Zaksproetjes
Rebecca Loos is los. Ze toont op de televisie de erotische sms’jes van haar minnaar David, vertelt dat ze allerlei intieme details van de topvoetballer kent en ze is bereid deze vunzige feiten onder ede te onthullen. En dan? Moet de voetballer daarna zijn voetbalbroekje laten zakken om aan het volk zijn wel of niet besneden lid te tonen? Of gaat het om een eikelpiercing en een paar zaksproetjes? Heb inmiddels ook begrepen dat de vedette drie keer per week met zijn schaamhaar in de krullers slaapt. Donderdag las ik in de krant dat de Madrileense chauffeur van David verklaard heeft dat hij zo nog wel wat vrouwen op kan noemen. De man vertelt ook over heftige seks op de achterbank van de door hem bestuurde auto. Achteruitkijkspiegelporno! Ik lees dit bericht in de auto op mijn Belgische tournee. Om precies te zijn tussen Brugge en Brussel. Ik zit naast mijn chauffeur. Mijn chauffeur is een vrouw. Een prachtige vrouw zelfs. Ik vraag mij af hoe het zou zijn om met haar seks op de achterbank te hebben, terwijl ze ook nog rijdt. Dat is pas genot! Ze heeft prachtige lange benen, dus het moet kunnen. Veel sensationeler dan het simpele Beckham-wipje. Ik durf het mijn chauffeur niet te vragen. Stel dat ze ja zegt. Dat zij er ook al jaren van droomt om een keer met deze kleine dikzak… Ik zie in mijn bizarre fantasie de twee airbags uit het stuur en het dashboardkastje komen. Goed dat mijn prachtige chauffeuse niet in mijn hoofd kan kijken. Wat gaan we tekeer. Voor de affaire heb ik nooit aan seks met haar gedacht. Nog geen potje scrabble met haar sloop mijn droomhoofd binnen. En nu opeens laat ik haar alle hoeken van de Volvo zien. En zij mij. Terwijl ze luistert naar de zachte stem van de gps hangt ze in het hondenrek. We passeren een groot waarschuwingsbord. Een billboard met de tekst: Veiligheidsgordels! Ook achterin! Ik vraag me af of David tijdens de seks in de riemen zat. En ik denk aan mevrouw Beckham. Toch een minder spicy girl dan ik dacht. Gewoon een saaie recht-op-en-neermuts. Daarom zocht David een vrouw met iets meer fantasie. Mevrouw Loos toucheert voor haar bekentenissen een kleine miljoen dollar en maakt van mevrouw Beckham een tweederangs mevrouw Oudkerk. Wat een snol die Rebecca. Ze doet me denken aan de bezemkasthoer van Boris Becker. Dat soort moet er gewoon voor zorgen dat de superster zo goed mogelijk aan zijn gerief komt en verder zwijgen. Ze mag d’r Hollandse beentjes dichtknijpen dat ze ooit zover gekomen is. Maar het verkopen van het verhaal is hoogverraad. Natuurlijk worden de verhaaltjes gulzig geslurpt door miljoenen moraalridders in hun Almeerse doorzonhuisjes. Windjacktypes die alleen maar kunnen dromen van een goede beurt op de achterbank van hun chauffeurloze auto. Met hun te dikke vrouw in hun veel te benauwde Vectra.
Buitenechtelijke seks is van alle tijden en houdt miljoenen huwelijken op de wankele benen. Ik ken duizenden mannen die zonder vriendin al lang gescheiden waren. Eigenlijk moeten de echtgenotes blij zijn met alle maîtresses. Zij doen in bed de dingen waar de vrouw des huizes al tien jaar geen zin meer in heeft. Dan raakt haar kapsel in de knoop. Maar de buitenechtelijke huppelkut moet in ruil voor een ringetje, een luxe hotelkamer en een goed diner gewoon haar werk doen en verder keurig haar blonde mondje houden. Het is namelijk geen liefde. Niet voor hem en niet voor haar. Het is gewoon seks en dat is heel wat anders.
Ondertussen luister ik naar het nieuws. Hoor over Ajaxsupporters die Feyenoordspelers hebben aangevallen en schaam me diep donkerrood voor mijn Amsterdamse seizoenkaart. Soms stopt ieder denken. Het veldje waar dit fijne treffen plaatsvond heet De Toekomst.
En ik schrik niet van de bijna-aanslag op de chauffeur van Fortuyn. Waarschijnlijk heb ik het hartstikke verkeerd, maar mijn gevoel zegt dat er iets in het verhaal niet klopt. Meneer Smolders is in mijn ogen nog steeds een held vanwege het feit dat hij toen achter die idiote grasgrazer Volkert van der G. aanging, maar nu zegt er iets in me dat het niet waar is. Wie de bijna-schutter was? Jules Croiset.
Bianca
JP is vroeg wakker. Veel te vroeg. Het is tien voor vijf. Hij hoort de eerste vogels en realiseert zich dat dit ook de laatste vogels zijn. De stadsmus is uitgestorven, de koolmees is al tien jaar niet meer gezien en voor de laatste grutto’s wordt een weiland zonder bouwplannen gezocht. De Betuwelijnlobby, de snelwegmaffia en het hoogbouwende vastgoedgajes hebben gewonnen. Toen mijn zoontje tien jaar geleden over een vogel riep: ‘Kijk papa, een levend vliegtuig!’ wist ik dat de strijd reddeloos verloren was.
Het is ook maar goed dat de vogels dood zijn. Op 12 juni gaan een paar duizend welvarende nudisten fietsen in de bossen bij Apeldoorn. Naakt fietsen. Je moet wat in 2004. Dat moet een verschrikkelijk gezicht zijn. Al die welvaartstypes die met hun blote aambeien over hun zadels schuren, terwijl de bierbuiken vlak boven de stang klotsen en de keizersneetjes glimlachen naar de bloeiende brandnetels. Ik vrees dat na die dag de bomen het ook voor gezien houden.
Niet alleen JP is vroeg wakker. Zijn Bianca ook. Sterker nog: zij heeft de hele nacht niet geslapen. Opgerold in haar nachtpon heeft ze nagedacht over de verschrikkelijke dag die komen gaat. Maanden heeft ze tegen deze vierentwintigste april opgezien. 24 april: de huwelijksdag van plastic Mabel en haar niet-homoseksuele prinsje. Een man die via zijn voorlichter moest laten weten dat hij geen nicht is. Geen sterk begin van een vlammende relatie.
Bianca piekert en piekert over de komende dag. Het huwelijk wordt een intieme aangelegenheid. Slechts veertienhonderd vrienden zijn aanwezig. Allemaal brave burgers die een beetje nerveus zijn omdat ze er vandaag bijhoren. Valt mijn hoedje op? Is mijn jurk niet al te pc Hooft? Kom ik op de buis?
En de dominee zal spreken. Spreken over liefde. Echte liefde. De chemie van twee mensen. De bruid zal professioneel stralen en niemand kan de films zien die op dat moment in haar hoofd worden afgedraaid. Natuurlijk komt Die Lange nog een paar keer langs. De geur van het vooronder, het klotsen van de zee tegen de boot en dat pistool onder het kussen waren prachtige ingrediënten voor een niet-alledaagse jeugd. Uiteraard denkt ze nog een keer aan de wilde nachten met haar gehuwde Bosniër. De hotelsuites, de soupers, de mondaine vakanties. Natuurlijk wist ze dat hij dat niet uit eigen zak betaalde. Maar ze krijgt hem wel vrij. In Nederland blijft ze Mabel, maar in het buitenland zal ze zich prinses gaan noemen.
Ze kijkt opzij en glimlacht naar haar prins die het erg op prijs stelt dat men weet dat hij hetero is. De lieverd glimlacht terug. Hij was het hoogste dat zij kon krijgen.
Bianca schaamt zich voor zoveel negatieve gedachten over dit derderangs stukje koningshuis.
JP legt een hand op haar genachtponde lijf, maar door stokstijf te verstenen laat ze hem duidelijk haar Center-Parcsgevoel weten: nu even niet. JP zucht. Ze heeft met hem te doen. Hij is vandaag de risee van Delft en wordt uitgekotst door de hele kerk.
Petra, die zich tegenwoordig Laurentien laat noemen, heeft in de huiselijke hofkring al de meest verschrikkelijke dingen over de gereformeerde glibber gezegd. Als ze gedronken heeft, is ze niet te houden. Máxima deed er nog een flinke schep bovenop. De meest dubbelzinnige details proestten de dames over tafel. Trix moest lachen, maar heeft wel gevraagd of de dames zich vandaag een beetje willen gedragen. Dat zullen ze doen.
Bianca komt uit bad en verstopt zich in de kleren die ze gisteravond heeft klaargehangen. Neutraal. Muisgrijs. Ze denkt heel even aan de wilde combinatie Rebeckham en huivert prettig. Op dat moment komt JP bloot de badkamer binnen. Ze wil dat hij zich snel aankleedt. En niet alleen omdat ze haast hebben.
Op dat moment probeert JP een grapje. ‘Weet je waarom Friso zo schijterig meldde dat hij geen nicht is? Hij is bang dat de islamieten hem na de revolutie van het balkon flikkeren!’
Bianca lacht beleefd. Ze hoort vooral ‘mieten’ en ‘flikkeren’. Dan toetert de chauffeur. Het wordt een loodzware dag.
Ontspannen
Het is Koninginnedag. Tien over half elf. Op mijn televisie zie ik zeven Warffumse middenstanders onder het toeziend oog van de koningin Chinese ontspanningsoefeningen doen. Het zal je vader zijn, denk ik hardop. Jij bent puber en opeens zie je dat je midlife-verwekker op een vlonder heel erg raar doet voor een mevrouw en haar familie. Dat een negenjarige zenuwachtig op een viool krast, snap ik. Een demente die nerveus volksdanst, gaat er ook nog in. Maar een volwassen man in een soort oosterse trance tegenover een op een strak schema doorlopende mevrouw met een bloemetje en een hoedje zet me toch weer aan tot pruttelend denken. Wat denkt de middenstander? Voor wie doet hij het? Voor de koningin? Voor zichzelf? Voor Warffum? En stopt hij als Trix langs is geweest? Of ontspant hij nog een kwartiertje door? Belt zijn broer ’s avonds om te vragen hoe het ging? Is zijn vrouw trots? Heeft hij slecht geslapen omdat hij voor de vorstin Chinees moest ontspannen? Vragen, vragen, allemaal vragen.
Op dat moment gaat de deurbel. Ik vraag door de intercom wie er is. Ik versta: Wim Kok! Ik moet me vergissen. Ik vraag het voor de zekerheid nog een keer. Het antwoord is weer: Wim Kok.
‘De Wim Kok?’ vraag ik. Het antwoord is ja.
Twee minuten later zit hij bij me aan tafel. Met Rita. Wat ze komen doen? Collecteren. Voor wie? Voor de Nederlandse Hartstichting. Of eigenlijk voor de zojuist ontslagen directeur Manger Cats. Wim legt uit dat zijn leven niet echt veranderd is. Vroeger probeerde hij als vakbondsman voor de werknemers zoveel mogelijk geld te krijgen en eigenlijk doet hij dat nog steeds. De groep werknemers is nu alleen wat kleiner. En hij vertelt vol enthousiasme hoe hij voor Ewald Kist een paar miljoen euro heeft geregeld. Ewald wilde eigenlijk nog twee jaar blijven om zichzelf helemaal af te vullen, maar dat heeft Wim er helaas niet door gekregen.
‘Vroeger was ik tegen exhibitionistische zelfverrijking, maar tegenwoordig word ik er zelfs een beetje geil van.’ Rita bloost.
En nu komt hij geld ophalen voor Volkert Manger Cats. Voor Volkert persoonlijk? Hij legt uit dat het een rechtszaak wordt en dat Volkert uiteindelijk een paar miljoen meekrijgt. Dus de collecte is wel degelijk nodig.
‘Ik had hier jaren eerder aan moeten beginnen,’ vertelt Wim enthousiast. ‘Weet je wat het leuke is van die captains of industry? Ze hebben meer smaak dan die arbeiders, wonen leuker, eten lekkerder en ze stinken nooit naar zweet!’
En voor ik het weet zit Wim Kok mij de lol van het golfen en het genot van de skybox uit te leggen. Rita belt onderhand met Bianca Balkenende om uit te leggen hoeveel verhuisdozen ze nodig heeft. Haar JP wordt op dit moment zelfs door zijn eigen partij uitgekotst. Zelfs zonder oppositie gaat hij kopje onder. Oppositie is een ouderwets woord. Woutertje Bos zit al een halfjaar lekker te tutten tussen de Pampers en de Olvarit. Op de televisie zie ik een Van Vollenhoven aan een spijkerbroek hangen, terwijl zijn broertje dart met gootsteenontstoppers. Een familie aan het werk en het volk is blij.
Wim legt mij uit hoe blij hij is met de winstcijfers van abn-amro en hoe opgetogen hij is over de op handen zijnde ontslagen bij Shell. Onze koninklijke olietrots wordt weer kerngezond en de aandeelhouders krijgen binnenkort een ouderwets dividend. Alleen moet de milieugroepen nog even de mond gesnoerd worden.
‘Daar hebben we veel last van,’ vertelt Wim, die mij en passant vraagt of ik ook naar het polotournooi van Eddy de Kroes ga? De hele justitietop is daar. Officier van Justitie Vos is zelfs eregast. Die mag deze zomer ook in de Zuid-Franse villa van Eddy een week of wat vakantie vieren.
Wim is boos dat ik niks in de collectebus doe en verlaat mokkend het pand. Ik roep hem nog na dat het morgen 1 mei is. Hij kijkt verbaasd en vraagt: ‘1 wat?’
Pompeji
Mijn zoon wil lijken zien. Gestolde lavalijken. De huisjes kunnen hem gestolen worden. De Vesuvius mag ook weg. Het gaat hem om de lijken. U begrijpt het al: we lopen door Pompeji. Vakantie. Veel schoolklassen. Italiaanse schoolklassen. Het verplichte uitje. Ze banen zich een weg door de kou en de regen. Ze zijn er op gekleed. Veel nylon. Het is echt koud. Kleumende toeristen volgen de route van de koptelefoon. Ik sta in een huisje en doe of ik wat muurschilderingen bestudeer. Dat doe ik niet. Ik luister een gesprek af. Drie oudere Nederlandse dames staan buiten het huisje te wachten op hun treuzelmannen. Fantastisch gesprek. Waarover? Over sla. Ik zie de vrouwen niet, maar hoor ze des te beter. De man van de ene heet Henk. Henk houdt van sla. Maar niet van alle soorten sla. Gewone sla vindt hij prima. Andijviesla ook. Gemengde sla is hij gek op. Rauwe spinazie mag. Maar Henk heeft niks met ijsbergsla. Dat vindt Henk geen sla. Een van de dames heeft juist iets met ijsbergsla. Lekker knapperig. Je snijdt het gemakkelijk. Het wordt niet gauw slap. Ook niet als het van de krop is. De mannen sluiten aan en het slagesprek verdwijnt.
Mijn zoon heeft de lijken gevonden. Ik moet komen kijken. Het zijn er maar twee. In een glazen kastje. Hij legt uit dat er gips in zit. Echte lijken met gips van binnen. Nu zie ik de Nederlandse dames. En de drie treuzelmannen. De dames hebben het nu over Máxima. Het gedurfde spijkerjasje van onze prinses. Volgens een van de dames kan Máxima alles hebben. Ze kijken onderhand naar de voorover liggende lavalijken. Ik denk aan gisteravond. Weer een droom verwezenlijkt. Heb een voorstelling in het schitterende San Carlo Theater in Napels bijgewoond. Een van de mooiste theaters ter wereld. Misschien wel het mooiste. Een feest om er te mogen zitten. Ik zag ballet. Beetje tuttig ballet. Kan ook aan mij gelegen hebben. Ik vind ballet al gauw tuttig. Kan niet zo goed tegen die springnichten met die bobbel in hun maillot. Doe normaal, denk ik steeds. Daarbij heb ik een geblesseerde knie en bij elke sprong voel ik mijn knie. Ik zit te schreeuwen van de pijn in mijn stoel. Ik zie mezelf in dit theater spelen. Een vlammende conference in het Italiaans. Een uitzinnig publiek. In de pauze bestel ik haperend koffie en besluit om niet verder te dromen.
Terug in Pompeji. Mijn zoon heeft de lijken gezien. We kunnen naar de auto. Het gaat nog harder regenen. De drie Nederlandse dames manen hun treuzelmannen tot meer tempo. Het woord kunstheup valt. Goed onderwerp. Ik hoor dokters, de knie van Riek, de galblaas van Thea en de dood van een zekere Rob. De suiker heeft hem gesloopt.
De regenbui wordt nu meedogenloos. Iedereen schuilt. De dames knikken naar me. Ze zeggen dat ik van de televisie ben en ze komen straks wel op mijn naam. Ik hoor ze fluisteren dat ik nogal grof in de mond ben, maar wel een mooie vrouw heb. Wim dweepte met me en zijn vrouw ging, als ik op televisie was, altijd wat anders doen. Ze raden elkaar aan zachter te praten. Je hoort hier alles.
En dan verschijnt hij. In de stromende regen. In de verte doemt hij op. De korte broek. Het is amper zeven graden, maar hij draagt hem. Een schreeuwende bermuda. Prachtig. Daarboven een T-shirt en aan de voeten de verplichte Adidasjes. Wat voor sokken? Wit natuurlijk. Hij heeft vakantie. En op vakantie draag je een korte broek en witte sokken. Zijn vrouw had twee jaar geleden een keer een lange broek in de koffer gedaan. Voor je weet maar nooit. Bijna gescheiden. Een lange broek. Op vakantie. Het is een grote man. Vooral breed. Hij komt stralend dichterbij.
‘Kijk, een Hollander,’ fluistert mijn dochter.
Ik weet zeker dat ze gelijk heeft. Toch blijven we even staan. Voor de controle. Hij herkent me. En fluistert hard tegen zijn vrouw: ‘Braakhekke!’ Zijn vrouw herkent me ook. De dames zien het nu ook en besluiten met: ‘Die heb geen vrouw, dat is een homo!’
Onthoofden
Bush heeft Irak verlost van de mensonterende praktijken van Saddam. Ik zie op elkaar gestapelde blote mannen in de Abu Ghraib-gevangenis en lees dat de heren elkaar oraal moesten bevredigen. In elk geval moest de pielemuis in de mond worden genomen.
‘Dat is in die islamitische cultuur heel vernederend,’ sprak een woordvoerder van het Amerikaanse leger. Goeie tekst. Dus ik moet het als atheïst wel aankunnen? Is het voor mij minder erg?
Het was een beschaafd weekje. De mensheid toont zich van haar beste kant. Allereerst was ik erg blij met de details van de moord op Maja. Twintig minuten was Goran bezig om de bakvis te wurgen. Twintig minuten! Wat een amateur. Inmiddels heeft hij op het internet bij de Irakezen kunnen zien dat het allemaal veel sneller kan. Een scherp mes is het enige wat je nodig hebt.
In hetzelfde Journaal zag ik lachende Palestijnen triomfantelijk met Israëlische lichaamsdelen zwaaien. Schijnt ook heel vernederend te zijn: dat een ander met jouw handje wuift.
In de Noordoostpolder moesten Afrikaanse asielzoeksters seksuele handelingen met honden verrichten. Lijkt me niet leuk. Hoewel je daar natuurlijk ook weer gradaties in hebt. Labrador beffen is minder traumatisch dan pitbull pijpen. Wat was de godsdienst van die asielzoeksters? Waren de honden besneden?
Ondertussen begrijp ik ook dat het dorpje waar deze verschrikkingen plaatsvonden streng christelijk is. Wat wil God daarmee zeggen? Waarom juist daar? Hebben er ook op zondag perverse handelingen plaatsgevonden? Dat maakt de zonde dubbel erg. Ik begrijp dus dat er mensen zijn die opgewonden raken van een vrouw met een keeshond. Of mij dat schokt? Ja!
Ik was sowieso nogal in de war deze week. Niet door mevrouw Peijs die zomaar opeens elfduizend euro gemeenschapsgeld moest terugstorten. En ook niet door het parlement dat dit vrolijk laat passeren. Ik heb het over de Kamerleden die op dit moment in het land zijn. Ik begrijp dat de meeste parlementariërs met hun partners op kosten van de gemeente Taipei van een lekker reisje snoepen. Op het vliegveld staat een afhaalchinees en die laat ze alle hoeken van dit eilandje zien. Ik begrijp dat dit niet het eerste reisje van onze volksvertegenwoordigers is.
Geert Wilders, die rechtse Mozart van de vvd, was ook al een keer met zijn vrouw naar Taiwan geweest. En daar was ik over geschokt. Niet dat hij zich laat fêteren door de Taiwanese wapenmaffia, maar dat hij een vrouw heeft. Ik heb het over die gozer die ooit bij het uitruimen van het gootsteenkastje een fles bleekwater op zijn kop gehad heeft en nu met een gehandicapt kapsel door het leven moet. Ik had die man altijd aangezien voor een supernicht. Er is toch geen vrouw die iets wil met een man die vrijwillig met een paar deciliter waterstofperoxide en een rukwindföhn met windkracht twaalf zijn haar doet? Hoe zal dat gaan in huize-Wilders? Ik heb wel een beeld: mevrouw Wilders lakt haar nagels en hoort hem onderhand frunniken in de badkamer. Hij moet goed opletten dat de bodem donker blijft, dus hij staat met het bleekmiddel in zijn haar een half uur op zijn handen voor de spiegel. Straks is hij klaar met zijn kapsel en dan kunnen de Wildersjes er weer een week tegenaan. Mevrouw Wilders heeft een keer tegen een vriendin gezegd: ‘Soms lijkt het net of ik het met een poedel doe! En op moederdag blaft hij zacht in bed. Zo lief!’
De vriendin vroeg zich af waarom Geert zo extreem fel tegen hoofddoekjes is. Als iemand toe is aan een schaamlap om zijn carnavalskapsel...
Bij ons thuis zijn we echt geschokt. Geert Wilders heeft een vrouw. Dan zullen Albert Verlinde en Jos Brink ook wel met twee blonde mokkels wonen. Ik heb het voorzichtig aan mijn vrouw gevraagd. Wat zij zou doen als ik ook een creatief kapsel zou nemen. Ze keek meer dan bedenkelijk en sprak toen streng: ‘Kijk maar op internet. Ik doe het op zijn Irakees. Snel en efficiënt. En daarna zwaai ik met je geblondeerde kop triomfantelijk door de buurt!’
Wat ik toen gedaan heb? Troost gezocht bij de hond.
Billenkoek
Dus Ruud Lubbers zou in het bijzijn van vijf mannen een dame vol bij de billen hebben gepakt. Dan heb je wel lef. Ook begrijp ik uit de krant dat de Hengst van Kralingen, zoals onze voormalige premier vroeger in Den Haag genoemd werd, inmiddels ook in Genève een behoorlijke reputatie heeft opgebouwd. Zo gauw hij het hoofdkantoor betreedt, duiken alle vrouwelijke medewerkers onder balies en kopieerapparaten of ze verdwijnen ongezien in bezemkasten en voorraadhokken. Het gerucht gaat dat bij de unhcr de Ruudsirene gaat loeien als zijn auto het parkeerterrein opdraait. Duizenden vrouwen op de vlucht. Vandaar vluchtelingenorganisatie.
Hoe zal dat gesprek met Kofi Annan gegaan zijn? Op een gegeven moment moet je in detail. Waar gaat de onderrug over in de bilpartij? Zal Ruud het bij de kleine neger even hebben voorgedaan? Hoe lang lag de hand op de billen? Zat er een kneepje bij? Of een vriendschappelijke pets? Is een biltik erger dan een schouderklop? De schouder kan een erogene zone zijn. Vooral de voorkant. En hoe lang heet het schouder? Wanneer wordt het tiet?
Stel dat het inderdaad gebeurd is – de vijf getuigen vertellen dat Ruud een kleine zeven minuten de bilpartij van de dame intens heeft staan kneden – en hij moet zijn koffers pakken. Wat dan? Hoe kom je dan thuis? Hoe pak je je vrouw beet in het halletje? Twee handen vol op het achterwerk of toch wat voorzichtiger? Andere vraag is: is mevrouw Lubbers wel thuis? Of ligt er een briefje op tafel met een tekst voor de oude stier dat ze voorlopig liever even in een chic Blijf-van-mijn-lijfhuis vertoeft? Uit voorzorg.
Wat moet hij daarna? Welke organisatie wil hem nog? Ik denk dat hij zich daarover geen zorgen hoeft te maken. Las gisteren dat onze nationale hoerenloper Rob Oudkerk zo goed als zeker door de Zaanse PvdA wordt voorgedragen als opvolger van de naar Tilburg vertrokken Ruud Vree-man. Rob als burgervader van Zaanstad, dat dan onmiddellijk internationaal de aandacht zal trekken door zijn schitterende tippelzone. Oude pakhuizen worden omgebouwd tot superbordelen waar ook de ziekenfondshoerenloper terecht kan. En veilig. Er is zeer goede opvang voor de uitgemergelde junkies. De burgemeester, die tevens huisarts is, doet persoonlijk de uitstrijkjes.
Misschien is het leuk als onze Ruud de rosse buurt dan opent. Met een vrolijke bilpets of een geraffineerd tepelkneepje.
Zouden er foto’s zijn van het billenknijpincident? Of een homevideootje? Mij zou dat niet verbazen. Ik begrijp dat Amerikanen alles vastleggen. Ze hangen met een big smile boven doodgemartelde Irakezen, lachen zich suf als ze gevangenen met stront insmeren, gieren het uit als iemand een bloterik aan een hondenketting door de gang trekt en ook het laten eten uit toiletpotten schijnt in militaire kringen uiterst vermakelijk te zijn. Waarom is dat vastgelegd? Om er later van te kunnen genieten? Dat je als demente bejaarde dan denkt: toen was ik nog goed!
