2

Toen de extra lange limousine veertig minuten te laat voor ons gebouw tot stilstand kwam, haastte ik me naar de stoeprand en zette een verwelkomende glimlach op. Ik hoopte dat ik er goed uitzag. Ik had voor een professionele, zakelijke uitstraling gekozen. Gelukkig maar, want andere kleding vond je in mijn kast niet. Ik droeg een klassiek zwart broekpak van Armani met een ivoorkleurige zijden singlet en zwarte pumps met open hiel. Mijn haar zat in mijn gebruikelijke knot en mijn oorbellen waren parels met kleine diamantjes eromheen, van mezelf gehad op mijn negenentwintigste verjaardag vorige week. Ja saai, maar ook veilig. Ik wilde mijn klanten imponeren met mijn werk, niet met mezelf.

‘Meneer Fenstermaker? Fijn u te ontmoeten.’ Ik begroette de grote baas van het Gloss-imperium alsof hij prins William was terwijl hij gromde en zijn logge lijf uit de limo hees.

‘En u moet mevrouw Fenstermaker zijn?’

Alsof ik niet in tijdschriften meerdere biografieën over de Fenstermakers had gelezen en hun foto’s zo nauwgezet had bestudeerd dat ik ze bij een confrontatie met duizenden mensen er nog uit zou kunnen pikken. Hij zag er eerder uit als een slager uit Brooklyn dan een glamour verspreidende multimiljonair, maar zijn vrouw – zijn dérde vrouw – compenseerde dat ruimschoots. Ze kon zo de vrouwelijke slechterik in een Bond-film spelen, zo’n glashard blondje dat met één keer uithalen met haar nagel de halsslagader van een man opensnijdt. Hij schudde de hand die ik naar hem had uitgestoken en zij stevende langs me heen met een knikje, met haar extra grote Prada-zonnebril stevig op haar neus.

‘Ik hoop dat het niet druk was op de weg vanaf de luchthaven?’ zei ik toen we het gebouw binnengingen en over de glanzende marmeren vloeren naar de lift liepen. Hij gromde weer en zij reageerde niet eens. Ik heb een hekel aan ongemakkelijke stiltes in liften, maar de Fenstermakers leken daar geen moeite mee te hebben, dus was liftstilte mijn nieuwe boezemvriend.

‘Ik zal als eerste mijn campagne pitchen,’ zei ik toen we uit de lift stapten. ‘Onze president-directeur, Mason Graham, die u al kent, zal erbij komen zitten. Maar kan ik u eerst iets te drinken aanbieden?’

Ik ging de Fenstermakers voor naar onze ovaalvormige vergaderruimte met glazen wanden die een schitterend uitzicht over de hele stad boden. Ook al heb ik het al talloze keren gezien, het beneemt me nog altijd de adem. Recht onder ons vochten gele taxi’s om ruimte op de rijbanen en kochten zwermen mensen warme zoute pretzels van straatventers, schreeuwden in hun mobiele telefoon en negeerden verkeerslichten terwijl ze over straat krioelden. Middelvingers staken alle kanten op, toeristen maakten foto’s, duiven koerden en er dromde een groepje mensen om twee mannen in toga die op omgedraaide plastic emmers sloegen die voor drums moesten doorgaan. Ik had ze vaker gehoord, ze waren echt goed. Als je verder naar het noorden tuurde, kon je nog net de groene oase van Central Park zien met de wandelpaden, hondenperkjes, fonteinen en speelveldjes en het beste openluchttheater van de wereld. Heel New York – de smerige, kloppende stad der mogelijkheden – lag aan onze voeten. Maar de Fenstermakers keken niet eens naar het uitzicht. Ze hadden waarschijnlijk een mooier uitzicht gehad vanuit hun privévliegtuig, waarover ik had gelezen dat het was toegerust met een massagetafel, een assortiment uitzonderlijke Schotse single malt whisky’s en een glazen douche voor hem en een voor haar, beide met zes douchekoppen. Mevrouw Fenstermaker had ook een jacuzzi gewild, maar de FAA had gezegd dat het gewicht het toestel in gevaar kon brengen. Ze schijnt net zo goed op het woordje ‘nee’ gereageerd te hebben als een oververmoeide peuter.

Mijn storyboard en voorbeeldadvertentie stonden nog op hun ezels met de doeken eroverheen, zag ik tot mijn opluchting. Ik zag Cheryl er wel toe in staat om mijn presentatiespullen te stelen. Echt waar, een paar jaar geleden waren ze weg en vond ik ze een kwartier voor het begin van mijn presentatie in een afvalcontainer. Cheryl gaf de klusjesman de schuld, maar ze rook verdacht veel naar rotte eieren en natte kranten. (Misschien hoefde ik toch niet het vakje bij ‘paranoïde muts’ aan te klikken bij karaktereigenschappen; ik kon waarschijnlijk wel promoveren tot het vakje bij ‘mierenneukerige, neurotische, celibataire workaholic’. Misschien moest ik een lijfwacht inhuren om de mannen op afstand te houden.)

