechte ervaringen in de reguliere geneeskunde, zei ze en ze zou zich richten tot Anastasia. Ik had tot nu toe nog nooit gehoord van het medium Anastasia en heb me door mijn assistente moeten laten vertellen wie dat is.”

Het was enkele ogenblikken stil aan de andere kant van de lijn. Lidy wist niet of dat kwam door de verbazing van mevrouw Kranenburg, of doordat ze adem haalde voor een hernieuwde aanval.

“Dus u zegt dat mijn dochter tegen mij liegt?” klonk het boos.

“Ik vertel u alleen maar wat ik uw dochter heb geadviseerd, mevrouw. Ik heb nog nooit in mijn hele carrière iemand naar een medium doorverwezen en zal dat ook nooit doen!”

“Ik wil hier de onderste steen boven hebben, dokter Van de Poel. Het welzijn van mijn kleinkind is mij alles waard!”

“Ik stel het belang van Jamie ook voorop, mevrouw. Ik vrees voor zijn toekomst als zijn ouders niet met hem naar een vakkundige oogarts gaan.”

“Nu zegt u warempel hetzelfde als ik!” deed de dame verbijsterd en verontwaardigd.

“Ik doe u een voorstel, mevrouw Kranenburg. Ik stel voor dat u en ik elkaar over een half uur ontmoeten bij uw dochter thuis en dat we daar eens een gesprek aangaan. Uiteindelijk zijn zij en haar man degenen die de beslissing moeten nemen.”

“Dat is eigenlijk wel een goed idee. Daar zal blijken wie van u er gelijk heeft. Mijn dreigementen met het Medisch Tuchtcollege zijn niet ijdel, dokter!”

“Ik ben er niet bang voor. Ik zie u over een half uur dus bij uw dochter?”

“Ik ga er meteen naar toe!” 

Lidy wilde nog een groet uitspreken om het gesprek af te ronden, maar aan de andere kant werd de verbinding al verbroken. Lidy glimlachte. Ze zou zich in andere gevallen niets van dreigementen aantrekken, maar nu zag ze een kans om Jamie toch nog bij een specialist te krijgen. Ze nam haar jas en haar tas.

“Corine, ik ga naar de ouders van Jamie Doorwerth. Geef me het adres even als je wilt.”

Een beetje verbaasd overhandigde Corine het adres.

“Ga je die oma geruststellen?”

“Ik ga proberen om Jamie toch nog naar een echte oogarts te krijgen.”

Nagekeken door Corine, verliet Lidy in hoog tempo de praktijk. Ze wist dat het adres dat ze van Corine had gekregen, een behoorlijk eind uit de buurt was en wilde op tijd bij de familie Doorwerth aankomen om de oude dame aan te treffen. Toch scheurde ze niet door de stad. Lidy was een vrouw met verantwoordelijkheidsgevoel die altijd voorzichtig reed en goed oplette.

Ze vond het dan ook prettig dat ze precies een half uur later haar auto voor de royale bungalow van de familie Doorwerth parkeerde.

Voor ze kon aanbellen werd de deur geopend door de moeder van Jamie die de kinderarts niet bepaald vriendelijk aankeek.

“Mijn moeder is ook juist gearriveerd en ze heeft uw komst al aangekondigd. Ik begrijp niet waar deze hele poppenkast voor dient!”

In de grote woonkamer van het huis speelde Jamie op de grond met een paar autootjes. In een hoek van de kamer stond een grote, struise dame met een bontjas aan en een retro vlinderbril op haar neus.

“Alfonsine Kranenburg, we hebben zojuist al kennis gemaakt. U bent in ieder geval punctueel.”

“Laten we ter zake komen,” begon Lidy. “Uw dochter heeft tegen u gezegd dat ik haar met Jamie had verwezen naar het medium Anastasia.”

“Inderdaad! Gerdien, dat heb jij gezegd, is het niet?”

Gerdien kleurde.

“Nou ja, ik bedoelde eigenlijk dat ik geen keus meer had.”

De ogen van Alfonsine vlamden.

“Het gaat er nu niet om wat je bedoelde, Gerdien. Het gaat er om wat je zei! En jij hebt tegen mij gezegd dat dokter Van de Poel je verwees naar die Anastasia!”

Ze keken allebei naar Gerdien en deze boog het hoofd.

“Ferdinand wil niet dat we met Jamie naar een reguliere arts gaan. Dat ik met hem naar dokter Van de Poel ging, vond hij alleen goed, omdat zij zo goed aangeschreven staat.”

Mevrouw Kranenburg leek te gaan ontploffen van woede.

“Dus vanwege de idiote ideeën van die zwakbegaafde schoonzoon van mij, riskeer je het levensgeluk van mijn kleinkind en lieg je tegen mij?”

Gerdien zweeg en keek beschaamd naar de grond.

“Ja…” bracht ze uiteindelijk uit.

Mevrouw Kranenburg haalde diep adem.

“Ten eerste voel ik me verplicht om u mijn verontschuldigingen aan te bieden, dokter Van de Poel. Mijn woede richtte zich tot u, maar had zich tot mijn dochter en mijn schoonzoon moeten richten!”

“Uw verontschuldigingen zijn niet nodig, mevrouw Kranenburg. Belangrijker vind ik het dat Jamie door een vakkundige specialist wordt geholpen.”

“U bent een vrouw naar mijn hart, dokter. Mijn dochter en haar man ontvangen iedere maand een financiële bijdrage van mij omdat die idioot van een vent van haar met zijn belachelijke bedrijfje amper het hoofd boven water kan houden. Er gaat deze maand in ieder geval duizend euro van die bijdrage naar uw praktijk om mijn spijt te betuigen. Als Jamie niet naar de oogspecialist in het Sint Joseph–kinderziekenhuis gaat, vervalt de rest van mijn financiële bijdrage aan dit gezin helemaal. Dan kan deze fraaie bungalow in ieder geval in de verkoop!”

“Moeder!” riep Gerdien geschrokken uit.

“Mevrouw Kranenburg, u hoeft mij geen geld te geven. Dank u wel voor het aanbod, maar dat kan ik niet aannemen.”

Alfonsine keek Lidy vorsend aan.

“Het gaat me niet om u, dokter. Het gaat me er om dat mijn dochter en haar man een signaal krijgen. Ik wil die duizend euro kwijt aan een zinvoller besteding dan mijn schoonzoon.”

“Als het niet anders kan, geeft u dat geld dan alstublieft aan Huize Zonzicht. Dat is een kindertehuis waar ik de vaste huisarts van ben. Ik weet zeker dat de directrice met zo’n bedrag iets leuks kan doen voor de kinderen.”

“Het zal zo gebeuren als u zegt. Huize Zonzicht, zegt u? Ik maak het geld vandaag nog over!”

“Maar moeder, dat is ons geld!”

“Helemaal niet! Dat geld is van mij en ik geef jullie iedere maand geld om dat kind hier, waar ik zielsveel van hou, alles te geven wat hij nodig heeft. Komende maand zullen jullie een paar keer minder uit eten kunnen gaan, maar Jamie zal er niet onder lijden. Wat is je antwoord?”

“Ik heb geen keus, moeder!”

“Maak zo snel mogelijk een afspraak met dokter Berk van het Sint Joseph–kinderziekenhuis,” adviseerde Lidy.

“En denk erom, ik controleer of je dat ook werkelijk gedaan hebt!” waarschuwde Alfonsine.

“Ja moeder,” zuchtte Gerdien met gebogen schouders.

Even later verliet Lidy met een vreemd gevoel de bungalow van de familie Doorwerth, of was hij nu van mevrouw Kranenburg?

Lidy hield er niet van dat er druk op iemand werd uitgeoefend door middel van financiële sancties of op een andere manier. Eigenlijk had ze het liefst dat mensen vrij waren in hun doen en laten. Maar in dit geval betekende het wel dat de kleine Jamie nu bij dokter Berk terecht zou komen in plaats van bij lieden met een twijfelachtige reputatie zoals die Anastasia.

Toen ze weer terugkwam in de praktijk, stond Corine al met haar jas aan.

“Ik wilde juist naar huis gaan, Lidy. Petra is net weg.”

“Ja, je hebt gelijk, Corine. Het is tijd. Morgen is er weer een dag.”

Ze namen afscheid en Lidy repte zich naar huis. 

In de keuken kwam de lucht van gebakken friet haar al tegemoet. Tante Rosy was bezig met een zelf gemaakte appelmoes maar richtte zich meteen tot Lidy toen deze binnen kwam.

“Lidy, er is iets met Basil. We hebben vanmiddag een korte wandeling gemaakt en het viel me op dat het arme dier een beetje mankt.”

Lidy wierp een blik op de vrolijke teckel die inderdaad wat ongelukkig liep. Toch kwispelde de hond. Het zien van zijn baasjes maakte hem altijd vrolijk. Het eigenzinnige hondje had waarschijnlijk een hoge pijngrens.