Ander aspect is de leeftijd van de billen. Je moet toch wel erg lang van huis zijn als je de behoefte voelt om te gaan knijpen in meer dan veertigjarig zitvlees. De kans op putten en pukkels is groot en de massa voelt onsmakelijk week aan. Daarbij heeft het zitvlak op die leeftijd een vertraagd gevoelsleven. Als je er op 18 december in knijpt, volgt er op 27 april pas een aangifte. Dat is geen heftige reet. Vraag me opeens af of je bij Vanessa ook je kont kan laten ophogen? Twee stevige japen en dan twee flinke kussens erin. Hoe zit een siliconenreet? En belangrijker: hoe knijpt ie? Hoe voelt de wc-potrand? Kan je nog plassen zonder bril?
Wat Ruud moet doen? Alles aan Ria opbiechten en verder doorgaan met ontkennen. Niks gebeurd. Het was hooguit een krap halletje en het zou een schamphand geweest kunnen zijn. Of hij werd duizelig en zocht houvast. Het was niet alleen zijn hand. Alle handen knepen! Zoiets. En hij moet zeker niet net als Willem Endstra naar Business Class. Niet bij Harry Mens gaan jokken dat je er niks mee te maken hebt. Want het mag bekend zijn dat het dan slecht met je afloopt.
Euthanatuitje
Dus we gaan de bejaardenberg ruimen, dacht ik, toen ik las dat actieve euthanasie op dementen bij de wet niet meer verboden is. Ik zie verpleeghuizen, mannen in witte overalls met strakke capuchons, vrachtwagens, grijpers en de pers op afstand. Het wordt nog een hele klus om de berg binnen een week of wat weg te werken.
In dezelfde krant las ik dat het merendeel van de mensen geld leent bij familie. Daarom gaat het mis bij de Rabobank. Duizend werknemers worden daar binnenkort ontslagen. Mij lijkt dat heerlijk: ontslagen worden bij de Rabobank! Ontslagen worden bij elke bank lijkt mij een reden voor een zwoel tuinfeest. Ik hoop wel dat de werknemers de bank een flinke poot uitdraaien en met een sappige kluif het marmeren pand verlaten. Ze kunnen niet zeggen dat ze niet weten hoe dat moet. Als je iets leert binnen het bankbedrijf. Ze kunnen bij de Raad van Bestuur op graaicursus.
Geld lenen bij de familie dus. Ik zie de nitwit met zijn beleggingshypotheekdebacle. Hij wil de verhuisschande uit de keurige villabuurt vermijden. Daarbij moeten de kinderen kunnen blijven hockeyen en dan heeft hij nog de wintersport, de tweede auto, de Côte d’Azurvakantie, enzovoort. Dus gauw een geldnoodtonnetje bij zijn oude moeder geleend. En mama is na een jaar veel vergeten, maar dat niet. Ze dringt regelmatig aan op terugbetalen. De eigenlijk failliete nitwit zegt tegen de huisarts dat moeder toch wel erg veel gaat herhalen. De rest mag u zelf invullen.
Als we dan toch de dementen gaan afspuiten, zullen we dan eens beginnen bij de politie? Want veel doller kan het toch niet worden! Ik heb het nu niet over hoofdcommissaris Welten. Die is verre van dement. En die hoeft voorlopig niet bij zijn oude moeder aan te kloppen. Eerder andersom. Het zou me niet verbazen als dat ook nog ergens in de kleine lettertjes van zijn lucratieve contract staat: dat zijn bejaarde ouders gedurende zijn Amsterdamse dienstverband in het Paleis op de Dam mogen wonen. En dat zijn schoonmoeder mag kiezen tussen de bruidssuite in The Grand of in het Amstel Hotel.
Nee, ik heb het over de mensen bij het om, die hebben besloten dat het mobieltje van een ontsnapte tbs’er niet gepeild mocht worden omdat dat tegen de privacyregels was. De privacy van wie? Van het dertienjarige ontvoerde meisje dat op dat moment misbruikt werd op de achterbank van een gejatte Mercedes? De man was niet echt gevaarlijk. Hij zat vast voor diefstal, verkrachting, brandstichting en bedreiging. Peanuts dus. Daarbij was hij al twee keer eerder vrijwillig teruggekeerd van een ontsnapping. Dus dat zou hij de derde keer ook wel weer doen.
Ik begrijp dat ze in de tbs-kliniek op woensdag rond het middaguur gaan kijken of iedereen die zich maandagochtend had moeten melden, binnen is. Degenen, wier verlof op vrijdag ingaat, zijn dan vaak al vertrokken. Zonder begeleiding. Dat verkracht lekkerder.
Het kan natuurlijk ook zijn dat ze op het om druk waren met het vrijpleiten van Annemarie Jorritsma die in de schaduwboekhouding van een bouwfraudeur staat. Even 72.000 gulden verrekend met een zwager. Een schaduwboekhouding is toch sowieso crimineel?
Geheel dement zijn ze bij het om ook weer niet. Ik las gisteren dat er een afgeslacht lijk in de kofferbak van een auto is gevonden en dat het volgens de politie om een misdrijf gaat. Over het in een tas in het Amsterdamse IJ gevonden onderlichaam van een vrouw heb ik nog niks gehoord. Zelfmoord? De zaak is vast nog in onderzoek.
Hoe verlos je de dementen? Ik las een prachtmanier. Voor de kust van Alaska is een zeer luxe Amerikaans cruiseschip met drieduizend bejaarden getroffen door een virus. Ze hangen met z’n allen kotsend over de reling en het ergste wordt gevreesd. Mij lijkt dat wel wat. Eerst geld bij je ouders lenen en ze dan een cruise aanbieden! Dobberend op zee een zacht wolkje mild gifgas vanuit de airco! Maar hoe kom je aan gifgas? Moet Bush misschien toch nog iets beter zoeken in Irak. Over dementen gesproken.
Ruzie zoeken
Volgens Jozias van Aartsen is het verlies van de vvd onder andere te wijten aan de uitspraken van Dijkstal. Vreemd. Zijn ongezouten mening was voor mij een reden om voor het eerst van mijn leven vierkant op de vvd te stemmen. Ik vond het klare taal. Meestal is het: hoe ouder hoe rechtser, maar bij Hans werkt dat precies andersom. Vind ik vrolijk. Een paar vvd’ers hoorde ik zeuren dat het niet kan wat hij gedaan heeft. Je valt je partijgenoten in het openbaar niet af. Wat een gezeur. Dat houdt zo’n partij toch levend? Beetje lawaai. Gezond potje ruzie. Daar wordt iedereen scherp van. En na een tijdje leg je het bij. Anders wordt het een kwaadaardig gezwel. Twee weken geleden had ik mot met het Brabants Dagblad en in mijn woede had ik de hoofdredacteur tot een hoerenlopende vreemdganger gebombardeerd. Niet smaakvol, maar wel effectief. Inmiddels is de ruzie bijgelegd. Zij zullen me niet meer screenen en ik zal hem niet meer onterecht op kosten van de krant laten lunchen met een snuffelstagiaire. Excuses over en weer en de zaak is klaar. Ik ga binnenkort met de hoofdredacteur eten. Ik betaal het restaurant en hij het bordeel.
Elkaar af en toe goed de waarheid vertellen kan geen kwaad en in zo’n scheldpartij vallen dan wel eens verkeerde woorden. Nou en? Die woorden zorgen wel voor discussie en gedoe. Ik vond de jodenstervergelijking van Dijkstal weinig smaakvol, maar ik had er ook al een paar keer aan gedacht. En ik was het eigenlijk wel met hem eens. Beetje herrie is toch leuk? Dat houdt ons wakker. Anette Nijs vindt haar minister een muts met weerhaken en zegt dat in iets andere woorden in Nieuwe Revu. Daarna had ze onmiddellijk moeten aftreden. Niet dat getut van: zo heb ik het niet bedoeld. Zo bedoelde ze het wel. Ruzie is lekker. Ruzie lucht op.
Daarom word ik zo droef van het voetbaltrainersvakbondje waarbinnen is afgesproken dat ze geen kritiek op elkaar mogen leveren. Wat een impotent getut. Dus als Adriaanse vindt dat Dickie een hele slechte bondscoach is, waarmee je nog niet van de veteranen van Madurodam wint, dan mag hij dat wel aan de coniferen melden, maar niet aan een journalist. Ik vind het altijd leuk als ik van een collega lees dat hij mij een derderangs cabaretier of een verschrikkelijke nitwitcolumnist vindt. Daarna kijk ik met extra aandacht naar de man zijn show of lees ik voor het eerst zijn stukje. Meestal trek ik dan de conclusie dat ik het in zijn geval niet had gezegd. Niet dat ik zo goed ben, maar in zo’n geval word ik vaak overvallen door het gevoel van: laatste kan ik niet meer worden. Maar dat het gezegd of geschreven is vind ik juist prima. Zo’n mening houdt iedereen toch wakker? Ook mij. Juist mij.
Toen ik vorige week die bejaarde oud-strijders in Normandië zag, dacht ik in eerste instantie dat het een trainend Nederlands elftal op het strand van Noordwijk was. En ik was ook niet verbaasd toen ik Advocaat vorige week hoorde zeggen dat hij blij was dat Keizer, Swart en Rensenbrink in de buurt van de telefoon blijven zodat hij ze te allen tijde kan oproepen. Het is toch prachtig dat een incontinentieluierfabriek en een rollatorfirma na het ultrakorte ek de nieuwe hoofdsponsors van de knvb worden? Heel Nederland denkt er toch zo over? En waarom mag Cootje dat dan niet hardop zeggen? Het antwoord van Dickie moet gewoon zijn dat die Co zijn bek moet houden. Zoals hij ook Jan Mulder de wind van voren gaf. Heerlijk.
Maar wat blijkt: de hh voetbaltrainers mogen elkaar alleen maar veren in de reet steken. En iedereen weet: te veel veren belemmeren een gezonde stoelgang.
Of ik zelf ook kritiek uit op andere komieken? Ik niet. Ik zeg waar ik om lach en als ik er niet om lach noem ik het gewoon niet. De mannen van Jiskefet zitten niet te wachten op mijn mening dat ze al een paar jaar niet meer leuk zijn. Waarom niet? Dat weten ze zelf ook wel.
Spijtrap
Stokdoof ben ik van vakantie teruggekeerd. De Middellandse Zee heeft mijn beide gehoorgangen aangetast. Het lijkt of de wereld verpakt is in een dik pak watten. Dat is dan ook het woord dat ik om de drie seconden tegen mijn familieleden roep. Watte? Ik hoor vrijwel niks. Volgens de dokter is het maar voor enkele dagen. Maandag wordt de boel uitgespoten en is het voorbij. Best wel jammer. Het is een aangename stilte.
Als mijn kinderen iets vragen, roep ik voor de zekerheid maar dat het goed is. Gistermiddag kwam mijn zoon met de nieuwste Playstation thuis. Mijn dochter had een supersonische mp3-speler en vier dvd’s bij zich. Mijn verbaasde vrouw kreeg te horen dat het mocht van papa. Zij is dit weekend met haar vriend naar Barcelona. Het schijnt dat ik het goed vond.
Zo zie ik deze week de Olympische Spelen zonder deskundig commentaar. Of dat bevalt? Zeer. Af en toe zie ik onze Alex in het straalbezopen Carnaval House in Athene met een sporter in de weer. Ik weet nooit of het live is of een archiefopname. Zelfde prins, zelfde sporters en precies hetzelfde publiek. Hoewel? De kroonprins oogt opgelucht nu hij weet dat zijn nichtje Margarita gaat scheiden van de claimbaron. Tussen de regels door lees je dat het er in dat huwelijk behoorlijk olympisch aan toe ging. Worstelen, boksen en judo waren Edwins favoriete sporten. De onfortuinlijke prinses moest vooral rennen. Zal Edwin nog een spijtrap op de markt brengen? Met enige verbazing las ik het bericht over de rap van de man die twee keer geprobeerd heeft zijn vrouw voor haar dood te cremeren. Hij heeft spijt dat het niet gelukt is.
Wel mooi om na een misdaad een liedje te schrijven. Is misschien iets voor de kickbokser Zlatan Ibrahimovic. Een rechtse hoek voor Van Bronckhorst, een peut in de rug voor zijn collega Heitinga en een gestrekt been voor Van der Vaart. De wedstrijd was ‘vriendschappelijk’.
Woensdagavond laat kwam ik terug in ons land en had een heerlijke nacht vol oude kranten. Zes weken oud nieuws! Je merkt dat je niet veel gemist hebt. Las dat de inmiddels veroordeelde Fons S. niet zo goed leeftijden kon schatten. Bij psv stond hij regelmatig langs de kant bij de pupillen, terwijl hij dacht dat hij naar de veteranen keek. Smullen was de rel rond het rtl-kijkcijferkanon Nico Zwinkels. Begreep dat de doe-het-zelver jarenlang aan allerlei speciale regels gebonden was. Zijn gulp moest dichtgenaaid zijn, hij mocht geen vieze dingen zeggen en geen vrouwen vingeren onder het metselen. Het gerucht gaat dat hij de vaste klusjesman van Ruud Lubbers wordt.
Ik lees de kranten overigens met meer argwaan dan ooit. Hoe onafhankelijk is de journalist? Hoeveel belang heeft hij bij zijn onderwerp? Begrijp dat de ministers regelmatig worden ondervraagd door journalisten van wie ze een paar dagen daarvoor nog een mediatraining kregen. Of de schnabbeljournalist mocht als dagvoorzitter van een congres de standpunten van een ministerie verhelderen. Door een terecht boze Theo van Gogh kwam ik erachter dat ‘filmjournalist’ Jacques Goderie de zalen van Pathé programmeert. Zo’n man kan die films dan toch moeilijk in zijn tijdschrift- en televisierubriekjes afkraken? Dus elk woord is in het belang van zijn eigen portemonnee! Of ik verbaasd was? Nee, daar ben ik inmiddels te oud voor. Mensen gaan nou eenmaal gemakkelijk door de knieën voor een flinke zak geld. Ook in mijn vak. Veel collega’s zijn bereid grapjes te maken op dealerdagen van Japanse middenklassers of nog erger. Wat denkt u van een middag in een skybox met wat vastgoed-lpf’ers? Van mij mogen ze. Als ze later maar niet pathetisch gaan zeuren over de ingeboete geloofwaardigheid bij hun oorspronkelijke publiek.
Soms lijkt een krant jaren oud. Ik lees dat ze bij Vrij Nederland stiekem elkaars mailtjes lezen. De oude tijden van de anonieme dreigbrieven van Rinus Ferdinandusse herleven. Ik glimlach met mijn dove hoofd. Ze gaan hun gang maar.
‘Blind is erger’, vertrouwde een vriend mij gisteravond in het café toe. Ik keek naar zijn vrouw en dacht: ‘Jij weet wat het is!’ Moest zacht om mezelf glimlachen en murmelde toen ik naar huis liep: ‘Het leven is wél leuk!’
Sportartsen
Terwijl ik sprakeloos toekijk hoe de school in Beslan uitgaat, lees ik in mijn ochtendblad dat Paul Witteman stopt met schnabbelen. Dat is dus Nederlands nieuws. Zal dit bericht het Journaal halen? En wie gaat het dan voorlezen? Annette of Gijs?
Heb veel nieuws gezien. Vooral sportnieuws. Te veel sportnieuws. Kan dan ook geen blije medaillewinnaar meer velen en bij het woord toppie word ik spontaan overvallen door een heftige psoriasisaanval. Zelfs mijn hartkleppen schilferen als onze Barendrechtse zwemgodin dit verschrikkelijke woord uitspreekt. Moest wel weer erg lachen om oermoeder Erica, die vertelde dat de Nederlandse schoolkinderen te dik zijn. Er moet meer geld voor de sport komen. Wie kan dat regelen? Ik stel voor om Joep van den Nieuwenhuyzen in te huren. Las laatst dat de sjoemelende bedrijvendokter getrouwd is geweest met een Van der Valk. Daar heeft hij het dus geleerd.
Verder zag ik Ivo Niehe tot het uiterste gaan om zwangere Anky van Grunsven aan het janken te krijgen. Het lukte hem niet. Terwijl hij zijn zuigende vragen stelde, werden we met de camera rondgeleid in huize-Van Grunsven. Anky woont zo groot dat ze zich normaal per Salinero van de keuken naar de woonkamer verplaatst. Anders is het niet te doen.
Sportnieuws. Het blijft leuk. Ben zeer benieuwd naar de confrontatie van Zlatan met zijn vriend Van der Vaart. Neemt Rafael persoonlijk wraak op Ibrahimovic of heeft hij het uitbesteed? Wie schopt de Zweed lek? Zijn transfer naar Juventus had ook nog een bizar kantje. De spits Arouna Koné van Roda JC werd door de medische staf van Ajax afgekeurd. En dat wil wat zeggen. Dan moet de aardige jongen uit Ivoorkust toch echt vrezen voor zijn leven. Ik zou als ik hem was een stervensbegeleider aantrekken en een mooie plek zoeken om op zachte wijze het aardse met het eeuwige te verwisselen. Als de medische staf van Ajax iets onregelmatigs vindt dan is er echt wat aan de hand. Normaal neemt men het bij de landskampioen traditiegetrouw niet zo nauw. Dokter Rolink was in de jaren zeventig al kwistig met de spuit en heeft ervoor gezorgd dat menig speler een paar maandjes langer strompelde dan nodig was. Maandjes? Jaren! En wat dat die jongens gekost heeft? Jan Mulder is door het medische wanbeleid van de Amsterdamse voetbalclub dusdanig aan lager wal geraakt dat hij zich nu heel vernederend in een blauw leeuwenpak van de Postbank moet hijsen om de winter door te komen. Bij de oud-Ajacied Danny Hesp moest bijna een been worden geamputeerd omdat het gips een week of zes strakker zat dan het korset van Madonna. Bij de voetbalclub Inter Milan ontdekte men een aantal jaren geleden dat het hart van Kanu harder ruiste dan de Hondsbossche Zeewering bij windkracht twaalf en dat de speler met spoed geopereerd moest worden. De Ajax-dokters hadden nooit iets gehoord.
Bij psv kan men er trouwens ook wat van. Arjen Robben werd onlangs na vier minuten revalideren na een fikse spierscheuring alweer ingezet en iedereen weet nog hoe dat afliep. Binnen een minuut ging hij krimpend naar de kant. Het heeft zijn transfer naar Chelsea alleen maar bespoedigd. Weg bij die Brabantse kwakzalvers, dacht de Groninger. En de Eindhovense doelman Lodewijks moest ooit na een doodschop van Ajax-spits Dani gewoon doorspelen van de clubarts. Met een zware hersenschudding stond de onfortuinlijke keeper een kwartier lang tegen de doelpaal te kotsen. Wie die psv-dokter is? De vader van Pieter van den Hoogenband. Daarom is zijn zoon gaan zwemmen.
De gegijzelde school is ondertussen van het scherm en vervangen door de verhoren van de commissie-Duivesteijn. Een tafel slaapverwekkende politici spreekt tot een enquêtemoe land. Wat een saaie sukkels. Als ik politicus was zou ik het wel weten: een fles bleekwater over mijn hoofd en als een geföhnde Mozart alleen maar rechtse onzin kakelen. Dwars tegen alles in. Ik zou net zolang doorgaan tot ik zelfs door de vvd werd uitgekotst. Te rechts voor de vvd. Als je dat lukt, zit je tegen de gekkenhuisopname aan. Het leven is wél leuk!
Allemaal theater
Een moeder in Beslan staat tussen twee doodskisten. In de ene ligt haar zoon en in de andere haar dochter. Kinderen van twaalf en veertien. Onwezenlijk beeld. Ze huilt hartverscheurend. De dochter heeft haar balletjurk aan. Ik zie dit alles in Nova.
Meteen daarna begint de door Jeroen Krabbé gepresenteerde avro-serie Allemaal theater. Een clubje actreutels praat op gezwollen toon over de meedogenloze Aktie Tomaat van vijfendertig jaar geleden. ‘Het was een drááámááá,’ kakelt het acteursvolkje.
Ik zit op dat moment nog met de moeder in mijn hoofd. De moeder met de kinderkisten. Het contrast is me te groot. De uitgemoorde school in Beslan en een paar rotte tomaatjes naar op hoorspeltoon declamerende toneeltypes.
Er komt een dag dat een actreutel gevraagd wordt om de vader of de moeder van de vermoorde onschuld te spelen. Welke toon slaat hij of zij dan aan? Als je een langs je geschminkte kop suizend tomaatje al als een hongerwinter ervaart, hoe speel je dan de echte wanhoop?
Over theater gesproken: begreep nu uit de krant dat je als ministerie voor enkele tonnen de heren Paul Witteman en Marcel van Dam kon inhuren en dat je dan met je ambtenaren Lagerhuisje mocht spelen. Wat een intens kinderachtig gedoe. Drie jaar geleden was ik met mijn toen elfjarige zoon mee op werkweek en die speelde op de bonte avond ook alleen maar televisieprogramma’s na. Maar dat doen ze in Den Haag dus ook. Zullen de ambtenaren van Onderwijs in het openbaar gediscussieerd hebben over de ordinaire graaicultuur op hun ministerie? Ik las in de krant dat in elf gevallen ieder besluit om tot salarisverhoging over te gaan ontbreekt. Twee directeuren kregen, in strijd met interne richtlijnen, een dienstauto en vrij taxigebruik. Hiermee was 54.000 euro gemoeid. Een andere ambtenaar kreeg een ton om zijn pensioengat te repareren. Volgens de Rekenkamer is moeilijk meer na te gaan ‘door wie, wat, wanneer, aan wie is toegekend’ op ocw.
Nou lijkt het me leuk als Marcel van Dam in een nagespeelde aflevering van het Lagerhuis met zijn Utrechtse tongval aan zo’n gevulde topambtenaar vraagt: ‘Vindt u dit geen vorm van buitenproportionele zelfverrijking?’ terwijl diezelfde ambtenaar weet voor welk salaris Marcel de achterkant van zijn gelijk staat binnen te halen. Allemaal theater.
Op hetzelfde moment was de heer Wim Kok een paar Haagse pandjes verderop bezig om met een kabinetscrisis te dreigen als hij zijn miljoenenverslindende Betuwelijn niet recht door het Groene Hart kreeg. Tineke Netelenbos stond drie kamers verder allerhande feiten over dit onrendabele spoorlijntje in de papierversnipperaar te duwen. De parlementsleden waren te schijterig voor een lekker rellerige en verfrissende val van het kabinet-Kok en de ambtenaren van Tineke durfden hun bek niet open te trekken tegen de valsheid in geschrifte van hun bazin. Waarschijnlijk te druk met het dichten van hun pensioengaatjes. Voor de commissie-Duivesteijn, die geheel uit geeuwende Kamerleden bestaat, geven ze het allemaal probleemloos toe. Vervolgens verdwijnen deze feiten in een enkele duizenden pagina’s tellend rapport dat door niemand wordt gelezen. Men belooft dan beterschap en vast en zeker meer transparantie. Dit laatste is het grootste jeukwoord van deze nog jonge eeuw. Heerlijk die democratie. Allemaal theater.
In Haarlem is onderhand rumoer ontstaan omdat Emile Ratelband bijna een huis voor de Tokkies heeft gekocht. De buurt wil deze familie Flodder niet. Ik zou als buurt juist blij zijn. Stel dat die gloeiendekolengoeroe Ratelband er zelf gaat wonen. Dan daalt je huis pas in waarde.
En een paar kilometer verderop zijn in een natuurgebied Schotse hooglanders ingezet om in het wild parende homo’s af te schrikken. Ik ben geen dierenvriend, maar vind het wel heel zielig voor die hooglanders. Misschien is dat een mooi na te spelen drama voor Nederlandse acteurs: het protest van cruisende homo’s tegen de aanwezigheid van Schotse koeien in hun paargebied. Hoewel? Dan hebben we weer een ander probleem: vind maar eens een homoseksuele acteur! Kortom: Het leven is wél leuk!
Pinnen
Gisteren stond ik achter Adje Scheepbouwer te pinnen dus dat duurde wel even. Hij stond te goochelen met twee kaartspellen aan bankpasjes. Achter mij stond een ongeduldige Joep van den Nieuwenhuyzen. Hij moest ook poenen en had erg veel haast. Hij moest zijn vliegtuig halen. Hij stond te vloeken en te schelden. Hij woonde jaren op Curaçao en daar werd hij tenminste wel begrepen. Daar zeiken ze niet over een faillissementje en het wegsluizen van achttien miljoen. Hier is het allemaal heel burgerlijk en moralistisch.
‘Straks word ik nog gearresteerd,’ sprak de bedrijvendokter.
‘Als ik iets voor je kan regelen, doe ik dat graag,’ sprak een grijze krullenbol met een paard aan de teugel. Het was Eddy de K. met het polopaard van zijn zoon, die een paar meter verderop aan een roedel journalisten stond uit te leggen dat polo absoluut niet elitair is. In de schaduw van de polotypes stonden wat rimpelloze vastgoedteefjes, die wij bij ons thuis steevast Schoemachertjes noemen. En als ze mislukt zijn, heten ze Vanessaatjes. Ik zal dat nooit opschrijven omdat je van die Schoemacher onmiddellijk een kort geding aan je broek krijgt. Wij bezigen dit soort termen uitsluitend in de huiselijke kring. Zo noemen wij De K. en Harry Mens bij ons thuis altijd gewoon maffia. Ik zal dat woord in het openbaar nooit gebruiken.
