De boor is los
Bracht donderdag een sentimenteel bezoekje aan de Amsterdamse Bijenkorf, die half maart toch een paar jaar moet sluiten in verband met ernstige verzakkingen, toen op de roltrap mijn mobieltje ging. De directeur van Ajax. Of hij geld van me kon lenen. Ze kwamen nogal wat tekort. Waarom hij aan mij dacht?
„Vroeger kreeg ik nog wel eens wat van je collega Borsato, maar die zit mede door mij even krap, dus ik dacht: ik bel jou eens.” Voor ik antwoord kon geven, stormden een paar honderd zwaar bebloede, Italiaanse voetbalfans het warenhuis in. Ze werden opgejaagd door hun Amsterdamse soortgenoten. Ik zei tegen de Ajax-directeur dat ik helaas op moest hangen en zocht, terwijl de voetballiefhebbers het restaurant plunderden, dekking op de boekenafdeling. Die slaan de hooligans meestal over.
Achter een stapel bijbels stonden een Nederlandse aannemer en een Duitse onderaannemer af te rekenen. Contant uiteraard. De Duitser had naar Keuls model gesjoemeld met de staalconstructies voor de metrotunnels en een deel van de winst was voor de voorman van de Nederlandse aannemer.
Een toerist vroeg of ik wist waar het Stedelijk Museum was en hoe laat dat precies open ging. Ik legde hem uit dat wij kunstminnaars niet in uren denken, maar de zaken breder zien. We denken in jaren. Ik gokte dat het in 2017 haar deuren zou openen, waarop de aannemer heel hard begon te lachen. In slecht Duits vertelde hij aan zijn partner in crime dat ik nog niet wist dat het hele geintje met de verzakte Bijenkorf, het verdwijnen van het Paleis op de Dam en de Munttoren zeker twee miljard ging kosten, dus dat de verbouwing van het Stedelijk waarschijnlijk werd uitgesteld tot 2029.
Ik vertelde de toerist dat er een plan is om het hele gebouw te laten verwilderen en het totaal overwoekerd door onkruid tentoon te stellen. Dus het museum zelf als kunstwerk. De toerist vroeg of het verder goed met me ging, maar voor ik kon antwoorden trilde mijn mobieltje. Erica. Ze wilde het uitleggen. Dat hele Vancouver was helemaal niks en uit pure balorigheid was ze met de kroonprins in een slecht restaurant beland. Daar had een ongebreideld zuipen een aanvang genomen tot ze zich herinnerde dat ze naar Edwin Evers van radio 538 moest. De afloop kent iedereen. Ze was in de studio ook nog in de war geraakt omdat het daar over een defecte dweilmachine ging. Dat had ze in eerste instantie als persoonlijke belediging opgevat en wilde boos vertrekken. Had ze dat maar gedaan. Ik bewonderde haar openbare schuldbekentenis en vroeg waarom ze zei dat ze één glas te veel had gedronken. „Omdat een fles ook van glas is”, lachte ze hartelijk en hing schaterend op. De Duitser stond met een pak geld en vroeg waar de hoerenbuurt was.
„De hoerbuurt”, verbeterde ik hem en legde uit dat er nog maar één prostituee was. „Daar moeten we het met de hele stad qua neuken mee doen”, waarop hij vroeg of we geen gezellig Jezuïetenklooster hadden. Want die wilden seksueel ook nog wel eens een handje helpen. Ik legde de Duitser en zijn vriend uit dat in een Brabants dorp de pastoor geweigerd had om de homoseksuele Prins Carnaval de communie te geven omdat hij daar te opgewonden van raakte. Zo’n hostie op zo’n warme uitgestoken jongenstong werd meneer pastoor echt te veel. Ik vertelde de Duitser ook dat het verhaal niet waar was omdat de pastoor een verklede idioot was. Gewoon de dorpsgek. En wie de homoseksuele prins dan was?
„Dat was de pastoor”, legde ik de verwarde Duitser uit.
Daarop begon de Bijenkorf duidelijk te bewegen, te schudden op zijn grondvesten.
„De boor is los”, schreeuwde de aannemer, „de stad wordt één grote IJ-tunnel en die mag ons bedrijf weer opbouwen”.
„En dan?” schreeuwde hij naar mij. Ik keek verbijsterd en verbaasd.
„Dan worden wij rijker dan rijk en worden we de nieuwe sponsor van Ajax”. Toen verdwenen we met zijn allen kansloos in de zuigende diepte.