VOORWOORD*

Om maar direct met de deur in huis te vallen: dit boek gaat over statistiek. Uit ervaring weet ik dat meer dan driekwart van de lezers nu de neiging voelt om dit boek opzij te schuiven. Behoor jij tot die doelgroep? Lees dan even door. Hier volgt waarom.

Ten eerste is ons leven een aaneenschakeling van statistiek, of we nou willen of niet. We worden ermee geboren en we gaan ermee dood. Nog geen vijf minuten op deze wereld en we krijgen al een rapportcijfer in de vorm van de APGAR-score. In rap tempo volgen groeischema’s bij het consultatiebureau, Cito-toetsen, rapportcijfers, trouw- en scheidingsstatistieken, consumentenpatronen, inflatiecijfers of economische groei. Tenslotte eindigen we allemaal in een sterftestatistiek.

Ten tweede gebruikt bijna iedereen wel eens statistiek om een boodschap mee te onderbouwen of andermans boodschap mee te ontkrachten. De bergen gegevens die ons dagelijks non-stop via de media en reclame bereiken, staan bol van feitjes, onderzoeksresultaten en opinies. Vervolgens gebruiken politici, beleidsmakers, reclamemakers, verkopers, collega’s of vrienden die gegevens om er hun beleid of mening op te baseren.

Ten derde vertrouwen we blindelings op cijfers en dat is gevaarlijk. Cijfers zien we als feiten. Als iets in cijfers is gevat dan is het zo. Veel van de statistieken in dit boek zijn afomstig uit de media, politiek en reclame. Ze lijken misschien onschuldig en zijn dat soms ook, maar besef dat statistiek de basis vormt voor veel belangrijke beslissingen. Bedrijfsstrategieën, reorganisaties, massaontslagen, overheidsbeleid, -uitgaven of veroordelingen in een rechtbank. Al die keuzes zijn gebaseerd op cijfers. We proberen continu de complexe samenleving om ons heen te begrijpen, onder andere met behulp van cijfers. Statistiek heeft op die manier een enorme impact op ons dagelijks leven. Wij gaan er automatisch vanuit dat de aan ons gepresenteerde gegevens en informatie kloppen, want ze zijn gebaseerd op Statistisch Onderzoek of Significante Resultaten. Om de interpretatie van de resultaten wat makkelijker te maken, worden de cijfers vaak pakkend weergegeven in plaatjes en grafieken. Wie zijn wij om daar vraagtekens bij te zetten? Eén plaatje zegt meer dan duizend woorden en de meesten van ons zijn toch geen wiskundigen of statistici. Juist daarom moeten we er vraagtekens bij zetten.

Ten vierde laten statistische gegevens zich erg goed lenen voor kwalijk gekonkel en tenenkrommend gestuntel in media, reclame en politiek. Ik wil het hebben over die valkuilen. We hebben er namelijk allemaal mee te maken.

Statistiek en statistici staan bij mij over het algemeen hoog aangeschreven. Dit boek is dan ook niet geschreven om het vakgebied af te kraken. Zoals gezegd wil ik de lezer laten kennismaken met een aantal statistische valkuilen. Die behandel ik per hoofdstuk. De hoofdstukken laten zich los van elkaar lezen. Begin met het eerste hoofdstuk, maar voel je daarna niet verplicht om de volgorde aan te houden. Ik verwacht geen kennis van statistiek bij de lezers. Waar nodig leg ik begrippen uit. Het laatste hoofdstuk bevat een lijst met de meest voorkomende statistische termen. Iedereen die weet wat een gemiddelde en een percentage is, is in staat om het hele boek - hopelijk met veel plezier – te lezen.

De aanleiding tot het schrijven van dit boek was How to lie with statistics van Darell Huff. Dit standaardwerk uit 1954 las ik eind jaren negentig toen ik werkte bij SPSS, een bedrijf dat statistische software ontwikkelt. Door het boek van Huff raakte ik gefascineerd in het gebruik van cijfers, overal om me heen. Nog steeds geldt How to lie with statistics als de belangrijkste bron voor alles wat daarna over misbruik van statistiek is geschreven. Huff schreef zijn boek in een tijd dat kranten en radio de voornaamste nieuwsbronnen waren. Politiek speelde zich ergens ver buiten de huiskamer af en statistiek was niet besteed aan de gewone man. Dat is anno 2010 wel anders. Het gebruik van statistiek is drastisch toegenomen maar daar zijn nog altijd weinig mensen zich van bewust. Statistische gegevens worden te pas en te onpas gebruikt en misbruikt. Het zou goed zijn als iedereen zich daarvan bewust is, te beginnen bij middelbare scholieren. Als mensen al vroeg betrouwbare en onzinnige statistiek van elkaar leren onderscheiden, zullen ze sneller een kritisch oog daarvoor ontwikkelen.

Toen ik Huffs boek las, was internet nog traag en onoverzichtelijk. Je moest je door bergen sites en ellenlange blogs heen worstelen voor wat informatie. Nieuws kreeg je via de krant, het NOS Journaal of RTL Nieuws. Met een mobiele telefoon kon je alleen maar bellen. Eigenlijk wilde je dat niet eens want dat was iets voor patsers. Maurice de Hond kenden we toen voornamelijk van zijn doemscenario’s rondom de milleniumbug, waarin hij ons aanspoorde om te gaan hamsteren.

Tegenwoordig worden we gebombardeerd met informatie. Gelukkig sorteert Google de hoogtepunten voor ons en helpt Wikipedia ons bij het vinden van de nieuwe waarheid. Alles komt sneller dan het licht en in korte tweets op ons af. Nieuws halen we via nu.nl of de gratis bladen. Kranten zijn er nog wel, maar worden compacter. De hoeveelheid achtergrondinformatie krimpt in. Bijna dagelijks verschijnt ’s lands bekendste opiniepeiler, Maurice de Hond, in de media. Zelfs als er geen verkiezingen zijn.

Dit boek gaat dan ook in op de wisselwerking tussen statistiek en onze digitale maatschappij. Voordeel van deze digitale maatschappij is dat we steeds beter in staat zijn om informatie te filteren. We scannen gemakkelijk door gegevens en kiezen datgene waar we naar op zoek zijn. Nadeel is dat we minder kritisch zijn over de informatie die ons wordt aangeboden. Er komt gewoonweg te veel op ons af. We nemen er de tijd niet meer voor om het aanbod nauwkeurig onder de loep te nemen. Dat geldt zeker voor cijfers en statistieken. Hopelijk helpt dit boek daarbij en ben je na het lezen in staat om snel, selectief en kritisch naar cijfers en statistieken te kijken. Dan is mijn doel bereikt.