“Dan zal ik vanavond even met hem naar de dierenarts moeten gaan,” stelde Lidy vast.

“Ik heb al gebeld met de nieuwe dierenarts hier in de wijk,” bracht Rosy naar voren. “Ik ben maar zo vrij geweest. Ik zal vanavond wel even gaan.”

Lidy keek om zich heen en zag dat de tante van Alex nog een heleboel werk had liggen.

“Nee hoor, niets daarvan. Door Rick heb je al heel veel werk extra. Ik ga wel even. Je bedoelt toch die dierenarts op de hoek bij het pleintje?”

“Ja, precies, aan de Gijsbrechtstraat. Het zijn jonge mensen, geloof ik.”

Na het eten hielpen Lidy en Alex met het afruimen van de tafel en het inruimen van de vaat in de vaatwasser. Alex nam zich voor de kinderen met hun huiswerk te helpen en Lidy gespte Basil aan zijn riempje.

Ze genoot van de korte wandeling naar de Gijsbrechtstraat, maar merkte dat het voor de kleine hond tamelijk moeilijk was. Ze maakte zich nu ineens zorgen. Ze waren met zijn allen erg aan het goed gehumeurde hondje gehecht. Als er maar niets ergs met hem aan de hand was!

De praktijk zag er keurig uit. Lidy nam plaats in de wachtkamer die uiterst modern was, maar Basil voelde zich niet gemakkelijk, dat was duidelijk. Kwam dat door de geurtjes van andere dieren? Er hing een zo sterke lysolgeur, dat het Lidy eigenlijk sterk leek dat haar hondje nog iets anders kon ruiken, maar honden hadden nu eenmaal een veel sterker reukvermogen dan de mens, wist ze.

Toen de deur van de spreekkamer werd geopend, liet een jonge, knappe vrouw in een witte jas iemand uit met een kat in een mandje en richtte zich vervolgens tot Lidy.

“U komt waarschijnlijk met Basil, de teckel met de zere poot?”

“Klopt!” bevestigde Lidy het vermoeden en stond op om de jonge dierenarts te volgen in de spreekkamer.

“Zet u de patiënt maar even op de behandeltafel.”

De teckel liet zich gewillig maar enigszins nerveus onderzoeken. De dierenarts, die zich had voorgesteld als Peggy van Stee, glimlachte om het diertje dat met grote, bruine ogen naar haar op keek.

“Rustig maar, kleine dappere Basil. Ik wil je geen kwaad doen.”

Lidy voelde meteen sympathie voor de jonge dierenarts. Ze zag een moment zichzelf weer terug toen ze als jonge kinderarts juist haar eigen praktijk begonnen was.

Peggy informeerde naar de leeftijd en de eet- en wandelgewoonten van de hond, waar Lidy op antwoordde.

Intussen ging een deur in de spreekkamer open waar een klein meisje haar lieve gezichtje door heen stak.

“Mamma?”

“Nu even niet, Emma. Mamma is bezig.”

De dierenarts was blijkbaar gewend dat haar dochtertje in de buurt was als ze werkte. De kleine Emma keek geïnteresseerd toe hoe haar moeder Basil bevoelde en onderzocht.

Terwijl de dierenarts zich concentreerde op het dier dat onder haar handen was, observeerde Lidy het meisje dat in de spreekkamer rond drentelde. Zij was nu eenmaal kinderarts en hoewel ze een dierenliefhebber was, zou haar aandacht altijd eerder uitgaan naar een kind dan naar een dier. Ze schatte de leeftijd van het meisje op vier jaar.

“Ik denk dat Basil een spierontsteking heeft. Dat is met een goede ontstekingsremmer snel verholpen. Ik zal hem een lage dosis prednison voorschrijven, dan is deze meneer in heel korte tijd weer de oude.”

De dierenarts typte op de computer wat gegevens in en het kleine meisje aaide Basil over de kop, wat de teckel goedig toestond.

“Emma zet haar voet verkeerd neer, wist u dat?”

“Hoe bedoelt u?” vroeg Peggy.

“Ik ben kinderarts, mijn praktijk ligt twee straten verderop. Ik zie dat uw kleine meid haar voet verkeerd neerzet. Als ze dat blijft doen, kan dat vervelende gevolgen hebben als ze wat ouder is.”

Peggy keek nu ook naar haar dochtertje.

“Loop eens een paar passen, Emma?”

Verlegen door de vreemde ogen van Lidy liep het meisje door de spreekkamer. Haar ogen bleven op Lidy gericht.

“Ik zie wat u bedoelt. U moet mij wel een ontaarde moeder vinden, dat ik dat niet eerder heb gezien,” klonk het beschaamd. “De praktijk slokt ook veel tijd en energie op…”

Lidy glimlachte.

“Dat wil nog niet zeggen dat je geen goede moeder bent. Zo´n verkeerde stand van de voet wordt door heel veel ouders niet gezien. Verder maakt Emma nou niet bepaald de indruk verwaarloosd te worden.”

“Ik heb vaak een schuldgevoel ten opzichte van haar. De praktijk slokt zoveel tijd op, dat ik vind dat ik te weinig aandacht voor haar heb.”

“Ik weet precies wat je bedoelt. Toen mijn kinderen zo klein waren, had ik ook zulke gevoelens. Uiteindelijk komen ze toch heus wel goed terecht. Ze krijgen toch wel de aandacht die ze nodig hebben hoor. Maar zulke gevoelens zijn voor een moeder heel normaal. Ze zeggen alleen meer over jou dan over je kind.”

Peggy lachte Lidy dankbaar toe.

“Mag ik een keer met Emma langs komen zodat u eens goed kunt kijken en we verder kunnen zien wat er aan de stand van haar voet gedaan moet worden?”

“Natuurlijk! Als je morgen even met mijn assistente belt, is de kans groot dat je dezelfde dag nog even binnen kunt wippen. Ik zal haar waarschuwen dat je gaat bellen. Het is overigens ook weer niet iets waar je je al te veel zorgen over moet maken. De stand van de voet kan op haar leeftijd nog gemakkelijk gecorrigeerd worden. We moeten het maar eens op het gemakje bekijken.”

“Dat zou fijn zijn. U bent mijn laatste cliënt van vanavond. Hebt u zin om samen met mij een kopje thee te drinken? Ik voel me vaak erg onzeker over mijn praktijk. Ik zou graag even met een ervaren arts praten, die weet hoe het is om een praktijk te runnen.”

“Ik heb wel zin in een kopje thee. Hoewel ik natuurlijk geen dierenarts ben, ben ik intussen wel door de wol geverfd als het gaat om een eigen praktijk. Als ik je kan helpen, dan graag!”

Peggy opende de deur naar de kamer achter de spreekkamer. Daar was een gezellig ogende woonkamer. Natuurlijk lagen er een hond en een kat te slapen die allebei verstoord opkeken. De grote hond liep op Basil af en snuffelde aan het kleine hondje terwijl de kat zich humeurig uit de voeten maakte.

“Als dierenarts ben je ook altijd een soort toevluchtsoord voor dieren die het niet goed getroffen hebben. Voor je het weet, heb je een hele ark van Noach om je heen verzameld.”

Lidy keek om zich heen en nam de uitnodiging aan om op de leren bank plaats te nemen. Basil en de grote hond snuffelden nog wat aan elkaar.

Peggy liet water koken in een klein keukentje. Voor Emma schonk ze wat te drinken in. Het meisje dronk ervan en bleef intussen naar Lidy kijken.

“Is Emma enig kind?” vroeg Lidy.

Peggy die met twee gevulde theeglazen in de kamer terugkwam, knikte en Lidy herkende een treurig glimlachje.

“Ik probeer al een tijdje opnieuw zwanger te worden, maar het lukt niet zo erg. Hans zegt steeds dat we ook wel gelukkig kunnen zijn met één kindje, maar ik wilde er zo graag nog een bij.”

“Je hebt nog niet zo lang een praktijk. Het is goed mogelijk dat je te gestrest bent om zwanger te worden. Net als bij dieren worden ook mensen gemakkelijker zwanger in optimale condities dan in omstandigheden waarin ze zich opgejaagd voelen.”

Peggy keek haar bezoekster bevreemd aan.

“Daar heb ik nou nog nooit aan gedacht. Natuurlijk is dat bij dieren zo. Ik heb laatst bij een hondenfokker nog geadviseerd om het teefje wat meer rust te geven om een zwangerschap te bevorderen. Maar dat dat bij mij ook een rol kon spelen, daar heb ik nooit aan gedacht.”

“Ik weet natuurlijk niet zeker of dat de oorzaak is van je uitblijvende zwangerschap, maar het is een mogelijkheid.”

“Dat zou betekenen dat we gewoon wat meer geduld moeten hebben. Als de praktijk eenmaal een tijdje draait, word ik waarschijnlijk wat rustiger.”

