Juni 1951
Vrijdag 1 juni, 08·00 uur. Afgelopen nacht om ongeveer 24·00 uur viel er zo af en toe een vijandelijke granaat binnen onze stellingen, zonder veel schade aan te richten. Onze artillerie kwam ook in actie en heel veel granaten gingen richting tegenstander, verder bleef het rustig tot 05·00 uur, toen begon het feest weer! Langs de hele linie werd er geschoten met alle soorten wapens. Ook werden lichtkogels afgevuurd. Ze hingen boven ons om het terrein te verlichten.
De vijand kwam weer, men schatte ze op ongeveer 150 man en ze probeerden bij ons door te breken op dezelfde plaats waar het hun de vorige nacht ook gelukt was bij de B-Compagnie. Alle beschikbare wapens vuurden en dat gaf een behoorlijke kogelregen. Het was niet verstandig er tegenin te lopen, de tegenstander had dat op een gegeven moment ook door, ze kwamen tenminste niet verder. Bovendien was de artillerie weer begonnen met vuren en de granaten sloegen in, tot dicht in onze stellingen.
Toen ging het fout! We hoorden namelijk de inslagen van de granaten geleidelijk aan dichter naar ons toekomen en de granaten ontploften op zeker moment in onze stellingen, het waren er op z’n minst vijftien! Misschien dachten ze achter, dat de vijand erin geslaagd was de bergrug weer te bezetten of het kon zijn, dat het gewoon een foute berekening van de artillerie was. Het werd natuurlijk direct doorgegeven, maar het duurde een tijd voordat het stopte. Er waren echter wel vijf doden en zes gewonden, waarvan één gewonde al spoedig overleed.
De gesneuvelden bij de 2e nachtelijke aanval bij In je waren:
Soldaat Groot K. 25·08·26·123
Soldaat 1 Leenders T. J. 25·02·25·228
Soldaat 1 Suidman H.J.H. 25·08·21·084
Soldaat 1 Twisterling A. 28·09·04·007
Soldaat van der Wal B. 28·05·03·185
Korporaal 1 Zijp M. 27·12·25·156
Ook werden 5 CTC’ers (dragers) gedood. Ze zochten met z’n vijven dekking in een schuttersput, maar hadden de pech, dat een granaat precies in die schuttersput tot ontploffing kwam. Toeval? Maar het gebeurde! Dat er in het gevecht met de vijand kameraden zouden sneuvelen, was te verwachten, maar doden en gewonden door eigen vuur verliezen, was een zware klap! Het was de tweede keer, want gisteren gebeurde het ook al na de verovering van de bergrug, er vielen enige granaten waardoor verschillende gewonden onder anderen kapitein Anemaat. Ook moesten we de aanval niet vergeten van eigen vliegtuigen bij heuvel 325! De vijand kwam er nu niet door en trok zich terug.
‘s Middags geprobeerd om te slapen, maar dat lukte niet erg, er was te veel herrie. Het was warm, dus je kon zo ergens gaan liggen om te slapen, maar er waren nog veel andere dingen te doen, bijvoorbeeld de stellingen moesten nog verbeterd worden, want men verwachtte komende nacht weer aanvallen van de vijand. Er werd daarom munitie aangevoerd en ook grote hoeveelheden handgranaten, zodat we de komende nacht niet zonder zouden komen.
![[image153.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image153.jpg)
De gesneuvelden lagen op een lange rij.
Soldaat van den Berg J.T.
Soldaat Kuyer C.H.
Sergeant 1 Breeman S.A.
Soldaat 1 Phaff P.E.
Soldaat 1 Daling J.
Soldaat Rijshouwer M.H.
Soldaat 1 Dissel A.
Soldaat 1 van Rossum P.
Soldaat Flak J.
Soldaat Ruck L.C.M.
Soldaat v.d. Kuy W.
Sergeant Schoemaker
Soldaat 1 Kluft H.C.J.A.
Sergeant 1 Jansen D.A.C.
![[image155.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image155.jpg)
![[image157.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image157.jpg)
Joop de Dood van de C-Compagnie met zijn klaarliggende handgranaten.
Zaterdag 2 juni. En inderdaad, afgelopen nacht tegen 02·00 uur hoorden we links van ons vuren en tegen 03·00 uur kregen wij een aanval te verduren. Ik moest al snel met mijn BAR naar links verhuizen om de plaats in te nemen van de van de mitrailleur ·30, die was uitgevallen door een afgebroken huls in de kamer. De bergrug liep daar ongeveer tien meter steil naar beneden en de posten in mijn buurt schreeuwden om meer handgranaten en lichtkogels, omdat ze ongeveer veertig meter lager hoorden praten, vijand natuurlijk! Er op vuren hielp niet, omdat er een sterke glooiing in die helling was.
Mortiervuur werd aangevraagd, maar die durfden hun granaten niet zo dicht voor de stelling neer te leggen, uit vrees voor treffers bij eigen mensen. Met de BAR erop vuren had ook geen zin, je kon ze niet raken achter die glooiing. Wel werden handgranaten naar die plaats geworpen en ook nog geschoten, men vertrouwde het niet! Toen het licht werd was er niets te zien. Aan onze kant waren geen verliezen. Een patrouille ging het voorterrein in, ze vonden veel gesneuvelde Noord-Koreanen en namen er ook enkelen gevangen. Verder was het rustig. Vliegtuigen en artillerie bestookten het voorterrein. Wij hadden alle tijd om onze blikjes warme maaltijden op te warmen, de dozen met C-rantsoenen werden nu regelmatig opgevoerd.