Adje stond met zijn zestiende pasje de automaat leeg te sleuren. Een oude vervuilde zwerver stond hem op afstand verdrietig te bekijken. De man had gescheurde kleren, stonk naar de drank en droeg maar één schoen. Zijn linkervoet was bloot en vertoonde een wondje. Iemand legde uit dat de zwerver twee jaar geleden nog een hele gewone huisvader was met een redelijk goede baan bij de kpn. ‘Op een dag werd hij ontslagen en toen is het faliekant misgegaan.’
Adje pinde onverstoorbaar door. Hij hoorde niks. ‘Hij moet met dat wondje naar de dokter. Anders krijgt hij wondroos en dat kan knap lastig zijn,’ zei Tineke Netelenbos die in de rij was aangesloten. Ze stond samen met Hanja Maij een beetje te giebelen. Hanja vond het helemaal niet erg dat Tineke haar vooral de schuld had gegeven van het mislukken van het ridicule spoorlijntje tussen de fruitbomen. Zij begreep ook wel dat dit bij het spel hoort. En dat gezeur over anderhalf miljard!
‘Guldens hè. Geen euro’s,’ lachte Tineke.
‘Is er nog ergens een potje?’ fluisterde Joep in de richting van de dames.
‘Neelie bellen. Die beschikt nu over veel grotere Europese bedragen,’ opperden de dames in koor.
Onderhand las ik dat het isolatieproject van de woningen rond Schiphol geraamd was op 180 miljoen euro, later werd het bijgesteld tot 234 miljoen en de teller eindigde op 396 miljoen. Gelukkig wentelde de huidige staatssecretaris alle schuld af op haar voorgangers. Snelle leerling!
Ondertussen bemoeiden de dames Netelenbos en Maij zich met de voet van de zwerver. Hij moest met zijn voet in sodawater. Had Jan Peter ook moeten doen. Soda ontsmet. Maar vind op het Binnenhof maar eens soda.
Misschien had hij zijn pootje een tijdje moeten baden in het waterstofperoxide van Geert Wilders. Die heeft altijd een flesje voor zijn rare poedelkapsel in een bureaula liggen.
Adje was inmiddels klaar. Er ging een duidelijke opluchting door de rij. Ik was eindelijk aan de beurt. Maar helaas. De automaat was helemaal leeg. Ik vroeg of iemand een andere automaat in de buurt wist.
‘Ik weet er wel een, maar die is ook leeg,’ sprak Adje triomfantelijk. ‘Ik heb de afgelopen uren alle automaten geplunderd.’
‘Wat een smerige oplichter,’ brieste Van den Nieuwenhuyzen. ‘Inhalige hebberd!’
Adje zweeg in alle talen. Hij moest weg. Solliciteren. De dames Maij en Netelenbos vroegen of ik over de bijzondere ontmoeting een stukje zou schrijven en of zij er ook in voorkwamen. Of ik al een titel wist? Ik keek de dames vriendelijk aan en zei: ‘Pinnen!’
Verbaasd verdwenen ze in de massa. Ik dacht aan een kwetsend spreekkoor, iets met hoeren en Den Haag, maar liet het uiteindelijk bij een zacht mompelen: ‘Het leven is wél leuk.’
Hazeslaapje
Een vriendin van mij vroeg zich af hoeveel dagen het zou duren voor de eerste Hazesgrap werd gemaakt. Donderdagmiddag om een uur of drie had ik het eerste mailtje al binnen. Een grafzerk met een uithangbord van Heineken eraan. Inmiddels begrijp ik dat de grap door heel Nederland gaat. Ik denk dat Hazes er wel om kon lachen. Hoewel? Kon de arme man nog lachen? Volgens mij was hij radeloos doof en totaal op. Als je vijfentwintig jaar lang twintig biertjes per dag drinkt, heb je op een gegeven moment meer dan honderdtweeëntachtigduizendvijfhonderd biertjes tot je genomen. Da’s veel. Da’s heel veel. Dat is meer dan zestigduizend liter.
Ik denk dan ook dat niemand donderdag verbaasd was toen hij hoorde dat de lieve volkszanger was overleden. We hebben het collectief zien aankomen en volgens mij wist ook hij het als geen ander.
Wel mooi dat zo’n Amsterdamse jongen uit De Pijp met zijn dood het land even totaal heeft verlamd. Het mobiele telefoonverkeer nam tijdelijk met tien procent toe, de hele programmering op alle televisienetten moest worden omgegooid en heel journalistiek Nederland maakte overuren om alle zangers over de man te laten praten. Geen onvertogen woord. Ik zou ook niet weten waarom. Hazes was een ongelooflijk aardige man. Ik heb hem drie keer in mijn leven ontmoet en aan alle drie de keren bewaar ik goede herinneringen.
De eerste keer was vijfentwintig jaar geleden in de kantine van een platenstudio. We deelden een broodje. Hij had toen al een paar grote hits op zijn naam staan. Honderdduizenden platen waren er van hem over de toonbank gegaan en ik wist op dat moment precies wie de tot dan toe zeven verkochte exemplaren van mijn debuutelpee in bezit hadden. Het gesprek was leuk. Geen greintje poeha, geen seconde borstklopperij, niks van dat al. Integendeel. Ik sprak een schuchtere Amsterdamse jongen, die oprecht verbaasd was over zijn eigen succes.
De tweede keer zag ik hem in een Vinkeveens café. Laten we zeggen dat zijn carrière tijdelijk in een dipje zat. Hij zat aan de bar en vertelde een mop. Wel een leuke mop trouwens. Maar ook een mop die ik al kende. Dat was ons enige contact. Ik heb overdag nooit dorst en hij lag al wat bakkies op me voor. Ik vond hem toen een beetje zielig. Maar nog steeds even aardig.
De laatste keer hadden we het heel kort over de terecht veelgeprezen documentaire Zij gelooft in mij. Hij had getwijfeld, maar was inmiddels overtuigd. Vaak spelen in dit soort documentaires artiesten zichzelf en zie je tenenkrommende huiselijke tafereeltjes. Bij Hazes niet. Hazes hoefde niemand te spelen, omdat hij nooit speelde. Hij wás Hazes. En ik denk dat dat door iedereen feilloos herkend is.
Het mooie is dat je niet precies kunt aangeven wat Hazes tot zo’n bijzondere figuur maakte. Het is een combinatie van heel veel. De man, zijn stem, zijn teksten, zijn schaamteloze drinken, zijn leven, zijn shit, zijn tranen en ga zo maar door. Je kan er niet precies de vinger op leggen. Hij doopte de pen in zijn hart en samen met het rijmwoordenboek maakte hij er een prachtig Hazeslied van. Door niemand anders te zingen. En door iedereen mee te zingen.
Ik wandelde op zijn sterfdag door Groningen naar mijn hotel. Uit alle kroegen klonk Hazes en iedereen lalde uit volle borst mee. Tot diep in de ochtend stommelden studenten richting hun kamers en stuk voor stuk floten of neurieden zij De vlieger of Een beetje verliefd. Ik werd er telkens vrolijk van wakker.
Maandag is hij voor het laatst in de Amsterdam Arena. Zijn kist op de middenstip en ik hoop dat het stadion bomvol zal zijn. Terecht. En ik denk ook dat iedereen vrede met zijn dood heeft. De man was ziek, op en leeg. Een dove zanger kan niet verder. Het hazeslaapje is voor eeuwig en in zijn geval meer dan verdiend. De man is honderdenzes geworden of misschien wel tweehonderdentwaalf. En in de hemel zal hij met een biertje aan de bar nooit pochen over zijn successen, maar zachtjes in zichzelf mijmeren: Het leven was wél leuk!
Rouwdouwen
Willem Oltmans is dood. Zal Frits Barend speechen? Er zijn al Bekende Nederlanders die na de veelbesproken Hazesdienst in de Amsterdam Arena onmiddellijk naar de notaris zijn gerend om in hun testament te laten vastleggen dat Frits niet als beste vriend mag spreken op hun crematie, begrafenis of vriesdroging. De curieus gekapte journalist bedoelt het ongetwijfeld goed, maar het komt zo andersom over.
Donderdagmiddag hoorde ik al dat Oltmans ’s avonds zou sterven. Heel journalistiek Nederland was op de hoogte. Hij heeft zijn heengaan minutieus geregisseerd. De media konden zich op die manier goed voorbereiden. De slechterik in mij dacht even: misschien wilde Willem vorige week al hemelen, maar werd ook hij overvallen door de plotselinge dood van onze volkszanger en heeft hij het toen een dag of wat uitgesteld. Uit angst te worden ondergesneeuwd. Dit zijn van die gedachten die ik altijd netjes voor mezelf hou en nooit hardop zal uitspreken. Zelfs niet dronken. Het zegt namelijk meer over mij dan over de overledene.
Wie zal er bij Willem gaan speechen? Soekarno is dood, Saddam Hussein verhinderd en de in de ogen van de overledene onschuldige Bouterse durft vast niet. Misschien wil Adriaan van Dis een paar roerende herinneringen ophalen. De televisieruzie tussen Adriaan en Oltmans blijft een van de leukste beeldbuisbijeenkomsten. Zal er een krans namens de regering op de kist liggen? Ik vrees van niet. Het is jammer dat hij dood is. Het was een mooie flamboyante paradijsvogel in ons o zo saaie kippenhok.
Wat ik wil na mijn dood? Ik wil niks. Maar ik heb dan ook niks meer te willen. Iedereen gaat zijn gang maar. Als mijn vrouw vanaf mijn sterfbed rechtstreeks naar de borreltafel van Barend & Van Dorp rent om het weduwe-aanwezigheidsrecord van de vrouwen van Bram Vermeulen en André Hazes te verbeteren, moet ze dat vooral doen. En als het volk wil smullen van het door haar vertelde en door reclameblokken onderbroken relaas over mijn laatste adem, moet het volk maar lekker smullen. En als men het laatste persoonlijke liefdesbriefje van mij aan mijn vrouw op de hoes van een dvd of cd wil afdrukken, vind ik het best. Wat is smaak? En wat is smakeloos? Ik weet het zo langzamerhand niet meer, maar het zal me dan ook jeuken. Ik ben dan dood en geef me op dat moment over aan het ongedierte dat mijn botten schoon zal knagen.
Wel wil ik mijn fans verzoeken om mijn kleine voortuintje niet te bedelven onder pluchen Flappies, flesjes Buckler en van die intens treurige, in cellofaan verpakte benzinepompboeketjes. En ik hoef ook geen waxientjes. In het voortuintje staan namelijk de kinderfietsen. Vandaar. Ik begrijp de goedbedoelde steun, maar bespaar ons de rotzooi. Ook geen rouwadvertenties. Zeker niet met bedrijfslogo. Schrijf mijn familie een lieve brief en verder niks. Het gaat toch verder niemand wat aan wat je van me vond.
Ik hoef ook geen condoleanceregister op internet. Hoewel? Dat is wel lekker vlug, schoon en goedkoop rouwen. En misschien kom ik dan wel in de condoleanceregistertoptien. Eerste zal ik niet worden, maar achter André en Pim kan ik misschien wel als goede derde eindigen. En ik hoop dat de mensen die mijn familie via de computer sterkte gaan wensen ook nog even langs Juliana, Freddy Heineken, Claus en Herman Brood surfen. Al is het maar voor de gezelligheid. En er valt taaltechnisch een hoop te lachen om de teksten van de analfabeten.
Het mooiste was natuurlijk de doodstille minuut voor de wedstrijd Ajax-Roda. Vijftigduizend zwijgende voetbalsupporters. Geen onvertogen lettergreep. Misschien was het een minuutje stil uit solidariteit met de doofheid van Hazes. Bij die arme man was het namelijk al maanden dood- en doodstil. Of rouwden de Ajax-supporters over het verloren seizoen?
Doe bij mijn dood ook maar een stille minuut. Hoewel? Ik merk meestal dat ik in zo’n minuut aan hele andere dingen denk. Ik acteer droefheid en laat onderhand de komende week door mijn kop gaan. Wat moet ik allemaal? Er zit altijd wel een etentje, een feestje of een vrolijke bijeenkomst met een stuk of wat vrienden tussen. Ik huil, maar denk juist met uitzicht op de kist: Het leven is wél leuk!
Angsthazenwinden
Als morgen iemand een vernietigende column over mij wil schrijven en de hoofdredacteur zou deze weigeren omdat het zielig voor me is, zou ik onmiddellijk mijn medewerking aan nrc Handelsblad opzeggen. Ik schrijf dit naar aanleiding van een weinig complimenteuze column van Arnon Grunberg over vpro-medewerker Freek de Jonge, die door het gidsje van die omroep geweigerd werd. Dat is toch een regelrechte belediging van Freek, die mij mans genoeg lijkt om op een aanval op hem wel of niet te reageren.
Grunberg was zo slim om het stukje alsnog in het Belgische omroepblad Humo af te drukken. Hij vertelde daarin dat het elders geweigerd was. In Vrij Nederland van deze week verdedigt de hoofdredacteur van de vpro-gids, ene Hans van Dalfsen, zich uiterst slap. Hij had net een interview met de jarige komiek afgedrukt en Freek was aan een nieuwe serie voorstellingen begonnen. Vandaar.
Het stukje van Grunberg was niet zachtzinnig en ik vond het persoonlijk erg geestig. Ik vrees dat Freek er zelf minder om gelachen heeft. Hoewel? Het lijkt me dat hij wel wat kan hebben.
Je kan Grunberg een hoop verwijten, maar schrijven kan hij. Tot nu toe ben ik zelf twee keer aan de beurt geweest in zijn vpro-stukjes. Beide keren wilde hij me dood hebben. Hartstikke dood zelfs. De tweede keer gaf hij me ook nog een zelfmoordtip mee: ik moest met een defecte parachute uit een vliegtuig springen. Daarna heb ik weken met zelfmoordplannen rondgelopen. Waarom heeft hoofdredacteur Hans van Dalfsen mij dit aangedaan? Omdat ik bij de vara zit? Ik ben toch ook een mens? Grunberg neem ik niks kwalijk. Kwetsen is ons werk.
Eerlijk gezegd ben ik verbijsterd dat een clubje als de vpro dit soort censuur toepast. Als het Waddinxveense sufferdje een lullig stukje over de voorzitter van de Boskoopse winkeliersvereniging weigert, dan snap ik dat. En dat ik in het programmaboek van Ajax niet teruglees dat we Van der Vaart wat vaker op de sportpagina’s dan met zijn Barbie in allerlei glossy bladen willen zien schitteren, begrijp ik ook nog. Maar dat de vpro een grappig stukje over een kritische cabaretier weigert, vind ik ronduit onthutsend. Het leuke is dat als de column gewoon in het gidsje was afgedrukt er geen haan naar had gekraaid. Dan was het buiten de grachtengordel niemand opgevallen. Nu krijgt het veel meer aandacht. Veel lezers willen nu weten wat hij precies over mijn jarige collega geschreven heeft. En inderdaad: het cursiefje gonst over het internet.
Deze week hoorde ik nog een ander mooi voorval: Oltmans ging dood en in de Volkskrant verscheen een in memoriam waarin zijn verdediging van het vrije woord nogal geprezen werd. Arie Kuiper, de vroegere hoofdredacteur van De Tijd, stuurde een ingezonden brief waarin hij schreef dat het met die verdediging van het vrije woord nogal meeviel. Hij somde in zijn schrijven een aantal door Oltmans gesteunde dictatoriale regimes op. Stuk voor stuk regeringen en leiders die de perscensuur niet echt schuwden. In die brief sprak Kuiper er ook zijn verbazing over uit dat Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, een rouwadvertentie had ondertekend. Daarin werd Oltmans’ verdediging van het vrije woord ook al geprezen. De brief werd keurig afgedrukt, alleen werd de passage over de heer Broertjes geschrapt. Volgens de heer Broertjes heeft een vazal van hem dat gedaan. Niet op zijn gezag. Een inktkoelie die op promotie en een grotere lease-auto hoopt.
De penetrante geur van angsthazenwinden hangt op de redacties van beide ooit zo linkse clubjes. Wat zou ik me als cabaretier en/of hoofdredacteur genaaid voelen. Zelf schrijf ik wekelijks in de vara-gids en in datzelfde blaadje word ik regelmatig afgeserveerd door Herman Brusselmans en Theo van Gogh. Bij de laatste vind ik dat zelfs prettig. Zou het verschrikkelijk vinden als hij fan van me was. Maar als ik zou horen dat de vara zijn stuk geweigerd had of erin had geschrapt… Dan pas zou ik gekwetst zijn. Nu niet. Juist niet. Nu denk ik als ik zo’n stukje lees: ik irriteer, dus ik besta. Kortom: Het leven is wél leuk!
Stropdas
‘Maar je kan hem toch ook zo strikken dat hij helemaal onderaan hangt? En dan prop je hem in je broek en doe je je jasje dicht!’
Aan het woord is Bartina Koeman, die haar man Ronald bijstaat zijn das zó te stroppen dat je die treurige 1 niet ziet.
‘Maar dan heb ik weer zo’n klein stropje,’ oppert Sneeuwvlokje. Het is zondagochtend en het echtpaar staat al een uur te hannesen voor de spiegel in de slaapkamer. De tijd dringt, Ronald moet naar zijn werk en hij wil niet weer voor joker staan met die kleuterige 1 op zijn das.
‘Anders tekenen we een haaltje bovenaan de 1 zodat het op een 7 lijkt,’ stelt zijn trouwe echtgenote voor.
‘Maar als wij verliezen en Willem II wint, staan we achtste en loop ik na de wedstrijd weer voor lul,’ zegt de Ajax-trainer wanhopig.
‘Maar als jullie winnen en Heerenveen verliest, sta je weer zesde. Dus we kunnen ook een extra das met een 6 maken. Want een 6 is zo een 8,’ houdt Bartina de moed erin.
Terwijl Ronald worstelt met zijn stropdas zucht hij: ‘Dan moet ik straks aan Neeskens vragen of die nacompetitie leuk is.’
Mevrouw Koeman heeft een nieuw idee. Volgens haar moet Ronald het dasje vlinderen als een ouderwetse butterfly, maar dat is volgens de trainer te vrolijk. Dat staat te blij.
Zelden is het woord stropdas beter van toepassing geweest dan in het geval van dit wurgtouwtje. Het uniform van de Ajax-trainers moet toch door een bestuursvergadering zijn gegaan. Hoe kunnen volwassen mannen dit goedkeuren? Zelf snap ik het wel. Voorzitter John Jaakke is niet alleen een oude corpsbal, hij is zelfs voorzitter van de senaat van zo’n kakkersclubje geweest. En die rijkeluiszoontjes hebben nou eenmaal een apart gevoel voor humor.
Zo kwamen Delftse corpsballen vorige week op het lumineuze idee om een vrindje dat ging trouwen een levend varken aan te bieden. Zó grappig. Het beest scharrelde een tijdje door het Amsterdamse partycentrum De Duif, raakte zwaargewond toen het van een trap flikkerde en werd vervolgens krijsend van de pijn aan een boom gebonden. Heel fijnzinnig allemaal.
En je personeel stiekem voor lul laten lopen is iets wat die kakkers ook heel graag doen. John Jaakke lust er wel pap van. Vorig seizoen liet hij de clubleiding rondsjouwen in wanstaltige zuurstokroze overhemden, waardoor de trainersstaf eerder leek op de verlopen directie van een tweedehands Oost-Duits bordeel met Poolse kippenvelhoeren. Van die snollen die al een kleine dertig jaar over de houdbaarheidsdatum zijn.
Die hemden waren geleverd door een zekere Oger. Dat is een modepooier in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat, die onlangs ruzie kreeg met de stadsdeelraad Zuid omdat hij aan zijn creditcardklanten geen wijntjes meer mag schenken. Dat is namelijk zijn succesformule. Eerst de klant zachtjes lam voeren en hem vervolgens in een ordinaire krijtstreep hijsen. Daarna smeer je hem nog een paar kamerbrede Fortuyndassen aan.
En dit jaar heeft Oger die blufdas met die wanstaltige 1 bedacht. Het gerucht gaat door Amsterdam dat de baas van Oger een doorgewinterde Feyenoord-fan is en dat hij zich helemaal het schompes lacht omdat het hem telkens weer lukt de trainersstaf van de concurrent zo voor schut te zetten. Het Ajax-bestuur moet de kleding de afgelopen twee jaar stomdronken hebben uitgezocht.
‘We kunnen dit seizoen nog wel wat winnen. Als Juventus bestraft wordt voor het dopinggebruik in 1996 wint Ajax alsnog de Champions League,’ stamelt Ronald en vraagt zich al stroppend en strikkend af of ze dan alsnog naar het Leidseplein moeten. En dan mag hij natuurlijk niet mee en staat Louis van Gaal weer op dat podium te krijsen. Die schijnt een 1 op zijn borst te hebben getatoeëerd.
‘Ik voel me een 0,’ zucht Ronald en als een echte prins Claus smijt hij zijn das in een hoek van de kamer. En terwijl de tranen in zijn ogen wellen, schouderklopt Bartina hem naar de deur en fluistert in zijn oor: ‘Het leven is wél leuk!’
Woordwapen
Alles is inmiddels geschreven over de afgelopen dinsdag op beestachtige wijze afgeslachte columnist en cineast Theo van Gogh. Het enige wat ik eraan toe kan voegen, is dat ik niet verbaasd was. In juni zei ik tegen een vriend iets over ‘de zelfmoord van Theo’ en bij het zien van de film Submission wist ik dat hij zijn doodvonnis getekend had.
Toen hij in een interview zei dat hem als dorpsgek niks zou overkomen, begreep ik niet hoe hij de harde kern van de fundamentalistische moslims zo kon onderschatten. Ik vond dat naïef. Vooral omdat ik Theo zag als een intelligente gozer die niet levensmoe was. Toen de dokter hem vertelde dat hij zijn leefstijl moest veranderen als hij de vijftiende verjaardag van zijn zoon wilde meemaken, stopte hij met drinken en viel meer dan dertig kilo af. Uit liefde voor zijn kind. Maar zijn strijd tegen de islam werd alleen maar heviger. Het woord geitenneukers werd zijn stopwoord. Kamikaze, dacht ik. En juist die gedachte vond ik nog het ergst. Een volk dat voor tirannen zwicht...
Extremisten zijn meestal geen lachebekjes. Jaren geleden werd ik gevraagd of ik een jaartje het woord wilde voeren voor een organisatie die zich fel kant tegen de bio-industrie. Wat mij bij die doorgaans goedbedoelende activisten opviel, was dat ze zo ontzettend weinig humor hadden. Met de bioboeren viel meer te lachen dan met die door de onbespoten muesli gebleekte herbivoren. Ik hield het dan ook gauw voor gezien. Er zijn weinig mensen die zich verheugen op een avond gezellig stappen met Volkert van der G.
Zo denk ik dat er op een verjaardag van fundamentalistische moslims ook niet veel te lachen valt. Die jongens zijn te streng in de leer om een goede profetenmop te vertellen. En wat te denken van een feestavond met een roedel Veenendaalse artikel-31’ers? Gods woord ligt als een basaltblok op hun nooit ontwikkelde lachspieren. Die gereformeerden konden vorige week trouwens extra genieten. Toen hadden ze door het ingaan van de wintertijd een uur langer zondag.
Daarom kom ik graag bij die losbandige Brabantse katholieken. Voor een vrolijke Brabo is het geen enkel punt om de paus in een mop in zijn Ferrari door de Amsterdamse rosse buurt te laten jakkeren. Elke katholiek heeft gelachen om de film Life of Brian.
Maar op het moment dat geloof waarheid wordt, stopt de humor. Humor relativeert namelijk en zet aan tot twijfel. En daar houden extremisten niet van. Ze hebben aan één boek genoeg.
Afgelopen week werd mij vaak gevraagd of ik na dinsdag nog wel alles durf te schrijven. Maar dat durf ik al heel lang niet meer. Ik let al jaren op mijn woorden. Hells Angels? Ze gaan hun gang maar. Hooligans? Vecht je dood. Fundamentalisten? Succes met geloven. Ik hou me er mooi buiten. Dus gezwicht voor de tirannen? In zekere zin wel.
Laf? Afgelopen week kreeg ik dat soms te horen van mensen wier mening nooit verder komt dan de toog van de voetbalkantine of de bittertafel van hun stamcafé. Op die plek is het gemakkelijk lullen. Hun stukje zoemt niet via het internet door het land. Ik noem het niet laf, maar realistisch.
Het woordwapen is onschuldig, dacht Theo. Maar het woordwapen is dat niet. In elk geval niet bij de moslimfanatici. Die zijn door de niet altijd diplomatieke woorden en film van Theo diep gekrenkt en kunnen niet anders dan reageren met geweld. Ze hebben namelijk geen woorden. Daarbij denken ze ook nog dat ze na de laffe daad hoog in de hemel aan het ontmaagden kunnen slaan. Lekker geloof eigenlijk.
Het woordwapen. Voor ons is het onschuldig, maar voor die paar gekken niet. Je hoeft de w alleen maar om te draaien en er staat moordwapen. Een woordspeling dus. Moordspeling mag ook. Theo heeft het woordwapen onderschat. Hij besefte niet dat het oorlog was. Maar het is oorlog. Oorloger dan ooit.
Het zal lang duren voor ik aan het eind van een column weer durf te schrijven: Het leven is wél leuk!
Wehkampburka
Zal Ayaan Hirsi Ali zich al realiseren dat ze de rest van haar leven een burka moet dragen? Een burka uit lijfsbehoud. Dit mag je toch wel heel zachtjes een gotspe noemen. Bestaan er kogelvrije burka’s? En durft ze een burkawinkel in? Of wordt het een burka van de Wehkamp?