“Geef het een kans. Probeer niet te krampachtig zwanger te worden. Er zijn tal van voorbeelden van mensen die op die manier niet bereikten wat ze wilden.”

“Hoeveel kinderen heeft u zelf?” vroeg Peggy. Ze vond Lidy een inspirerende vrouw, een voorbeeld.

“Twee, een jongen en een meisje. Ze zitten allebei nog op de basisschool. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik in de luxe positie verkeer dat de tante van mijn man mijn huishouden regelt. Ik heb het gemakkelijk op dat gebied.”

“Ja, dat is wel ideaal,” realiseerde Peggy zich, “maar het gaat vaak niet zozeer om de vaat en de was, maar om aandacht. Ik wil Emma graag iedere avond een boekje voorlezen. Als ze naar school gaan, wil je graag volgen hoe ze het daar doen. Mijn schrikbeeld is dat van een moeder die een praktijk drijft en die niet weet dat haar kinderen slechte cijfers halen, of gepest worden op school.”

Lidy begon te lachen.

“Met jouw karakter zal dat niet zo snel gebeuren, denk ik. Volgens mij ben jij een heel gevoelige vrouw en een uitstekende moeder. Doe gewoon je best, Peggy en dan zal het wel goed komen.”

“Dank u!”

“Zullen we nu stoppen met u zeggen? Mijn voornaam is Lidy.”

Peggy glimlachte.

“En nu over de praktijk, Lidy!”

Ze begon enthousiast te vertellen over hoe ze haar praktijk had opgezet en hoe ze het graag allemaal wilde doen. Ze had ambitieuze plannen voor de toekomst. Lidy hoorde het allemaal welwillend aan en had al snel het gevoel dat Peggy het wel zou gaan redden.

Ze gaf hier en daar wat adviezen en tips en knikte goedkeurend bij de plannen van de jonge dierenarts.

“Als je je klanten vast houdt, kan er denk ik niet zo heel veel fout gaan. Blijf moderniseren en houd je kennis op niveau.”

“Dat doe ik al. Zelfs nu ik nog maar pas afgestudeerd ben, volg ik alweer cursussen om van alles bij te leren.”

“Je moet ook niet vergeten, Peggy, dat je niet alleen een goede dierenarts moet zijn, maar ook een ondernemer. Het is soms wel eens moeilijk om aan beide aspecten van je werk te moeten denken. Zakelijk zijn is wel eens moeilijk voor een arts.”

“Weiger je wel eens klanten die niet voldoende verzekerd zijn?”

“Nooit!” antwoordde Lidy resoluut.

“Je moet ook bedenken dat je je zelf daarmee in de vingers zou snijden. In zo´n geval zou je misschien het geld voor een consult mislopen, maar als je een patiënt weigert, loop je behoorlijke imagoschade op. Een kinderarts die weigert hulp te verlenen aan een kind, kan al heel snel een slechte naam hebben. Dat zou bij jou ook zo werken. Als er iemand met een ernstig zieke hond aan de deur staat die de rekening niet zal kunnen betalen, stuur je hem niet weg.”

“Dat zou ik trouwens niet eens kunnen!” wist Peggy.

“Zo werkt het ook als je patiënten kinderen zijn, Peggy. Als arts heb je in de eerste instantie geleerd om patiënten te helpen. Het op orde hebben van je financiën komt op de tweede plaats. Meestal kunnen mensen de rekening wel betalen. Het is het beste om een reserve op te bouwen voor gevallen waarin dat moeilijk of zelfs onmogelijk is.”

“Dat is een goed idee. Een soort spaarpotje voor noodgevallen.”

“Precies!” Lidy dronk haar thee op en maakte aanstalten om op te staan.

“Thuis weten ze niet waar ik blijf. Ik moet nu echt gaan.”

“Bedankt voor je nuttige adviezen, Lidy.”

“Jij bedankt voor de thee en veel succes met je praktijk. En maak een afspraak voor Emma. Er moet iets gedaan worden aan dat voetje van haar. Je moet je niet verplicht voelen om naar mij te komen, als je maar door een arts naar haar laat kijken.”

“Ik heb nu alleen maar meer redenen om met haar naar jou toe te komen. Ik bel morgen meteen even naar je assistente.”

Ze namen afscheid en Lidy begaf zich met Basil het donker in. Ze huiverde en verheugde zich erop om binnen tien minuten thuis te komen en bij Alex op de bank te gaan zitten.



Tante Rosy keek opgelucht toen ze Lidy in de keuken zag verschijnen met Basil.

“Ik begon me al een beetje zorgen te maken, Lidy. Was het zo erg met Basil?”

“Nee, helemaal niet. Met een paar pilletjes zal het binnenkort al beter gaan met onze dappere viervoeter. Ik heb na het consult gezellig een kopje thee gedronken met de dierenarts. Ze had behoefte aan wat advies over het voeren van een eigen praktijk. Bovendien zag ik iets aan de stand van de voet van haar dochtertje.”

“En dokter Lidy helpt overal en altijd!” lachte Rosy om de vrouw van haar neef. Lidy keek quasi beledigd.

“Nou ja, ik ben blijkbaar ook goed in het adviseren van dierenartsen.”

“Je doet maar, dokter Van de Poel. Ik ga naar mijn kamer om naar mijn favoriete serie te kijken op tv.”

Lidy liep de huiskamer in, waar Alex de krant zat te lezen.

“Lieverd, mag ik een zoen van je?” vroeg ze.

“Dan zul je hier moeten komen,” klonk hij streng.

Ze glimlachte.

“Zal ik eerst iets voor ons inschenken?”

“Ja, je hebt iets goed te maken, jongedame!” bleef hij stuurs doen. Ze hoorde aan zijn toon dat hij zat te plagen.

Ze schonk wat voor hen in en nam naast hem plaats.

“Vertel dan maar eens wat ik verkeerd heb gedaan.”

“Je bent naar een nieuwe dierenarts in de buurt gegaan en je bent veel langer weggebleven dan nodig was voor die zere poot van Basil. Is die dierenarts toevallig jong en knap?”

Lidy antwoordde bedachtzaam.

“Ja, je verwoordt het precies goed. Jong en knap. Die dierenarts vroeg me om gezellig samen in de woonkamer verder te praten over het vak.”

Alex deed zijn krant naar beneden.

“En daar ben jij op in gegaan?”

Lidy knikte en nipte van haar drankje.

“We hebben echt fijn gepraat. De dierenarts en ik bleken een heleboel gemeen te hebben.”

Tot haar genoegen zag Lidy dat het gezicht van Alex een beetje betrok. Meestal maakte hij geen al te grote problemen, maar een beetje jaloezie was hem niet vreemd.

“Vind je dat niet wat ver gaan?” zijn stem verried een beetje irritatie.

Ze lachte. “Nee, helemaal niet. Het was een bijzonder prettige ervaring. Morgen zie ik de dierenarts trouwens weer.”

“Zeg eens, vind je het normaal om meteen zo familiair te doen met een vreemde man?”

“Nee, met een man zou dat niet normaal zijn, maar wie had het over een man?”

Alex begreep dat ze hem voor de gek had gehouden en lachte sportief mee.

“En nu die kus nog, Alex Snijdewind!” gebood ze.

Hij begreep dat hij geen keus had en volgzaam zoende hij zijn vrouw.



De volgende dag besloot Lidy meteen werk te maken van het dossier van de andere Luisa. Ze had een telefoonnummer van de instantie die de adopties regelde en belde daar naartoe.

Ze legde uit wat er aan de hand was en de dame aan de andere kant van de lijn reageerde verwonderd.

“Dus Luisa Lopez mankeert helemaal niets volgens u?”

“Niet alleen volgens mij. Ik heb haar ook door een andere arts laten onderzoeken en we konden geen van beiden iets vinden. Luisa lijkt zo gezond als een vis te zijn. Daarom kwamen we op het idee de papieren nog eens goed te bestuderen en we kwamen tot de conclusie dat de Spaanstalige papieren een andere naam droegen dan de Engelstalige. Wel allebei de meisjesnaam Luisa, maar de ene Lopez en de andere Ramires.”

“Een voor de hand liggende vergissing. De naam Luisa komt tamelijk veel voor in Colombia. Je zou verwachten dat men daarom juist heel erg alert is, maar blijkbaar is het toch fout gegaan. Luisa Ramires woont intussen in Groningen. Wilt u de papieren naar ons sturen en dat wij ze dan verder sturen of hebt u liever contact met de ouders van Luisa Ramires?”

“Ik heb liever contact met de ouders, als u het niet erg vindt. Als kinderarts kan ik hen misschien nog goede adviezen geven.”

“Dat is ook zo. Ik hoop maar dat de boodschap niet al te hard aankomt. Die mensen waren zo blij met hun kindje.”