‘Espresso,’ bromde meneer Fenstermaker toen hij ging zitten.

Ik had gelezen dat hij net zo zuinig met zijn woorden was als met zijn geld, als het geen persoonlijke speeldingetjes betrof.

‘Natuurlijk,’ antwoordde ik terwijl ik in gedachten de New York Magazine van vorig jaar bedankte voor het vermelden dat hij een espressojunk was.

Ik schonk het uit een zilverkleurige thermoskan in een klein porseleinen kopje en legde er een citroenschilletje naast. Daarna wendde ik me tot mevrouw Fenstermaker, die kwaad in het spiegeltje van haar poederdoos naar haar bloedrode lippenstift zat te kijken alsof die haar zojuist had beledigd.

‘Houdt u nog van Pellegrino op kamertemperatuur?’ vroeg ik.

Ze klapte haar poederdoosje hard dicht en keek naar de glanzende houten buffetkast waarop ik hun favoriete versnaperingen had uitgestald: bagels met gerookte zalm uit Nova Scotia en bieslookroomkaas voor hem, bevroren biologische druiven voor haar. Groene druiven, bij god! Ik had ook croissants, muffins, stukjes exotisch fruit en versgeperste sappen besteld bij de beste bakkerijen van de stad, voor het geval de assistente van meneer Fenstermaker me op het verkeerde been had gezet toen ik belde om naar zijn culinaire voorkeuren te vragen. En Donna stond paraat, klaar om de deur uit te rennen en eventuele andere verzoeken in te willigen.

Mijn glimlachende lippen glansden van een nieuwe laag Cherry Bomb en het kenmerkende parfum van Gloss, Heat, vulde de ruimte. Een kristallen vaas die uitpuilde van de uit Thailand geïmporteerde orchideeën – de lievelingsbloemen van mevrouw Fenstermaker, volgens haar secretaresse – stond midden op de vergadertafel.

Mevrouw Fenstermaker keek me nu voor het eerst aan. Ik dacht tenminste dat ze dat deed, want ze had na het controleren van haar lippenstift haar zonnebril weer opgezet. Maar haar gezicht was min of meer de goede kant op gedraaid.

‘Ga je altijd zo grondig te werk?’ vroeg ze en ze klonk eerder verveeld dan nieuwsgierig.

Precies op dat moment kwam Mason op gympen die piepten op de houten vloer de vergaderruimte binnenschrijden.

‘Dat kan ik u verzekeren,’ zei hij. ‘Lindsey is een van de beste. U bent bij haar in goede handen, en wat ze voor u in petto heeft zal u zeker bevallen. Ik weet dat u het druk hebt, dus laten we meteen beginnen.’

Hij richtte zich tot mij. ‘Kan-ie?’

Ik knikte en liep naar het hoofd van de vergadertafel. De zon brak net door een wolk en de ruimte werd overspoeld met licht. Het leek een goed voorteken. Mijn kloppende hoofd, de knoop in mijn nek, mijn nagels zo ver afgekloven dat het zeer deed, mijn lichaam dat om slaap schreeuwde; alles verdween toen de ogen van drie machtige mensen op mij gericht waren. Iedereen wilde weten wat ik te zeggen had, wilde overdonderd worden door mijn vakkundigheid, hersens en voorbereiding. De vieze smaak van de muffin was uit mijn mond verdwenen. Het enige wat ik nu proefde was het vicepresidentschap.

Toen mijn pitch zo’n drie minuten aan de gang was ging het beter dan ik had kunnen hopen. Ik had net de doek van mijn voorbeeldadvertentie getrokken en een uitvergrote foto van een zwoel in de camera kijkende Angelina Jolie onthuld. Haar volle lippen pruilden iets en haar beroemde lange haar werd naar achteren geblazen, met dank aan twee staande ventilatoren waar ik een halfuur lang aan had lopen rommelen tijdens de shoot die afgelopen zaterdagavond tot twee uur was uitgelopen.

Het was alleen niet de echte Angelina. Want de Gloss-mensen waren goedkope vrekken, weet je nog? Ik had bij modellenbureau Elite een Angelina-kloon gevonden, een veertienjarig schoolmeisje uit Rusland dat geen woord Engels sprak en wier nors kijkende vader altijd met haar mee kwam op de uitkijk voor de cocaïnebezittende fotografen die zich naar hij gehoord had vrij door Amerika bewogen. De arme grimeuse moest nog bekomen van het aanbieden van een Tic Tac.

