20
‘Ik kom eraan!’ Ik stoof de gang door in mijn prachtige gouden jurk en geleende Jimmy Choos, mijn avondtasje onder mijn arm geklemd, één diamantje in mijn oor en een in mijn hand. Maar het kloppen op de deur hield niet op.
‘Mevrouw Summer, u ziet er beeldschoon uit.’ Matthew stond voor de voordeur, schitterend in een nieuw grijs kostuum met lichtgouden das, speciaal gekocht bij mijn jurk. ‘Echt, je ziet er fantastisch uit.’ Hij boog zich naar me toe voor een luchtkus op mijn wang, zodat mijn make-up niet vlekte.
‘Jij hebt je ook mooi uitgedost,’ zei ik terwijl ik een pirouette draaide. ‘Ik ben bijna klaar. Waarom heb je je sleutel niet gebruikt?’
‘Ik wilde een grootse entree maken,’ riep hij vanuit de gang. ‘Heb je die foto’s allemaal zelf opgehangen? Staat mooi, hoor.’
‘Ik kan toevallig heel goed een spijker in de muur slaan,’ antwoordde ik, en ik bracht nog een laatste laagje mascara aan voor de spiegel van de woonkamer. ‘Ik heb ze gisteren opgehangen.’
Toen we aankwamen was ik linea recta naar Dans huis gegaan, in de hoop dat hij nog niet naar LA was vertrokken. Maar hij was niet thuis. En volgens de buurman die naar buiten kwam om te zien wat dat allemaal voor lawaai was, was hij al een dag niet thuis geweest. Ik was te laat, hij was vertrokken. Ik sprong niet van Waterloo Bridge, maar kroop weer in de taxi en liet me naar huis rijden. Ik kon verder niets doen totdat hij met me wilde praten, wanneer dat ook zou zijn. Tot die tijd zou ik zorgen dat ik mezelf bezighield.
Nadat ik me donderdagmiddag uit bed had gesleept, ging ik een stukje joggen, en toen ik thuiskwam bracht ik een vers likje verf aan in de gang om de trieste schaduwplekken uit te wissen waar de foto’s van Simon en mij ooit hadden gehangen. En die vrijdag, na al weer een stukje joggen in de ochtend, ging ik naar Ikea en kwam terug met een lading nieuwe lijstjes waar ik foto’s en herinneringen in stopte. Daar was de foto die ik met mijn mobieltje had genomen van mijn nieuwe haar, een kaartje van het liefdadigheidsbal in het Savoy en het papiertje met Ashers nummer erop. Ik had de bon van mijn lingerie ingelijst. En ook een foto van de tattoos van mezelf, Emelie en Matthew. Voor mijn gevoel had ik nog een paar duizend foto’s van mijn twee beste vrienden en mezelf bij Niagara Falls. In nog maar twee weken was ik in staat geweest mijn hele gang een nieuwe aanblik te geven. En in de woonkamer hing, als blikvanger boven de bank, een voddig servetje, helemaal volgeschreven, in een enorme zwarte houten lijst.
‘Is Emelie al weg?’ Matthew slenterde de woonkamer in en pakte mijn nieuwe Mad Men-dvd van het televisietoestel. ‘Gaat ze niet met ons mee?’
‘Ze is gisteravond naar huis gegaan.’ Ik wierp nog een laatste blik in de spiegel. Mijn haar glansde, de jurk was onberispelijk, mijn make-up was mooi, fris en – essentieel, zoals ervaring me had geleerd – waterproof. ‘Ik geloof niet dat ze wilde dat Paul haar hier kwam ophalen.’
‘Begrijpelijk.’ Hij glimlachte naar mijn artistieke meesterwerkje. ‘Ik neem aan dat ze sowieso naar huis moest, aangezien jij ons zo hardvochtig alleen achterlaat.’
‘Ja, ik denk het ook,’ beaamde ik. ‘Als ze dan toch ergens alleen moet zijn, kan ze nog het best in haar eigen huis zijn. Bovendien maakt ze hier in huis geen schijn van kans om iets met mijn broer te beginnen. Daar zorg ik wel voor.’
‘Wanneer vertrek jij?’ vroeg hij.