Vanmorgen passeerde ons een bataljon ROK’s, dat een eind voor ons in stelling ging. Ze ondervonden geen tegenstand, wel brachten ze een stel gevangenen binnen, die naar achteren werden afgevoerd. Van de toestand verder aan het front hoorden we niets, zoals gewoonlijk was je alleen op de hoogte van wat er in je eigen omgeving gebeurde. Misschien zou het de komende nacht rustig blijven, maar het merendeel van ons moest wakker blijven, in afwachting van een aanval van de vijand, dus kregen we weinig slaap.
Zondag 3 juni, 15·30 uur. Afgelopen nacht viel de vijand niet aan, alles bleef rustig, ook bij het ROK-onderdeel voor ons bleef het rustig. De laatste dagen kwamen er steeds grotere transportvliegtuigen met een dubbele staart aanvliegen om hun lading te droppen. Parachutes brachten de voorraden veilig aan de grond en speciale troepen kwamen ze ophalen. We zagen wel een ongelukkig voorval!
Vanmorgen om 08·00 uur kwamen drie vliegtuigen rustig aanvliegen en toen ze boven ons waren, zagen we achter in de open laadruimte een paar leden van de bemanning staan, om te helpen bij het droppen. We keken geïnteresseerd toe, want het was een mooi gezicht om te zien hoe de chutes opengingen en langzaam daalden met hun lading. Maar plotseling stortte een van de vliegtuigen neer en vloog in brand.
De tweede, die er dicht achter vloog, werd waarschijnlijk getroffen door een brokstuk en de piloot deed pogingen om op te stijgen, de lading viel er uit, maar het lukte hem niet in de lucht te blijven en hij stortte een eind verder neer en vloog eveneens in brand. De artillerie voldeed aan de vraag van voorliggende troepen om granaatvuur en dat werd niet onderbroken tijdens droppings. De piloten hadden maar te zorgen dat ze niet te dicht langs vlogen en niet in de baan van de granaten kwamen. Misschien dat een van de granaten vroegtijdig ontplofte, een zogenaamde ‘airburst’, en het vliegtuig trof met het noodlottige gevolg!
De bemanning bestond uit vier man; geen van hen overleefde het. Het derde vliegtuig verdween overhaast, zonder zijn lading af te werpen. Het ongeval met de transportvliegtuigen was zeer triest! De Amerikanen hadden als stelregel, dat een aanvraag en uitvoering van artilleriesteun voorrang had. De piloten moesten bij de droppings rekening houden met de baan van de granaten en voldoende afstand houden. Ondertussen waren er ook jagers in de lucht, die het voorterrein bestookten met hun mitrailleurs. Er was aanwezigheid van de vijand gemeld en ze kregen ervan langs. Er werd gemeld dat onze verliezen in deze dagen nu totaal 30 gesneuvelden, 31 gewonden en 1 vermiste bedroegen, een trieste balans!
![[image161.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image161.jpg)
Twee van de grote transportvliegtuigen met hun dubbele staart stortten neer na een ‘airburst’. Het derde toestel verdween met grote haast zonder zijn lading te droppen.
Maandag 4 juni, 17·00 uur. Het leek erop dat de Noord-Koreanen uit het gebergte voor ons weggetrokken waren, want ook de afgelopen nacht bleef alles rustig. De gevangenen vertelden, dat er bij hen veel doden en gewonden waren gevallen door artillerievuur. Ook leden ze honger, ze hadden uit nood al boomschors gegeten, maar munitie was er genoeg! Om 09·00 uur hoorden we een sympathiek geluid, namelijk dat we om 11·00 uur naar beneden moesten komen. Alleen een peloton van de B-Compagnie en de C-Compagnie bleven achter voor bewaking. Er werd verteld dat we op rust gingen, dus stonden we er goed voor! Maar we moesten er niet te vast op rekenen, er kon nog van alles gebeuren. We gingen naar beneden en de 1e groep werd gelegerd achter de bergrug met hoogte 549, de 2e groep moest naar een kleine heuvel, juist achter die berg, en we zetten onze tenten op in de buurt van de bataljonscommandopost. De tenten waren zeker nodig, want het weer werd er niet beter op. Het begon te regenen en dan kon je beter een dak boven je hoofd hebben.
Dinsdag 5 juni. De berichten over ons vertrek klopten inderdaad, het was vastgesteld op woensdag, maar we moesten wachten tot alle andere troepen werden afgelost. Bovendien moesten alle troepen voorbij zijn en dat kon nog wel even duren. Ondertussen moesten wij beginnen met een grote schoonmaak, eerst onszelf verzorgen, dus wassen en scheren; het vuil van de laatste weken moest verdwijnen, tijd en gelegenheid had ontbroken tijdens die periode. Ook kleding, uitrusting en bewapening moesten extra worden nagekeken, vooral de wapens moesten feilloos werken, een inspectie zou volgen. Het was de bedoeling als nette soldaten in de omgeving van Hongchon aan te komen, een bekende plaats waar we verschillende malen langs waren gekomen.
Woensdag 6 juni, 15·00 uur. Gisteravond kwam sergeant Biggelaar, nu onze pelotonscommandant, en zei dat drie man van onze groep mee moesten op patrouille. Vrijwel dagelijks gingen er patrouilles uit in de omgeving en kwamen zo af en toe terug met krijgsgevangenen, Chinezen en Noord-Koreanen, van wie sommigen gewond waren. Ook werden er veel wapens en munitie gevonden. Vanmorgen ging ik ook mee en we vonden wapens en munitie, maar ook Amerikaanse uitrustingsstukken; alles werd meegenomen.