De tekst onder de advertentie was eenvoudig en vetgedrukt: IS DAT NIET…?

Daaronder in een kleiner lettertype: NEE, MAAR HAAR RODELOPERLIPPEN KUN JE WEL KRIJGEN. MET CHERRY BOMB VAN GLOSS KIJKT IEDEREEN NAAR JOU. BRAD PITT-KLOON NIET INBEGREPEN.

Meneer Fenstermakers mondhoeken trokken toen hij mijn tekst las. De zonnebril van mevrouw Fenstermaker was nog mijn kant op gericht, wat me een enorme triomf leek.

‘We starten onze gedrukte advertenties tegelijk met de televisiespotjes van dertig seconden,’ zei ik, met een stem die galmde van het zelfvertrouwen en een kaarsrechte rug. ‘Ik stel een eerste intense campagne voor in de steden in het Midden-Westen: Chicago, Indianapolis, St. Louis. We gebruiken focusgroepen om in elke markt het appeal van verschillende beroemdheden te testen en stemmen elke campagne af voordat we er nationaal mee gaan. Als Jennifer Garner het goed doet in Iowa, wordt dat de advertentie die we in Des Moines gebruiken.’

Ik trok de doek van mijn storyboard om een tv-spot van dertig seconden te laten zien. Je zag een gewoon meisje (je zou verbaasd staan hoe vreselijk gewoon de meeste modellen er zonder make-up uitzagen) die uithaalde naar CoverGirl: ‘Natuurlijk zien actrices er mooi uit, die worden ervoor betaald om een gave huid te hebben. Maar wij dan?’

Een snelle cut naar haar make-uptas – vol met Gloss-producten in hun kenmerkende zwarte en zilveren kokertjes en potjes – en voilà! Ons gewone meisje wordt door het wonder der moderne mascara getransformeerd tot een Jennifer-lookalike terwijl we de voice-over de slogan horen uitspreken: ‘Gloss: Schoonheid voor elke dag.’

‘Als we uitbreiden naar de west- en oostkust,’ ging ik verder, ‘kunnen we op de huidige tv-programma’s inspelen. Drew Barrymore produceert op het moment voor HBO een nieuwe serie over collega’s bij een modetijdschrift. Dat wordt de Sex and the City van dit seizoen. Een product placement deal zou ons kunnen helpen.’

‘En hoeveel gaat me dit kosten?’ bromde Fenstermaker.

Ik dacht: waarschijnlijk minder dan de jacuzzi die je naar de schroot hebt moeten brengen.

‘Acht miljoen voor de eerste fase,’ zei ik en ik zorgde ervoor dat er geen enkel spoor van verontschuldiging in mijn stem te horen was.

‘Kun je garanderen dat ik het terugverdien?’ vroeg hij.

‘Ik denk dat onze staat van dienst voor zich spreekt,’ antwoordde ik. ‘We kunnen u niet meer winst bezorgen zonder eerst wat uit te geven.’

Fenstermaker gromde weer. Er zat een beetje roomkaas op het puntje van zijn klompneus.

‘Ik zou zweren dat dit Angelina is,’ zei hij, bijna tegen zichzelf, toen hij weer naar mijn voorbeeldadvertentie keek. ‘Ontmoette haar vorige week nog. Wilde dat ik geld aan een of ander weeshuis doneerde.’

Hij wapperde met zijn hand, alsof het weeshuis een vervelende vlieg was die hij probeerde weg te slaan.

‘Elke seconde die ons publiek naar de advertentie kijkt om erachter te komen of ze het echt is betekent evenveel tijd dat het merk tot hun onderbewustzijn kan doordringen,’ zei ik. ‘We maken de kleine lettertjes zo klein als onze juridische afdeling toestaat.’

En dan nu mijn klapstuk. Ik liep naar een rij van drie ezels en trok de doeken eraf, waardoor drie foto’s tevoorschijn kwamen.

‘Onderzoek onder plastisch chirurgen wijst uit dat vrouwen Angelina’s mond, Keira Knightley’s ogen en de jukbeenderen van Cameron Diaz willen,’ zei ik en ik wees naar de uitvergrote foto van elk van de beroemdheden. ‘Achter op elke verpakking van Gloss-cosmetica komt een schema waarop vrouwen kunnen zien hoe ze de look van hun favoriete beroemdheid kunnen kopiëren. Keira draagt bijvoorbeeld naar de meeste van haar rodeloperevenementen zwarte mascara en oogschaduw uit de perzikbruin-serie. Die kleuren zitten al in het assortiment van Gloss, dat betekent geen nieuwe R&D. We weten allemaal dat dat de echte bodemloze put is. We hoeven alleen de verpakking en marketing wat te pimpen.’