Deze gedachte kietelde mijn nog steeds ongeruste ziel op het moment dat ik onze verstandige koningin een jongerencentrum zag betreden. Ze ging daar van gedachten wisselen met jeugdige Amsterdammers, onder wie diepgelovige moslims. De meisjes droegen hun hoofddoek en Beatrix was hoedloos. Waarom? Onze vorstin draagt toch altijd een hoed? De meest curieuze hoofddeksels staan op haar wereldberoemde stijfselkapsel. Soms bescheiden en dan weer een satellietschotel waar je probleemloos alle zenders tegelijk mee kunt ontvangen. Het is altijd weer spannend hoe ze uit de auto komt. En nu was ze opeens blootshoofds. Waarom? Signaal? Voorbeeld? Provocatie? Ik weet het niet meer, maar ik zie in alles iets. Een vingerwijzing, een diplomatiek protest.
Terwijl ik dit bedenk, leg ik de laatste hand aan een dreigfax aan mezelf. Het wordt namelijk hoog tijd dat ik weer eens als nieuws in de krant kom. Zover ik weet ben ik namelijk de laatste kogelbriefloze Bekende Nederlander en daar moet hoognodig wat aan gedaan worden. Zoals ik ook de enige bn’er ben die afgelopen tien dagen niet op televisie is geweest om iets over de vermoorde cineast te zeggen. Of men me vergeten was? Integendeel. De telefoon gloeide voortdurend, smolt bijna van mijn bureau. Maar je wordt zo langzamerhand een bekendere Nederlander door niet op de beeldbuis te verschijnen. Alles stamelde de afgelopen tien dagen in kakelprogramma’s door elkaar, iedereen had een bijzondere band met de overledene en allemaal hadden ze een oplossing voor het multicultiprobleem. Terwijl ik voorzichtig dacht: misschien moeten we even zwijgen. Hoerenlopers moeten het woord kutmarokkanen vermijden zoals ik het woord hoerenloper niet meer moet gebruiken. En het begrip geitenneukers wil ik helemaal niet meer horen. Misschien zijn we klaar. Letterlijk en figuurlijk uitgescholden.
Het is voor mij sowieso brievendag. Heb vannacht een emotionele condoleancemail aan Greetje Duisenberg gestuurd. Het moet voor haar verschrikkelijk zijn nu ze zo’n goede vriend als Yasser Arafat heeft verloren. Ik twijfel of ik een paar waxientjes bij haar huis zal ontsteken. Zal ik mijn Palestijnse theedoek als teken van rouw in haar portiek leggen? Een paar kamelenknuffels? Greetje verdient steun.
De begrafenis van Yasser was uiterst amusant. Heerlijke televisie, zo’n hossende kist. Hij won het niet van Khomeiny, maar kwam dicht in de buurt. Wat hebben wij dan toch altijd saaie crematies. Beschaafd muziekje, paar lieve toespraken en dan koffie, cake en wegwezen. Vroeg me bij de dood van onze eerste televisieneger Donald Jones af of ze tijdens zijn afscheid zijn hitje Ik zou je het liefst in een doosje willen doen hebben gedraaid. Lijkt me met het zicht op de kist een rare tekst. Het kan natuurlijk wel een crematiehit bij omgelegde maffiosi worden.
Ondertussen is blank Nederland na de moord op Van Gogh toe aan luchtige onderwerpen. Ik zag dat men zich bij de wat commerciëlere media als rtl en De Telegraaf oprecht afvraagt of de tieten van Georgina Verbaan wel echt zijn. Voor de oudere lezers: Georgina is een zeepsterretje en de vaste scharrel van Quote-hoofdredacteur Jort Kelder. Vroeger had ze gezonde meisjeserwtjes en nu heeft ze in de Playboy buitenaardse pompoenen. En de vraag of ze echt zijn, is deze week het nationale borrelvraagstuk. Een homo van de Amsterdamse zender at5 mocht even voelen. Het waren zijn eerste borsten, dus hij durfde niks deskundigs te zeggen.
Toen ik naar het item keek, vroeg ik me wel hardop af: wat heb ik liever? De tieten van mijn vrouw met een paar honderdduizend ranzige rukkers delen in de Playboy of ze exclusief voor mezelf in een prachtige burka? Ik kies voor het laatste. Maar ik ben uiteraard bloedjaloers op Jort Kelder, die denkend aan zijn mooie meisje regelmatig zal mompelen: ‘Het leven is wél leuk!’
Prozacmosselen
Zondagochtend hoorde ik in het leuke radioprogramma Vroege Vogels dat mosselen tegenwoordig Prozac krijgen. Waarom? Om ze te ontstressen. Het was geen beschuldigend vermoeden van een protesterende milieugroep, maar een officiële mededeling van een mevrouw die de voortplanting van deze Zeeuwse beestjes regelt. Zonder de antidepressiva willen de schaaldieren namelijk geen seks. Een symbolischer slot van onze beschaving kun je bijna niet verzinnen.
Het regende de hele week. Gods voorzorg om de kerken en moskeeën nat te houden. Het is na de moord al warm genoeg in Nederland. Heter kan de herfst niet meer worden. Vannacht droomde ik over de reïncarnatie van Theo van Gogh. Hij keerde terug op aarde als geit in Iran. Dit als straf voor zijn godlasterende praatjes.
Een Marokkaan vraagt aan een Nederlander of hij een vuurtje voor hem heeft.
‘Ik rook niet,’ antwoordt de Nederlander een beetje angstig.
‘Maar straks wel,’ glimlacht de Marokkaan.
Mag dit grapje van Donner? Mag het van Jan Peter? Van de koningin mag het zeker. Hoe ik dat weet? Van Trix zelf. Afgelopen maandagmiddag belde ze mij omdat ik ’s avonds een liedje voor haar zou zingen in het prachtig verbouwde Carré. Of ik ook nog wat ging zeggen. Ze hoopte het zo.
‘Kwets me,’ smeekte ze bijna wanhopig. ‘Anders word ik gek! Een vorstin om wie niet gelachen wordt bestaat niet. We kosten genoeg. Jullie hebben recht op lol om ons. Zie het als statiegeld’.
Ze legde kort uit hoe verschrikkelijk ze opzag tegen een avondje beschaafd amusement in een Carré vol gestoomde smokings.
‘Ik wil dat het politiek correcte deel na afloop schande spreekt over je optreden. Anders hebben ze niks te babbelen. Het wordt toch weer zo’n veel te lang liedjesprogramma, dus schudt ze tegen het einde maar even wakker,’ sprak de koningin op strenge toon.
We kwamen overeen dat ik haar rechtstreeks zou bedanken voor het vrolijke materiaal dat zij en haar familie mij al jaren leveren. En ik zou iets zeggen over het vrije woord. Dat ik hoopte dat Donner en ik niet van onze fiets gesneden werden, maar dat ik hem wel een gereformeerde klootzak mocht blijven noemen.
‘En je doet je oudste spijkerbroek aan en als je tegen me spreekt, houd je je handen in je zak. Als De Telegraaf je optreden maar afkeurt!’
We kregen het over het tuttige dubbelenamenduo Jan Peter & Piet Hein en Trix vertelde hoe zwaar de wekelijkse bezoekjes van de premier waren.
‘Zijn afwezigheid was een verademing. Met Zalm kan je tenminste lachen.’
We namen het gewone huiselijke leven ook nog even door. Ik informeerde naar haar ongeneeslijk zieke vader en zijn overlevingskansen.
Volgens Trix zou papa zich hier ook wel weer doorheen kunnen slaan, maar het gerucht ging dat Balkenende op ziekenbezoek wilde komen en een uur lang van die zouteloze gereformeerde praatjes zag zij toch als een vorm van actieve euthanasie.
‘En vooral het emotieloze opleestoontje zal papa geen goed doen.’
Samen moesten we erg lachen om de paaldansende achternicht van Máxima, die met een kroontje op haar hoofd met een roombotergeile act door ons land reist. Trix vond het jammer dat zij niet in het openingsprogramma van het verbouwde Carré zat. Zij wist van wie die nicht het had en ze vertelde over de wilde danspartijen van haar Argentijnse schoondochter op feestjes in de huiselijke kring.
‘Dan gooi zelfs ik mijn haren los en beesten we tot diep in de nacht de splinters van het parket. Ter compensatie van dat gietijzeren keurslijf. En we wonen mooi, dus we hebben nooit buren die bellen. We zijn geen prozacmosselen!’ grinnikte ze brutaal.
Mijn kinderen vroegen na afloop met wie ik zo moest lachen aan de telefoon.
‘Met Trix,’ antwoordde ik en ging op zoek naar mijn alleroudste spijkerbroek en trainingsjackie. Tien minuten later stond ik in mijn verlopen kloffie voor de spiegel. Klaar voor Carré. Klaar om de queen te kwetsen! En ik dacht alleen maar: Het leven is wél leuk!
Röntgenfoto’s
Tot mijn twintigste wist ik niet dat het algemeen bekend was dat Frank Sinatra enorm zwaar geschapen was. Buitenproportioneel zelfs. Ik kwam daar pas achter toen ik in die jonge jaren in een aantal kroegen de bijnaam The Voice kreeg. De dames noemden mij zo. De dames die het konden weten.
In elk vak is veel afgunst. In mijn vak zeker. Doodordinaire beroepsjaloezie.
1. Welke cabaretier trekt de volste zalen?
2. Welke columnist verkoopt de meeste boeken?
3. Welke schrijver heeft de mooiste vrouw?
Deze drie vragen kan ik probleemloos met ik beantwoorden. Volmondig zelfs! Vooral over het laatste antwoord is een discussie zinloos. Ieder Boekenbal kijk ik vol medelijden naar mijn collega-stukjesschrijvers, die wekelijks ploeteren op een scherpe en humoristisch bedoelde column, die vervolgens amper en zonder glimlach wordt gelezen. Maar dat vind ik niet het meest meelijwekkend. Het treurigste is het feit dat ik hun vrouwen op dat feestje mag aanschouwen. Dat ze overdag geen succes hebben, is natuurlijk vervelend, maar als ik zie met welk monster ze zich na zo’n mislukte dag door de eenzame nacht moeten worstelen, denk ik: wat een leed.
Sommige columnisten hebben bovenstaande regels met een briesende geest tot zich genomen. Het ergste is dat ze weten dat ik gelijk heb. Hun stukjes zijn niet leuk, ze worden nauwelijks gelezen en ze hebben een lelijk wijf. Ze willen me niet vermoorden, maar zouden het niet erg vinden als ik binnen twee jaar overlijd aan een ongeneeslijke vorm van geurkaarsenkanker. Wie vertelt het aan het gereformeerde lachebekje Andries Knevel? Want daar moeten ze ook wel eens heen om hun bundeltje aan te prijzen. Als columnist bij Knevel! Wat een leed.
Omdat men mij toch wil kwetsen, worden er de laatste tijd allerhande grachtengordelroddels over mij verspreid. De nrc zou van mij af willen, ik zou mijn eigen boeken opkopen om ze uit de ramsj te houden en de anekdote over mijn bijnaam The Voice zou ik zelf hebben bedacht. Op damespartijtjes zou juist gierend over Klein Duimpje gesproken worden. Een jaloerse echtgenoot van een van mijn exen heeft de grap verspreid ‘wie de jongeheer van Youp wel eens gezien heeft.’ Het antwoord is: Niemand. Te klein om zonder loep waar te nemen.
Mij doet het allemaal niks. Hoewel? Het is niet helemaal toevallig dat ik volgende maand voor heel veel geld bloot in het feestnummer van een damesblad verschijn. Ik moet wat belastingschuld inlossen. En let op dames: niets verhullend. Het enige wat ik nog draag is mijn bril. De foto’s zijn genomen op een warm strand op Bonaire en ik lig daar ontspannen met mijn apparaat over mijn rechterschouder. In het spraakmakende interview vertel ik uitgebreid waarom Napoleon en ik altijd onze hand tussen onze jas houden.
Natuurlijk weet ik dat heel Nederland rond de kerst over mij zal struikelen. Men zal spreken over fotoshoppen, siliconen en andere hulpmiddelen, maar u begrijpt dat ik de röntgenfoto’s al op zak heb. Afgelopen week heb ik mij gemeld in een Amsterdams ziekenhuis. Toen ik aan de infobalie vertelde wat ik in de aanbieding had, was er opeens geen wachtlijst meer. Eén röntgenapparaat bleek echter niet genoeg. Er moesten er drie naast elkaar worden gezet. Anders ging het niet lukken. Dat duurde even.
Onderhand las ik in de wachtkamer in een ochtendblad dat de Amsterdamse zwervers tegenwoordig met shirtreclame lopen. Een ijsmerk op hun warme jas. Zou het niet leuker zijn als een dakloze met een reclame van een makelaarskantoor op zijn rug loopt? Een makelaar, gespecialiseerd in tweede huizen!
Na een klein halfuur was ik aan de beurt. Ik stond in de ene kamer en mijn Vrolijke Frans, zoals ik hem zelf graag liefkozend mag noemen, ging via een tussendeur door naar de andere kamer. De radioloog was totaal verbijsterd. Dit had hij nog nooit gezien.
Ik keek licht arrogant, vouwde de boel onder mijn kleren en verliet glimlachend het hospitaal. Nog net hoorde ik de prachtige assistente een opmerking over mijn vrouw maken. Wat ze zei? ‘Haar leven is wél leuk!’
Opvolger
Steeds als ik een paar lullige woorden aan Bernhard had vuilgemaakt ging de telefoon: de een of andere adjudant of persoonlijke secretaris die mij wilde doorverbinden met Zijne Koninklijke Hoogheid. De prins wilde graag praten over hetgeen ik geschreven had. Maar ik had er helemaal geen zin in en legde dat uit aan de vazal van Victor Baarn. Een columnist moet zijn slachtoffers niet persoonlijk spreken. Daarbij vind ik het irritant als iemand mij op mijn geheime privé-nummer belt. Ik heb een heus kantoor met een paar zeer deskundige medewerkers, die gespecialiseerd zijn in slachtofferhulp en nazorg voor personen die door mij in deze krant zijn aangepakt. Maar naar mijn kantoor heeft de goede man nooit gebeld.
Toen ontving ik op een dag een brief: waarom ik hem vooroorlogse Duitse ziekenfondsadel had genoemd en een op onze kosten feestvierende schuinsmarcheerder. Nooit beantwoord. Waarom niet? Allemaal geen tijd voor.
Moest erg lachen om mijn collegaatje Jeroen Krabbé, die tegen Frits Barend had gezegd: ‘Als Bernhard doodgaat, moet je mij bellen,’ om vervolgens aan de prins te melden: ‘Ik ben gevraagd door Barend en Van Dorp!’ IJdelheid heeft weinig grenzen. Begreep ook dat Jeroen en de prins als twee oude nichten heel intiem een uurtje hand in hand hebben gezeten. En na Krabbé kwam zijn op één na beste vriend Rik Felderhof. Ik hoop te zijner tijd een vrolijker sterfbed te hebben.
Waar het in deze dagen om gaat?
1. In welk pak uit de koninklijke verkleedkist wordt Bernhard in Delft bijgezet?
2. Wie zit waar in de kerk?
3. Worden zijn bastaards vol in beeld gebracht?
4. Krijgen we zijn minnaressen te zien?
5. Horen we nu eindelijk voor welk mokkeltje de door hem toegegeven Lockheed-miljoenen bestemd waren?
6. Wordt Henk Vredeling uitgenodigd?
7. Vertelt iemand de grappige anekdote over Benno die, toen hij ooit met compromitterende foto’s geconfronteerd werd, sprak: ‘Doe mij er daar maar drie van, daar twee en die andere foto’s heb ik al!’
Of liegt de huisdominee hoe goed zijn huwelijk met Juliana was? Volgens mij kun je op deze bijzetting totaal los. Iedereen die hem gekend heeft moet naar voren komen en alles vertellen. Ik denk dat we ons tranen lachen en met het hele land een middag topamusement beleven. Geef elke spreker een mooi glas chablis en laat hem of haar uitgebreid praten over de gezonde schijt die Bernhard levenslang aan de hele kermis gehad heeft. Als er iets is dat de koningin en haar hele en halve zussen zal troosten dan is het een frivole middag vol prachtige Bernhard-verhalen. We verkopen de rechten wereldwijd via John de Mol en zijn in één klap van de staatsschuld af.
Belangrijker vraag: wie gaat hem opvolgen? Wie gaat na Bernhard zorgen voor de kruidige anekdotes vol financieel gesjoemel en buitenechtelijk gedoe? Een monarchie bestaat al eeuwen bij de gratie van halve waarheden, roddel en achterklap. Daar betalen we ze toch voor? Tussen de Oranjes zit weinig bruikbaars. Ze zijn te braaf en te netjes. Ik denk dat we op Máxima moeten hopen. Na haar tweede kind wordt zij ongetwijfeld de Madame Bovary van Oranje. Ze verveelt zich nu al regelmatig te pletter en gaat binnenkort heimelijke afspraakjes maken met Jan Mulder of Hans Teeuwen, die daar allebei nu al hardop van dromen. En het blijft niet bij afspraakjes. Ze neemt risico’s. Er komen geruchten over ruige feesten waar ook Mick Jagger gesignaleerd is. Er moeten foto’s verschijnen van een afgelegen haciënda op een doodstille Argentijnse pampa. Ze geniet daar van drugs, erotiek en rock-’n-roll. Anders is het leven zo ondraaglijk saai. Zowel voor haar als voor ons. Wij zijn de sprookjessmullende onderdanen van deze woest aantrekkelijke toekomstige koningin. Natuurlijk is het zielig voor Alex, die in dit drama de sneue rol van zijn oma Juliana toebedeeld krijgt. Maar het is niet anders.
Maar ze moet het doen. Anders is de monarchie onleefbaar. En alleen na een wild leven ga je tevreden dood. Net als Bernhard, die op het moment dat Balkenende zijn zalvende praatjes op televisie uitsprak, gierend tegen Petrus zei: ‘Het leven was wél leuk!’
Veilig voelen
De voorzitter van de lpf schreef een aantal weken geleden een dreigbrief aan zichzelf en nu blijkt dat de partij zestigduizend euro handje contantje heeft overhandigd aan een niet bestaand Belgisch beveiligingsbedrijf. Goed idee. Het lijkt me onzinnig om echte kleerkasten in te huren als de dreiging uitsluitend van jezelf uitgaat. Dan zou ik ook een paar fantoombelgen oproepen.
Het leven is zinloos. Duizenden mensen keken donderdagavond naar een oefenende rouwstoet zonder lijk en een door het Journaal geïnterviewde muts in een geel windjack vertelde dat het oefenstoetje heel indrukwekkend was. Hoe saai moet je leven zijn als dit al een verpletterende indruk op je maakt? Of ik naar de bijzetting ga kijken? Absoluut. Wij hebben thuis een toto georganiseerd. Op welke rij zit Jeroen Krabbé? Wie het goed heeft of er het dichtst bij is, krijgt de pot. Die kan aardig oplopen want we kijken met de hele buurt.
Verder ben ik na een week van onthullingen totaal uitgeprinst. Ik kan de naam Bernhard niet meer zien en horen. Het enige beeld dat van de man overblijft, is een de hele dag aan de telefoon hangende verwende bejaarde, die het heerlijk vond om op onze kosten witte wijn te slobberen met allerhande hermelijnvlooien. Verder waren zijn hobby’s vreemdgaan en jagen en is hij heel erg gestraft voor zijn aangenomen steekpenningen van Lockheed. Een normaal mens draait in zo’n geval een aantal jaren de bak in, maar hij moest alleen zijn uniform uittrekken. Hoewel we dat ook niet moeten onderschatten. Het inleveren van je uniform schijnt voor een Duitser erger te zijn dan tien jaar brommen. Als het lichaam van deze man met zoveel tromgeroffel door de straten van Den Haag en Delft wordt getrokken, citeer ik graag onze eigen koningin, die het jaren geleden zo treffend zei: ‘De leugen regeert!’ Wat humor zou zijn? Als alle soldaten vanmiddag schuin zouden marcheren! Mooie knipoog naar de prins.
Ondertussen begrijp ik dat moslimfundamentalisten een aanslag op de Amsterdamse Wallen beramen. Dus veilig vrijen is er ook niet meer bij. Wat willen onze moslimvrienden? Dat alle hoeren besneden in een burka achter de ramen gaan? Krijgen de hoeren vanaf nu ook persoonsbeveiliging? Nog even en je ligt met een snol te wippen, terwijl er twee beveiligingsgorilla’s naast het bed staan. Dat heet: veilig voelen. Als Wilders naar de hoeren gaat, wordt het dringen in het peeskamertje.
Moet het beeld van de Rotterdamse Sekskabouter na plaatsing persoonlijk beveiligd worden? Volgens Donner moet persoonlijke beveiliging geen statussymbool worden. Ik begrijp wel wat hij bedoelt. Een paar weken geleden trof ik in de hal van het Rotterdamse Hilton vier enorme beveiligingsreuzen. Ik vroeg of het voor mij was. Nee, het was voor De Tokkies. Even dacht ik aan een grap, maar het bleek werkelijk zo te zijn. De Tokkies gingen op koopavond de Lijnbaan op en werden omringd door hele grote sterke mannen in uniform. Ik word bij het zien van één Tokkie al doodsbang, laat staan van vier Tokkies tegelijk. Dat overleeft mijn zwakke hart niet. Ik zou dan ook denken: beveilig het volk als deze nieuwe Daltons door de winkelstraat marcheren. Maar het is dus andersom.
Wat is nog veilig? Luchtverfrissers, lees ik in de krant. Door het alarmerende bericht dat deze stankverspreiders kankerverwekkend waren, is de verkoop van deze rotzooi gehalveerd. Volgens de fabrikant is dat heel erg. Volgens mij niet. Het scheelt een hoop misselijkheid. Wie heeft toch bedacht dat deze spuitbussengeur lekker is? Je kan tegenwoordig geen taxi instappen of er hangt een weeë geur uit een flesje. In Nijmegen ben ik laatst met zware koppijn mijn hotel uitgevlucht. Daar deed men een geurtje in de stofzuigers. Volgens mij moet er met spoed een luchtverfrissersverbod komen. Met het oog op de volksgezondheid.
Waar gaat het nog om in ons bestaan? Kerstverlichting, nepdennen en winkelcentra vol kerstmuzak. Ik vlucht. Waarheen? Naar de Amsterdamse rai om me op de Miljonairsbeurs vol te laten lopen met roze champagne en ik zal daar met een bek vol kaviaar regelmatig kotsen: Het leven is wél leuk!
Benard
Van sommige strenge dichters mag schavuit niet op affuit rijmen, terwijl: ‘zat nooit zijn straf uit’ weer wel mag. Ik zou het als Dichter des Vaderlands na de bijzetting van onze nationale vreemdganger wel geweten hebben. Vooral als ik het gedicht een paar dagen later, ofwel na het sappige interview met het ex-nsdap-lid Bernhard zur Lippe-Biesterfeld in de Volkskrant, had mogen schrijven. Hoe zal dit ochtendblad afgelopen dinsdag op Huis ten Bosch ontvangen zijn? Ik vrees door een dampende en stampende Trix.
Een van de leukste onthullingen vond ik dat hij na de door Nederland verloren finale van het wk voetbal in 1974 een poging heeft gedaan om een paar vertegenwoordigers van onze regering van een Beiers dineetje te weren. Hij dacht natuurlijk: wij Duitsers hebben gewonnen en dat vieren we lekker met landgenoten onder elkaar.
Verder was het interview niet meer dan een bevestiging van jarenlang nationaal gekoesterde vermoedens:
• zijn huwelijk was een regelrechte farce,
• in Londen had hij zijn uniform meer uit dan aan,
• daarna trok hij decennialang woest wippend over de wereld met als gevolg minimaal twee bastaardjes,
• het door hem gesmeekte smeergeld is voor honderd procent bij zijn buitenechtelijke mokkeltje terechtgekomen,
• het afgepakte uniform vond hij verschrikkelijk
• en verder had hij zijn lange leven lang schijt aan alles en iedereen. En vooral aan zijn vrouw, die hem naar eigen zeggen adoreerde.
Ik kwam niet verder dan de gedachte: wat een onhebbelijk verwende zeikerd. Dat dat met Zijne Koninklijke Hoogheid moest worden aangesproken. Wat een grap!
Het is goed dat het nu allemaal bekend is. Al is het maar voor mammie, die zogenaamd heel blij was met de twee buiten de deur gefokte dochters van Zijne Koninklijke Hoogheid. Ik vrees dat dat wel meevalt. Iedereen weet dat mammies met veel dingen blij zijn, maar niet met de mededeling dat er in een of ander buitenland gezinsuitbreiding heeft plaatsgevonden. Vanaf nu houdt iedereen nog meer van die tikje wereldvreemde Juliana, die een kleine vijftig jaar in een echtelijke hel moet hebben geleefd. Als ik haar was, had ik me ook aan een Oibibiaanse zweefteef als Greet Hofmans vastgeklampt. Sterker nog: ik had me levenslang in de Ursula-kliniek laten opsluiten.
Trix zal boos zijn, maar zich ook bevrijd voelen, nu de lucht door haar vader zelf ontwolkt is. Hoewel? Ik denk dat hij alleen heeft toegegeven waar hij uiteindelijk niet meer onderuit kon. Het zou mij niet verbazen als er her en der nog meer koninklijke kindertjes rondsjouwen en dat het geld van Lockheed slechts een fractie is van alle nooit ontdekte smeerpoen.
De bijzetting van afgelopen zaterdag vond ik mooi. Vooral de drie F-16’s als herinnering aan de befaamde Lockheed-affaire boven Delft. Een vrolijke knipoog van de overledene, tevens regisseur van zijn eigen feestje. Op hetzelfde moment rolde het jongensboek De prins spreekt… van de persen en zaten Broertjes en Tromp zich te verkneukelen voor de televisie.