Lidy ging er niet op in. Ze wist wel zeker dat de boodschap hard aan zou komen. Een klein kind dat zo´n medisch dossier meekreeg, dat was altijd een verdrietige zaak. Als kinderarts had ze al heel vaak gezien dat ouders van een ziek kind vaak meer verdriet hadden dan het kind zelf.

Nadat ze de adresgegevens had gekregen, belde ze meteen het telefoonnummer dat er bij stond.

“Met Appels!” klonk een mannenstem met Gronings accent aan de andere kant.

Lidy stelde zich voor en vertelde het hele verhaal.

“Dat zou een heleboel dingen kunnen verklaren,” concludeerde de man.

“Heeft de kleine Luisa al klachten?” vroeg Lidy bezorgd.

“We hadden al gezien dat er iets niet goed was en ook hadden we gezien dat de naam op haar dossier afweek van de naam op haar andere papieren. Maar eerlijk gezegd hebben we daar niet zo veel aandacht aan besteed. In een land als Colombia is een administratief foutje niet bijzonder.”

“Op het dossier dat ik hier heb, staan veel gegevens over uw dochtertje en ik wil u voorbereiden op een verhaal dat alles behalve vrolijk is.”

De man zuchtte duidelijk hoorbaar.

“We zijn de afgelopen dagen al steeds pessimistischer geworden over de gezondheid van Luisa. Uw telefoontje bevestigt onze vermoedens en we zullen blij zijn met het dossier dat u daar heeft. Dan kunnen we daarmee een begin maken met een soort plan van actie, zeg maar.”

“Ik begrijp het. Ik vind het pijnlijk voor u dat de vreugde wordt getemperd door zulk slecht nieuws.”

“Ach, dokter Van de Poel dat valt eigenlijk wel mee. Sinds we in de gaten kregen dat die kleine meid medisch niet helemaal is zoals het zou moeten zijn, zijn we alleen maar meer van dat kind gaan houden.”

Lidy slikte ontroerd.

“U bent een ouderpaar naar mijn hart. Ik zal u de papieren toesturen en ik wens u het allerbeste toe met de kleine Luisa.”

“Dank u wel, dokter Van de Poel. Ik ben blij dat u de moeite genomen heeft om ons op te sporen.”

Vrijwel direct nadat Lidy de verbinding verbroken had, ging de telefoon weer over en Lidy nam op.

“Met Lidy van de Poel.”

“Met Carrie!”

Lidy herkende natuurlijk meteen het vrolijke stemgeluid van Carrie Verlaan, de directrice van Huize Zonzicht.

“Carrie! Alles goed?”

“Meer dan goed zelfs. Ik zag zojuist op onze afrekening dat er duizend euro was gestort en jouw naam staat daar als referentie bij.”

Lidy schoot in de lach.

“Is het nu al gestort? Mevrouw Kranenburg heeft er geen gras over laten groeien zeg!”

“Vertel eens wat er aan de hand is!”

Lidy vertelde het verhaal over Jamie, Gerdien en Anastasia en hoe mevrouw Kranenburg uiteindelijk had ingegrepen.

“Een kranige dame,” reageerde Carrie lachend.

“Ze was vastbesloten om geld weg te geven en de beste bestemming die ik daarvoor kon bedenken, is Huize Zonzicht.”

“Heel hartelijk bedankt dat je aan ons hebt gedacht, Lidy. We hebben nog een behoorlijke verlanglijst en ik ga samen met Joyce eens kijken wat we met dit geld kunnen doen. Duizend euro is een mooi bedrag, hoor.”

“Ja, dat is het zeker en voor de familie Doorwerth betekent het volgens mevrouw Kranenburg alleen maar, dat ze nu de komende maand wat minder vaak uit eten kunnen.”

“Dat lijkt me een overkomelijk offer,” lachte Carrie en ze beloofde binnenkort te laten weten waar het bedrag aan zou worden besteed.

Corine stapte de spreekkamer binnen.

“Lidy, Peggy van Stee heeft gebeld. Ze vraagt of ze vandaag met de kleine Emma langs kan komen. Ik heb net voor twaalf uur nog een gaatje in je agenda gevonden. Is dat goed?”

Lidy knikte.

“Ja, prima. We hebben elkaar gisteravond gesproken. Ik zag dat Emma haar voetje verkeerd weg zette.”

“Heb je Petra vanochtend al gezien?” Lidy keek Corine aan en schudde het hoofd.

“Nee, ze was wat later dan anders en ik was al aan het werk toen ze binnen kwam. Is er iets?”

“Een hemelse glimlach op haar lippen. Die lijkt daar niet weg te kunnen!”

“Heeft ze iets gezegd?” vroeg Lidy nieuwsgierig.

“Nee. Ik durf ook niet zo goed te vragen wat er is.”

“Dat is vast niet nodig. Meestal komt het er vanzelf wel uit.”

“Ja, daar vertrouw ik ook maar op.”

Corine sloot de deur weer en Petra bleef even in de gedachten van Lidy.

Er kwamen die ochtend wat patiënten. Lidy nam ruim de tijd voor de kinderen en hun ouders die om haar raad kwamen vragen. Een enkel kind bleek helemaal niets te mankeren. Lidy begreep de overbezorgdheid van ouders meestal wel. Je wilde immers alleen het beste voor je kind. Bovendien kon je beter een keer te vaak naar de dokter gaan dan een keer te weinig. Voorkomen is beter dan blussen, wist Lidy. Ze stelde de ouders dan ook altijd gerust als die zich een beetje geneerden voor hun overdreven lijkende zorg.

Tegen twaalf uur die ochtend verscheen Peggy van Stee met Emma. Peggy zag er heel anders uit in een leuk jurkje en opgemaakt. Het viel Lidy weer op dat haar nieuwe dierenarts een mooie vrouw was. Emma leek een beetje verlegen in de vreemde omgeving, maar keek Lidy wel aan. Ze hadden elkaar immers eerder gezien.

“Zo Emma, we gaan jouw schoenen eens uitdoen en dan wil jij vast wel eens een paar stapjes voor mij zetten?” vroeg Lidy vriendelijk. Ze ging op haar knieën bij het meisje zitten en hielp met het losmaken van de veters en het uit trekken van de schoenen. Ze wist dat het goed was om op ooghoogte met een kind te communiceren. Op die manier was er een beter oogcontact en bovendien was het voor een kind minder beangstigend als het kon spreken tegen en luisteren naar iemand die op zijn eigen hoogte met hem of haar sprak.

Nu het meisje aan de hand van haar moeder onzeker een paar passen deed voor de ogen van de kinderarts, zag Lidy nog duidelijker dat Emma één voet naar binnen plaatste en de andere niet. Ze wist hoe belangrijk de stand van de voeten was. Als tijdens de groei consequent een verkeerde houding werd aangehouden, kon dit leiden tot rug- en nekklachten waar men zomaar niet meer vanaf kwam.

Lidy legde uit aan Peggy wat Emma precies verkeerd deed en waar dat allemaal toe kon leiden. Ze zag dat de jonge moeder schrok.

“Er is nog niets ergs aan de hand, Peggy. Als we nu actie ondernemen, is er een heel grote kans dat het helemaal goed komt. Ik geef je een verwijsbrief voor een podotherapeut. Reina Meuleman houdt spreekuur in het Sint Joseph–kinderziekenhuis. Ik schrijf een brief en vraag Corine om een afspraak te maken. Goed?”

“Ja, natuurlijk is dat goed. Ik ben blij dat je gisteren bij me geweest bent en dat je het dan gezien hebt. Ik betwijfel of ik het anders gezien zou hebben. Die kleine meid hier is zo beweeglijk dat zoiets me gemakkelijk zou kunnen ontgaan.”

Lidy hielp Emma met het aantrekken van de schoentjes.

“Wat een prachtige, rode schoenen heb jij, Emma!” complimenteerde ze het kind. Emma glunderde van trots.

“Mooi hè?” sprak ze tevreden.

Lidy en Peggy schoten in de lach.

“Ze is zo trots op haar nieuwe lakschoenen,” vertelde Peggy.

“Daar ben je ook een meisje voor,” wist Lidy. Even later begeleidde ze de twee naar de receptie waar ze aan Corine vroeg een afspraak te maken bij de podotherapeut.

“Dan zal ik vandaag nog de verwijsbrief schrijven en opsturen naar Reina,” beloofde ze en gaf Peggy en Emma een hand.

“Bedankt dokter!” deed Peggy opgelucht.

“Binnenkort komen we elkaar wel tegen, dan loop ik met een goed lopende hond en jij met een goed lopende Emma!” lachend namen ze afscheid. Lidy maakte in haar werkkamer meteen een paar aantekeningen voor de verwijzingsbrief die ze zou moeten schrijven voor Emma.