Ik liep terug naar de tafel en keek meneer Fenstermaker recht aan omdat ik wist dat hij de beslissingen nam. Hij had tijdens het eerste jaar de brui aan zijn studie gegeven en zijn imperium uit het niets opgebouwd. Achter het buldoguiterlijk zat een razendsnel brein.

‘We verkopen niet alleen lippenstift,’ zei ik. Ik ging langzamer en zachter praten. Dit was het beslissende moment. Ik had het derde honk bereikt en rende nu zo hard als ik kon naar de thuisplaat. ‘We laten de meisjesdroom van elke vrouw in Amerika uitkomen. Iedereen kan nu filmster zijn.’

Fenstermaker knikte en slikte een tweede bagel door zonder zichtbaar te kauwen.

‘Vragen?’ vroeg ik. ‘Nee? Heel graag gedaan.’

Deze keer stak Fenstermaker als eerste zijn hand uit om de mijne te schudden. Het was een subtiel detail, maar ik voelde dat Mason het opmerkte. Ik knikte en glimlachte naar mevrouw Fenstermaker en liep naar de deur.

‘Goed gedaan, Lindsey,’ zei Mason zacht toen ik langs hem liep.

Zodra ik de vergaderruimte uit stapte, stortte ik in. Tijdens een speech of een presentatie voor een klant heb ik nooit last van plankenkoorts, maar zodra ik klaar ben, begin ik te trillen en krijg ik een droge mond.

‘Hoe ging ’t?’ vroeg Matt toen ik zijn kamer binnenstruikelde. Die was recht tegenover de vergaderruimte.

Ik plofte neer in een stoel en stopte mijn hoofd tussen mijn knieën.

‘Zó goed?’ vroeg hij terwijl hij de proefafdrukken van de fotograaf neerlegde die hij met een vergrootglas aan het bestuderen was. Matt zat op de campagne voor Butterball-kalkoenen. ‘Meestal word je alleen maar bleek. Het moet wel heel goed zijn gegaan als je bijna moet kotsen.’

‘Laat me even,’ zei ik schor terwijl ik wachtte tot het bloed weer terug naar mijn hoofd stroomde. ‘Het leek alsof hij bijna glimlachte aan het einde. Dat is goed, toch? En zij knikte twee keer. Haar gezichtsuitdrukking veranderde niet, maar ik denk dat dat door de botox komt.’

‘Het is beter dan dat ze je met bevroren druiven zou bekogelen,’ was Matt het met me eens.

‘En bedankt,’ zei ik en ik tilde mijn hoofd op en glimlachte voor de eerste keer die dag echt; de glimlach naar mijn klanten kwam niet vanuit het hart. ‘Bemoedigend en positief. Ik denk dat ik alles erin heb gestopt. Focusgroepreacties, advertentieplaatsing in tijdschriften, budgetverhogingen die aan resultaatdoelen zijn gekoppeld…’

‘Het is in kannen en kruiken,’ onderbrak Matt me. ‘Ik hoorde Mason door de telefoon zeggen dat jouw campagne die van Cheryl ruimschoots overtreft.’

‘Zei hij dat echt?’ vroeg ik gretig.

‘Niet met zoveel woorden,’ antwoordde Matt. ‘Ik probeerde je alleen maar op te laten houden met wauwelen.’

‘Leugenaar,’ zei ik en ik draaide mijn hoofd zo dat ik de gang in kon gluren en zien of Cheryl al naar de vergaderruimte ging. ‘Hoe kan ik je vertrouwen als je zo’n leugenaar bent? Jezus, ik hoop dat ik het hem geflikt heb…’

‘Mag ik je wat vragen?’ onderbrak Matt me weer. Hij wriemelde aan het gele waspotlood dat hij gebruikte om de foto’s die hij het beste vond te omcirkelen. ‘Waarom wil je vicepresident worden?’

Ik staarde hem aan.

‘Serieus, denk er eens goed over na,’ zei hij. ‘Vertel me eens waarom je het zo graag wilt.’

‘Waarom moest ik zo nodig bevriend raken met iemand die psychologie als bijvak heeft gevolgd?’ kreunde ik. ‘Ik vind het zo irritant als je dit doet.’

‘Klassiek geval van ontwijking.’ Matt deed alsof hij iets in een notitieboekje opschreef. ‘Je verdient al zakken vol met geld. Je werkt hard. Promotie betekent alleen maar meer geld en meer werk. Is dat wat je wilt met je leven?’

‘Veel meer geld,’ verbeterde ik hem.

‘Oké, veel meer geld,’ zei Matt terwijl hij achteroverleunde en zijn voeten op zijn bureau legde. ‘Maar je verdient nu al een hoop. En als ik genadeloos eerlijk mag zijn: je ziet er de laatste tijd niet zo best uit.’