Alleen heeft Bernhard met dit boekje het werken van zijn oudste(?) dochter verder volkomen onmogelijk gemaakt. Hij is de grootste republikein van het land gebleken. Hij heeft de monarchie door zijn bekentenissen volledig ontmaskerd als één groot misverstand, een bordkartonnen wanvertoning. Alleen al dat er jarenlang op Koninginnedag een defilé langs deze diep ongelukkige familie is getrokken. Het domme volk was nog niet weg of pappie ging tot aan zijn kruin afgevuld met chablis en pink champagne zijn World Wildsexlife Fund verder organiseren.
Op deze pagina werd onlangs de vraag gesteld wat er met Soestdijk moet gebeuren. Ik denk dat we het moeten opdelen in de Greet Hofmans-vleugel, een zweefliegclub waar mensen onder leiding van Irene met dolfijnen kunnen discussiëren en in de andere kant een luxe bordeel waar uitsluitend met smeergeld kan worden betaald.
En of we het koningshuis moeten opheffen? Integendeel. We houden ze. Mede dankzij Bernhard, Mabel en Margarita roep ik namelijk al jaren: Het leven is wél leuk!
Zwarte kerst
Hoe zal de kerst bij Mart Smeets eruitzien? En bij Tommie Egbers? Mag de telefoon op het antwoordapparaat? Of zitten ze er de hele dag naast in de stille hoop dat John belt met de vraag of ze bij zijn Talpa willen komen?
En hoe zit het bij Evert ten Napel? Zal hij zachtjes hopen op de landelijke actie Evert moet blijven? Ik zie het voor me: voetballers die een vijfdaagse vastenactie houden en hooligans die dreigen met een stadionboycot tot Evert terugkeert op de buis. En hoe zal de kerst bij Frank Snoeks zijn? Gek wordt hij van het in zijn kop stampen van de korfbalregels en het kaatsreglement.
Wat ik ervan vind dat het voetbal naar John gaat? Ik vind het wel gunstig. Dan kan hij in die tijd geen Big-Brotherachtige shit uitzenden.
Of ik naar zijn voetbalzender zal kijken? Ik vrees weinig tot nooit. Ik ben de laatste jaren een beetje dichtgevoetbald en kan geen analyse meer zien of horen. En zeker niet de mening van Hugo Borst over de mening van Jack van Gelder, die een mening heeft over wat Dick Advocaat van Jan Mulder vindt. Dit alles gaat al jaren kilometers langs me heen. Mijn afstandsbediening begint spontaan te zappen zo gauw hij een voetbalpraatjesprogramma in beeld krijgt.
En hoe zal het kerstdiner bij Frits Wester zijn? Staat zijn Nieuwsquiz-trofee op het buffet in de eetkamer of slingert het prul nog ergens achterin zijn auto? Mevrouw Wester had haar man willen verwennen met een verrassingsmenu, maar hij heeft alles al geraden. Een carpaccio van tonijn, een wildbouillon, kalkoenmedaillons met cranberrycompote en een kaasplateau. Hij ontkent dat hij stiekem in de keuken heeft staan loeren.
‘Toeval, toeval en nog eens toeval,’ roept de door iedereen uitgelachen journalist tegen zijn verdrietige echtgenote. Hij zal raar opkijken als een politicus binnenkort op een van zijn vragen antwoordt: ‘Dat hoef ik u niet te vertellen, want dat weet u al!’
En hoe zal het kerstdiner bij de Oranjes zijn? Ik zie een doorlopend overgevende Máxima die meldt dat ze niet zwanger is, maar dat ze steeds spontaan moet vomeren als ze aan de poespasserige bijzetting van de onlangs overleden opa van haar man denkt. De kerk, de dominee, de bloemen, de gasten.
‘Wat een gelul,’ roept de prachtige vrouw van onze kroonprins en ze sluit haar vlammende betoog af met een helder zum Kotzen! Duitser kan het niet. De rest van de familie zwijgt, behalve Irene, die zich hardop afvraagt of een van haar halfzusters, de tuinarchitect Alicia von Bielefeld, weet dat je met de bomen en de plantjes moet babbelen. Anders worden de bloempjes depri.
Anjerprozac, denkt de vorstin en schenkt zichzelf nog eens fors in. Bij het hek staan twee lakeien en een marechaussee onderhand aan een drammende Jeroen Krabbé uit te leggen dat de familie deze avond graag onder elkaar wil zijn.
‘Maar ik ben een héle goeie vriend,’ kakelnicht onze nationale lijkenlikker door de Haagse nacht om vervolgens zwaar gepikeerd af te reizen naar de dochter van Albert Mol.
Bij de familie Ritsma zit iedereen aan Rintje uit te leggen dat het diner al zes uur geleden is afgesloten met een griesmeeltoetje, maar Rintje wil nog koffie en zolang hij koffie wil, heet het kerstdiner nog kerstdiner.
‘Pas als ik ga slapen, is het klaar,’ bromt de Beer van Lemmer tegen zijn uitgeputte gehoor.
Jan Peter legt aan zijn vrouw uit waarom hij de familie Van Gogh na de moord op hun zoon Theo niet heeft opgezocht. ‘Die mensen waren al zo verdrietig, dus die zaten echt niet op mij te wachten’.
Zijn vrouw beaamt het stilzwijgend. Zij wil hem nog vragen wat hij binnen het normen-en-waardendebat vindt van een 56-jarige prins die hem in een negentienjarige studente duwt, maar ziet ervan af. Ze wil maar één ding: bandeloos tekeergaan in een stal in Bethlehem. De ruigste seks ooit. De os, de ezel en alle herders mogen vrolijk meedoen. Zó heeft ze tabak van de zalvende, gereformeerde praatjes van haar altijd montere echtgenoot. Ze wil los en vreemd en heel hard over de wereld schreeuwen: Het kerstfeest is wél leuk!
Wijfwijfwijf
Wie is de god van de tsunami’s? Is dat de god van Knevel of die van Mohammed B.? Ik vroeg me dat zachtjes af, terwijl ik in het kielzog van minister Remkes over het strand van Phuket sjouwde. Het was een nogal gênante bijeenkomst. De bulldozers gromden in de verstikkende lijkenlucht en de Nederlandse minister probeerde, omringd door een tiental Nederlandse fotografen, cameramensen en microfoonsjouwers, zijn blazoen te ontsmetten.
‘Het zijn hun binnenlandse zaken en niet onze Binnenlandse Zaken,’ hoorde ik de Groninger telkens weer uitkramen. Het zag er allemaal nogal potsierlijk uit.
Veel vragen brandden, maar ik stelde ze niet in het gezelschap van de concurrentie. Ik hoopte de minister voor mezelf te krijgen. In de hotellobby bijvoorbeeld. Dan wilde ik graag weten wat dat Thaise massagegrut al die jaren van zijn onsmakelijke gebit vond. En of ze blij zijn dat hij het nu een beetje heeft laten opfrissen. En of die kleine meisjes die westerse dikbuikzwijnen ook moeten zoenen. En wat de specialiteiten op zijn eilandje Ko Samui zijn. Ik hoopte dat hij aan mijn mannen-onder-elkaarknipoog zou zien dat ik het niet over het eten had. En misschien mag ik een keer mee. Lijkt me gezellig: met een stuk of wat getrouwde Groningse mannen van in de vijftig naar een Thais knijpstrandje! Vroeger vond ik dat allemaal ranzig, maar sinds ik weet dat onze nationale verzetsheld prins Bernhard hem op zijn zesenvijftigste in een negentienjarig meisje propte, zie ik het als onschuldige deugnieterij. Goed voorbeeld doet goed volgen.
Terwijl mijn collega-journalisten braaf hun werk deden, maakte ik me los uit het Hollandse gezelschap. Een paar honderd meter verderop lag een vette veertiger op een stretcher. Henk heette deze Limburger en hij legde mij uit waarom hij geen mondkapje droeg.
‘Dan word je zo raar bruin en loop je al heel gauw met zo’n witte vlek om je mond. Voor je het weet zie je eruit als tweederangs cliniclown,’ vertelde hij mij in onvervalst Limburgs. Hij was daar voor veertien dagen met zijn vriend Sjeng en ze hebben geen seconde overwogen om de vakantie af te blazen. De reis was betaald en overal in de wereld is wel wat. En in hun hotel was weinig schade! In Zeeland komen nu toch ook weer gewoon toeristen? En maakt het uit of je na een week of na een jaar weer op dat strand zit? En nu was het lekker rustig. Hoewel die teringherrie van die bulldozers hem behoorlijk begon te irriteren.
Henk had echt wel medelijden hoor. Gister liet hij zich masseren bij een Thais meisje thuis en moest hij echt wel even slikken toen ze samen de opgebaarde lijkjes van haar broertje en zusje van de massagetafel tilden. Zo klein woonden die mensen. De massage werd geen succes. Hij werd gek van haar gejank en vroeg dan ook op een gegeven moment: ‘Wat gaan we doen? Gaan we janken of doen we nog even something special?’ Uiteindelijk was hij zonder betalen vertrokken.
Voorzichtig vroeg ik of hij wat aan giro 555 had gegeven.
‘Geven?’ zei Henk. ‘Krijgen zul je bedoelen.’ Of ik wist wat er allemaal mis was gegaan deze vakantie. De lijkenlucht, de rotzooi, de herrie, het slechte eten, ondrinkbaar water, enzovoort. Hij schonk verdomme zijn vakantiedagen en dan wilde hij daar wel wat voor terugzien. En om het verwijt dat hij had moeten helpen bij de ramp moest hij lachen. Hij werkte zich het hele jaar het schompes en kwam hier om even lekker te liggen. Volgende week wapperden zijn handjes weer. En hij las allerlei dingen over die mensen hier, maar geen woord over de verpeste vakanties van de Nederlanders. Hij ging claimen bij 555. Toen opeens zag hij Remkes lopen.
‘Is dat niet die lpf’er?’ onderbrak hij zijn monoloog. ‘Zie je wel. Die snapt ons tenminste. Die komt hier naar het strand om ons een hart onder de riem te steken. Die weet wat de kleine man doormaakt. Zie je nou wel dat er een god bestaat. Wat tof van die gast! Weet je: Het leven is wél leuk!’
Der Untergang
Een vriend van mij had onlangs een verjaarsfeest met een thema. Geen kinderfeest, maar heuse intellectuelen onder elkaar. De gastheer en zijn vrouw waren waarschijnlijk op voorhand al bang dat het partijtje net als andere jaren een stomvervelende bijeenkomst zou worden en hadden daarom maar een gezamenlijk gespreksonderwerp bedacht. Wat het thema was? Hoe word ik gelukkig. Je moest er een verhaaltje over houden. Mijn vriend vroeg mij om advies. Ik raadde hem aan om als het feest al bezig was af te bellen met als antwoord op de themavraag dat je zielsgelukkig wordt door niet naar dit soort feestjes te gaan. Maar hij vertelde mij dat hij dat niet kon maken. Het feest speelde zich af bij zijn Zeeuwse schoonfamilie en de verhoudingen waren toch al redelijk gekarteld. Daarbij moesten ze ook nog samen een deel van de kerstdagen door, dus…
Het klonk allemaal bodemloos treurig en getrouwd. Themafeestjes. Wat een hel. Wat ben ik blij dat ik elke avond in een theater sta te kakelen en nooit naar dit soort treurige bijeenkomsten hoef.
Nog erger zijn de verkleedpartijtjes. Kakkers hebben er nogal eens last van. Dan wordt hij veertig en is het thema sixties. Of alle vrouwen moeten als Pippi Langkous. Dat is lachen! De hele hockeyclub in Caribbean Style bezorgt mij ongeneeslijke psoriasis en dan ook nog in zijn hevigste sneeuwstormvariant.
Ondertussen begrijp ik dat Michael Jackson vooral van ongekostumeerde slaapfeestjes hield, maar dit terzijde.
De Britse prins Harry had afgelopen week ook een gekostumeerd bal en dacht: ik doe een tropenkostuum in generaal-Rommelstijl aan. Met alles erop en eraan. Wehrmacht-embleem en hakenkruis. Als onvervalste nazi dus. Waarom als nazi? Wat is de humor? Wat is de link?
Maar dan komt een veel interessantere vraag: waar haal je zo’n uniform en rode armband met hakenkruis vandaan? Als we op de foto nou een door hem zelf met viltstiften in elkaar geflanst armbandje zagen, maar het is een echte, met een vetgedrukt hakenkruis. Die moet in die familie toch ergens in een la gelegen hebben?
Als je op de paleiszolders van onze koninklijke familie gaat zoeken, vind je in oude verkleedkisten ook nog wel wat vrolijke nazi-franje, maar dat is logisch. De Oranjes zijn eigenlijk volledig Duits en dan kan je er niks aan doen. Maar Harry doet het uit balorigheid. Ik wilde in mijn jeugd ook wel eens shockeren, maar deed dat toch nooit als nazi.
Toch schijnt dit soort enge balorigheid met studenten te maken te hebben. Het is nog niet zo heel lang geleden dat op een Leids corpsballenfeestje bij Pro Patria het Horst Wessellied ten gehore werd gebracht. Het gerenommeerde vvd-Kamerlid Hans van Baalen moet nog steeds vijf keer per week uitleggen dat hij daar niet bij was. Hij is overigens de enige die zichzelf daar niet gezien heeft. Was net die brief aan Glimmerveen aan het vernietigen! Kijk naar de gemiddelde ontgroening en je ziet de studentenlol in het kleineren en het vernederen.
Er zijn inmiddels heel wat foto’s van koninklijke types met een bruin tintje. Bernhard was door zijn broer opgegeven bij de Reiter ss en Claus was met tegenzin lid van de Hitlerjugend. Maar zij trokken die uniformen tenminste nog uit! Harry trekt het aan! Omdat het feest is!
Steeds vaker vraag ik me af: wordt het geen tijd voor een Europese koninklijke Untergang? Dat we al die lintenknippende nitwitfamilies eruit flikkeren? Te beginnen met de Oranjes. De papa van Máxima, de maffia van Mabel, Edwin the loser, pedoprins Bernhard met zijn kind bij een kind en wat wordt het volgende klusje? Moeten wij dit onderhouden?
De foto van nazi-Harry hangt bij ons thuis op het humorprikbord. Duitse humor bestaat niet, maar dit is Britse humor! En als mijn dochter vraagt waarom zij steeds naar die vreselijke foto moet kijken, wijs ik haar op de voornaamheid van die mensen. En dan roep ik met mijn rechterarm in de lucht en de hakken strak tegen elkaar: ‘Hun leven is wél leuk!’
Dronken droom
Heel Nederland sjouwt met een Schipholpas langs duizenden douanes, terwijl een Amerikaanse president in de aankomsthal op een groot scherm God dankt en aan zijn volk uitlegt waarom hij zijn generaals toen opdracht heeft gegeven om naakte Irakezen op elkaar te laten stapelen. Er wordt een foto van deze vernedering getoond, maar ik vergis me: het is een foto van een nudistenbijeenkomst. Zeven naaktlopers liggen op een blote Paul de Leeuw die seks heeft met Nina Brink in de bruidegomssuite van het Amstel Hotel. Jort Kelder maakt röntgenfoto’s voor het prachtblad Quote. Paul is vastgebonden met sjaaltjes van het merk Hermès. Omdat hij als homo anders niet wil? Nina schijnt al haar sekspartners vast te binden. Niemand wil namelijk. Ik hoor Nina’s haarlak kraken. Met Nina onder de wol vind ik een te gemakkelijke woordspeling en die verkoop ik aan een andere cabaretier, die besloten heeft om in vijfenvijftig dagen vijfenvijftig verschillende voorstellingen op televisie te gaan spelen omdat hij vijfenvijftig wordt. ’s Morgens schrijft hij, ’s middags leest hij voor en ’s avonds stamelt hij de voorstelling vanaf zijn laptop live op televisie.
‘Wacht maar als ik tachtig word,’ galmt hij me toe.
Mijn vrouw zegt dat ik niet te lang naar een naakte De Leeuw moet kijken. Ze is bang dat ik de verleiding niet kan weerstaan en spontaan nicht word. Ik bel mijn broer of hij een nieuwe betonnen vloer in zijn huis wil. Ik doe hem die vloer cadeau. Hij krijgt dan wel het lijk van mijn vrouw erbij. Mijn broer stemt toe mits hij dan de stille tocht voor haar mag organiseren. Hij denkt aan een optocht van achteruitrijdende auto’s waaruit de carnavalshit Ali, hou jij me tassie effe vast klinkt. Ik bel mijn huisarts, maar die is protesteren. Ik wil mijn vrouw op legale wijze ombrengen. Gewoon verkeerd medicijngebruik.
Op giro 555 is inmiddels negenhonderd miljard gestort en het schijnt dat Sumatra, Sri Lanka en de Thaise kust worden omgebouwd tot villawijken. Het hele tsunamigebied wordt één groot Wassenaar. Vanessa begint er een tietenbijvulkliniek, de hele bevolking rijdt in een jeep en het grootste probleem over vijf jaar is dat de Aziaten te vet zijn. Te vet en te depressief. De psychotherapie komt in het ziekenfondspakket. In Atjeh is het een luxe om een huisje in de Noordoostpolder te hebben en je af en toe te laten masseren door twaalfjarige Emmeloordse meisjes. De grootste angst is dat in Azië de verveling toeslaat en dat de jeugd uit balorigheid stoeptegels van viaducten gaat gooien. Onderhand vertellen mijn kinderen wanhopig dat er een quizverbod bij de publieke omroep komt.
‘Alle quizzen gaan naar de commerciëlen en Frits Wester gaat ze allemaal presenteren,’ vertelt mijn nog steeds levende vrouw, die eraan toevoegt dat Frits van dat idee een chronische stijve krijgt. Alle antwoorden al weten. Hij wordt gek bij het idee. Peter R. de Vries vraagt aan mij waarom mijn vrouw nog leeft. Hij heeft over twee weken uitzending en vraagt of ik weet hoe lang beton minimaal moet drogen. Dit was een vraag uit de iq-test, waar dit jaar een roedel Onbekende Nederlanders aan meedeed. bn’ers die zelfs het antwoord op de vraag Hoe heet je? nog fout hadden.
‘Ik heet De Vlieger en ik zit aan de grond,’ zegt een man die door de maffia onder schot wordt gehouden. Peter R. de Vries maakt aantekeningen en zegt dat zijn volgende uitzending al vol zit, dus of ze even kunnen wachten. Derk Sauer vraagt aan De Vlieger of hij een briefje van honderd miljoen kan wisselen. Ik sta met hem in Hoorn in het Westfries Museum naar een ingelijste alarminstallatie te kijken en Louis van Gaal vraagt hoeveel rondjes een cirkel heeft. Nina Brink roept naar Louis dat bed op az rijmt en Driek van Wissen is blij dat Louis weer werk heeft. Hij was doodsbang dat de succestrainer anders Dichter des Vaderlands geworden was. Ali B vraagt of hij in de column mag, anders staat hij een dag niet in de krant.
Ik schrik wakker, kijk verbaasd om me heen, zie mijn vertrouwde slaapkamer en stamel zacht: ‘Het leven is wél leuk!’
Rijbewijs
Al een tijd verschijnt Het Parool op kabouterformaat en als je zo klein bent dan kan je minder nieuws kwijt op je voorpagina. Dus lees je op de cover alleen de echt grote zaken. Afgelopen donderdag stond voor op die krant dat de cabaretier Youp van ’t Hek zijn rijbewijs was afgepakt. De midlifekomiek had anderhalf jaar geleden op een Zeeuwse provinciale weg gas gegeven, was geflitst en moet nu boeten. Hij wou gewoon zo snel mogelijk Zeeland uit. Wie wil dat niet? Maar is dat voorpaginanieuws? Voor het Amsterdamse dorpssufferdje Het Parool wel. De kwaliteitskrant nrc Handelsblad zou aan zo’n zaak geen letter besteden. Althans dat dacht ik. Maar niks hoor: pagina drie! U leest het goed: de kwaliteitskrant nrc Handelsblad had dit nieuwtje op pagina drie! Dat allerlei blondjes van rtl Boulevard en sbs Shownieuws zijn kantoor gingen bellen kan ik nog snappen. Zoals ik ook de man van De Telegraaf begreep. Hij leeft van dit soort gelul. Maar nrc Handelsblad. Misschien zegt het meer over de komiek en is hij werkelijk een vedette. Zijn snelheidsovertreding haalde zelfs nos Teletekst. Kan je nagaan wat er gebeurt als de topcabaretier binnenkort al telefonerend met honderdeenenveertig en een slok op door de bebouwde kom raast… Dan verschijnen er extra edities en worden de televisieprogramma’s onderbroken voor een extra Journaal.
Het gevolg van dit wereldnieuwsbericht in alle media was wel dat het kantoor van de cabaretier overuren mocht maken. Overbezette telefoonlijnen, dichtgeslibde e-mail, fans met bloemen aan de deur, een man faxte dat hij een stille tocht door Vlissingen wil organiseren, bij de bewuste flitspaal branden sinds het nieuws bekend is waxientjes en er liggen honderden knuffels met een brilletje in de berm. Verder zijn er al tachtig mensen die mij een chauffeur hebben aangeboden. Als laatste belde een stamelende stotteraar van het door mij altijd graag gelezen kappersblaadje Nieuwe Revu met de vraag of hij de eerste met dit aanbod was. De schat moest er een leuk stukje over schrijven. Zijn wanhoop droop uit de telefoonhoorn. En zijn moeder maar blij zijn dat hij werk heeft.
Verder belde de Groninger Commissaris van de Koningin Hans Alders met de vraag wat het schoof als hij de Nederlandse koning van de lach ging rondrijden. Hij had tijd zat en in elke stad waar de grappenmaker moet optreden heeft hij wel een of meer schnabbeltjes. Op die manier kan hij het mooi combineren. Zijn aanbod belandde op het stapeltje Ed Nijpels, Harry Borghouts en Boele Staal, die al eerder contact hadden opgenomen. Ook Erik de Vlieger belde of zijn chauffeur de lolbroek mocht rondrijden. Hoe die chauffeur heet? Erik de Vlieger.
De chauffeur van de paus meldde zich ook, maar krabbelde terug nu zijn baas weer aan de beterende hand is. Jammer. Een pauselijke Ferrari is toch een jongensdroom. De Duitse omkoopscheids Robert Hoyzer meldde zich ook en was blij dat hij werd afgewezen. Hij had met een vriend gewed dat hij de baan niet zou krijgen. Wie die vriend was? Dick Jol!
Verbaasd was de impresario van de topkomiek niet door het aanbod van de ex-chauffeur van prins Bernhard, die gewoon werk zoekt. Wel dat hij een dienstauto van het Koninklijk Huis meeneemt. De AA 17. In hofkringen wordt deze AA-auto al jaren de Alicia-Alexia genoemd.
Is het leven te doen zonder rijbewijs? Jawel. Zeker nu de beeldschone studente B zich heeft gemeld. Een vonkende vrouw van drieëntwintig lentes. Onweerstaanbaar mooi en vrijgezel. Zij gaat hem rijden. Heel zacht. Heel rustig. Ze slakken de komende maanden door het land. De ritten kunnen hem niet lang genoeg duren. Zet de stoplichten maar op rood. Hou die spoorbomen maar dicht. Naast haar zittend in de file denkt hij maar één ding: als ik mijn rijbewijs terug heb, flits ik meteen weer langs dezelfde Zeeuwse paal. Alleen nog harder. Zo hard dat zijn rijbewijs voorgoed wordt ingenomen. Met deze chauffeuse wil hij levenslang en hij kan op dit moment alleen maar fluisteren: ‘Het leven is wél leuk!’
Honnetampon
Dus je wipt al een jaar of vierendertig met je maîtresse, een tijdje uitsluitend in je dromen, daarna in een heus hemelbed dat een beetje stiekem is weggestopt in een kasteelvleugel, je bent inmiddels zevenenvijftig en je moet met je bijna tachtigjarige moeder gaan babbelen of je je mag verloven...
Ben je dan een sukkel? Ja, dan ben je een enorme sukkel. Verder is Charles een gewone jongen. In een geile bui vertrouwde hij Camilla ooit telefonisch toe dat hij in een volgend leven graag als haar tampon wilde terugkeren. Zij werd door zijn echtgenote Diana, een rottweiler met de kop van een merrie en het lijf van een dekhengst genoemd. Gister zag ik de heks door het beeld schuifelen en ik weet niet of de prins nog steeds dezelfde reïncarnatiedromen heeft. Mij lijkt het een benauwd en vooral muf baantje.
Tijdens de tamponfantasieën van Charles liet zijn vrouw zich bespringen door een hitsige butler. Precies zoals het hoort in sprookjes. Of het nieuw is? Nee hoor. De betovergrootmoeder van Camilla liet zich al vlijtig vingeren door de betovergrootvader van Charles. Gewoon hele doodnormale ordinaire burgers. Het gaat net als bij ons.
Ons koningshuis bestaat bij de gratie van bronstige Bernhard. Door hem kachelen er nu toch een stelletje rare types over deze aardbol. Neem alleen maar Margarita, die samen met haar ex voor de rechter moet verschijnen in verband met een omgangsregeling voor de hond. De wat? De hond! Over de goudvissen, de cavia en de wandelende tak zijn ze het eens, maar de hond is een struikelblok. Hij wil het beest in de weekends en zij vindt het emotioneel gezien beter als de hond bij haar blijft.
Vraag is natuurlijk: wat wil de hond? En er is er maar een die dat aan het arme beest kan vragen en dat is de moeder c.q. schoonmoeder van het ooit zo gelukkige stel. Prinses Irene dus. Die gaat met de hond in therapie, vraagt een adviesje aan de oude wijze eik in de achtertuin, benoemt een dolfijnenjury en komt binnen drie maanden met een bindende uitspraak.