Ongeveer tien minuten nadat ik was opgehouden op Dans deur te bonzen, had Veronica gebeld om te zeggen dat ik de opdracht in Sydney in de pocket had. De visagiste die eerst door het tijdschrift was aangenomen, had zich teruggetrokken toen ze hoorde dat Dan had afgezegd, en Dan had alleen maar afgezegd omdat hij dacht dat ik zou gaan. Zelfs in de liedjes van Alanis Morissette was geen ironischer situatie te vinden. Omdat Dan hen had laten zitten, mocht ik naar Australië. Omdat ik hem had laten zitten, kreeg ik de kans van mijn leven. Of had hij mij laten zitten? Hoe dan ook, geen van ons was de laatste keer dat we elkaar spraken erg blij geweest en nu gingen we allebei naar de andere kant van de wereld omdat hij niet wilde luisteren. Ik was best bereid om hiervoor enige verantwoordelijkheid te nemen, maar, eerlijk gezegd, niet een hele berg.
‘Ik vertrek morgenavond.’ Ik pakte de uitnodiging voor de bruiloft van de leuning van de bank en spreidde mijn armen om aan te geven dat ik er helemaal klaar voor was. ‘Ik vlieg om tien uur.’
‘Dan breng ik je.’ Matthew hield me zijn arm voor. ‘Je moet wel wat Vegemite voor me meenemen.’
‘Zijn jullie zover?’ Stephen stak zijn hoofd om de deur van de woonkamer en Matthew begon te stralen als kerstboomverlichting. ‘De auto staat dubbel geparkeerd. Rachel, je ziet er prachtig uit.’
Ik had het geluk dat ik door twee mannen naar de bruiloft werd begeleid. En gezien de manier waarop ze naar elkaar lachten, was er binnenkort nog een bruiloft te verwachten. Stephen had, godbetert, sinds we terug waren uit Toronto constant geprobeerd Emelies en mijn goedkeuring te verkrijgen. Matthew mocht dan misschien zover zijn dat hij hem een tweede kans wilde geven, Emelie en ik hadden besloten dat hij een proeftijd kreeg van een halfjaar. Eén verkeerde blik en hij ging de laan uit.
‘Zullen we gaan?’ vroeg Matthew, met zijn arm nog steeds uitnodigend voor me.
Ik keek op het lijstje in mijn roze opschrijfboekje – uitnodiging, adres, kaartje, cadeau – ja, ik had alles.
‘We gaan.’ Ik maakte een piepklein buiginkje en nam zijn uitgestoken arm aan. Omdat ik mannen voorlopig had afgezworen, was de kans groot dat het voorlopig het enige lichaamsdeel van een man was dat ik zou aanraken.
Emelie en Paul stonden voor de kerk op ons te wachten en, ook al kostte het me veel pijn om het toe te geven, ze zagen er samen ontzettend gelukkig uit. Paul had duidelijk zijn Ewok-haar gewassen en Em, in mijn lichtblauwe zijden gevalletje en met snoezige witte kanten handschoentjes, straalde. Het was alleen jammer dat ze niet de enigen waren die voor de kerk op me stonden te wachten.
Ik kreeg Simon als eerste in de smiezen. Dat weet ik aan het feit dat vijf jaar samen je een speciaal soort zintuig geeft om de ander te spotten. Zijn auto, onze auto, stond iets verderop en hij stond een paar meter verder tegen een grafsteen aan, in zijn mooiste pak, met zijn iets te lange donkerblonde haar plat gekamd. Hij had kennelijk zijn maandelijkse afspraak bij de kapper overgeslagen.
‘Maak je geen zorgen,’ zei Matthew toen Paul zijn mouwen begon op te stropen. ‘Wij krijgen hem wel weg.’
‘Nee.’ Ik hield mijn hand boven mijn ogen tegen de zon. Ik kon zien dat hij niet op problemen uit was. Hij zag er zo triest uit. ‘Ik praat wel met hem. Wacht binnen op me.’
Toen ze zagen dat ik het meende, liepen ze alle vier naar de kerk terwijl ik de andere kant op ging. Het hoefde niet lang te duren.
‘Simon?’
‘Rachel?’ Hij tuurde naar me en keek toen nog eens. ‘Ben jij dat?’
‘Ik besef dat het een poosje geleden is, maar ik had niet gedacht dat je niet meer weet hoe ik eruitzie.’ Ik sloeg mijn armen over elkaar. ‘Wat doe je hier?’
‘Je haar.’ Hij bleef me van top tot teen opnemen totdat we het punt gepasseerd waren waarop zijn blik stompzinnig en daarna echt aanstootgevend werd. ‘Je ziet er fantastisch uit.’