‘Hé,’ zei ik gekwetst. Misschien ging ik hem toch maar niet vertellen dat zwart zijn kleur was. Misschien zou ik moeten zeggen dat dat fuchsiapaars was. Tenzij hij vond dat ik alarmerend dun was geworden, in dat geval zou ik hem alles vergeven.

‘Slaap je wel eens?’ vroeg Matt. ‘Ik kreeg vorige week om twee uur ’s nachts een e-mail van je.’

‘O jee, een wannabe-psycholoog die voor detective speelt,’ grapte ik. ‘Een dodelijke combinatie.’

‘Linds,’ zei Matt en hij zette zijn serieuze toon op, de toon die hij waarschijnlijk zou gebruiken als hij vader was en zijn kinderen de hond met bakvet hadden ingesmeerd. ‘Ik wilde het hier al eerder met je over hebben, maar je had het steeds te druk. Ik maak me zorgen om je.’

‘Dat is lief van je, Matt,’ zei ik. ‘Maar met mij is niets aan de hand.’

Ik draaide mijn hoofd weer om te kijken of ik Cheryl zag.

‘Zie je nou? Je luistert niet eens naar me,’ klaagde Matt. ‘Je weet dat niemand je die promotie meer afneemt. Zelfs als Cheryl dit account krijgt, wat niet gaat gebeuren, want jij bent beter, heb je nog altijd veel meer werk binnengebracht dan zij. Iedereen weet dat jij het wordt. Donna is zelfs al met een kaart voor je rond geweest waar iedereen zijn naam op moest zetten. Dus kun je even twee seconden naar mij luisteren?’

‘Denken ze echt dat ik het word?’ vroeg ik opgewonden. ‘Wie zeiden dat allemaal?’

Matt zuchtte diep, alsof ik zijn geduld op de proef stelde. ‘Je bent aan vakantie toe,’ zei hij. ‘Wanneer heb je voor het laatst vakantiedagen opgenomen? En je moet gaan daten. Je moet naast je werk nog iets anders hebben in je leven.’

‘Ik date toch?’ zei ik verontwaardigd.

‘Twee afspraakjes in het afgelopen halfjaar,’ zei Matt, ‘dat telt niet.’

Daar kon ik niets tegenin brengen. Een van die afspraakjes was met een marathonloper die drie broodmandjes leegvrat vanwege de koolhydraten en negentig minuten lang vertelde over zijn trainingsregime, dat in een notendop bestond uit de ene voet voor de andere zetten. Sprankelende gespreksstof. Ik was ook uit geweest met een dierenarts, maar omdat ik allergisch voor katten ben en hij zich na zijn werk niet had omgekleed, zat ik de hele avond naast hem op een barkruk mijn waterige ogen te deppen. Een tafel vol vrouwen van middelbare leeftijd die zich duidelijk een aantal keer gebrand hadden, dacht dat hij het met me uitmaakte.

‘Hij heeft vast een ander,’ siste een van hen terwijl ze vuil naar hem keken. Al met al was de sfeer niet heel geweldig.

‘Ik wil gewoon graag VP worden,’ zei ik tegen Matt. Ik pakte het kleine harkje van de Zen-tuin die ik hem vorig jaar voor de grap had gegeven en maakte nieuwe patronen in het zand (op het kaartje had ik gezet: ‘Deze tuin ziet er gestrest uit. Kun jij hem helpen?’).

Ik had echt geen zin in dit gesprek, niet nu, en het was niet eerlijk van Matt dat hij erover begon. Ik smachtte niet alleen naar die promotie, ik móést haar gewoon hebben. Als ik haar nu niet kreeg, zou het jaren duren voor ik weer zo’n kans kreeg. Lege vicepresidentposities waren net zo zeldzaam als zonsverduisteringen. En de volgende keer was ik niet de ster van het bureau. Tegen die tijd zou iemand anders, iemand die jonger en jeugdiger was, me op de hielen zitten. Als ik nu een fout maakte en mijn momentum verloor, zou ik het nooit terugkrijgen, hoe hard ik ook graaide naar een nieuw houvast op de bedrijfsladder. Ik zou misschien zelfs naar een ander reclamebureau moeten overstappen en mezelf helemaal opnieuw moeten bewijzen, om het stigma overgeslagen-voor-een-promotie te vermijden. Hoe kon ik Matt uitleggen dat ik niet bang was voor een beetje hard werken, maar dat ik doodsbang was om te falen?

‘Weet je dat zeker?’ vroeg Matt. ‘Bedenk eens wat het voor je leven zal betekenen. Je zal zo vastzitten aan deze tent dat je er nooit meer uitkomt. Kun je je voorstellen dat je hier over twintig jaar nog steeds zit?’