Ongetwijfeld komt deze week hondenkenner Martin Gaus in een aantal praatprogramma’s uitleggen wat zo’n echtscheiding emotioneel betekent voor het arme beest. Naar wie moet hij luisteren? Mag hij van Edwin wel bedelen en van Margarita niet? Geeft Margarita hem uitsluitend vegetarisch voedsel en krijgt hij van De Roy van Zuydewijn lekkere Nederlandse dioxinebrokken vol bedorven pens, milt en pancreas? Dat verwart de viervoeter.
Gaat de rechter oordelen in het belang van de in onmin levende prinses en haar nepbaron of kijkt hij uitsluitend naar de hond? Het is een Franse buitenhond, een echt campagnebeestje. Moet hij op die etage in De Pijp van ons onfortuinlijke prinsesje? Maar dat Franse kasteeltje duurt ook niet lang meer. Edwin is dusdanig failliet dat er gevreesd wordt voor een daklozenbestaan. Een koninklijke zwerfhond dus.
Misschien geeft Edwin de neefjes van zijn ex weer de schuld. Dat zij Paco nooit serieus hebben genomen. Dat hij openlijk vernederd is omdat hij nooit aan de hondjes van Trix mocht snuffelen. En dat hij nooit zonder riem door de paleistuinen mocht raggen. Lekker los met de labradors en retrievers van de rest van de familie. Het schijnt dat Paco een keer een poging heeft gedaan om het jonge hondje van Christina te bespringen. Alleen Bernhard moest daar hartelijk om lachen. Hij moedigde Paco zelfs aan en adviseerde het beestje dat niet in de tuin te doen, maar er een ranzig steegje voor te zoeken.
Donderdag is de rechtszitting en ik vrees dat ik heel vroeg op de publieke tribune zal zitten. Ik wil geen lettergreep missen van deze zaak. En ik neem mijn woorden terug dat ik van de Oranjes en de Windsors af wil. Ze moeten blijven. Ze geuren en kleuren mijn leven. Vaak ben ik diep depressief, maar als ik over deze huwelijken en scheidingen lees, dan kan ik niet anders dan heel hard schreeuwen: ‘Het leven is wél leuk!’
Uit elkaar
Hun huwelijk sloeg al jaren zowel geestelijk als lichamelijk nergens meer op. Door de week verscholen ze zich in de loopgraven die werk en kinderen heten en in het weekend dronken ze zich op de hockeyclub door de anders veel te stroperige dagen. Dat deden ze met lotgenoten. Veel schrale huwelijksmoppen met een vleugje vitriool.
In de herfstvakantie van 2003 ging het mis. Het huisje dat ze gehuurd hadden was te klein. Zeker in combinatie met het slechte weer. Ze kwamen elkaar echt tegen en ze kwamen er in een schreeuwend en snikkend huilbuigesprek achter dat de liefde al jaren op was. Ze moesten uit elkaar.
Het moest verteld worden aan de twee kinderen, de wederzijdse ouders en de uitgebreide vriendenkring. Hun oudste dochter zat echter vlak voor haar schoolonderzoek. Het leek hun niet handig om het haar nu te vertellen. De week daarna ging hun zoon met zijn klas op werkweek naar Berlijn en zijn moeder wilde niet dat hij zo ver van huis verdrietig was. Hij zat toch al op het randje van de heimwee. Er werd besloten om het een maandje op te schorten.
In die maand volgden nog een aantal nachtelijke wanhoopssessies en als er niet zo veel bij gedronken was, hadden ze elkaar misschien wel begrepen. Nu eindigde het telkens in een oceaan van zoute tranen en een sissend schreeuwen om de kinderen niet wakker te maken. Het werd alleen maar nog duidelijker: ze moesten uit elkaar.
Op 5 december vierden ze al jaren sinterklaas met haar zus en haar gezin en dat wilden ze niet afzeggen. Hij stelde voor om als surprise een vrolijk penthouse te maken met daarbij een gedicht waarin alles duidelijk werd. Papa ging verhuizen. Hij deed dat niet. Het werd een standaard sinterklaasavond en iedereen vond na afloop dat ze elkaar flink de waarheid hadden verteld.
Half december waren haar ouders vijfenveertig jaar getrouwd en gingen ze met de hele familie een lang weekend naar een hotel op de Veluwe. Het leek hun beter om in dat feestelijke eten geen roet te gooien. Dat hadden de bejaarde ouders niet verdiend.
Daarna kwam de kerst, die ze al jaren in het huisje van vrienden vierden en dat was toch een traditie die ze niet wilden verpesten. De kinderen verheugden zich er uitbundig op. In het nieuwe jaar zouden ze...
Vlak voor het weekend dat ze het zouden vertellen kwam het bericht dat haar vader een kleine operatie moest ondergaan. Een niet te vergruizen niersteen. Paar dagen ziekenhuis, moeder alleen en in de war, niet het moment om... en voor ze het wisten was het krokusvakantie. In die week gingen ze al jaren met zeven gezinnen skiën in Chamonix.
Het eindexamen van hun dochter kwam nu wel erg dichtbij en de schat kon een scheiding van haar ouders er absoluut niet bij hebben. Dus werd het juni.
Hun beste vrienden belden over de zomervakantie. Of ze weer dat huis in Toscane zouden huren. Het was vorig jaar zo gezellig geweest. Ze wisten dat hun vriendenkring onraad zou ruiken als, dus...
In september kreeg zijn moeder een klein herseninfarct en vond zijn broer het nodig om te melden dat hij van zijn vrouw af ging. Hij had al jaren een vriendin.
Ze vonden het moment van de onheilstijding tegenover de zieke ouders redelijk asociaal. Hun schoonzus was ernstig over haar toeren en ze besloten haar een weekje mee te nemen naar een huisje. Ze kozen voor de herfstvakantie. En ze kozen voor het vakantiepark waar hun eigen huwelijk het jaar ervoor gestrand was. Dat was het enige park waar nog plek was.
Lange gesprekken over de losbandige broer volgden. Hij was een onverantwoordelijke losbol, een egoïst, een schoft, een beest, een hufter. Meneer deed maar en dacht zeker dat hij alleen op de wereld was.
En dezelfde broer kraste op dat moment in de toiletdeur van zijn oude studentenkroeg de onware woorden van zijn favoriete columnist. En alle mannen lazen: Het leven is wél leuk!
Darkroom
Wie legt mij nou toch uit hoe het zit in het leven? Ik lees al een aantal dagen over bareback-feesten. Dat zijn partijtjes waarop condoomloze homo’s elkaar stevig uitwonen. Alles mag en als dat soort homo’s zegt alles, dan bedoelen ze ook alles. Van je hiv-hiv-hiv-hoera en daar gaan we nog een keer. Begreep inmiddels uit een krant dat het in Amerika zelfs in is om je expres te laten besmetten. Fijne feestjes. Dus eerst de darkroom in en dan na een halfjaar een testje. En als de uitslag positief is? Dan vrees ik dat degene die besmet is weer een feestje geeft om het vrolijke virus verder uit te venten.
In de Tweede Kamer is er nu gediscussieerd over de vraag of de feesten verboden moeten worden. Volgens D66 moet je dat niet doen, want dan gaan ze de illegaliteit in. Volgens mevrouw Vos van GroenLinks moet er voldoende licht in de darkroom komen, zodat je kan zien met wie je het doet, en hoe! Vooral die laatste toevoeging ‘en hoe’ vind ik wel grappig. Dat je enigszins weet waar je op de ander zijn lichaam bezig bent.
‘Je ruft uit je bek!’
‘Dat is mijn reet meneer en wilt u hem uit mijn oor halen!’
Zelf ben ik redelijk heteroseksueel en ik lees dan ook altijd met verbazing over de darkrooms. Ik begrijp dat je in een donker hol verdwijnt en dan op de tast gaat brailleneuken. Dus je weet niet of je het met een gesyfiliseerde treknicht doet of met een puistenkop met gonorroe. Het lijkt me op het eerste gezicht niet aantrekkelijk. Ik heb na het lezen van de verslagen dan ook besloten om voorlopig hetero te blijven. Lekker veilig. Bij het afscheidnemen pak ik af en toe een vreemde vrouw bij haar kont en trek haar tegen mijn rooms-katholieke kruis. Heerlijk.
Hoe zal het gaan bij de Dekhengst van Kralingen, zoals Lubbers in zijn Haagse jaren werd genoemd? Zal Ria blij zijn dat Ruud weer lekker thuis is? Of vindt ze al die publicaties over nachtelijk overwerk op hotelkamers toch niet echt leuk? Het is toch niet vrolijk om dat over je man te moeten lezen? Mag ik Ria troosten met de mededeling dat vijftig procent van de reizende zakenmannen in hotels dit soort voorstellen aan loslopende dames doet? De pogingen mislukken vaak. Hoewel? De wereld ontploft van de loslopende vrouwelijke singles die smachten naar een heus nachtje vrijblijvende vrolijkheid.
Maar de meeste zakenmannen zijn wat anoniemer dan de heer Lubbers en kunnen gewoon hun gang gaan. Voor hen komt in elk geval nooit het gênante moment waarop ze een verslaggever moeten vragen om even voor slachtoffer te spelen. Dat je wil laten zien hoe je haar bij de deur besprongen had. Dat was voor Ruud absoluut dodelijk.
Maar nu zit Ruud thuis. Hij leest de krant. En wat doet Ria? Ria gaat steeds weg in de hoop dat hij haar bij de voordeur ook weer even ouderwets bij d’r achterwerk grijpt. Sterker nog: ze gaat per dag wel tien keer de deur uit in de hoop dat hij haar zal vatten, maar Ruud snapt er niks van en leest rustig verder. Mijmerend over een darkroom voor oudere hetero’s.
Ondertussen zit Ronald ook thuis. We hebben het over een opgeluchte Koeman, die een best wel talentvol Ajax niet meer aan de praat kreeg. Tegenover hem op de bank zit de Griek Charisteas, die gisteren door het bestuur bij hem is afgeleverd. Deze Griek komt toch niet verder dan de bank, dus dan maar op de canapé bij Ronald. Vanaf de eerste seconde dat hij het veld opkwam, zag elke supporter: dit is een mislukking in de categorie Kinkladze. Deze Griek kan helemaal niks. Niet schieten, niet lopen en niet koppen.
Ronald wacht thuis op een telefoontje van zijn zaakwaarnemer. Voor hem komt vast wel weer een club. Maar voor Ruud? Voor Ruud rinkelt er niks meer. Hooguit de huistelefoon. Ria die hem vanuit de echtelijke darkroom erotisch toehijgt: ‘Het leven is wél leuk!’
Gebroken hart
Schoot schaamteloos vol toen het Journaal me vertelde dat hij dood was. De griep en de koorts zullen zeker geholpen hebben, maar mijn ogen prikten. Fel en gemeend.
Na de laatste Ajax-Feyenoord sprak ik hem in de parkeergarage van de Arena. Ik zei tegen mijn zoon dat hij deze hand zeker moest schudden. Meneer Michels maakte daar een relativerend grapje over. En hij kwam in januari naar Carré, vertelde hij, en of ik die avond wel een beetje extra mijn best wou doen.
Het was waar. Meneer Michels was een oude man geworden. Veel jongens hadden het al verteld. Na de dood van zijn vrouw had hij een stevige jas uitgedaan. Iets verontrustte mij die middag. Ik durfde het niet hardop uit te spreken, maar mijn gevoel fluisterde: het is klaar met meneer Michels. Hij vindt het wel goed zo.
Voor het eerst ontmoette ik hem bij het wk in 1990. De lift van Hotel Crowne Plaza, een chique tent in de schaduw van het Pantheon. Ik zei niks omdat ik weet wanneer ik nederig moet zwijgen. Hij was samen met zijn vrouw Wil. Hij brak het ijs met de woorden: ‘Hé, mister Buckler is er ook!’
In de hal beneden praatten we nog even door over voetbal, Toon Hermans en het linkerbeen van Pavarotti, die in diezelfde lounge zat te puffen. Tijdens dat gesprek schudde een man hem vlug de hand. Toen hij weg was, vertelde hij wie het was. Een speler die hij ooit getraind had bij 1. FC Köln, die nogal onder de plak van zijn vrouw zat, waarop hij op Michelsiaanse wijze afrondde met: ‘We noemden haar altijd Wil!’ Mevrouw Michels lachte stralend.
Waarom was de voetbalcompetitie vroeger veel en veel leuker? Omdat alleen de kampioen mee mocht doen aan de Europacup. En waarom was de Europacup leuker? Omdat je er elke ronde uitgeknikkerd kon worden. Elke wedstrijd was daarom spannend. De Champions League is aangelengde commerciële rommel. Voetbal is een testbeeld geworden waar je verveeld langs zapt.
Daarom schoot ik ook vol. Omdat meneer Michels heeft bijgedragen aan heel veel gelukkige uren van mijn gemakkelijke jeugd. Vroeger duurde een Europacupwedstrijd ongeveer veertien dagen. Twee weken had je lichte verhoging en vrat je alles wat met de wedstrijd te maken had. Sportprogramma’s, foto’s, speldjes, sleutelhangers en elke lettergreep van een speler of trainer liet je zestien keer door je gehoorgang joggen. En zeker de duidelijk uitgesproken lettergrepen van de schaarse woorden van Rinus Michels.
Ik kan nog zoveel tevoorschijn toveren uit die tijd. De mistwedstrijd tegen Liverpool, 4-0 uit gewonnen van Nürnberg, de zinderende trilogie tegen Benfica met de ontknoping in Parijs, de afdroogfinale tegen AC Milan (drie keer Prati!), de uitoverwinning tegen Atlético Madrid en uiteindelijk de finale op Wembley tegen het Griekse Panathinaikos. Voor vijfenzeventig gulden (reis én kaartje!) was ik erbij.
Hij en Ernst Happel stonden aan de basis van het Nederlandse voetbal. Zij creëerden een nieuwe mentaliteit. Zij maakten kampioenen. Niemand van mijn generatie vergeet toch het wk ’74? Wat een fantastisch kampioenschap. Genoeg over gezegd en gesproken.
In 1988 flikte hij het nog een keer. En toen helemaal goed. Europees kampioen. En hoe. Ik was er toen door privé-omstandigheden niet bij, maar woonde het hele EK in de televisie.
Na de dood van zijn vrouw was het met hem gedaan. Iedereen zei het, iedereen zag het en hij was de laatste die het ontkende. Hij vond er nog maar weinig aan. De laatste keer sprak ik hem na mijn voorstelling in Carré. Hij had een mooie avond gehad, verzekerde hij mij, en hij had hard gelachen. Maar met zijn tweeën is lachen leuker.
Paar weken later ging hij onder het mes. Een nieuwe hartklep. Maar dat was het natuurlijk niet. Het hart was gebroken. Meneer Michels bestond namelijk al jaren uit meneer en mevrouw Michels. Vandaar. De chirurg heeft het gezien. Hier was geen redden meer aan.
Ik denk aan een man die mij en met mij miljoenen zoveel prachturen heeft bezorgd, prachturen waarin ik niets anders kon denken dan: Het leven is wél leuk!
Broervansyndroom
Zelf had ik er nooit zo’n last van. Ik bedoel het broervansyndroom. Ik was jarenlang de broer van de watervlugge, eenhandige linksbuiten van het Nederlands hockeyteam. Ik was er zelfs wel trots op. Iedereen roemde zijn sportieve kwaliteiten. Daarbij is mijn broer Tommy een aardige man en ik vond het altijd leuk als iemand mij in een café of op een feestje confronteerde met de familierelatie. Het kan erger. Je zal de broer van de broer van Carlo Boszhard zijn. Of de zus van Edwin de Roy van Zuydewijn. Zo’n dubbele naam heeft wel weer het voordeel dat je bij het voorstellen de helft weg kunt laten. In barre tijden noem je jezelf gewoon De Roy of uitsluitend Van Zuydewijn. Ik zou in hun geval trouwens glashard Jansen zeggen. Hoorde laatst dat zelfs de hond Paco zijn naam officieel veranderd heeft.
Ik kom hierop door de rouwadvertentie van de broer van Rinus Michels. De hele blubber van een niet al te vrolijke familierelatie werd in een regel of wat naar buiten gekotst. Op het sterfbed hadden de oude mannen het gelukkig toch nog goed gemaakt. Als dit geen voer voor het rapaille van de roddelbladen is. Vandaag bij het definitieve afscheid van De Generaal staan alle telelenzen van de rioolratten ongetwijfeld gericht op de broer van de nieuwe bondscoach van Droomland.
De broer van Rinus Michels. Het lijkt mij een dagtaak. Meer dan veertig jaar lang moet je overal en nergens aan allerlei lulletjes lampenkatoen uitleggen dat je de broer bent van de man die zo beroemd was dat alleen al zijn stemgeluid de omzet van een ontbijtkoekenbakker kon verdubbelen. Dat is jouw broer. Niemand vraagt ooit wat je doet, wat je hobby’s zijn, waar je woont en waar je op vakantie bent geweest. Nee, iedereen wil alles van je broer weten. Je moet altijd, maar dan ook altijd over je broer praten. Ik zou, als ik de broer van Rinus was, mijn broer zijn gaan haten.
Maar als ik de familie Michels was, had ik de broer beschermd tegen zijn bekentenissen in de rouwadvertentie. Ik had deze kleinburgerlijke ellende lekker binnenskamers gehouden. Dat soort familieleed gaat niemand toch wat aan? Hoewel? De spiegel zal ook troostend werken. In alle families is het hommeles en nu we weten dat het bij de familie Michels ook geen koek en ei was, gaat er ongetwijfeld een zucht van verlichting door de Nederlandse nieuwbouw.
Waarom zou je de ellende zelf melden? Afgelopen week liet een tragische miljonair uit de Betuwe vier sleepvliegtuigjes boven zijn huis cirkelen om zijn vrouw ervan te overtuigen dat hij nooit vreemd was gegaan. Hij had er een journalist en een fotograaf van een landelijk ochtendblad bij gehaald. Ik denk dat die vrouw nu onmiddellijk van die gek verlost wil worden. Tot nu toe had ze de huwelijkse ellende binnenshuis kunnen houden, maar nu weet het hele dorp het. Het hele dorp? Het halve land. Ook staat er nog in het artikel dat zij dacht dat hij vreemdging omdat ze een kartonnen koffiebekertje van McDonald’s in zijn auto vond. Dat soort treurigheid. Daar hebben Annelies en Robert Wennekes uit Kerk-Avezaath het over. Ik zou als ik die Annelies was snel vluchten. Ze woont met een levensgevaarlijke gek.
Sleepvliegtuigjes zijn bekend speelgoed van simpele te rijke zielen. Zo verpestte ooit een gefortuneerde vader in het Gooi het huwelijk van zijn dochter door boven het stadhuis van Naarden twee vliegtuigjes met de tekst Lieve Marja, ik mag er niet bij zijn, maar toch van harte – Papa te laten cirkelen. Ik heb haar toen aangeraden om tijdens zijn sterfbed een vliegtuigje met de sleeptekst Sterkte – Marja boven het ziekenhuis te laten cirkelen. Maar dat durfde ze niet.
Kortom: hou de vuile was in de mand. En als je het moeilijk vindt om door het leven te moeten als de broer-van kan ik je aanraden om zelf beroemd te worden. Wereldberoemd in Nederland, herkend in Stadskanaal en Schin op Geul. Heerlijk. Nageroepen in Den Helder en Terneuzen. Op zo’n moment denk ik altijd blijer dan ooit: Het leven is wél leuk!
Uit Putten
Ben ver weg. Zit in Peking. Chinese tournee. Begonnen in Hongkong, vanavond hier en volgende week in Sjanghai. Vrolijk toertje. Het is weer eens wat anders dan Putten, waar de culturele raad de naam van je programma verandert omdat de titel voor de plaatselijke zwartkousen aanstootgevend zou kunnen zijn. Dit overkwam Claudia de Breij. Haar programma heet Claudia zuigt maar het plaatselijke dorpshuis had er Claudia speelt van gemaakt. Waarom? De gemiddelde gereformeerde denkt toch niks bij zuigen? Hooguit aan stof. Meer valt er toch ook niet te zuigen op de Veluwe?
Uiteindelijk is Claudia tijdens de voorstelling van het podium gestapt omdat een of andere vidioot haar met een camera zat op te nemen. Of ik dat ook gedaan zou hebben? Ik was er niet eens opgestapt. Als men op voorhand al aan de inhoud van mijn werk gaat zitten sleutelen, dan blijf ik die avond lekker thuis.
Dit soort dorpsrelletjes is lekker nieuws. Zeker als je het leest in een vliegtuig dat je met hoge snelheid lekker ver van je vaderland verwijdert.
Was ook wel toe aan wat afstand. Te veel radeloos gekakel gehoord de laatste tijd. Kauw nog steeds op het optreden van de paranoïde nepbaron Edwin bij de heren Barend en Van Dorp. Ik mag die Margarita hartelijk feliciteren met het feit dat ze bij deze enge man weg is. Ik kijk wel erg uit naar zijn nieuwe politieke partij. Zeer benieuwd wat voor patiëntenvereniging dat gaat worden. Misschien wordt het net zoiets als Wilders. Want die is ook helemaal de weg kwijt. In zijn beginselprogramma worden ministeries opgeheven, de ontwikkelingshulp stopgezet, de helft van de ambtenaren ontslagen.
Aandoenlijk programmaatje, Geert. Je hebt me in het vliegtuig heerlijk laten grinniken. De rechtse Mozart van de lage landen. Vroeg me alleen af of je, als je de islamitische scholen gaat verbieden, ook de School met den Bijbel in Putten gaat sluiten.
Ik vind zo langzamerhand alles best. Als je dat haar maar zo houdt. Normaal vind ik alle geverfde mannen enorme tutmutsen, maar jij moet dat tragische bleekwaterkapsel zo houden. Het is zo grappig om zo’n geparfumeerde nicht in het parlement te hebben. Ik raad je aan om prins Edwin de Roy van Zuydewijn als tweede man aan te stellen. Verder kan je Ratelband nog vragen en dan heb je volgens mij een uiterst vrolijk cocktailtrio. En mocht je nog een vierde man nodig hebben, dan stel ik Bart Chabot voor. Lijken me heerlijke vergaderingen. Waar jullie het over hebben doet er niet toe, maar kakel lekker door elkaar heen. Roep maar wat. Dat er een ministerie voor worstenbroodjes moet komen of een hulpfonds voor verkeerd gespoten botoxteefjes. Maakt niet uit. Roep maar wat. Als je maar in die Kamer blijft.
Ondertussen sjouwde ik een dag of wat door Hongkong. De stad is benauwd, druk, erg leuk en er wonen in een bepaalde wijk 160.000 mensen op een vierkante kilometer. Hoe ze dat doen weet ik niet, maar ze doen het. En tussen die miljoenen Chinezen lopen natuurlijk ook veel rare types als Wilders en Edwin. Maar hier versta ik ze niet. Zij mij ook niet en dat is maar goed ook. Ik zou hier met mijn conferences niet ver komen. Want China is natuurlijk één groot angstig Putten. Wilders en prins Edwin kwamen hier ook niet ver. Daarom kan ik wel met een glimlach deze kant op vliegen, maar ik vlieg volgende week toch met een grotere grijns terug. Terug naar het landje waar nog steeds iedereen alles mag roepen. Hoewel? Op het moment dat ik dit schrijf, besef ik dat dezelfde Geert Wilders nog steeds ondergedoken zit. Net als Ayaan. En Pim en Theo zijn al dood. Vermoord.
Ik schrijf deze regels hemelsbreed een kilometer van het Plein van de Hemelse Vrede. Er zijn tienduizend executies per jaar in China. Ik kijk naar buiten, de avond valt over een vredig ogend Peking. Opeens vraag ik me af of dat schroefje een microfoon is en ik weet al lang dat ik glashard lieg als ik hier schrijf: Het leven is wél leuk!
Zondevoeding
Hier in Sjanghai probeer ik mijn vaderland te vergeten, maar dat is niet gemakkelijk. Ik loop over een straatarm marktje, ruik de verschrikkelijke stank van een doerian en moet onmiddellijk aan het benauwde Nederlandse literaire wereldje denken. Leon de Winter loopt door mijn hoofd. Hij kreeg onlangs ruzie met een paar verlate pubers, die de Gouden Doerian voor het slechtste Nederlandse boek wilden uitreiken. Zijn vrouw Jessica Durlacher stond met haar meesterwerk Emoticon op de longlist. In plaats van dat hij erom kon lachen of deed of hij het niet eens gelezen had, klom hij in de hoogste klapperboom en begon te foeteren. Of hij Goebbels erbij haalde? Maakt u zich geen zorgen. Goebbels werd erbij gehaald.
Toen vond ik het allemaal te kinderachtig voor woorden, maar nu ik zo ver van huis door die specifieke Aziatische doeriangeur aan het relletje moet denken, krijg ik opeens de pest in. De doerian herinnert me aan Hollandse spruitjes.
Prins Bernhard schoot ook nog even door mijn hoofd. In Peking belandde ik diep in de nacht in een hele treurige hoerenkit vol blinde snollen. Als je in mijn oor gaat lispelen dat ik een nice body heb, dan ben je toch wel toe aan een roodwitte stok en een kwispelende geleidehond. In die tent zaten treurige Europeanen van midden vijftig met meisjes van een jaar of negentien te zwijgen. Taalprobleem. Dus dan wordt het een beetje tragisch braillegewriemel in de erogene zones. Een Nederlander zei dat hij misselijk werd van het leeftijdsverschil en ik legde uit dat de man die ons zeer gewaardeerde koningshuis overeind heeft gehouden, hem op die leeftijd ook in zo’n jong ding frommelde. Een paar dagen later zag ik in het Journaal dat er in Wageningen een bevrijdingsmonument komt dat sterk doet denken aan een erectie. En het monument was ook een ode aan onze prins zaliger. Ik ga, gezien de tijd van het jaar, nog steeds uit van een aprilgrap. Ik zou, als je toch met humor bezig bent, in de zijkant heel groot het bankrekeningnummer van Victor Baarn beitelen.