‘Dank je.’ Dat was in elk geval waar, en het luchtte me op. Het moment waarop ik in een wijde boxershort en een vies oud t-shirt met hem in de gang stond lag ver achter ons. ‘Wat doe je hier?’
‘Nou, je wilde niet met me praten aan de telefoon.’ Zijn das flapperde onhandig op in de wind. Hij kon niet goed strikken en het smalle stukje was veel te lang. ‘En ik weet hoe moeilijk je het vindt om in je eentje naar familiebijeenkomsten te gaan. Ik wilde je begeleiden.’
‘Maar ik ben niet in mijn eentje.’ Ik wees naar Matthew en Paul, die – tegen mijn instructie in – dreigend probeerden te kijken op de trap van de kerk. Ze hadden niet echt iets van de gebroeders Mitchell, misschien meer van de Chuckle Brothers, maar dat was waarschijnlijk niet het effect dat ze wilden bereiken. ‘En als ik met je had willen praten, had ik je wel gebeld.’
‘Ik herkende je niet,’ zei hij. ‘Op die afstand besefte ik niet dat jij het was. Met dat haar.’
Het haar. Altijd dat haar.
‘Simon, ik ga naar mijn vaders bruiloft, denk je niet dat deze dag al lastig genoeg voor me is zonder dat jij hier aan komt zetten?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Ga nou maar.’
‘Rachel, hoor eens.’ Hij schuifelde een stukje dichterbij. Ik verroerde geen vin. ‘Ik weet dat je kwaad bent, je hebt er alle recht toe, maar het spijt me echt. Kun je me geen tweede kans geven? Wat je maar wilt, ik doe alles.’
Wauw. Wat je maar wilt. Ik vroeg me af of hij in een ton wilde kruipen en zich dan door mij van de Niagara Falls wilde laten gooien. Ik zuchtte en keek naar het trieste uiterlijk van mijn ex. Ooit de liefde van mijn leven. De man die ik had geaccepteerd als de toekomstige vader van mijn kinderen. Voordat ik beter wist. Ik twijfelde er niet aan dat hij het meende: hij zag er verschrikkelijk uit. Als ik hem terugnam, wist ik zeker dat hij zich minstens een halfjaar van zijn beste kant zou laten zien; misschien zou hij zelfs een aanzoek doen. En het zou heerlijk zijn om weer iemand in bed te hebben, iemand die er was als ik ’s avonds thuiskwam, iemand die voor me zorgde.
Maar hij zou het niet worden. En tot het moment dat ik wist wie het wel ging worden, was ik heel goed in staat om voor mezelf te zorgen.
‘Sorry, Simon.’ Ik deed een stap naar hem toe, omhelsde hem even en trok zijn das goed. ‘Het kan niets worden. Ga naar huis.’
‘Maar de flat dan? De auto? Kroatië?’ zei hij wanhopig.
Hm. Waren dat ooit niet mijn argumenten geweest?
‘Mijn moeder zegt dat ze je uitkoopt,’ zei ik, blij dat mijn moeder een stuk beter met geld kon omgaan dan mij ooit zou lukken. ‘De auto is van jou, ik rijd toch nooit. De eventuele kosten van de verkoop van de flat delen we. En je zult zonder mij naar Kroatië moeten. Ik ga naar Sydney.’
‘Sydney, in Australië?’ De wanhoop ging over in verslagenheid en Simon kromp in elkaar. Ik voelde me groeien op mijn hakken.
‘Ik heb daar een opdracht,’ zei ik knikkend. ‘Ik bel je wanneer ik terug ben. Dan kunnen we alles regelen met betrekking tot het huis.’
En met een laatste kus op zijn wang draaide ik me om en liep de weg op naar de kerk, pakte Matthews hand en sloot de deur voor Simons neus. Wat een bijzonder waardig en elegant einde van de relatie had kunnen zijn, als Paul niet weer naar buiten was gegaan en hem voor de ogen van de pastor vloekend en tierend naar zijn auto had gejaagd, totdat Simon in tranen wegreed.
Mijn broer, mijn beschermer.
Mijn vaders bruiloft was, net als de vorige twee die ik als niet-foetus had bijgewoond, prachtig. Maar je mocht ook verwachten dat hij het nu het voor de vierde keer gebeurde, tot een kunst had verheven. Ik moest het hem nageven: hij leek echt te menen wat hij zei. En hij kon niet in- en inslecht zijn, redeneerde ik, anders zouden mijn moeder en Theresa, zijn tweede vrouw, niet na de plechtigheid achter in de kerk hebben staan babbelen. Misschien zou zijn vorige echtgenote op de volgende bruiloft verschijnen. Dan had ze nog even de tijd om nu over de teleurstelling heen te komen.