‘Zo ver heb ik niet vooruit gedacht,’ loog ik. Over twintig jaar wilde ik mijn naam op dit gebouw. Ik wilde een huis in Aspen en eentje in de Berkshires. Ik wilde een auto met chauffeur die me elke dag naar het werk bracht en die me voor de deur opwachtte als ik klaar was.

‘Heb je nooit het gevoel dat je dingen misloopt?’ zei Matt, deze keer iets voorzichtiger. ‘Is dit wat je wilt?’

Ik liet zijn blik los. Oké, die deed wel zeer. Het was onmogelijk om niet te merken dat steeds meer van mijn vrienden zich verloofden. Mijn oude kamergenootje van de universiteit had net een kind gekregen. Ze breidden hun leven uit, terwijl het mijne als een pijl over zijn snelle, rechte pad vloog. Maar Matt wist hoe hard ik hiervoor had gewerkt. Waarom moest hij nou juist vandaag zo op me in hakken?

‘Ik…’ begon ik, maar om de een of andere reden trilde mijn onderlip. Ik schraapte mijn keel en wilde opnieuw beginnen. Toen zag ik iets in mijn ooghoek. Ik maakte mijn zin niet af.

Cheryl paradeerde richting de vergaderruimte. Ze was blijkbaar een beetje afwezig geweest vanmorgen, want ze had vergeten haar topje aan te trekken. Zoiets kon iedereen overkomen.

‘Halleluja,’ fluisterde Matt met gevoel, zoals mannen dat doen als ze hun favoriete sportman iets onmogelijks zien klaarspelen waardoor de wedstrijd is gered. Zijn voeten gleden van het bureau en kwamen met een harde bons op de grond terecht.

Oké, ‘vergeten’ was misschien niet het juiste woord. Ze had wel degelijk een topje aan. Vijftien hele centimeters nauwsluitende, zijdeachtige zwarte stof met een lage rug. Toen ze dichterbij kwam, werd het maar al te duidelijk dat het haar beha was die ze was vergeten.

Ze zag er fantastisch uit, als ze de entertainer op een vrijgezellenfeestje was geweest. Haar lange haar hing los en wild en haar lippen waren zo vol dat ik zeker wist dat ze nog meer collageenspuiten had gehad. Haar hakken waren zo hoog als wolkenkrabbers en het leek alsof ze elk moment voorover kon vallen, maar dat kon ook door de zware lading aan de voorkant komen. Zou ze ook collageenspuiten op minder orthodoxe plaatsen hebben gehad?

‘Waar is ze in godsnaam mee bezig?’ vroeg ik.

‘Ze speelt vuil spel,’ antwoordde Matt. ‘Maar maak je geen zorgen, zo lijkt ze alleen maar wanhopig.’

‘Echt?’ vroeg ik gretig.

Hij gaf geen antwoord.

‘Matt!’ beet ik hem toe.

‘Hè? O, sorry,’ zei hij.

Hij schoof zijn stoel een stukje op zodat hij het beter kon zien. ‘Ik kan vanaf hier de vergaderruimte in kijken. Wil je een gedetailleerd verslag?’

‘Ja,’ antwoordde ik, terwijl ik op mijn enige nagel beet waar nog een beetje leven in zat. ‘Nee. Ik weet het niet.’ Ik sprong op uit de stoel, ging weer zitten, ging met mijn hand over mijn voorhoofd. ‘Denkt ze nou echt dat ze dat account gaat winnen door haar tieten te laten zien?’

‘Nee, maar misschien wel door haar hand op Fenstermakers knie te leggen,’ zei Matt.

‘Wat?’ gilde ik uit.

‘Ze heeft de knie nu losgelaten,’ zei Matt. ‘Ze is klaar met haar begroetingen, nu stort ze zich op haar pitch. Ze gaat verder met haar storyboard.’

‘Waarom geeft ze hem niet meteen een blowjob onder tafel?’ mompelde ik.

‘Ik denk dat ze dat als afsluiter bewaart,’ zei Matt.

‘Lacht hij?’ vroeg ik. ‘Vindt hij haar leuk? Is zijn vrouw boos?’

‘De vrouw zit aan de andere kant van de tafel,’ zei Matt. ‘Ze kan niet zien wat zich onder tafel afspeelt. Bovendien zit ze in een zakspiegeltje te kijken.’

‘O shit,’ zei ik. Met mijn hand voor mijn gezicht zakte ik dieper weg in de stoel. ‘Fenstermakers vrouw doet het met hun piloot, dat heb ik ergens gelezen tijdens mijn research. Er werden geen namen genoemd, maar het was overduidelijk om wie het ging. Potjandorie.’

‘Potjandorie?’ vroeg Matt. ‘Meen je dat nou?’