Daarna at ze met Corine en Petra een boterham waarbij het haar inderdaad opviel dat Petra nogal goed gemutst was.

“Hoe gaat het eigenlijk bij de toneelclub, Petra?” waagde Lidy het erop.

Petra reageerde meteen. “Oh, gisteravond hebben we zo fijn gerepeteerd. Weet je, ik heb scène zes wel vier keer geoefend en na afloop kreeg ik van Diederik een vette knipoog, omdat ik het zo goed deed. Volgens mij deed hij het expres zodanig dat de anderen het niet konden zien!”

“En zagen ze het ook niet?” vroeg Corine.

“Ik geloof het niet. Ik weet het niet zeker en het interesseert me ook niet zo. Hij deed leuk tegen me en dat is het belangrijkste.”

“Maar waarom zou hij zo’n gebaar stiekem maken, Petra?” vroeg Lidy zich af.

“Omdat er anders weer gezeur komt natuurlijk. Die vrouwen zijn zo jaloers aangelegd! Ze zitten allemaal een beetje om aandacht verlegen, geloof ik.”

Lidy zuchtte.

“Nog een paar maanden en jij neemt ontslag bij ons om je in de wereld van glitter en glamour te storten. Een nieuwe ster aan het firmament!”

“Binnenkort mijn eerste film!” deed Petra mee. Ze had wel in de gaten dat ze een beetje geplaagd werd, maar vond het leuk om mee te fantaseren.

“Met wereldberoemde acteurs!” giechelde Corine.

“En binnenkort verhuis ik naar Hollywood.”

“Stuur je ons dan af en toe een kaartje!” deed Lidy quasi zielig.

“Als ik op mijn top ben, komen jullie maar eens een weekje over.”

“Mooi, dat vergeten we niet!” zei Corine gretig.

“En Diederik, gaat die mee?” vroeg Lidy alsof het allemaal serieus was.

“Ja, ik moet daar toch ook een manager hebben? Dat kan hij vast heel goed. Ik zie al voor me hoe hij voor mijn optredens mijn voeten masseert.”

“Je voeten?” vroeg Corine verbaasd.

“Ja, en na het optreden kan hij dan verder gaan, snap je?”

Ze schoten alle drie in de lach.

“Voorlopig teken ik nog niets, hoor. Dus maken jullie je maar geen zorgen. Ik blijf nog wel even en zolang zal ik heel gewoon blijven.”

“Gelukkig maar,” verzuchtte Lidy.



Aan het eind van de middag voelde Lidy goed dat ze een zware dag achter de rug had. Ze had niet alleen een flink aantal patiënten onder handen gehad, maar ook met Corine aan de administratie gewerkt en met Petra een aantal labuitslagen besproken. Een arts hoeft zich nooit te vervelen en als die arts ook nog eens een eigen praktijk heeft, dan is er altijd druk op de ketel.

Ze had juist eens op haar horloge gekeken toen haar gsm overging. Ze zag op het schermpje dat ze gebeld werd vanuit huis.

“Met Lidy.”

“Lidy, met Rosy. Het is niet mijn gewoonte om je te bellen als je aan het werk bent, maar ik wil toch even iets met je bespreken.”

“Ja natuurlijk, ga je gang, Rosy!”

“Wel, de kinderen kwamen juist uit school en het viel me op dat Rick een beetje pips zag. Hij heeft een verdrietige blik in zijn ogen. Ik heb hen eerst wat te drinken gegeven en Steffie en Andy even tactvol de keuken uit weten te werken en toen heb ik aan dat arme kereltje gevraagd wat er aan scheelt. En wat denk je? Hij mist zijn moeder zo, zegt hij.”

“Tja, zo vreemd is dat natuurlijk niet. Rick is nog hartstikke jong en zijn moeder is de enige die hij heeft.”

“Het is nog maar een kind, Lidy. Kun je alsjeblieft met hem naar zijn moeder gaan, vanavond?”

Lidy dacht na. Ze had geen afspraken voor die avond. Hoewel ze het heerlijk vond om een avondje lekker met Alex op de bank te zitten en samen wat te kletsen, voelde ze met Rick mee en wilde ze er alles aan doen om het leed wat te verzachten.

“Ik zal eens naar de Munnike-kliniek bellen om te vragen of we vanavond op bezoek mogen komen.”

“Lidy, je bent geweldig!”

Lidy verbrak de verbinding om de kliniek te bellen. Ze had het nummer daarvan al eerder in haar eigen gsm gezet, voor het geval er iets met Rick zou zijn. Ze zou dan snel naar Karin kunnen bellen.

Ze kreeg de receptioniste van de kliniek aan de lijn en vroeg meteen maar of ze de directeur Leo van Dijck mocht spreken.

“Met Leo van Dijck,” klonk het joviaal aan de andere kant.

“Met Lidy van de Poel. Leo, ik wil je wat vragen.”

“Jij kunt alles aan me vragen, Lidy. Ik heb een zwak voor mooie vrouwen, dat weet je.”

Lidy besloot die opmerking te negeren.

“Ik heb de zoon van Karin de Bruin in huis en dat ventje heeft heimwee naar zijn moeder. Is het geoorloofd dat ik vanavond met hem een bezoek breng aan zijn moeder?”

Leo dacht heel even na, maar kwam al snel tot een antwoord.

“Het is voor Karin altijd goed om haar zoontje te ontmoeten. Ze moet niet te veel zorgen en angsten hebben, dus is het alleen maar beter als ze kan zien dat het goed gaat met die jongen. Kom dus maar gerust met hem. Ik ben hier ook nog de hele avond, dus is de kans groot dat we elkaar nog zullen zien.”

“Dank je, Leo, ik ben blij dat ik met Rick naar zijn moeder kan komen. Maar jij zou nu eindelijk eens moeten leren een eigen leven te gaan leiden en niet achttien uur per dag in je kliniek te zitten.”

“Je bezorgdheid over mij doet me werkelijk goed, Lidy. Maar jij hebt gemakkelijk praten. Jij hebt een lieve man. Ik heb helemaal niemand die thuis op me wacht. Als er in mijn appartement een vrouw als jij zou wachten, dan zou ik vast en zeker zorgen dat ik iedere avond rond etenstijd thuis was.”

Lidy ging weer niet in op zijn gevlei en rondde het gesprek af.

Even later nam ze haar jas en haar tas en in de receptie van de praktijk kwam ze haar twee assistentes tegen.

“Weer een magnetronmaaltijd vanavond, Petra?” vroeg ze grappend.

“Inderdaad,” antwoordde deze serieus, “ik heb nog vreselijk veel tekst om te leren en ik wil er de hele avond aan werken.”

“Petra, dat kan zo niet,” protesteerde Corine, “op die manier raak je nog ondervoed. Je moet een verantwoorde maaltijd klaarmaken.”

“Die heb ik momenteel echt niet in huis en als ik nog boodschappen moet gaan doen dan ben ik helemaal veel tijd kwijt. Nee, ik moet dat pakketje alleen maar even ontdooien en in de magnetron zetten. Net zo gemakkelijk!” Corine keek Lidy verontwaardigd aan.

“Lidy, zeg jij er eens wat van!” Lidy lachte.

“Corine heeft eigenlijk wel gelijk, Petra. Je bent niet gezond bezig.”

“Het kan nu eenmaal niet anders!” deed Petra met een gebaar dat ze er niets aan kon doen.

“Dan weet ik een oplossing,” bracht Corine naar voren, “jij gaat met mij mee. Jan maakt aardappelen met broccoli en een kaassausje. Vooraf eten we groentesoep en achteraf yoghurt.”

“Jan heeft helemaal niet op mij gerekend met het eten, Corine,” bracht Petra er tegenin. Corine pakte haar mobiel en toetste een voorkeurstoets in.

“Ik ga hem nu bellen dat hij een paar aardappelen meer moet schillen.”

Petra keek een beetje overdonderd en Lidy lachte alweer.

“Het lijkt erop dat je hier niet onderuit kunt, Petra!”

“Ik geloof het warempel ook!”

“En als je je tekstboek bij je hebt, kan ik je zelfs nog overhoren. Dat is altijd beter dan op je eentje zitten leren,” bood Corine aan. Ze deed haar jas aan en liep al naar de deur. Petra liep zonder aarzeling achter haar aan.

“Het klinkt allemaal wel aanlokkelijk. Ik ben dol op broccoli en groentesoep.”

Lidy keek de twee na.

“Maar als je me helpt met mijn tekst leren, dan ken je al een deel van het toneelstuk,” probeerde ze nog zwakjes tegen te stribbelen. De anderen hoorden dat ze niet erg overtuigend klonk. Waarschijnlijk had Petra best wel zin in een avondje bij haar collega die ook vriendin was.

“De tekst die ik vanavond lees, ben ik morgen weer vergeten. Maak je daar maar geen zorgen over.”