‘Rachel Summer,’ kraaide een bekende stem toen we de kerk uit liepen. ‘Je ziet eruit om door een ringetje te halen!’
‘Tante Beverley,’ zag ik, en ik vroeg me af of de etiquette iets voorschreef over tantes op leeftijd een duw geven en je vervolgens achter de grafstenen verstoppen. Waarschijnlijk was dat niet toegestaan op je achtentwintigste. Misschien kon ik de jongere neefjes en nichtjes omkopen. Of het gewoon aan Matthew vragen. Die zou het vast en zeker doen.
‘Die jurk is werkelijk prachtig,’ zei ze, terwijl ze mijn armen uit elkaar hield zodat ze hem goed kon bekijken. Om te zien waar ze het mes in kon steken. ‘Lijkt wel een trouwjurk, nietwaar? En toch zie ik nog steeds geen ring om je vinger. Wat jammer. Hoe oud ben je nu? Dertig? Eenendertig?’
Ah, ze ging meteen in de aanval. Er was maar één manier om die te pareren, en Rode Rachel was niet bang om die passief-agressieve krengerigheid met gelijke munt terug te betalen.
‘O jee, ben ik hem verloren?’ Ik trok meteen mijn linkerhand los en inspecteerde hem met veel vertoon. ‘Wat zal Matthew boos zijn.’
‘Ben je verloofd?’ Ze keek een beetje beduusd. Maar ze was al oud; ze keek altijd een beetje beduusd. ‘Met die jongeman?’
We keken allebei naar de plek waar die jongeman Stephen stond te bepotelen, en daar ging mijn dekmantel. De enig voorwaarde om zijn vriend mee te mogen nemen naar de bruiloft was dat hij als mijn dekmantel fungeerde tegenover tante Beverley, en daarin was hij niet geslaagd. Ach ja, prille liefde.
‘Nee hoor, ik maak maar een grapje.’ Ik draaide me met mijn breedste grijns om naar mijn tante. ‘We zijn alleen maar bedmaatjes, weet je wel?’
‘O.’ Ze liet mijn andere hand los. ‘Rachel toch.’
‘Ja, nou ja, hij is eigenlijk een ontzettende nicht, maar je weet hoe mannen zijn, ze kunnen er geen genoeg van krijgen. Hij zou hem waarschijnlijk nog in een geit steken als hij de kans kreeg.’ Ik boog me naar haar toe voor een veel te lange, veel te knellende omhelzing. ‘Dag Bev. Groeten aan oom Alan.’
Ik slenterde het grasveld over met een glimlach op mijn gezicht en een liedje in mijn hart. Ik had dus eigenlijk niemand mee hoeven nemen om deze bruiloft draaglijk te maken. Veronica had gelijk: zolang ik zelf liet zien dat ik ballen had, had ik geen man nodig.
Tegen de avond was de bruiloft tot een enorm succes uitgeroepen en, wat belangrijker was, iedereen vond mijn jurk prachtig. Ik zou me schuldig moeten voelen tegenover de bruid, maar gezien het feit dat de meeste aanwezigen inclusief Paul niet eens wisten hoe ze ook weer heette, besloot ik dat niet te doen. En bovendien leek ze zo pissig over de aanwezigheid van mijn moeder en Theresa dat ze niet eens zag wat haar oudste stiefdochter droeg. Niet dat ik ervan overtuigd was dat zij wist wie ik was: mijn vader had zoveel kinderen dat we net de familie Von Trapp leken, maar dan zonder muzikale aanleg, en een stuk beter gekleed.
‘Hoe lang geef je haar?’ vroeg mijn moeder terwijl ze op de lege stoel naast me aan een tafel ging zitten, vlak naast de dansvloer. ‘Ik mag haar wel, ze heeft een positieve energie.’
‘Een jaar? Twee?’ opperde ik.
‘Genereus,’ vond ze. ‘Een jaar maximaal.’
‘Ik dacht dat je haar aardig vond.’
‘Daarom geef ik ze een jaar,’ zei ze glimlachend. ‘Veel te goed voor je vader.’