Nu we regelmatig patrouille moesten lopen, gingen we ervan uit, dat het vertrek uitgesteld was en dat bleek ook zo te zijn. In verband met de grote troepenverplaatsing, twee Divisies moesten naar voren worden geplaatst, namelijk de 1e Cavalerie-divisie en de Mariniers-divisie gingen naar voren en hadden voorrang. De wegen waren smal, het zware verkeer kon elkaar niet passeren. Er was veel materiaal bij een divisie. Ook nu passeerden lange konvooien, zelfs ‘s nachts ging het door. Het Amerikaanse leger beschikte over veel materiaal. Daarmee vergeleken had het Chinese en Noord-Koreaanse leger vrijwel niets. Elke man droeg datgene wat hij nodig had bij zich, eten in de vorm van een paar zakjes droge rijst, het wapen en veel munitie.
Alle verplaatsingen waren lopende, veelal ‘s nachts, en ze verplaatsten zich snel via de kortste route, dwars door het terrein. Dit natuurlijk ook in verband met de Amerikaanse vliegtuigen die overdag in de lucht waren. Wel hadden we de Chinezen gebruik zien maken van paardjes voor vervoer van zware wapens. Al met al presteerden ze het wel het grote Amerikaanse leger handenvol werk te geven en zelfs te dwingen tot een overhaaste terugtocht, zoals wij ook verschillende malen meemaakten. Hun aanvallen waren, vooral in het begin, bijna niet te stuiten door de grote massa aan mensen, waarbij mensenlevens niet telden.
Donderdag 7 juni, 18·00 uur. De dienst begon vanmorgen om 08·00 uur met het appèl, we waren nog steeds niet vertrokken, maar het front-leven was wel achter de rug, het werd weer model. Dat betekende in de eerste plaats de helm op je hoofd en het wapen bij je zo gauw je buiten de tent kwam. Daarbij bofte ik, want de BAR steeds meesjouwen, was zeker teveel gevraagd. Maar een BAR-schutter had tevens de beschikking over een pistool, dus kon je die dragen. Daarvoor moest je wel een bewijs hebben van de Compagniecommandant. Er waren namelijk meer jongens die een eigen pistool hadden, ergens georganiseerd.
Na het appèl kregen we een half uur sport en geweergymnastiek, we moesten fit blijven. De rustperiode zou dus een soort trainingsperiode worden met allerlei herhalingslessen en demonstraties. Wat de discipline betrof werden de touwtjes ook aangetrokken, het vrije en ongeregelde frontleven was afgelopen. Na de sport moest de hele compagnie zich verzamelen en kregen we zowaar theorie krijgstucht. Het onderwerp was ‘groeten’; dat zou je niet verwachten. Van nu af aan moest ieder lid van de A-Compagnie de Amerikaanse officieren groeten, vanaf de rang van majoor. Veel indruk maakte het niet, we zouden wel zien, zo vaak kwamen we ook geen Amerikaanse officier tegen. Verschillende jongens hadden klachten over de doktoren, die het volgens hen niet zo nauw namen met het behandelen en hospikken het werk lieten doen. Een veelgehoorde kreet was: ‘Vijf pillen uit de grote fles, dat helpt voor iedere kwaal!’ Ik kon er niet over meepraten, want ik was er nog niet geweest. Er werd beloofd dat er naar geïnformeerd zou worden.
‘s Middags was het onderhoud wapen, een werkje waarmee ik snel klaar was, want ik zorgde ervoor, dat mijn BAR en pistool altijd schoon waren en feilloos werkten. Van 14·00 uur tot 17·00 uur was het verplicht zwemmen. Dat vonden we een goed idee. Het was eigenlijk geen verplichting, we waren er vaker geweest en fristen er helemaal van op. Aan de overkant van de weg, dichtbij het kamp, was een rivier, niet erg diep, met veel grote rotsblokken in het water en een vrij stevige stroming. Van zwemmen kwam zodoende weinig, het was ploeteren en wat uitdrijven. Het water was schoon en fris, waardoor je er na een uur wel uit wilde. Het eten smaakte daarna uitstekend, de eigen keukens waren hier inmiddels gekomen en zorgden voor een goed maal.
![[image163.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image163.jpg)
Persoonlijke pas met toestemming om een pistool te dragen.
Vrijdag 8 juni. ‘s Avonds. Eindelijk begon dan onze rustperiode, een heel eind achter het front, in de buurt van de plaats Sinjomal aan de weg naar Hongchon. Vanmorgen moesten we alles inpakken en het terrein moest worden schoongemaakt.
