2

Toen hij de deur van zijn benepen appartement aan de Heerbanerstraat opendeed, besefte hij dat de stofzuigerzakken nog in zijn bureaula op kantoor lagen.

Aan de andere kant had hij niet een van de blikjes bier in de koelkast laten staan, dus dat hief elkaar misschien weer op.

Van schoonmaken kon nu toch niets komen, maar een dag eerder of later maakte ook niet uit. De geur van oud vuil en een ander muf luchtje, waarschijnlijk schimmel onder de badkuip, kwam hem als een welkomstgroet tegemoet. Je moet geen dingen wegdoen waar je aan gewend bent en gewoonten moet je niet zomaar veranderen, dacht hij gelouterd. Je moet het stof niet verachten … zoals ik al had bedacht.

Onder de brievenbus lagen een stapel reclameblaadjes en twee rekeningen. Hij raapte alles op en gooide het op de rieten stoel, waar meer van hetzelfde lag. Hier ben ik heer en meester, dacht hij en hij zette de balkondeur open. Hij draaide zich weer om en bleef een poosje staan kijken naar de vieze bende. Naar het onopgemaakte bed, de vuile vaat en de algemene groezeligheid. Hij zette de stereo uit die waarschijnlijk sinds gisteravond had aangestaan. Hij bedacht dat de rechterluidspreker kapot was en dat hij daar iets aan moest doen.

Hij liep naar de badkamer. Wierp een blik in de besmeurde spiegel en constateerde dat hij er tien jaar ouder uitzag dan vanochtend.

Waarom neem ik überhaupt nog de moeite om verder te leven? vroeg hij zich af toen hij onder de douche stond.

En waarom stel ik mezelf dag in dag uit deze optimistische vragen?

Een uur later had hij de afwas gedaan die zich in drie dagen had opgestapeld. Het was inmiddels acht uur geworden en hij ging voor de tv zitten. Hij zag de eerste tien minuten van het journaal. Er was een politieman vermoord in Groenstadt en in Berlijn vond een topontmoeting van ministers plaats naar aanleiding van de onrust over de valuta. Een krankzinnige zwaan had een kettingbotsing veroorzaakt op de snelweg bij Saaren. Hij zette de tv uit en belde zijn dochter.

Ze was niet thuis, en hij was gedwongen om een paar zinnen te wisselen met de nieuwe vriend van zijn ex-echtgenote. Dat duurde een halve minuut en naderhand kon hij zich erop beroemen dat hij niet één keer had gevloekt. Dat was tenminste iets.

In de koelkast stonden vier biertjes en een fles mineraalwater. Hij smeerde een boterham met salami, kaas en augurk – zonder boter, want die was hij vergeten te kopen – en hij koos na enige tweestrijd voor het water. Hij ging weer op de bank in de woonkamer zitten en haalde het collegeblok met zijn aantekeningen tevoorschijn.

Barbara Hennan. De mooie Amerikaanse.

Geboren Delgado, maar nu dus Hennan.

Aangezien ze was getrouwd met die klootzak van een Jaan G. Hennan.

Om de een of andere krankzinnige reden.

G., dacht hij. Waarom nou uitgerekend G.?

En waarom zou hij, Maarten Baudewijn Verlangen, in vredesnaam zijn krap bemeten tijd moeten steken in zoiets slinks en simpels als het schaduwen van Jaan G. Hennan?

Voor wiens opsluiting hij – min of meer op eigen houtje – had gezorgd. Dat was … ja, dat was bijna op de dag af twaalf jaar geleden, constateerde hij toen hij terugrekende in zijn hoofd. Eind mei 1975. Toen hij nog binnen het korps werkte als een fatsoenlijke politieman.

Toen hij nog een behoorlijke baan had, een gezin en een zeker recht om zichzelf in de spiegel aan te kijken zonder zijn ogen neer te slaan.

Toen hij nog een toekomst had.

In het begin van de jaren tachtig was het misgelopen. In 1981, 1982. De koop van het huis in Dikken. De wrijvingen met Martha. Hun seksleven dat gewoon inzakte als … een versleten condoom.

De steekpenningen. De plotselinge kans om wat extra’s te verdienen gewoon door een oogje dicht te knijpen. Een heel aardig extraatje, trouwens. Zonder die verdiensten hadden ze de rente en afbetaling van het huis nooit kunnen opbrengen; hij had naderhand geprobeerd het aan Martha uit te leggen, na de ontmaskering en de klap, maar ze had alleen haar hoofd geschud en gesnoven.

En die vrouw dan? had ze willen weten. Hoezo was het noodzakelijk geweest voor hun huwelijk dat hij de nachten met haar doorbracht? Zou hij dat misschien ook kunnen uitleggen?

Dat kon hij niet.

Vijf jaar geleden barstte de bom, bedacht hij. Vijf jaar en ik leef nog steeds.

Er waren af en toe momenten dat hem dat niet meer verbaasde.

Hij dronk het laatste beetje water op en ging een biertje halen. Hij verhuisde naar de stoel bij de leeslamp en leunde achterover.

Barbara Hennan, dacht hij en hij sloot zijn ogen.