‘En jullie beweren vrienden te zijn.’ Ik nipte van mijn duizendste glaasje champagne en lachte naar Em toen zij en Paul zich bij mijn vader en zijn nieuwste vrouw op de dansvloer voegden. Ze waren onafscheidelijk en eerlijk gezegd de hele dag al onuitstaanbaar, maar zelfs ik moest toegeven dat ze een prachtig setje vormden. Ik had Em nog nooit zo smoorverliefd gezien en Paul nog nooit zo attent. Misschien waren ze voor elkaar bestemd. Maar toch. Jakkie. ‘Ik kan niet geloven dat ze hier met Paul is.’
‘Hij is al een tijdje weg van haar, weet je.’ Mijn moeder liet haar glas nog eens bijschenken en klonk met het mijne. ‘Je moet er misschien maar aan wennen. Ik weet wel dat ik veel gelukkiger ben met Emelie als schoondochter dan met die jongedames over wie ik vroeger wel eens wat hoorde.’
‘Jongedames?’
‘Precies,’ antwoordde mijn moeder. ‘En is Matthew weer terug bij Stephen?’
‘Ja. Blijkbaar heeft een pauze soms zin. Ik heb ze nog nooit zo gelukkig gezien.’
‘En jij?’
Ik draaide me naar haar toe om haar het volledige effect te laten zien van mijn verblindende glimlach en mijn uitgestrekte handen. ‘Heb je het nog niet gehoord? Ik heb een driewegrelatie met twee homo’s. Het is het gesprek van de avond.’
Tante Beverley had er geen gras over laten groeien.
‘Ja, inderdaad, dat heb ik gehoord.’ Ze zuchtte. ‘Ik heb tegen Bev gezegd dat ik jullie vorig jaar met kerst te eten heb gehad en dat ze allebei “mam” tegen me zeiden.’
Ik was dol op mijn moeder.
‘Maar hoe zit het nou echt? Is alles goed met je?’
‘Ja. Of althans, het komt goed. Op het werk gaat het goed, mijn vrienden zijn gelukkig, mijn broer heeft iemand van wie hij geen enge ziekte oploopt en jij hebt een glimlach op je gezicht. Wat kan ik nog meer wensen?’
‘Ik zag Simon vanochtend buiten staan.’ Ze negeerde mijn commentaar op Paul, zoals ze al zevenentwintig jaar deed. ‘Zijn jullie…’
‘Absoluut niet.’
‘Mooi.’
‘Waarom zou ik mijn tijd verdoen met een Schorpioen?’ Ik knikte haar toe en nipte van mijn champagne terwijl mijn vermeende homominnaars zich op de dansvloer aan het slijpen waagden. Het was aanleiding voor veel gefluister in de zaal. ‘Ik ga het een tijdje zonder manvolk doen. Het heeft geen zin om mijn tijd te verspillen met de verkeerde.’
‘Ik ben blij dat je eindelijk mijn manier van denken overneemt,’ zei mijn moeder. ‘Alleen is niet hetzelfde als eenzaam. Wij zijn uit beter hout gesneden, jij en ik. Een man kan je niet gelukkig maken als je niet gelukkig bent met jezelf, weet je.’
‘Ik weet het.’ Ik zette mijn glas neer en gaf haar een knuffel. ‘Sorry dat ik het je in het verleden zo moeilijk heb gemaakt. Ik begrijp het nu pas.’
‘Vergeet niet dat je altijd mijn kind zult blijven,’ zei ze, en ze knuffelde mij ook. ‘Je denkt misschien dat je helemaal volwassen bent, maar je hebt nog een hoop te leren voordat je zo wijs bent als je oude moeder.’
‘Ik begrijp het.’ Werd het ooit gemakkelijker om te accepteren dat je ouders gelijk hadden?
‘Miss Summers?’ Matthew verscheen en stak zijn hand uit om me naar de dansvloer te leiden, terwijl Stephen hetzelfde deed met mijn moeder. ‘Een snelle draai en dan terug?’ stelde hij voor, terwijl hij de daad bij het woord voegde. ‘Dat is echt een fantastische jurk. Help me herinneren dat ik je ergens mee naartoe neem waar hij tot zijn recht komt.’
‘Dank je.’ Ik wuifde over Matthews schouder naar mijn vader. Hij zag er gelukkig uit. ‘Daar houd ik je misschien wel aan. Heb je al iets in gedachten?’
‘Ik voel weer een lijstje opkomen.’ Hij hield me vlak boven de dansvloer vast. ‘Nog tien stempels in het paspoort? Een land in elk continent? Alle staten van Amerika bezoeken?’