Het Journaal in Sjanghai? Geen enkel probleem. Je plugt je laptop in de muur van je hotelkamer, gaat naar een bepaalde site en als je wilt, krijg je zelfs Linda de Mol met Loveletters op je scherm. Dat moet je wel willen. Als verdrietige Amsterdammer had ik de vier doelpunten van psv in de Arena maar even niet aangeklikt. Had van mijn zoon begrepen hoe vernederend het allemaal was. Zinloos, want op mijn vlucht tussen Peking en Sjanghai werden de Brabantse doelpunten in het vliegtuig van Dragon Air alle vier groot vertoond.
Ver van huis loskomen van je vaderland is moeilijk. In Sjanghai zag ik de eerste dag een Nederlander in de lift van het hotel, ’s avonds ontmoette ik hem in een kroeg waar Nederlanders mij mee naar toe hadden genomen en de avond daarna kwam ik hem weer tegen in een ander café. Elkaar in twee dagen drie keer tegenkomen in een stad van twintig miljoen mensen, vind ik veel. Maar Nederlanders klonteren net als de andere buitenlanders graag samen.
In de kroeg die de Nederlanders in Peking tot hun clubhuis hebben omgedoopt, wordt tijdens de borrel een bitterballetje geserveerd. Heimweevoedsel. Het eten in China is fantastisch. Maar niet voor iedereen. Een Nederlandse ex-pat in Peking vertelde mij dat hij elk halfjaar een doosje Nederlandse frikadellen het land insmokkelt. Zijn vrouw vriest ze in en elke zondagavond zit de Brabantse familie te smikkelen van een open ruggetje, zoals ze het frikadelletje ketchup noemen. Een andere landgenoot neemt altijd Nederlandse sambal mee omdat die Chinezen dat volgens hem niet kunnen maken. Zondevoeding.
Vanavond land ik zacht op Schiphol en mompel ik nog een keer het Chinese tourneerijtje Hongkong-Peking-Sjanghai en dat klinkt anders dan Deventer-Delfzijl-Dordrecht. Duizenden beelden, geluiden en geuren vullen mijn kokende hoofd. Rinkelfietsen, toeterauto’s, wolkenkrabbers, sloppenwijken en knipperreclames. Hoeren, travo’s, gokkers en massage-Chinezen. Het was veel, heel veel, en meer dan regelmatig dacht ik de afgelopen twee weken: Het leven is wél leuk!
Probleemrijk
Verbaasd was ik wel over het feit dat John de Mol mij had uitgenodigd om met hem te brainstormen over zijn nieuwe familiezender. Vooral omdat ik de mediamiljardair in dit krantenhoekje nogal eens voor rotte vis heb uitgemaakt. Ik vroeg hem waarom hij juist mijn mening wilde horen. Zijn antwoord was simpel: ‘Tegenstand vonkt en houdt wakker’.
Of ik een naam voor zijn zender wist? Kliekjes-tv! Waarom? Omdat ik bij dat Talpa-gedoe zo’n gevoel van opgewarmde hapjes heb. Voetbal en dan geen Chelsea–ac Milan, maar Roda jc-rkc. Verder de uitgekeuvelde Barend & Van Dorp, zijn zus en nationale troeteltrut Linda, een Albertloze Beau en het muffe afgekloven Big Brother. Geen zender dat je denkt: ik stel mijn emigratie een jaartje uit.
Of ik ideeën had? Persoonlijk dacht ik aan Probleemwijk en dan niet Brabantse Bronx vol getatoeëerde analfabeten, die stoned van hun eigen wietplantages elkaars ruiten inkinkelen, maar de Blaricumse variant. Dan zie je Antony Burgmans van Unilever, goed voor twee miljoen euro per jaar, die door de chauffeur van de Kleisterleetjes van Philips vierkant wordt uitgelachen omdat hij regelmatig zijn eigen zwembad staat te zuigen. Of je toont aan dat Moberg volgens de woensdag gepubliceerde jaarcijfers keurig de karige 3,5 miljoen euro vangt, maar dat er in een geheim laatje in het Ahold-hoofdkantoor een ander jaarverslag ligt waarin hij via de Zaanse boekhoudmethode de ooit beloofde tien miljoen alsnog vangt. Of dat je de baas van Nuon (800.000 euri!) zes dagen op een monteur van zijn eigen bedrijf ziet wachten.
Verder lijkt het me leuk om in te breken in de pc van een bn’er, dus dat je de geile chatsessies tussen bijvoorbeeld Peter R. de Vries en een hitsig redactieblondje laat zien. Dat is niet leuk voor de vrouw en kinderen van De Vries, maar dan had papa maar niet zo opgewonden moeten msn’en. Wij bepalen wat er moreel wel of niet in de computer van Peter hoort.
Maar het leukste lijkt me een reportage over de Sittardse nieuwbouwwijk Hof Kollenberg, waar benauwde Limbo’s bang zijn dat hun huis in waarde daalt omdat er ook een paar lieverds met een verstandelijke handicap komen wonen. Dan zet je zo’n buurtmongool bij het hek van zo’n geglazuurd villaatje en die gaat dan vragen stellen aan een verveelmevrouw, die haar clubs in de auto laadt om met een paar geeuwvriendinnen te gaan golfen. En dan laat je die mevrouw aan die debiel de regels en de bedoeling van de golfsport uitleggen. Dat je een paar uur door de laatste restjes natuur struint om een balletje richting een gaatje te meppen. En dat dat ontspant. Die mevrouw moet dat zestien keer uitleggen. Niet omdat de Kollenberg-josti de regels niet begrijpt, maar omdat hij niet snapt dat dat ontspant. Volwassen vrouw probeert balletje in gaatje te krijgen en knapt daarvan op. Dan vergeet ze even alles! Het suffe seksloze huwelijk, het jonge willige kantoormokkeltje van haar verliefde man, haar domme Lonsdale-zoontje, het maandelijkse gevecht om de buren financieel bij te benen en meer van dat soort doorzonzorgen. En dan wil ik dat die debiel daar echt niks van begrijpt en de mevrouw zo vreemd vindt dat hij besluit om te verhuizen. Omdat hij bang is dat met dit soort buren zijn eigenwaarde daalt. De jongen legt haarscherp uit dat dat het ergste is wat er in je leven kan gebeuren. Het dalen van je eigenwaarde.
Doodstil keek John me aan en vroeg: ‘Wat is de moraal? Wat willen we ermee zeggen?’
‘Heel simpel,’ antwoordde ik. ‘Dat debielen niet golfen!’
‘Verkocht,’ zei John. ‘Prachtidee! En die jongen wordt dan haar caddy, zodat het dan alsnog goed afloopt. Da’s leuk voor de kijkcijfers. Zo’n blije debiel in een elektrisch wagentje softfocus gefilmd. En dan laten we die lieverd aan het eind van het programma met een Burberry-sponsorpetje op zijn hoofd in de camera kijken. En dan komt er een voice-over, het liefst de stem van mijn zus Linda en die zegt dan tot slot: ‘Het leven is wél leuk!’
Duitse herder
De eerste Nederlandse agent die vijf keer raak schiet. Dat was mijn reactie toen ik over het gezinsdrama in Hilversum hoorde. ’s Avonds kwam een deskundige vertellen dat het ook met het beroep van de hoofdagent te maken zou kunnen hebben. We moesten de werkdruk bij de politie niet onderschatten. Donder op met je softe deskundigengeneuzel, dacht ik. Het gezin is gewoon een achterhaalde samenlevingsvorm. Het aantal gezinsdrama’s per jaar valt mij alleszins mee. Zelf heb ik ook regelmatig de neiging om bij mij thuis het hele zootje ritueel om te leggen. Vooral op regenachtige herfstvakantiemiddagen als de familie zich al een dag of vier in een benauwd vakantiehuisje horizontaal ligt te vervelen. Dan kan ik zeer begerig naar de Japanse messenset loeren. En dat heeft niks met de ondraaglijke werkdruk van de cabaretier en schnabbelcolumnist te maken. Zo’n elkaar de tent uit jennende familie is gewoon niet te doen. Het gezin is een geforceerde constructie. De meeste kinderen juichen zich op hun achttiende het huis uit en doen hun jaarlijkse best aan een verschrikkelijk kerstdiner. Tot de dood van de ouders houden de broers en zusters het vol. Daarna flikkeren de meeste families op natuurlijke wijze onlijmbaar aan scherven. Alleen jammer dat ze zelf ook weer een gezin gesticht hebben.
Alleen voor de christenen is het gezin nog de hoeksteen van de samenleving. En voor de rooms-katholieken kan die hoeksteen niet groot genoeg zijn. Condoomloos doorfokken is het devies van een club bejaarde vrijgezellen in Vaticaanstad. Het was daar deze week groot feest. De schaapjes hebben een nieuwe herder gekozen. Een Duitse herder.
Bij een Duitser van 78 ga ik onmiddellijk zitten rekenen. Hoe groot is de kans op een bruin verleden? In dit geval was die kans wel erg groot. In 1927 geboren en daarna getogen in Beieren? Dan kan hij er niks aan doen. Toch moet God hem niet. Iedereen kent het verhaal van Kaïn en Abel. Beiden brachten een offer aan God. Abel verbrandde zijn liefste kalfje en volgens de gelovigen accepteerde God de rook. Deze was wit en kringelde richting de hemel. Kaïn joeg de hens in zijn tuinafval. De rook was zwart en sloeg neer. Volgens de Bijbel moest God hem niet. Ik geloof niks van die onzin. Ik denk: die Abel was een dierenbeul en had wind mee. En die Kaïn was efficiënter en had wind tegen. Maar volgens de gelovigen is het een keuze van God geweest. Als dat zo is, dan moeten ze nu ook even goed nadenken. Onze kardinaal Simonis heeft verklaard dat nadat Benedictus XVI gekozen was de Sixtijnse Kapel blauw stond van de rook. De kardinalen kuchten de kalotjes van hun tonsuur. De rook wou niet wit worden, laat staan opstijgen. Dus dan zegt God volgens mij: ‘Foute keus, oprotten met die Duitser!’ Maar de kardinalen gaven de schuld aan de kachel. Zo is geloven wel heel erg gemakkelijk.
Fantastisch briefje van Trix. Even melden dat ze de paus helemaal geen charlatan vindt. Hoe kan ik een niet gekozen staatshoofd van een klein kutlandje nou niet erkennen? Daarmee zou ik mezelf en mijn hele familie toch volkomen belachelijk maken, had ze in eerste instantie geschreven, maar deze regels waren door de rvd geschrapt. Het meest moest ik lachen om het schilderijtje dat het volk aan de jubilerende vorstin gaat aanbieden. Een doekje van 800.000 dollar dat de ex van prinses Christina vlak na zijn scheiding heeft verkocht. Dan hoefden de Oranjes aan deze vrolijke Cubaan geen alimentatie te betalen. En nu mag het volk hetzelfde doekje terugkopen en weer aan de Koninklijke Familie schenken. Dus wij onderhouden met zijn allen de bijstandsvader Jorge Guillermo!
Maar ik hou van Trix. Zeker als ze deze week de 26.000 asielzoekers met een generaal pardon beloont onder het motto: jullie wonen hier langer dan onze Máxima, dus waarom niet…
En als iemand aan haar vraagt waarom ze zo’n royaal gebaar gemaakt heeft, zal ze zachtjes zeggen: ‘Mazzeltje in de schilderijenhandel en daarom voel ik lente. Heel soms denk ik heel stiekem: Het leven is wél leuk!’
Eindelijk thuis
Dit wordt mijn laatste column in deze krant. Per 1 mei stap ik definitief over naar De Telegraaf. In gedachten zie ik veel lezers nu enigszins raar kijken. Youp naar De Telegraaf? Maar dat vond hij toch altijd een heel sneu rechts schreeuwkrantje voor ultradomme mensen? Dat vond ik ja. Met nadruk op vond. Inmiddels heb ik bij De Telegraaf een aantal aardige mensen leren kennen van wie ik alles mag schrijven. Dat heeft de hoofdredactie mij gegarandeerd. Ook over de karpatenkoppige lezers van die krant. En ik mag er meer doen. Puzzelrubriekje, operetterecensies en een vrolijk kookhoekje. Dat mocht ik bij deze krant allemaal niet. Eergisteren heb ik mijn overstap aan de hoofdredactie van nrc Handelsblad bekendgemaakt. Ze kwamen nog wel met een burgerlijk verweer dat ik vorig jaar een contract had getekend voor 400.000 euro per jaar! Wat een ouderwets moralistisch gelul. Dat was vorig jaar en ik kreeg van het wakkere ochtendblad een artistiek niet te weigeren aanbod. Plus een puzzelrubriek, operetterecensies en het kookhoekje. Ik geef toe dat ze inderdaad meer dan vier ton boden, maar meer geld is niet de reden van mijn vertrek. Ik ga weg omdat ik mij bij De Telegraaf creatief gezien beter kan ontplooien. Die kans heb ik de afgelopen twintig jaar bij nrc nooit gekregen. En voor de goede orde: ik blijf socialist.
Maandagavond zal ik bij Barend & Van Dorp mijn opmerkelijke stap toelichten en dan zal ik ook meteen bekendmaken dat mijn oudejaarsconference 2005 door John de Mol op Talpa wordt uitgezonden. Waarom ik het bij Frits & Henk vertel? Omdat zij mij geen lastige vragen zullen stellen over John. Zij zullen niet zeggen dat John de koning van de wansmaak is en vooral randdebielen-tv à la Big Brother produceert. Zij horen zelf bij zijn stal. En als zij vragen waarom ik vorige week op alle podia nog riep dat ik een godsnakende hekel had aan deze pulptelevisieproducent dan zal ik uitleggen dat dat cabaret is. Dat is mijn werk. Dat moet je los zien.
Gisteravond had ik een heerlijke commerciële welkomstborrel bij mij thuis. De fijnbesnaarde Wilma Nanninga van Privé heb ik uitgelegd dat ik het nooit meende als ik haar een dom lijkenpikkend gansje noemde. Het spijt me zelfs. De rest leest u maandag in een openhartig interview. Aan John de Mol, die lang bleef hangen, heb ik verteld dat hij al mijn kritiek aan zijn adres niet al te serieus moet nemen. Ik ben eigenlijk een grote bewonderaar van de kijkcijfermiljardair en ik heb hem ook verteld dat ik zo blij en trots ben dat ik nu bij de club hoor. Verder kwamen Froger, Joling en Gordon een biertje drinken. Zij hebben meteen wat opnamen voor hun reality soap gemaakt. Ik vind die jongens al zo lang zo goed en was er zo trots op dat ze bij mij thuis wilden filmen. Ze zijn namelijk best kritisch. Het is iets wat ik in het najaar ook ga doen. In 17 delen kunt u het wel en wee van de Van ’t Hekjes zien. Verder heb ik gisteravond eindelijk kennis gemaakt met Carlo & Irene (leuke mensen, erg spontaan, zit zondag al in hun programma), Conny en Hans, Robert ten Brink (regelt een reclame voor mij en mijn kinderen - twee ton bruto!), Albert Verlinde (gaat ook weg bij dit linkse parochieblaadje), Beau (ving een miljoen netto voor die ondergoedcommercial en kijkt wat hij voor mij kan doen!) en een nog wat timide Spijkerman. Timide omdat hij nieuw is in dit gezelschap en nog een beetje van slag omdat Vara Keur het programma Kopspijkers heeft stopgezet.
‘Het is regelrechte contractbreuk,’ zei een nog nasnikkende Jack en als Jack ergens niet van houdt…
Maar maandag vertrekt hij met zijn voltallige spijkercabaret voor de opname van Bobo’s in the Bush en dan heeft hij twee heerlijke weken om het allemaal te vergeten…
Zelden zag ik mijn vrouw en de echtgenote van Jack zo genieten. Ik hoorde ze dan ook tegelijk kraaien: ‘Het leven is wél leuk!’
Zonderling
Niet lang geleden bezocht ik een oude zieke vriend in zo’n veel te groot medisch centrum. Voor ik zijn kamer had gevonden was ik een uur verder. Een of andere autist had in dit nieuwe ziekenhuis een designbewegwijzering ontworpen, die je alleen kon snappen als je minimaal drie flessen illegale Georgische wodka had genuttigd. Uiteindelijk arriveerde ik op de betreffende afdeling. In de hal bij de liften zat een plukje gestreeptepyjamamannen illegaal te roken. Twee van de drie hadden een stellage op wieltjes waaraan een zak met troebele urine hing.
Mijn vriend lag op de rochelkamer en hij lag net als de rest pruttelend te slapen. Ik heb een kwartiertje bij hem gezeten en alles op het zaaltje goed geobserveerd. De voorgedrukte beterschapkaarten, het kartonnen mandje treurig fruit, een puzzelboekje en het onaangeroerde blad met ziekenhuisvoedsel.
‘Meneer eet slecht’, sprak de aardige verpleegnicht. Ik tilde de deksel van het bord en zag wat rouwrandworteltjes, kruimaardappelen en een kromgetrokken stukje draadjesvlees. Dit alles in een gestold piskleurig sausje. Naast het bord stond een zurig griesmeeltoetje.
‘Meneer heeft gelijk,’ was het enige wat ik kon antwoorden. Toen ik wegging, trof ik bij de lift zijn zoon, die diep zuchtte over de vervelende bezoekuren, de avondspits en zijn ontregelde gezin. Burgerlijk geneuzel dus. Het duurde hem allemaal te lang. Hij moest elke dag uit Almere komen. Daar woonde hij op Frietsaus 11.
‘Dus je bent blij als hij dood is’, opperde ik. De zoon schrok van mijn woorden. Ik niet.
Later begreep ik dat mijn vriend helemaal niet meer wakker is geworden. Hij sliep die avond vredig in. Zo stond het op de kaart. En volgens de nabestaanden was hij nu bij mama. Hoe ze dat zo zeker wisten stond er niet bij. Zo’n rouwkaart met zo’n dun grijs randje. Paar dagen later was de clichécrematie met na afloop slappe niet te warme tempokoffie en een zompig broodje. De uitvaartleider keek steeds heel discreet op zijn horloge en precies op tijd waren we de koffiekamer uitgebonjourd. Toen ik omkeek, zag ik een verse verdrietfamilie de ruimte betreden. Een paar weken later sloegen de kinderen van mijn vriend elkaar de hersens in om twee oude kandelaars, een valse piano en een Tomado-afdruiprek.
Veel en vaak heb ik nagedacht over het dertien-in-een-dozijn-einde van mijn vriend. Via aanleun en bejaardenhuis naar een verpleegtehuis en dan via een hospitaal je urn in. Hoe kan je voor jezelf zo’n ziekenfondsslot voorkomen?
Word zonderling. Doe als de twee weken geleden overleden Amsterdammer Jean Voitus van Hamme. Mijd jarenlang elk contact met je buren, hou een tamme kraai op zolder, voer piepkuikens aan de reigers en verzamel zoveel vuil in je huis dat iedereen door de stank op afstand blijft. Het einde is gruwelijk en mensonterend en toon dat aan de wereld. Toen zijn geliefde Paula stierf, wilde hij haar nog even bij zich houden. Niks lijkwagen, kist en dan oven of graf. Gewoon thuis vergaan. Opgerold in een oud tapijt. Misschien heeft hij haar ook wel aan de reigers gevoerd. Dat die nieuwe mussen tussen de piepkuikens door af en toe een stukje Paula kregen. Kan misschien op haar rouwkaart: Heeft haar lichaam ter beschikking gesteld aan de reigers. Ik vind het pure poëzie.
Jean Voitus van Hamme had gelijk. Hij wilde niet in een bejaardenhuis waar de televisie nog harder staat dan de verwarming. Had hij zijn dode lief aangegeven dan was er een leger hulpverleners op hem afgekomen. Intakegesprek, oriëntatie-ontmoeting, aftastbijeenkomst en uiteindelijk was hij tussen de murmelende pampers geëindigd. Voorgebakken voor de uiteindelijke crematie. Kijk naar het eindelijk weer leuke Jiskefet en je snapt alles. Jean Voitus van Hamme verdient een standbeeld als voorvechter van het individuele sterven.
Zo ga ik het ook doen. Dus als u over dertig jaar een klein, dik, kaal, oud mannetje met een zak piepkuikens over de Albert Cuyp ziet scharrelen dan moet u goed naar hem luisteren. Op een gegeven moment stapt hij op een zeepkist en schreeuwt hij tegen de hongerige vogels: ‘Het leven is wél leuk!’
Geloof erbij
Is de aangespoelde pianoman de nieuwe Messias? Dit was donderdag het sluitingstijdonderwerp in mijn stamkroeg. De vaste gasten hadden genoeg op om er een heldere mening over te hebben. Iedereen sprak inmiddels alsof hij een keilbout als tongpiercing had, maar men was het erover eens dat de pianoman buitenaards moest zijn. Het is onmogelijk dat iemands foto wereldwijd verspreid wordt en dat hij vervolgens door niemand wordt herkend. Dan ben je niet van hier. Welk ruimteschip bracht hem?
Tot een paar dagen geleden was ik wars van zaken als buitenaards leven, ufo’s en een andere wereld. Alle waarzeggers, handlezers, voetzoekers en piskijkers konden wat mij betreft de boom in met hun rare glazen-bolbabbeltjes. Vooral bij het medium Jomanda kreeg ik altijd een niet te stoppen slappe lach. Geflipt in Tiel, dacht ik steevast als ik de hemelsblauwe heks op televisie zag doordraaien in een veilinghal vol halve zolen. Wat een klootjesvolksverlakkerij was mijn primitieve mening. Maar daar is verandering in gekomen sinds ik deze week een televisiefragment van het Betuwse medium met mijn naar Tien vertrokken vara-collega Jack Spijkerman zag. Het was een opname uit 2001. Jack reikt aan de waterinstraalster de gouden nachtspiegel uit. Dat was toen een onzinbokaal voor iemand die zich volgens het programma Kopspijkers een beetje belachelijk gedragen had in de media. Je ziet Jack en Jomanda een beetje bekvechten en zij vertelt hem dat hij ooit ontmaskerd zal worden door het cijfer 10! Dat hij door het cijfer 10 zijn ware aard zal tonen. Het fragment is te zien op www.geenstijl.nl en ik kan iedereen aanraden om het goed te bekijken. Niet om die arme Jack te pesten, maar om het feit dat die rare Jomanda vier jaar geleden dat getal 10 zo stellig noemde. Ze zegt ook nog dat Jack haar te zijner tijd zijn excuses moet komen aanbieden. Lijkt mij een glorieus begin van zijn programma op die nieuwe zender. Ik heb het fragment inmiddels een paar keer bekeken en twijfel ondertussen behoorlijk aan mijn bijgeloofcynisme. Ik vrees dat ik al die jaren behoorlijk misgeschoten heb en dat deze dame inderdaad contacten onderhoudt met een hogere macht.
Terug naar de pianoman. In eerste instantie dacht ik dat het gewoon een stuntende concertpianist was. Een man die probeert om internationaal door te breken. Slim plan: smoking huren, de zee in lopen en daarna verward op het strand gaan liggen. Ik dacht ook nog even aan een stuntje van een studentendispuut, maar nu weet ik het zeker: de pianoman is gezonden door de baas van Jomanda, ofwel door God zelf. Hij komt de schoonheid prediken. De woordenloze verlosser praat door te zwijgen. Hij musiceert. Muziek is universeel en mooie muziek stemt mensen positief. God ziet al veel te lang dat er uit zijn naam gevochten wordt. Bijbels worden al eeuwen misbruikt om oorlogen te voeren en korans worden op wrede wijze door de plee gespoeld. Dit zet aan tot haat, leidt tot rellen en kan zelfs een wrede geloofsoorlog tot gevolg hebben.
Hoe los ik dit op? Dat dacht God begin april en hij kwam toen op het geniale idee om zijn autistische zoon te sturen.
‘Ze zullen hem in eerste instantie in een gesticht opsluiten, maar op een dag zullen ze hem pen en papier geven en dan zal hij een piano tekenen. Daarna zal hij een wereldtournee maken en in elk land bewonderd worden’, sprak de goede God lui loungend op zijn hemelse troon.
En zo zal het gebeuren. Binnenkort gaat de zwijgende pianoman op reis en zal hij overal triomfen vieren. Hij wordt het wonder van dit decennium en langzaam maar zeker wordt het alle gelovigen duidelijk dat er maar één God is en dat is de God van pianoman en Jomanda. De wereld krijgt één geloof! Het geloof van de zwijgende pianoman. De vrede daalt neer, de saamhorigheid groeit en de wereld wordt prachtig. Zo prachtig en saamhorig dat alle gelovigen vol overtuiging op de muren van de kerken en kazernes zullen spuiten: Het leven is wél leuk!
Tourneedruiper
Dus ik kom met mijn jaarlijkse tourneedruiper bij de huisarts, hij schrijft het gebruikelijke receptje voor en ik ga via de apotheek weer fluitend naar huis. Papa is weer schoon voor de zomer! De enige twee die van de kwaal weten zijn de dokter en ik. Zo gaat het al een jaar of twintig, maar dat is binnenkort verleden tijd. Want als de nieuwe plannen van minister Hoogervorst doorgaan, moet de dokter de kwaal doorgeven aan mijn verzekering. In dit geval Zilveren Kruis. Mooie naam voor de verzekering van je geslachtsziektes.