Ik sprong weer op en begon te ijsberen terwijl ik vragen op Matt afvuurde alsof hij in de getuigenbank zat.

‘Hoe kijkt Fenstermaker?’ vroeg ik.

‘Laat ik het zo zeggen: hij kijkt niet ongelukkig,’ antwoordde Matt diplomatiek.

‘En wat doet zijn vrouw nu?’

‘Ze eet een druif,’ zei Matt. ‘Eén druif. Ze heeft hem zelfs nog niet opgegeten. Ze bestudeert hem alsof het een diamant is.’

Kijk op van die druif, probeerde ik telepathisch op mevrouw Fenstermaker over te brengen.

Matt snoof en ik keek boos zijn kant op.

‘Sorry,’ zei hij.

‘Dit is zo onprofessioneel,’ siste ik. ‘Zo… zo…’

‘Zo typisch Cheryl,’ maakte Matt voor me af.

Mijn hoofdpijn kwam extra hevig terug. Ik had kunnen weten dat Cheryl het vuil zou spelen. Een paar jaar nadat ik bij Richards, Dunne & Krantz was komen werken, gingen we naar Kentucky toen ik met haar om een vaatwasmiddelaccount streed. Daar moesten we focusgroepen met thuisblijfmoeders doen. Mijn campagne concentreerde zich op snelheid; moeders hadden het tegenwoordig te druk om pannen te schrobben, dus klaarde ons middel de klus in de helft van de tijd. Cheryl ging voor een ‘hetzelfde goede product, nieuw uiterlijk’-aanpak door de fles opnieuw vorm te geven. We probeerden daar in Kentucky vier verschillende groepen moeders met onze praatjes voor ons te winnen, schreven hun opmerkingen, ideeën en aanbevelingen op en het was overduidelijk dat mijn campagne won. Maar toen we weer in New York waren, koos de klant die van haar. Ik schreef het toe aan pech. Misschien had de klant iets met flessen in de vorm van fallussen. Misschien vond hij de nieuwe grotere, stevigere fles mooier omdat er iets ontbrak in zijn leven (weer geen jaloezie, hoor).

Zes maanden nadat de campagne voor het eerst was uitgezonden, hoorde ik dat Cheryl de opmerkingen van de groepen had omgewisseld voordat ze ze bij de klant inleverde. Ik kon het niet bewijzen, alles wat ik had was een gefluisterde beschuldiging van Cheryls assistente toen die naar een andere werkgever vertrok.

‘Ze bukt zich nu voor de neus van Fenstermaker,’ zei Matt. ‘Volgens mij doet ze alsof ze iets heeft laten vallen.’

‘Wat doet Fenstermaker?’ vroeg ik.

‘Hij kijkt hoe zij het oppakt,’ antwoordde Matt. ‘Dat, of hij stopt een dollar in haar string.’

‘Wat is ze toch enorm zielig,’ sputterde ik. ‘Het is een heel slimme vrouw. Ze levert goed werk. Waarom moet ze altijd dit soort stunts uithalen?’

‘Omdat het Cheryl is,’ zei Matt. ‘Hé, volgens mij breit ze er een eind aan. Mason staat op.’

‘Wat doet Fenstermaker?’ vroeg ik.

‘Die staat ook op,’ antwoordde Matt. ‘Oepsie… hij gaat met Cheryl mee naar de wc voor een vluggertje.’

‘Wat?’ piepte ik.

‘Grapje,’ zei Matt. ‘Hij heeft net Mason de hand geschud en nu lopen ze met z’n allen naar de lift. Wacht hier. Ik loop er even langs om af te luisteren.’

Matt liep zijn kantoor uit en terwijl ik weer op de stoel neerplofte liet ik in één keer alle lucht uit mijn longen ontsnappen. Ik voelde me zo flauw en duizelig alsof ik de marathon had gelopen. Had ik gisteravond wel avondeten gehad? Nee, bedacht ik, tenzij je de diepvriesburrito meetelde die ik in de magnetron had gegooid nadat ik naar huis was gestrompeld. Die had net zo gesmaakt als de kartonnen doos waar hij in zat, dus had ik hem na één hapje in de vuilnisbak gesmeten en genoeg Ben & Jerry’s Cherry Garcia-ijs naar binnen gewerkt om mijn fruitbehoefte voor die dag te halen. Ik moest wat vitaminen hebben. En maagtabletten, mijn maag voelde aan alsof iemand er knopen in legde en ze daarna in brand stak. Waarschijnlijk de maagzweren waarvoor mijn dokter me had gewaarschuwd dat ze in het verschiet lagen. Het voelde ondertussen aan alsof ik de hele familie maagzweer in mijn maag had zitten, die weer op hún nagels zaten te bijten.