‘Laat me eerst eens naar Sydney gaan, dan zien we daarna verder,’ stelde ik voor.
‘Doen we,’ zei hij, en hij trok me dichter tegen zich aan. ‘Ik ben dol op je, Rach.’
‘Ik ook op jou,’ zei ik, en ik vlijde mijn hoofd tegen zijn borst. Aan de andere kant van de vloer zag ik een lange, donkere man van middelbare leeftijd die mijn moeder en Stephen aansprak. Het was niet iemand die ik kende, maar ik herkende wel die glans in haar ogen. Er was nog hoop voor haar. ‘En als een kleine oude dame in een blauw mantelpak ernaar vraagt: wij doen het met elkaar.’
‘Gesnopen,’ zei hij knikkend.
En na nog een couplet van het volkomen ongepaste ‘Three Times a Lady’ gebaarde hij dat we opstapten. Een voorstel waar ik helemaal achter stond.
Op mijn verzoek luisterden we de hele terugweg naar Magic FM, terwijl Matthew en Stephen gevoelige ballads mee blèrden alsof hun leven ervan afhing, en ik een tweede stem probeerde. We hadden net een spectaculaire versie van ‘Total Eclipse of the Heart’ ingezet toen de huurauto voor mijn flat tot stilstand kwam.
‘Welterusten schoonheid.’ Matthew kuste me door het raampje van de bestuurder op mijn wang. Ik boog me over hem heen om Stephen een slordige kus op zijn wang te drukken waarvan ik nog steeds niet helemaal wist of hij hem verdiende, draaide me om en liep naar de deur. Ik was gelukkig omdat mijn vrienden gelukkig waren. Ik was gelukkig omdat mijn familieleden gelukkig waren. Ik was gelukkig omdat ik dronken was. Tot ik mijn huis naderde en daar een lange, donkere gestalte voor de deur zag rondscharrelen. Waarom had ik Matthew weg laten rijden zonder me naar de deur te laten begeleiden? Nu zou ik vermoord worden in die prachtige feestjurk, en tante Beverley zou op de begrafenis tegen iedereen zeggen dat ik een relatie had met een homo.
‘Hoi.’
Het leek me niet gebruikelijk dat moordenaars hoi zeiden.
Het leek me niet gebruikelijk dat moordenaars een koffer bij zich hadden.
Maar ik had er dan ook totaal niet op gerekend dat de moordenaar geen moordenaar was, maar in feite een zeer moe uitziende Dan met een baard van twee dagen. Op mijn stoep. Om twaalf uur ’s nachts.
‘Hoi.’ Ik bleef onder aan de trap staan terwijl mijn hart bonkte tot in mijn keel. ‘Jij zit toch in LA?’
‘En jij bent dronken,’ zei hij, en hij wees naar de koffer naast hem. ‘Ik ben nog niet vertrokken. Ik ben op weg.’
‘O.’ Mijn hart zonk met een verpletterende dreun in mijn schoenen. ‘Je hebt me niet teruggebeld.’
‘Nee.’ Hij hield zijn hoofd schuin, waardoor zijn krullen voor zijn ogen vielen. ‘Ik moest nadenken.’
‘Gevaarlijk,’ vond ik. De impasse waarin we ons bevonden begon een probleem te worden. Ik was dronken, het was koud en ik moest heel nodig plassen. Het duivelse drietal drempeldilemma’s.
‘Ja, het probleem is,’ zei hij, en hij trok zijn trui uit en reikte hem aan; deze was zwart, weer van kasjmier. Als we zo door bleven gaan, had ik binnenkort de hele collectie. ‘Ik ben verliefd op een meisje dat niet verliefd is op mij en ik weet echt niet wat ik ermee aan moet.’
‘Juist.’ Ik hipte de trap op, zo licht als mijn brandende voeten me konden dragen. En ik moest nu echt heel, heel erg nodig plassen. ‘Hoe weet je dat ze niet verliefd is op jou?’
‘Als ze hetzelfde zou voelen als ik, zou ik dat weten.’ Hij haalde diep adem en ging weer zitten. Ik moest het maar ophouden. Omdat ik hem niet halverwege een zin het zwijgen wilde opleggen, ging ik naast hem zitten.
‘Ik wist het al op de eerste dag dat we samenwerkten, maar ik wist niet wat ik ermee moest. Ik had nog nooit eerder zoiets voor iemand gevoeld, maar zij leek totaal niet van me onder de indruk. En ze had een vriend, hoewel me dat eerlijk gezegd nog nooit heeft tegengehouden.’