Om 10·30 uur zaten we op gereedstaande voertuigen, maar moesten weer afstappen, het vertrek was uitgesteld. Er kwamen nog steeds lange konvooien vanuit het zuiden. Nog steeds werd er munitie, voedsel, materiaal en dergelijke opgevoerd en deze konvooien hadden voorrang. Pas ‘s middags tegen 13·00 uur vertrokken we eindelijk. Het lange wachten deerde ons echter niet, het vooruitzicht vergoedde veel. We hadden het wel verdiend na zeven weken vooraan gezeten te hebben. Ongeveer vanaf 20 april weken met weinig slaap, de nachten vaak doorbrengend in een schuttersput op hoge en minder hoge bergen. Soms de hele nacht paraat en waakzaam als er berichten waren over een mogelijke aanval van de vijand, je niet laten verrassen. Die nachten duurden dan erg lang. Gekleed slapen, kleren uit doen was te gevaarlijk, voor snel aankleden was geen tijd! De meeste keren geen warm eten, omdat de keukens te ver achter moesten blijven en men geen kans zag het eten op te voeren. Dus leefden we op C-rantsoenen en de blikjes opwarmen schoot er vaak bij in. Om vitaminen binnen te krijgen zochten we knoflookplantjes op. Ze leken veel op kleine uien, met stengel en al sneden we ze tot kleine stukjes en verwerkten ze in de inhoud van de op warmblikjes. Veel verplaatsingen lopende of op voertuigen, soms ingezet voor een nacht, de volgende dag ergens anders en soms voor langer verblijf. Veel patrouilles de bergen in, moeilijke en minder moeilijke tochten. Soms in grote haast vertrekken, dan weer uren wachten, soms in stromende regen op wagens zonder enige bescherming, dan was het moeilijk om de kleren te drogen. Veel contacten met de vijand, kameraden sneuvelden of raakten gewond, maar tijd om te treuren was er niet, je moest door! Soms kende je ze amper van naam, alleen de gezichten kende je. De gesneuvelden werden weggebracht naar Pusan en daar begraven, je was er niet bij! De geluiden van geweervuur en artillerievuur van onszelf of van de vijand, aangierende en ontploffende granaten, soms in de lucht boven je, eraan wennen deed je niet! Beschoten worden door eigen vliegtuigen, artillerie of mortieren, waarbij doden en gewonden vielen, een morele klap die lang nawerkte. Gesneuvelde vijanden, getroffen door napalmbommen, alleen de geblakerde vormen van mensen waren te zien, geen prettig gezicht. Al met al goede redenen voor een rustperiode.
Vanaf de voertuigen zagen we teruggekeerde bevolking, boeren, bezig het land te bewerken met een os voor de ploeg. Zo nu en dan kinderen langs de weg om ons enthousiast toe te wuiven. Op verschillende plaatsen nog smalle stukken weg, waar voertuigen elkaar moeilijk konden passeren. Daar kwam verandering in, want met man en macht was de Amerikaanse genie bezig met behulp van Koreaanse werklieden de weg te verbreden. In de rotswanden aan een kant van de weg werden springladingen aangebracht die na ontploffing grote stukken rots lossloegen. Bulldozers schoven puin en zand van de weg af in het naastliggend ravijn, of het werd afgevoerd met vrachtauto’s. Een hele bedrijvigheid. Ook de bruggen werden hersteld en breder gemaakt om opstoppingen te voorkomen.
We zagen op een plaats zelfs een rivier omgeleid worden om de weg te verbreden. Na weinig oponthoud kwamen we om ongeveer 16·00 uur aan in de buurt van de plaats Sinjomal, waar 38 RI gelegerd was en waar we in een vallei parade gelopen hadden. Op een grote sawah-vlakte kregen de compagnieën een plaats aangewezen en konden de tenten worden opgezet. Opnieuw niet zomaar ergens maar gericht in rijen met brede paden ertussen, model en keurig gericht. We deden het meteen goed, want als de commandant van 38 RI kwam kijken, mopperde hij toch en moesten we het overdoen. We kwamen aan een drukke weg te liggen, steeds passeerden er konvooien beladen met alles wat de troepen aan het front nodig hadden. Het weer werkte niet mee, zo af en toe een flinke regenbui, dus de tent moest goed worden neergezet met afvoergeulen voor het water, want het zou de komende tijd wel vaker regenen.
Aan de overkant van de weg stroomde een vrij brede kali, de Hongchon-rivier met helder water, wel erg ondiep. Dus als het weer beter werd, met het zonnetje erbij, konden we gaan zwemmen en bruin worden.
Alles bij elkaar genomen zouden we het hier best een paar weken kunnen uithouden en genieten van de rust. Een groot voordeel van een rustperiode werd natuurlijk gevormd door de keukens, die nu in bedrijf waren en elke dag alle maaltijden verzorgden, de warme maaltijden; de periode van C-rantsoenen was voorbij. De ‘eetzaal’ was dichtbij de keuken. Van planken en balken waren enige tafels gemaakt, waaraan je staande kon eten. Naar je tent gaan en daar rustig zitten eten, was natuurlijk ook mogelijk, hoewel het eten bij de tafels ook gezellig was, want er was veel te bepraten.
![[image165.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image165.jpg)
De wegen van en naar het kampement waren overvol.
![[image167.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image167.jpg)
Kampement bij Chogutan.
Zaterdag 9 juni, ‘s avonds. Vanmorgen op tijd opstaan, want om acht uur was het appèl en dat zou elke morgen zo zijn. Daarna begon meteen de dienst, eerst weer werken aan de tenten en ook de omgeving schoonmaken, er mocht niets op aan te merken zijn, de Amerikanen hielden hier niet van! ‘s Middags was er een Amerikaanse show en we mochten erheen. Toen we hiervan terugkwamen, moesten we ons gereed maken voor de parade. Dat betekende het nette pak aan, gepoetste schoenen en binnenhelm licht ingeolied, met andere woorden, we moesten er uitzien als echte militairen en niet zoals aan het front als vrijbuiters. Daar droegen we allerlei kledingstukken, de een zus, de ander zo!
Om 16·30 uur gingen we lopende op weg naar de grote vlakte, speciaal hiervoor ingericht, gedeeltelijk omgeven door bergen. In een vorige periode waren we hier ook geweest, het was de gewoonte dat alle troepen na terugkomst van het front aan een parade moesten deelnemen en dat betekende, dat daarmee het vrije leven afgelopen was, dat de puntjes op de i werden gezet en de discipline werd gehandhaafd. De plaats van de parade was ongeveer een half uur lopen vanaf ons kamp. We waren niet alleen, alle Amerikaanse onderdelen van 38 RI marcheerden aan en stelden zich op. Het ‘Wilhelmus’ werd door het muziekkorps van 38 RI het eerst gespeeld. Ik vond het indrukwekkend dat ons volkslied weer te horen was in een vreemd land. Daarna volgde het Amerikaanse volkslied en vervolgens moesten alle officieren uittreden en zich opstellen voor de commandant van 38 RI. Deze hield een toespraak, die door de wind nogal moeilijk te volgen was. De officieren traden weer in, waarna het défilé volgde. Alle troepen marcheerden voor de commandant langs, maakten als eerbewijs ‘Hoofd links’ en ‘Hoofd front’ als de troep hem was gepasseerd. Daarna marcheerden we weer af naar de legeringplaatsen.