Lidy zwaaide hen gedag en sloot zelf de praktijk af.

Tante Rosy knikte naar Basil die alweer kwiek door de grote woonkeuken trippelde en zich nieuwsgierig en levendig als vanouds bemoeide met alles wat er gebeurde.

“Die kleine meneer lijkt weer helemaal de oude,” merkte ze op toen Lidy net binnen was en haar jas uitdeed.

“Inderdaad. Hij ziet er beter uit dan gisteren. Een hond is net als een kind. Zodra hij zich een beetje beter voelt, laat hij al zijn reserves weer varen en gaat hij weer doen wat hij altijd deed. Een volwassene zou het nog even rustig aan doen.”

Alex, die ook thuis kwam hoorde de laatste woorden van Lidy en bekeek de hond nu ook.

“Tja, dat het een geweldige dierenarts was, begreep ik al. Maar blijkbaar moet hij het niet alleen van zijn charme hebben.”

“Hij?” vroeg tante Rosy die de dierenarts de vorige dag aan de telefoon had gehad. Lidy en Alex keken naar elkaar.

“Alex verkeerde even in de veronderstelling dat het een mannelijke dierenarts was en was bang voor de concurrentie toen ik gisteravond wat laat thuis was.”

Ze lachten alle drie om het voorval en Alex kuste zijn vrouw.

“Ik zal trouwens vanavond weer laat thuis zijn, lieverd. Ik ga met Rick naar Karin toe.”

“Gelukkig maar,” verzuchtte tante Rosy, “die jongen verlangt zo naar zijn moeder. Ik zou er wat voor over hebben als dat ventje een normaal leven kon leiden.”

“We doen wat we kunnen, tante Rosy,” reageerde Alex, “en ik ga vanavond mee naar de kliniek. Met die Bart weet je het maar nooit. Als jij met Rick alleen naar de kliniek gaat, heb ik geen rust voor je terug thuis bent.”

“Je bent mijn held, lieverd,” glimlachte Lidy en zoende hem nog eens op de mond.

“Daar doe ik het allemaal voor!” knipoogde hij naar tante Rosy die hen vertederd observeerde. Ze genoot van de romantiek tussen de twee echtelieden.

Direct na het eten vertrokken ze met Rick in de grote comfortabele auto van Alex richting de Munnike-kliniek. Onderweg praatte Lidy met Rick over school.

“Ik zou graag bij de voetbalclub willen,” verzuchtte het jongetje nadat hij over zijn klas en de juf had verteld.

“Maar mamma vindt het veel te eng om mij ’s avonds naar het voetbalveld te laten fietsen. Ze is bang dat pappa me dan meeneemt.”

Lidy zuchtte en had het er even te kwaad mee. Waarom moest die vreselijke vader het zijn zoontje zo moeilijk maken?

Alex legde even zijn hand op de hare omdat hij begreep wat er in haar omging.

In de Munnike-kliniek sprong Karin blij op van haar stoel toen ze het drietal zag binnen komen.

“Rick!” riep ze verrast en nam haar zoontje in haar armen. In tegenstelling tot Andy leek Rick hier helemaal geen moeite mee te hebben. Lidy bedacht dat de situatie waarin Rick en Karin zich bevonden daar wel eens mee te maken zou kunnen hebben. 

Lidy en Alex trokken zich discreet terug in het restaurant van de kliniek om daar een kop koffie te drinken, zodat Karin een poosje met haar kind alleen kon zijn.

“Ik had verwacht dat Leo haar zou vertellen dat we zouden komen, maar dat heeft hij blijkbaar niet gedaan,” stelde Lidy vast.

“Misschien is hij het vergeten?” raadde Alex.

Alsof het zo moest zijn, kwam op dat moment Leo van Dijck het restaurant binnen. Hij zag Lidy meteen zitten en hij haalde een kop koffie bij het buffet voor hij naar hen toe kwam.

“Lidy, Alex! Ik ben blij jullie te zien. Is de zoon van Karin bij haar?”

Ze knikten allebei.

“Die arme vrouw komt weer een beetje bij van de angsten en zenuwen die ze alle dagen moet doorstaan. Die vent kan ook maar ongestraft doorgaan met haar en haar kind het leven onmogelijk maken.”

Alex ging in op de juridische aspecten van het geval. Hoe moeilijk het was om iemand die zulke dingen deed, in de praktijk aan te pakken. Ze zaten zo al een tijdje te discussiëren toen Karin met Rick binnenkwam en bij hen kwam zitten. Ze veranderden van onderwerp en iedereen zag hoe Karin en Rick waren opgeleefd. De ontmoeting deed hen beiden goed.

“Zullen we voor jou en je moeder iets te drinken halen, Rick?” vroeg Alex, waar het kereltje mee instemde.

Lidy zag hoe haar man met het jongetje liep te praten en hoe ze samen iets te drinken uitzochten. Ze zag ook dat Karin het tafereeltje aanschouwde en dat er iets verdrietigs in haar blik was. Lidy raadde dat de aanblik van Alex met haar zoontje haar er aan herinnerde dat er ook zoiets bestond als mannen die wel goed met hun vrouw en kind om konden gaan en dat dat voor haar en voor Rick blijkbaar niet was weggelegd. Lidy keek weer voor zich en merkte dat Leo haar zat te bekijken. Snel sloeg hij zijn ogen neer. Alex en Rick keerden terug met een kop koffie voor Karin en een flesje chocomelk voor Rick.



“Ze is ongelofelijk wispelturig!” zuchtte Corine een paar dagen later met een hoofdknik naar het lab, waar ze Petra aan het werk zagen met een stuurs gezicht.

“Dan weer slecht gehumeurd, dan weer vrolijk. Ik word er een beetje moe van.”

“Een beetje vastigheid zou goed voor haar zijn,” bedacht Lidy. Ze wisten allebei dat Petra een beetje bang was om eeuwig alleen te zullen blijven. Zoals ze al vaker had gedaan, liep Lidy het lab binnen om Petra voorzichtig te peilen.

“Is er iets Petra?”

Meestal schudde de lange blondine na die vraag het hoofd, maar nu keek ze Lidy met een schok aan en Lidy schrok van de vochtige ogen van haar assistente.

“Hij heeft verkering met Alice, die boerentrien!”

“Je bedoelt dat Diederik een relatie heeft met één van de andere speelsters?” Petra knikte snikkend.

“Ik voel me zo vernederd. Als ik het had geweten, had ik nooit een oog aan hem gewaagd! Ik snap ook niet waarom hij dat zelf niet meteen heeft duidelijk gemaakt.”

“Heb je dat dan nooit gemerkt? Legde hij nooit tijdens de repetitie zijn arm om haar heen of zo?” vroeg Lidy verbaasd.

“Nee! Niets daarvan. Hij was zelfs vaak heel aandachtig voor me. Alleen die ene keer toen ik hem belde, deed hij ineens terughoudend.”

“Hoe ben je erachter gekomen?”

“Gisteravond tijdens de repetitie vroeg ik iets aan hem en ineens kwam Alice naast hem staan met haar arm rond zijn middel. Diederik wist zich duidelijk even geen raad met de situatie maar sloeg toen zijn arm maar om haar heen. Je had moeten zien hoe triomfantelijk ze naar me keek!” 

Lidy had met Petra te doen omdat ze het er zo moeilijk mee had.

“Ik denk eerlijk gezegd dat Diederik toch een beetje verliefd op je was en dat Alice nu maar eens besloot om er een einde aan te maken. Jij bleek steeds meer een kaper op de kust te zijn en je moest uitgeschakeld worden.”

“Als ik het geweten had, had ik me heel anders opgesteld. Ik schiet nooit onder andermans duiven, Lidy. Dat weet je toch?”

“Natuurlijk. Ik weet wel dat je te goeder trouw bent, maar omdat Diederik niet meteen duidelijk tegen je was ontstond er een vervelende situatie. Probeer je er niet teveel van aan te trekken, Petra.”

Corine kwam het lab binnen met een telefoontoestel.

“Carrie van der Laan voor je aan de lijn, Lidy.”

Lidy wierp nog een blik op Petra die haar tranen met een zakdoek afveegde en nam de telefoon aan.

“Met Lidy.”

“Lidy, met Carrie. Wil je vanmiddag langskomen om te zien wat we met het geld van mevrouw Kranenburg hebben gedaan?”

“Ja, dat lijkt me leuk. Ik kan omstreeks drie uur bij jullie zijn. Is dat goed?”

“Prima! We zullen je verwachten.”

Lidy verbrak de verbinding en wilde zich weer tot Petra richten maar nu ging haar gsm over.

Ze keek op het schermpje van haar toestel en zag dat het Alex was.

“Hallo lieverd!” groette ze verbaasd. Ze vroeg zich af waarom hij om dit tijdstip belde.

