weet hij het. „Wil je een sticker?" vraagt
hij en knikt
zelf alvast van ja. „Ja? Wil je dat?"
Jeroentje geeft geen antwoord, maar dat
hoeft ook
niet. Erik rent snel naar zijn kamer. Dat hij daar niet
eerder aan heeft gedacht. Boven loopt hij meteen
naar een hoge stapel papier, linksachter op zijn
bureau. Ongeveer halverwege de stapel moeten ze
liggen. Klopt! Hij bladert even snel door de stickers,
doet er een stel weer terug tussen de stapel papier en
rent met de rest hijgend de trap af.
Jeroentje staat met grote ogen en een zielig
mondje
naar hem te kijken.
„Hier," zegt hij en duwt de stickers in
Jeroentjes
handje. „Neem maar. Ik heb ze toch dubbel."
Jeroentje is zo verbaasd, dat hij stopt met huilen.