‘s Avonds was er een film. Het was een hele tijd geleden dat die mogelijkheid aanwezig was. Ik zou op wacht moeten staan van 22·00 tot 23·00 uur, maar hoorde er verder niets van, dus bezocht ik de film, die na 23·00 uur was afgelopen, maar niemand had me gemist. Er werd vandaag ook bier en whisky verstrekt en omdat een gedeelte van de jongens, onder wie ik, hun rantsoen niet opnam, werd dat verdeeld onder de rest. De gevolgen bleven niet uit, sommige jongens bleken boven hun theewater te zijn, waardoor het lang onrustig was in het kamp!
Zondag 10 juni, 19·30 uur. We hoorden gisteravond schreeuwen: ‘Morgenvroeg reveille en appèl op de gewone tijd, geen zondagsdienst, orders van majoor Tack.’ Dat vonden we niet leuk, in onze rustperiode geen vrije zondag, op de andere dagen was er tijd genoeg om werkzaamheden uit te voeren. Mijn groep, de 2e, moest vanmorgen op patrouille. Dat vonden we geen bezwaar, het was redelijk weer. Deze maatregelen waren waarschijnlijk bedoeld om te voorkomen dat de ‘drankfiguren’ de hele dag op bed bleven liggen.
Van onze patrouille kwam weinig terecht, jeeps brachten ons een eind op weg, zodat we door het terrein terug konden lopen om het een en ander te bekijken. Waarschijnlijk werden we niet ver genoeg weggebracht, want toen we de heuvel beklommen, zagen we in de verte het kamp nog liggen. Als we teruggingen, waren we in een half uur lopen thuis, dan waren er weer andere diensten. Daarom besloten we hier te wachten en tegen 12·00 uur gingen we pas terug en waren op tijd voor het eten. Zo was het goed opgelost!
‘s Middags voerden we niets uit, van dienstdoen zoals we gisteravond begrepen, was niets gekomen. De regel ‘steeds je wapen bij je dragen en de binnenhelm op, zo gauw je je buiten het pelotonsgebied begeeft’, dus bijvoorbeejd naar de film, eetzaal of zelfs naar de latrine, werd strikt gehandhaafd. Als BAR-schutter bofte ik met mijn pistool, die ik met toestemming van de compagniecommandant mocht dragen. Natuurlijk jaloerse collega’s met een geweer. In het begin vergat men zogenaamd het wapen, maar al spoedig wisten we niet anders.
Maandag 11 juni. Vanmorgen kwamen de verlofgangers weer terug uit Tokio (Japan). Ze zagen er opgewekt uit, waren er met spijt vertrokken, vertelden ze, het was er goed uit te houden. De Amerikanen kenden deze verlofregeling al veel langer en nu konden wij er ook van profiteren. Het was de bedoeling dat we allemaal aan de beurt kwamen voor een verlofperiode van vijf dagen, als je tenminste belangstelling had. Je vertrok vanaf een vliegveld ergens in Korea naar Japan en was dan vijf dagen helemaal vrij. Ik had me ook opgegeven en wachtte af wanneer de volgende groep aan de beurt was. Het was trouwens de vraag of iedereen aan de beurt kwam, onze tijd schoot op.
Het was hier ook best uit te houden. Overdag een beetje dienstdoen, maar ook tijd om te sporten, vooral volleybal, waarbij met veel enthousiasme werd gespeeld. Ook werd er regelmatig gezwommen in de kali aan de overkant van de weg. Meestal ging ik ‘s morgens ook naar de kali om me te wassen. In het kamp stonden wel waterwagens, maar daar was het natuurlijk erg druk. Nog steeds passeerden konvooien het kamp en als het droog was, ontstonden er grote stofwolken, dus een goede reden om het af te spoelen in de rivier. Er werden sproeiwagens ingezet om de stofwolken te bestrijden, dit was een hele verbetering.
Woensdag 13 juni, ‘s avonds. Vanmorgen na het appèl moest de hele compagnie mee het terrein in en na een poos lopen kwamen we aan bij de opgestelde water- en luchtgekoelde zware mitrailleurs van de Ondersteuningscompagnie. De Pelotonscommandant van het mitrailleurpeloton gaf eerst een uitleg over de gegevens van de mitrailleurs, de vuursnelheid, de grote vuurkracht en tegen welke doelen deze te gebruiken waren. Deze watergekoelde mitrailleurs konden vrijwel onbeperkt doorvuren, de luchtgekoelde konden dit minder lang. Daarna vuurden de schutters op verschillende doelen en tot slot de vier mitrailleurs gelijktijdig, een behoorlijk stuk vuur! We liepen dezelfde weg terug en bij terugkomst was het tijd voor de warme maaltijd.
‘s Middags was het zwemmen en wat luieren in de zon. Om 16·00 uur moesten we aantreden in het goede uniform, met helm en geweer, en marcheerden we af naar de bekende paradeplaats waar alle troepen zich opstelden. Voor het front van de opgestelde troepen stonden militairen die zich tijdens de gevechten van de afgelopen periode hadden onderscheiden. Van elke man werd afzonderlijk de reden voorgelezen, waarom hij de onderscheiding kreeg en daarna werden de Silver Star Medals en Bronze Star Medals door de commandant van 38 RI persoonlijk opgespeld. Daarna volgde het défilé en marcheerden we af naar het kamp. Tijdens een rustperiode werden zulke zaken regelmatig afgehandeld.
