Poetsen
De pannenkoek smaakt Jeroentje meer dan
uitste-
kend. Hij propt zoveel mogelijk stukken tegelijk in
zijn mond. Hij neemt er ook nog een paar in zijn
hand en schuift snel zijn bord terug naar Bob. „Nog
eentje paklcekoeke?"
„Het smaakt je nogal, hè?" zegt Bob en legt
een
nieuwe pannenkoek op Jeroentjes bord.
„Dit zijn de beste ter wereld, hè
Jeroentje?" knikt
Erik.
Jeroentje propt de laatste stukjes
pannenkoek naar
binnen en kijkt Erik met grote ogen aan.
„Wil je er..." begint Bob. „Nou ja, laat
maar." En
terwijl Jeroentje op zijn luierlcontje heen en weer wie-
belt, maakt Bob weer zo'n korrelig spulletje van
stroop en suiker op zijn pannenkoek.
Jeroentje duwt meteen wat nieuwe stukjes in
zijn
mond, die eigenlijk nog behoorlijk vol is.
„Wil je er een beetje melk bij, Jeroentje?"
vraagt
Bob.
„Wijje mekkuk?"
Bob zet een beker naast het bord en
Jeroentje pakt
hem met twee kleverige handjes op. Hij heeft dorst en