‘Je droeg een baseballcap,’ zei ik op vlakke toon, en ik bad dat mijn benevelde brein snel opklaarde. Ik moest nu mijn verstand bij elkaar houden. ‘Die eerste dag. Het was een fotoshoot voor de Cosmo.’
‘En jij zei tegen me dat je me niet serieus kon nemen zolang ik dat ding op mijn kop had,’ vervolgde hij. ‘Maar ik weet nog dat ik dacht: vroeg of laat raakt het uit met je vriend en dan besef je wel dat wij bij elkaar horen. Dus gooide ik al mijn baseballcaps weg.’
Mijn mond zakte wagenwijd open. Dat was onbetwist het meest romantische wat iemand ooit voor me had gedaan. Ook al wist ik het toen niet.
‘Echt?’
‘Nou ja, bijna allemaal.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Maar ik heb er nooit meer een gedragen als ik met jou samenwerkte. Vervolgens heb ik gewacht tot je het uitmaakte met je vriend. Maar toen je dat deed, had je tegen de tijd dat ik het hoorde al weer een ander.’
‘Ik liet er geen gras over groeien,’ gaf ik toe. Het was bizar; ik had er al die zes jaar niets van gemerkt. Hij had het echt goed weten te verbergen.
‘Gelukkig duurde dat niet lang,’ ging Dan door. ‘Maar het leek me beter om te wachten, omdat ik niet degene wilde zijn bij wie je je hart kon uitstorten. Dus ik wachtte, maar net iets te lang, want zodra je me had verteld dat je met die vent had gebroken, had je Simon ontmoet en ging je vrijwel meteen met hem samenwonen. Toen jullie dat huis kochten, dacht ik dat mijn kans verkeken was, dus begon ik iets met Ana, ter afleiding. Maar toen… nou ja, dat weet je. En nu zijn we hier.’
Als ik al enige greep had op mijn woordenschat, zou ik niets hebben kunnen uitbrengen vanwege de vlinders die in mijn buik dartelden. Als vlinders zoiets tenminste deden. En gaven ze me ook niet het gevoel dat ik elk moment kon gaan overgeven? Dat was toch niet echt aangenaam.
‘Rachel?’ Dan greep mijn hand. ‘Ik zou het fijn vinden als je nu ook iets zei. Wat dan ook.’
‘Ik ben naar Canada gegaan om een man te spreken,’ begon ik, en ik probeerde de vlinders intussen te temmen. Kon ik mezelf maar boven mijn eigen hartslag uit horen. ‘Hij was mijn eerste liefde.’
‘Ik weet dat ik zei “wat dan ook”, maar ik weet niet of ik dit bedoelde,’ viel Dan me in de rede. ‘Iets anders misschien?’
‘Mond houden,’ beval ik. Zijn hand was zo warm. Warm en groot en stevig, net als hij. Ik had lange vingers, maar vergeleken met die van Dan had ik kabouterhandjes. ‘Ik ben naar Canada gegaan om hem te spreken en het was geweldig. Hij was geweldig. Maar al die tijd dat ik daar was, kon ik alleen maar aan jou denken.’
‘Aha.’ Hij duwde even met zijn knieën tegen me aan. ‘Dat klinkt beter.’
‘En daarna heb ik een bungeejump gedaan bij Niagara Falls en toen belde ik jou om het je te vertellen maar jij wilde niet luisteren en toen ben ik teruggekomen om met je te praten maar ik dacht dat je al naar LA was, en dat blijkt achteraf verdomme niet zo te zijn. Dus toen gaf ik het zo ongeveer op.’
‘Ach.’ Hij sloeg zijn andere arm om mijn schouders en wreef afwezig over mijn rug. Boem. De vlinders zochten dekking voor de onstuitbare bliksemschichten. ‘Sorry daarvoor. Wacht even, heb jij een bungeejump gedaan?’
‘Zoiets. Het stond op mijn lijstje.’ Ik draaide mijn gezicht naar hem toe. ‘Ik ben een dag eerder teruggekomen. Toen je de telefoon niet opnam, ben ik een dag eerder teruggevlogen om met je te praten, maar je was al weg.’
‘Ik raakte in paniek.’ Hij schoof mijn haar uit mijn gezicht, en ging toen met een vinger langs de hals van mijn jurk, vlak langs mijn sleutelbeen. ‘Maar nu ben ik hier.’