We vernamen dat er binnenkort door de ‘Krijgsraad te Velde’ zitting werd gehouden, verschillende overtredingen zouden worden behandeld, ook enkele desertiegevallen. Het leek erop alsof achter de keuken een concentratiekampje was neergezet, een ruimte van ongeveer vijf bij vijf meter was omgeven met een hoge prikkeldraadomheining. In het midden stond een tweepersoonstent en twee jongens van het 1e peloton hadden hun tent daar neergezet, omdat ze op 17 mei tijdens de overhaaste terugtocht uit de ‘Marathon-vallei’ verdwenen waren. Ze waren zelfs in Pusan geweest, dus ver terug, en dachten daar veilig te wezen. Het beviel waarschijnlijk niet, want een dezer dagen kwamen ze terug en werden meteen ingerekend. Nu zaten ze achter prikkeldraad, omdat ze gezegd hadden er weer vandoor te gaan als ze de kans kregen. Ik begreep niet, waarom ze dan teruggekomen waren.
![[image169.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image169.jpg)
Strafinrichting te velde waar teruggekomen deserteurs moesten verblijven.
Donderdag 14 juni. De demonstraties waren niet van de lucht, nu met tanks. Er verscheen een Amerikaans tankonderdeel op de plaats van de vorige demonstraties. De Pelotonscommandant gaf eerst uitleg over de organisatie. Een peloton tanks bestond uit vijf tanks, namelijk één commandotank en twee secties van elk twee tanks. De bewapening was een kanon van 67mm, twee mitrailleurs ·30 en één mitrailleur ·50. De hoeveelheid munitie per tank was 71 granaten voor het kanon, 25 kistjes munitie voor de ·30 mitrailleurs en 15 kistjes munitie voor de ·50 mitrailleur. Bij een zware aanval kon deze munitie in 20 minuten worden verschoten, dat betekende dat de aanvoer van munitie goed moest zijn. De maximumsnelheid van de tank was 35 mijl/uur, de motor leverde 500pk en er kon 700 liter benzine worden meegenomen. Daarna lieten ze verschillende formaties zien en moesten ook wij meelopen in zo’n formatie. De infanteriecommandant kon verbinding houden met de tankcommandant via een telefoon aan de achterzijde van de tank.
Terug in het kamp moesten we ons weer gereedmaken voor een parade. Om ongeveer 16·00 uur gingen we lopend naar de paradeplaats en maakten we weer de ceremonie mee van de uitreiking van de onderscheidingen. Voor de gedecoreerden was het natuurlijk een hele gebeurtenis voor de troep aangetreden te staan en te worden onderscheiden.
Vrijdag 15 juni. Vanmorgen waren de zware mortieren van 81mm aan de beurt voor een demonstratie. Het mortierpeloton was opgenomen in de Ondersteuningscompagnie, evenals het mitrailleurpeloton. Opnieuw eerst een uitleg van de pelotonscommandant en daarna kwamen de schutters aan bod. Hun prestaties waren niet slecht, de granaten werden goed neergelegd op de doelen. De bedoeling was dat wij door alle demonstraties meer kennis zouden krijgen van die wapens, het zou te pas kunnen komen. In het kamp hoorden we, dat we ons konden opgeven voor nog een jaar dienstdoen bij het bataljon, dus bijtekenen, maar er waren geen liefhebbers. Wel was er veel animo om over te gaan in beroepsdienst en na terugkeer in Nederland een opleiding te volgen aan een kaderschool. Dat leek mij geen slecht idee en ik gaf me op. We vernamen eveneens, dat we naast onze maandelijkse wedde een toeslag kregen van 100,00 gulden per maand. De Amerikanen kenden ook een dagtoelage voor een dag aan het front of er even achter. Die toelage kregen wij ook, namelijk 8,00 gulden per dag. Dat kon dus aardig oplopen, want wij waren lange tijd in de voorste linies. Bij ons vertrek naar Korea was dat niet bekend. Voor de meeste jongens was het belangrijker heelhuids in Nederland terug te keren.
Het bataljon moest compagniegewijs bij de dokter verschijnen voor bloedafname. Ook de A-Compagnie kwam aan de beurt. In lange rijen stonden we te wachten op onze beurt. In een gebouwtje waren vijf verpleegsters bezig hun vaardigheid in het hanteren van de naald te demonstreren. Nou, die vaardigheid verschilde nogal! Een paar verpleegsters deden het uitstekend, maar er waren er ook een paar minder goede. Ze staken wel eens mis of moesten zoeken naar de juiste plaats van de ader. In de rij zag je verschillende jongens enigszins bleek worden, één ging zelfs plat! Het begon zo langzamerhand op een slagerswinkel te lijken, veel bloed. Ik bekeek het eens en het leek mij verstandig me zodanig in de rij op te stellen, dat ik bij een van de goede prikkers terecht zou komen. Dichterbij gekomen lukte dat ook en kwam ik bij de hospik die zonder problemen bloed afnam. Wat precies de bedoeling was van dit bloedonderzoek werd niet verteld, maar ik meen begrepen te hebben, dat dr. Van Meurs het voor een te schrijven boek wilde gebruiken.