Wat kon zich nu eigenlijk in de gang afspelen? Had Fenstermaker al een besluit genomen? Ik draaide me om en gluurde om de hoek van Matts deur op het moment dat hij net weer terugkwam.

‘Nog geen uitspraak,’ rapporteerde Matt. ‘Maar ik hoorde Fenstermaker tegen Mason zeggen dat hij snel zou bellen.’

‘Snel?’ wilde ik weten. ‘Over een uur? Volgende week? Volgende maand? Wat betekent “snel” in godsnaam?’

‘Lindsey, kappen,’ zei Matt. ‘Ik heb toch al gezegd dat het niet uitmaakt wat er vandaag gebeurt, je hebt hem in je zak.’

‘Dat zeg je alleen maar omdat je mijn psychiater bent,’ zei ik, maar ik kon een glimlach niet onderdrukken.

Ik stond langzaam op van mijn stoel. Elk bot in mijn lijf deed ineens pijn. Het moest wel de postpresentatie-inzinking zijn, want ik kon niet ziek worden. Om zes uur morgenochtend vloog ik naar Seattle om focusgroepen te leiden voor een sneakermerk waarvan de verkoop in het westen onverklaarbaar slecht liep. Ik moest het probleem vaststellen en de campagne snel herstructureren voordat we nog meer geld aan onze oude advertenties verkwistten. Van daaruit vloog ik rechtstreeks voor zesendertig uur naar Tokio om toe te zien op de shoot van een eau de cologne-spotje met een tweederangsacteur. Het zou een nachtmerrie worden, want zoals de meeste aan de grond geraakte voormalige soapsterren, vrat hij Lorazepam alsof het popcorn was, dus ik zou de hele shoot voor babysitter moeten spelen. Daartussendoor, aangenomen dat ik het Gloss-account won, moest ik de details voor onze tv- en tijdschrift-shoots afronden, reclametijd kopen en de productie begeleiden.

‘Ik heb bergen werk te doen,’ zei ik tegen Matt. ‘Ik kan maar beter teruggaan naar mijn kamer.’

‘Hé, Linds?’ zei Matt.

Ik draaide me om.

‘Je hebt mijn vraag nog niet beantwoord.’

‘Kunnen we het er later over hebben?’ vroeg ik en ik kneedde mijn nek weer.

Ik wist al niet meer wat Matts vraag was geweest. Ik moest nog zoveel doen voor vanavond, en dat was maar goed ook. Ik kon de afleiding goed gebruiken om niet gek te worden van het piekeren over de bekendmaking. Op mijn computer wachtten tientallen e-mails op me en ik moest de displays en promotiemonsters die mijn team voor een nieuwe lijn wijnkoelers in elkaar had gezet nog bekijken en ervoor zorgen dat we op één lijn zaten met de klant, vergeleken bij wie Donald Trump kalm en nederig leek.

Ik had al vijf verschillende campagnes voorgesteld en bij alle vijf had de wijnkoelermogol ongeduldig zijn hoofd geschud terwijl hij in de mobiele telefoon die permanent aan zijn oor was bevestigd schreeuwde: ‘Het kan me geen hol schelen hoe duur het is om druiven te oogsten! Zeg hem dat als hij nog een keer zijn prijs verhoogt, ik zijn ballen kom oogsten!’

Ik moest mijn team prikkelen zodat we met iets spectaculairs zouden komen om hem tevreden te stellen. Ik moest ook Donna nog vragen mijn vluchten om te boeken. Ik moest daarbij niet vergeten te zeggen dat ze geen nachtvlucht voor me moest regelen; de stewardessen deden daarop altijd het licht uit, wat het onmogelijk maakte om iets af te krijgen. Realiseerden ze zich dan niet dat de cocon van een vliegtuig de ideale plaats was om ongestoord te werken? O, en ik moest Oprah natuurlijk nog tot de orde roepen.

Ik wilde zo graag het Gloss-account in mijn zak hebben vóór de bekendmaking van vanavond, maar ik moest geduld hebben. Wat Matt en alle anderen ook zeiden, ik was er niet gerust op dat ik de promotie kreeg totdat ik Mason mijn naam zou horen zeggen. Niet weten of ik had gewonnen was een onzekerheid.

Van onzekerheden werd ik zenuwachtig.

Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim
titlepage.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_000.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_001.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_002.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_003.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_004.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_005.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_006.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_007.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_008.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_009.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_010.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_011.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_012.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_013.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_014.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_015.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_016.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_017.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_018.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_019.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_020.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_021.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_022.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_023.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_024.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_025.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_026.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_027.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_028.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_029.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_030.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_031.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_032.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_033.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_034.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_035.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_036.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_037.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_038.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_039.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_040.xhtml