
en kruipt op handen en voeten de trap op.
Jeroentje is
al halverwege de trap als hij Erik ziet. „Jaaa!" roept
hij blij. „IstieEjikweer!"
„Malle Jeroentje," zegt Erik en legt de
luier die hij
eindelijk heeft gevonden op de grond.
„Ejik!" roept Jeroentje weer en steekt zijn
beide
armpjes naar hem uit. Jeroentje vergeet even hele-
maal dat hij op een trap aan het kruipen is en zich
goed vast zou moeten houden.