Maandag 18 juni, ‘s avonds. Vanmorgen om 11·00 uur moesten we reeds aantreden voor de warme hap, want er stond weer eens een demonstratie op het programma. Direct na het eten liepen we naar de plaats waar de demonstraties steeds werden gegeven, echter nu wel een van de verste plaatsen. Het was ongeveer 1,5 uur lopen, normaal geen bezwaar, maar het was warm, de zon scheen fel en de weg was erg droog. Het zand dwarrelde op door de grote groep militairen en het was stof happen, helemaal niet prettig. De Amerikanen hadden een goede oplossing door met sproeiwagens, gevuld met water en een mengsel olie of iets dergelijks, regelmatig langs hun kampen te rijden en de weg aldus stofvrij te maken, dus een simpele oplossing.
Op de plaats aangekomen zagen we hoe een compagnie een aanval uitvoerde op een door de vijand bezette heuvel. Eerst werd die heuvel zwaar beschoten door mortieren en mitrailleurs, dat was een hevig vuurwerk! Na een poos beklom de infanterie de heuvel, het mortiervuur en het mitrailleurvuur werden geleidelijk aan naar achteren verplaatst, zodat eigen troepen er geen hinder van ondervonden. Zo werd de heuvel veroverd. De demonstratie benaderde de werkelijkheid vrij nauwkeurig, munitie werd niet gespaard. Zou de beklimming niet vlot genoeg gaan lukken door tegenstand van de vijand, dan werd de heuvel opnieuw onder vuur genomen, indien nodig door zwaardere wapens. Munitie en materiaal waren voor de Amerikanen niet belangrijk, het verlies van mensenlevens moest worden voorkomen. De tweede demonstratie werd uitgevoerd met tanks, die al vurend naar voren gingen en ook de mortieren vuurden daarbij; zelfs gebruikte een tank een vlammenwerper. Daarna ging de infanterie naar voren om de heuvel te bezetten. Een Amerikaanse compagnie voerde de demonstratie uit. Na afloop weer lopend terug, het stofhappen was niets minder geworden.
Donderdag 21 juni, ‘s avonds. De afgelopen dagen gingen rustig voorbij, regelmatig herhalingslessen van wapens en onderhoud van eigen wapens. Soms moesten we naar de foerier voor aanvulling en vervanging van kleding en uitrusting, zodat we bij vertrek naar het front alles weer goed in orde hadden. Vandaag weer lopend naar de bekende plaats voor een demonstratie geweest, van een onderdeel in de verdediging. Tegen een heuvel was een serie bunkers gebouwd van zandzakken met ervoor twee prikkeldraadversperringen, alles gebouwd door een Amerikaanse demonstratiecompagnie. Er werd een aanval verondersteld en vanaf de heuvel barstte een hevig vuur los van mitrailleurs, TLV’s, mortieren en geweren. Het was vrijwel onmogelijk het voorliggende terrein over te steken en een aanval uit te voeren, aan het beklimmen van de heuvel zou men helemaal niet toekomen. Ook nu werd munitie niet gespaard, binnen korte tijd was het gehele dal gevuld met rook en stof van ontploffende granaten. Ook hierbij was het noodzakelijk dat de aanvoer van munitie goed was geregeld.
Na afloop van de oefening bekeken we de bunkers, stevig gebouwd en ze boden voldoende bescherming. Wij waren nog niet toegekomen aan het maken van zulke bunkers, want we bleven tot nu toe niet lang op dezelfde plaats en maakten gebruik van de aanwezige schuttersputten. Om deze bunkers te maken moest er veel materiaal worden aangevoerd, heel veel zandzakken en prikkeldraad, en voor het aanleggen was veel tijd nodig. Misschien was het de bedoeling, dat wij er in de toekomst meer gebruik van moesten maken en ze dus moesten aanleggen.
Vrijdag 22 juni, ‘s avonds. Vanmorgen kregen we weer theorie Krijgstucht en speciaal nog weer het groeten en de beleefdheid tegenover meerderen. De laatste dagen was er veel tegen gezondigd, zelfs zo dat onze overste bij de Divisiecommandant op het matje werd geroepen. Wat was er gebeurd? Tijdens één van de dagen op weg naar een demonstratieterrein had de achteraan lopende compagnie van ons bataljon een achteropkomende generaal in zijn jeep, die ook op weg was naar dat terrein, niet laten passeren. De chauffeur claxonneerde, maar de groep ging niet opzij en reageerde niet! De chauffeur schreeuwde dat dit de jeep van de generaal was, maar nog stoorde niemand zich eraan. Toen ging de generaal zelf in de jeep staan, riep iets en wees op zijn ster, hij was woedend natuurlijk! En natuurlijk helemaal toen de achterste jongens zich omkeerden, de schouders ophaalden en grijnzend zeiden: ‘No understand’. Op dat moment ontstond er ruimte om te passeren en de jeep scheurde hen voorbij. Zo werd natuurlijk de naam van het detachement omlaag gehaald, het was natuurlijk een geintje en we lachten erom, maar we konden ons voorstellen dat onze officieren ermee in hun maag zaten. Daarom zou van nu af aan de krijgstucht ook strenger worden toegepast, werd ons duidelijk gemaakt tijdens deze les. Een tijd geleden had ik mezelf opgegeven voor een verlofperiode in Japan en ik was nu aan de beurt van 23 juni tot en met 28 juni. Bij de administratie had ik geld opgenomen, dat had je wel nodig.
‘s Avonds mijn toiletartikelen en dergelijke in de ransel gepakt en de rest in de plunjezak. Dat leverde ik in bij de foerier, evenals mijn BAR en mijn pistool. Zaterdagmorgen om 08·00 uur moest ik gereed staan voor vertrek.