Wat deed zo’n mooie vrouw in godsnaam bij zo’n ellendeling als G.?

Dat was een raadsel, zeker, maar geen nieuw raadsel. Vrouwen hadden het in hun oordeel omtrent mannen wel vaker bij het verkeerde eind gehad in de wereldgeschiedenis. Verward als ze waren door potige mannetjes en allerhande uiterlijkheden. Hij pakte de foto’s erbij en bekeek ze even met lichte afschuw.

Waarom? vroeg hij zich af. Waarom wil ze hem laten schaduwen?

Was er meer dan één antwoord mogelijk?

Hij dacht van niet. Dit was natuurlijk weer het oude liedje. De ontrouwe echtgenoot en de jaloerse echtgenote. Die bewijzen wilde. De ontrouw zwart-op-wit.

Maarten Verlangen zat nu al vier jaar in het vak en als hij een schatting moest maken, dan was tweederde van zijn opdrachten van dit type.

Als hij de diensten die hij voor de verzekeringsmaatschappij verrichtte niet meetelde, maar die vielen eigenlijk niet onder zijn privéspeurwerk. Dat was iets anders. Bij Trustor Verzekeringen zochten ze een detective die op een wat minder orthodoxe manier kon controleren of er sprake was van onoorbare praktijken, en wie was geschikter dan een politieman die de zak gekregen had? Of die de eer aan zichzelf had gehouden en het korps had verlaten, beter gezegd. Een herenakkoord. Het ging niet om een vaste aanstelling, maar om af en toe eens een opdrachtje – dat meestal op een voor de verzekeringsmaatschappij bevredigende manier was afgelopen – en zo was de samenwerking in de loop der tijd steeds gecontinueerd. Wanneer Verlangen soms zijn lugubere inkomsten telde, kon hij constateren dat het ongeveer fiftyfifty was. De helft was afkomstig van de verzekeringsmaatschappij en de helft uit zijn verdere particuliere speurwerk.

Hij stak een sigaret op, naar schatting de veertiende die dag, en probeerde de Amerikaanse vrouw weer voor zich te zien. Mevrouw Barbara Hennan. Een jaar of zevenendertig, achtendertig? Ouder zou ze niet zijn. Minstens tien jaar jonger dan haar man dus.

En tien keer begeerlijker. Nee, geen tien keer. Tienduizend keer. Waarom zou je ontrouw zijn als je een vrouw had als Barbara? Onbegrijpelijk.

Hij nam een paar trekjes en dacht na. Was het eigenlijk wel zo waarschijnlijk dat het om het aloude motief ging? Was Barbara Hennan, geboren Delgado, bij hem gekomen omdat ze dacht dat haar man iets met een andere vrouw had? Na slechts een paar maanden in een ander land?

Of ging het eigenlijk om iets anders? En waarom dan wel?

Hij had het haar op de man af willen vragen. Die vraag had hem tijdens het gesprek een paar keer op de lippen gebrand, en meestal draaide hij niet om de hete brij heen, maar iets had hem weerhouden.

Misschien had hij haar gewoon niet willen beledigen. En misschien waren er ook andere redenen.

Ook al wist hijzelf niet precies welke. Dat was hem niet duidelijk geweest toen hij tegenover haar aan het bureau zat, en nu hij er hier in zijn muffe kamer aan terugdacht en een strategie probeerde te bepalen was hem dat nog steeds niet duidelijk.

Strategie? dacht hij. Lulkoek. Ik heb toch geen strategie nodig? Ik rij er morgenvroeg heen. Dan blijf ik de hele dag voor zijn kantoor in de auto zitten. Ik rook me suf. Ik ben zo’n stuk ouder geworden dat hij me toch niet zal herkennen.

Een simpel klusje. Klassiek dus. Als het een film was, zou het huis rond half vijf moeten exploderen.

Hij dronk zijn bier op en vroeg zich af of hij er nog eentje zou nemen voordat hij naar bed ging. Over de dag verspreid had hij er in totaal acht geconsumeerd. Hij had nog een marge voor de limiet van tien was bereikt, maar waarom zou hij zichzelf niet voor één keer de luxe gunnen van een zuiver geweten?

Twee te goed houden? Ergens in zijn binnenste klonk natuurlijk een flauw stemmetje dat fluisterde dat tien biertjes per dag ook niet echt een ondiscutabele deal was. Maar ach, dacht hij, alles is relatief, behalve de dood en de woede van een dikke vrouw. So what?

Dat laatste had hij ergens gelezen. Tamelijk lang geleden waarschijnlijk, in de tijd dat hij nog onthield wat er in boeken stond.

Hij boerde en doofde de laatste sigaret van die dag. Met uitkleden en wassen was hij binnen een minuut klaar en daarna kroop hij in zijn onopgemaakte bed. Het kussen rook wat viezig en triestig, naar oude, ongezonde hoofdhuid of zoiets. Het omdraaien hielp niet.

Hij zette de wekker op half zeven en deed het licht uit.

Linden? dacht hij. Als ik een kamer neem in een hotel, hoef ik in ieder geval een paar nachten niet tussen vieze lakens te slapen.

Vijf minuten later lag Maarten Baudewijn Verlangen met open mond te snurken.