Hij belde op haar twintigste verjaardag en een week later ontmoetten ze elkaar. Op een regenachtige avond in oktober met smog en gele bladeren op de stoep. Ze praatten een uurtje in een restaurant aan de Ku’damm, en toen hij weg was, kon ze maar moeilijk geloven dat het echt was gebeurd.

Dat hij geen personage was uit een droevig sprookje of een wazige droomgestalte die ze bij helder daglicht niet zou vertrouwen.

‘Ik wil het met je over je moeder hebben’, had hij gezegd.

‘Over mijn moeder? Mami?’

‘Noemde je haar Mami?’

‘Ja, Mami. Mami is weggegaan en nooit meer teruggekomen.’

‘Ik weet het’, zei hij. ‘Maar je weet niet wat er is gebeurd na haar verdwijning, toch?’

Ze dronken rode wijn. Een dure Italiaanse soort. Ze bestelden ook iets te eten, maar dat kreeg ze niet door haar keel. Een paar hapjes maar. Het verging hem net zo, al wist ze niet of hij zijn bestek niet alleen uit solidariteit met haar neerlegde, maar dat maakte natuurlijk niet uit.

‘Wie bent u?’ vroeg ze. ‘Waarom…?’

Maar hij schudde afwerend zijn hoofd.

Toen begon hij te vertellen. Langzaam en omstandig met lange pauzes en af en toe een peinzend knikje. Alsof hij weer plaats moest maken voor de herinneringen terwijl hij sprak. Alsof ze heel lang heel goed verstopt hadden gezeten.

‘En die avond overleed ze’, zei hij na enige tijd. ‘Je wist dat ze dood was?’

Ze knikte vaag. Hij vouwde zijn handen en leunde met zijn kin op zijn knokkels.

‘Ze is tijdens die filmopnamen gestorven. Jouw Mami.’

Zo was dat.

Film? dacht ze. Haar moeder was een filmster geweest.

Vijftien jaar geleden, bevestigde hij. Ze was een groot actrice, maar toen gebeurde dat ongeluk. Vanwege een serie merkwaardige omstandigheden werd de zaak in de doofpot gestopt.

In de doofpot? Waarom?

‘Omstandigheden’, herhaalde hij nadenkend, terwijl hij een ouderwetse sigarettenroller tevoorschijn haalde. Hij legde tabak en vloeipapier in een uitgestanste gleuf en rolde zwijgend twee sigaretten. Hij presenteerde haar er een van. Die nam ze aan, ook al rookte ze normaal gesproken niet.

Het was een moeilijke rol, ging hij verder. Ze was een talentvolle actrice, ze stond op het punt van doorbreken toen het ongeluk gebeurde.

Die blik in zijn ogen toen hij dat zei. Ze begreep het niet meteen, maar later wel. Of misschien wilde ze het eerst gewoon niet begrijpen.

‘Ik vertel niet de hele waarheid,’ zei die blik, ‘maar ik geef je er een waar je mee kunt leven. Dat begrijp je wel, hè? Je hoeft niet altijd sceptisch te zijn. Het leven is een verhaal.’

Ze reageerde niet.

‘Door middel van fabels en vertellingen proberen we grip op de wereld te krijgen’, legde hij uit. ‘En als we geen verhalen maken van ons leven kan het gebeuren dat we onderweg kapotgaan. Kun je dat volgen?’

Hij maakte een eigenaardig gebaar met zijn rechterarm en -schouder. Alsof hij pijn had of een spier wilde rekken.

Ze zei dat ze het begreep en hij keek haar lang en ernstig aan. Vervolgens vroeg hij naar haar leven en naar wat ze deed. Ze vertelde dat ze studeerde. Dat haar nieuwe ouders haar hadden geadopteerd toen ze zes was, en dat ze een goede start had gekregen in het leven. Dat ze geluk had gehad. Ondanks alles.

Dat deed hem plezier, dat zag ze, en opeens fluisterde een stemmetje haar in dat

… dat ze het misschien minder zou hebben getroffen als Mami niet was overleden. Als ze niet in dat tehuis terecht was gekomen, en Vera en Helmut haar niet waren komen ophalen. Dat was een vreemde, boze gedachte die ze meteen weer verdrong.

‘Wie bent u?’ vroeg ze. ‘Hoe weet u dit allemaal?’

‘Een vriend’, verklaarde hij. ‘Ik was een goede vriend van je moeder.’

‘Waar is haar graf?’

‘Er is geen graf. Haar as is boven zee uitgestrooid, dat was haar wens.’

Weer die blik. Ze vroeg niet verder.

Toen hij weg was, bleef ze nog even aan het tafeltje zitten. Door de beregende ruit zag ze hem buiten op straat in een auto stappen.

Een rode auto. Een gloednieuwe, zo te zien. Er zat een vrouw achter het stuur. Ze gaf hem een zoen op zijn wang en hij legde zijn hand even in haar nek.

Toen ze weggereden waren, kneep ze twee keer in haar arm.