Zaterdag 30 juni. Vorige week zaterdagmorgen werden we met militaire voertuigen naar een airstrip in de buurt gebracht. We waren met ongeveer twintig Nederlanders. Van Amerikaanse onderdelen kwamen ook verlofgangers en we moesten wachten op een vliegtuig. Dat duurde niet lang. We stapten in, namen plaats in een weinig comfortabel vliegtuig en vertrokken richting Japan. Na ongeveer vier uur vliegen landden we op een groot vliegveld en zagen dat het Yokohama was, met een groot kamp. We stapten uit en werden meegenomen naar een badinrichting, waar we ons moesten uitkleden, onze particuliere spullen afgeven en naar de douches om een douche te nemen. Het ging aan de lopende band. Na het douchen moesten we doorlopen naar de andere kant, waar we onze eigen spullen terugkregen. We werden voorzien van nieuwe kleding, namelijk twee Amerikaanse uitgaanstenues, dus khaki broeken en jasjes, twee overhemden met stropdas, ondergoed, sokken, lage schoenen enzovoort en een tas erbij om alles in te pakken. Zo raakte je al enigszins in een verlofstemming. Vervolgens gingen we naar een eetzaal en stond er een uitgebreide maaltijd op tafel. Je wist niet wat je overkwam. Na het eten werd ons medegedeeld, dat ons verlof nu inging en dat we over precies vijf dagen op ditzelfde uur terug moesten zijn in dit kamp. We kregen een kamer toegewezen met een echt bed, opgemaakt met lakens en dekens, een lang gemist genoegen! Eindelijk eens heerlijk slapen, dacht ik, zonder in de verte geluiden te horen van overkomende en ontploffende granaten, bombardementen van vliegtuigen, niet hoeven op te staan voor wachtdienst. Het slapen viel echter tegen, het was of je onbewust lag te luisteren naar geluiden die op gevaar duidden, je was half paraat! Gelukkig ging dit de laatste nachten beter.
De volgende dag na weer een goede maaltijd de stad maar eens bekijken. Het was een grote plaats met veel winkels en een druk verkeer.
Brede straten, een groot station waar veel moderne treinen aankwamen en vertrokken. Praten met de bevolking lukte niet best, bij oudere mannen probeerde ik het met half Maleis, maar ik kreeg geen reactie. Erg vriendelijk waren ze niet, waren ze de Amerikanen beu? De volgende dag met de tas met spullen in de bus, op weg naar Tokio. Dat bleek een nog grotere en drukkere stad te zijn, veel winkels en veel publiek op straat. Ik wist dat er een Holland House was en zocht het op, een soort militair tehuis waar je tegen betaling kon eten en slapen.
Dat was dus gemakkelijk, van daaruit was Tokio wel te bezichtigen. Ik had me voorgenomen te informeren naar de mogelijkheid voor een bezoek aan de steden Hiroshima en Nagasaki, waar in 1945 atoombommen waren gevallen. Dus met een taxi naar het station, een heel groot complex, daar de routes bekeken en geïnformeerd op een kantoor. Ze stonden me vriendelijk te woord, maar ik begreep dat het een lange reis zou worden en je heen en terug en bovendien met het bekijken van de plaatsen zeker twee dagen onderweg was. Dat was niet mogelijk in vijf dagen verlof, waarvan al drie dagen verstreken waren. Dat ging dus niet door! Wel bracht ik een bezoek aan de PX van het Amerikaanse leger, een gebouw met veel verdiepingen, waar de militairen van alles konden kopen tegen gereduceerde prijzen. Het was er druk en je kon niet bedenken wat er niet te koop was. Ik zag Amerikanen van alles kopen en naar huis sturen, zelfs complete ameublementen. Ik liep alle verdiepingen af, kocht verschillende souvenirs, onder andere een kimono. Op elke verdieping was een inpakafdeling, waar alles goed werd ingepakt. Dat was gratis. Op elke verdieping was tevens een postkantoor, waar je het pakje aanbood voorzien van adres, de verzendkosten betaalde en het werd meteen verzonden. Gemakkelijker kon het niet.
Zo vlogen de dagen voorbij, ook natuurlijk van het vele rusten en slapen. Al snel brak de dag aan waarop je terug moest. Woensdagmiddag teruggegaan naar het kamp in Yokohama en er nog geslapen.
Donderdag 28 juni moesten we ons uitgaanstenue weer inleveren. Ervoor in de plaats kregen we schone werkkleding, ook sokken en schoenen. Buiten stonden bussen klaar voor vervoer naar het vliegveld. Onderweg hiernaartoe ontstonden moeilijkheden, een Amerikaanse militair wilde niet verder mee, maakte veel trammelant en de chauffeur stopte. Zoiets was natuurlijk vaker gebeurd en men was er op voorbereid. Bij de deur van elke bus stond de MP die meereed. Deze praatte op de man in om hem op andere gedachten te brengen, maar dit hielp niet. Hij wilde niet verder mee en stapte uit, de MP liet hem gaan. Angst om naar het front terug te gaan? Op het vliegveld meldde de MP dit voorval en de soldaat werd natuurlijk opgezocht en opgepakt. Verder ging de terugreis voorspoedig en na de landing op een vliegveld in Korea werden we met trucks van het bataljon teruggebracht. Ik ging naar mijn peloton, dat nog op dezelfde plaats lag, en nam gewoon mijn plaats weer in. Er werd niet veel gevraagd over het verlof. De ingeleverde spullen haalde ik terug bij de foerier en de volgende dag was het net of je niet weg was geweest, je paste je direct weer aan!
![[image171.jpg]](/epubstore/D/F-V-Dreumel/We-liepen-naast-de-vijand/OEBPS/Images/image171.jpg)
Het Holland House in Tokio, waar we 5 dagen verbleven tijdens ons verlof.