Afscheid

 

 

Zij was zijn zonsopgang

de opkomende maan

het licht van Halley

 

de zekerheid van de ochtendkrant

van de vers gezette koffie

van het klaargelegde kloffie

 

dat verdween toen zij sprak van afwas

ramen lappen waar geen vuiltje zichtbaar was

dagen die aan elkaar waren geregen

 

hij hoorde het aan woord voor woord

zijn ogen dicht geknepen

 

de zin heeft hij nooit begrepen.