“Lidy, er is brand in het huis van Karin. Ik werd gebeld door de politie en ik ben nu onderweg erheen. Ik wil het nog niet aan Karin of aan Rick laten weten voor we weten hoe ernstig het is.”

“Oh, nee toch! Dat kan er nog wel bij. Alsof die mensen nog niet genoeg aan hun hoofd hebben.”

“Laten we maar blij zijn dat Karin en Rick geen van tweeën thuis waren. Ik bel je zodra ik meer weet.”

Lidy verbrak de verbinding en keek moedeloos voor zich uit. Het zou geen pretje worden deze boodschap aan Karin en aan Rick over te brengen. 

Een uur later belde Alex weer. Ze hoorde al meteen aan zijn stem dat hij aangegrepen was.

“Het is echt foute boel, Lidy. Het hele huis is uitgebrand. De brandweer kan alleen maar zorgen dat de belendende percelen niet in brand geraken. Ik heb iemand van de politie gesproken en die vertelde me dat er al was vastgesteld dat de brand is aangestoken. Ik heb toen alles verteld wat ik weet. Natuurlijk hoeft Bart niet de dader te zijn, maar hij heeft wel de schijn tegen.”

“Wat zei de politie toen, Alex?”

“Ze zijn meteen naar hem op zoek gegaan. Ze willen hem natuurlijk horen.”

“Intussen hebben Karin en Rick geen huis meer. Wat moeten ze nu?”

“Ik heb mijn contacten bij de gemeente zoals je weet. Daar ga ik straks heen om eens te praten. Vanavond zullen we naar de kliniek moeten gaan om met Karin te praten. Dan zal ze me moeten vertellen bij welke maatschappij ze een brandverzekering had en daar zal ik dan ook eens mee bellen. Die mensen moeten echt zo snel mogelijk geholpen worden. Dit kan zo niet langer!”

“Alex Snijdewind, je bent een kanjer!”

“Dus ik word vanavond wel eens lekker verwend door jou?”

“Meer dan dat, lieverd!”

Toen ze later tussen de patiënten door aan Karin en Rick dacht, kreeg ze een koud gevoel bij de gedachte dat Bart mogelijk dus gewoon een aanslag op hun levens had gepleegd. Maar ze kreeg een warm gevoel als ze terugdacht aan de woorden van Alex. Ze bofte toch maar met zo’n man. Nou ja, daar had ze eigenlijk nooit aan getwijfeld. Alex Snijdewind had een hart van goud. Dat hij haar man was en vreselijk veel van haar hield, maakte haar domweg gelukkig.



Toen de kinderarts en vaste arts van Huize Zonzicht die middag haar auto voor het kindertehuis parkeerde en uitstapte, stopte er naast haar auto een grote luxe, wagen die een dure indruk maakte. Lidy had weinig verstand van en belangstelling voor auto’s, maar keek toch even opzij nu deze slee aan kwam zoeven.

Er stapte er een imposante dame uit.

“Dag dokter Van de Poel!” klonk het luid en duidelijk over de parkeerplaats van Huize Zonzicht.

“Mevrouw Kranenburg!”

Alfonsine stak Lidy de hand toe.

“Zeg toch Alfonsine! Ons eerste contact was misschien wat minder aangenaam, maar dat kwam doordat ik volledig misleid was over u. Ik heb mijn mening over de kinderarts Van de Poel al heel snel moeten bijstellen.”

“Ik hoop maar dat met Jamie alles goed komt,” sprak Lidy uit. Het was voor haar duidelijk dat dat nog steeds het belangrijkste aspect van het hele verhaal was. Dat kind had een goede kans op goed zicht en een stel goede ogen net als andere kinderen, maar dan moest er wel een degelijke oogarts worden ingeschakeld.

“Ze hebben een afspraak staan bij dokter Berk. Dat heb ik in het Sint Joseph–kinderziekenhuis nagevraagd. Ik laat me niet meer om de tuin leiden door mijn dochter en schoonzoon. Zijn ze nu helemaal betoeterd?”

Lidy moest lachen om de verontwaardiging en de woordkeus van de oudere dame.

“En nu,” vervolgde de vrouw, “ben ik tot mijn niet geringe vreugde uitgenodigd om de onthulling bij te wonen van een attractie of speeltuig, dat men hier heeft aangeschaft van het geld dat ik op uw aandringen heb geschonken.”

“Ik ben ook erg benieuwd. Ik weet nog niet wat het is. Daar heeft Carrie niets over losgelaten,” zei Lidy.

“Tegen mij ook niet en dat maakt de verrassing alleen maar groter. Laten we naar binnen gaan.”

Terwijl ze naar binnenliepen overdacht Lidy de situatie. Hoe ze nog maar heel kort geleden met deze mevrouw een verhit telefoongesprek voerde en hoe ze nu naast elkaar Huize Zonzicht binnengingen om er getuige te zijn van een leuke gebeurtenis.

Carrie kwam hen stralend lachend tegemoet en gaf hen allebei een hand. Alfonsine stelde zich voor.

“We gaan naar de centrale woonruimte. Daar is het cadeau voor de kinderen opgesteld en we hebben er expres een groot laken overheen gelegd om de verrassing nog even een verrassing te laten zijn.”

In de centrale woonruimte liep een aantal kleinere kinderen opgewonden rond. Een meisje van een jaar of zes kwam direct naar Lidy toe gelopen.

“Dokter Lidy, dokter Lidy! Ik weet wat het is!”

“Hallo Belinda, weet jij echt wat het is? Niet aan ons verklappen hoor, want dan is het geen verrassing meer.”

Alfonsine keek met enige verbazing naar de kleine Belinda die bij Lidy bleef rond hangen.

“Ze noemen u bij de voornaam!” stelde ze verwonderd vast.

“De kinderen hier zijn gelukkig behoorlijk eigen aan me. Dat maakt behandelen ook een stuk gemakkelijker. Vaak zijn de kinderen getraumatiseerd doordat ze hun ouders jong verloren hebben, of doordat hun ouders niet meer voor hen kunnen of willen zorgen.”

Lidy zag hoe Alfonsine de hand voor de mond sloeg.

Voor ze iets kon zeggen nam Carrie het woord. Ze maakte een gebaar waardoor de kinderen stil werden.

“Jongens en meisjes, dokter Lidy en mevrouw Kranenburg zijn gekomen om te kijken wat wij voor het geld hebben gekocht, dat we hebben gekregen van mevrouw Kranenburg. Ik stel voor dat zij - Carrie wees naar Lidy en Alfonsine – het doek wegtrekken zodat we allemaal kunnen zien wat het geworden is.”

Hoewel Alfonsine Kranenburg anders niet op haar mondje gevallen was, leek ze nu toch een beetje verlegen met de situatie. Lidy duwde haar zachtjes naar voren waarna ze allebei een punt van het laken namen en dat weg trokken waarna er een prachtig groot aquarium te voorschijn kwam. Er zwommen prachtige vissen tussen de mooie groene beplanting door. Er klonken bewonderende geluiden en de kleine kinderen kwamen tegen de ruit aan staan om de onderwaterwereld van dichtbij te bekijken. 

Lidy keek toe hoe de kinderen zich rond het aquarium groepeerden en hoe Alfonsine een zakdoek uit haar tas haalde om een traan weg te tippen.

“Dus die kinderen hebben geen ouders meer die voor hen willen zorgen?” vroeg ze vervolgens aan Carrie.

“Dat klopt,” beaamde deze.

“In dat geval kunt u mij noteren als donateur. Ik zal voortaan vier keer per jaar een dergelijk geldbedrag overmaken, waarmee u dan iets leuks doet voor deze kinderen. Is dat een goed idee?”

“Dat is een heel goed idee, mevrouw Kranenburg,” sprak Carrie oprecht en ze gaf Lidy een knipoog.



Hoewel Lidy een leuke middag in Huize Zonzicht achter de rug had, reed ze toch met een vervelend gevoel naar huis. Eenmaal terug in de wijk waar haar huis en haar praktijk stonden, naderde het moment waarop aan Rick verteld moest worden dat het huis waarin hij woonde, helemaal uitgebrand was. Ook Karin moest op de hoogte gesteld worden.

Ze hoorde juist het journaal van vijf uur op de radio.

“De rechter heeft bepaald dat het medium Anastasia haar beroep als alternatief genezer niet meer mag uitvoeren tot het onderzoek naar de dood van twee van haar patiënten is afgerond.”

Er volgden nog allerlei bijzonderheden, maar Lidy hoorde het al niet meer. Ze voelde zich een beetje beter omdat aan de praktijken van deze vrouw een eind zou worden toe geroepen. 

Bij een kruispunt waar Lidy snelheid moest minderen om af te slaan, zag ze Peggy lopen op het brede trottoir. Ze besloot haar even aan te spreken en parkeerde de auto snel in een vrije parkeerhaven.

“Peggy!”

