Ze wist dat ze ’s nachts in bed zou plassen en ze wist dat tante Peggy boos zou worden.

Zo ging het altijd. Altijd wanneer ze bij tante Peggy moest slapen in plaats van bij haar eigen moeder ging het zo.

Mami. Ze wilde bij Mami zijn. In haar eigen bed slapen in haar eigen kamer met haar pop Trudi onder het dekbed en haar pop Bamba onder het kussen. Zo hoorde het. Wanneer ze in slaap viel met de lekkere geur van Mami in haar neus, was het bed ’s ochtends nooit nat wanneer ze wakker werd. Bijna nooit, in ieder geval.

Tante Peggy rook heel anders dan Mami. Ze wilde niet dat tante Peggy haar aanraakte, maar dat deed tante Peggy ook nooit. Ze sliep wel in dezelfde kamer, aan de andere kant van een blauw kleed met een beetje rood erin, waar draken op stonden, of misschien slangen, en soms sliepen er nog meer mensen. Dat vond ze niet leuk.

Trudi en Bamba ook niet; bij tante Peggy moest Trudi ook onder het kussen slapen, zodat er geen plas op haar kwam. Dat was lastig en het lag niet lekker, maar ze kon haar poppen natuurlijk niet thuis laten, zoals Mami had voorgesteld. Soms zei Mami van die stomme dingen.

‘Een week’, had ze bijvoorbeeld gezegd. ‘Je moet een week bij Peggy logeren, ik moet op reis om veel geld te verdienen. Wanneer ik terugkom, krijg je een nieuwe jurk en zoveel ijs en snoep als je op kunt.’

Een week, dat was een heleboel dagen. Ze wist niet hoeveel, maar het waren er meer dan drie en ze zou de hele tijd in deze nare kamer moeten slapen, waar auto’s en bussen buiten over straat reden, die de hele nacht door toeterden, remden en piepten. Ze zou op de lakens plassen en tante Peggy zou niet de moeite nemen om ze te wassen, ze zou ze overdag gewoon over een stoel te drogen hangen, en Trudi en Bamba zouden zo verdrietig zijn, zo ontzettend verdrietig, dat ze hen niet kon troosten, hoe hard ze ook haar best deed.

Ik wil niet bij die stomme tante Peggy blijven, dacht ze. Ik wou dat tante Peggy dood was. Als ik tot God bid dat Hij haar wegneemt en Hij doet dat, dan beloof ik dat ik de hele nacht geen druppel plas, en wanneer het morgen wordt, komt Mami me halen en dan hoef ik hier nooit meer heen. Nooit meer.

Hoort u dat, God, laat Mami terugkomen, laat het plassen ophouden en haal tante Peggy weg. Laat u haar maar doodgaan of zet haar in een vliegtuig en vlieg naar de Duizendeilanden met haar.

Ze vouwde haar handen zo stevig dat haar vingers er zeer van deden, en ook Trudi en Bamba baden zo goed mogelijk met haar mee, dus heel misschien kreeg ze toch haar zin.