‘Maar je gaat wel,’ merkte ik op, en ik vlocht mijn vingers door de zijne en legde ze weer op zijn knieën. Dit viel niet mee. ‘Vanavond nog?’
‘Ik ben over een week terug.’ Dan kneep even in mijn hand, maar ik trok hem los. ‘Je zou ook mee kunnen gaan. Pak een koffer, en ga gewoon mee.’
‘Dat kan niet.’ Mijn stem was niet veel meer dan een fluistering. ‘Ik ga naar Australië.’
‘Je hebt die opdracht in Sydney gekregen.’ Hij sloot zijn ogen en trok zijn handen terug. De bliksemschichten weken. ‘Natuurlijk.’
De oude Rachel wilde zeggen dat ze de opdracht zou annuleren, dat ze zou zeggen dat ze ziek was of gestrand in Canada of zoiets, om met Dan mee te gaan naar LA, maar het ging gewoon niet. De nieuwe Rachel vond het niet goed.
‘Hoe lang blijf je weg?’ Hij frummelde aan de zoom van zijn t-shirt voordat hij die grote bruine ogen opsloeg en me aankeek. ‘Ik ben volgende week zondag terug.’
‘Ik blijf een maand weg. Op zijn minst.’ Deze keer was ik degene die zijn hand greep. ‘Veronica heeft een paar opdrachten geregeld, en ik ga ook nog wat reizen.’
Het was alsof ik Bambi het slechte nieuws over zijn moeder moest vertellen.
‘Ik dacht dat je weg was, Dan. Ik dacht dat dit niet zou gebeuren. Het leek me het beste om er een tijdje tussenuit te gaan.’
‘Mijn timing is beroerd.’ Hij schoof zijn lange krullen uit zijn ogen.
‘Hij is niet briljant.’ Een nerveus lachje ontsnapte me. Waarschijnlijk was het niet het juiste tijdstip om te giechelen, maar als ik niet lachte, zou ik zeker gaan huilen. ‘Hoe laat is je vlucht?’
‘Morgenochtend pas.’ Dan roffelde met zijn vuist tegen zijn koffer. ‘Eerlijk gezegd was het ofwel jou overhalen mee te gaan, ofwel me helemaal klem zuipen. Een beproefde methode om met afwijzing om te gaan.’
‘Ik wijs je niet af,’ zei ik na een iets te lange stilte. ‘Ik blijf een maand weg. In een breder perspectief stelt dat eigenlijk niets voor.’
Maar het voelde niet zo. Vanuit mijn perspectief voelde het alsof dit niet zo was bedoeld. Ik had wel gelijk: nooit toegeven aan die vlinders, je werd er alleen maar misselijk van. Ik had er geen flauw benul van wat er door Dan heen ging.
‘Mag ik vannacht blijven?’ vroeg hij.
Aha. Dus dat ging er door hem heen. Zes jaar heldhaftige niet-beantwoorde liefde of niet, hij had nog steeds een penis.
‘Ik zou graag ja zeggen,’ fluisterde ik met mijn voorhoofd tegen het zijne. ‘Het lijkt me alleen niet zo’n goed idee.’
‘Het lijkt mij een heel goed idee.’ Zijn adem kietelde mijn oor, en mijn vastberadenheid wankelde toen de inmiddels bekende rilling over mijn rug liep.
‘Ik heb wat meer tijd nodig.’ De woorden kwamen er niet gemakkelijk uit, maar ik wist wel dat ze juist waren. ‘Ik wil je geen rad voor ogen draaien, maar ik ben er niet klaar voor.’
‘Zo.’ Hij maakte zich abrupt los en sprong overeind. ‘Dan maar plan B, ik ga me klem zuipen. Veel plezier in Sydney.’
‘Dan, wacht.’ Ik probeerde niet om te vallen nu ik niet meer tegen hem aan kon leunen.
‘Ik heb lang genoeg gewacht,’ riep hij terug, terwijl hij de koffer luidruchtig de straat door trok. ‘Misschien kun je “Dan bellen” op je lijst zetten als je terug bent uit Australië.’
Natuurlijk zou het een groots, romantisch gebaar zijn geweest om op te springen, te vergeten hoe ontzettend nodig ik moest plassen en achter hem aan te hollen. Maar de Nieuwe Rachel holde niet achter mannen aan. De Nieuwe Rachel stond op haar twee benen, op hoge hakken, en stak de sleutel in het slot van mijn huis.