Mami was weg.

Ver weg, zeiden ze. Tante Peggy en Adam, die maar één oog had, en die haar en haar spullen kwam ophalen.

In een ander land, misschien wel. Ze wisten het niet zo precies, maar ze kon niet langer hij Peggy logeren. Daar was ze een hele poos geweest. Dagen en nachten en dagen. Veel langer dan de week waar Mami het over had gehad, dat wist ze wel. Misschien twee weken, misschien meer. Het was aldoor zomer geweest. Ze had een heleboel nachtjes bij tante Peggy geslapen, maar nu was Adam hier om haar op te halen.

Ze ging naar een tehuis, zeiden ze.

Een tehuis.

Nee, niet naar een huis waar Mami was. Een ander huis, ze wist niet wat voor soorten huizen er allemaal waren. Adam had een grote, groene, slappe tas waar hij haar spulletjes en haar kleren in stopte. Tante Peggy had toch gewassen, er was niets meer wat naar plas rook. Adam droeg een hemd met gaatjes waardoor je kon zien dat hij een heleboel haar had op zijn buik en op zijn borst. Ook een beetje op zijn rug, dat was vies.

Op een dag zou Mami haar komen ophalen uit dat huis, zeiden ze. Maar nu nog niet. Nu was ze ergens anders, ze had het druk en ze had geen tijd om voor haar te komen zorgen.

Ze zou het er vast leuk vinden. Er waren leeftijdgenootjes om mee te spelen, en ze kreeg een eigen bed en een kast om haar spullen in te stoppen. Er was zelfs een meertje waar je in kon zwemmen, vlak bij het huis, met een steiger waarvan je in het water kon springen, en het was nog steeds zomer.

Ze zouden een paar uur in de auto zitten. Vanavond waren ze er, dan zou ze eten krijgen en haar nieuwe vriendjes en vriendinnetjes ontmoeten.

Tante Peggy tilde haar op en knuffelde haar met haar stinklucht en haar grote tieten. Adam schoof zijn zwarte ooglapje rechten zei: ‘Schiet nou toch op, dan kunnen we eindelijk weg.

En stop die stomme poppen ook maar in de tas.’

Ze trok de rits open en stopte Trudi erin, maar Bamba hield ze in haar armen. Bamba was geen pop die je zomaar overal in kon stoppen, maar dat begrepen Adam en Peggy niet. Adam pakte de tas en toen gingen ze naar buiten.

Ze wist niet of ze blij of verdrietig moest zijn. Het was een vreemd gevoel, en het zou dagen duren voordat Mami terugkwam, dat begreep ze wel. Weken en weken. Maar ze zou nooit meer bij die stomme Peggy Logeren.

Nooit meer.