“Lidy! Wat goed dat ik je zie!” klonk de spontane jonge dierenarts. Ze toonde meteen haar gave witte tanden in een stralende lach.

“Goed dat ik jou zie,” reageerde Lidy, “Basil is al helemaal opgeknapt. Hij dribbelt weer als voorheen.”

“Daar ben ik blij om. Ik heb twee keer goed nieuws. Ik ben met Emma naar de podotherapeut geweest en die heeft een aantal oefeningen voorgedaan die we regelmatig moeten doen. Ze zegt dat het allemaal vrij gemakkelijk goed kan komen. Ze zei ook dat het maar goed was dat jij het had gezien, omdat het een echt probleem kan worden als Emma lang zo blijft lopen.”

“Gelukkig maar,” zei Lidy. Ze was oprecht blij dat het kleine meisje niet al te veel problemen zou hebben.

“En dan is er nog iets Lidy,” straalde Peggy.

“Je maakt me nieuwsgierig, Peggy. Kom op, vertel het dan.”

“Ik ben over tijd. Het is misschien nog wat vroeg om te juichen, maar ik ben anders altijd heel erg stipt. Ik heb zomaar een gevoel dat ik zwanger ben!”

Lidy gaf in een opwelling een zoen op de wang van de jonge dierenarts.

“Je eigen gevoel zegt meestal meer dan duizend tests, Peggy. Daar ben je een vrouw voor! Dus van harte gefeliciteerd.”

Die avond zat Lidy met Alex op de bank en ze had het gevoel dat ze bergen had verzet.

“Om een of andere reden ben ik doodmoe, Alex.”

“Je hebt ook een heleboel meegemaakt, Lidy. Ook al heb je misschien niet zo veel zwaar werk verzet, je hebt wel een aantal aangrijpende dingen gehoord en gezien, waarbij je je erg betrokken voelt. Daar komt nog eens bij dat je al een hele dag in de weer bent. Dat we na het eten nog eens naar de Munnike-kliniek moesten om met Karin over de brand te praten, was eigenlijk net een beetje te veel voor je.”

“Maar toch wilde ik het niet alleen aan jou overlaten. Die arme vrouw heeft zoveel te verwerken, dat een beetje meeleven wel op zijn plaats was.”

“Dat waardeert ze ook heel erg, liefje. Lidy?”

Alex keek naar Lidy die met haar ogen knipperde.

“Je valt bijna in slaap. Je moet naar bed!”

“Nee Alex, we zouden het vanavond gezellig hebben. Ik wil niet vroeg in bed kruipen.”

“Ik weet een aardig alternatief. Ik ga nu het bad laten vol lopen en dan kom ik je straks halen om samen in het warme sop een glaasje te drinken voor we gaan slapen. 

“Oh lieverd, nu verwen je mij in plaats van ik jou!”

“Dat is omdat ik heel veel van je houd, Lidy van de Poel!”

Toen ze even later samen in bad lagen en nipten van hun wijn, zeepte ze zijn brede schouders in.

“Dat Bart opgepakt is, is wel geweldig nieuws, vind je niet?”

“Jazeker liefje. En op brandstichting staan zware straffen. Gelukkig voor Karin en Rick zullen ze hem de eerste jaren niet meer zien.”

“Heb jij nog met iemand van de gemeente gepraat over een woning?”

“Ja, volgens de ambtenaar die ik gesproken heb, zijn er verschillende woningen voor zulke gevallen beschikbaar. Hij noemde er één vlak bij de school van Rick. Daar wil ik deze week nog naar gaan kijken met Karin. De verzekering betaalt een nieuwe inrichting, dus kan er meteen gestart worden met schoonmaken, behangen enzovoort. Als de nieuwe meubeltjes er in staan, kunnen ze daar gaan wonen.”

“Leo vond dat Karin zoveel had meegemaakt de laatste tijd, dat ze nog maar een paar weken in de kliniek moest blijven. In die tijd kan het allemaal geregeld worden, toch Alex?”

“Zeker, en Rick blijft zo lang bij ons. En nog eens iets, die Leo is niet getrouwd geloof ik, hè?”

Lidy schudde het hoofd.

“Nee, hij is gescheiden.”

“Dat dacht ik al. Hij kon zijn ogen niet van je afhouden!”

“Alex! Het lijkt wel of je steeds jaloerser wordt!”

“Ik moet je in de gaten blijven houden. Er blijven altijd maar mannen om jou heen draaien als vliegen rond een pot stroop.”

Lidy schoot in de lach. Ze genoot van zijn aandacht voor haar en zijn milde vorm van jaloezie. Ze omhelsde zijn naakte lichaam.

“Ik houd zoveel van jou, Alex Snijdewind.”



Het was druk in de grote theaterzaal. Lidy en Corine hadden zich niet gerealiseerd dat het toneelstuk waar Petra in meespeelde, voor een zo groot publiek gespeeld zou worden.

“Zou ze nerveus zijn?” vroeg Corine zich hardop af.

“Dat kan bijna niet anders. Het is haar debuut. Hoe zou jij je voelen?”

Het doek was nog steeds gesloten en er was een heleboel geroezemoes in de zaal. Lidy’s gedachten dwaalden af.

Ze dacht aan de ouders van Luisa Lopez die gebeld hadden om te vertellen dat ze nu contact hadden met de ouders van Luisa Ramires uit Groningen en dat ze wisten dat het naar omstandigheden goed ging met Luisa Ramires, die nu Luisa Appels heette. Er was nog heel wat te behandelen, maar het meisje maakte goede kansen op een leven zonder grote handicaps. Ook dacht ze aan het telefoontje van enige dagen geleden van Alfonsine Kranenburg, dat de kleine Jamie steeds beter keek. De vrouw was zo blij dat ze ooit actie had ondernomen en contact had gezocht met Lidy.

“Hoe was de verhuizing van Karin en Rick eigenlijk?” vroeg Corine.

“Ze zitten er zo leuk bij. Het is een mooie woning met allemaal nieuwe meubels in een heel leuke buurt. Het leukste is misschien nog wel dat de buurman ook een handje kwam helpen met de verhuizing. Hij bleek belangstelling te hebben voor Karin en die belangstelling was wederzijds. We hopen maar dat het goed komt met hen en dat Rick toch nog een leuke vader krijgt. Het leven van Karin en Rick ziet er ineens heel anders uit. We zijn zo blij voor hen.”

“Wat goed dat Karin jullie kende, Lidy!”

“Ach, als wij er niet waren geweest zou een ander hen wel hebben geholpen,” protesteerde Lidy tegen het verkapte compliment.

“Niet zo bescheiden, Lidy. Jullie hebben veel voor hen gedaan.”

“Ssst!” deed Lidy omdat de lichten in de zaal uitgingen. De hele zaal werd muisstil en een halve minuut later ging het doek op. Ademloos keken een tweehonderd mensen naar het prachtige toneelstuk waarin Petra een niet onaardige rol speelde.

“Ze speelt goed,” fluisterde Corine.

“Zeker. Ze heeft talent!” antwoordde Lidy.

Na de voorstelling was er in de foyer van het theater gelegenheid om samen met de spelers en alle andere vrijwilligers na te praten en iets te drinken wat Lidy en Corine graag deden. Ze feliciteerden Petra met haar geweldige debuut.

Petra glom van trots.

“Goed om te weten dat ik kan acteren. Als ik nog eens genoeg krijg van mijn lab, ga ik bij de tv.”

“Als je het maar laat! Ik kan zo’n goede assistente niet missen!” deed Lidy quasi kattig.

“Maar je kunt best een mooie amateurcarrière beginnen!” stelde Corine voor.

“Nee dank je. Dat gekonkel en gedoe met knappe regisseurs en jaloerse actrices, daar pas ik voor. Lidy en Corine volgden haar blik naar de knappe Diederik die een eindje verderop stond te praten. Zijn vriendin had zich tegen hem aan genesteld om te tonen dat hij van haar was. Petra wendde haar blik van het koppel af en bestelde nog een drankje voor hen drieën.

“Toch is toneelspelen heel leuk. Je leert om je in te leven in de situatie van een ander. Diederik heeft me geleerd om in de huid van een karakter te kruipen. Om iemand anders te worden op het toneel.”

“Dat je dat kunt!” deed Corine bewonderend.

Op dat moment wenkte Petra een jonge man die voorbij kwam. Hij kwam meteen naar haar toe en sloeg zijn arm om haar heen.

“Dit is Ronald, de geluidsman.”

Ronald gaf hen allebei beleefd een hand, maar had voornamelijk belangstelling voor Petra.

“Zullen we straks samen iets gaan eten, Peet?”

“Lijkt me enig, Ronald!” zwijmelde de blonde assistente.

Lidy keek Corine lachend aan.

“Volgens mij is Petra nu weer helemaal zichzelf!”


Gevaarlijke vader & Gevlucht meisje
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml