„Aan tafel!" roept Bob vanuit de keuken.
Jeroentje veegt zijn tranen af, laat de
stickers uit zijn
hand vallen en rent naar Bob toe. Zijn beentjes raken
bijna in de knoop, zoveel haast heeft hij. In de keuken
klimt hij op een stoel. Daar houdt hij even stil, alsof
hij erover na moet denken waar zo'n stoel ook alweer
voor is. Dan klimt hij door naar de tafel.
Bob komt snel naar hem toe en schuift in een
flinke
boog rond Jeroentje alles een eindje weg.
„Jaaaa!" roept Jeroentje, zodra hij ziet wat
er op
tafel staat. „Pakkekoeke!"
„Dat is lekker, hè?" zegt Bob. Hij legt een
pannen-
koek op Jeroentjes bord en daarna een op dat van
Erik.
„Wil je er stroop op?" vraagt hij aan Jeroentje.
„Wijje... toop?" vraagt Jeroentje terug. Hij
lacht al
bij het idee en prikt van vreugde zijn vork in de tafel.
Bob bekijkt met strenge ogen de putten die
de vork
maakt. Dan kijkt hij naar Jeroentje. Die lacht heel
vriendelijk naar hem, met stralende lieve-jongetjes-
ogen. Bob lacht maar zo'n beetje terug.
„Of wil je misschien suiker?" vraagt hij aan
Jeroen-
tje.
„Of... wijje suike," knikt Jeroentje.
„Wat wil je?" vraagt Bob, zo vriendelijk als hij kan.
Jeroentje kijkt hem aan, alsof hij diep moet
naden-
ken wat die meneer nou van hem wil. „Wijje toop?"
vraagt hij dan, ook heel vriendelijk.
Bob pakt de stroop en doet die in sierlijke
halen op
Jeroentjes pannenkoek. „Kijk Jeroentje," legt hij uit,
„dit is de 'J', van Jeroentje." Hij wijst op een
kronkelig
plasje stroop.
„Ofwijje... suike?" vraagt Jeroentje.
„Ja, hoor eens even," zegt Bob, „nu zit er
al stroop
op, hoor."
Jeroentje kijkt naar Bobs gezicht en zonder
er lang
over na te hoeven denken, begint hij meteen hard te
huilen. „Suike," snikt hij, met veel tranen erbij. „Wijje
suike..." Op zijn wangen komen rode vlekken van de
ellende.
„Ah," zegt Erik, „wat geeft dat nou?" Hij
begint zelf
ook aan de stroop en hij vindt suiker erbij helemaal
geen slecht idee.
„Okee dan," zucht Bob en hij strooit een
lepel sui-
ker over de 'J' van Jeroentje heen.
Jeroentje stopt onmiddellijk met huilen en
kijkt
lachend naar de korrelige brij op zijn pannenkoek.
Bob rolt de pannenkoek met stroop en suiker op
een rolletje. Hij kijkt erbij alsof stroop
met suiker het
ergste is wat hij ooit gezien heeft. Dan snijdt hij de
pannenkoek in stukjes en zet het bord voor Jeroentje
neer. Die pakt een keurig opgerold stukje en maakt er
weer een mooie lange sliert van. Het begin van die
sliert propt hij in zijn mond. De rest hangt op zijn
buik. De stroop met suiker druppelt langzaam naar
beneden. „O nee, hè," mompelt Bob. „Slabbetje ver-
geten."