Bij de verzekeringsmaatschappij voert een lief meisje alle kwalen in in de computer en ze blijft even hangen op de naam Van ’t Hek. Vooral de combinatie druiper/ Y. van ’t Hek vindt ze interessant. Is dat Youp van ’t Hek? Die man is toch getrouwd? Dan kan je in principe toch geen geslachtsziekte oplopen? Of is zijn vrouw zo’n losbol? Ze checkt de adresgegevens en verdomd: Y. van ’t Hek, grachtengordel, Amsterdam. Dat moet hem zijn. Ze duikt wat verder in zijn dossier en ziet bilspleeteczeem, voetschimmel en okselroos. Interessant.
Het verzekeringsmeisje heeft nooit een eed afgelegd en vertelt ’s avonds in de kroeg over de druppelknuppel van de kleine cabaretier. Men stelt haar voor meer namen van zogenaamde bn’ers in te tikken. Leuk spelletje. En de volgende avond heeft ze inderdaad veel nieuws: Jack Spijkerman slikt sinds een paar weken pillen tegen vergeetachtigheid en Edwin de Roy van Zuydewijn heeft iets oranjebitters tegen wanen. Hij ziet zichzelf regelmatig als klein wit zwijntje en vreest binnenkort door Willem-Alexander persoonlijk te worden afgeknald! Rafaël van der Vaart gaat volgend seizoen uit voorzorg antidepressiva innemen. Als je vrouw voor hoer wordt uitgemaakt en je woont op een steenworp van de Reeperbahn dan krijg je het zwaar.
Ze heeft Rocky T. ook ingetypt, maar toen crashte de computer. Te veel medicijnen. Wat dom om John de Mol af te persen. John is op dit moment de Hilversumse Sinterklaas. Je hoeft hem helemaal niet af te persen. Als je hem belt en je zegt dat je op zijn zender iets wil stamelen, krijg je zo een paar miljoen.
Maar terug naar mijn zilverenkruiskwaal. Het is toch uiterst interessant dat de privacy van iedereen officieel geschonden wordt. Democratisch goedgekeurd door ons eigen parlement. De deur van de spreekkamer van de dokter kan voortaan open blijven. Iedereen mag horen dat de bekende homoseksueel zijn anus laat bleken op kosten van de zorgverzekeraar omdat hij al jaren psychisch lijdt onder zijn veel te bruine ster.
De hele week bazelt iedereen over de Europese Grondwet die me niks interesseert. Ik ben het namelijk zowel met ja-stemmers als met de nee-stemmers volledig eens en ik ben blij dat ik woensdag ver weg ben, zodat ik niet kan stemmen. En ik machtig ook niemand. Waarom niet? Omdat het niemand wat aangaat wat ik stem. Een doodgewone privacykwestie!
Daarom wordt het hoog tijd dat we massaal nee roepen tegen Hoogervorst. Dat er niet alleen een huisartsenstaking komt, maar ook een landelijke patiëntenactie. Dat we keihard opkomen voor onze huisartsen en onze privacy. Nog even en de verzekeraar weet dat zijn zwager al jaren Refusal slikt in verband met zijn drankprobleem en dat zijn labiele broer een psychisch watje is omdat hij er niet tegen kan dat er jaarlijks vijftig miljoen donzen kuikentjes levend in een kuikenversnipperaar worden gegooid.
De spreekkamer van de dokter dient hermetisch afgesloten te blijven. En niet de verzekeraar zegt naar welke specialist je wordt doorgestuurd, maar dat bepalen de dokter en jij samen. Verder niemand!
Daarom hoop ik dat de huisartsen weken doorstaken, net zo lang tot Hoogervorst er doodziek van is. De meeste dokters zijn te aardig om te staken en maken zich instinctief zorgen om hun patiënten. Maar ik smeek ze door te gaan. Al is het maar om mijn komende tournees vrolijk te houden. Mijn druiper gaat alleen mijn huisarts aan en verder niemand. Een artiest is een zeeman. In elk stadje een ander schatje! En bij al die meisjes wil ik keihard kunnen roepen: ‘Het leven is wél leuk!’
Euronetniet
Zit in Italië en sinds gisteren krijgt mijn laptop geen contact met mijn internetprovider. Steeds meldt een Italiaanse dame via een bandje dat contact met het door mij gekozen nummer onmogelijk is. Vóór die tijd was het geen enkel probleem. Tot donderdag kon ik vanuit mijn Romeinse hotel probleemloos surfen over het web en me onstuimig vrolijk maken over Jan Peter Balkenende, die na het overtuigende non van de Fransen zei dat ‘wij ze een lesje zouden leren’. De Fransen liggen inmiddels gierend van het lachen onder de Eiffeltoren en onze premier is daar de kwibus van heel Europa.
Maar goed, internetten kan dus niet meer. Vanuit dit huis in de Sabijnse heuvels is het onmogelijk om contact te krijgen. Wat doe je dan? Dan bel je de helpdesk van de firma Euronet om het probleem te bespreken. Dat kan niet omdat de helpdesk een 0900-nummer heeft en dat kan je niet bellen vanuit het buitenland. Ik verzin een list. Mijn kantoor belt het nummer en verbindt mij via de centrale door.
Ik vertel het probleem en de man van de helpdesk zegt dat het onmogelijk is om vanuit het buitenland het toegangsnummer te draaien. Ik vertel dat dat tot gisteren wel werkte. Onmogelijk. Toch is het zo! Kan niet! Welles. Nietes. Welles. Nietes. De man vindt mij een pedant en eigenwijs ettertje en ik vrees dat hij gelijk heeft, maar tot donderdag heb ik echt via dat nummer gesurft.
Hoe ik dan wel toegang krijg? Heel simpel: ik kan een nummer in Italië draaien, mijn e-mailadres en wachtwoord intikken en ik zit op het net. Lijkt me een prima idee. Dus ik vraag hem om het Italiaanse nummer. Dat heeft hij niet. Waarom niet? Dat weet hij niet, maar hij heeft het niet! Maar hij is toch een helpdesk? Klopt, maar hij heeft het niet. Hoe ik het dan kan krijgen? Heel simpel: via de website van de firma Euronet. Daarop kan ik een programmaatje downloaden en dan heb ik alle toegangsnummers vanuit welk buitenland dan ook.
Goed idee! Maar hoe kom ik op de website? Dat lijkt hem geen probleem. Alles wijst zich vanzelf. Ik vertel dat ik belde om te vertellen dat ik geen verbinding kon krijgen om op het internet te komen. Dat weet hij. Maar hoe moet ik dan iets downloaden van een website waar ik niet op kan komen? Dat weet hij ook niet. Hij wenst mij succes en wil ophangen. Maar dat wil ik niet. Ik wil op het internet en leg de man uit dat het voor mij belangrijk is, omdat ik columnist ben en op de hoogte moet zijn van het nieuws. Dat is dan mijn probleem. Maar hij kan toch even voor mij kijken wat het Italiaanse nummer is? Nee, dat kan hij niet. Dat moet ik zelf doen. Hij wil nu echt ophangen en wenst mij succes.
Ik vraag de man van de helpdesk of ik iemand van de directie van Euronet kan spreken. Dat kan niet. Dat soort bedrijven staat in geen enkel telefoonboek en verschuilt zich achter helpdesks waar je ongetwijfeld ook nog voor betaalt als je belt. De helpdesk van Euronet heeft geen nummer van een directie tegen wie je even stoom kunt afblazen over het feit dat je je internet alleen maar aan de praat krijgt als je iets downloadt van het internet dat je niet kunt ontvangen.
Hoe ik dan moet klagen? Ook weer via de website die ik niet kan ontvangen. En toch wil ik deze week de directie van Euronet bereiken om te zeggen dat het raar is dat ik mijn niet-functionerende internet alleen aan de praat kan krijgen middels mijn niet-functionerende internet. Dan maar via de krant dacht ik, ik schrijf het gewoon op. Neem nooit Euronet want als je écht hulp nodig hebt, dan kunnen ze je niet helpen. En ik hoop dat de directie van Euronet net zo boos is over dit stukje als ik gisteren was. Pas dan ben ik tevreden en zal ik vanavond zachtjes tegen mezelf fluisteren: ‘Het leven is wél leuk!’
Envelop
Uit diverse Ajax-kringen hoorde ik het bericht dat op de trouwkaart van Sylvie Meis en haar Raffie als cadeautip staat:

Dacht eerst dat het een grapje was, maar het schijnt echt waar te zijn. Een miljonairshuwelijk, live op de buis en dan bij de deur een mand waar de receptiegasten hun envelopje met inhoud in kunnen deponeren. Prachtige burgerlijke treurigheid. Beverwijk ten voeten uit.
Belangrijke vraag: wat stop je in dit geval in zo’n envelop? Hoeveel? Tientje? Honderd euro? Duizend? Of zeg je als collega-voetballer, vaak ook multimiljonair: ‘Ik stop er een cheque in van vijftigduizend eurootjes!’ Dat je met het hele elftal plus technische staf een dik half miljoen neerlegt, zodat de bruidegom in zijn dankwoord iets mag vertellen over welk huis hij en zijn bruid voor dat bedrag op het oog hebben. Je kan de bruid ook een envelop met een tegoedbon voor een Porsche geven. Of is dat te suggestief? Een Porsche is een beetje hoerig karretje. Wat ik in de envelop zou stoppen? Een envelop. Dat vroeg het bruidspaar namelijk.
De hele huwelijkssoap is live op sbs uitgezonden en het zal ongetwijfeld een succes zijn geweest. Een miljoen caissières en Viva-lezeressen heeft gisteravond zitten zwelgen voor de buis. De jurk, de bloemen, de speech, het boeketje - wat een sprookje. De Nederlandse Beckhams stapten romantisch in het bootje. Op de trouwkaart stond een citaat van Shakespeare. Raffie kent al het werk van de grote Engelse schrijver en hij vond het moeilijk kiezen dit keer. Sylvie had liever iets van Yeats gezien. Dat is al jaren haar favoriete dichter.
De vroegere zangeres Bonnie St. Claire liet zich een paar maanden geleden ook live in de echt verbinden op sbs. Zij had een dusdanig respectabele leeftijd bereikt dat ze uit voorzorg een doodgraver huwde. Dus het televisietrouwen wordt een trend. Las op een van de showpagina’s dat een zekere Tooske ervan afzag. Tooske heeft ons wel de beelden beloofd. Ik hoop dat het op dvd komt. Of op een verzamelaar: de trouwerij van Raf en Syl, de gekkenhuisopname van de onder curatele gestelde Corneille, de begrafenis van Hazes en als bonustrack mijn zelfmoord. En dan uitbrengen rond sinterklaas.
Lief dat mensen nog steeds in huwelijken blijven geloven. Of is het toch meer sprookjestelevisie? Kan je, als je niet meer in het huwelijk gelooft, bij sbs bezwaar aantekenen tegen de uitzending van het huwelijk van de Van der Vaartjes? Of zelfs Kamervragen stellen? Ik vraag dat omdat een paar christenfundamentalisten heftig protesteren tegen het rvu-programma God bestaat niet. De Tweede-Kamerleden Slob en Van der Vlies geloven in God en voelen zich gekwetst door de uitzending van de beroepspuber Robbie Muntz. Maar kan je je als niet-gelovige ook gekwetst voelen als er op zondagochtend een meneer van de eo begint over een gozer uit Nazareth die tegen de vissen lulde en zogenaamd schaamteloos brood vermenigvuldigde? En die ook nog eens uit zijn graf opstond en later naar de hemel vloog? Het wordt toch op een uur uitgezonden dat je kans hebt dat kleine kinderen kijken. Of is dat prima?
Mag je zo’n kakeldominee na zijn uitzending niet opsluiten naast Corneille? Het zijn toch rare praatjes. Mij lijkt het heerlijk als ik trouw in de kerk en je kans hebt dat de zoon van God de inhoud van de envelopjes vermenigvuldigt. Dat is pas lekker. Dan zou ik drie keer langer op huwelijksreis gaan, een nog groter huis kopen en de rest van het bedrag reserveren. Waarvoor? Voor de alimentatie.
De huwelijkspoespas wordt steeds groter. Kijk vandaag bij de familieberichten, zoek wat kakkersnamen en weet welk leed die mensen dit weekend doorstaan. Al die huwelijken duren inclusief de bachelorsparty’s en afterlunches tegenwoordig een dag of zes. Totaal afgepeigerde familieleden storten zondagmiddag volledig in. Wat een gedoe. En dan te bedenken dat de bruidegom binnen twee jaar mijmerend voor de spiegel staat te stamelen over zijn vrijgezellentijd. Wat hij stamelt? ‘Het leven was wél leuk!’
Reuzenrad
Heel zacht huil ik boven in het reuzenrad. Onder mij de kermis. Ik overweeg een sprong in het eeuwige diepe omdat mijn leven totaal spaak gelopen is. Ik heb onherstelbare fouten gemaakt en dit is in mijn wanhoop mijn enige uitweg. Toch aarzel ik. Het uitzicht is mooi en de mensen zijn van bovenaf kleiner, nietiger dan ooit.
Ik zie de kermis scherp, heel scherp zelfs. Ik zie en hoor alles. Zo zie ik de poema zijn kooi openmaken en zichzelf bevrijden. Hij is zijn gevangenschap beu en wil niet langer zijn dagelijkse kunstje flikken. Hij moet al dertig jaar wel honderd keer per avond voor een handjevol mensen de kop van zijn baas in zijn muil nemen. Dat vinden de mensen leuk. De open muil ziet er dreigend uit, maar in werkelijkheid is het één grote geeuw. Een geeuw van verveling. Laatst heeft hij overwogen om de veel te dikke kop van de dompteur er in één keer af te happen, maar uit angst voor de gevolgen heeft hij het nooit gedurfd. De gevolgen zouden meedogenloos zijn. Hij krijgt dan zeker poema-tbs en dan kom je nooit meer vrij. Hooguit een paar uurtjes met een elektronische enkelband. Hij moet er niet aan denken. De poema kijkt nog een keer om en wandelt richting Veluwe. Daar wacht een grote politiemacht op hem met als opdracht: neerknallen zonder pardon. Niks geen verdoving, gewoon hartstikke dood. Ik wil de poema waarschuwen dat het zijn dood wordt. Dat hij beter nog dertig jaar muffe kunstjes kan blijven doen, dat vrijheid niet bestaat, maar ik spreek geen Poemaas.
Wel Nederlands en ik hoor op dezelfde kermis een rechter beslissen dat een levensgevaarlijke gek niet levensgevaarlijk is en dat hij aan het handje van een onschuldig lief meisje per trein door het land mag reizen. Op hetzelfde moment hoor ik bij de gokautomaten een officier van justitie vertellen dat de telefoongesprekken van de levensgevaarlijke krankzinnige niet afgeluisterd mogen worden omdat dat een inbreuk op zijn privacy is. Vanuit mijn reuzenrad zie ik de inmiddels ontsnapte idioot een pistool kopen, hij laadt het meteen door, dat schiet sneller. Hij vraagt voorbijgangers naar een bootje. Waarschijnlijk omdat hij Schippers heet. Schippers willen een bootje.
Uit het spookhuis maanwandelt een pigmentloze neger, een beroepsengerd die alle kinderen de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Het gekrijs in het spookhuis gaat iedereen door merg en been. Een klein groepje scandeert: ‘Michael, Michael’ en is blij dat hij het spookhuis uit is. Als een poema sluipt hij weg van de kermis.
Achter de achtbaan probeert een voetballer een meisje uit te kleden. Zij zegt dat ze dat zelf wel kan. Ze kan het als geen ander. Ze is tenslotte stripteasedanseres geweest. Paar meter verder ligt een student in coma omdat zeven liter water hem te veel geworden is. Hij wilde het Groningse record breken. Dat stond op zes liter. Ik kijk huilend naar de kermis en weet dat de sprong naar het toekomstloze niets mijn enige uitkomst is.
Op dat moment krijgen dronken kermisgasten me in de gaten. Ze zien me als een leuke attractie. Ze vervelen zich al jaren te pletter en schreeuwen dat ik moet springen. Ze willen bloed zien. Er worden weddenschappen afgesloten. Om bier. Nog meer bier. En dat terwijl ze al volledig afgetankt zijn. Er kan geen glas meer bij.
Verwarde man in reuzenrad. Symbolischer kan je het hele leven niet samenvatten. Ik huil dat ze op moeten houden, maar ze schreeuwen door. Het rapaille wil vermaakt. Mijn wanhoop is een kermisnummer.
En dan opeens zie ik licht. Iets verderop op een veldje zijn jonge jongens aan het voetballen en ze spelen het spel zoals God het ooit bedoeld heeft. Fris, vrolijk en lachend. Langs de kant staat de aardige Foppe aanwijzingen te geven. Het publiek stroomt in groten getale toe. Hooliganloos volk langs de lijn. Ik klim uit het reuzenrad en bel mijn zoon. We gaan erheen. En opeens ben ik genezen en denk hardop: ‘Het leven is wél leuk!’
Ontregeld
Net op het moment dat ik onbedaarlijk moet lachen om de combinatie Hilbrand Nawijn en het woordje Denktank, gaat de bel. Een meneer van een gracht verderop. Of ik mijn bootje wil weghalen. Ik lig namelijk op zijn plek! Zijn plek? Hoezo zijn plek? Of ik het bordje niet had zien hangen. Hij had inderdaad een plankje opgehangen met daarop de mededeling dat die zes meter gracht gereserveerd was voor zijn drijvende gordelspeeltje. Ik leg uit dat ik een puber ben van 51 en dat ik dan juist mijn boot daar neerleg. Dat die bordjes mij mateloos irriteren, juridisch geen enkele waarde hebben en dat ze me doen denken aan de handdoek van de Duitser. Die legt ’s morgens in alle vroegte zijn handdoeken op de beste ligbedjes naast het hotelzwembad. En claimt op die manier de hele dag zon. Met deze vergelijking is meneer niet blij en dat stemt me vrolijk.
Sinds 1984 heb ik een bootje en tot vier jaar geleden kon je dat ding overal neerleggen. Plek zat. Waarom weet ik niet, maar in een paar jaar tijd zijn er vijfduizend bootjes bijgekomen en de bezitters van deze dingen claimen opeens hun eigen plekje. Waar ze het op baseren? Geen idee. Huurcontract? Dorpsdenken? Ik vrees het laatste. De man was door mijn Duitse handdoekverhaal helemaal ontregeld.
Onderhand denk ik na over de komkommerpoema, die misschien wel een panter is. Het zou zelfs kunnen dat er meer wilde dieren lopen. Een panter én een poema! Mij lijkt het leuk om elke dag op de Veluwe een wild dier te droppen. Vannacht zet ik een giraffe uit, morgen twee olifanten, maandag een nijlpaard, dinsdag een roedel tapirs, woensdag een zebra en zo rommel ik lekker door. Niemand weet waar ze vandaan komen, maar opeens is de Veluwe een soort nationaal Krugerpark. Ontregelen, daar gaat het om. Verbazen. Mensen in de war maken.
Een vriend van mij woonde vroeger ordinair groot in het Gooi. Landhuis met een park eromheen. Op een nacht had hij een balorige bui en heeft hij met een vriendje de auto van zijn moeder in de woonkamer gezet. Door de tuindeuren via het terras naar binnen geduwd. Op de plek van de salontafel. Op het dak van de Morris Mini had hij de kandelaars, de kristallen asbak en de tafelaansteker gezet. En toen is hij lekker gaan slapen. De moeder kwam ’s morgens beneden en kreeg bijna een hartverzakking. Een ijle kreet ging door het chique landhuis. Haar zoon begreep het ook niet. Toen hij ging slapen stond de auto nog gewoon in de garage. Jaren later ontmoette ik de moeder, die zich nog altijd vrolijk maakte om het ontregelende voorval. Ze zag de humor er wel degelijk van in. Daarom zijn die wereldkampioenschappen voetbal van die jonge jongens van onder de twintig nu zo leuk. Het domme voetbalspel wordt weer fris en fruitig gespeeld. Rare solo’s, slechte passes of juist hele fraaie, het is alles door elkaar. Foppe lacht, Ali B rapt, de jongens fietsen zich door de zomer en de aardige Jan Joost van Gangelen praat het vrolijk aan elkaar. Heerlijk. Maar wat gebeurt? Opeens zat er donderdag een analyticus. Hugo Borst in dit geval. En die komt met oudemannengezeur en bejaardengezever. Quincy maakt een onnodig schaartje te veel, een ander is te gretig, weer een ander nog te ondoordacht. Waarom een analyse? Waarom niet gewoon plezier? Lekker voetballol! Hugo doet aan die oudjes van The Muppets denken. Die hadden ook altijd wat te zeuren. Hoewel? Die waren nog geestig. Waarom moet zo’n jongehondenkampioenschap muf gemaakt worden door bejaardenpraatjes?
Ik wil vrolijkheid. Zomer. Salades. Ik wil vrolijkheid en liefde. En die wordt mij gegeven. Die krijg ik geheel gratis. In de tuin van mijn zeehuis scharrelen op dit moment twee gespikkelde meeuwenkuikens. Hun ouders zitten krijsend op het huis van de buren en vallen me aan als ik de tuin betreed. Dus ik moet binnenblijven met dit warme weer. Totaal ontregeld dus. Ontregeld, maar zielsgelukkig zie ik het meeuwengezin ploeteren. En badend in het klamme zweet denk ik maar één ding: Het leven is wél leuk!
Leeuwenhart
Vroeger, in mijn theaterjeugd, was er nog wel eens een discussie over de vraag of je als kritisch cabaretier wel of geen reclame deed, een interview aan De Telegraaf gaf en of je wel of niet voor de tros optrad. Dat is redelijk achterhaald. Tegenwoordig gaat het over hoeveel John de Mol moet schuiven als je in je giroblauwe Loeki de Leeuwpak van de Postbank het weer bij Talpa presenteert. Ook ik ben gezwicht. Ik zit binnenkort in een grappig bedoeld spotje met dominee Ter Linden, majoor Bosshardt en Wim Kok. Kok meldt zich daarin bij mij namens de top van ing, die optiemiljoenen wil beleggen. De dominee zegt iets moreels dat door mij wordt weggewoven. De majoor staat met een collectebus, maar wordt door Wim en mij genegeerd. Daarna leg ik als leeuw uit hoe je van die tien miljoen vijftien miljoen kan maken. Wim zie je daarna als een hondje achter me aanrennen.
Of het invloed heeft op mijn cabaretwerk? Of ik als columnist nog iets kritisch kan schrijven over de Postbank? In het geval van de Postbank is dat niet nodig. De Postbank is namelijk een geweldige bank. Ze geven veruit de hoogste rente, je kunt je spaargeld bijna altijd zonder boete opnemen, en ze betalen hun mensen niet alleen goed, maar ook de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn geweldig. Verder beleggen ze uitsluitend in milieuvriendelijke projecten en ik heb begrepen dat ze ook heel aardig zijn voor de gepensioneerden van de bank. Ook de toegankelijkheid voor rolstoelers is prima in orde.
De spotjes worden pas volgend jaar uitgezonden. Ook voor, in en na het nieuws van de nieuwe succeszender Talpa. Dat gaat door Beau van Erven Dorens in uitsluitend een string gepresenteerd worden. Hij wil losser dan Philip Freriks! Nou, maak je geen zorgen. Dat wordt smullen.
Ik had natuurlijk wel weer de pech dat de opnames van de Postbankspotjes plaatsvonden op de heetste dag van het jaar. Filmen is vooral wachten en ik zat dan ook acht uur te gutsen in dat leeuwenpak. Mijn zweet mengde zich met dat van Jan, Remco en een geheim aantal anderen. Allemaal bn’ers die u de komende maanden nog gaan verrassen.
De opnames vonden plaats bij een benzinestation op de A1. Niet al te ver van de afslag Hilversum. En terwijl Wim, de dominee en de majoor bij de schmink zaten, wandelde ik in mijn pak een beetje heen en weer. Opeens zag ik iets opmerkelijks: een heftige vrijpartij in een auto. Een man en een vrouw gingen enorm tekeer. De kledingstukken vlogen in het rond. De lingerie bungelde uitbundig aan de achteruitkijkspiegel. Toen ik dichterbij kwam zag ik wie het waren: John de Mol en Medy van der Laan.
‘Alles wat je wilt,’ hoorde ik Medy opgewonden roepen. ‘Echt alles, alles en nog eens alles!’ Daarna riep ze iets onverstaanbaars en hoorde ik John alleen maar tevreden grommen, waarna hij ‘meer, meer, meer’ riep.
Van alle Postbankleeuwen word ik tot nu toe het best betaald. De eerste leeuw Howard Komproe deed het nog voor een lullige tienduizend euro, Jan Mulder en Antonie Kamerling kregen een luizig miljoentje, Remco kreeg alweer meer en ik vang er een kleine vier miljoen euro voor. Netto!
Hoef ook niet meer te vrezen dat ik de azijnpissers van Nova of Zembla achter me aan krijg. Heerlijk dat al dat linkse gezever binnenkort is opgeruimd. Dat hoorde toch ook bij de vorige eeuw. Dat bijvoorbeeld Nova een item had over het leeggeviste IJsselmeer of over de kabeljauwschaarste. Of dat de laatste vissen op deze wereld lagen weg te rotten in de schappen van de supermarkt. Of dat Zembla een aflevering besteedde aan Lance Armstrong, die de apparatuur voor zijn eigen dopingonderzoek betaalde. Nee, dat geneuzel is gelukkig allemaal voorbij. Rechts Nederland zegeviert en heeft gelijk. Het gaat om geld, geld en nog eens geld. Het enige spul dat gelukkig maakt. En met die vier miljoen op mijn Postbankrekening zal ik de hele zomer uitbundig kraaien: ‘Het leven is wél leuk!’